Berichten

BIJ DE HARTPAGINA: De bevrijding 75 jaar

Redactie

Jaargang 19 nummer 2, 2020

Het hele land vierde feest, wat een opluchting! Vlaggen uit de mottenballen wapperen in alle straten. Verkleedpartijen 0veral. Optochten, bijeenkomsten, het kon allemaal weer. Legervoertuigen van de bevrijders rijden nu over de Heereweg. Iedereen wilde wel zien wat de Duitsers hadden achtergelaten
in het bos. Al wat eerder hadden ze zelf de V1 lanceerinstallatie opgeblazen, een hoop verwrongen staal was het resultaat. Burgemeester Van Rijckevorsel was blij dat hij nu uit zijn schuilplaats kon komen. Hij was zolang als broeder in het klooster getreden, en voelde zich weer vrij zonder de pij en deed zijn ambtsketen weer om de nek. Kapelaan Wuijster was juist blij bevrijd te zijn van de ketens van Dachau, in zijn pij voelde hij zich juist weer vrij. Victorie, vrede, vier de vrijheid. Samen zingen, huldezangen en uit volle borst het Wilhelmus. E n ‘Op de hoek van de straat, staat een NSB’er, ‘t is geen man, ‘t is geen vrouw, ’t is een farizeeër. Met een krant in de hand, staat hij daar te venten. Hij verkoopt zijn vaderland, voor vijf losse centen.’ Niet zachtjes of stiekem neuriënd, zo hard als je maar kon terwijl het over het schoolplein galmde, waar de kapper grijnzend jonge dames kaal knipte die verliefd waren geworden op een Heinz of Günter. De meesten van hen waren ook liever bij hun moeder thuis was gebleven. Ach en neem nu Trees, die deed het liever met een Canadees. Misschien waren al die verliefde meisjes een beetje in de war. ‘Make love, not war’, zou Misschien waren al die verliefde meisjes een beetje in de war. ‘Make love, not war’, zou Churchill hebben kunnen zeggen. Na 75 jaar vrijheid kunnen we wel vergeven, vergeten doen we niet, als de vrijheid je lief is.

Foto’s van 75 jaar bevrijding

Oorlogsheld Bastiaan Romeijn verdient meer aandacht

Sporen van vroeger (Lissernieuws)                                                               

27 april 2021

door Nico Groen

 Op 12 mei 1944 werd Bastiaan Romeijn gearresteerd voor zijn betrokkenheid bij de overval op het Lissese bevolkingsregister in februari van dat jaar. Gemeenteambtenaar W.L. Döll en gemeentesecretaris J.C. de Haan waren al eerder gearresteerd. Alle 3 werden overgebracht naar een concentratiekamp. Zij overleden aan de gevolgen daarvan.  Als eerbewijs kregen Willem Döll en Jan de Haan  een straatnaam toegewezen. Bastiaan Romeijn echter (nog) niet.

 

Het is belangrijk dat Bastiaan Romeijn niet in de vergetelheid raakt en dat er een tastbare herinnering komt. Een straatnaam is niet zo makkelijk omdat er al een straat vernoemd is naar wethouder Romijn,  medeoprichter en  eerste voorzitter van woningbouwvereniging Gezinsbelang. Andere mogelijkheden om Bastiaan Romeijn te eren zijn een plein, park of gebouw naar hem te vernoemen, een monument c.q. plaquette  oprichten of iets dergelijks.

Bastiaan was sinds zijn aanstelling in Lisse in juli 1940 wat werd genoemd een ‘goede’ politieman. Veel Lissese jongeren zijn door hem gewaarschuwd bij komende razzia’s of arrestaties. Hij zou dan geroepen hebben: “Jongens, allemaal opdonderen. Wegwezen, want het gaat mis”. Hij was niet bij het verzet, maar opvallend waren zijn banden daarmee wel. Daarom stond hij op ‘voet van oorlog’ met zijn NSB-chef Warmenhoven.

Overval op het gemeentehuis

Op 15 februari 1944 stonden er in het donker een man of zes van de knokploeg Post uit Rijnsburg naast de muur van het gemeentehuis van Lisse. Op dat moment arriveerde er Willem Döll, die aanklopte. Nadat de deur werd geopend door een burgerwacht, overviel de knokploeg de aanwezige ambtenaren en bewakers. Iedereen werd vastgebonden. Daarna werd het bevolkingsregister gestolen en verbrand in de stookketel van de St. Josephschool naast het gemeentehuis. Al gauw werden Döll en De Haan gearresteerd wegens vermeende medeplichtigheid. De SD vermoedde dat het doorgestoken kaart was, omdat Döll te laat was en precies op dat moment aan de deur klopte. Wachtmeester Bastiaan Romeijn werd volgens afspraak tijdens de overval neergeslagen met een gummistok om zijn medeplichtigheid te maskeren. En dat werd zo grondig gedaan dat hij ernstig gewond aan zijn hoofd was. Hij was maandenlang ziek thuis.

Bastiaan moet ervan overtuigd zijn geweest dat hij de dans kon ontspringen. Hij meldde zich in mei 1944 weer voor actieve dienst. Het staat niet vast wie hem heeft verraden, maar de familie is er altijd van uitgegaan dat dat zijn voormalige chef Warmenhoven moet zijn geweest. Warmenhoven nam hem mee naar Rotterdam. Van daaruit werd hij eerst naar Vught gebracht om op 5 september 1944 op transport te gaan naar Duitsland. Hij werd naar het concentratiekamp Sachsenhausen gebracht en van daaruit te werk gesteld in Hamburg-Hammerbrook. Hij is daar overleden door honger, uitputting en dysenterie.

Bovenstaande verhaal over de overval op het gemeentehuis en de lotgevallen van Bastiaan Romeijn, Willem Döll en Jan de Haan staan in het boekje ‘Wat toch een tijd’ van Ed Olivier. Dit boekje is te leen bij de bibliotheek van Lisse en voor leden bij de Cultuur-Historisch Vereniging “Oud Lisse”. Dit boek hoort eigenlijk iedere Lisser te lezen of in bezit te hebben om de herinneringen aan de tweede wereldoorlog levend te houden.

Foto: Het boekje ‘Wat toch een tijd’ van Ed Olivier met info over alle 60 oorlogsslachtoffers in Lisse.

 

Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”

Info@oudlisse.nl

Kleine kroniek van Lisse, 1940 tot en met 1949

Sporen van vroeger   (LisserNieuws)                                               

24 november 2020

door Nico Groen

De ‘Kleine kroniek van Lisse’ deel 5 is onlangs uitgekomen. Het is geschreven door Arie in ’t Veld. Het eerste exemplaar is op het gemeentehuis in Lisse persoonlijk uitgereikt aan wethouder Jeanet van der Laan: “Het is mooi dat dit vijfde deel van de reeks van kleine kronieken dit jaar is uitgekomen, nu het 75 jaar geleden is dat Nederland bevrijd werd”. Dit boek is voor € 12,95 te koop bij Grimbergen Boeken. Een leuk sinterklaas- of kerstcadeau.

 

Arie is heel intensief bezig geweest met dit historisch boekje, dat hem dagenlang spitten kostte in de gemeentelijke archieven, waarbij veel informatie over de oorlogsjaren en de jaren daarna naar boven kwam. Redactioneel is meegelezen door Adrie de Roon, Chris Balkenende en Koos van der Zwet. Op de voorkant van het boekje prijkt de afbeelding van de toenmalige burgemeester Van Rijckevorsel, die in de oorlog ondergedoken is geweest bij de katholieke broeders in De Engel. Na de overhandiging aan Van der Laan vertelde de wethouder dat ze zeer blij is dat dit boekje nog op de valreep van 75 jaar bevrijding is uitgekomen. Op haar vraag welke zaken hij het meest opmerkelijk vond in die jaren, antwoordde Arie dat de toenmalige concurrentiestrijd tussen Keukenhof en de Flora tentoonstelling in Heemstede hem intrigeerde en ook de komst van het ondergrondse urinoir op ’t Vierkant, waar alleen maar mannen naar toe konden en vrouwen niet.

 

Tijdsbeeld van de jaren veertig

In dit deel van de ‘Kleine kroniek van Lisse’ is getracht een tijdsdeel te schetsen.

De periode 1940 tot en met 1949 was een enerverende tijd, ook voor Lisse. De eerste vijf jaar werd natuurlijk gedomineerd door de oorlog. In het begin was er in de media, met name in Ons Weekblad weinig te merken van de oorlog, maar meer en meer werd dit blad gebruikt voor Duitse propaganda.

Ook in het dorpse leven ging aanvankelijk alles zoals het altijd ging, maar dan wel met een ‘lading’ Duitsers op diverse plekken in het dorp. Later werd het de bezetter ernst met allerlei maatregelen. De krant mocht niet meer verschijnen en er vonden in latere jaren razzia’s plaats, waardoor veel inwoners naar kampen werden afgevoerd en soms niet meer terugkwamen. Er kwam ook steeds meer verzet onder de bevolking.

 

Na de oorlog

In het boek is te lezen, dat Lisse na de oorlog de draad weer oppakte. De ondernemers gingen er weer vol tegenaan. De politiek vergaderde er weer duchtig op los. Ook de verenigingen trachtten de draad weer op te pakken, zij het moeizaam. In het boek wordt duidelijk dat er hard gewerkt werd aan het opzetten en uitbreiden van alle voorzieningen in een dorp waar het goed wonen was.

In deze editie van de ‘Kleine kroniek van Lisse’ wordt verslag gedaan van al die gebeurtenissen. Een mooi boek om eens rustig de geschiedenis van de jaren veertig te bestuderen.

De kaft van het boek ‘Kleine kroniek van Lisse, 1940 tot en met 1949’

 

Nieuw VOL-Nieuwsblad, vol met oud nieuws.

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                            

11 augustus 2020

door Nico Groen

Onlangs is weer het Nieuwsblad van de Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse” uitgekomen. Het kwartaalblad van 32 pagina’s is in full couleur op A4 formaat. Het  blad staat ook deze keer vol interessante informatie en mooie foto’s.

Anneke Ruys, dochter van de welbekende dominee van de gereformeerde kerk, hield als jong meisje in de periode 1943-1945 een dagboekje bij. Anneke publiceerde haar dagboekje in 2005 bij uitgeverij Kirja. Het boekje kreeg de titel ‘T WORDT VAST GAUW VREDE. De bibliotheek van de VOL is in het gelukkige bezit van een exemplaar. In het recent verschenen Nieuwsblad staat een samenvatting van maar liefst 3 pagina’s.

Verhalentafel

In het Nieuwsblad worden ook verhalen aangehaald, die voor de coronatijd in de Vergulde Zwaan verteld werden aan de maandelijkse verhalentafel. Aan de orde kwam bijvoorbeeld dat tijdens de oorlog veel scholen werden gevorderd door de Duitsers. Waar moest er les gegeven worden? Kinderen moesten gedurende die tijd naar andere locaties om te leren.

In een ingezonden brief beschrijft Frans Schenk hoe hij als een klein mannetje de oorlogstijd beleefde. Een verhaal zoals ze ook aan de verhalentafel worden verteld. Schuif ook eens een stoeltje aan bij de verhalentafel in de Vergulde Zwaan.

De gebeurtenissen rond het tv-spektakel ‘Spel zonder grenzen’ van de NCRV werden minutieus bijgehouden door Wilmy Hazelaar, deelneemster voor Lisse. In het Nieuwsblad vindt u een uitgebreid verhaal van haar belevenissen. Zij schonk de VOL 3 plakboeken.

Waarom de Kloppenbrug in de Achterweg-Zuid over het Mallegat zo wordt genoemd? Dat kunt u lezen in twee artikelen in de rubriek ‘Oud Nieuw’. De Kloppenbrug herinnert nog aan kloppen. Maar waarom is die plaats verbonden met kloppen en wat waren kloppen eigenlijk?

Ingebrachte schenkingen van het voorafgaande kwartaal worden ook altijd vermeld in het Nieuwsblad. Deze keer waren er een twintigtal vermeldingen, waaronder 18 foto’s van de mobilisatie en 38 ansichtkaarten.

Het Nieuwsblad is te koop voor 5 euro en te verkrijgen tijdens de wekelijkse VOL-inloop van 9.00 uur tot 12.00 uur op dinsdagmorgen in de Vergulde Zwaan, 1e Havendwarsstraat 4. Daar kan men zich ook opgeven als lid. Het lidmaatschap is 20 euro per jaar voor mensen die in Lisse wonen. Leden krijgen de 4 Nieuwsbladen dan gratis . Ook de thema-avonden zijn gratis voor leden. Een aanmeldingsformulier en informatie over de doelstellingen van de vereniging is te vinden op de website Oudlisse.nl. Ook kunt u mailen naar onderstaand mailadres.

Het nieuwste kwartaalblad van de VOL. Dit jaar wordt extra aandacht besteed aan 75 jaar vrijheid.

 

Bij de voorplaat: Van Rijckevorsel en Kraak bij het gemeentehuis

De grauwe grijze jaren zijn voorbij, de velden dragen extra kleuren op de wangen, oranje sjerpen overal. Onze driekleur mag weer uit de ramen hangen. Mensen groot en klein verdringen zich bij het raadhuis om getuige te zijn van de terugkeer van burgemeester Van Rijckevorsel (links). Hij was niet ver weg geweest, hij was zelfs nog in Lisse.
Ondergedoken bij het broederklooster bij de Engelen kerk als zijnde broeder Seraphinus geheel in stijl. De heer Kraak (rechts) was de leider van het Lisses verzet. Als dierenarts kon hij overal komen, bij boeren, burgers en buitenlui, ook de Duitsers hadden paarden. Dierenarts was misschien wel de beste dekmantel die je kon bedenken. Overal waren er dieren die wel eens een bezoekje van Kraak nodig hadden. Anders was er wel een dierenziekte te bedenken voor een bezoekje, zelfs in de nachten is een dierenarts actief. Zo kwam men aan belangrijke informatie over van alles en nog wat. Er kon ook nog wel eens wat heen en weer gesmokkeld worden onder die dekmantel (wat speklapjes of zo). Zal wel wennen zijn geweest om het gewone leven weer op te pakken.

Burgemeester Van Rijckevorsel en verzetsbaas Kraak

Groenten-drogerij en -inmakerij  “CODRO” en die van Leo van Grieken door  A. Raaphorst Hz

Tijdens de eerste wereldoorlog waren de bollen niets waard. Daarom werd er massaal overgegaan op het telen van groente. Daartoe had Leo van Grieken een groentedrogerij en groente-inmakerij aan de Leidsche Trekvaart. Een grote coöperatieve drogerij was Cordo, die een drogerij bij Piet Gijzenbrug had. De leden verhandelden het meeste.

Opgetekend door Arie de Koning

1 juni 2020

De Grote Europese Oorlog 1914 – 1918 heeft zeer vele wantoestanden geschapen, maar ook eveneens vele andere, betere en nieuwere dingen tot stand gebracht.  De grote tegenslag in de Bloembollencultuur heeft de kwekers er noodgedwongen toe gebracht om zich te gaan toeleggen op het telen van allerlei soorten van groenten. Het gevolg hiervan was dat vooral in het jaar 1917 bij alle kwekers alle beschikbare grond en paden met allerlei soorten groenten was beplant. Dat voor de reeds in 1916 verbazende grote hoeveelheden groenten een afzetgebied moest worden gevonden behoeft geen betoog, En dat werd dan ook gevonden, deels in het uitvoeren in versche staat naar Duitschland en deels door drogen en verduurzamen en dan uitvoeren naar alle streken der wereld. Hiervoor werden op vele plaatsen inmakerijen en drogerijen opgericht. Lisse had ook zijne eerste groente drogerij en inmakerij, die gebouwd werd aan de Leidsche Trekvaart en voor rekening van de Bloembollen Exporteur Leo van Grieken die in 1917 zelfs niet eens reizigers heeft uitgezonden om bloembollen te verkopen omdat in de groenten grote kapitalen werden verdient en doordat de bloembollenhandel nu eenmaal aan  allerlei omstandigheden  onderhevig  was.

Wegens  de door de oorlogstoestand geschapen abnormale omstandigheden voor de Bloembollen cultuur, en het feit dat door alle kwekers het telen van groenten op grote schaal in toepassing werd gebracht, werd in het voorjaar van 1917, op initiatief van eenige kwekers opgericht: De Eerste Coöperatieve Groenten – drogerij –  Inmakerij en Handel  voor de Bloembollenstreek: “CODRO”  Deze Vereniging stelde zich ten doel om de door de bonafide bloembollenkwekers  geteelde groenten  langs Coöperatieve weg te drogen, in te maken  of in versche staat te verhandelen. Van deze Vereniging konden alleen diegene lid worden die het bloembollen kwekersbedrijf als hoofdbedrijf uitoefenden. Het bestuur van deze Vereniging met de Heer Krelage aan het hoofd verkreeg van de Minister van Landbouw het voorrecht, dat voor de leden van Codro, inzake de uitvoer der groenten zeer gunstige bepalingen werden gesteld. De Minister stelde zijnerzijds de bepaling dat Codro zich ten doel stelde de instandhouding van het bloembollen bedrijf. Alleen op deze voorwaarde beloofde de Minister gunstige bepalingen omdat hij zich alleen dan kon verantwoorden tegenover andere groentetelers die geen lid konden worden van Codro. Tegenover de kritiek die deze bevoorrechting heeft ondervonden van de zijde der andere groentetelers, is het goed dat dit geschreven wordt, anders zouden niet ingewijden ook tot de conclusie komen dat de Minister werkelijk de een bevoorrechtte boven de ander. Deze bevoorrechting bestond hieruit dat de Leden van Codro van elke soort groente een groter percentage voor de export mochten verkopen dan de niet leden. Bij voorbeeld de groene uien mochten voor 100% door Codro uitgevoerd worden en door niet leden maar 60%. Men zou algemeen verwachten dat alle bollenkwekers direct lid van Codro zouden worden, maar dit was lang niet het geval.  Doordat de oprichting van Codro voor de particuliere handelaars en exporteurs in groenten een strop was behoeft geen betoog en door dezen zoveel mogelijk werd afgetakeld. Het gevolg was dat vele kwekers zich lieten ompraten en geen lid werden, voor al niet omdat er nogal enig financieel bezwaar aan was verbonden, want de leden van Codro moesten voor elke hectare die zij in cultuur hadden een aandeel nemen van ƒ100,- en voor elke hectare bovendien een contributie betalen van ƒ5,- en voor elke hectare ƒ1,50 voor registratie. Op de aandelen behoefde echter voorlopig maar ƒ25,- per aandeel gestort te worden waarvoor een rente vergoed werd van 5%. Toen men echter zag welke voordelen het lidmaatschap van Codro direct afwierp, werd de toeloop groter zodat wij op het ogenblik (1917) gerust durven veronderstellen dat minstens 95% van de kwekers als leden zijn toegetreden. Door Codro werd ene eigen groenten-drogerij en inmakerij gesticht aan de Piet Gijzenbrug, terwijl zij tal van andere drogerijen heeft gecontracteerd voor het drogen van de groenten van de leden. Behalve voor verschillende soorten van groenten hebben de leden van Codro zich ook verplicht om de Bloembollen voor abnormaal gebruik, bijvoorbeeld voor veevoeder alleen te verkopen door middel van Codro, om te voorkomen dat deze bollen als veevoeder in het buitenland verkocht niet als normaal gebruik worden gebezigd en zo een hogere prijs af te kunnen bedingen. Van de handel in bloembollen voor abnormaal gebruik is intussen niet veel terecht gekomen, omdat de Minister van Landbouw de uitvoer van Hyacinten, Tulpen en Krokussen voor abnormaal gebruik niet heeft toegestaan en deze bestemd moesten blijven als veevoeder voor het binnenland. Dit was voor de bollenkwekers een grote tegenvaller omdat de prijzen in het binnenland minstens 50% lager waren als de prijzen die in het buitenland konden worden bedongen. Alleen Narcissen konden worden uitgevoerd maar hiervoor kon weer geen vervoer worden gesteld. Door een bloembollenfirma in Lisse, de Gebr. Rijnveld, werden de Narcissen opgekocht voor 4ct per kilo waarna deze firma deze bollen verwerkte in stijfsel en lijm. Maar ook deze handel moest worden stopgezet omdat het Rijks Kolen bureau voor dit bedrijf geen brandstof ter beschikkeng kon stellen. De Heinrich Riesen die door de kwekers in grote hoeveelheden voor zaad werden geteeld en in het buitenland konden worden verkocht voor ƒ200,- per 100 kilogram, moesten echter aan de regering worden afgestaan voor ƒ50,- per 100 kilogram.  Het heeft lang geduurd voor de teelt en verkoop van bloembollen zich had hersteld.

Bron:

Arie Raaphorst Hzn. Boek No.172 A breed

         Bibliotheek Vereniging Oud Lisse

Interview met Kraak, hoofd van het verzet in Lisse

Sporen van vroeger  (LisserNieuw)                                                

19 mei 2020

 door Nico Groen

Dierenarts J. Kraak was het hoofd van het verzet in Lisse en tevens het Lisser hoofd van de BS (Binnenlandse Strijdkrachten). Kraak werd vlak na de bevrijding geïnterviewd. In het boek ‘Een Bollendorp bezet’, uitgegeven in 1990, van Herman van Amsterdam en Peter van der Voort, over de oorlogsjaren in Lisse staat dit interview vermeld. Het is een interessant boek vol verhalen over de oorlog met prachtige foto’s. Hieronder staat een weergave van dit interview.

Tot nu toe zijn er zo’n 50 à 60 NSB’ers en andere landverraderlijke mensen in Lisse in arrest genomen. Zij worden vast gehouden totdat bevelen van hoger hand afkomen wat er verder met hen moet gebeuren. De arrestaties hebben een vlot verloop gehad. Niemand heeft zich verzet. Ondergedoken NSB’ers komen tevoorschijn en melden zich vaak in andere gemeenten. Zo kwamen er gisteren 2 NSB’ers, een vader en dochter uit Wieringen zich in onze gemeente melden.

Moffenmeiden

Enkele kwajongens die aanleiding gaven voor een onrustige stemming in de gemeente werden eveneens vast gezet.  Deze hadden zich namelijk schuldig gemaakt aan het afknippen van het haar van meisjes, die contact met de vijand hadden gehad. De gevallen van haarknippen, die zijn voorgekomen zijn dan ook buiten verantwoordelijkheid van de BS. De leiding van de BS wil dat absoluut correct maar streng zal worden opgetreden. En dat we ons niet verlagen tot het peil van de mensen, die we hier gehad hebben.

Het ligt wel in de bedoeling om de ‘moffenmeiden’ vast te zetten, al was het slechts uit hygiënisch oogpunt. Zij hebben zich ernstig misdragen en onze diepste gevoelens grof beledigd. Een bepaalde categorie meisjes die omgang met de vijand hadden zal niet worden opgehaald. Dit betreft meisjes, die aan het begin van de oorlog in hun overmoed contact hadden met de vijand. Echter daarna van dergelijk onbesproken gedrag waren zodat zij zich volkomen hebben gerehabiliteerd.

Zwarthandel in tabak en alcohol is niet erg daar het hier immers een genotmiddel betreft en deze in de hand gewerkt werd door degenen, die hun eigen lusten niet meester zijn.

Aanmeldingen over personen die zich onvaderlandslievend gedragen hebben, moeten als volgt geschieden: schriftelijk en ondertekend. Later moet de verklaring onder ede kunnen worden bevestigd. Vanzelfsprekend wordt niet afgegaan op geklets, waarbij persoonlijke vetes vaak een niet onbelangrijke rol spelen.

Kroniek van de week

Dierenarts J. Kraak woonde aan de Achterweg. Foto uit het boek ‘Een Bollendorp bezet’,

In de ‘Kroniek van de week’ van 29 mei 1945 werd melding gemaakt van een bijeenkomst van 28 mei in Rehoboth van oud-illegale werkers uit Lisse. De moeilijkheid was  om na 5 jaren weer ‘uit de illegale huid te kruipen’. Er moest een vertrouwensraad komen, die de gemeente kon adviseren. De namen van de personen, die het vertrouwen bleken te bezitten van de gehele illegaliteit van Lisse werden voorgelezen: J. Kraak, J. J. Bos, J. Wevers, W. Montagne, L. van Rooijen, M. Vermeer, J. G. Snel, Kapelaan Schoonebeek, K. Hoes en H. D. Landwehr Johann.

 

Het oorlogsdagboek van Henk van Ruiten (3)

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

 5 mei 2020

door Nico Groen 

In de vorige columns werd het dagboek van Henk van Ruiten tot 1 mei 1945 weergegeven. Hieronder volgt het derde deel van zijn dagboek. Het is getranscribeerd door Erwin de Mooij. Het is ingekort en bewerkt door wijlen Hans Smulders. Hierna leest u een aantal stukjes uit het dagboek na 1 mei 1945.

“1 Mei: Hitler is dood (Een groot vuiltje uit de tuin is opgeruimd).

Op 4 mei was ik thuis. Het werd negen uur. Een rumoer op straat! Ik zeg: Ik geloof vast dat wij vrij zijn. Ik ging de weg op en, jawel, het was om kwart voor negen doorgekomen dat Nederland vrij is. HOERA! HOERA!

De andere morgen vroeg naar de Kerk om God  te danken voor het behoud van ons Vaderland en voor mijn eigen leven. De Kerk was om half zeven stampvol. Alle mensen zijn zo blij! Vandaag werd ik geroepen door een van de meisjes bij wie mijn zus dient. Of ik zo goed wilde zijn om de fietsen in orde te maken. Had ik me daar 4 fietsen op te knappen! Henk aan het werk, dat begrijp je. Ik had het best van eten en drinken en roken en toen ik klaar was, kreeg ik een worstje en een klein roggebroodje en een paar kilo erwten. Ik was de prins te rijk en ik was blij dat ik voor thuis wat mee kon brengen. Moeder was groos, toen ik het haar gaf . We hebben die avond pannekoek gegeten en een vooroorlogse wijn gedronken. Daar kun je beter op slapen. Ik heb vandaag mijn nieuwe fiets weer gebruikt. Hij glimt nog schitterend: je kwijlt ervan!

De Lissese burgemeester en de ambtenaren zijn vandaag ook weer boven water gekomen.
Verder vlagt heel Nederland (Rood-Wit-Blauw) en mag in Duitsland de vlag halfstok.

De ondergrondse staat hier op wacht. De Duitsers zijn gisteravond om 10 uur weggegaan. Ze waren erg kalm, maar vanmorgen (6 mei) zijn er auto’s voorbij gekomen met furieuze Duitsers erin en maar schieten in het wilde weg.

NSB’ers en moffenmeiden

De NSB’ers van Lisse zijn vandaag (7 mei) opgehaald, vrouwen en kinderen ook. En de moffenmeiden hebben ook een baard gehad. Die zijn kaal geknipt. Laat ie goed zijn!!!

s ’Avonds  8 mei was er muziek door het dorp en iedereen liep mee. Wij hadden de grootste lol, dat begrijp je. Wij liepen door elke straat en als wij bij een huis kwamen waar een moffenmeid woonde, dan riepen wij allemaal: ‘Kaal, kaal, kaal!’ En bij het huis van een NSB’er: ‘Hooi, hooi, hooi!’ Het was prachtig weer. Leve de vrijheid. Leve de Koningin!

Op 12 mei was er een gekostumeerde optocht door het dorp met vreugdevuren en vuurpijlen. Het krioelde van de mensen in Lisse. Vandaag hebben we voor het eerst wat gehad van de vliegtuigen: margarine, wat eigeel, wat echte chocoladetabletten en een blik met spek. Het was heerlijk!

Vandaag, 20 mei, is het Pinksterfeest  met prachtig weer. Ik ben erg nieuwsgierig hoe jullie in Weert het maken. Hier eindigt mijn dagboek. Het offer heb ik volbracht. Ik hoop dat jullie kunt begrijpen wat wij in Lisse meegemaakt hebben.”

 

Henk van Ruiten scheef tijdens de oorlog veel meer in zijn dagboek dan hier vermeld.   Foto: Oud Lisse

75 JAAR VRIJHEID: Yad Vashem – Familie Potman-Hageman, Lisserdijk

De familie Potman-Hageman van de Lisserdijk heeft tijdens de Tweede Wereldoolog veel Joodse onderduikers in huis genomen en verder geholpen. Daarvoor kregen zij in 2019 postuuum de YadVashm onderscheiding.

door Liesbeth Brouwer

Jaargang 19 nummer 1, 2020

Met het vieren van onze 75 jaar vrijheid gedenken we ook de jaren van onvrijheid die daaraan vooraf gingen. De opvang van Joodse medeburgers was een riskante zaak maar toch maakten de heer en mevrouw Potman-Hageman deze keuze. Vorig jaar werden zij daarvoor postuum geëerd met de Yad Vashem onderscheiding.

Auschwitzherdenking

Nieuw Levenslicht in museum de Zwarte Tulp

Op 27 januari 1945 werd vernietigingskamp Auschwitz door het Rode leger ontzet. In Polen was er dit jaar een indrukwekkende herdenking. Ieder jaar wordt ook in Nederland stilgestaan bij de Holocaustslachtoffers. Omdat het dit jaar 75 jaar geleden was is er op verzoek van het Nationaal Comité 4 en 5 mei een tijdelijk lichtmonument ontworpen door kunstenaar Daan Roosegaarde: LEVENSLICHT. Lisse was een van de gemeentes die het lichtmonument toonden om daarmee extra aandacht te creëren voor dit dramatische deel van onze geschiedenis. De generatie die de oorlogstijd bewust heeft meegemaakt is inmiddels hoogbejaard. Het is daarom heel belangrijk om de herinnering aan die donkere periode, waarin grote offers zijn gebracht om ons de vrijheid terug te geven, levend te houden. Bij het kunstwerk was een speciale kinderherdenking.

Jodenvervolging
In de oorlog werd langzamerhand duidelijk hoe penibel de situatie van de Joden was. Joden kregen een J in hun papieren en vanaf april 1942 moest de davidster gedragen worden. In hetzelfde jaar moesten Joden uit de kleinere plaatsen naar Amsterdam verhuizen. Spoedig daarna volgden de oproepen om in Duitsland “te gaan werken”. Wij weten nu wat de opzet van de nazi’s was, maar toen was dat nog niet duidelijk. Veel Joodse families besloten echter om niet langer te wachten op nog meer repressie en besloten onder te duiken. Het vinden van onderduikadressen was problematisch. Gelukkig ontstonden allerlei netwerken van mensen die Joodse families wilden helpen. Daarbij liepen de helpers ook een groot risico.

Louise Stein
In het Rotterdamse gezin Stein werd in 1929 een tweede dochter geboren, Louise. Haar Joodse vader had Wenen verlaten vanwege de beroerde economische omstandigheden. Haar moeder kwam uit een Joodse familie die al ruim 2 eeuwen in Nederland woonde. In Rotterdam had vader Stein een bontmantelfabriek, die in 1936 naar Amsterdam werd verplaatst. De familie ging toen in Naarden wonen. Het dreigende gevaar van de nazi’s was duidelijk. Een visumaanvraag voor de VS werd echter in 1939 afgewezen waarna het plan ontstond om naar Curaçao te gaan. Er waren meer Joodse families die de ontsnappingsroute naar Curaçao volgden. Ze wilden vertrekken met het schip de Simon Bolivar, maar het schip was vol. Met de Simon Bolivar liep het slecht af, het liep op mijnen en zonk voor de Engelse kust. Ruim 80 opvarenden verdronken. Nederland was nog neutraal, maar daarmee waren er toch al oorlogsslachtoffers. Het vertrekplan werd een tijdje uitgesteld omdat de Rotterdamse oma terminale kanker kreeg. Zij overleed begin 1940. Het vertrek uit Nederland werd daarop gepland voor 25 mei. Helaas werd dat onmogelijk omdat de Duitser op 10 mei Nederland binnenvielen. De familie kreeg te maken met de steeds strengere repressiemaatregelen; niet meer naar de bibliotheek of zwembad mogen, niet meer naar de school, de gedwongen verhuizing naar Amsterdam. Er werd naarstig gezocht naar de mogelijkheid om onder te duiken.

Het gezin Potman
Johan Potman werd in 1873 in Leiden geboren, maar hij groeide op in de Haarlemmermeer. Zijn vader was aannemer. Ze lieten een huis bouwen aan de Lisserdijk (nr. 263). De bewoners van de Lisserdijk waren op Lisse georiënteerd. Johan ging er naar school en naar de hervormde kerk. Hij werd actief in de
kerk als kerkvoogd en was bijvoorbeeld ook betrokken bij het beheer van begraafplaats Duinhof. Johan
trouwde, maar het huwelijk bleef kinderloos. Na de dood van zijn eerste vrouw trouwde hij met Helena
(Lena) Hageman (geb. 1905). Zij was de dochter van de loodgieter uit de Kanaalstraat in Lisse. Het gezin Hageman hoorde kerkelijk tot de christelijk gereformeerde kerk, maar vanwege haar huwelijk ging Lena
over naar de hervormde kerk. In dit huwelijk werd een dochter geboren, Riet. Zij was zo vriendelijk om haar herinneringen met ons te delen. Natuurlijk was het leeftijdsverschil bijzonder, maar verder was het een heel gewoon gezin. Met de buren gingen ze goed om. Aan de ene kant woonde de familie Bras. Ze hadden een klein boerenbedrijf. Mogelik herinneren oudere Lissers zich nog dat zoon Cor Bras en soms ook vader Leen met paard en wagen in Lisse de schillen kwamen ophalen. Aan de andere kant woonde het gezin van boer Roos. Gewoon mensen die hun werk deden. In Lisse werden de boodschappen gedaan en ging Riet Potman naar de christelijke kleuterschool. Bij het begin van de oorlog was niet te voorzien dat al deze mensen helden zouden zijn. Maar dat werden ze wel.

Onderduikers
Het werd steeds duidelijker dat de Joden bedreigd werden. Onderduiken bood een mogelijke ontsnapping. Er ontstonden allerlei groepen die probeerden onderdakadressen voor Joodse families te krijgen. In Lisse zette ook ds. Ponstein van de christelijk gereformeerde kerk zich actief in. Via deze dominee kregen veel onderduikers een adres. Hij was duidelijk een spil in een goed lopende organisatie. Zo kon ook een tijdelijk adres worden gevonden voor Loes (Louise) Stein. De familie Hageman uit de
Kanaalstraat kerkte bij ds. Ponstein. Lena kerkte daar voor haar huwelijk ook, dus de dominee kende ook de familie Potman van de Lisserdijk. Zo kwam Loes Stein een periode naar de Haarlemmermeer. Ze was een angstig meisje, zich er zeer van bewust dat ze haar werkelijke achtergrond geheim moest houden. Ze was maar al te goed op de hoogte van de kwade bedoelingen van de nazi’s. Ze hield zich echt schuil. Riet Potman herinnert zich alleen een tochtje met de roeiboot met een van haar neven. Zelf schrijft Loes zich te herinneren dat er tarwe geoogst was en ze muizenkeutels uit de tarweoogst
moest halen. Ze vond het prima, had ze wat te doen. Heel lang is ze niet bij de familie Potman geweest. Ze ging weer naar een volgend onderduikadres. Zelf schrijft ze “de eerste 6 maanden werd ik van adres naar adres gestuurd”. Dan krijgt ze een onderkomen in de buurt van Apeldoorn waar ze kan blijven. Dankzij weer iemand van de christelijk gereformeerde ondergrondse. Ook haar vader en moeder kwamen naar dit onderduikadres. In totaal waren ze bijna twee en een half jaar ondergedoken. Het hele gezin Stein overleefde de Holocaust dankzij de mensen die hen onderdak gaven of die voor de contacten zorgden. Veel van hun familieleden overleefden de oorlog niet.

Lisserdijk
De gezinnen op de Lisserdijk boden daadwerkelijke hulp. Bij de familie Bras woonde Elly Engelsman (geb. 1941). Het meisje leek op de dochter van de familie. Elly was doof, maar de meisjes gingen als zusjes met elkaar om. Bij boer Roos waren ook Joodse onderduikers. Bij de familie Potman kwamen, nadat Loes Stein naar een volgend onderduikadres was gegaan, andere Joodse onderduikers, de familie Bormann (Adolf Bormann, Betsie Spanjer met zoon Loutje). Zij waren eerder uit Duitsland gevluchte Joden en zijn waarschijnlijk ook weer via dominee Ponstein gekomen. Het gezin kreeg een slaapkamer op de begane grond als “hun huis”. Loutje scheelde ongeveer een jaar in leeftijd met Riet Potman. Eigenlijk verbleven alleen moeder en zoon Bormann aan de Lisserdijk en verbleef vader door de week nog in Amsterdam. Mogelijk was het in het weekend te gevaarlijk om in Amsterdam te blijven, het kan zijn dat hij een vrijstelling had, in ieder geval kwam hij in de Lisserdijk. Gewoon met de tram vanaf Haarlem naar het Vierkant en dan lopend naar de Roversbroek. Op de Lisserdijk zagen ze hen al van ver
aankomen en haalden hen met de roeiboot op. De keuken was het gezamenlijke terrein van mevrouw Potman en mevrouw Bormann. Zij werd door Riet Potman gewoon tante genoemd.

Gastvrijheid en de risico’s

Ds. Aalt Ponstein

Over de Jodenhaat waren ook voor de oorlog al discussies. Ds. Ponstein stelde het in 1937 al heel duidelijk in een enquête, zoals blijkt uit het daarover gemaakte verslag “Stemmen van Christenen over Joden en Jodendom”, o.a. met: De ware belijders van den Christus kennen geen Jodenhaat.
De Jood, die objectief deze zaken wil zien moet dit erkennen. Doch ook ieder Christen moet inzien dat Jodenhaat in den diepsten grond Christushaat is. De Gekruisigde is daarom niet de scheiding, maar de vereeniging van Jood en Christen.”
Wat er allemaal dreigde kon men niet voorzien. Ds. Ponstein was zeer actief in het zoeken naar onderdak voor Joodse medemensen en bood zelf een Joods gezin onderdak. Zijn contacten binnen de christelijk gereformeerde kerk waren heel belangrijk. Of men steeds de reikwijdte en het gevaar overzag valt te betwijfelen. We zagen al het reizen met de tram van de heer Bormann en zijn zuster. Nu zouden we zeggen waaghalzerij, maar zo lagen de zaken duidelijk niet. Toen het zoontje van de familie Bormann last van zijn gebit kreeg ging mevrouw Potman met hem naar tandarts Simonis aan de Grachtweg. Het jongetje had “een typisch Joods uiterlijk” zoals men toen zei, wat tandarts Simonis deed besluiten om mevrouw Potman op het hart te drukken vooral niet nog een keer gewoon over straat met de jongen door Lisse te lopen. Je wist maar nooit. Ze zijn zich vast niet echt bewust geweest van het gevaar dat ze met hun gastvrijheid liepen. Er werd een beroep op ze gedaan en daar werd naar gehandeld. Ze deden hun christenplicht. Het wordt steeds gevaarlijker De sfeer in Nederland werd steeds grimmiger. Behalve Joodse onderduikers waren er steeds meer mannen die onderdoken omdat zij zich moesten melden voor tewerkstelling in Duitsland. De Duitsers organiseerden razzia’s. Gelukkig was dat nooit tegelijk in Noord- en Zuid-Holland. Werd in de Haarlemmermeer een razzia verwacht dan kreeg boer Roos, die ook actief was in het verzet, een waarschuwing. Tijd voor actie: de Joodse onderduikers van de buren Roos en Potman werden overgevaren met de roeiboot en ondergebracht in een schuur op bollenland in de Roversbroek (naar Zuid-Holland dus). De schuur was weer van een neef van de fam. Potman, die aan de Hillegommerdijk woonde. Ook de grote radio ging dan mee naar de overkant. Een oude radio was ingeleverd. Radio Oranje hoorde men op dit exemplaar. De uitzendingen begonnen met het Wilhelmus en mevrouw Potman zette dan soms expres de ramen open. Wilde ze benadrukken waar ze voor stond? Bewoners aan de overkant in de Roversbroek hoorden dat ook, en waarschuwden haar, zodat zij dat niet meer deed. Vader Potman raakte ook meer bij het verzet betrokken. Op een gegeven moment kwam zelfs de drukpers waarop het illegale blaadje van de Haarlemmermeer gedrukt werd naar het huis van de familie Potman. Neef Potman zorgde weer voor de verspreiding. Voor de onderduikers werd het uiteindelijk toch te gevaarlijk aan de Lisserdijk. Op de hele dijk waren prikkeldraadversperringen. Regelmatig zag je er Duitse militairen. Om te ontspannen gingen de soldaten ’s nachts vissen. Ze gooiden dan handgranaten in de Ringvaart. Eigenlijk werd het onhoudbaar voor de onderduikers en zij gingen door naar andere adressen. Alleen Elly Engelsman bleef de gehele oorlogsperiode bij de familie Bras.

Overleefd
Na de oorlog werd pas volledig duidelijk wat het voor de Joden betekend had om te worden weggevoerd. De moeder en het eveneens dove zusje van Elly Engelsman waren vermoord. Haar vader had het kamp wonder boven wonder overleefd. Elly Muller-Engelsman (1941-2019) zette zich in voor het uit de vergetelheid halen van het lot van de dove Joodse slachtoffers van de nazi’s. Zij richtte mede de Stichting DovenShoah op. Het gezin Borman overleefde de oorlog. De zoon is na de oorlog nog een keer aan de
Lisserdijk geweest. Hij had toen met een vriend een boot gehuurd. Ze vertelden dat ze in opleiding waren voor diamantbewerker. Verder is er geen contact meer geweest met deze familie. Ook de familie Stein overleefde. Bij het eerste bezoek na de oorlog aan de familie Potman bracht Loes het boek Jelle van Sipke Froukjes van schrijfster Nienke van Hichtum voor Riet mee. Loes Stein trouwde en verhuisde naar
Canada, maar de familie bleef contact houden.

Yad Vashem

De penningen van Yad Vashem

Dit is het officiële monument van Israël voor het herdenken van de Joodse slachtoffers uit de Holocaust.
Yad Vashem betekent letterlijk ‘hand en naam’. Mensen die zich ingezet hebben om Joden te redden kunnen een Yad Vashem onderscheiding krijgen. Zij horen dan bij de ‘Rechtvaardigen onder de Volkeren’. Vanaf begin zestiger jaren van de vorige eeuw worden deze onderscheidingen toegekend. In die beginjaren werd ook een boom geplant in de Laan der Rechtvaardigen in Jeruzalem. Natuurlijk gaat aan een toekenning voor een onderscheiding een grondig onderzoek vooraf. Iemand moet natuurlijk de onderscheiding aanvragen. De familie Bras kreeg de onderscheiding al veel eerder. In hun huis hing een foto van de boomplant aan de muur. Voor de familie Potman is pas veel later een onderscheiding aangevraagd. Een jaar of vijf geleden was mevr. Loes Sorensen-Stein nog een keer op bezoek in Nederland, bij haar zuster. Riet Lanser-Potman heeft haar toen opgezocht en Loes vertelde toen dat zij bezig was de onderscheiding voor haar ouders aan te vragen. In 2018 werd officieel besloten om de
onderscheiding postuum aan haar ouders toe te kennen. Bomen worden er al lang niet meer geplant, maar de namen worden vermeld in de Tuin der Rechtvaardigen. De ambassadeur van Israël, Naor Gilon, reikte in oktober 2019 de Yad Vashem-onderscheiding, postuum toegekend aan haar ouders, uit aan mevrouw Riet Lanser-Potman. Zij ontving toen de oorkonde en de medaille die bij de toekenning horen. Dat gebeurde tijdens een indrukwekkende bijeenkomst in de Liberaal Joodse Synagoge in Den Haag. De hoogbejaarde zuster van mevr. Louise Sorensen-Stein woonde de plechtigheid, samen met haar dochter, bij. Jammer natuurlijk dat vader en moeder Potman deze erkenning niet meer hebben mogen meemaken. Waarschijnlijk zouden ze wat zij in die oorlogsperiode deden heel vanzelfsprekend gevonden hebben. Maar het was natuurlijk helemaal niet vanzelfsprekend. Mensen zoals het echtpaar Potman hebben hun eigen leven gewaagd om dat van anderen te redden. Zij handelden tegen onvrijheid. Die vrijheid koesteren we nu al 75 jaar.

Het oorlogsdagboek van Henk van Ruiten (2)

Sporen van vroeger (Lissernieuws)                                                           

21 april 2020  

 door Nico Groen

In de vorige column werd het dagboek van Henk van Ruiten tot 31 december 1944 weergegeven. Hieronder volgt het tweede deel van zijn dagboek. Het is getranscribeerd door Erwin de Mooij. Het is ingekort en bewerkt door wijlen Hans Smulders. Hierna leest u een aantal stukjes uit het dagboek tussen 1 januari en 1 mei 1945.

 

“Begin januari hangen er bulletins aan de muren: mannen tussen 16 en 40 jaar moeten zich komen melden. De volgende morgen hangt er een blaadje onder van de verzetsbeweging, dat je je niet moet melden. Op weg naar mijn werk hoorde ik, dat de burgemeester en de ambtenaren met de burgerpapieren ondergedoken zijn.

Op 12 januari was het een rustige dag, met angst. De burgers mogen niet meer in het Keukenhofbos bomen omhakken. De SS houdt de wacht. Je mag ook geen bomen omzagen in de straten. Als de Duitsers het zien, krijg je zonder pardon de kogel.

 

Wij hebben bloembollentaart gegeten. Het viel mij honderd procent mee. Het is machtig, en voedzaam. De taart is op zijn lekkerst als hij koud is. Het is hier winterweer met sneeuw. Ik ben nu en dan op de weg, dan weer thuis aan het zagen en als het me te koud is, heb ik schrijfwerk of leeswerk of bollen schoonmaken voor de bollentaart. Die smaakt beter dan pulppannekoek of pulpbrood. Die heb ik vandaag ook gegeten, maar dat is geen eten. Ik word niet goed van binnen en ik moet er ’s nachts mijn bed voor uit om naar nummer 100 te lopen. Geef mij maar een Weerter Vlaaitje!

Vandaag 8 februari ben ik  thuis aan het delven in de grond. Dat valt niet mee op de 900 gram brood per week. ’s Avonds ga je naar bed met een waterbuik van de aardappelen. Je moet er 3 a 4 keer uit bed. Je wordt er beroerd van.

 

7 Maart. Er is razzia in Lisse. Ik was om 7 uur de deur uitgegaan, naar de Kerk, want het was Sint Jozefdag. In de Kerk werd gewaarschuwd. Ik bleef tot het einde van de mis en toen ging ik er uit. Maar het was niet gunstig, ze hadden al wat jongens te pakken! Ik ging de Kerk weer in en toen kwam er een kapelaan naar mij toe en die zei: Ga naar de toren! Ik ging naar de toren en daar waren meer jongens. Op het eind zaten wij met zijn zessen in de toren. Een prachtig uitzicht. Je zag de floeperts op de straat lopen, maar zij zagen ons niet. Thuis wisten ze dat ik in de Kerk zat. Ik heb van 8 uur tot 5 uur in de toren gezeten! De Duitsers hebben een heleboel fietsen, frames, banden en onderdelen meegenomen. De buit was groot.

Wij  hebben  vandaag, 10 maart, van het Zweedse Roode Kruis ons cadeau gehad en dat was per persoon 8 ons wittebrood en 125 gram margarine. Het smaakte heerlijk. Je zou er je tong bij inslikken! Wij zijn er uiterst zuinig mee, elke dag nemen wij er twee sneetjes van.

De NSB burgemeester heeft vandaag 30 maart, de benen genomen.

28 april. De Duitsers zijn het hier zat. Ze rammelen van de honger. Ze vragen aan de burgers: Hoe staat de toestand? En als de burger zeg: Berlijn is omsingeld, dan wrijven de Duitsers in hun handen. Het gaat goed, zegt de Duitser dan.”

Foto: Henk van Ruiten scheef tijdens de oorlog veel meer in zijn dagboek dan hier vermeld.
Foto: Oud Lisse

 

Foto: Henk van Ruiten scheef tijdens de oorlog veel meer in zijn dagboek dan hier vermeld.

Foto: Oud Lisse

Evenementen

Niets gevonden

Uw zoekopdracht leverde helaas geen artikelen op