Berichten

Oorlogsheld Bastiaan Romeijn verdient meer aandacht

Sporen van vroeger (Lissernieuws)                                                               

27 april 2021

door Nico Groen

 Op 12 mei 1944 werd Bastiaan Romeijn gearresteerd voor zijn betrokkenheid bij de overval op het Lissese bevolkingsregister in februari van dat jaar. Gemeenteambtenaar W.L. Döll en gemeentesecretaris J.C. de Haan waren al eerder gearresteerd. Alle 3 werden overgebracht naar een concentratiekamp. Zij overleden aan de gevolgen daarvan.  Als eerbewijs kregen Willem Döll en Jan de Haan  een straatnaam toegewezen. Bastiaan Romeijn echter (nog) niet.

 

Het is belangrijk dat Bastiaan Romeijn niet in de vergetelheid raakt en dat er een tastbare herinnering komt. Een straatnaam is niet zo makkelijk omdat er al een straat vernoemd is naar wethouder Romijn,  medeoprichter en  eerste voorzitter van woningbouwvereniging Gezinsbelang. Andere mogelijkheden om Bastiaan Romeijn te eren zijn een plein, park of gebouw naar hem te vernoemen, een monument c.q. plaquette  oprichten of iets dergelijks.

Bastiaan was sinds zijn aanstelling in Lisse in juli 1940 wat werd genoemd een ‘goede’ politieman. Veel Lissese jongeren zijn door hem gewaarschuwd bij komende razzia’s of arrestaties. Hij zou dan geroepen hebben: “Jongens, allemaal opdonderen. Wegwezen, want het gaat mis”. Hij was niet bij het verzet, maar opvallend waren zijn banden daarmee wel. Daarom stond hij op ‘voet van oorlog’ met zijn NSB-chef Warmenhoven.

Overval op het gemeentehuis

Op 15 februari 1944 stonden er in het donker een man of zes van de knokploeg Post uit Rijnsburg naast de muur van het gemeentehuis van Lisse. Op dat moment arriveerde er Willem Döll, die aanklopte. Nadat de deur werd geopend door een burgerwacht, overviel de knokploeg de aanwezige ambtenaren en bewakers. Iedereen werd vastgebonden. Daarna werd het bevolkingsregister gestolen en verbrand in de stookketel van de St. Josephschool naast het gemeentehuis. Al gauw werden Döll en De Haan gearresteerd wegens vermeende medeplichtigheid. De SD vermoedde dat het doorgestoken kaart was, omdat Döll te laat was en precies op dat moment aan de deur klopte. Wachtmeester Bastiaan Romeijn werd volgens afspraak tijdens de overval neergeslagen met een gummistok om zijn medeplichtigheid te maskeren. En dat werd zo grondig gedaan dat hij ernstig gewond aan zijn hoofd was. Hij was maandenlang ziek thuis.

Bastiaan moet ervan overtuigd zijn geweest dat hij de dans kon ontspringen. Hij meldde zich in mei 1944 weer voor actieve dienst. Het staat niet vast wie hem heeft verraden, maar de familie is er altijd van uitgegaan dat dat zijn voormalige chef Warmenhoven moet zijn geweest. Warmenhoven nam hem mee naar Rotterdam. Van daaruit werd hij eerst naar Vught gebracht om op 5 september 1944 op transport te gaan naar Duitsland. Hij werd naar het concentratiekamp Sachsenhausen gebracht en van daaruit te werk gesteld in Hamburg-Hammerbrook. Hij is daar overleden door honger, uitputting en dysenterie.

Bovenstaande verhaal over de overval op het gemeentehuis en de lotgevallen van Bastiaan Romeijn, Willem Döll en Jan de Haan staan in het boekje ‘Wat toch een tijd’ van Ed Olivier. Dit boekje is te leen bij de bibliotheek van Lisse en voor leden bij de Cultuur-Historisch Vereniging “Oud Lisse”. Dit boek hoort eigenlijk iedere Lisser te lezen of in bezit te hebben om de herinneringen aan de tweede wereldoorlog levend te houden.

Foto: Het boekje ‘Wat toch een tijd’ van Ed Olivier met info over alle 60 oorlogsslachtoffers in Lisse.

 

Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”

Info@oudlisse.nl

Kleine kroniek van Lisse, 1940 tot en met 1949

Sporen van vroeger   (LisserNieuws)                                               

24 november 2020

door Nico Groen

De ‘Kleine kroniek van Lisse’ deel 5 is onlangs uitgekomen. Het is geschreven door Arie in ’t Veld. Het eerste exemplaar is op het gemeentehuis in Lisse persoonlijk uitgereikt aan wethouder Jeanet van der Laan: “Het is mooi dat dit vijfde deel van de reeks van kleine kronieken dit jaar is uitgekomen, nu het 75 jaar geleden is dat Nederland bevrijd werd”. Dit boek is voor € 12,95 te koop bij Grimbergen Boeken. Een leuk sinterklaas- of kerstcadeau.

 

Arie is heel intensief bezig geweest met dit historisch boekje, dat hem dagenlang spitten kostte in de gemeentelijke archieven, waarbij veel informatie over de oorlogsjaren en de jaren daarna naar boven kwam. Redactioneel is meegelezen door Adrie de Roon, Chris Balkenende en Koos van der Zwet. Op de voorkant van het boekje prijkt de afbeelding van de toenmalige burgemeester Van Rijckevorsel, die in de oorlog ondergedoken is geweest bij de katholieke broeders in De Engel. Na de overhandiging aan Van der Laan vertelde de wethouder dat ze zeer blij is dat dit boekje nog op de valreep van 75 jaar bevrijding is uitgekomen. Op haar vraag welke zaken hij het meest opmerkelijk vond in die jaren, antwoordde Arie dat de toenmalige concurrentiestrijd tussen Keukenhof en de Flora tentoonstelling in Heemstede hem intrigeerde en ook de komst van het ondergrondse urinoir op ’t Vierkant, waar alleen maar mannen naar toe konden en vrouwen niet.

 

Tijdsbeeld van de jaren veertig

In dit deel van de ‘Kleine kroniek van Lisse’ is getracht een tijdsdeel te schetsen.

De periode 1940 tot en met 1949 was een enerverende tijd, ook voor Lisse. De eerste vijf jaar werd natuurlijk gedomineerd door de oorlog. In het begin was er in de media, met name in Ons Weekblad weinig te merken van de oorlog, maar meer en meer werd dit blad gebruikt voor Duitse propaganda.

Ook in het dorpse leven ging aanvankelijk alles zoals het altijd ging, maar dan wel met een ‘lading’ Duitsers op diverse plekken in het dorp. Later werd het de bezetter ernst met allerlei maatregelen. De krant mocht niet meer verschijnen en er vonden in latere jaren razzia’s plaats, waardoor veel inwoners naar kampen werden afgevoerd en soms niet meer terugkwamen. Er kwam ook steeds meer verzet onder de bevolking.

 

Na de oorlog

In het boek is te lezen, dat Lisse na de oorlog de draad weer oppakte. De ondernemers gingen er weer vol tegenaan. De politiek vergaderde er weer duchtig op los. Ook de verenigingen trachtten de draad weer op te pakken, zij het moeizaam. In het boek wordt duidelijk dat er hard gewerkt werd aan het opzetten en uitbreiden van alle voorzieningen in een dorp waar het goed wonen was.

In deze editie van de ‘Kleine kroniek van Lisse’ wordt verslag gedaan van al die gebeurtenissen. Een mooi boek om eens rustig de geschiedenis van de jaren veertig te bestuderen.

De kaft van het boek ‘Kleine kroniek van Lisse, 1940 tot en met 1949’

 

Nieuw VOL-Nieuwsblad, vol met oud nieuws.

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                            

11 augustus 2020

door Nico Groen

Onlangs is weer het Nieuwsblad van de Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse” uitgekomen. Het kwartaalblad van 32 pagina’s is in full couleur op A4 formaat. Het  blad staat ook deze keer vol interessante informatie en mooie foto’s.

Anneke Ruys, dochter van de welbekende dominee van de gereformeerde kerk, hield als jong meisje in de periode 1943-1945 een dagboekje bij. Anneke publiceerde haar dagboekje in 2005 bij uitgeverij Kirja. Het boekje kreeg de titel ‘T WORDT VAST GAUW VREDE. De bibliotheek van de VOL is in het gelukkige bezit van een exemplaar. In het recent verschenen Nieuwsblad staat een samenvatting van maar liefst 3 pagina’s.

Verhalentafel

In het Nieuwsblad worden ook verhalen aangehaald, die voor de coronatijd in de Vergulde Zwaan verteld werden aan de maandelijkse verhalentafel. Aan de orde kwam bijvoorbeeld dat tijdens de oorlog veel scholen werden gevorderd door de Duitsers. Waar moest er les gegeven worden? Kinderen moesten gedurende die tijd naar andere locaties om te leren.

In een ingezonden brief beschrijft Frans Schenk hoe hij als een klein mannetje de oorlogstijd beleefde. Een verhaal zoals ze ook aan de verhalentafel worden verteld. Schuif ook eens een stoeltje aan bij de verhalentafel in de Vergulde Zwaan.

De gebeurtenissen rond het tv-spektakel ‘Spel zonder grenzen’ van de NCRV werden minutieus bijgehouden door Wilmy Hazelaar, deelneemster voor Lisse. In het Nieuwsblad vindt u een uitgebreid verhaal van haar belevenissen. Zij schonk de VOL 3 plakboeken.

Waarom de Kloppenbrug in de Achterweg-Zuid over het Mallegat zo wordt genoemd? Dat kunt u lezen in twee artikelen in de rubriek ‘Oud Nieuw’. De Kloppenbrug herinnert nog aan kloppen. Maar waarom is die plaats verbonden met kloppen en wat waren kloppen eigenlijk?

Ingebrachte schenkingen van het voorafgaande kwartaal worden ook altijd vermeld in het Nieuwsblad. Deze keer waren er een twintigtal vermeldingen, waaronder 18 foto’s van de mobilisatie en 38 ansichtkaarten.

Het Nieuwsblad is te koop voor 5 euro en te verkrijgen tijdens de wekelijkse VOL-inloop van 9.00 uur tot 12.00 uur op dinsdagmorgen in de Vergulde Zwaan, 1e Havendwarsstraat 4. Daar kan men zich ook opgeven als lid. Het lidmaatschap is 20 euro per jaar voor mensen die in Lisse wonen. Leden krijgen de 4 Nieuwsbladen dan gratis . Ook de thema-avonden zijn gratis voor leden. Een aanmeldingsformulier en informatie over de doelstellingen van de vereniging is te vinden op de website Oudlisse.nl. Ook kunt u mailen naar onderstaand mailadres.

Het nieuwste kwartaalblad van de VOL. Dit jaar wordt extra aandacht besteed aan 75 jaar vrijheid.

 

Groenten-drogerij en -inmakerij  “CODRO” en die van Leo van Grieken door  A. Raaphorst Hz

Tijdens de eerste wereldoorlog waren de bollen niets waard. Daarom werd er massaal overgegaan op het telen van groente. Daartoe had Leo van Grieken een groentedrogerij en groente-inmakerij aan de Leidsche Trekvaart. Een grote coöperatieve drogerij was Cordo, die een drogerij bij Piet Gijzenbrug had. De leden verhandelden het meeste.

Opgetekend door Arie de Koning

1 juni 2020

De Grote Europese Oorlog 1914 – 1918 heeft zeer vele wantoestanden geschapen, maar ook eveneens vele andere, betere en nieuwere dingen tot stand gebracht.  De grote tegenslag in de Bloembollencultuur heeft de kwekers er noodgedwongen toe gebracht om zich te gaan toeleggen op het telen van allerlei soorten van groenten. Het gevolg hiervan was dat vooral in het jaar 1917 bij alle kwekers alle beschikbare grond en paden met allerlei soorten groenten was beplant. Dat voor de reeds in 1916 verbazende grote hoeveelheden groenten een afzetgebied moest worden gevonden behoeft geen betoog, En dat werd dan ook gevonden, deels in het uitvoeren in versche staat naar Duitschland en deels door drogen en verduurzamen en dan uitvoeren naar alle streken der wereld. Hiervoor werden op vele plaatsen inmakerijen en drogerijen opgericht. Lisse had ook zijne eerste groente drogerij en inmakerij, die gebouwd werd aan de Leidsche Trekvaart en voor rekening van de Bloembollen Exporteur Leo van Grieken die in 1917 zelfs niet eens reizigers heeft uitgezonden om bloembollen te verkopen omdat in de groenten grote kapitalen werden verdient en doordat de bloembollenhandel nu eenmaal aan  allerlei omstandigheden  onderhevig  was.

Wegens  de door de oorlogstoestand geschapen abnormale omstandigheden voor de Bloembollen cultuur, en het feit dat door alle kwekers het telen van groenten op grote schaal in toepassing werd gebracht, werd in het voorjaar van 1917, op initiatief van eenige kwekers opgericht: De Eerste Coöperatieve Groenten – drogerij –  Inmakerij en Handel  voor de Bloembollenstreek: “CODRO”  Deze Vereniging stelde zich ten doel om de door de bonafide bloembollenkwekers  geteelde groenten  langs Coöperatieve weg te drogen, in te maken  of in versche staat te verhandelen. Van deze Vereniging konden alleen diegene lid worden die het bloembollen kwekersbedrijf als hoofdbedrijf uitoefenden. Het bestuur van deze Vereniging met de Heer Krelage aan het hoofd verkreeg van de Minister van Landbouw het voorrecht, dat voor de leden van Codro, inzake de uitvoer der groenten zeer gunstige bepalingen werden gesteld. De Minister stelde zijnerzijds de bepaling dat Codro zich ten doel stelde de instandhouding van het bloembollen bedrijf. Alleen op deze voorwaarde beloofde de Minister gunstige bepalingen omdat hij zich alleen dan kon verantwoorden tegenover andere groentetelers die geen lid konden worden van Codro. Tegenover de kritiek die deze bevoorrechting heeft ondervonden van de zijde der andere groentetelers, is het goed dat dit geschreven wordt, anders zouden niet ingewijden ook tot de conclusie komen dat de Minister werkelijk de een bevoorrechtte boven de ander. Deze bevoorrechting bestond hieruit dat de Leden van Codro van elke soort groente een groter percentage voor de export mochten verkopen dan de niet leden. Bij voorbeeld de groene uien mochten voor 100% door Codro uitgevoerd worden en door niet leden maar 60%. Men zou algemeen verwachten dat alle bollenkwekers direct lid van Codro zouden worden, maar dit was lang niet het geval.  Doordat de oprichting van Codro voor de particuliere handelaars en exporteurs in groenten een strop was behoeft geen betoog en door dezen zoveel mogelijk werd afgetakeld. Het gevolg was dat vele kwekers zich lieten ompraten en geen lid werden, voor al niet omdat er nogal enig financieel bezwaar aan was verbonden, want de leden van Codro moesten voor elke hectare die zij in cultuur hadden een aandeel nemen van ƒ100,- en voor elke hectare bovendien een contributie betalen van ƒ5,- en voor elke hectare ƒ1,50 voor registratie. Op de aandelen behoefde echter voorlopig maar ƒ25,- per aandeel gestort te worden waarvoor een rente vergoed werd van 5%. Toen men echter zag welke voordelen het lidmaatschap van Codro direct afwierp, werd de toeloop groter zodat wij op het ogenblik (1917) gerust durven veronderstellen dat minstens 95% van de kwekers als leden zijn toegetreden. Door Codro werd ene eigen groenten-drogerij en inmakerij gesticht aan de Piet Gijzenbrug, terwijl zij tal van andere drogerijen heeft gecontracteerd voor het drogen van de groenten van de leden. Behalve voor verschillende soorten van groenten hebben de leden van Codro zich ook verplicht om de Bloembollen voor abnormaal gebruik, bijvoorbeeld voor veevoeder alleen te verkopen door middel van Codro, om te voorkomen dat deze bollen als veevoeder in het buitenland verkocht niet als normaal gebruik worden gebezigd en zo een hogere prijs af te kunnen bedingen. Van de handel in bloembollen voor abnormaal gebruik is intussen niet veel terecht gekomen, omdat de Minister van Landbouw de uitvoer van Hyacinten, Tulpen en Krokussen voor abnormaal gebruik niet heeft toegestaan en deze bestemd moesten blijven als veevoeder voor het binnenland. Dit was voor de bollenkwekers een grote tegenvaller omdat de prijzen in het binnenland minstens 50% lager waren als de prijzen die in het buitenland konden worden bedongen. Alleen Narcissen konden worden uitgevoerd maar hiervoor kon weer geen vervoer worden gesteld. Door een bloembollenfirma in Lisse, de Gebr. Rijnveld, werden de Narcissen opgekocht voor 4ct per kilo waarna deze firma deze bollen verwerkte in stijfsel en lijm. Maar ook deze handel moest worden stopgezet omdat het Rijks Kolen bureau voor dit bedrijf geen brandstof ter beschikkeng kon stellen. De Heinrich Riesen die door de kwekers in grote hoeveelheden voor zaad werden geteeld en in het buitenland konden worden verkocht voor ƒ200,- per 100 kilogram, moesten echter aan de regering worden afgestaan voor ƒ50,- per 100 kilogram.  Het heeft lang geduurd voor de teelt en verkoop van bloembollen zich had hersteld.

Bron:

Arie Raaphorst Hzn. Boek No.172 A breed

         Bibliotheek Vereniging Oud Lisse

Interview met Kraak, hoofd van het verzet in Lisse

Sporen van vroeger  (LisserNieuw)                                                

19 mei 2020

 door Nico Groen

Dierenarts J. Kraak was het hoofd van het verzet in Lisse en tevens het Lisser hoofd van de BS (Binnenlandse Strijdkrachten). Kraak werd vlak na de bevrijding geïnterviewd. In het boek ‘Een Bollendorp bezet’, uitgegeven in 1990, van Herman van Amsterdam en Peter van der Voort, over de oorlogsjaren in Lisse staat dit interview vermeld. Het is een interessant boek vol verhalen over de oorlog met prachtige foto’s. Hieronder staat een weergave van dit interview.

Tot nu toe zijn er zo’n 50 à 60 NSB’ers en andere landverraderlijke mensen in Lisse in arrest genomen. Zij worden vast gehouden totdat bevelen van hoger hand afkomen wat er verder met hen moet gebeuren. De arrestaties hebben een vlot verloop gehad. Niemand heeft zich verzet. Ondergedoken NSB’ers komen tevoorschijn en melden zich vaak in andere gemeenten. Zo kwamen er gisteren 2 NSB’ers, een vader en dochter uit Wieringen zich in onze gemeente melden.

Moffenmeiden

Enkele kwajongens die aanleiding gaven voor een onrustige stemming in de gemeente werden eveneens vast gezet.  Deze hadden zich namelijk schuldig gemaakt aan het afknippen van het haar van meisjes, die contact met de vijand hadden gehad. De gevallen van haarknippen, die zijn voorgekomen zijn dan ook buiten verantwoordelijkheid van de BS. De leiding van de BS wil dat absoluut correct maar streng zal worden opgetreden. En dat we ons niet verlagen tot het peil van de mensen, die we hier gehad hebben.

Het ligt wel in de bedoeling om de ‘moffenmeiden’ vast te zetten, al was het slechts uit hygiënisch oogpunt. Zij hebben zich ernstig misdragen en onze diepste gevoelens grof beledigd. Een bepaalde categorie meisjes die omgang met de vijand hadden zal niet worden opgehaald. Dit betreft meisjes, die aan het begin van de oorlog in hun overmoed contact hadden met de vijand. Echter daarna van dergelijk onbesproken gedrag waren zodat zij zich volkomen hebben gerehabiliteerd.

Zwarthandel in tabak en alcohol is niet erg daar het hier immers een genotmiddel betreft en deze in de hand gewerkt werd door degenen, die hun eigen lusten niet meester zijn.

Aanmeldingen over personen die zich onvaderlandslievend gedragen hebben, moeten als volgt geschieden: schriftelijk en ondertekend. Later moet de verklaring onder ede kunnen worden bevestigd. Vanzelfsprekend wordt niet afgegaan op geklets, waarbij persoonlijke vetes vaak een niet onbelangrijke rol spelen.

Kroniek van de week

Dierenarts J. Kraak woonde aan de Achterweg. Foto uit het boek ‘Een Bollendorp bezet’,

In de ‘Kroniek van de week’ van 29 mei 1945 werd melding gemaakt van een bijeenkomst van 28 mei in Rehoboth van oud-illegale werkers uit Lisse. De moeilijkheid was  om na 5 jaren weer ‘uit de illegale huid te kruipen’. Er moest een vertrouwensraad komen, die de gemeente kon adviseren. De namen van de personen, die het vertrouwen bleken te bezitten van de gehele illegaliteit van Lisse werden voorgelezen: J. Kraak, J. J. Bos, J. Wevers, W. Montagne, L. van Rooijen, M. Vermeer, J. G. Snel, Kapelaan Schoonebeek, K. Hoes en H. D. Landwehr Johann.

 

Het oorlogsdagboek van Henk van Ruiten (3)

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

 5 mei 2020

door Nico Groen 

In de vorige columns werd het dagboek van Henk van Ruiten tot 1 mei 1945 weergegeven. Hieronder volgt het derde deel van zijn dagboek. Het is getranscribeerd door Erwin de Mooij. Het is ingekort en bewerkt door wijlen Hans Smulders. Hierna leest u een aantal stukjes uit het dagboek na 1 mei 1945.

“1 Mei: Hitler is dood (Een groot vuiltje uit de tuin is opgeruimd).

Op 4 mei was ik thuis. Het werd negen uur. Een rumoer op straat! Ik zeg: Ik geloof vast dat wij vrij zijn. Ik ging de weg op en, jawel, het was om kwart voor negen doorgekomen dat Nederland vrij is. HOERA! HOERA!

De andere morgen vroeg naar de Kerk om God  te danken voor het behoud van ons Vaderland en voor mijn eigen leven. De Kerk was om half zeven stampvol. Alle mensen zijn zo blij! Vandaag werd ik geroepen door een van de meisjes bij wie mijn zus dient. Of ik zo goed wilde zijn om de fietsen in orde te maken. Had ik me daar 4 fietsen op te knappen! Henk aan het werk, dat begrijp je. Ik had het best van eten en drinken en roken en toen ik klaar was, kreeg ik een worstje en een klein roggebroodje en een paar kilo erwten. Ik was de prins te rijk en ik was blij dat ik voor thuis wat mee kon brengen. Moeder was groos, toen ik het haar gaf . We hebben die avond pannekoek gegeten en een vooroorlogse wijn gedronken. Daar kun je beter op slapen. Ik heb vandaag mijn nieuwe fiets weer gebruikt. Hij glimt nog schitterend: je kwijlt ervan!

De Lissese burgemeester en de ambtenaren zijn vandaag ook weer boven water gekomen.
Verder vlagt heel Nederland (Rood-Wit-Blauw) en mag in Duitsland de vlag halfstok.

De ondergrondse staat hier op wacht. De Duitsers zijn gisteravond om 10 uur weggegaan. Ze waren erg kalm, maar vanmorgen (6 mei) zijn er auto’s voorbij gekomen met furieuze Duitsers erin en maar schieten in het wilde weg.

NSB’ers en moffenmeiden

De NSB’ers van Lisse zijn vandaag (7 mei) opgehaald, vrouwen en kinderen ook. En de moffenmeiden hebben ook een baard gehad. Die zijn kaal geknipt. Laat ie goed zijn!!!

s ’Avonds  8 mei was er muziek door het dorp en iedereen liep mee. Wij hadden de grootste lol, dat begrijp je. Wij liepen door elke straat en als wij bij een huis kwamen waar een moffenmeid woonde, dan riepen wij allemaal: ‘Kaal, kaal, kaal!’ En bij het huis van een NSB’er: ‘Hooi, hooi, hooi!’ Het was prachtig weer. Leve de vrijheid. Leve de Koningin!

Op 12 mei was er een gekostumeerde optocht door het dorp met vreugdevuren en vuurpijlen. Het krioelde van de mensen in Lisse. Vandaag hebben we voor het eerst wat gehad van de vliegtuigen: margarine, wat eigeel, wat echte chocoladetabletten en een blik met spek. Het was heerlijk!

Vandaag, 20 mei, is het Pinksterfeest  met prachtig weer. Ik ben erg nieuwsgierig hoe jullie in Weert het maken. Hier eindigt mijn dagboek. Het offer heb ik volbracht. Ik hoop dat jullie kunt begrijpen wat wij in Lisse meegemaakt hebben.”

 

Henk van Ruiten scheef tijdens de oorlog veel meer in zijn dagboek dan hier vermeld.   Foto: Oud Lisse

Het oorlogsdagboek van Henk van Ruiten (2)

Sporen van vroeger (Lissernieuws)                                                           

21 april 2020  

 door Nico Groen

In de vorige column werd het dagboek van Henk van Ruiten tot 31 december 1944 weergegeven. Hieronder volgt het tweede deel van zijn dagboek. Het is getranscribeerd door Erwin de Mooij. Het is ingekort en bewerkt door wijlen Hans Smulders. Hierna leest u een aantal stukjes uit het dagboek tussen 1 januari en 1 mei 1945.

 

“Begin januari hangen er bulletins aan de muren: mannen tussen 16 en 40 jaar moeten zich komen melden. De volgende morgen hangt er een blaadje onder van de verzetsbeweging, dat je je niet moet melden. Op weg naar mijn werk hoorde ik, dat de burgemeester en de ambtenaren met de burgerpapieren ondergedoken zijn.

Op 12 januari was het een rustige dag, met angst. De burgers mogen niet meer in het Keukenhofbos bomen omhakken. De SS houdt de wacht. Je mag ook geen bomen omzagen in de straten. Als de Duitsers het zien, krijg je zonder pardon de kogel.

 

Wij hebben bloembollentaart gegeten. Het viel mij honderd procent mee. Het is machtig, en voedzaam. De taart is op zijn lekkerst als hij koud is. Het is hier winterweer met sneeuw. Ik ben nu en dan op de weg, dan weer thuis aan het zagen en als het me te koud is, heb ik schrijfwerk of leeswerk of bollen schoonmaken voor de bollentaart. Die smaakt beter dan pulppannekoek of pulpbrood. Die heb ik vandaag ook gegeten, maar dat is geen eten. Ik word niet goed van binnen en ik moet er ’s nachts mijn bed voor uit om naar nummer 100 te lopen. Geef mij maar een Weerter Vlaaitje!

Vandaag 8 februari ben ik  thuis aan het delven in de grond. Dat valt niet mee op de 900 gram brood per week. ’s Avonds ga je naar bed met een waterbuik van de aardappelen. Je moet er 3 a 4 keer uit bed. Je wordt er beroerd van.

 

7 Maart. Er is razzia in Lisse. Ik was om 7 uur de deur uitgegaan, naar de Kerk, want het was Sint Jozefdag. In de Kerk werd gewaarschuwd. Ik bleef tot het einde van de mis en toen ging ik er uit. Maar het was niet gunstig, ze hadden al wat jongens te pakken! Ik ging de Kerk weer in en toen kwam er een kapelaan naar mij toe en die zei: Ga naar de toren! Ik ging naar de toren en daar waren meer jongens. Op het eind zaten wij met zijn zessen in de toren. Een prachtig uitzicht. Je zag de floeperts op de straat lopen, maar zij zagen ons niet. Thuis wisten ze dat ik in de Kerk zat. Ik heb van 8 uur tot 5 uur in de toren gezeten! De Duitsers hebben een heleboel fietsen, frames, banden en onderdelen meegenomen. De buit was groot.

Wij  hebben  vandaag, 10 maart, van het Zweedse Roode Kruis ons cadeau gehad en dat was per persoon 8 ons wittebrood en 125 gram margarine. Het smaakte heerlijk. Je zou er je tong bij inslikken! Wij zijn er uiterst zuinig mee, elke dag nemen wij er twee sneetjes van.

De NSB burgemeester heeft vandaag 30 maart, de benen genomen.

28 april. De Duitsers zijn het hier zat. Ze rammelen van de honger. Ze vragen aan de burgers: Hoe staat de toestand? En als de burger zeg: Berlijn is omsingeld, dan wrijven de Duitsers in hun handen. Het gaat goed, zegt de Duitser dan.”

Foto: Henk van Ruiten scheef tijdens de oorlog veel meer in zijn dagboek dan hier vermeld.
Foto: Oud Lisse

 

Foto: Henk van Ruiten scheef tijdens de oorlog veel meer in zijn dagboek dan hier vermeld.

Foto: Oud Lisse

Bij de voorplaat: herdenking bevrijding

De voorplaat laat net even wat meer vlagvertoon zien dan anders vanwege het feit dat we dit hele jaar 75  jaar bevrijding vieren en herdenken. Oranje bovenaan, dat is logisch, dan onze nationale driekleur, vonder onze Lissese kleuren.
De vier nummers van 2020 zullen deze feestelijke kleuren dragen. Het wordt een jaargang met een vrijheidstintje. In elk nummer komt een verhaal dat iets vertelt over die nare vijf jaar bezetting in ons dorp. Gelukkig ging dit ook voorbij. Wat een vreugde gaf dat in de harten van onze dorpsgenoten van toen. Sommigen van onze lezers hebben nog meegemaakt dat bijna alle inwoners van Lisse langs de Heereweg uitgelaten stonden te zwaaien naar de bevrijders. Vlaggen kwamen weer te voorschijn uit de mottenballen en wapperden weer vrij en vrolijk in een lentebriesje. Eindelijk weer luchtigheid, vrijheid om te zeggen wat je denkt. Ook de stilte van herdenken hoort hierbij.

Bevrijding

Het oorlogsdagboek van Henk van Ruiten (1)

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                             

7 april 2020

door Nico Groen 

Henk van Ruiten was aan het begin van de hongerwinter (1944) een jongeman van 25 jaar. Hij woonde nog bij zijn ouders en zijn halfbroer Koos in de Wagendwarsstraat, tegenover De Taveerne. Vanaf november 1944 tot aan de bevrijding in mei 1945 hield Henk een dagboek bij.

Hij verhuisde in 1977 naar Nederweert bij Weert in Midden-Limburg. Daar had hij in 1939 zijn mobilisatie doorgebracht en in die tijd veel vrienden opgedaan. Hij woonde er tot aan zijn overlijden in 1998. Zijn executeur testamentair stuurde het dagboek naar het Gemeente Archief van Lisse. Een medewerker van dit archief, Erwin de Mooij, maakte een transcriptie van de oorspronkelijke tekst. Die was sterk fonetisch  geschreven omdat Henk niet had doorgeleerd. Het Nieuwsblad van de VOL van april 2005 publiceerde dit dagboek dat Van Ruiten schreef voor zijn Limburgse vrienden. Het is ingekort en bewerkt door wijlen Hans Smulders en Hier onder leest u een samenvatting van het gedeelte vanaf het begin van het dagboek tot 31 december 1944.

Geen stroom meer

Op 21 november 1944 heeft heel  Zuid- en Noord-Holland en Utrecht al dagen geen licht meer. Ook wij hebben geen licht meer. Je zit te turen en te gluren bij een klein petrolie-lampje. Een gezellige tijd voor de jongelui, die er een vrijer op na houden. Die kunnen nu scharrelen in het duister. Ik heb wat gepraktiseerd en op mijn slaapkamer een jampotje vol gedaan met water en op het water heb ik fietsenolie gegoten met een drijvertje erop. Dat gaat best. Het rookt wel wat, maar dat mag hem niet hinderen.

Vandaag 25 november heeft het bij ons in de buurt gespookt. Een paar dagen eerder wisten wij dat er in de Bollenstreek een razzia gehouden zou worden. ’s Morgens om 5 uur hoor ik een leven op de straat! Het ritselde van de Duitsers. Ik uit bed en iedereen wakker gemaakt. Gauw aangekleed. Ik had de avond tevoren de schuur achter in de tuin opengemaakt. Daar kon ik nog in komen. Ik deed de deur achter mijn hielen op slot. Naar mij konden ze fluiten.

Geen eten meer te koop

Vandaag op 4 december waren de Duitsers ’s avonds weer bezig. Ze hadden gefuifd en je begrijpt een heel beetje teveel gedronken. Ze schoten op een dame in een hoedenwinkel dwars door de winkelruit en op het Vierkant op een elektrische klok, enzovoort. Ze moesten de andere dag toch naar het front. De volgende dag zijn ze uit Lisse en omstreken vertrokken. God zij dank! Het was me een roversbende! Tot nu toe heb ik mijn fietsen nog. Allebei!

Wat is er toch een armoe en een hongersnood! De mensen uit de stad lopen de deur plat om eten. Ze hebben van alles bij zich om te ruilen voor voedsel, maar bij ons is het hopeloos, je kunt niets kopen, maar dan ook niets!

Op 31 december werd in alle Kerken een brief voorgelezen over hongersnood in de steden en over de zwarthandelaren. Onmenselijk. Het oude en het nieuwjaar hebben wij niet gevierd. Er is tegenwoordig toch niets aan, de moed raakt uit de mensen.

Foto: Henk van Ruiten scheef tijdens de oorlog veel meer in zijn dagboek dan hier vermeld.
Foto: Oud Lisse

Overval op het gemeentehuis

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                                           

24 maart 2020

 door Nico Groen                                                          

Vanwege 75 jaar bevrijding komt deze keer de overval op het gemeentehuis van Lisse op 15 februari 1944 aan de orde. Burgemeester Van Rijckevorsel werd steeds meer onder druk gezet door de Duitsers om gegevens uit het bevolkingsregister te overhandigen. Zij hadden namelijk jonge mannen nodig in Duitsland in verband met tekort aan arbeiders daar. Het zou goed zijn om dit register te laten verdwijnen, zoals het verzet op veel plekken in Nederland deed.

De Landelijke Knok Ploeg van Post

De opmerkingen van de burgemeester kwamen via via ter ore van de Landelijke Knok Ploegen (LKP). De Groep van Johannes Post, die vanuit Rijnsburg opereerde, besloot het bevolkingsregister van Lisse te verdonkeremanen. Op 15 februari 1944 stonden er ’s avonds  een man of zes van zijn ploeg tegen de muur van het gemeentehuis in de buurt van de ingang.

Daarbinnen werd zoals gewoonlijk overgewerkt. Twee ambtenaren waren al binnen en een derde moest nog komen. De bewaking van het gemeentehuis was in handen van een burgerwacht, H. Grimbergen, en opperwachtmeester van de gemeentepolitie, Bas Romeijn. De derde ambtenaar, Willem Döll wilde het gemeentehuis binnengaan. De burgerwacht opende de deur voor hem. Vlak achter hem drongen de mannen van Post naar binnen en bedreigden de bewaker en de ambtenaar. Ook de opperwachtmeester Bas Romeijn werd in de bodekamer gevangen genomen en volgens afspraak in elkaar geslagen. Hij had namelijk zijn medewerking gegeven aan de overval. De overvallers gingen nu naar de secretarie, waar de 2 ambtenaren aan het werk waren. Iedereen werd vastgebonden. Het bevolkingsregister werd in zakken gepropt. De zakken werden naar buiten gesleept naar de ruimte van de centrale verwarming van de Josephschool vlak bij het gemeentehuis en daar opgestookt.

Bovenstaand verhaal wordt levendig beschreven in een roman van Anne de Vries, ’De levensroman van Johannes Post’. Post werd na de oorlog postuum geëerd.

De overval op het bevolkingsregister van Lisse heeft vele levens gered door op het nieuw opgezette register vele niet-bestaande ouderen, weduwen en kinderen te zetten, die in aanmerking kwamen voor distributiekaarten en -bonnen. De bonnen werden gebruikt om onderduikers in Lisse, Sassenheim en Hillegom van voedsel te voorzien.

 Dramatische gevolgen

Dezelfde nacht verscheen de Sicherheitsdienst in het dorp. Die vermoedde dat het een doorgestoken kaart was en ambtenaren werden van hun bed gelicht.

Als gevolg van deze overval werden gemeentesecretaris Jan de Haan, politieambtenaar Bas Romeijn en gemeenteambtenaar Willem Döll opgepakt en naar een concentratiekamp overgebracht. Aan de gevolgen daarvan zijn zij overleden.

In De Engel zijn twee straten naar hen vernoemd, de J.C. de Haanstraat en de W.L. Döllstraat. De Romijnstraat in het buurtschap is vernoemd naar Piet Romijn, de eerste voorzitter van woningbouwvereniging Gezinsbelang en wethouder en dus niet naar Bas Romeijn. De initiatiefgroep Herinneringsboek Lissese Oorlogsslachtoffers spant zich nog steeds in om in Lisse straatnamen naar Bas Romeijn en andere oorlogsslachtoffers vernoemd te krijgen.

Foto: De gegevens over de overval komen uit het boek ‘Wat toch een tijd’ van Ed Olivier
Foto: Nico Groen

 

 

 

Evenementen

Niets gevonden

Uw zoekopdracht leverde helaas geen artikelen op