Berichten

Herinneringen aan de hongerwinter

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

door Nico Groen

11 februari 2020

Het Nieuwsblad is het kwartaalblad van de VOL. Leden krijgen dit blad 4x per jaar gratis. In het Nieuwsblad van april 2009 heeft Henk Schalk (nu 91 jaar) zijn herinneringen aan WOII opgeschreven. Henk was bakkerszoon.

De bakkerszaak stond tijdens de oorlog op de hoek van de Kanaalstraat, waar nu de winkel met elektronische apparatuur van Van der Reijden staat. Een gedeelte van Henks herinneringen aan de hongerwinter van 1944 worden hieronder weergegeven. “Eten, brandstof, kleding, eigenlijk alles werd al gauw gerantsoeneerd en kwam ‘op de bon’…. Voor de middenstand was de voedselvoorziening een ramp. Bij onze bakkerszaak moest de klant voor ieder broodje distributiebonnen inleveren. Die kregen ze bij het distributiekantoor op de Heereweg voor een bepaalde periode. Vervolgens werd voor de week van de zoveelste tot de zoveelste van de maand in de kranten aangegeven welke bonnen er geldig waren. En zo zat de familie Schalk de hele zaterdagavond bonnen te plakken op opplakvellen. Die moesten worden ingeleverd bij het distributiekantoor en daarvoor kreeg je dan coupures waarmee je bij de meelhandel balen meel kon kopen. Al gauw werd de kwaliteit van het meel miserabel, want er werd van alles doorgemengd, zoals erwtenmeel en roggemeel. Er was geen brood van te bakken. De mensen die aan tarwemeel wisten te komen kwamen dat bij ons inleveren en later hun brood afhalen.

Eind 1944 kregen de kleinere bakkers geen brandstof meer om in hun eigen bakkerij te blijven bakken. Zo moesten wij en bakker Schakenbos bij de Protestantse Coöperatie op “De Gracht” intrekken. Totdat er bijna niets meer was en de mensen broodblikken kwamen brengen waarin deeg kon zitten van roggemeel, gemalen spinaziezaad, tulpenbollen, pulp van suikerbieten en nog meer ellende. En dat in allerlei formaten zodat de bakker de grootste exemplaren achter in de oven moest schuiven, omdat die het laatst gaar waren. We hebben wel meegemaakt dat de klanten een stok op de bodem van het blik gelegd hadden om te controleren of het echt wel hun deeg was en of er niets was afgehaald. Ook wel dat ze een aantal bonen in het blik gelegd hadden “.

Duitsers hadden wel meel

“Met Kerstmis 1944 kwam een Duitse militaire bakker koek bakken bij de Coöperatie, onder begeleiding/controle van een sergeant… Een levensgrote bol koekdeeg lag op de werkbank. Toen de eerste plaat koek uit de oven kwam kreeg de sergeant er één van. “Hmm, schmeckt gut”. Maar de bakker bromde : “Mit Eier wäre`s besser gewesen”. En dat terwijl de bevolking hongeroedeem had. Thomas Gort uit de Beatrixstraat wachtte tot bakker en sergeant even in het magazijn waren, kneep een groot stuk koekdeeg van de berg af, stopte het weer netjes toe en verborg het in zijn tas. Toen de Duitsers klaar en weg waren zei hij tevreden : ‘Ziezo, nou ga IK koek bakken’. Link genoeg, want dat was stelen van legervoorraden!

De honger was groot. Ik meen dat het rantsoen in de hongerwinter (december ’44-maart ’45) een roggebrood van 800 gram per persoon was voor een hele week en dat terwijl er verder nagenoeg niets was.”

Foto: Met een distributiekaart en -bonnen kon allerlei voedsel en goederen worden aangeschaft.
foto: Nico Groen

Het verzet in Lisse was gedisciplineerd

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

door Nico Groen

28 januari 2020

Ter gelegenheid van 75 jaar bevrijding gaat deze column over het verzet in Lisse. Aan het illegale krantje in Lisse, De Oranjekoerier, dat vanaf 24 oktober 1944 dagelijks verscheen is al eerder aandacht besteed. Maar dat was niet het enige wat het verzet deed. Dat er in Lisse betrekkelijk weinig gewelddadigheden tegen de Duitsers werden gepleegd, was te danken aan het beleid, de organisatie en de discipline van het verzet in Lisse.

Door vele verzetseenheden in Nederland werden Duitsers, gebouwen en munitieopslagplaatsen aangevallen. Het gevolg was nogal eens dat als vergelding willekeurige bewoners voor het vuurpeloton terecht kwamen. Dat was in Lisse nauwelijks aan de orde. In een interview met de gebroeders Montagne, opgetekend door Ed Olivier en Arie in ’t Veld in het boek ‘Verhalen uit een vorige eeuw’, verschenen in 2000, kwam naar voren dat het verzet in Lisse zo mogelijk in stilte werkte. De Duitse  bezetter werd zo weinig mogelijk geprovoceerd.

In het interview staat dat het er in de Haarlemmermeer aan de andere kant van de Ringvaart heel anders aan toe ging. Er woedden hele veldslagen tussen de Haarlemmermeerse knokploegen en de Duitse Sicherheitsdienst. Op een gegeven moment wilde het Haarlemmermeerse verzet een wapendepot in Keukenhof overvallen. Wietse Montagne: “We zeiden tegen Kraak, het hoofd van het verzet in Lisse, dat we dat tot elke prijs moesten zien te voorkomen. Straks gaan er hier tientallen mensen tegen de muur. Zo’n overval zou zinloos zijn geweest en in militair opzicht van geen enkele betekenis”. De overval ging daarom uiteindelijk niet door.

 

Distributiebonnen.

In den lande werden veel distributiekantoren overvallen. Met alle negatieve gevolgen zoals represailles voor de bevolking.  Deze overvallen gebeurden om distributiebonnen te verkrijgen voor de vele onderduikers. De distributiekaarten en -bonnen werden in het leven geroepen vanwege de schaarste aan van alles en nog wat. Dit om een eerlijke verdeling van goederen en voedsel over de bevolking te krijgen en hamsteren tegen te gaan. Distributiekaarten werden alleen uitgereikt aan mensen met een persoonsbewijs, afgegeven op het gemeentehuis. Onderduikers kwamen daar natuurlijk niet voor in aanmerking.

 

In Lisse werd het distributiekantoor niet geplunderd, maar werd op een heel andere manier aan bonnen gekomen. Bij 2 overvallen op het gemeentehuis werd de burgerlijke stand weggehaald. Wietse: “Ik werd door burgemeester Van Rijckevorsel ‘gevorderd’ om de bevolkingsboekhouding opnieuw op te zetten…. Het is schitterend gelukt allemaal. De burgemeester bemoeide zich er verder niet mee. We hebben er allerlei gezinnen bij zitten verzinnen. ’t Liefst natuurlijk allemaal weduwen met alleen dochters. Voor Lisse, Hillegom en Sassenheim hebben we ongeveer duizend distributiekaarten illegaal kunnen verstrekken. Het was allemaal illegaal legaal”. Met deze distributiekaarten kon men bij het distributiekantoor steeds distributiebonnen ophalen. Overvallen op het distributiekantoor waren dus helemaal niet nodig. Lisse had het geluk dat de burgemeester en de ambtenaren de andere kant op keken. Dat was in andere gemeentes wel anders.

Foto: Dit boek ‘Verhalen uit een vorige eeuw’ kan worden geleend of ingezien tijdens de inloop op dinsdagmorgen in de Vergulde Zwaan.
Foto: Nico Groen

75 jaar geleden geen Oranjekoerier door razzia’s

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)

door Nico groen

14 januari 2020

 Het illegale krantje in Lisse, De Oranjekoerier, verscheen vanaf 24 oktober 1944 dagelijks behalve op zondag. Het bevatte over het algemeen informatie over de diverse fronten in Europa, waar werd gevochten. Halverwege januari 1945, precies 75 jaar geleden, was het echter te gevaarlijk om het krantje rond te brengen in verband met de aanhoudende razzia’s door de Duitsers.

 

Alle inwoners van 16 tot 40 jaar waren per 1 januari 1945 dienstplichtig voor de “Arbeitseinsatz”. Mannen in die leeftijdscategorie  moesten zich melden bij de Duitsers. Er waren in Duitsland namelijk veel te weinig arbeiders voor de fabrieken. Het gebod werd echter massaal overtreden. Om toch aan voldoende arbeiders te komen, besloot men razzia’s te houden en de overtreders naar Duitsland te sturen.

 

Op 20 januari 1945 verscheen er weer een Oranjekoerier. Het was nummer 71 met onder andere de volgende tekst:

“Zoals de lezers begrepen zullen hebben, kon de Oranjekoerier in verband met de razzia’s, die gedurende de afgelopen week in de Bollenstreek gehouden werden, enkele malen niet verschijnen. De voorzichtigheid gebood zulks. Het verheugt ons thans weer met een nummer te kunnen uitkomen, temeer daar het nieuws zo buitengewoon goed is. Niettemin blijft de mogelijkheid bestaan, dat ons blad in de naaste toekomst niet meer elke dag zal kunnen verschijnen. Dit zal geheel van de omstandigheden afhangen. Wij zullen echter ons uiterste best doen de lezers zo regelmatig mogelijk met het nieuws op de hoogte te houden….. Hoe lang zal Duitsland de stormloop der geallieerde legers nog kunnen weerstaan? Wij weten het niet, maar wel weten wij, dat zijn kracht gebroken is. Doch voordat dit monster zieltogend terneder ligt, kunnen zijn stuiptrekkingen nog heel lastig en gevaarlijk zijn. Ook voor ons. De slavenjachten der moffen zijn er een bewijs van.”

Van  razzia’s in januari 1945 hebben we wat Lisse betreft verder geen informatie gevonden, maar bijvoorbeeld wel van  razzia’s in Hillegom, Warmond, Leiden en Gouda. Dat er wat  Lisse betreft nu zo weinig bekend is over deze razzia’s, was gebaseerd op het succes van het goed lopende waarschuwingssysteem via afgeluisterde telefoongesprekken. Men werd steeds bijtijds gewaarschuwd.

Wat toch een tijd

In Hillegom werd op 19 januari een razzia gehouden. Volgens het boekje “Wat toch een tijd” van Ed Olivier kwam hierbij Lisser Aart van Dijk om het leven. Deze bakkersknecht vluchtte het bollenland in, maar werd neergeschoten. Op weg naar het ziekenhuis in Haarlem overleed hij. Bij een razzia  op 13 en 14 januari  werden ongeveer 300 mannen opgepakt in Leiden en omgeving. Op vluchtelingen werd met scherp geschoten. Er waren tenminste 2 doden en 6 gewonden. Dezelfde Duitsers kwamen op 15 januari in Warmond in actie. Ongeveer 30 jongens werden afgevoerd. Ook in Gouda werd ongeveer 300 mannen opgepakt.

(Het telefonisch afluistersysteem werkte op 7 maart 1945 niet. Er werden 40 mannen in Lisse opgepakt).

Foto: Het oude Post, Telefoon en Telegraafkantoor op de hoek Kanaalstraat/Heereweg,
Foto: Oud Lisse

Eerste Oranjekoerier werd 75 jaar geleden gemaakt.

In de herfst van 1944 wordt de behoefte aan informatie van de geallieerden over het front  steeds groter in Lisse. Besloten werd iedere dag een illegaal krantje op christelijke grondslag te stencillen bij met de naam Oranjekoerier. Nummer 1 kwam op 24 oktober uit.

Sporen van vroeger (LisserNieuw)                                                           

22 oktober 2019

door Nico Groen

   

In de herfst van 1944 zijn vele Lissers in het ongewisse over het verloop van de oorlog. Zijn de geallieerden aan de winnende hand of lijden ze gevoelige verliezen en raken zij steeds meer terrein kwijt? Die onzekerheid was een goede reden om een illegaal blad te maken: de Oranjekoerier.

In de herfst van 1944 wordt de behoefte aan informatie van de geallieerden over het front  steeds groter, omdat in Lisse veel radio’s zijn geconfisqueerd door de Duitsers of omdat men niet meer durfde te luisteren naar Radio Oranje. Bovendien valt de stroom op diverse plaatsen in Lisse geregeld uit. Daarom komen in de Schoolstraat ten huize van de familie Montagne enkele Lissers bij elkaar om na te denken over een illegaal krantje. De initiatiefnemers zijn Jan Montagne jr., Wietse Montagne, Marius Montagne, Leo van Rooyen en Max Vermeer, zoon van de bakker. Marius Montagne is later directeur van bollenveiling HBG geworden. Onlangs vierde hij zijn honderdste verjaardag.

Illegale krant

Besloten werd iedere dag een illegaal krantje op christelijke grondslag te stencillen bij met de naam Oranjekoerier. In de woning op zolder aan de Schoolstraat was een radio aanwezig, die Radio Oranje uit Londen kon ontvangen. Daar werd iedere avond om 20.00 uur naar de dagelijkse uitzending met nieuws van het front geluisterd. Tijdens de uitzending maakte Marius aantekeningen in steno. Na de uitzending werd het geheel, uitgewerkt en getypt door Marius en Wietse, direct weggebracht naar bakker Vermeer, daar gestencild en vervolgens rondgebracht bij de bezorgers. Na enige tijd was de oplage maar liefst 1500 exemplaren. Tot na de bevrijding werd er iedere dag, behalve op zondag, zo’n illegaal krantje van 1/2, 1 of 2 pagina’s gemaakt.

Het eerste nummer van de Oranjekoerier van 24 oktober 1944 begint als volgt:

“Nr      1                                                                     24 october 1944

BIJ HET EERSTE NUMMER

Moge de drastisch gerantsoeneerde, of de hier en daar reeds geheel stop gezette gas- en electriciteitsvoorziening ons reeds zwaar hebben getroffen in onze voedselbereiding, verlichting en verwarming, niet minder rampspoedig is het feit, dat hierdoor ons enig contact met de vrije wereld onze radio ten deele of zelfs geheel wordt uitgeschakeld.

Snel en betrouwbaar te blijven worden ingelicht in de wellicht beslissende phase, waarin de oorlog thans is gekomen zal den meesten van ons even zwaar wegen, als een gevulde maag en een des avonds verlichte en verwarmende woning.

Welnu, aan deze behoefte, snelle en betrouwbare voorlichting en berichtgeving, wil ons blad, dat hiermede zijn intrede doet, voldoen. Het zal iederen dag verschijnen. De oplage is voorlopig klein voor die gebieden, waar de electriciteitsvoorziening (lees: het luisteren naar de radio) nog min of meer beperkt doorgaat. Zoodra ook deze daar geheel wordt stop gezet, zal de oplage in de bedoelde gebieden onmiddellijk worden vergroot. Ten slotte doen wij nog een dringend beroep op U, om dit blad na inzage zoo snel mogelijk aan een Uwer vertrouwden door te geven; u vergroot hier mede onze oplaag in aanzienlijke mate”.

Foto: De eerste pagina van de eerste Oranjekoerier van 24 oktober 1944.
Foto: Delpher.nl

Herdenking bemanning van de bommenwerper

In Lisse wordt  op 4 mei ook stilgestaan bij het B-17 monument vóór de H.H. Engelbewaarderskerk. Dit monument is op 15 september 2012 onthuld ter nagedachtenis aan de bemanning van de Amerikaanse B-17 bommenwerper, die 75 jaar geleden neerstortte bij de Engel. Het is de bedoeling dit op grootse wijze te herdenken op zaterdag 7 september 2019.

Sporen van vroeger  (Lisser Nieuws)

7 mei 2019

door Nico Groen

Ieder jaar is op 4 mei in Lisse aandacht voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Deze openbare dodenherdenking wordt afgesloten met de  kranslegging bij het ´Monument voor de gevallenen´. Dit monument staat midden op de kruising van de Oranjelaan en de Heereweg. Dit is niet de enige herdenking op 4 mei, die de Stichting Oranje-comité Lisse en de Werkgroep Nationale Herdenking 4 mei Lisse organiseren. Op dezelfde middag is er voor genodigden ook een bezoek aan de oorlogsgraven in Lisse en wordt stilgestaan bij het B-17 monument vóór de H.H. Engelbewaarderskerk.

 

De tekst op het monument is als volgt:
“8TH AIR FORCE, 457TH BOMB GROUP, 749TH BOMB SQUADRON.
OP 26 SEPTEMBER 1944 STORTTE, IN HET LAND ACHTER U, DE AMERIKAANSE B-17 BOMMENWERPER ‘JAYHAWK’ NEER. DE B-17 BOMMENWERPER KEERDE TERUG VAN EEN MISSIE NAAR OSNABRUCK (DUITSLAND) ALS HET NABIJ DE KUST VAN IJMUIDEN TWEEMAAL WORDT GERAAKT DOOR DUITS LUCHTAFWEERGESCHUT. TWEE BEMANNINGSLEDEN OVERLEEFDEN DE CRASH NIET.
MET DIT MONUMENT HERDENKEN WIJ DE DAPPERE BEMANNING VAN DE ‘JAYHAWK’ DIE VOCHT VOOR ONZE VRIJHEID!”

Daarna volgen de namen van de bemanningsleden.

Dit monument is op 15 september 2012 onthuld ter nagedachtenis aan de bemanning van de Amerikaanse B-17 bommenwerper.

Zoals de tekst op het monument al zegt was de bommenwerper geraakt door afweergeschut. Het vliegtuig was zwaar beschadigd. Wanhopig probeerde de bemanning het toestel in de lucht te houden om naar het al bevrijde zuiden te ontkomen. Toen ze nabij Lisse waren, werd de beslissing genomen het toestel te verlaten. Het toestel zou niet langer blijven vliegen en iedereen sprong er uit. De bemanning kwam verspreid neer en probeerde zo goed als het ging bescherming te vinden tegen de Duitsers. Vier bemanningsleden werden geholpen door omstanders. Later werden zij door het verzet geholpen aan onderduikadressen. Twee braken hun rug tijdens de landing met hun parachute en werden krijgsgevangen gemaakt. Een derde wilde zijn helpers niet in gevaar brengen en besloot zich over te geven aan de Duitsers. Eén bemanningslid kwam neer in een meer en verdronk. Zijn lichaam werd weken later teruggevonden. Een ander bemanningslid was al dodelijk getroffen in het toestel.

In 2012 is ook het boek ‘Broken Wings: The True Story of a B-17 Bomber Crew Lost Over Holland in September 1944’ uitgegeven. Daarin is door Harold Jansen en Erwin de Mooy  de geschiedenis van de Bommenwerper Jayhawk en zijn bemanning opgetekend.

Grootse herdenking in september 2019

In september is het dus 75 jaar geleden dat de bommenwerper neerstortte. Het is de bedoeling dit op grootse wijze te herdenken op zaterdag 7 september 2019. Deze herdenking zal plaatsvinden in en nabij de H.H. Engelbewaarderskerk in de Engel. Vlakbij het monument dus. Erwin de Mooy is de aanjager voor deze herdenking, waarbij hopelijk ook nabestaanden van de bemanning aanwezig kunnen zijn. De VOL verleent zijn medewerking. Het programma is nog niet rond, maar te zijner tijd hoort en leest u hier ongetwijfeld meer over.

Dit monument is in 2012 aangeboden door Damo Natuursteen uit Hillegom.
Foto: Nico Groen

De vrijheid in zicht: Willem Heemskerk één dag voor de bevrijding vermoord.

Je verheugt je al op de dag die er aan zit te komen. Dan slaat het noodlot toe. Willem Heemskerk werd vermoord door plunderende Wehrmachtsoldaten. Hij stierf een dag voor de afkondiging van de capitulatie. Lees het hele verhaal op Tragedie in De Bollenstreek aan’ t eind van de 2de wereldoorlog

Gevolgen van de Eerste Wereldoorlog in Lisse



Ongeveer vijfhonderd Belgische vluchtelingen werden tussen oktober 2014 en januari 2015 ni Lisse opgevangen.

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

29 januari 2019

door Nico Groen

In november 1918 werd eindelijk de vrede getekend van de Eerste Wereldoorlog.  Hoewel Nederland neutraal was, had deze oorlog heel veel gevolgen voor Nederland. Wat heeft Lisse van deze oorlog gemerkt? Zoals bekend was er in die tijd veel armoede. Dus ook in Lisse, vooral omdat de bloembollen toen niets waard waren. De werkgroep Genealogie en

Historie van de Cultuur-Historische Vereniging Oud Lisse vroeg zich af welke gevolgen er nog meer waren voor de Lissese gemeenschap. Zij heeft het archiefmateriaal uit het gemeentearchief bestudeerd. Het bleek dat Lisse enige tijd veel Belgische vluchtelingen heeft opgenomen.

Vijfhonderd vluchtelingen in Lisse

Ongeveer vijfhonderd Belgische burgervluchtelingen werden tussen begin oktober 1914 en half januari 1915 in Lisse opgevangen. De Duitse legers waren op 4 augustus 1914 België binnengevallen met het plan om Frankrijk te veroveren. Daarmee begint in dit deel van Europa de Eerste Wereldoorlog. Als gevolg van de inval zoeken Belgische burgervluchtelingen massaal een veilig heenkomen in zuidelijk Nederland. Voor hun opvang wordt ook al snel een dringend beroep gedaan op andere noordelijke gemeentes. Dus ook op de gemeente Lisse. Op zaterdagavond 10 oktober 1914 staan bijna vijfhonderd mannen, vrouwen, opgeschoten jongens, schoolmeisjes en een heleboel kleine kinderen op het winderige station van Lisse. De Lisser dagbladcorrespondent Arie Raaphorst beschrijft de betreurenswaardige aanblik van de stoet Belgische vluchtelingen die Lisse binnenkomt onder andere met: ”…want behalve wat zij aan het lijf hadden, waren ze van alles beroofd. Alles hadden zij achter moeten laten. Slechts een paar dieren zijn meegekomen, zoals een poesje, drie konijntjes in een kistje, een klein smoushondje in de armen van een van de jongetjes”.

Het Steuncomité Lisse draait op dat moment overuren. De eerste noodopvang is vooral in de katholieke jongensschool aan de Heereweg, maar al binnen enkele dagen worden de meeste vluchtelingen ondergebracht bij Lissers thuis. Zij die gastvrijheid bieden, krijgen hiervoor een vergoeding toegezegd. De bewaard gebleven documenten geven een behoorlijk goed beeld van die tijd.

Kort na de val van Antwerpen worden de burgervluchtelingen door hun stadsbestuur opgeroepen weer terug te keren. Daar zou het inmiddels veilig genoeg zijn. De vluchtelingen  willen graag naar huis, maar durven eigenlijk nog niet. Toch keren eind oktober 1914 al achtentwintig vluchtelingen vanuit Lisse naar Antwerpen terug.

Der overheid stimuleerde  opvang in goedkopere centra in plaats van bij particulieren. Daarom werden de overgebleven vluchtelingen uit Lisse naar Gouda overgebracht. Zij vertrokken op zaterdagmiddag 9 januari 1915 per trein vanaf het station van Lisse. Voor ‘vrijen overtocht’ en ‘overbrenging hunner goederen naar het station’ werd gezorgd. Daarmee kwam er een einde aan een korte maar turbulente periode.

Bovenstaande is ontleend aan een uitvoerig artikel van Laura Bemelman in het tijdschrift voor familiegeschiedenis Gen. Magazine, nummer 4 van december 2014. Dit artikel staat ook op de website van de VOL, te bekijken met de volgende link https://oudlisse.nl/historie/7658/ .

De enige foto die herinnert aan het verblijf van de Belgen in Lisse: vluchtelingen op de trap van het Gemeentehuis. Part. Coll Het is voor zover bekend de enig bewaard gebleven beeldherinnering aan de vluchtelingen die tijdelijk in het dorp hebben gewoond.

HET KAN VRIEZEN EN HET KAN DOOIEN

Koos Groen in ‘t Woud beschreef een aantal strenge winters in de eerste helft van de twintigste eeuw.

door Liesbeth Brouwer

Nieuwsblad Jaargang 17 nummer 4 Herfst 2018

Al winterkriebels? Een gezegde luidt: Is oktober warm en fijn, het zal een scherpe winter zijn, maar is het nat en koel, ’t is van een zachte winter een voorgevoel. Dat belooft wat! Koos Groen in ‘t Woud beschreef een aantal van die strenge winters.

Koos Groen in ‘t Woud

Wie was Koos Groen in ’t Woud

Koos groeide op aan de Lisserdijk. Het huis staat er nog, onderaan de dijk bij restaurant Puck. Drie broers had hij, bonken van kerels en daarom geschikt voor het zware veenwerk. Zelf was hij een klein ventje, ongeschikt voor dat werk, dus maar naar de ulo voor een kantoorbaan. Zo begon hij, als 18-jarige in 1922 bij de Hobaho en na 4 jaar bij de H.B.G. aan de Gracht. Tegen hetzelfde salaris als bij de concurrent, nl. 960 gulden per jaar. Bij de H.B.G. werkte hij tot zijn vroege dood in 1950. Zijn dagboek en zijn fotoalbums worden gekoesterd door dochter Ina van Leeuwen, zelf inmiddels op de leeftijd der zeer sterken. Koos beschrijft strenge winters in de eerste helft van de 20e eeuw. Daar worden stukken van weergegeven. Om het tijdsbeeld een beetje extra te duiden zijn wat inleidende teksten toegevoegd. De liefde voor schaatsen had Koos niet van een vreemde. Zijn vader, ook Koos, was in 1914 een van de oprichters van de ijsclub “Kagermeer”. Koos jr. kwam na zijn huwelijk in 1930 op de Broekweg in Lisse te wonen.

De winter van 1916/1917

Op internet is een leuke film “Holland in ijs – 1917” te zien. Houten schaatsen, kinderen op klompen, priksleeën, klederdrachten, hoeden, petten, wollen kousen, nog veel scheepvaart. De film geeft een mooi sfeerbeeld van ijsplezier 100 jaar geleden. Ook in onze omgeving heerst ijskoorts. Een ijsbaan wordt sneeuwvrij gemaakt bij de Hellegatsmolen. Een groentekist met blokjes om de afstanden uit te zetten staat klaar. Maar wanneer dat aan de beurt is blijkt de kist verdwenen. Opgestookt in een kachel. Nederland was dan wel neutraal, maar de Grote Oorlog bracht ook hier brandstof- en voedseltekorten en armoede met zich mee.

Uit het dagboek

Op 16 januari werd onze grootmoeder begraven en toen was het al zeer koud met bovenwind. Alle vaarten en meren zijn toen sterk geworden. Zoo reden er auto’s, wagens links en rechts over het Kagermeer. De winter duurde toen wekenlang en wel ongeveer de geheele maand februari uit. Op een nacht vroor het 23o wat wel de strengsten vorst was in dien winter. Dooi kwam eindelijk en zonder regen of wind is het ijs vergaan.

De winter van 1921-1922

De schoolkinderen uit de Buitenkaag gingen in deze tijd meestal naar school in Sassenheim, door weer en wind, over de Sassemerpont en dan lopend over de 3e Poellaan verder naar school. Ook onze dagboekschrijver ging in Sassenheim naar school. Mensen waren indertijd veel meer met het weer bezig. De Enkhuizer Almanak wordt vaak geraadpleegd. Nov. ‘21 stond in het Leidsch Dagblad een stuk met allerlei weerwijsheden. Zoals “Wanneer Kerstmis op Zondag valt, dan volgt er een zwakke winter, wanneer Kerstmis op Maandag valt enz. enz”. In 1921 viel Kerstmis op zondag. Het dagboek laat van de voorspelling weinig heel. In 2018 valt Kerst op dinsdag en volgens het krantenbericht is het “Valt Kerstmis op Dinsdag dan is de winter zeer koud” . Daarentegen voorspelt de Enkhuizer Almanak geen strenge winter. We zullen zien. Terug in de tijd een deel uit het dagboek .

Uit het dagboek

De winter van 1921-1922 was ook streng te noemen en kwam verschillende malen in een periode terug. Begin Nov. begon het te vriezen. Den 28en November hebben we toen al schaatsen gereden. 4 Dec. waren er al 2 arren op het ijs achter de Binnen-Kaag. Ik kan mij nog heel goed herinneren hoe mooi toen het ijs was. Ik ben toen over de geheele Kagerplassen gereden en op sommige plaatsen was het ijs zoo zwart en doorschijnend dat men de visschen zag zwemmen en ook andere waterbewoners zooals torren enz. Op ondiepe plaatsen zag men den bodem. Het was een eng rijden, want het geleek alsof er geen ijs lag, zoo glad en hard was het. 2 Febr. was het ijs bijna weg. Den geheelen dag regende het zeer hard met een binnen wind. Langs deze kant van het Faljerel hadden nog geen booten gevaren. Toen zeilde een schipper met zijn schuit er het eerst door want er zat nog maar een dun laagje ijs. ‘s Middags draaide de wind en ’s avonds vroor het weer. Dien nacht jachtsneeuwde het en den volgenden morgen vroor het ontzettend. Woensdag 15 Febr. dooide het en ’s avonds kladsneeuwde het uit het Zuiden. Op 5 April sneeuwde het den heelen middag. ’s Morgens alles onder 1d.M. sneeuw. Op goeden Vrijdag 14 April was de eerste zoele dag. Boomen en gras, alles was nog kaal.

De winter van 1928/1929

Begin maart 1929. Tussen de wedstrijden door is er tijd voor koek en zopie, tijdens de nationale ringrijders wedstrijden. De man in het midden met hoed is Koos Groen in ‘t Woud.

Het waren goede tijden voor de bollenteelt. De H.B.G. bood in oktober een diner aan omdat een recordomzet van 1.500.000 gulden was bereikt. Het seizoen bood volop werk, maar voor wie in de wintermaanden geen werk had werd het sappelen. IJspret is heerlijk, maar zo’n lange winter is eendrama voor wie thuis kwam te zitten. Bijverdienen als baanveger was zeer welkom. Er waren ook speciale wedstrijden voor behoeftigen. De ijsclub organiseerde in Lisse 2 wedstrijden voor hen, goed voor 700 gulden aan levensmiddelen en kleren als prijzengeld.

Uit het dagboek

 

De 180 meter hardrijden was spannend tot aan de meet bij het Leeghwater gemaal.

Dit is de winter die alle records van de laatste jaren heeft geslagen. In deze periode zijn alle koudste temperaturen overtroffen en is de veelbesproken winter van 1891 verslagen. Op Nieuwjaarsdag is het begonnen met vriezen, zoodat op 6 Januari voor het eerst op slooten en tochten werd gereden. Het was in het eerste begin erg kwakkelig. Als het ijs goed was begon het weer te dooien en dan weer te vriezen. Op 8 Jan. was het mistig, vriezend weer. ’s Nachts kwamen wij van de soirée bij v. Eerden (de Nachtegaal) en toen was alles dik onder den ijzel. 10 Jan. ben ik op Keukenhof geweest om naar de ijzel te zien. Het was een onvergetelijk gezicht als men hier vanaf den Achterweg naar Keukenhof ging. Alles was zoo zeldzaam mooi.

Zwieren en zwaaien of liever schoonrijden bij de Hellegatsmolen. Onder de armen door is de Grote Poelmolen te zien. De wedstrijden waren zo een beetje daar waar wel vijf gemeenten hun grenzen kruisten. Lisse, Warmond, Sassenheim, Binnen/Buiten Kaag en Abbenes, een soort vijf landen punt.

Vooral de Spekkelaan was mooi. En ook in het bosch de diverse groepen boomen en dennen en hagen enz. 12 Jan. was er hardrijden op de Gracht. Na afloop reden de drie beste Sassenheimers tegen de beste Lissers. De Sassenheimers wonnen alle drie. 18 Jan. is er hardgereden in de Binnen-Kaag. De baan was van Bart Loogman naar Lombok (eilandje). Het ijs was met een dikke laag sneeuw bedekt. Het was nog zoo dun dat als er 5 á 6 personen bij elkaar stonden, het begon te kraken van nog eens zoo. De gevolgen bleven dan ook niet uit. De geheele ijsbaan liep onder water. 31 Jan. ben ik naar een uitvoering in de Binnen-Kaag geweest. Het zat daar zo vol drijfijs dat Verhoog zijn pont naar Tromp gesleept had en probeerde de menschen zonder draad over te zetten. Maar het ging niet. ’s Nachts waren wij bij de eerste pontlading. Wij zaten midden op het Kanaal en ik dacht dat wij nooit meer aan den kant zouden komen, maar wij kwamen toch aan wal. Nu krijgen wij de befaamde koudegolf van Zondag 10 Febr. tot Zaterdag 16 Febr. 10 Feb. den geheelen dag vriezend. s’Nachts harder dan in de laatste 35 jaar. Men sprak dat er 7 cM. ijs gevormd was. In dezen nacht is de groote Bloemententoonstelling bevroren. Deze werd gehouden bij gelegenheid van het 50 j. bestaan der Alg. ver.v.Bl. Cult. in H.B.G. Alle bloemen hingen slap. Vele konden het nog ophalen maar veel moest vernieuwd worden. Alle palmen welke de zaal opsierden waren weg en dit was een waarde van 4 á 5000 gulden. 11/12 Febr. is het Leidsche stadhuis afgebrand. De brandweerlieden werden levende ijspoppen. Alles bevriest binnenshuis. De lucht blijft helder en sterken boven wind. Woensdag 13 Febr. geraakte nog een 7 tal personen in een open slob bij de Binnen-Kaag. Alle werden gered. Dat dit slob nog open was kwam omdat daar Zondags een busboot gedraaid was en dat gat ging door den sterken wind niet dicht al vroor het nog zoo hard. Donderdag begint het uit het Zuiden fijn te sneeuwen. De sneeuw was zoo fijn als stof en schitterend. Vrijdag 15 febr. sneeuwstorm. Geen weer om schaatsen te rijden. 18 Febr. was het hardrijden voor de armen. 20 Febr. ging ik ’s avonds om 8 uur in de lichte sneeuw naar Warmond. Daar was het gecostumeerd ijsfeest op de Leede. Er was veel volk op het ijs. Onderweg reden de auto’s en fietsen met licht op, op het ijs voorbij. Het was helder vriezend weer. Op ons kantoor uit den wind, in de zon en de kachel full speed brandend, bleven de bloemen op de ramen staan tot 12 uur. ’s Avonds als de zon zakte kwamen ze er weer op. Alle huizen hadden de dikste bloemen op de ramen, den geheelen dag. Verschillende malen werd men wakker van de kou. Toch sliep ik onder 6 dekens, plus jassen enz. ’s Morgens naar Lisse op de fiets had ik mijn geheele gezicht in een wollen sjaal waar steeds een plakkaat ijs op zat. Soms moest ik van de fiets om mijn handen te beuken, bang dat ik was dat de vingers bevroren. De lucht was zoo ijl dat men op de fiets naar zijn adem hijgde. De tranen die uit de oogen vielen bleven als ijs op het gezicht zitten. In verschillende steden in Holland zetten de gemeentebesturen kachels en stookplaatsen in de openlucht. Ook werden op verschillende plaatsen groote hoeveelheden warme maaltijden verschaft aan arme menschen, zoo b.v. door de Vincentius ver. welke groote ketels erwtensoep kookte en groote hoeveelheden grauwe erwten met spek. Verschillende bloemisten hielden hardrijderijen voor hun personeel en stelden daarvoor geld beschikbaar. De dooi is langzaam ingetreden, zonder wind of regen. 7 Maart gingen de eerste booten er door en ruim een week later zag je geen ijs meer. We hadden dezen winter 2 maal lichte maan, en met de 3e maan zat er nog van het oude ijs, hier en daar. 19 Maart waren de boomen om elf uur nog wit van den ijzel. 17 April eerste mooie dag. Zondag 28 April ben ik in de Roversbroek wezen kijken naar de bevroren bollen. Verschillende hoeken narcissen zijn geheel weg. Bij de een alles, bij de ander zoo goed als niets. Crocussen ook veel geleden, vooral gele. Tulpen minder last. Het kweekersblad verzameld opgaven van de schade om een overzicht samen te stellen.

Winter 1938/1939

Vrouw en dochters van Koos, in de sneeuw. Waar? 23-12-1938

Nog steeds veel werkloosheid in Nederland. Het is een onzekere tijd. De spanningen in de wereld lopen op. Duitsland beleeft in november de Kristallnacht. Vanwege de Sudetenkwestie was er in Nederland al een gedeeltelijke mobilisatie, maar Nederland hoopte neutraal te kunnen blijven.

Uit het dagboek

Op Vrijdag 16 Dec. begon het met sterken wind te vriezen. 21 dec. begon het te sneeuwen. Volgens de krant is de koude periode bijna even streng geweest als in 1929.

Er is ontzaglijk veel bevroren omdat de vorst onverwacht kwam en ook omdat er door strenge wind niets tegen te doen was. Bijna overal was de waterleiding en wc bevroren. 1e Kerstdag prachtig winterweer, alles wit en zonnig. 2e kerstdag is het ’s avonds gaan dooien met natte sneeuw. Nadien heeft het niet meer gewinterd.

Winter 1939/1940 Oorlogsdreiging.

Januari 1940 auto gestrand bij het Kager viaduct

Veel economische problemen door de crisis. In Lisse zijn vanwege de mobilisatie soldaten gelegerd.

Uit het dagboek

De vorstperiode is thans begonnen op 15 Dec. Zondag 17 Dec. met sterken vorst, was precies dezelfde datum als de koude Zondag van vorig jaar. Heden zijn de sloten reeds sterk en wordt geschaatst. Zaterdag 23 Dec. koud weer en hardrijden voor de armen. De soldaten uit de Noord winnen gemakkelijk van de Lissers. 1 en 2 Jan helder vriezend zoodat de Gracht en de ringsloten sterk zijn en de ijsbaan de 2e maal geopend werd. Zondag 28 Jan. ben ik naar de Kaag gewandeld. De Lisserdijk was buiten de huizen onbegaanbaar van de sneeuw. Op sommige plaatsen 1M. hoog. Deze sneeuw is uit de Meer opgewaaid en de dijk is totaal onbegaanbaar voor alle verkeer. Er wordt nu in bijten veel paling en visch gevangen. Deze zijn geheel versuft.Bij de Sassemerpont vangt men wel 20 pond paling achter elkaar. 1 Febr. wind N.O. Het ijzelt den geheelen dag bij 8o vorst, zoodat de wegen totaal onbegaanbaar zijn. Op 4 Feb. stonden bij de dooi alle straten blank omdat de rioolputten bevroren waren en vol met sneeuw. Sloten en vaarten waren allen met de kanten gelijk vol met sneeuw. Onder die dikke sneeuw was het ijs soms verraderlijk zwak, zoodat er slechts enkele cm. ijs over was geschoten. Dit kwam veel door het spuien en omdat het onder die dikke sneeuw weg dooide. Alle menschen probeerden om zoo goed mogelijk de sneeuw voor hun huis op te ruimen en de putten open te steken. Want van rijkswege mochten geen werkloozen aan de sneeuwopruiming gezet worden. 21 Febr. valt een sterken dooi in. Thans worden alle daken en landerijen weer zwart. Het is een buitengewoon lange en strenge winter geweest die alle records sloeg. Toch was er weinig pleizier voor de schaatsenrijders. De soldaten welke in Lisse lagen hadden een kwaden winter met hun wachtloopen ’s nachts en in hun slaapkwartieren.

Winter 1940/1941

Nederland was bezet, maar die eerste oorlogsperiode voerde de bezetter nog een voorzichtig beleid. Het leven ging nog min of meer zijn oude gang.

Uit het dagboek

Deze winter heeft ook veel ijs en sneeuw gebracht, doch was afwisselend vorst en dooi. De Lisser ijsbaan werd 4 keer geopend. Op 10 Jan. heb ik op het Kagermeer gereden en was alles prachtig onder de rijp. Geregeld kwam nog nachtvorst voor in Maart en sterke nachtvorst op 8 en 9 April. Op 15 en 16 Mei hagelbuien en veel sterke nachtvorst. Na half Mei is het weer geleidelijk zachter geworden. Met Pinksteren op 1 en 2 Juni de kachel gestookt.

Jan. feb. maart 1942

Opnieuw een oorlogsjaar. De Duitse maatregelen worden steeds strenger, het leven steeds moeilijker.

Uit het dagboek

Deze winter heeft de kroon gespannen van de laatste jaren en was in koude en sneeuw van langen duur de ergste van de laatste jaren. Zondag nacht 25 Jan. weer veel jachtsneeuw gevallen. Maandagnacht en overdag geheelen dag sneeuwjacht met een vorst van – 14o. Het is boosaardig koud en bijna ondoenlijk om de deur uit te gaan. De sneeuw ligt op plaatsen 1 M. hoog. Alle wegen zijn versperd, geen tram geen auto rijdt meer en melk is niet meer te bekomen, tenzij bij de boeren die thans uit de deur mogen verkoopen. De geheele week zijn werkloozen aan het sneeuwruimen hetgeen geschiedt door de heide maatschapij. Het heeft onafgebroken gevroren van 9 Jan. tot 13 Mrt. Op 23 maart is op de Braasemermeer met een ijsschuit gezeild. In deze schuit was de datum 21/3-1890 gegrift, welke nu met 2 dagen werd geslagen. Het vroor door het geheele huis, in de gang vroor de wasch stijf, in de keuken vroor het ’s morgens 7 graden. Het ijs zat in de slaapkamer aan de muren. De Gracht in Lisse werd 23 Mrt opengebroken. Nog 10 c.M. dik. In de poorten van de H.B.G. gebouwen lag de sneeuw in de schaduw tot en met Paschen op 5 april. Bieten en wortelenpetten benevens de meeste aardappelpetten waren bevroren.

Recordwinter 1946-1947

Nederland is bevrijd, er wordt begonnen met de opbouw, maar er is nog gebrek aan van alles. Veel is nog op de bon.

Uit het dagboek

Zus Cora op de Lisserdijk vlakbij het huis van haar opa en oma. Ongeveer daar waar nu restaurant Puck is

We moeten volgens de gegevens teruggaan tot 1789 om de winter te vinden welke dezen in langen duur en hevigheid overtrof. Er zijn dezen winter geen uitzonderlijk lage temperaturen voorgekomen zodat de strenge vorsten van 1940 en 1942 niet geëvenaard zijn. Maar de duur van den winter is bijzonder lang geweest. Begonnen op 14 Dec. tot heden 16 Mrt. De kolennood is groot geweest. Tot heden is verstrekt op de bonnen 10 H.L. brandstof waar velen al te spoedig door waren. Honger is er niet geleden, want er is brood en eten genoeg. Op de feestavond van Canite Tuba op 29 Jan. was het zeer koud. De uitvoering van de zangver. de operette De Klokken van Corneville werden in de Hobaho gehouden bij strenge koude. De menschen gingen op klompen en pantoffels en namen warme voetenkruiken en dekens mee.

Eindelijk de dooi, minder mooi die zooi, daar op de Broekweg . We kijken vanaf het huis van de familie Groen in ‘t Woud richting de Greveling, rechts zie je de Zemelpoldermolen.

Mijn aardappelpet heb ik op 11 maart opengebroken, de piepers waren niet bevroren. De pet was goed afgedekt en buiten een flinke laag riet en stengels van mais en tabak.

Dit is de laatste winter die in het dagboek, waaruit we steeds gedeeltes hebben overgenomen, is beschreven. Wat zou ons de komende winter te wachten staan? We moeten 22 december in de gaten houden. Dan is het volle maan en een volkswijsheid zegt “Noordenwind met volle maan kondigt een strenge winter aan.” Mocht het streng worden, wij hebben thermo ondergoed in plaats van lange Jaeger onderbroeken en borstrokken, we hebben geïsoleerde huizen en bloemen op de ramen zijn verleden tijd. Door de supermarkt deert een bevroren petgat niet meer. Wat zou het leuk zijn om weer eens te genieten van zwart doorschijnend ijs en een zo zeldzaam mooi beijzelde Spekkelaan! ‘t Kan vriezen en ‘t kan dooien. Bronvermelding: We danken mevrouw Ina van Leeuwen voor het gebruik van de aantekeningen en de foto’s die haar vader Koos Groen in ‘t Woud lang geleden heeft gemaakt. De introfoto komt uit het archief van VOL.

Het handigste vervoersmiddel was bij uitstek de slee, daar kwam je ook overal mee.

Foto van het uitgebrande Leidse stadhuis komt uit het archief van fam. Boogerd en is gemaakt door N. van der Horst toen nog beginnend fotograaf (was oud glasnegatief). Verbindende teksten geschreven door Liesbeth Brouwer. ■

Bronvermelding

We danken mevrouw Ina van Leeuwen voor het gebruik van de aantekeningen en de foto’s die haar vader Koos Groen in ‘t Woud lang geleden heeft gemaakt.

De introfoto komt uit het archief van VOL.

Foto van het uitgebrande Leidse stadhuis komt uit het archief van fam. Boogerd en is gemaakt door N. van der Horst toen nog beginnend fotograaf (was oud glasnegatief).

Ook de rolbrug over de ring vaart lag zo vast als het maar kon. Gerrit Wesselius de brugwachter had voorlopig even niets te doen.

Verbindende teksten geschreven door Liesbeth Brouwer.

Over het vrachtvervoer regeerde een heel strenge vorst die alles vast legde!

 

 

De Beekbrugschool tijdens de oorlog

De Beekbrugschool stopt zijn activiteiten. Het wel en wee tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt beschreven.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

3 juli 2018

 Nico Groen

Aan het einde van het schooljaar 2017-2018 sluit de school Beekbrug zijn poorten. Het aantal leerlingen is te laag voor het voortbestaan van de school. In vorige columns van Sporen van vroeger hebben we de geschiedenis van de school en het gebouw als monument beschreven. Omdat er over de periode rond de Tweede Wereldoorlog veel te melden is, komen we nogmaals terug op de Beekbrugschool.

De gymzaal was al in 1931, een jaar na de nieuwbouw, omgebouwd tot bewaarschool. De leerlingen konden dus geen gymles meer volgen. Dat vonden de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog niet goed: de kinderen moesten wel gymles krijgen. De bezetters vonden namelijk dat kinderen sportief en gezond moesten zijn. De oude bewaarschool werd daarom weer ingericht als tot gymzaal. De bewaarschool werd overgebracht naar het Verenigingsgebouw dat vóór de bouw van de H.H. Engelbewaarderskerk dienst had gedaan als noodkerk. Nu is in dat gebouw zalencomplex De Kleine Engel gevestigd. Tijdens het laatste gedeelte van de oorlog barstten de scholen uit hun voegen. Na de oorlog werd de gymzaal maar weer omgetoverd tot klaslokaal.

Tot 1941 hadden de leerlingen op woensdag- en zaterdagmiddag vrij. De schaarste aan steenkolen en andere brandstoffen leidde ertoe dat de kinderen op woensdagmiddag naar school moesten. Op zaterdag kregen ze dan de hele dag vrij. Bovendien was er al die jaren een lange wintervakantie van half december tot twintig januari in verband met de brandstofschaarste.

Bezet door de Duitsers

Begin december 1944 worden het Verenigingsgebouw en de beide scholen bezet door de Duitsers. Zij hebben daar nog geen maand doorgebracht, maar het had wel grote gevolgen. Om het warm te krijgen hebben ze in die tijd alle stoelen en banken opgestookt. Ook de radiatoren waren vernield. Volgens pastoor J.C. de Groot waren de radiatoren uit baldadigheid door de Duitsers stukgeschoten. Het gevolg was, dat de kinderen die winter niet meer naar school konden. “We leven in de catacombentijd. Slechts het allernoodzakelijkste kan doorgaan” somberde de pastoor.

Burgemeester duikt er onder

De jongens kregen  les van de broeders van Saint Louis uit Oudenbosch, die in De Engel in het broederhuis woonden. In de laatste oorlogswinter kwam er een ‘broeder’ bij. De burgemeester van Lisse, Jhr. Mr. F.J.C.M. van Rijckevorsel, was er toen ondergedoken. Hij vreesde namelijk opgepakt te worden door de bezetters. Hij was ondergedoken onder de naam broeder Seraphinus.

Bovenstaande gegevens en die van de vorige 2 columns van Sporen van vroeger zijn voor een deel ontleend aan de herdenkingsboekjes ter gelegenheid van het 50- en 75-jarig bestaan van de Engelbewaarderskerk.

Een luchtfoto van de school, gemaakt na de bouw in 1930. Foto: Beeldbank Lisse.nl

 

OUD NIEUWS: WAARDE PAPIEREN DROGEN OP TER SPECKE

In tijd van oorlog een plunderingen werden munten en waardepapieren voor de veiligheid begraven. Zo was een koffer met waardepapieren begraven van de erfgenamen van Gerard van der Laen in 1567. Na opgraving van de koffer bleken de paieren voor een deel erg nat e zijn. Zij werden op Landgoed Ter Specke gedroogd.

Door Dirk Flo0rijp

Nieuwsblad Jaargang 17 nummer 3 Zomer 2018

Zo nu en dan verschijnt het in het nieuws, iemand met een metaaldetector vindt een schat aan gouden en zilveren munten. Misschien dat je bij het lezen van zo’n bericht je afvraagt hoe het komt dat die munten daar zijn begraven. Waarom begraaft iemand zijn bezit?

Vroeger werd alles contant, met voornamelijk muntgeld en waardepapieren zoals obligaties, betaald. Kocht je bijvoorbeeld een huis van 500 gulden dan werd 250 gulden contant betaald en 250 gulden met een custingbrief (schuldbrief). Dit zorgde ervoor dat er regelmatig met veel geld en waardepapieren heen en weer werd gesleept. Daarnaast waren het in 1567 roerige tijden tussen Den Haag, Leiden en Haarlem. Moorden, plunderingen en brandstichting door rondtrekkende soldaten waren aan de orde van de dag. Menige hofstede rond Lisse moest het ontgelden en lag in de as. Maar hoe stel je dan, in dit soort tijden, je bezit veilig? Je kocht onroerend goed en het geld wat je contant had werd, zodra er onraad in de buurt was, begraven. Overleefde je de plunderingen niet dan wist verder niemand iets af van je begraven bezit. Zo komt het soms voor dat zo’n schat wordt gevonden. In de transportacten van het rechtelijk archief kwam ik een mooi verhaal tegen: “een iegelijk alhier in Den Hage deed zijn goed herwaerts en derwaerts versondt daer zij meende best bewaert te zijn”.

De welgestelde familie Van der Laen van Ter Specke die het landgoed Ter Specke in 1535 aangekocht had was bang voor een aanval op Den Haag. De voorname familie die al honderd jaar deel uitmaakte van het stadsbestuur van Haarlem, zat met de erfenis van wijlen mr. Gerard van der Laen. Zo vraagt de zoon Nicolaes van der Laen namens zijn broers en zusters aan curator mr. Anthonius Hoffplach, advocaat bij de hove van Holland in Den Haag het volgende;
“omme der waarheid en getuijgenisse te geven, dat deposant voorstaat dat ingeval de vrees van een invasie van de knechten van de heeren van Bredenvoorde en rapallie die tot Vianen lagen en subiet naar Amsterdam getogen waren en gezonden”

De erfgenamen van Gerard van der Laen hadden in Den Haag waardepapieren bij curator mr. Hoffplach in beheer gegeven; “Een coffer met platte kanten”. De curator werd verzocht om deze zo spoedig mogelijk naar Voorhout te brengen en daar te begraven in een boomgaard. Zodra de kust veilig was en de Bredevoortse knechten omtrent Medemblik uit Holland waren vertrokken, kon de koffer weer worden opgegraven. Er staat te lezen:
“en dat zij aldoende in Voorhout gekomen waren dat zij deselfde coffer voor hem naar t huijs gebracht op ter Specke”.
“De coffer werd open gemaakt ende de bevondende diezelfde brieven waren door nattigheid bedorven en aangetast”. Er is grote moeite gedaan om de coffer met brieven en waardepapieren te drogen. De helft van de koffer had in de grond van de boomgaard in het water gelegen. De onderste helft in de koffer was nat geworden. In de acte is niet terug te vinden of er veel van de nat geworden waardepapieren verloren zijn gegaan en of de waarde van de koffer het zelfde is gebleven als voor het begraven. Dat familie Van der Laen bezit had in Voorhout is tot op heden niet bekend en ook over de locatie van de boomgaard wordt met geen woord gerept. ■

Plattegrond van het huis Ter Specke