Posts

HIGHLIGHTS VAN DE VERENIGING OUD LISSE GEDURENDE 25 JAAR

De Vereniging bestaat in 2016 25 jaar. De monumenten zijn in die jaren sterk uitgebreid. Het station en gebroeders Driehuizen en genealogie worden beschreven.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

13 december 2016

door Nico Groen 

De Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”, die in 2016 haar vijfentwintigjarig jubileum viert, is niet meer weg te denken uit Lisse. Zodra  een fraai, monumentaal of beeldbepalend pand bedreigd wordt, is Oud Lisse er bij om dit te voorkomen. Als er natuurschoon met cultuurhistorische waarde in gevaar komt, doet de Vereniging eveneens haar uiterste best.

Veel monumenten in Lisse
Een van de belangrijkste projecten in die 25 jaar was het uitbreiden van het aantal gemeentelijke en rijksmonumenten. Lisse telt nu maar liefst 34 rijksmonumenten en 92 gemeentelijke monumenten. Deze aantallen zijn er sinds 2008. De beschrijving van de monumenten en een foto hiervan zijn in te zien op deze website. Daarnaast is er in 2010 een wandel- en fietsrouteboek langs monumentale panden door de VOL uitgegeven, waarvan nog exemplaren beschikbaar zijn.

Station Lisse/bollenschuur Driehuizen
Een ander hoogtepunt is ongetwijfeld het behoud van het station Lisse. Het station is ontworpen door architect D.A.N. Margadant. Het station werd in 1905 in gebruik genomen en is nu een rijksmonument. Ook het behoud van het kantoor plus bollenschuur van Gebroeders Driehuizen moet niet worden vergeten. Dit is nu ook een rijksmonument.

Waardevolle bomen
Een belangrijk resultaat is ook de realisatie van de gemeentelijke monumentale bomenlijst in 1995. De VOL heeft in 1992 en 1993 alle belangrijke bomen geïnventariseerd. Dit resulteerde in 1993 in een boek van Udo Hassefras met de titel ‘Bomen van Lisse’, uitgegeven door de Vereniging Oud Lisse. Door inspanningen van de toenmalige werkgroep Cultuurhistorie heeft dit geleid tot de bovengenoemde monumentale bomenlijst, die in 2016 vervangen is door een waardevolle bomenlijst In 2014 is een boek in full colour van 128 pagina’s uitgegeven door de Vereniging met de titel ‘Wandel- en fietsroutes langs monumentale bomen in Lisse’. Ook dit boek is bij de VOL nog steeds verkrijgbaar.

Meer highlights
Verder kunnen als highlights van de afgelopen 25 jaar Beeldbank Lisse, de uitgebreide websites oudlisse en oudefilmslisse en het kwartaalblad genoemd worden. Ook het digitale archief is van groot belang, evenals het fysieke archief, geschonken door vele Lissers of oud-Lissers, die de Vereniging een warm hart toedragen. Er zijn in de loop van 25 jaar diverse werkgroepen met enthousiaste vrijwilligers actief wat onder andere resulteerde in een aantal boeken.  Progen is een genealogieprogramma van de werkgroep Genealogie waar duizenden Lissers vermeld staan. Ook het belang van de inloop op dinsdagmorgen in de Vergulde Zwaan aan de 1e Havendwarsstraat 4 moet niet worden vergeten.

Invloed door leden
Om als vereniging veel invloed te kunnen hebben is het van groot belang, dat er veel mensen lid zijn van de Vereniging. We hebben duidelijk behoefte aan steun. U kunt zich via het mailadres hieronder aanmelden als lid. De kosten zijn maar € 17,50 per jaar. Hiervoor krijgt u bovendien ieder kwartaal een Nieuwsblad met veel informatie  over geschiedenis, historische gebouwen/landschappen en personen, die vroeger in Lisse woonden en werkten.  Ook kunt u gratis naar de maandelijkse, interessante lezingen.

Het laatste kwartaalblad in A5 formaat. Voortaan verschijnt het Nieuwsblad in full colour in A4 formaat.

STATION LISSE; VAN SLOOP TOT RIJKSMONUMENT

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)                             5 april 2016

door Nico Groen

In 2016 bestaat de Historische Vereniging Oud Lisse 25 jaar.
Een van de hoogtepunten in deze 25 jaar is ongetwijfeld het behoud van het Station Lisse. Het Station is ontworpen door architect D.A.N. Margadant. Hij ontwierp onder meer het station van Haarlem. In de details van het Lissese Station herkent men het monumentale Haarlemse station! Het Lissese Station werd in 1905 in gebruik genomen. Vlak na de Tweede Wereldoorlog, in 1945, werd het Station uit de dienstregeling geschrapt.
Rond 1991 besloot de NS overtollige stations te slopen. Dat zou ook met het Station Lisse moeten gebeuren.
De Vereniging Oud Lisse ging hiertegen in het geweer. De Vereniging slaagde er na slepende onderhandelingen in het Station van de NS te huren voor een periode van twintig jaar met automatische verlenging, tegen een kleine huursom, maar wel met de verplichting het onderhoud voor eigen rekening ter hand te nemen. De Vereniging zei ja, want dit was de enige manier om het pand te behoeden voor sloop zoals de NS vast van plan was. De ondertekening van de overeenkomst door voorzitter Den Boer van de VOL en de directie van de Nederlandse Spoorwegen vond plaats op 26 maart 1993.

Het gebouw werd geheel gerenoveerd en zoveel mogelijk in de oude staat teruggebracht. Tijdens het schilderwerk in de wachtkamer van de 3e klasse ontdekte men Jugendstil-patronen op de banken en die versieringen heeft men wederom teruggebracht! In de wachtkamer der 1e Klasse zat een heel fraaie plafondafwerking, maar die moest helaas afgedekt worden door een geluidwerend plafond in verband met het feit dat de bovenwoning nog werd bewoond.
Het duurde niet lang of het gebouw kwam op voorspraak van de Historische Vereniging Oud Lisse op de Rijksmonumentenlijst te staan!
De VOL verhuurde het gebouw sedert 1994 aan de heer John Nederstigt uit Lisse, die er het restaurant De Verloren Koffer in vestigde (feestelijke opening op 6 december 1994). Hij was er in geslaagd de hele inrichting in de oude staat van de jaren dertig terug te brengen en de oude sfeer zo veel mogelijk te handhaven.

In 2010  zijn het Station en de grond door de NS verkocht aan Landgoed Keukenhof. Sinds die tijd heeft de Vereniging Oud Lisse er geen bemoeienis meer mee. Het Station is in ieder geval behouden. Op de website is onder Historie een goed verhaal uit 2005 te lezen bij het 100-jarig bestaan van het Station, geschreven door Frits Treffers.
Door de vele leden kon de Vereniging haar invloed aanwenden om het Station te behouden en te zorgen dat het een rijksmonument werd. Hoe meer leden, des te meer invloed kan zij uitoefenen bij de gemeente en andere instanties bij heikele kwesties, zoals nu bij de Factorij en het pand de ZON aan de Kanaalstraat. Via onderstaand mailadres kunt u zich aanmelden als lid.

Dank zij de VOL is het station nu een rijksmonument. Foto: Nico Groen

VAANDEL VAN RK MIDDENSTANDSVERENIGING SINT JOZEF

In 2011 kwam de Vereniging Oud Lisse in het bezit van het vaandel van de RK. Middenstandsvereniging St. Jozef. Na een intensieve restauratie hangt het vaandel nu bij de vereniging in de Vergulde Zwaan. 1ste Havendwarsstraat 4 Lisse.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)                                            1 juni 2014

door Koos van der Zwet

In de doelstelling van de Vereniging Oud Lisse wordt onder andere het behoud van het culturele erfgoed in de gemeente genoemd.
Het begrip cultureel erfgoed is breed, het laat zien waar we vandaan komen en scherpt aldus de blik op de toekomst.
Naast onroerende zaken, zoals gebouwen en landschappen, zijn er de onroerende culturele zaken. Daaronder vallen klederdrachten, kunstwerken zoals schilderijen en beeldhouwwerken en nog veel meer.
In deze column gaat het om onroerend cultureel erfgoed.
Tot de jaren zestig paste het in de rooms-Katholieke traditie dat men zich aansloot bij een katholieke organisatie. Nederland was verzuild, ook andere gezindten hadden hun eigen organisaties.
Een RK arbeider werd lid van een RK Vakbond, met de Katholieke Arbeiders Beweging (KAB) als de grote bond, zoals nu de Federatie Nederlandse Vakbeweging. Middenstanders sloten zich aan bij een RK Middendstandsvereniging.
Iedere RK vereniging, corporatie of bond had een eigen beschermheilige.
De landarbeiders bij Sint Deusdedit en voor de metaalbewerkers was Sint Eloy de beschermheilige
In Lisse werd in maart 1912 de RK Middenstandsvereniging Sint Jozef opgericht. De ondertitel van de vereniging was De Hanze.
Sint Jozef werd gezien als een kleine zelfstandige, een middenstander ergo de beschermheilige voor de middenstanders.
Veel verenigingen werden vanuit de parochie opgericht. In Lisse was dat lange tijd alleen de Agathaparochie. Vanuit de parochie werd voor iedere vereniging een geestelijk adviseur aangewezen, die had nogal wat invloed op het beleid van de vereniging had.
Het gaf ook de sterke binding met de kerk aan.
Deze binding kwam tot uiting in de vaandels die door vele verenigingen werden gebruikt. De meeste vaandels stonden in de kerk. In de Agathakerk stonden ze tegen pilaren aan. Bij processies werden de vaandels meegedragen. In Zuid-Nederland zichtbaar buiten de kerk. In Noord-Nederland vooral binnen de kerk.Na de jaren zestig zijn vele vaandels uit de kerk verdwenen. De vraag is: Waar zijn ze gebleven?
In 2011 kwam de Vereniging Oud Lisse in het bezit van het vaandel van de RK. Middenstandsvereniging St. Jozef. Na een intensieve restauratie hangt het vaandel nu bij de vereniging in de Vergulde Zwaan. 1ste Havendwarsstraat 4 Lisse.
De restauratie is uitgevoerd door mevrouw Corrie Swinkels, een groot deskundige op het gebied van borduren en andere textiele vormgevingen.
Over het vaandel is niet veel meer bekend dan wat we uit het opschrift kunnen halen.
Er zijn meer vaandels geweest, niet alleen van RK verenigingen maar ook van anderen, zoals muziekverenigingen.
Deze vaandels behoren tot het culturele erfgoed, ze geven aan hoe men in het verleden was georganiseerd in verenigingen. In het leven van de mens waren verenigingen zeer belangrijk.
Bedenk er was geen televisie, alleen radio, films waren meestal zwart-wit, er was geen computer met internet.
De Vereniging Oud Lisse is benieuwd of er nog vaandels zijn. Het is bekend dat bij een aantal verenigingen de vaandels nog in goede staat zijn en goed bewaard worden, waarvoor alle lof.

Het vaandel

Bert Kölker overleden

Bert Kölker is overleden. Hij heeft veel voor de VOL gedaan. Hij schreef het boek over ‘Grenspalen in Lisse’ en  ‘Kroniek van de Lisser Timmerman en Molenmaker Cornelis van der Zaal’. Hij is 87 jaar geworden.

Nieuwsblad Jaargang 17 nummer 1 Winter 2018

Nieuwsflitsen

Op 11 februari ontvingen wij van de verantwoordelijk verpleegkundige Miranda Focke uit het verpleeghuis Van Wijckerslooth in Oegstgeest waar dr. A. J. Kölker (roepnaam Bert) verzorgd werd, het trieste bericht dat Bert daar op 20 januari 2018 was overleden. Bert was 87 jaar en is overleden op zijn kamer en gecremeerd zonder dat zijn nabestaanden of vrienden erbij mochten zijn. De familieleden die hij nog had zijn op leeftijd en zagen nl. af van de nalatenschap. Zijn vele boeken en prenten en andere dingen zijn door het verpleeghuis Van Wijckerslooth overgedragen aan VOL omdat men vond dat ze daar goed terecht komen. Bert is in 2015 vanuit Lisse (Jan Steenstraat 41) verhuisd naar het verpleeghuis Marienhaven te Warmond vanwege zijn Alzheimer ziekte en heeft onze Ver. Oud Lisse al voor en tijdens zijn verhuizing vele boeken uit zijn archief geschonken. Hij is begin 2017 door zijn ernstig wordende dementie, verhuisd naar een gesloten afdeling in het verpleeghuis Van Wijckerslooth in Oegstgeest. Bert heeft na zijn pensioen als provinciaal archivaris van de provincie Noord Holland veel onderzocht voor “Oud Lisse”. De resultaten hiervan zijn o.a.  in twee boeken uitgegeven: in 2010 verscheen het boekje “Grenspalen te Lisse” en daarop aansluitend in 2013 het boek “Kroniek van de Lisser Timmerman en Molenmaker Cornelis van der Zaal (1762-1839)”. Ook heeft Bert heel veel vrijwilligerswerk gedaan voor het Westfries Genootschap. Voor dit vele vrijwilligerswerk werd hij geridderd in de Orde van Oranje Nassau. De Ver. Oud Lisse heeft hem voor zijn vele vrijwilligerswerk Erelid van onze vereniging gemaakt op 10 februari 2016 in Mariënhaven te Warmond en hem toen een ereoorkonde en een erespeld van Vereniging Oud Lisse verstrekt. Wij zullen ons hem altijd blijven herinneren als een vriendelijke, beschaafde en bijzonder aardige man.

Zwarte Tulp Prijs voor Havendwarsstraat 4

De Zwarte Tulp Prijs was voor ons verenigingsgebouw De Vergulde Zwaan vanwege het onderhoud en herbestemming.

Nieuwsflitsen

Nieuwsblad Jaargang 17 nummer 1 Winter 2018

Onder grote belangstelling werd op vrijdag 8 december voor de vijftiende keer de Zwarte Tulp Prijs uitgereikt door het Cultuur Historisch Genootschap (CHG). Deze is bestemd voor instanties en particulieren die zich hebben ingezet voor het behoud van een historische bollenschuur. De prijs ging voor 2017 naar Lisse Centrum Beheer BV van Joop en Corrie Zwetsloot voor het behoud en herbestemming van de bollenschuur aan de 1e Havendwarsstraat 4, beter bekend als “De Vergulde Zwaan”. Dit is wel bijzonder want, het CultuurHistorisch Genootschap Duin- en Bollenstreek (CHG), organisator van de Zwarte Tulp Prijs, heeft namelijk zelf een eigen onderkomen in deze voormalige bollenschuur ”De Vergulde Zwaan”.

Adri de Roon overhandigt de Zwarte Tulp Prijs 2017 aan Corrie en Joop Zwetsloot voor het behoud van “De Vergulde Zwaan”

Deze bollenschuur uit 1923 heeft gediend voor verschillende bloembollenbedrijven en is daarna door Hobaho gebruikt voor haar drukkerij en kantoor. Sinds 2007 stellen de eigenaren van het gebouw, Joop en Harry Zwetsloot, na Harry’s overlijden vertegenwoordigd door zijn weduwe Corrie het pand beschikbaar aan verschillende lokale en regionale organisaties als Vereniging ‘Oud Lisse’, de Harddraverij vereniging, Vereniging EHBO Lisse, het CHG en nog wat activiteiten van andere belanghebbenden. “Het is daarmee met recht een multifunctioneel centrum geworden en heeft niet alleen een tweede, maar ook een derde leven gekregen”, aldus de voorzitter van het CHG Piet Goemans. Wethouder De Roon stipte nog even het bijzondere feit aan dat de prijsuitreiking van de regionale verkiezing voor de derde keer in Lisse plaatsvond. Tevens roemde hij de speciale herbestemming van het pand dat ooit ‘gewoon’ een bollenschuur was, maar nu beschikbaar is voor veel organisaties. “Hiervoor kan niet genoeg waardering worden uitgesproken”, aldus de wethouder.

Groei naar VOLwaardige Historische Vereniging

Wim Bosch is vanaf het begin tot 1999 bestuurslid. Van 2004 tot 2014 was Wim voorzitter. Hij blikt terug over deze periodes.

Wim Bosch

Nieuwsblad Jaargang 16 nummer 1 winter 2017

Vanaf de oprichting van de Vereniging Oud Lisse in 1991 ben ik lid van het bestuur geweest tot 1999. In die beginperiode waren we vooral met bedreigde panden bezig. Aan het einde van mijn 2e bestuursperiode nam ik als voorzitter afscheid van een complete historische vereniging

In 999 moest ik vanwege een drukke periode bij Shell en een lichte hartaanval mijn bestuurslidmaatschap opgeven. De eerste jaren hadden we het zeer druk met het behoud van het station en met protesten tegen de sloop van andere panden. In 2004, toen Ton Rouwhorst als voorzitter aftrad en ik bij Shell officieel met pensioen ging werd ik door hem gepolst of ik hem wilde opvolgen. Omdat de drukte van mijn baan achter de rug was heb ik hiermee volmondig ingestemd. Dat wil niet zeggen dat ik het minder druk kreeg. Ik kreeg met heel veel juridische procedures te doen om de sloop van monumentwaardige panden te voorkomen en werd naast voorzitter van de Vereniging ook lid van de Monumentencommissie. Na afloop van mijn 2 bestuurstermijnen van 2x 5 jaar hadden we in 2014 moeite met het vinden van nieuwe bestuursleden, maar gelukkig kon in 2015 weer een nieuw bestuur aantreden en trad Eric Prince aan als mijn opvolger. Enkele highlights uit mijn actieve bestuursperiode zal ik hieronder aangeven.

Aanwijzing van Monumenten

De Vereniging is vanaf 2003 via de Monumentencommissie, waarvan ik lid was, zeer actief betrokken geweest bij de registratie en selectie van Monumenten door Dorp, Stad en Land (DSL). De aanwijzingsprocedure van Gemeentelijke monumenten is in 2007 gestart. De registratie en selectie van Monumenten door DSL resulteerde in 2010 in de aanwijzing door de Gemeente Lisse van 93 gemeentelijke monumenten en 35 rijksmonumenten. Helaas werd om politieke redenen aan sommige monumentwaardige panden niet de monumentstatus toegekend (o.a. Villa Wildlust, Heereweg 191 en de Oude Openbare Lagere
School). De beschrijving van de monumenten en foto’s zijn te zien op de website van Vereniging “Oud Lisse”.

De Vergulde Zwaan geopend

Op 10 maart 2007 werd in de 1e Havendwarsstraat nr. 4 in Lisse het ‘Centrum voor Cultuurhistorie Duin- en Bollenstreek’ officieel in gebruik gesteld voor het Cultuur Historisch Genootschap Bollenstreek (CHG) en de Vereniging Oud Lisse. Jos Wienen, burgemeester

Vlak na de onthulling van de Vergulde Zwaan aan de gevel, van links naar rechts Joop Zwetsloot van LCB en de HollandRijnland bestuursleden, Jos Wienen, Burgemeester van Katwijk en Adri de Roon, Wethouder van de Gemeente Lisse.

van Katwijk en Adri de Roon wethouder voor o.a. Cultuur in Lisse, die in het dagelijks bestuur van de Regio Holland Rijnland de portefeuilles van respectievelijk Ruimte en Cultuur beheerden openden het centrum. Zij onthulden buiten aan de gevel een beeld van een goudkleurige zwaan van de Lissese beeldhouwer Frans van der Veld.

Servicepunt

In dit voormalige HOBAHO kantoorgebouw (drukkerij) is sinds 2007 ons servicepunt de Vergulde Zwaan gevestigd. Zwanen sierden eerder de gevel van de Hobaho veilinghal. Joop Zwetsloot van Lisse Centrum Beheer heeft het pand ter beschikking gesteld als vergader-,
werk- en documentatie ruimte aan Lissese erfgoedorganisaties, waaronder Vereniging Oud Lisse. Samen met het CHG mochten we van onze mecenas Joop Zwetsloot het pand zonder huurkosten gebruiken (alleen energie kosten ).


Opening Servicepunt
Voorheen bollenschuur, later drukkerij van de HOBAHO en nu Centrum voor Cultuurhistorie Duin- en Bollenstreek.

Voor Vereniging Oud Lisse mocht ik op 19-062007 het Servicepunt van onze vereniging openen tijdens onze eerste inloopavond in het gebouw “ De Vergulde Zwaan”. Dit gebeurde in aanwezigheid van een groot aantal geïnteresseerde leden en andere belangstellenden. Onze vereniging had heel lang uitgezien naar een vast honk en was uitermate gelukkig met deze locatie. Wij gingen hier dankbaar gebruik van maken door het Servicepunt tijdens onze inloopavonden en -ochtenden open te stellen voor al onze leden en belangstellenden. Ook als archiefruimte en vergaderlocatie voor onze werkgroepen en het bestuur was het een uitkomst.

Inloop

Chris Balkenende ging de inloopavonden en -ochtenden coördineren. We kunnen zeggen dat dit al vanaf de start zeer succesvol verliep. Ook bood hij de vereniging mede namens oud aannemer Carl Daudey, een authentieke trapleuning aan van het voormalige gemeentehuis van Lisse die Carl, na de sloop in 1981, nog had weten te bewaren. Deze leuning werd in het Servicepunt vast opgesteld, omgeven door oude foto’s van het voormalige gemeentehuis. Er werden tijdens de eerste inloopavond veel boeken en prenten door leden meegenomen en ter inzage gelegd. Via de beamer werd een groot aantal unieke oude kaarten en ansichtkaarten van de Vereniging Oud Lisse getoond. Ook de tweede inloopochtend op 3 juli verliep zeer goed met 20 aanwezigen. Een traditie was geboren.

Subsidie

Subsidieaanvraag afgewezen, maar alsnog door de Raad toegekend! Onze Vereniging had t.b.v. de inrichting van ons Servicepunt €9000 subsidie aangevraagd voor o.a. aanschaf van wissellijsten voor exposities, een scanner t.b.v. digitalisering gemeentearchief, een laptop PC en archiefkasten. Helaas was het college van oordeel dat onze subsidieaanvraag afgewezen moest worden omdat het niet zou passen in het cultuurbeleid. Na intensief lobbyen heeft de toenmalige raad in haar vergadering een motie aangenomen om de Vereniging toch van de gevraagde subsidie te voorzien!

Werkgroepen

Doordat we de beschikking kregen over het servicepunt ontstond de mogelijkheid om de vereniging om te vormen tot een historische vereniging met een bredere opzet. Dit proces werd, met vallen en opstaan, ingezet. Diverse werkgroepen ontstonden en ontplooiden hun eigen activiteiten. De werkgroep genealogie is een zeer actieve groep en onderzoekt de historie van Lissers. Heel regelmatig worden resultaten van dit onderzoek gepubliceerd in ons Nieuwsblad. Het Lisser Kwartiertje, veelal met een bijbehorend verhaal, is daar een voorbeeld van.

Lezingen

Sinds de opening van de inloop worden in de inloop regelmatig, ca. 4-6 keer per jaar, cultuurhistorische lezingen georganiseerd die veelal goed bezocht worden. Ook verzorgen de leden van “Oud Lisse” zelf lezingen. Zoals Bert Kölker in 2012 een lezing hield over zijn “Kroniek van de Lisser Timmerman en Molenmaker, Cornelis van der Zaal 1762-1839” en Frits Treffers in 2013 een verhaal hield over zijn villa “Somalo” tijdens de tentoonstelling “Een rijk verleden” over de bollenvilla’s in de streek.

Fotomateriaal

Vanaf de opening van het servicecentrum werd er fotomateriaal en ander historische documentatie aan de vereniging geschonken. Theo van der Meij en Maarten Rueb begonnen met het vastleggen en beschrijven van het fotomateriaal. Later kwam de vraag van de gemeente om mee te werken met de ontsluiting van het gemeentelijk fotoarchief. Het ontsluiten en beschrijven van dit materaal is een blijvende uitdaging voor de leden. Deen Boogerd en Ted Freriks houden daarom goed contact met de mensen van het gemeente archief, waarmee nauw wordt samengewerkt.

Uitdragen van kennis

Het Nieuwsblad is sinds 2002 het middel om bekendheid te geven aan zaken waar Oud Lisse zich mee bezig houdt. Daarnaast zijn er ook de specifieke projecten die leiden tot het uitgeven van boeken. Dat deed “Oud Lisse” al met het uitgeven van de boeken “Registratie van Waardevolle Panden in Lisse “uit 1995 en “Bomen van Lisse” in 2000. In mijn 2e bestuursperiode volgden de hierna beschreven boeken.

Grenspalen te Lisse, uit 2010

Omdat veel historische grenspalen in Lisse zijn verdwenen kwam de Vereniging Oud Lisse in 2006 tot de conclusie dat een beschrijving en mogelijke bescherming van de overgebleven grenspalen in Lisse hoog nodig was. De Vereniging was bijzonder verheugd dat dr. Bert Kölker, voormalig provinciaal archiefinspecteur van Noord Holland, deze taak op zich wilde nemen. Ik mocht hand-en spandiensten verrichten als het maken van foto’s van de grenspalen. In 2007 werd besloten om de palen aan te wijzen als gemeentelijk monument. Het geeft veel voldoening wanneer er naar aanleiding van het VOL-onderzoek weer een verloren gewaande grenspaal opduikt die, na een opknapbeurt, weer herplaatst kan worden. In 2010 werd het door de Vereniging uitgegeven grenspalenboek voltooid.

Kroniek van de Lisser Timmerman en Molenmaker

Cornelis van der Zaal (17621839), was lid van een zeer bekende molenmakers familie die aan het Vierkant woonde. Op de locatie van zijn voormalige werkplaats is nu Museum de Zwarte Tulp gevestigd. Hij maakte aan het einde van zijn leven een compleet overzicht (kroniek) voor zijn zoon van de door hem verrichte werkzaamheden aan alle (ca 22!) door hem gebouwde en/of onderhouden molens in Lisse, Hillegom, Sassenheim, Noordwijkerhout en Voorhout. Om de uitgave op te pakken heeft Vereniging Oud Lisse in januari 2007 het zeer actieve lid Dr. Bert Kölker benaderd. In september 2007 startte de heer Kölker dit project, waarbij hij assistentie kreeg van een aantal andere vrijwilligers. Na een deskundige transcriptie en aanvullend archiefonderzoek is het uit te geven boek in november 2011 voltooid.

Serie Wandel- en Fietsroutes
  1. In 2010 is de Vereniging Oud Lisse begonnen met de uitgave van de serie en wel met de uitgave van het boek Wandel- en Fietsroutes langs Monumenten in Lisse n.a.v. de aanwijzing door de Gemeente Lisse van 93 Gemeentelijke en 35 Rijksmonumenten.
  2. Het volgende project, in 2014, was de uitgave van het boek Wandel- en Fietsroutes langs monumentale en bijzondere bomen in Lisse. Hiermee wordt terecht de aandacht gevestigd op de vele prachtige bomen die Lisse nog heeft, juist toen de Gemeente Lisse zich wilde inzetten om een bomenbeleidsplan en groenbeheersplan te ontwikkelen.
  3. Tenslotte in 2016, en daar was ik als redactielid opnieuw nauw bij betrokken, heeft de Vereniging het boek Wandel- en Fietsroutes langs Bruggen in Lisse doen uitkomen. In al deze boeken speelt de plaatselijke geschiedenis een hoofdrol. Zo kan Oud Lisse haar kennis uitdragen en de lezers mee laten genieten van de plaatselijke historie.
Door de VOL uitgebrachte boeken

Exposities

Om anderen kennis te laten maken met onze voorgeschiedenis is het organiseren van exposities of het meehelpen aan exposities van
andere organisaties heel geschikt. Ik noem het meedoen aan Open Monumentendagen en aan exposities van Museum de Zwarte Tulp. Het hebben van een eigen locatie maakte eigen exposities mogelijk. Wat mij betreft springt er één expositie uit.

Herdenking 350 jaar

Trekvaart Mei 2007 werd in Museum de Zwarte Tulp onder grote belangstelling de expositie ‘Blauwe ader van de Bollenstreek, 350 jaar Haarlemmer Trekvaart’ geopend door de Commissaris van de Koningin in Zuid Holland, Dhr. Jan Franssen. Het herdenkingscomité, met vertegenwoordigers van Provincie en Erfgoedhuis ZH, het CHG, Vereniging Oud Lisse en Museum de Zwarte Tulp, had een schitterende tentoonstelling ingericht. In 1657 werd de Trekvaart Haarlem-Leiden in het tijdsbestek van ruim een half jaar gegraven. De vaart werd onmiddellijk een uiterst belangrijke ader in het trekvaartennetwerk, dat rond die tijd in Holland ontstond. Voordat de trein zijn intrede deed, was de trekschuit het massavervoermiddel bij uitstek. Gedurende de twee eeuwen die volgden, vertrokken vanuit Haarlem en Leiden negen trekschuiten per dag. In het topjaar 1677 werden in totaal 148.000 passagiers tussen beide steden vervoerd. Ook werd een prachtig gelijknamig jubileumboek uitgegeven. Vanuit Oud Lisse was ik medeverantwoordelijk voor de beeldredactie van het boek. In het jubileumboek belichten zeven auteurs diverse aspecten van de Trekvaart. Naast de vaart als onderdeel van het trekvaartennetwerk dat vanaf de zeventiende eeuw als een eerste openbaarvervoersysteem in Nederland tot stand kwam komen ook de aanleg, het gebruik en het beheer ter sprake. Daarnaast wordt ingegaan op ‘wonen en werken langs de trekvaart’, het Leidse Tolhuis te Oegstgeest en ‘natuur, milieu en ecologie’ aspecten nu. Voor het Nieuwsblad schreef drs. Brigitte Rink een drietal artikelen getiteld “Herdenking 350 jaar Trekvaart met huize Halfweg”.

Plaatsing en onthulling van borden bij buurtschap Halfweg

De Vereniging Oud Lisse had het verzoek op de VOL jaarvergadering van 2007 om plaatsing van plaatsnaamborden bij Halfweg doorgegeven aan het College van B&W. Ook waren er eerder verzoeken daartoe gericht aan het college door Aad van Kampen, amateur historicus en oud bewoner van Halfweg, en door het Cultuur Historisch Genootschap. Het college ging hiermee akkoord zodat op 29 september 2007 de borden met aanduiding ‘Halfweg’ feestelijk werden onthuld door burgemeester Corrie Langelaar. Op 29 en 30 september voer, ter afsluiting van de herdenking 350 jaar Haarlemmer Trekvaart, een vlootschouw met westlanders, hagenaars, sloepen, schuiten en andere lage schepen, voorbij Halfweg op weg van Haarlem naar Leiden.

Ten slotte

Zoals gezegd: wat highlights. Er had nog een hele reeks namen van actieve vrijwilligers genoemd kunnen worden. Want zij zorgden er voor dat de vereniging zich ontwikkelde tot een volwaardige historische vereniging, een vereniging waar ik als vrijwilliger nog steeds actief in mag zijn. ■

De oprichting van Vereniging Oud Lisse en activiteiten in de eerste jaren

De high liths van de afgelopen 25 jaar worden weergegeven.

door Frits Treffers en Wim Bosch

Dit artikel staat gedeeltelijk op de Nieuwsbrief Jaargang 16 nummer 1 winter 2017

1. Inleiding

Hieronder schrijven we een aantal punten neer die wij nooit vergeten zullen uit de eerste jaren van onze Ver. Oud Lisse. De indeling is als volgt:

  1. Het ontstaan van de Vereniging Oud Lisse
  2. Projecten
    1. Oude bollenvilla’s trachten te beschermen tegen sloop.
    2. Voorgenomen sloop van het monumentale NS station voorkomen.
    3. Behoud van het Driehuizen bollenschuurcomplex door herbestemming
    4. Strijd om behoud van het oudste pand van Lisse, Heereweg 191
    5. De sloop van villa Rozenheim
    6. Sloop villa “Wildlust” Heereweg 14 bij hotel- restaurant “De Nachtegaal”.
    7. Herbouw afgebrande Zemelpoldermolen.
    8. De ondergang van het Bollenlaboratorium in 2004
    9. Hofje van Six blijft bestaan.

a. Het ontstaan van de Vereniging Oud Lisse

Het is alweer meer dan 25 jaar geleden dat de vereniging eigenlijk door toeval is opgericht. Het gebeurde dat de overbuurman van Frits Treffers , Matthieu den Boer op een avond een praatje met hem begon en zijn zorg uitsprak over de geruchten die de ronde deden over de sloop van de mooie villa’s tegenover het huis “Somalo” van Frits Treffers Heereweg 28 (Heereweg Noord) .
Hij stelde toen voor om samen met Frits een vereniging op te zetten om waardevolle panden tegen sloop te beschermen.
Onze gedachte was om nieuwbouw op het achterliggende gebied van de villa’s toe te staan met behoud van de villa’s en oude bomen.

De vereniging werd opgericht en bestond uit 6 bestuursleden:
1. Matthieu den Boer (voorzitter)
2. Els Weening (secretaris)
3. Chris Paardekooper (penningmeester)
4. Ir. Frits Treffers (bouwzaken)
5. Loe Buijze (publiciteit)
6. Ir.Wim Bosch (ruimtelijke ordening)
De openingsvergadering werd op 15 december 1990 gehouden in de Gewoonste Zaak.

b. Projecten1. Oude bollenvilla’s trachten te beschermen tegen sloop.

24-02-1991 Bewuste vernieling om toewijzing als monument en eventuele bezetting van het pand te voorkomen. Zo stond Merenburgh er nog een paar maanden bij.

Het eerste project was het redden tegen sloop van de villa’s: Merenburgh (nr 25), Magnolia (nr 27) , en Buitendorp (29) gelegen aan de Heereweg Noord. Na diverse pogingen via juridische procedures en ondanks de grote aandacht in de pers, is het uiteindelijk helaas toch niet gelukt en is de villa Merenburgh in 1991 toch onverwacht gesloopt en is er na de sloop van ook de andere villa’s uiteindelijk nieuwbouw neergezet. De beeldbepalende bomen werden wel gespaard.

Merenburgh met protestborden tegen het beleid van Harry Smith, alias “Harry de Sloper” toen Weth. ruimtelijke-ordening. Mede door deze sloop is VOL juist in de steigers gezet.

2. Voorgenomen sloop van het monumentale NS station voorkomen.

Het tweede project was het oude NS station te beschermen tegen de voorgenomen sloop van NS. Ook daarvoor werden diverse gesprekken gevoerd, in dit geval met de Nederlandse Spoorwegen.

Uiteindelijk is daar  overeenstemming bereikt. Maar dat vroeg wel om zeer creatieve oplossingen. Door de Vereniging Oud Lisse werd speciaal voor dit doel in 1994 een beheersstichting opgericht, de Stichting Oud Lisse, die zorg kon dragen voor de restauratie en het onderhoud van het station. Stichting Oud Lisse kwam met de NS overeen om het stationscomplex voor een gering bedrag van NS te huren, met de verplichting het pand op eigen kosten te renoveren en te onderhouden.

Station Lisse monument

Als resultaat van het grote renovatie project van het station, waar in het bijzonder Frits Treffers heel veel aan bijgedragen heeft, werd met medewerking van de Gemeente Lisse het pand aangewezen tot Rijksmonument.

Het restauratieproces

Door Stichting Oud Lisse werd een totale renovatie van het oude NS station toegepast, hoofdzakelijk op de begane grond. De bovenbouw werd bij de restauratie voorzien van nieuwe verwarming, maar werd verder zo gelaten. De firma Necon, het oude bureau van Frits Treffers, heeft de noodzakelijke reparatie adviezen gegeven.

Station in ±1905. Detail ingekleurde ansicht . Dit monument is door de inzet van de oprichters van VOL behouden gebleven.

Om inkomsten te verwerven voor de renovatie en onderhoud van het station werd met de gemeente Lgelaten. De firma Necon, het oude bureau van Frits Treffers, heeft de noodzakelijke reparatie adviezen gegeven.isse in 1995 overeenstemming bereikt om het geheel een horecabestemming te geven. De beneden verdieping van het station werd verhuurd aan het restaurant De Verloren Koffer. met behoud van de karakteristieke elementen aan het exterieur en in het interieur. John Nederstigt, de eigenaar van de Verloren Koffer, werd de eerste restauranthouder.

Er was een probleem om een gastoevoer aan te leggen voor het restaurant. Die zou volgens de leverancier onder het spoor moeten worden aangelegd, hetgeen extra kosten met zich mee zou brengen. Via het plaatsen van een gastank naast het parkeerterrein werd dit opgelost.

Geschiedenis station

Het oude stations complex was in opdracht van de toenmalige Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij gebouwd aan het traject Leiden-Haarlem. Het bij de spoorwegovergang staande stationsgebouw is gebouwd naar een ontwerp van de architect D.A.N. Margadant, die elders in het land vergelijkbare stationsgebouwen in een aan de Art Nouveau verwante stijl heeft gebouwd en van ca.1870 tot 1909 bij de H.IJ.S.M. als architect en opzichter werkzaam was. Kenmerkend voor het station in Lisse is de ver doorgevoerde asymmetrie en het afwisselende materiaalgebruik (baksteen, natuursteen en houtwerk).

De lijn Haarlem-Leiden werd in 1842 aangelegd. Landgoedeigenaren kregen het voor elkaar om de lijn op een (voor hun) zo gunstig mogelijke plek aan te leggen. De toenmalige eigenaar van het landgoed Venenburg, ten noorden van Lisse, had bij de HIJSM zelfs een eigen stopplaats bedongen. Het zou vervolgens nog tot 1896 duren voordat de HIJSM eindelijk van deze stopplaats verlost was. Er was dus geen halteplaats vlak bij het dorp. Maar in 1891 werd een halte Delfweg aangelegd bij het Halfweg. De naam werd in 1896 gewijzigd in Lisse (code LIS). Pas in 1904-1905 verrees het stationsgebouw iets ten zuiden van de halte Delfweg.

In het jaar 1904 vindt een rigoureuze aanpassing van de situatie op dit gedeelte van het terrein rond de spoorbaan plaats. Van douarière Van Pallandt-Steengracht van Oostcapelle worden door de Spoorwegen gronden verkregen voor de bouw van een station. Er volgt een omlegging van wegen en sloten. Dit verklaart ook het wat merkwaardige traject van de Stationsweg met de bochten vlak voor de spoorwegovergang.

Het gebouw is voorzien van wachtruimtes der eerste, tweede en derde klasse, een plaatskaartenkantoor met loketten en een bovenwoning voor de stationschef. Het aardige is dat er ook nog heel specifieke details te zien zijn die verwijzen naar de bloembollencultuur. Op de bogen in de hal zijn afbeeldingen te zien van narcissen en tulpen. In een bijgebouwtje was vroeger het toilet. In 1905 werd het station in gebruik genomen. Het oude station Delfweg kreeg weer haar oorspronkelijke bestemming van baanwachterswoning.

Einde spoorwegfunctie

In september 1944 ( de grote spoorwegstaking in de 2e wereldoorlog) werd de halteplaats gesloten. De wachtkamer 3e klasse deed in die tijd nog dienst als noodwoning. Na de oorlog werd de halteplaats uit de dienstregeling geschrapt. Door de grote afstand tussen Lisse en het station werd er te weinig gebruik van gemaakt door reizigers. In 1970 was het ook gedaan met de stopplaats voor het goederenvervoer. Vanaf de jaren 50 van de vorige eeuw stopten er in het voorjaar nog treinen voor bezoekers van de Keukenhof. De stopplaats ‘Lisse-Keukenhof’ was gedurende het bollenseizoen druk bezocht. Het noodperron van station Lisse is voor het laatst (90-er jaren) gebruikt door Lovers Rail om reizigers voor de Keukenhof af te zetten.

Einde bemoeienis met station

Omdat de NS het stationsgebouw wilde verkopen en John Nederstigt en de Stichting Oud Lisse niet ingingen op de aangeboden verkoopprijs van €400.000, heeft op 23 mei 2008 de Stichting Kasteel Keukenhof het station Lisse voor €350.000 gekocht van NS.
Na deze aankoop van het station van NS bleek dat de Stichting Kasteel Keukenhof eigen plannen had met het station. Mede gezien ook het feit dat de Stichting Oud Lisse haar doelstelling (renovatie en onderhoud van het station) had bereikt, heeft de Stichting Oud Lisse besloten de onderhuur aan het restaurant en haar verplichting tot onderhoud van het pand per 1 januari 2011 over te dragen aan de nieuwe eigenaar Stichting Kasteel Keukenhof. In het pand is nu restaurant “het Tussenstation” gevestigd. Gelukkig zijn in het interieur de specifieke details, zoals de tulpen en narcissen in de stenen bogen, nog steeds te bewonderen.

3. Behoud van het Driehuizen bollenschuurcomplex door herbestemming

Het bollenbedrijf was nog volop in bedrijf

Het bollenschuur complex van Driehuizen dat aan de Heereweg Noord staat tussen de villa’s Rutsbo en Somalo is door toedoen van de Ver. Oud Lisse een Rijksmonument geworden. Oorspronkelijk was het de bollenkwekerij het ‘Hollandse Bloembollen Huis’, bestaande uit een BOLLENSCHUUR met aangebouwd KANTOOR. Het ensemble is gebouwd in 1922, in opdracht van de firma Gebr. Driehuizen, naar een ontwerp van de in de bollenstreek bekende architect Leen Tol uit Lisse. Het complex is gebouwd in een stijl die verwant is aan de architectuur van de Nieuwe Haagse School, een strakke variant van de Amsterdamse School. De grote schuur is van het type bollenschuur met vide. Van dit type komen nog enkele in de Bollenstreek voor, maar deze hebben niet meer hun oorspronkelijke functie. Dit kwekerijcomplex is sinds 1981 niet meer als zodanig in gebruik.

Het heeft sindsdien gefungeerd als onderkomen voor antiekhandel van Damme. Projectontwikkelaar Hillgate Properties en Bouwbedrijf Huib Bakker maakten in 2008/2009 in de schuur 27 twee-, drie- en vierkamerwoningen, waarbij de karakteristieke kenmerken van het gebouw behouden bleven. De gigantische bollenschuur is een Rijksmonument. Het was dus van belang dat de oorspronkelijke uitstraling zoveel mogelijk intact zou blijven, terwijl de bollenschuur toch moest worden aangepast aan de moderne wooneisen. Daarom vond nauw overleg plaats met de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM). Het schitterend atrium, waar de woningen omheen liggen, is natuurlijk bewaard gebleven. De appartementen konden via een starters subsidie worden gekocht. Het voorste gedeelte van het complex is het voormalige kantoorgedeelte. Ook dit werd omgevormd tot woning. Hier is nog  een glas-in-lood ingevulde lichtkoepel, een vloer met decoratieve betegeling en er zijn nog deels met originele tegels beklede wanden. In april 2013 kreeg het kantoorgedeelte van het complex de erepenning van Vereniging Oud Lisse toegekend. Rondom het complex is nieuwbouw gerealiseerd.

(hierbij illustratie glas-in-lood, tegel, oude ontwerptekening van tol)

4. Strijd om behoud van het oudste pand van Lisse, Heereweg 191

Archeologisch onderzoek 2014. Bij het archeologisch onderzoek na de sloop vond men sporen van prehistorische akkers op dit perceel.

Een andere zaak was het z.g. witte pand op de Heereweg. Onze vereniging heeft in 1999 het vorige college van B&W (in casu wethouder F.W.H.P. Prins destijds verantwoordelijk voor het Monumentenbeleid) er van overtuigd het pand toen beschermwaardigheid te bieden door het op de gemeentelijke monumentenlijst te plaatsen. Het college heeft de beschermwaardigheid van het pand echter weer opgeheven t.b.v. nieuwbouw, door het pand in december 2003 weer van de gemeentelijke monumentenlijst af te voeren, gebruik makend van een zeer summier uitgevoerde verkenning door een ingehuurde bouwhistoricus. Een aanbod voor een gratis en grondig bouwhistorisch onderzoek door onze vereniging werd botweg geweigerd. Dit pand, de oudste woning van Lisse uit de 17e eeuw, is indertijd opgenomen in het Monumenten Inventarisatie Project (MiP). Het was geen Rijksmonument, maar het was wel een zeer bijzonder pand met oude tongewelven uit de 17e eeuw en inwendig voorzien van diverse oude 18e -eeuwse tegels . Zie schilderij van Carl Daudeij hieronder. De Vereniging Oud Lisse en de Bond Heemschut hebben helaas zonder resultaat diverse juridische procedures ondernomen om te trachten dit object te beschermen tegen een geplande sloop. Nu staan daar nieuwe gebouwen gebouwd in een enigszins “oude klassieke stijl”.

5. De sloop van villa Rozenheim

Rond 1995 stonden er twintig panden in Lisse op de nominatie voor de selectie voor aanwijzing als jong rijksmonument. Door de gemeente werden zij geplaatst op de “concept-Indicatieve Lijst”. Deze lijst was de neerslag van een eerste (landelijke) inventarisatie van panden uit de periode 1850 – 1940 die mogelijk in aanmerking zouden komen voor bescherming als jong monument. Van dit initiatief is niet veel terecht gekomen. De definitieve selectie bleef uit en wie de (mogelijke) monumentenstatus hinderlijk vond voor zijn bezit, had zo alle kans om tot sloop over te gaan. Ook villa Rozenheim stond op de lijst en trof dit lot. Het pand werd na enkele jaren leegstand en verloedering plotseling en onverwacht rond de jaarwisseling van 1996/1997gesloopt.
Villa Rozenheim (Heereweg 276) werd in 1881 gebouwd. In 1887 wordt een nieuwe bollenschuur van 3 verdiepingen gebouwd. In 1906 wordt het geheel gekocht door Frederik Franciscus Bernardus de Meulder van het sinds 1898 bestaande bollenexportbedrijf Fred. De Meulder. Oude catalogi van de firma vermelden als adressering Fred. de Meulder Rozenheim nurseries Lisse. Na zijn overlijden blijft het pand tot 1976 in eigendom van zijn weduwe A.W.A. de Meulder-Takkenberg. Na de sloop van de villa verrees op deze plek het ”glazen huis” van architect Wiel Arets.

6. Sloop villa “Wildlust” Heereweg 14 bij hotel- restaurant “De Nachtegaal”

 

T.b.v. de aanleg van een rotonde op de hoek Zwarte Laan/Heereweg/Meer en Duin, wilde de provincie ZH de villa “Wildlust” slopen. Het was een karakteristiek pand en de plek had een heel oude historie (zie hieronder). Hoewel dit pand, zowel door de Monumentencommissie en ook door de VOL bouwkundige werkgroep als Gemeentelijk monument werd gewaardeerd, wilde het College zich om politieke redenen helaas bij de provincie niet inzetten voor het behoud van deze historische villa en werd de villa in 2008 niet in de lijst Gemeentelijke monumenten opgenomen.
De eigenares mevr. De Regt (toen 86 jaar) wilde in 2007 niet weg en daarom is de provincie een onteigeningsprocedure gestart. In eerste instantie werd geprobeerd dit pand op de lijst van beschermde gemeentelijke monumenten te zetten, maar Provincie en ook Gemeente Lisse wilden niet meewerken en ook is uiteindelijk de eigenares met de aanwijzingsprocedure tot Gemeentelijk monument gestopt.

In maart 2009 werd de villa met instemming van de Gemeente Lisse door de Provincie ZH gesloopt i.v.m. de aanleg van de rotonde, ondanks de herhaalde inzet van de Ver. Oud Lisse voor het behoud van dit monumentale pand. Ook het Cuypers genootschap werd door de Gemeente niet ontvankelijk verklaard in haar bezwaar (geen belanghebbende).Deze riet­gedekte Bollenvilla “Wildlust”, gebouwd omstreeks 1923, was gaaf en representatief voor de regio­nale geschiedenis van de bloembollenteelt en karakteristiek vanwege de situ­ering (gelegen aan doorgangsweg en omgeven door tuin met bomen en achter­land).

De provincie had in het kader van het Monumenten Selectie Project ten behoeve van aanwijzing als rijksmonu­ment, de villa bij gebrek aan voldoende waarden niet geselecteerd.
De Provinciale Adviescommissie Monumenten had eerder in 2004 in het kader van de aanleg van de onderhavige rotonde, het cultuurhistorisch belang van de villa met tuin getoetst aan de hand van de toetsings- en selectiecriteria voor aanwijzing als provinciaal monument. Geconcludeerd werd dat het niet aan deze criteria voldeed.

Oorspronkelijk waren er achtereenvolgend 3 verschillende huizen die de naam Wildlust droegen. De gesloopte villa was het derde huis met die naam.

In de 18e eeuw bestond Wildlust nog niet. Toen stond daar een boerderijachtig pand

De buitenplaats “Wildlust” was rond 1800 gebouwd en is op 2 augustus 1814 gekocht door “de Heer Casparus Henricus Wolff , chirurgijn en apothecar” te Lisse. (zie ‘t Roemwaard Lisse door A.M. Hulkenberg , blz. 61). Op 30 jan. 1819 koopt de heer Jacob Coenraad Temminck, een verdienstelijk dierkundige en later directeur van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie te Leiden, van de eigenaar Casparus Henricus Wolff, de buitenplaats Wildlust voor 1000 Gulden.

De heer Temminck trouwt met de dochter van Marinus Smissaert, die in die tijd eigenaar was van Veenenburg. De heer Temminck overlijdt op 30 januari 1859 op 79 jarige leeftijd, en zijn weduwe blijft op Wildlust wonen tot haar dood in 1865. Haar tweede zoon Marinus Temminck, naar wie de boerderij Oud-Zandvliet later “Marinus” werd genoemd, verhuurt Wildlust aan Baron Snouckaert van Schauburg.

Marinus Temminck heeft het oude Wildlust gesloopt en vervangen door het landhuis Wildlust. Omstreeks 1890 verkoopt Marinus Temminck, het landhuis Wildlust aan de Graaf van Lynden (Meneer Jan), gehuwd met Gravin van Palland die later Keukenhof erft . Zij wonen er tot 1923, dan gaan ze naar Keukenhof. Cornelis Marinus Grullemans woont sinds 1900 tegenover Wildlust op de Heereweg 19, met bollenland erachter. In 1905 huurt Grullemans grote stukken land van de Graaf en in 1923 koopt de heer Grullemans het landhuis Wildlust en breekt het verwaarloosde huis tot de grond toe af. Hij maakt bollenland van het vroegere landgoed Wildlust.

Zijn zoon Karel (Cees) trouwde met Annie Speelman op 12 Mei 1925. Vader Grul laat op de hoek van het land van Grullemans een huis bouwen voor het stel: “Villa Wildlust”.

7. Herbouw afgebrande Zemelpoldermolen

1ste Poellaan 65 - Poldermolen van de Zemelpolder

De zemelpoldermolen na de herbouw

Op 4 november 1999 werd door jongeren de Zemelpoldermolen in brand gestoken. Zie foto’s hieronder.

Met de melding van de vermoedelijke namen van deze vandalen heeft de Gemeente Lisse helaas niets gedaan.
Deze molen was oorspronkelijk een Rijksmonument. Een werkgroep o.l.v. buurtbewoner Hans Kok en Piet Balkenende heeft er samen met de Ver.Oud Lisse voor gezorgd dat de molen weer helemaal werd hersteld. De gemeente Lisse heeft een groot deel van deze kosten op zich genomen. Via allerlei inzamelacties heeft de werkgroep een substantieel deel aan de kosten kunnen bijdragen. Toch kreeg de molen door de vele vernieuwingen die in de molen zijn uitgevoerd niet meer de Rijksmonumenten status. De molen is wel een gemeentelijk monument.

8 Uitreiking van de penning

Naast het pogen om waardevolle panden van de sloop te redden werd ook ingezet op het waarderen
van initiatieven om waardevolle panden te behouden en verantwoord de restaureren. Het is een goed gebruik jaarlijks een pand te waarderen met een penning. Eerst hadden we penningen van de vereniging Hendrick de Keyser, de bekende Amsterdamse stadsarchitect , o.a. van de Westerkerk. Sinds 1992 reikt “Oud Lisse” penningen uit en zijn diverse panden door de vereniging geëerd.

De VOL erepenningen worden inmiddels al jaren gemaakt door Frans en Truus van der Veld.

Hoe kwam nu zo’n uitreiking tot stand. In de krant van april 1994 staat een artikel met in de kop Kanaalstraat 117, een sieraad in Lisse. De vereniging heeft dan net afspraken gemaakt voor de restauratie van het station. Dat is niet het enige aandachtspunt. Om de krant de citeren: “Uiteraard kijken de leden regelmatig rond in het dorp. Hun aandacht werd getroffen door een fraai gerestaureerd pand aan de Kanaalstraat 117”. Dat het pand opviel was niet verwonderlijk. Renate de Zwart, haar toenmalige partner en familie hebben maar liefst anderhalf jaar geklust. Een initiatief om met de penning van de vereniging te waarderen. Het pand dateert uit 1902. Bij de verkoop werd gesteld “verkeert nog in de oorspronkelijke staat”. Of dat als aanbeveling bedoeld was blijft de vraag, maar de kopers zagen een uitdagende klus voor zich. Helemaal oorspronkelijk was het huis ook niet, het oorspronkelijke aanzicht was niet helemaal terug te halen. De voorgevel bleef de oude indeling behouden.

Renate de Zwart, hoeveel stenen nog te gaan?

Wanneer je nu naar de woning kijkt heb je geen idee wat een gigantisch project het indertijd was om die voorgevel dat oorspronkelijke uiterlijk te laten behouden. De hele gevel werd eerst afgebroken. De oorspronkelijke stenen werden afgebikt waarna de voorgevel weer opgemetseld kon worden. In de afbraakperiode werd een briefje bezorgd met de vraag: “In de gevel van dit huis is een tegel geplaatst met de tekst ‘de eerste steen is gelegd door Marijtje van Houten….als u geen prijs stelt op de steen zou ik hem graag hebben omdat Marijtje van Houten mijn moeder was ”.

Renate de Zwart op de steiger tegen Kanaalstraat 117

Spijtig voor de dochter, maar de steen zit nog in de gevel. De dochter van Marijtje heeft een briefje gehad dat de steen netjes opgeknapt zou worden. In de hoop dat ze er nog vaak langs zou lopen en de steen dan zou kunnen zien. Dat kunnen we nu nog steeds. De steen zit naast de voordeur. Die gevel was maar een deel van de enorme restauratieklus die heel veel vrije uren en vakantiedagen heeft gekost. Het huis ziet ver perfect uit en is een voorbeeld van een pand dat gelukkig door enthousiaste mensen behouden is gebleven en op die manier onze plaatselijke geschiedenis levend houdt. En heerlijk wonen midden in het dorp. Op onze jaarvergadering zal opnieuw een initiatief voor een stijlvolle restauratie beloond worden met een penning!

8. De ondergang van het Bollenlaboratorium in 2004

Zie artikel van Guus Maas Geesteranus in die periode secretaris van de Vereniging Oud Lisse.

9. Hofje van Six blijft bestaan

Het hofje in oude tijden

Er is vanaf 2001 al heel wat te doen geweest over het Hofje van Six, genoemd naar de in 1741 door Jonkheer Pieter Six aan de diaconie geschonken fundatie voor de armen.

De panden van het “Hofje van Six”, inclusief het oorspronkelijk bij het hofje behorende sigarenmagazijn “Juliaantje” (Kanaalstraat 44), waren in 2001 aangewezen als gemeentelijk monument. Tegen dit besluit heeft de diaconie zich toen niet verweerd en ook geen beroep ingediend.
Wel heeft de eigenaar van Kanaalstraat 44 zich toen verweerd waarop de rechtbank in 2003 uitsprak dat de monumenten aanwijzingsprocedure door de gemeente niet correct was uitgevoerd , waardoor het pand op verzoek van de projectontwikkelaar in 2006 gesloopt werd en door een hoog pand (winkel met een appartement erboven) werd vervangen. De sloop van de resterende woningen van het hofje om de nieuwbouwplannen van de diaconie te realiseren dreigde toen ook.

 

De Vereniging Oud Lisse protesteerde en Mien Dol, die nog de enige bewoonster is van een van de 5 resterende hofjeswoningen van het Hofje van Six, (Kanaalstraat 34), verzamelde 500 protest handtekeningen! Maar de rechter bepaalde in 2010 dat het hofje door de bouw van het hoge pand er naast, niet meer monumentwaardig was en gesloopt mocht worden. De gemeente Lisse moest toen alsnog een sloopvergunning voor de hofjeswoningen afgeven aan de diaconie. De onderhandelingen van de diaconie met de gegadigden voor het hofje met de sloopvergunning verliepen echter moeizaam doordat door de economische crisis de een na de andere projectontwikkelaar afhaakte. Omdat de biedingen steeds lager werden hakte de diaconie de knoop in 2016 door om de bestaande hofjes woningen met het verkoopbedrag van Mien Dols pand grondig op te knappen omdat er genoeg belangstelling is voor de 4 hofjeswoningen. Mien Dol kon haar geluk niet op: “Ik ben de gelukkigste vrouw van Lisse” . Ook al zou ze na haar aanhoudende strijd tegen de sloop van het hofje niet meer in haar pand mogen wonen, dan nog is ze voor Lisse heel blij dat het karakteristieke Hofje van Six nu blijft behouden. Daar heeft Mien samen met de Ver. Oud Lisse jaren voor geknokt!

Terug naar info Over de VOL

DE ONDERGANG VAN HET BOLLENLABORATORIUM

Guus Maas Geesteranus,oud bestuurslid, vemeldt alle wetenswaardigheden rondom de sloop van het Laboratorium voor Bloeembollenonderzoek.

Door Guus Maas Geesteranus

Dit artikel staat gedeeltelijk in het Nieuwsblad Jaargang 16 nummer 1 winter 2017

 De oude Romeinen hadden er al een gezegde voor: Sic transit gloria mundi.

Zo vergaat ’s werelds roem. Wat was er aan de hand?

Op 2 december 2003 besluit het College van B&W van Lisse het Laboratorium voor Bloembollenonderzoek te schrappen van de gemeentelijke monumentenlijst, waarop het pand sinds 1999 stond. Toen namelijk bekend werd dat de bloembollenveiling CNB Lisse dreigde te verlaten, heeft de gemeente in haar streven om het bedrijf binnen de gemeentegrenzen te behouden, CNB een leeg en vlak terrein aangeboden, terwijl daar genoemd gemeentemonument opstond. Zowel de Monumentencommissie als de Vereniging Oud Lisse maken bezwaar hiertegen en adviseren de gemeenteraad niet in te stemmen met het besluit, het pand op de lijst te laten staan en niet te laten slopen.

Het bezwaar berust op twee argumenten: cultuurhistorisch en bouwhistorisch.

Cultuurhistorie

Egbertus van Slogteren,
(*1888-†1968)

In het begin van de vorige eeuw had de bloembollensector te kampen met ziektes in verschillende bolgewassen. De handel in narcissen naar Amerika stokte, omdat men daar bevreesd was voor import van plantenziektes. De bollenstreek ervoer deze handelsstop als een enorm probleem. In overleg met Ministerie van Landbouw werd besloten in Lisse een laboratorium voor bloembollenonderzoek te bouwen, in te richten en te bemannen, onder leiding van de Wageningse hoogleraar van Slogteren. In dit laboratorium kon worden aangetoond dat de plantenziekte van de narcis geen bedreiging kon zijn voor de Amerikaanse markt. Hierop herleefde de handel met Amerika. Daarnaast ontwikkelde het lab methoden van behandeling en keuring van verschillende bolgewassen waarmee exportkwaliteit kon worden gegarandeerd. Ook de Japanse markt kon aan het eind van de vorige eeuw geopend worden doordat de sector zo’n keuringsdienst bezat. Men kan dus zeggen dat de huidige bloembollensector zijn bestaan heeft te danken aan de ontwikkelingen die in het lab tot stand zijn gekomen.

Bouwhistorie

Laboratorium voor Bloembollenonderzoek

Het ontwerp van het lab is van Rijksbouwmeester C.J. Blaauw en verwant met drie eerder door hem ontworpen laboratoria op het terrein van de Landbouwhogeschool in Wageningen. Alle vier panden kunnen tot de zgn. Amsterdamse School gerekend worden. De drie laboratoria in Wageningen zijn tot rijksmonument verheven.

Op 18 december 2003 gaat de gemeenteraad akkoord met het schrappen van het lab van de monumentenlijst en de verkoop van het terrein aan CNB. Meteen de volgende dag vraagt de eigenaar van het pand, de Universiteit van Wageningen, een sloopvergunning aan, die enkele dagen later door de gemeente wordt verleend. Publicatie van de aanvraag in de Lisser is op 31 december, een dag waarop de oliebollen meer aandacht krijgen.

Alert reageert de Vereniging Oud Lisse (VOL) begin januari door een bezwaarschrift in te dienen bij de gemeente tegen sloopvergunning en tegen het schrappen van het lab van de gemeentelijke monumentenlijst als ook een verzoek bij de Rijksdienst voor Monumentenzorg om het pand aan te wijzen als rijksmonument. Het verzoek wordt in behandeling genomen waardoor de sloopvergunning voorlopig wordt geschorst tot de uitspraak heeft plaatsgevonden.

CNB blijft in Lisse

Het onderwerp heeft nu alle aandacht van de gemeenteraad en het VOL-bestuur krijgt de gelegenheid in de raadsvergadering van 29 januari 2004 zijn bezwaren toe te lichten. Ook VOL vindt het een goede zaak dat CNB als onderdeel van de bloembollenhandel behouden blijft voor de Duin- en Bollenstreek. Dit past binnen de doelstellingen van het Pact van Teylingen, een overeenkomst die ook VOL onderschrijft. Maar niet ten koste van een gemeentelijk monument. Pogingen om CNB te bewegen het gebouw op te nemen in hun bouwplannen zijn door het bedrijf afgewezen en door de gemeenteraad niet serieus besproken.

Naar aanleiding van het bezwaarschrift wordt het VOL-bestuur uitgenodigd voor een hoorzitting (2 feb.) en een informeel gesprek met burgemeester en wethouder Schuijt (3 feb.). Op 4 feb. verklaart B&W beide bezwaarschriften ongegrond. Wel wordt de sloopvergunning ingetrokken (voorbescherming) omdat de Rijksdienst voor de Monumentenzorg (RDMZ) het verzoek van VOL in behandeling heeft genomen. Op grond van de RDMZ-procedure wordt de Lissese gemeenteraad om zijn mening gevraagd. Die heeft zich laten adviseren door een onafhankelijke deskundige, ir. M. Verweij, adviseur op het terrein van gemeentelijk monumentenbeleid. Hij acht het voormalig laboratorium van historisch en architectonisch belang en bepleit het gebouw in enigerlei vorm te behouden.

In verband met de lopende procedures stopt CNB de voorbereidingen voor de nieuwbouw op het aangeboden terrein en geeft de gemeente gelegenheid om uiterlijk 1 september 2004 met een visie te komen als het voormalig bloembollenlaboratorium een rijksmonument wordt. Het bedrijf wil weten hoe de gemeente Lisse denkt zijn verplichtingen, zoals vastgelegd in de koopovereenkomst, te kunnen voldoen.

Het lot bezegeld

In augustus 2004 wijst RDMZ het VOL-verzoek af, maar benadrukt dat het pand zeker de status van een gemeentemonument waard is. Met deze afwijzing staat de weg voor slopen en CNB-nieuwbouw open als niet een nieuwe partij op het toneel verschijnt. Onafhankelijk van VOL dient het Cuypersgenootschap (Vereniging tot het behoud van negentiende- en twintigste-eeuws cultuurgoed in Nederland) een bezwaarschrift in tegen de afwijzing van RDMZ en tegen de sloopvergunning van gemeente Lisse. Ook dit bezwaarschrift wordt in februari 2005 afgewezen.

Daarmee is het lot van het Laboratorium voor Bloembollenonderzoek definitief bezegeld en blijkt ook wat eens ’s werelds roem was vergankelijk kan zijn.

 

We ontvingen n.a.v. dit artikel een reactie van de heer Maarten Timmer.
Hij schrijft:

Maas Geesteranus schrijft een boeiend verhaal over de ‘ondergang’ van het LBO en besteedt ook aandacht aan de stichting ervan. De ironie van de geschiedenis wil dat de aanleiding niet was dat het buitenland Nederlandse narcissen wilde weren vanwege de import van plantenziekten maar dat het juist de Nederlandse telers waren die de import van buitenlandse bloembollen wilde belemmeren, althans binden aan een ‘keuring door een officieel deskundige’. Het was een voorstel van de afdeling Sassenheim aan de algemene ledenvergadering van de Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (AVB) die op 19 mei 1916 plaatsvond. Ze kwamen daartoe omdat het aaltjesziek in vooral uit Engeland geïmporteerde narcissen daar vreselijk huishield. Niet alleen daar, de hele Zuidelijke Bollenstreek leed eronder. Voorzitter van de AVB Ernst Krelage was beducht dat als dit voorstel zou worden aangenomen het buitenland tegenmaatregelen zou nemen in de vorm van exportbelemmeringen. Daarom haalde hij de angel uit de motie door voor te stellen eerst maar eens onderzoek te doen naar die ziekte. In die tijd was ir. K. Volkersz de rijkstuinbouwconsulent en directeur van de school en hij vatte in een lezing op 26 juni 1916 voor 150 belangstellenden de stand van zaken samen en kwam tot de conclusie dat het beste was aan de minister van Landbouw te vragen een phytopatholoog in de Bollenstreek aan te stellen voor nader onderzoek. Hij had zo’n constructie al in 1914 besproken met de prof. J. Ritzema Bos, directeur van het Instituut voor Phytopathologisch Onderzoek (IPO), onderdeel van de Wageningse Rijks Hogere Land- Tuinbouw en Boschbouwschool (RHLTBS). Die onderzoeker zou dan ruimte krijgen in de school. Door bezuinigingen op de rijksbegroting ging het toen niet door. Maar nu trokken Krelage en Volkersz samen naar Den Haag en wisten nu wel geld los te krijgen. Omdat Ritzema Bos niet zo gauw een onderzoeker kon vinden schakelde Krelage zijn netwerk in. In die tijd was hij ook secretaris van het bestuur van het Phytopathologisch Laboratorium Willie Commelin Scholten waarvan prof Went voorzitter was (ook wel de ‘paus ‘van de Nederlandse botanie genoemd). Hij gaf Krelage een lijstje met vijf geschikte kandidaten en daaruit pikte in januari 1917 Ritzema Bos E. van Slogteren uit. Na zijn promotie (cum laude) op 29 maart werd hij op 12 april 1917 aangesteld als wetenschappelijk ambtenaar bij het IPO en gedetacheerd in Lisse. In maart 1918 ‘promoveerde’ de RHLTBS tot Landbouwhogeschool en die LH kreeg in 1920 de benodigde gelden van het ministerie om een Laboratorium voor Van Slogteren in Lisse te bouwen.

Het Laboratorium voor Bloembollenonderzoek in vol ornaat, tussen bollenvelden en de proeftuinen naast de net zo vermaarde Rijkstuinbouwschool. Rechts zien we hoe op 17 februari 1928 de brandweermannen hun best doen om de brand te blussen. Twee jaar later was de schade pas hersteld en op 13 februari 1930 was de feestelijke heropening.

 

Stichting Kasteel Keukenhof koopt het oude NS station

Op 23 mei 2008 heeft de Stichting Kasteel Keukenhof het station gekocht. Per 1 januari 2011 heeft de VOL de onderhuur en de verplichting tot onderhoud over te dragen aan keukenhof.

Nieuwsblad Jaargang 10 nummer 1, januari 2011

Nieuwsflitsen

 

De heren Ignus Maes en Frits Treffers bij het voormalige station

Stichting Kasteel Keukenhof, eigenaar van het complete landgoed, kocht in maart 2008 van NS een flink stuk land langs de spoorbaan en tevens het oude stationsgebouw waar nu restaurant De Verloren Koffer resideert.
Zoals wellicht bekend is, was de NS indertijd van plan om het stationsgebouw te slopen. Daar werd toen een stokje voor gestoken door uw Vereniging, die er keihard voor heeft geknokt om het gebouw te behouden. Die kans kregen we door in 1992 via de nieuw opgerichte Stichting Oud Lisse het pand van de NS te huren en het gebouw te restaureren, waarna het werd onderverhuurd aan De Verloren Koffer. Omdat de NS het pand zonder huurder wilde verkopen, begon de NS in 2004 een gerechtelijke procedure tegen de Stichting Oud Lisse om het huurcontract dat tot 2019 doorloopt te verbreken. Na voor de Stichting Oud Lisse zeer positieve uitspraken door het Kantongerecht en het Gerechtshof, dreigde men met een cassatieprocedure, maar gelukkig heeft de NS nu eieren voor zijn geld gekozen en het pand onverwacht verkocht aan de Stichting Landgoed Keukenhof.

Ansichtkaart van station Lisse

De Vergulde Zwaan

De Vergulde Zwaan geopend

INHOUD Jaargang 6 nummer 3, april 2007

Nieuwsflitsen

Op zaterdag 10 maart is in de 1e Havendwarsstraat nr 4 in Lisse het ‘Centrum voor cultuurhistorie Duin- en Bollenstreek’ officieel in gebruik gesteld. De heren J.Wienen en A. de Roon, die in het dagelijks bestuur van de Regio Holland Rijnland de portefeuilles van respectievelijk Ruimte en Cultuur beheren (Adri de Roon is ook nog wethouder in Lisse voor o.m. Cultuur), onthulden een aan de gevel bevestigde goudkleurige zwaan. Want het gebouw waarin het centrum is gevestigd, heet De Vergulde Zwaan. Eigenaar Lisse Centrum Beheer (van de gebroeders Zwetsloot) heeft het pand ter beschikking gesteld aan Lissese erfgoedorganisaties, waaronder uw Vereniging Oud Lisse, als vergader-, werk- en documentatieruimte.
Uw Vereniging Oud Lisse is druk doende om in dit pand een Servicepunt in te richten. Daar kan men een aantal malen per maand, zowel overdag als in de avond, terecht voor het stellen van vragen, voor hulp bij onderzoek, voor het inzien van naslagwerken en verzamelingen en dergelijke.