Berichten

Poelpolder 400 jaar

Nieuwsflits

Nieuwsblad 22 nummer 4  2023
Volgend jaar is het zover: we vieren het 400-jarig bestaan van de Poelpolder. In het jaar 1624, werd de Poel drooggelegd. De Lisserpoelpolder is een van de oudste droogmakerijen in Zuid-Holland en diende eeuwenlang voornamelijk als weidegebied. Tegenwoordig is het echter ook een belangrijk woongebied. Ter ere van dit bijzondere jubileum zal Vereniging Oud Lisse een boek publiceren over de rijke geschiedenis van de Poelpolder, en een historische wandelroute introduceren. Sinds 2021 werkt een projectgroep hard aan de realisatie van het boek en de wandeling, die medio 2024 beschikbaar moeten zijn. Dit project wordt financieel ondersteund door de ‘Stichting Accommodatie en Recreatie Lisse’ en Amvest.
Het boek over de Poelpolder zal het ontstaan van het landschap belichten, met aandacht voor het dorp en de gemeenschap rond 1624. We onderzoeken het besluitvormingsproces rond de drooglegging, wie daarbij betrokken waren, en de technische aspecten van de droogmaking en het drooghouden van de polder. Ook komt de sociale geschiedenis aan bod, met verhalen over de mensen die door de eeuwen heen in de polder hebben gewoond en gewerkt, inclusief de huidige boeren. Tot slot behandelen we de woningbouw vanaf de jaren ’60 en sluiten af met een blik op de ‘Sporen in het Landschap’.

 825 jaar Lisse en droogmakerij Lisserpoelpolder

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                                          

26 september 2023

door Nico Groen

Een van de grootste veranderingen in de loop van de eeuwen in Lisse is het droogmaken van de Poel bij Lisse. De Poel bestond uit de Noordpoel, Geestwater, de Zuidpoel en de Kleipoel. Lisse kreeg er opeens veel grondgebied bij. Daarom hoort het in deze serie over de historie en de geschiedenis van 825 jaar Lisse thuis.

De 3 hoofdkerken van Leiden hadden de visserijrechten van het water van de Poel van de stad Leiden gekregen. De rechten brachten echter te weinig op. In 1622 werd het besluit genomen om het geheel droog te malen om geld te genereren voor achterstallig onderhoud van de kerken. Zij vormden met rijke, investeringslustige stedelingen een consortium dat een lucratieve belegging zocht. Slechts één edelman kwam in beeld. De heer Duyvenvoorde was namelijk eigenaar van een stukje water dat in het project werd opgenomen. Nog voor de droogmaking werden de kavels verkocht. In 1623, precies 400 jaar geleden, werd een ringsloot met dijk om de hele Poel gemaakt. Er kwam dus ook een ringsloot tussen het eiland Rooversbroek en de ‘Bedijkte Lisser Poel’. Later werd dit de Lisserpoelpolder. In 1624 was de droogmaking voltooid en waar eens de poelen lagen, kon voortaan haver gezaaid en vee geweid worden.

 Ter aanvulling van de 2 oorspronkelijke molens werd in 1676 de Grote Lisserpoelmolen gebouwd bij het Hellegat aan het einde van de 2e Poellaan. Deze molen staat er nu nog. De polder ligt 2 á 3 m onder het boezemwater van de Ring- of Rijnsloot. Het land ten westen van de polder ligt 60 cm boven dit waterpeil. Daar is het vaak zandgrond waarop bollen geteeld worden. Het ‘Ommetje van de Poelpolder’ loopt op de dijk met aan de ene kant de weilanden van polder en aan de andere kant van het water de grond in gebruik voor bollenteelt. Dit is een groot contrast met elkaar. Boven de bollengronden zijn vaak veldleeuweriken te horen, maar boven de weilanden niet.

 De Lisserpoelpolder bestaat hoofdzakelijk uit weilanden. Ten zuiden van de 2e Poellaan is wat bollenteelt te vinden. De zandgrond uit de ondergrond is hier naar boven gebracht. Het ommetje van de Poelpolder loopt tussen de bollengrond en het weiland door. Het noordelijk gedeelte van de Poelpolder is vanaf 1965 geleidelijk bebouwd, maar was oorspronkelijk ook grasland, onder andere van boerderij Poeleway, die nabij de Pauluskerk stond. Dit in tegenstelling tot de Rooversbroek, waar tuinbouw de boventoon voerde. Dit vanwege het verschil in grondsoort. De bovenste teeltlaag van de Rooversbroek bestaat voornamelijk uit veen, die van de Poelpolder uit klei.

Boek over de Lisserpoelpolder

Een werkgroep van de VOL is bezig de geschiedenis van de Poelpolder op een rij te krijgen. Er zijn al veel gegevens boven water gekomen. Het is de bedoeling dat in 2024 een boekwerk over die geschiedenis door de VOL wordt uitgegeven. Dan is het 400 jaar geleden dat de grond in gebruik werd genomen.

Kaart van de Poelpolder en de Rooversbroek van Jan Pietersz. Dou uit 1624

 

 

 

Oud Nieuws: KRIJG TOCH ALLEMAAL DE ….

Epidemieën zijn een actueel onderwerp. We hebben er veel langs zien komen in de afgelopen eeuwen. Een aantal pandemieën, epidemieën en endemieën (streeekgebonden) passeert de de revue.

Louise Kerkvliet

Jaargang 19 nummer 3, 2020

Epidemieën zijn een actueel onderwerp, we hebben er veel langs zien komen in Nederland. In de 20e eeuw tot nu zijn er 16 epidemieën en 1 pandemie geweest, in de 19e eeuw 10 epidemieën en 26 endemieën (streekgebonden besmettingen). De ziektes volgden elkaar in rap tempo op, de impact op de bevolking was enorm. Als we kijken naar de doodsoorzaken van de overlijdensgevallen in onze eigen stamboom, zien we de gevolgen ervan. Jarenlang wordt al gewaarschuwd dat er een wereldwijde ziekte zou kunnen uitbreken, een pandemie. Helaas is dat dit jaar een feit, met alle gevolgen van dien.
Vooral de pest en de Spaanse griep zijn de massamoordenaars van onze geschiedenis. We hebben zeker verschillende endemische ziektes gekend in onze omgeving, zoals in 1865-1866 toen er een cholera- en tyfusepidemie in deze streek heerste, waardoor er veel slachtoffers vielen.

Het vroegere pestbosje bij boerderij Langeveld

In de jaren daaropvolgend was er veetyfus in de omgeving van Leiden, het Groene Hart en de Bollenstreek, alle gebieden werden zwaar getroffen. De Leidse kranten van 1866-1867 meldden regelmatig wat de status was van de besmettingen. Cijfers van getroffen dorpen werden gepubliceerd met bijbehorende maatregelen en adviezen. In de 19eeeuw leefden veel Lissese gezinnen van de veeteelt en tuinderijen. Een dierziekte was ook destijds een ramp voor de economie. De maatregelen lijken hetzelfde als tegenwoordig, echter werden alleen getroffen bedrijven geïsoleerd. Dat is tegenwoordig soms ook nog zo, want dat hangt af van de betreffende dierziekte. Er zijn in Lisse alleen al duizend stuks vee overleden aan deze ziekte, voor veel gezinnen een flinke aderlating. Zou hier sprake zijn geweest van besmetting overgaand van mens op dier? In Brabant zijn nu veel nertsfokkerijen getroffen door dit verschijnsel. Er is destijds vee afgemaakt,
maar er stierven ook dieren aan de ziekte. Volgens de hygiëneregels van destijds werd dit vee in zogenaamde pestbosjes begraven. Dat zijn kleine met bomen begroeide gebiedjes aan de rand van een weide, vaak met een sloot er omheen.

In Lisse zijn er nog drie pestbosjes bekend, wie heeft ze niet gezien terwijl je aan het fietsen bent in de omgeving. Ziektes en epidemieën maken deel uit van onze gezamenlijke geschiedenis, zo ook in ons taalgebruik. Is het mogelijk dat verwensingen op basis van ziekten in die tijd populair zijn geworden en hoe vaak horen wij het nog? Krijg toch de kolere (cholera), tyfus of tering hoorden we vaak in het verleden. Ook dat je een ‘etterbak bent of een ‘pokkekind’. Tegenwoordig horen wij dat je een ‘coronalijer’ bent. Het zou een onderdeel zijn van ons gezamenlijke taalgebruik en onze cultuur, anderen
beweren dat het komt doordat er een taboe op godslastering heerst. Laten we met zijn allen hopen dat er snel een einde komt aan deze vreemde tijden en we allemaal weer veilig en zonder beperkingen verder mogen.

Bronnen:
yori.nl/epidemieën in de geschiedenis
Leidse courant/historische kranten
Wikipedia/lijst verwensingen op basis van ziekte

Jeugd in de Poelpolder

Joop Veenis kwam in 1964 in de Poelpolder wonen. Hij was toen 4 jaar. Hij haalt herinneringen op uit zijn jeugd in de Poelpolder.

door Liesbeth Brouwer

Nieuwsblad Jaargang 14 nummer 4, oktober 2015

Doorgaans hebben we voor ons Nieuwsblad interviews met oudere personen. Maar voor het laatste artikel in de serie rond de Poelpolder spraken we met Joop Veenis. Hij kwam als jongetje van 4 in de Poelpolder wonen en woont er, met een korte Amsterdamse onderbreking voor zijn studie, nog steeds.

Naar Lisse, naar de Poelpolder
Het gezin Veenis woonde in 1964 in een flat in Rijswijk. Maar voor een jong gezin, dan met 2 kinderen, zou een eengezinswoning veel prettiger zijn. De plannen voor woningbouw in de Poelpolder zagen er aantrekkelijk uit en de afstand van Lisse naar Den Haag, waar vader werkte, was goed te doen. Dus werd een te bouwen huis gekocht in de Frans Halsstraat. Dat was het eerste blok van de gele huizen die er gebouwd werden. Later volgden de rode huizen. De oplevering ging niet helemaal van een leien dakje: óf er zat vorst in de grond óf het was nieuwigheid, maar het lag nooit aan de aannemer en het was er erg, heel erg nat. Maar dan kan er eindelijk verhuisd worden en kom je als klein jongetje in een prachtomgeving te zitten. Overal spannende bouwactiviteiten en veel, heel veel ruimte om te spelen.

Joop Veenis met zus Simone
foto: Simon Veenis

Joop’s vrouw Sandra Ruigrok komt oorspronkelijk uit Lisse. Haar ouders woonden eerst in de Roversbroek, verhuisden toen naar de Greveling en toen ze een jaar of 10 was ging ze naar de nieuwbouw in de Bachstraat. Waar weer een stukje Poel volgebouwd werd. Het was een heel andere tijd dan we nu hebben. Sandra mocht haar eigen spullen inpakken en zelf verhuizen: 1 boek inpakken en in de Bachstraat in je kamer zetten. Zo simpel was dat toen nog.
In die eerste jaren ging je bijna niet naar het dorp. In de noodwinkels was een ruim aanbod van verschillende zaken die later naar de Poelmarkt verhuisden. Alleen voor kleren gingen ze naar Tissing en naar de dumphal. Je moet dan wel bedenken dat de Ruishornlaan er nog niet was, dus je moest via de 1e Poellaan.

Nieuw wijkgedeelte
Wanneer weer met een nieuw gedeelte van de Poel begonnen werd was eerst de riolering aan de beurt. Betonnen buizen, prachtig speelmateriaal. Dat kinderen soms een engeltje op hun schouder hebben bleek op een keer toen Joop met Julian Rueb, zijn achterbuurjongen, op strooptocht was. Fikkie steken in zo’n buis. Maar ze hadden ook spuitbussen gevonden dus die moesten ook in het vuur. Nu wisten ze wel dat die konden ontploffen, dus ze maakten gauw dat ze naar buiten kwamen. Maar vervolgens gebeurde er niks. Nog even wachten en dan toch maar nieuwsgierig eens gaan kijken. Juist toen ontplofte het zaakje. Het bleef bij een zwart gezicht, maar het had zo anders kunnen aflopen! In zo’n nieuw wijkgedeelte, bijv. van de rode huizen, vormde zich al snel ook een groepje van vooral jongetjes, die in de bouw struinden. Dat zorgde ook wel voor de nodige rivaliteit tussen de groepen.

De bouw
De Poelpolder stond nog maar aan het begin van de bebouwing. Bouwhekken rond de bouwplaats, daar had men nog niet van gehoord. Voor de jeugd een el dorado. De steigers werden als klimrekken gebruikt. Zo kon je bij de dakgoot komen. Zelfs Joop’s zus werd gesnapt toen ze in de dakgoot zat. En dan een wedstrijdje springen vanaf de 1e etage in een grote zandhoop. Wat kon je niet een hoop doen met elektriciteitsbuizen! Vooral pijltjes schieten natuurlijk. Het werd in de loop der tijd nog veel want toen gingen ze in de bouw werken met schietpatronen. Met kruid knoeien gaf nieuwe interessante mogelijkheden. De bouw gevaarlijk? Eigenlijk wel, maar in de jaren 70 waren de
veiligheidsaspecten nog niet zo erg in beeld. Waar ze wel ontzag voor hadden was de opzichter. Die had de bijnaam Barrebul gekregen. Wegwezen als Barrebul in zicht kwam. Minder gevaarlijk, maar toch heel leuk en spannend was het hutten bouwen. Materiaal genoeg op de bouwplaats. En niet alleen daar. In die jaren was het mode om bielzen te gebruiken wanneer je je tuin in ging richten. In de uitdijende wijk werden veel tuinen ingericht dus voor de hutten werden naast bouwmaterialen ook bielzen gebruikt. Mooi stevig. Niet weg te krijgen bijna. Zo hadden ze een pracht hut gebouwd in de slapersdijk. In dezelfde tijd was er een actie bij de BP benzinepomp waar je allerlei verschillende smurffiguurtjes kreeg. De smurfen waren ontzettend populair. In de hut in de slapersdijk was een hele verzameling smurfen ondergebracht. Tot het noodlot toesloeg in de vorm van een sjofel. De fraaie, stevige hut met de hele verzameling smurfen; binnen de kortste
keren was alles verdwenen.

Open stukken
Er werd dus steeds een nieuw gedeelte bebouwd. Maar er waren in die begintijd ook hele stukken onbebouwd. Ideaal om te vliegeren. Natuurlijk de vlieger zelf maken en dan een mooie staart van repen laken. Later werd het maken van modelvliegtuigjes van balsahout een hobby van Joop. Het kostte weken om zo’n ding in elkaar te zetten en als je pech had dan kwam hij bij de eerste vlucht in een boom en moest er weer grondig gerepareerd worden. Bij de Meeuwenlaan was ook zo’n open terrein. Dat werd gebruikt voor de kerstboomverbranding. Maar daar was ook een crossveld dat natuurlijk in trek kwam toen Joop, samen met vriend Julian, interesse kreeg in (opvoeren van) brommertjes. Er werden crosswedstrijden georganiseerd. Tot ook dit open gedeelte bouwrijp gemaakt werd. De crossbaan week uit naar de Blinkerd totdat daar ook de bouwwoede toesloeg. De speeltuin, het Indianenpark en het water In de jeugd van Joop speelde je buiten. Een heel enkele keer werd er bij de familie Nielen naar de kleuren TV gekeken. Iedereen had toen nog een zwart/wit toestel dus kleur was bijzonder. Je speelde zo maar buiten, op straat, in de buurt (de buurt was wel een ruim begrip), in de bouw, in het indianenpark of in de speeltuin bij de Ooievaarstraat. Een mooie speeltuin, waar ook toezicht was. Maar niet te vergelijken met deze tijd. Nu zijn er allerlei certificaten nodig voor dat een speeltoestel goedgekeurd wordt. Toen kon er nog een ernstig ongeluk met een vriendje gebeuren op de hoge
glijbaan. Je ging van de glijbaan af met een matje. Maar bovenaan was aan de zijkant totaal geen bescherming. Het ongeluk gebeurde doordat de volgende op de glijbaan per ongeluk op het matje van de jongen die net afzette ging staan. Zo werd het vriendje min of meer gelanceerd en moest heel lang in het ziekenhuis blijven. Aan veiligheid wordt tegenwoordig gelukkig veel aandacht besteed. Het plan voor de Poelpolder was een plan met aandacht voor groen. Een fraai park werd aangelegd: het Indianenpark. Daar werd gespeeld, met bootjes gevaren en zelfs gezwommen. Toen schoonzus Carla trouwde  werden de bruidsfoto’s genomen in ………. het Indianenpark. Water genoeg in de Poel. Daar kwamen de bouwmaterialen ook goed van pas. Een piepschuim plaat, veel gebruikt in die tijd, werd zo een pracht van een vlot. Later hadden ze wel een rubber bootje en werd op de Ringvaart gepeddeld. Maar wanneer er dan beroepsvaart, een zuiger, aan kwam dan moest je naar de kant want je zou zo meegezogen worden. Vissen was ook geliefd. Paling ving je in de sloot, met wormen. Karpers ving je met bruin brood met kaas. Opa kwam zelfs uit Den Haag op bezoek om in de Ringvaart te vissen. De vissen werden teruggezet, want klaarmaken en opeten: lekker was anders. Wanneer je een beetje te oud werd voor het echte spelen kwam de tijd van het hangen. Ook in die tijd al. Bij het transformatorhuisje.

Vakantiebaantje
Met een vakantiebaantje begon je al vroeg. Wanneer je 12 werd begon het al te kriebelen. Bollenpellen. Joop heeft het wel gedaan, bij Van Ruiten. Maar om bollen te pellen moest je de Poel uit en dichtbij, in de Roversbroek, was aantrekkelijker werk dat ook nog beter betaald werd. Bij Anton Meijer aan de Middenweg hadden ze een tomatenkwekerij. ’s Winters stond er sla in de kas, maar in de zomervakantie was de tomatenoogst. Heel vroeg beginnen. Eerst was het tomatenplukken met manden, later met karretjes. En allengs kreeg Joop allerlei andere taken omdat hij wat technische aanleg had. Hij werd min of meer de assistent van Paul de bedrijfsleider. Er werkten wel een stuk of 30 man in de kas. Wat Joop ook nog heeft gedaan was met een trilstok de tomatenplanten af gaan om de bestuiving in gang te zetten. Arbeidsintensief werk dat later overgenomen werd door hommels. Na de tomatenoogst werden de planten gerooid, de grond gestoomd en kon de cyclus weer beginnen met de sla. Er was altijd veel lol in de kas, vooral wanneer er nieuwelingen waren. Dan werd er gewed om taart. Ze moesten dan de koe in het weiland aantikken. Inzet was een taart wanneer  het niet zou lukken. Dus bijna elke dag taart. Toen Joop er voor het laatst werkte heeft hij mijnheer Meijer een taartschep gegeven. De geschiedenis herhaalde zich. Toen zoon Martin Veenis een vakantiebaantje zocht werd dat weer in de tomaten gevonden, bij Marcel Meijer, de zoon van.

School
Joop ging naar de Rembrandtschool. Lekker makkelijk want die was aan de overkant. Met school gingen ze per bus naar het zwembad, want zwemlessen hoorden er in die tijd bij. Een paar klassen tegelijk en dan weer de volgende lichting. Prima natuurlijk in zo’n waterrijke omgeving. Met de klas van juffrouw Algera beleefden ze een keer een raar avontuur. De bus, nog zo’n ouderwetse, was nog nauwelijks vertrokken of de jongetjes bij de nooddeur, die aan de zijkant achterin zat, werden baldadig en rommelden met de deur. Deur open en een jongen valt in de bocht bij de Ruishornlaan uit de bus. Alle kinderen roepen naar de chauffeur, maar die reed gewoon door. Pas toen de juf ging kijken wat er aan de hand was en er achter kwam dat er echt iemand uit de bus was gevallen werd er gestopt, ter hoogte van  de Esso. Gelukkig kwam de jongen er al weer aanlopen, maar dit is ook weer zo’n voorbeeld dat veiligheid in die jaren beslist nog geen speerpunt
was. Op school was ook meester Bloemendaal. Bij hem was het vaste prik dat je een kunstwerk moest maken dat een bollenveld moest voorstellen, volgens de techniek gekleurde propjes plakken. Een keurig geplakt rijtje propjes stelde een bollenrij voor. Maar niet iedereen vond dat leuk om te doen. Joop’s zus was er niet toe te bewegen, dus ook toen was gezag niet altijd vanzelfsprekend. Meester Bloemendaal is in Lisse waarschijnlijk nog meer bekend vanwege de popspeciaalzaak Toni Music, tot 2011 aan de Heereweg.

Muziek

Joop Veenis en Jim van Es Big Band Bollenstreek tijdens Muzikale Buurtbarbecue tgv 50 jaar Poelpolder met feestband Quite Simple

Misschien heeft meester Bloemendaal wel iets van zijn muzikale interesse overgebracht op de jonge Joop. Toen Joop 9 jaar was begon hij met trompet. Bij de harmonie in het dorp. Moesten ze oefenen in Sassenheim, wat vanuit de Poel wel te doen was. Hij ging ook in Sassenheim naar de middelbare school. Als tiener viel de basgitaar meer in de smaak en dat is steeds zo gebleven. In die tijd waren ze, weer met vriend Julian, ook  met radio’s en zenders. Ze hadden hun eigen piratenzender. Plaatjes draaien op FM radio en daardoor in de omgeving de ontvangst van Radio 4 verstoren. Tuurlijk ook zelf muziek maken, Het eerste rockbandje was er toen Joop zo’n 15 jaar was. De leden van de band kwamen allemaal uit de buurt. Maar al snel werd het uitgebreid met bandleden die niets meer met de Poel te maken hadden. Er kwamen optredens in het Fioretticollege en er kwam een naam voor de band. Souris méchanique. (mechanische muis, de naam was een beetje geïnspireerd door de rat van the Stranglers ). Ze maakten zelfs eigen liedjes, maar dat bleek toch minder succesvol dan een bestaand lied dat het publiek gelijk herkent. Zo’n 2 jaar later sluit Joop zich aan bij de Big Band Bollenstreek die destijds repeteerde in Artopa. Oprichter was Aad Laros, een ervaren muzikant die zijn sporen verdiend had bij de Koninklijke Militaire Kapel.
Joop blijft de muziek trouw, hoewel niet steeds actief in dezelfde setting. Lisse wordt wel een poosje verlaten voor studie en stage in Amsterdam. Maar wanneer er aan kinderen gedacht wordt en de buurman in de flat toch een ander slag mensen blijkt te vertegenwoordigen (hij gooit z’n hond, een pitbull, als opvoedkundige maatregel tegen de flatmuur) wordt het tijd om weer terug te keren naar Lisse, naar de Poel. En heel bijzonder, weer naar de Frans Halsstraat. Die kans krijgen ze omdat de ouders naar het dorp verhuizen. (Overigens, die zijn inmiddels weer teruggekeerd naar de Poelpolder). Joop’s kinderen zijn alle 3 geboren in de Frans Halsstraat. Toen er een bouwproject kwam bij de boerderij van Langeveld, ’t Lange Rack, werd dat het nieuwe thuis. De kinderen groeiden dus ook weer op in de Poelpolder, met gezellige buren die allemaal ook kleine kinderen hadden, maar met heel ander vermaak dan pa indertijd. Andere tijden, andere zeden. Artopa is er al lang niet meer, maar de streek zit gelukkig vol bollenschuren die min of meer hun functie verloren hebben. De popband waar Joop nu in speelt heet Quite Simple en oefent al jaren in een ruimte naast een bollenveld. Ze spelen ook wel eens samen met de Big Band Bollenstreek. Daar is Joop een jaar of 8 geleden weer actief bij geworden. Adri van Velzen is nu dirigent en arrangeur.

Joop Veenis en Jim van Es Big Band Bollenstreek tijdens Muzikale Buurtbarbecue tgv 50 jaar Poelpolder met feestband Quite Simple

Wanneer er door de organisatie van Poelpolder 50 jaar gevraagd wordt om ideeën te spuien voor de invulling van het festijn hoeft Joop Veenis niet lang na te denken: Iets gezelligs voor de hele Poel en iets met muziek. Dan kom je op een Muzikale buurt BBQ Poelpolder 50 jaar. Om een goede organisatie te kunnen opzetten, iets dat je Joop als organisatiedeskundige wel kunt toevertrouwen, werd de Stichting goede Stemming opgericht. Op 5 september was het dan zover. Het werd een waar hoogtepunt van Poelpolder 50 jaar. Wat opvalt is het enthousiasme en de creativiteit die blijkbaar in zo’n nieuwe wijk als de Poelpolder de kans had om zich goed te ontwikkelen. Op muzikaal gebied is de Poel een broeinest. Dat bleek al eerder bijv. bij de korendag, bij de musical, bij de viering tijdens “gluren bij de buren” en bleek ook weer op 5 september met optredens van bovengenoemde bands en een optredens van dj. Iwan Steenvoorden en singer-songwriter Okke Punt. Er komen nog een paar evenementen in het kader van Poelpolder 50 jaar. Een succesvol jaar. Chapeau voor allemensen die aan dit succes hebben meegewerkt. Joop Veenis, bedankt dat je je jeugdherinneringen met ons wilde delen.

Foto’s van de buurtbarbecue.
Paul Mellens

De noodwinkels in de garages

KUNST VOOR 50 JARIGE POELPOLDER

In 2015 is het 50 jaar geleden, dat de eerste huizen in de Poelpolder werden gebouwd. Er worden voor 2015 allerlei activiteiten voorbereid.

door Arie in ’t Veld

NIEUWSBLAD Jaargang 12 nummer 3, juli 2013

Namens die werkgroep voerde initiatiefnemer Marcel Huismans onlangs het woord in de vergadering van de commissie Maatschappij en Financiën. Hij brak bij de commissieleden een lans voor het creëren van een breed draagvlak voor dit feest. “Het ontwikkelen van de Poel tot woningbouwlocatie was een grote opgave die de gemeente met succes heeft aangepakt en afgerond. Wij richten ons nu tot de gemeente om ondersteuning. Niet in de eerste plaats wat de financiën betreft, maar om mee te denken en daar waar mogelijk mee te werken. Indertijd werd weiland omgeturnd tot bouwgrond voor huizen, scholen en winkels. Nu zijn we op zoek naar een echte afronding van de invulling van dit gebied.

Er is een groep mensen bij elkaar verzameld die een volksfeest vanuit de bewoners wil en een gedenksteen. Het feest is voor en door de bewoners en zal aansluiten op bestaande activiteiten in de Poelpolder. Wat die gedenksteen of monument betreft: er komen steeds meer rotondes. Zo ook binnenkort op de grens van het dorp en de Poelpolder, namelijk op de kruising Uitermeer/Ruishornlaan. Als je nou met de bouwers, de bewoners en de bestuurders eens bekijkt of men gezamenlijk wat kan opbrengen om aan het vijftigjarige bestaan aandacht te geven, is een uiting op die rotonde een ideale gelegenheid. We weten dat er een rotondespecialist is voor de invulling van de rotondes in Lisse, maar gezet worden. We zijn dus op zoek naar draagvlak voor zo’n blijvende herinnering.”

Huismans riep de gemeente op om hierin mee te denken en samen iets op te bouwen “Als dat draagvlak er niet is, laten we het initiatieflos.” Huismans werd op zijn wenken bediend, want burgemeester Lies Spruit zei de handschoen op te nemen en hierover op een later moment afspraken te willen maken. Het daarop volgende applaus in de vergaderzaal betekent uiteraard dat die toezegging veel bijval kreeg.

Pauluskerk in de zich nog ontwikkelende Poelpolder
foto: 26-3-1973, BP van Deelen

 

Op weg naar halve eeuw wonen in Poelpolder

De eerste paal voor de nieuwbouw in de Poelpolder was op 6 mei 1965. Er zijn allerlei ideeën  geopperd om dit te vieren in 2015.

Nieuwsflits

NIEUWSBLAD Jaargang 11 nummer 3, juli 2012

p 6 mei 2015 zal het een halve eeuw geleden zijn dat toenmalig burgemeester mr. Th.M.J.de Graaf de eerste paal heide voor de bouw van woningen in de Poelpolder. In augustus 1963 werd het eerste bouwplan ter visie gelegd. Een interessant plan, geldend voor de eerstkomende vijftien jaar, met daarin bungalows, villa’s, eengezinswoningen, flats in drie bouwlagen maar ook in zeven tot negenbouw lagen en een winkelcentrum, En ten zuiden van de Eerste Poellaan, grenzend aan de Ringsloot: … een zwembad… Niet alles zou uiteindelijk precies volgens de eerste plannen worden uitgevoerd zoals we inmiddels weten. Op zich is dat natuurlijk niets nieuws, zoals dat ook geldt voor de in 1964 geopenbaarde plannen om in het gebied Blokhuis in het centrum van Lisse een sporthal, gemeentehuis en een flink uit de kluiten gewassen cultureel centrum te realiseren. Plannen die nooit werden uitgevoerd……

De Poelpolder stond aan de vooravond van een metamorfose waardoor het gebied ruimte zou gaan bieden aan in eerste instantie 1800 woningen, waarin 8 tot 9 duizend mensen konden wonen. De kostenvan het totale plan werden geraamd op twintig miljoen gulden. Het willen realiseren van een grote woonwijk is één, het zorgen voor een goede ontsluiting om er voor te zorgen dat de wijk niet een soort getto zou worden, een noodzakelijke tweede. Om de wijk te ontsluiten wilde de gemeente een nieuwe weg (de Ruishornlaan) richting Lisse centrum aanleggen waarvoor dan nog wel een tweede deel van de begin zestiger jaren al gedeeltelijk gedempte gracht ook gedempt moest worden en de bestaande brug als viaduct dienst ging doen. Ook zou meer zuidelijk, net langs Dever een weg kunnen komen, de Eerste Poellaan zou flink worden verbreed en aan de noordkant moest er een weg komen die via een brug over de Greveling uitmondde in de woonwijk Meerzicht. Dat laatste is dus nooit gerealiseerd. Maar gebouwd werd er wel. Te beginnen in mei 1965. In 2015 dus een halve eeuw geleden en het is beslist waard om er een moment stil bij te staan. Onder leiding van Marcel Huismans is danook het initiatief genomen om rond dat moment in 2015 iets op touw te zetten om dat te herdenken. “Het lijkt wel vrij vroeg om daarmee te beginnen, maar de tijd gaat snel en om iets goed op te zetten komt er nogal wat voor kijken. Materiaalonderzoek bijvoorbeeld, maar eerst en vooral medewerking van mensen die dit project willen steunen.” Tijdens een eerder gehouden sessie is al met diverse geïnteresseerden gesproken en zijn er ideeën geopperd. Zoals bijvoorbeeld het opzetten van een foto expositie waarin de ontwikkelingen van de wijk in beeld worden gebracht. Huismans komt graag in contact men mensen die aan de voorbereiding en totstandkoming van het jubileum willen meewerken en deel willen uitmaken van de kleine groep die er al is.

Voor informaties of aanmeldingen kan men contact met hem opnemen via het mailadres fam.huismans@ planet.nl.

Pauluskerk in de zich nog ontwikkelende Poelpolder
foto: 26-3-1973, BP van Deelen

Bruggen in de Poelpolder

In een reactie op een artikel over naamgeving in Lisse geeft Nic Geerling aan, dat de brug in de 1e Poellaan de Hoge brug werd genoemd. Hij geeft ook met originele tekst aan dat in 1628 de brug in de Poellaan te laag was.

Nieuwsflits

NIEUWSBLAD Jaargang 11 nummer 1, januari 2012

aar aanleiding van het bericht in het Nieuwsblad van oktober 2011 over de naamgeving van Lissese bruggen ‘ kregen wij een reactie van één van de leden van onze vereniging: volgens de heer Nic. Geerlings werd

de brug in de Ie Poellaan (en mogelijk eveneens de bruggen in de 2e en 3e Poellaan) ook wel ‘Hogebrug’ genoemd. Dat zou te maken hebben gehad met het feit dat deze brug zo hoog moest zijn dat er een vlet met koeien on­der door kon varen. Was de brug te laag, dan zou dat problemen opleveren voor de veeboeren in de Poelpolder en Roversbroekpolder.

Ook in de eerste helft van de zeventiende eeuw moesten de bruggen over de ringsloot van de Poelpolder een zodanige hoogte hebben dat schuiten bela­den met één roede hooi daar zonder problemen onder door konden varen.

Op 23 juli 1628 verklaarden Pieter DammasznCluft (36 jaar), Jan Wil-lemszn (36 jaar), schepenen, en Willem Jacobszn Veldgroen (45 jaar), bode, dat de brug over de ringsloot in de Poelpolder tweeënhalve roede te laag was. Zij hadden namelijk met eigen ogen gezien dat een schuit met één roede hooi (beladen door hooimeter Cornelis Thoniszn) niet onder de brug door kon varen. Kort daarna lieten zij de volgende verklaring op schrift stellen:2

Wij ondergeschreven Pieter DammaszCluft, out omtrent XXXVI jaeren, ende Jan Willemsz, out omtrent XXXVI jaeren, scheepenen inden ambachte van Lisse, mitsgaders Willem Jacobsz Veltgroen, boodealdaer, out omtrentXLVjaeren, ver-claeren bij deesen onder onsegewoonerhantbijdeneedt int stuckonserrespective offitien[=ambten] gedaen ter requisitie[=verzoek] vanden gezwoorens vanden voorseijde[=voornoemde] ambachte, waerachtich te weesen dat die brugge leg­gende over die ringsloot vandenijeuwebedijckte poelpolder bijde[= door de] bedij-ckersvandeselve polder inde voorleedennaesoomer doen leggen, wel omtrent der-dehalve [=tweeënhalve] voet te laegegeleijt[=gelegd] is omme daer deur [=door] te vaeren met een schoti [=schuit] gelaeden hebbende een roe hoijs [=hooi], voor reedenen van weetenschap, verclaeren wij ondergeschreven dat wij op donder-dachlestleeden hebben gesien een schou met hoijoptemaete van een roe hoijgeleijt bij Cornelis Thonisz, woonende op de Aa, ordinarishoijmeeteraldaer, de welcke deur de voors. bruggenijet en mocht vaeren op omtrent derdehalve voet als voor-engeseijt is, te vreedensijndetselvenaeder bij eede te bevestigen desnootsdaer toe versochtsijnde. Toirconde, soo hebben wij deesegedaen schrijven ende onderteekeen op ten XXIIIenjulijXVIC  acht ende twintieh.

Pieter Dommissen Kluft              Jan Willemsen
Willem Jacops Veltgroen gerechtsbode

Gemeentearchief Lisse, inv. nr. 265.

Op dit moment is niet bekend of de brug na deze verklaring is verhoogd. Wellicht dat archiefonderzoek daar nog uitsluitsel over kan geven.

Op de onderstaande kaart uit 1624 is te zien dat er op dat moment twee bruggen over de ringsloot lagen: allebei in de ‘nieuwe wegh’, de huidige 2e Poellaan (één aan de westkant en één aan de oostkant van de Poelpolder).3

Van de huidige Ie en 3e Poellaan ontbreekt op de kaart uit 1624 ieder spoor. Blijkbaar zijn die wegen pas later aangelegd. Vermoedelijk houdt de in de nazomer van 1627 gebouwde brug verband met de aanleg van de weg die we tegenwoordig kennen als de Ie Poellaan. Deze brug had in 1628 geen naam, aangezien er door de Lissese functionarissen slechts in algeme­ne termen over ‘die brugge leggende over die ringsloot’ wordt gesproken.

3  Zie ook A.M. Hulkenberg, ’t Roemwaard Lisse (2e druk; Lisse 1998) 6-7.

Kaart van Jan Pieterszn. Dou uit 1624, van de kort daarvoor bedijkte Poelpolder
(Archief van het Hoogheemraadschap Rijnland).

Evenementen

Niets gevonden

Uw zoekopdracht leverde helaas geen artikelen op