Berichten

Bij de voorplaat: Poelmarkt 50 jaar

Dit jaar

Poelmarkt 50 jaar bestaat de Poelmarkt 50 jaar. Een mooie foto van uit 1984 siert de voorkantRedactie

Nieuwsblad 23 nummer 4 2024

Het ene jubileum is nog niet gevierd of het andere dient zich alweer aan. Dit jaar vieren we nog steeds 400 jaar Poelpolder en 100 jaar Julianastraat. Van beide zijn herinneringsboeken uitgegeven. De Poelmarkt mag dit jaar haar 50-jarig bestaan vieren. Op de hartpagina van ons vorige nummer was er nog niets te zien van de huidige Poelmarkt. Wel van haar voorgeschiedenis in de garageboxen. Uit het bestaan van deze ‘noodwinkels’ bleek dat er zeker behoefte was aan een winkelcentrum in de steeds groeiende Poelpolderwijk. Er zijn al heel wat winkeliers die er in 1974 een vestiging hadden vertrokken en telkens kwamen er anderen voor in de plaats. Cor Oppelaar had bij de achteruitgang een filiaal. Kunt u zich ‘Poppejans’ nog herinneren en de doe-het-zelf-zaak van HUBO naast de uitgang naar ‘China City’ die eerst nog ‘Kota Radja’ heette. Of slijterij De Kring, de Brood&Banketzaak van Rijnsburger, Super de Boer, eerst nog ‘TopTien’ supermarkt. Zijn er nog zaken die er vanaf de start nog steeds gevestigd zijn? Wie het weet mag het ons laten weten. Misschien is de snackbar wel zo’n blijvertje.

 

Poelmarkt 50 jaar

BIJ DE HARTPAGINA: Poelpolder in de jaren zestig

 

Door de redactie

Nieuwsblad 23 nummer 3 2024

Men had nog heel wat bouwen voor de boeg

In het kader van 400 jaar Poelpolder zal Cultuur-Historische Vereniging ”Oud Lisse” flink uitpakken. VOL gaat een boek uitgeven van 250 pagina’s dik, met vele illustraties. Er komt een expositie over de geschiedenis van de Lisserpoelpolder. Een wandel- en fietstocht over de oude oevers en dwars door wat eens water was. Na dit jaar kan iedere bewoner van de Poelpolder en de Rooversbroekpolder alles weten over de plek waar hij of zij woont. Zorg dat je er bij bent en maak er een feest van. De hartpagina staat natuurlijk ook in het teken van die geschiedenis. We zien de eerste auto’s al tanken bij het gloednieuwe pompstation aan de Ruishornlaan. (Weet u nog wat u voor een liter betaalde?). Bij de toekomstige Poelmarkt ligt alles nog braak. Voor de boodschappen kon je aan de overkant terecht in de garageboxen die voorlopig omgeturnd waren tot winkelcentrum van de Poelpolderwijk. Ja, er is een groots werk verricht in de polder! In betrekkelijk korte tijd werden maar liefst 3200 woonplekken opgeleverd. Een kerk, schoolgebouwen, winkelcentrum, het Poelhuis, Magnifiosi, een park en een dokterspraktijk. Alles wat er in een wijk hoort .

 

Voorbij de Ooievaarsflat hield het bouwen even op

 

Men had nog heel wat bouwen voor de boeg

 

 

 

Luchtfoto Poelpolder

De grens tussen Lisse en Sassenheim

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                           

9 september 2025

 Door Nico Groen

De ambachtsgrenzen werden vroeger bepaald door herkenbare elementen in het landschap. De grens tussen Lisse en Sassenheim is praktisch een rechte lijn. Wat was de herkenbaarheid in het landschap die deze grens bepaalde? In het boek “Lisser Poelpolder 1624 -2024” wordt kort aangegeven dat dit waarschijnlijk een dijk is geweest.

 Daarin staat dat er een sterk vermoeden bestaat dat dit een ‘Wendeldijk’ of ‘Keerdijk’ is geweest, waar later de grens op is getrokken. Deze dijk, die al in een oorkonde uit 1226 wordt genoemd, vormde de noordelijke afsluiting van de Rijnlandse gemeenschap. Deze wendeldijk werd aangelegd om de bewoning en de ontginningen langs de Rijn te beschermen tegen drangwater vanuit het noorden.

In de ‘Jubileumuitgave De Aschpotter 1990-2010’ van de Stichting Oud Sassenheim staat een uitgebreid artikel van Aad van der Geest met de titel ‘De voet van de oude benoorden Rijnse Wendeldijk teruggevonden?’ Zoals de titel doet vermoeden is de voet van de oude Wendeldijk thans niet meer traceerbaar. Hij maakt heel aannemelijk dat deze Wendeldijk, die de ambachten langs de Oude Rijn moesten beschermen tegen het oprukkende water vanuit het noorden en het oosten, de latere grens tussen Lisse en Sassenheim werd. Het hele toenmalige moerasgebied van de huidige Haarlemmermeerpolder zorgde voor veel wateroverlast vanwege drangwater voor het reeds ontgonnen deel van Rijnland. Dat was dus vóór 1250, toen de Spaarnedam als waterkering in het Spaarne werd aangelegd. ‘Onze’ Wendeldijk werd nog in 1310 genoemd om daarna uit de geschiedenis te verdwijnen. De grens bleef echter bestaan. Ook toen de latere Cleypoel van veenmoeras in water veranderde.

Waarom een Wendel- of keerdijk?

Op het vruchtbare veen langs de Rijn was het goed mogelijk om graan te verbouwen, maar het diende hiertoe wel ontwaterd te worden omdat graan pas goed groeit als de grond niet al te vochtig is. In het begin groef men simpele afwateringssloot­jes, die voor dit doel afdoende bleken. Als gevolg van ontwatering klonk het veen echter in en werd na verloop van tijd de waterhuishouding steeds problematischer. Wat in de tweede helft van de 10de eeuw een aanvang had ge­nomen, bleek een goede 100 jaar later niet meer zo een­voudig uitvoerbaar. Toen rond 1163 de Rijn­mond bij Katwijk verzandde, had men pas echt een probleem met de afvoer van het overtollige water. Om de dorpskernen langs de Oude Rijn te beschermen, zou de Wendeldijk aangelegd zijn vanaf de huidige Elbaweg via boerderij Pennings in de Hellegatspolder verder naar het oosten om de dorpskernen langs de Oude Rijn te beschermen.

Uiterlijk rond 1281, maar waarschijnlijk eerder moet er een kunstmatige grens ge­trokken zijn tussen Sassenheim en Lisse. Als volgens de overlevering de Wendeldijk zijn aanvang had in Sassenheim, dan is volgens Aad van der Geest de Wendeldijk de enige kandidaat om het traject van de grens tussen Lisse en Sassenheim te rechtvaardigen.

 

Kaart: Visie Jan Kuipers over de Wendeldijk in het voormalige ambacht Alkemade
Kaart: Uit de Alkmadders nr. 165 pag. 15

Kaart: Visie Jan Kuipers over de Wendeldijk in het voormalige ambacht Alkemade

 

Boerderij OUDERZORG is 100 jaar

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                            

26 augustus 2025

door Nico Groen

 De oorspronkelijke boerderij OUDERZORG is een gemeentelijk monument en heeft als adres 3e Poellaan 62 in de Lisser Poelpolder. De gebouwen zijn in 1925 gerealiseerd en bestonden uit een boerenwoonhuis met een aangebouwde stal en een wagenschuur. In de loop van de tijd zijn er 2 huizen naast en diverse grote schuren achter bijgebouwd.

 Het woonhuis heeft een symmetrische voorgevel en een bouwmassa van twee verdiepingen. Het mansarde schilddak met de nok staat haaks op de weg. Bij een mansardedak is het onderste deel van het dakvlak steiler dan het bovenste deel, waardoor een ‘knik’ ontstaat. De stal is veel lager en heeft één bouwlaag. De gevel van het woonhuis bestaat uit rood-grauwe baksteen in halfsteensverband. Het onderste gedeelte van de muren is van hardere stenen en speciale mortel (zoals trasmortel of cementmortel) om te voorkomen dat vocht uit de grond optrekt in de muur. Het huis met de stal en de wagenschuur zijn niet onderheid. De ondergrond was stevig genoeg. Het huis en de stal zijn nauwelijks of niet verzakt. De later aangebouwde grote schuren en huizen zijn wel onderheid. Tussen de 2 bovenramen is ‘1925’ aangebracht op een gepleisterd vlak. Aan weerszijden van die ramen zijn de woorden ‘OUDER’ en ‘ZORG’ te zien op soortgelijke vlakken, alle omrand door gele en rode bakstenen. Boven de vensters zien we versieringen met dezelfde rood en gele bakstenen. De ramen aan de voorgevel zijn zogenaamde schuifvensters, waarvan het bovenste deel boven de roede vastzit en het onderste deel open kan. De onderste 2 ramen zijn gescheiden door een roede. Door de vorm van de roede wordt zo’n raam een T-schuifraam genoemd.

Familie Van der Zon

De woning met boerderij is gebouwd in opdracht van Pieter van der Zon. Of er een architect bij betrokken is geweest, is onbekend. Tot op de dag van vandaag is het huis nog steeds in bezit van de familie Van der Zon. In het boek “De Lisser Poelpolder 1624 – 2024” staat een interview met Pieter van der Zon, de huidige beheerder van de boerderij. Pieter van der Zons grootvader werd geboren aan de Akervoordelaan. Zijn vader had daar een bollenbedrijf. Pieters grootvader werd echter boer. In 1925, op 25-jarige leeftijd, bouwde hij de boerderij en de wagenschuur. Hij startte met 25 koeien op 18 ha land. In de loop van de tijd is de oppervlakte weiland enorm uitgebreid. Daarnaast is de varkenshouderij, die in 1972 begon, enorm gegroeid met 400 zeugen, die honderden biggen per jaar geven. Deze biggen worden verkocht.

In het interview vertelt Pieter: “Al het land in de Poelpolder ten zuiden van de 3e Poellaan behoort nu tot ons eigendom. Daarnaast bezitten we aan de noordkant nog 15 ha en in de Hellegatspolder 5 ha. In de jaren negentig kochten we boerderij Van Steijn, die vlak over de dijk in de Hellegatspolder was gelegen. Van Steijn had ook land in de Poelpolder. Deze aankoop was een belangrijke uitbreiding voor ons. De grond is hier zeer vruchtbaar, met een donkere enigszins zanderige toplaag van 60 tot 70 cm. Daaronder ligt een laag kattenklei, die zorgt voor een stevige ondergrond”. Door het goede beheer zijn er in de weilanden veel grutto’s en kieviten te vinden.

Foto: Het huis OUDERZORG in 2025
Foto: Nico Groen

 

Aan het einde van de 3e Poellaan was een pont

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                           

12 augustus 2025

door Nico Groen

 In het kader van 400 jaar Poelpolder is nu de 3e Poellaan aan de beurt. Wanneer de huidige 3e Poellaan en de brug over de Ringsloot gerealiseerd zijn blijft onzeker. Vast staat dat op een landkaart uit 1647 de weg en de brug al ingetekend zijn.

Waarom deze weg toen al is aangelegd is ook niet bekend. De Grote Poelmolen is pas in 1676 gebouwd. Er zijn 2 mogelijkheden: groentevervoer over de weg vanuit de Rooversbroek of er was toen al een veerbootverbinding vanaf het Hellegat naar de Kaag.

In 1965/66 werd door de Haarlemmermeerpolder vergunning aangevraagd bij het Hoogheemraadschap om de bestaande brug over de Ringsloot te verlagen en te vernieuwen, wat in 1967 ook uitgevoerd werd.

De gemeente Haarlemmermeer was eigenaar van de brug en moest daarom de vergunning aanvragen. Het lijkt merkwaardig dat de gemeente Haarlemmermeer eigenaar was, maar dat had te maken met de droogmaking van het Haarlemmermeer. Oorspronkelijk was de weg eigendom van de Poelpolder. Maar in 1854, na het droogvallen van het Haarlemmermeer, werd overeengekomen dat de weg in eigendom zou komen van de te vormen Haarlemmermeerpolder. Deze polder had blijkbaar meer belang bij een goed onderhouden verbinding dan de Poelpolder.

Later werd de gemeente Haarlemmermeer eigenaar. In 1968 is het eigendom overgegaan naar de gemeente Lisse. De huidige brug, nu in onderhoud bij de gemeente Lisse, dateert uit 1995 en is opgebouwd uit beton, staal en metselwerk.

Dat de Haarlemmermeer meer belang had bij een goede verbinding vanaf de Heereweg kwam doordat de Kaag en Abbenes op de Bollensteek waren gericht voor wat betreft winkels, scholen en kerken. Er werd geen brug aangelegd op het einde van de 3e Poellaan, maar er kwam een veerpont. In 1929 werd de H.H. Engelbewaarderskerk ingewijd. Deze kerk werd tussen Sassenheim en Lisse gebouwd, mede vanwege de vele parochianen die uit de Kaag en Abbenes met het pont over de 3e Poellaan kwamen. Achter de kerk werden ook een jongensschool en een meisjesschool gebouwd. Op 1 mei 1930 werden de scholen ingewijd en aan het begin van het schooljaar begonnen de lessen. Op de eerste schooldag waren er 156 jongens en 144 meisjes, precies 300 kinderen dus. Er waren nogal wat kinderen uit de Kaag, omdat daar geen katholieke school was. Deze kinderen kwamen met het pontje over de Ringvaart naar de 3e Poellaan en liepen verder langs de Heereweg om bij de school te komen.

 Bonte Krielbrug

De naam van de brug over de Ringsloot is Bonte Krielbrug en is ontleend aan de naam van de Bonte Krielpolder. De polder, die daar tussen de Ringsloot en de Heereweg ligt. Van daaruit werd het nieuwe land bereikt. In de morgenboeken van Sassenheim komt de Bonte Krielpolder, die zowel in Lisse als in Sassenheim ligt, al in 1716 onder die naam voor. De Bonte Krielpolder liep vanaf buitenplaats Ter Leede in Sassenheim tot de Beek in Lisse. Dus net voorbij de H.H. Engelbewaarderskerk.

De Bonte Krielmolen, die het water van deze polder uitwaterde op de Ringsloot stond tot de afbraak in 1924 net zuidwestelijk van de brug, nog net op Lisser grondgebied. Je kunt de plek waar de molen stond nog goed herkennen. In de sloot daar staat nu een elektrisch gemaal, dat het werk van de molen heeft overgenomen.

Kaart van Hoogheemraadschap Rijnland door Jan Jansz. Douw en Steven Pietersz. van Brouckhuijsen uit 1647

 

Huis op de dijk en 250ste column

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)

29 juli 2025

 door Nico Groen

Dit is de 250ste column van Sporen van Vroeger over het cultuur en historisch verleden van Lisse. Het ging daarbij altijd over het recente of verre verleden van Lisse, stukjes steeds geschreven vanuit een andere invalshoek. Het begon allemaal op 1 juni 2014. Dus al 11 jaar geleden .

Na wat haperingen en onregelmatige tijdstippen begon de tweewekelijkse serie eind augustus 2014. In de eerste column, geschreven door Koos van der Zwet, staat onder andere het volgende “In de doelstelling van de Vereniging Oud Lisse wordt onder andere het behoud van het culturele erfgoed in de gemeente genoemd. Het begrip cultureel erfgoed is breed, het laat zien waar we vandaan komen en scherpt aldus de blik op de toekomst. Naast onroerende zaken, zoals gebouwen en landschappen, zijn er de onroerende culturele zaken. Daaronder vallen klederdrachten, kunstwerken zoals schilderijen en beeldhouwwerken en nog veel meer”. Dat is na 11 jaar niet veranderd.

Alle stukjes gaan over iets anders met één uitzondering. De uitleg van het oorlogsmonument op de hoek van de Oranjelaan/Heereweg staat er twee keer in. De overige zijn allemaal verschillend met steeds een andere invalshoek. De meeste columns zijn geschreven door Nico Groen. Maar niet zonder medewerking van vele vrijwilligers van de VOL wat betreft ideeën, vele correcties en relevante opmerkingen. Soms is de oorspronkelijke tekst totaal veranderd vanwege het gebruik van oude gegevens, die niet meer kloppen door latere feiten of onderzoek. Daarmee kunnen we zeggen dat er in alle 250 columns geen grote fouten staan. We krijgen veel complimenten en eigenlijk geen kritiek op de teksten.

De artikelen lopen sterk uiteen van de geschiedenis van Lisse en de Tweede Wereldoorlog tot markante gebouwen en verenigingen en bedrijven met een jubileum. Ook zijn er veel samenvattingen van artikelen uit het Nieuwsblad, het kwartaalblad van de VOL. Alle 250 columns zijn te vinden op de website OudLisse.nl en op de website LisserNieuws.nl.

Huis op dijkrestant

De afgesneden bocht in de Rooversbroekdijk bij huisnummer 92 zal op het oog niet zo snel iemand opvallen, aldus de reportage hierover in het boek ‘Lissepoelpolder 1624-2024’.

Voorheen stond hier het huisje van veenman Van Gerven op de dijk van de Rooversbroek. De Ringsloot liep achter het huis langs. Na het dempen van de Ringsloot heeft men het huisje laten staan op de dijk en heeft men de weg vóór het huisje langs laten lopen om de scherpe bocht er uit te halen om het traject van de weg een wat vloeiender verloop te geven. Later is het huis vernieuwd en vergroot. Het huis ligt dus op de voormalige Rooversbroekdijk. Een wonderlijke situatie dus, volgens het boek. De oorspronkelijke bocht is goed te herkennen op de bekende kaart van Dou over de verkaveling van de Poelpolder uit 1624.

 

Aan het einde van de 2e Poellaan stond ook nog een huis op de voormalige dijk. Daar is nog niet zo lang geleden een nieuw huis gebouwd. Ondanks protesten van de VOL vanwege de historische waarde is daar toch de dijk erg afgevlakt en nu helaas niet meer te herkennen als dijk.

Op de kaart van LisseTijdreis is goed te zien hoe vroeger de Ringsloot liep en hoe nu de weg loopt.
Kaart uit 1830 met de huidige achtergrond

.

 

 

PARELTJE: Ode aan het leven binnen de dijken van de Poelpolder, een pareltje van Klaas Hulsbos

Ria Grimbergen heeft weer een alleraardigst boekje opgedoken met de titel “In de polder”. Het lag al in de doos van de weggevertjes. Net op tijd zag zij dat het over de Poelpolder ging. Het is geschreven door en met foto’s van Klaas Hulsbos.

Ria Grimbergen

Nieuwsblad 23 nummer 2  2024

Als in 1973 het boek ‘In de polder’ verschijnt, is de eerste steen van de woonwijk Poelpolder alweer acht jaar daarvoor gelegd. De schrijver is zich ervan bewust dat de polderlandschappen waar hij zo van houdt in toenemende mate gedomineerd zullen worden door flats en woonwijken.

Naamloos poldertje

Het veelzijdige leven binnen de dijken is de ondertitel van het boek. Het vogelleven in de polder wordt beschreven, maar ook de plantengroei en het leven rond een boerderij, waar de vrouwen nog zelf kaasmaken. Schrijver Klaas Hulsbos schetst de ligging van wat hij liefkozend het poldertje noemt, grenzend aan de geestgronden met de bollenvelden en hij beschrijft zeer kort de geschiedenis van de droogmakerij eeuwen geleden. De polder blijft met opzet naamloos; het natuurleven erin is representatief voor dat in vele andere polders. Maar uit de beschrijving en het beeldmateriaal met foto’s van de ruïne van Dever en de boerderij van Langeveld valt moeiteloos de Poelpolder te herkennen. ‘In de
polder’ beschrijft de loop van de seizoenen, beginnend met een kwakkelwinter en eindigend met een strenge winter, met schaatsvertier op de bochtige Ringsloot.

Een kerkuil in Dever
In het boek staat een prachtige foto van een sneeuwlandschap met vaag zichtbaar aan de einder Dever. Als Hulsbos zijn waarnemingen doet, is Dever nog niet gerestaureerd en het uilenleven in de stomp van de woontoren geeft hij weer in zijn onderhoudende stijl, waarvan hier twee passages. In torens en ruïnes vindt de kerkuil vaak een goed onderkomen. Zo ook in Dever. Iedere avond komt hij op zijn zachte vleugels vandaar aanglijden om in de polder op jacht te gaan. Laag vliegend met een soepele, onhoorbare vleugelslag zwiert hij over polder en dijk, op zoek naar buit. Jaar-in-jaar-uit heeft de kerkuil daar, onbereikbaar voor de camera, zijn eieren en jongen in een nauwe, meterslange horizontale koker, die eeuwen her om een of andere onbegrijpelijke reden in de dikke muur van het kasteel werd uitgespaard. Duisternis heerst daar ook bij dag en alleen met veel moeite en een zaklantaarn kan men een glimp van de familie te zien krijgen, die aan het eind van die pijp ligt samengepakt.

Broedseizoen in de Poelpolder
Op vrije dagen en in vakanties trekt Hulsbos in het broedseizoen naar de Poelpolder en zet daar zijn schuiltent op in het land. Urenlang observeert hij het gedrag van vogels in de balts- en nesttijd en schrijft in lyrische bewoordingen over het verleidingsspel van de weidevogels. De boer, die evenals het poldertje naamloos blijft, geeft hem de gelegenheid drie weken lang zijn tent op te slaan bij een nest scholeksters, waarvoor Hulsbos hem zeer dankbaar is. Het nest ligt op hooiland en niet iedere boer is blij met gras vertrappende vogelaars. Naast de toestemming  van de boer is gastvrijheid van de vogel belangrijk. Om in alle rust het nest te kunnen bestuderen, is een list noodzakelijk. Ziet de vogel een mens naar de schuiltent gaan, dan ziet hij gevaar. De vogelaar laat zich dan wegbrengen door een medemens en als die weer wegloopt is voor de vogel het gevaar geweken. Dit gaat niet op bij de slimme kraaiachtigen en roofvogels, die beter kunnen tellen. Dan heeft men meerdere wegbrengers nodig. Hulsbos heeft lang een jongere vriend die als meeloper fungeert, soms de boer of een van diens zoons of dochter en later zijn eigen vrouw.
Cor Langeveld, die op boerderij Langeveld opgroeide, herinnert zich dat zijn vader onder de indruk was van het uithoudingsvermogen van Hulsbos. De anonieme boer, een hartstochtelijk jager, is mogelijk zijn opa Johan.

Behoedzame vogelfotograaf

Als jongen zwerft hij door de Lissese polders, maar ook het woeste duinlandschap van de Amsterdamse waterleidingduinen fascineert hem in zijn jeugdjaren. In ‘Het wondere leven in onze duinen’ beschrijft hij later het landschap, en de flora en fauna van de duinen. Een zeer succesvolle uitgave die in drie drukken een oplage van veertigduizend exemplaren haalde. In 1974 verschijnt onder de titel ‘In de duinen’ hiervan een herziene en sterk uitgebreide druk. Maar daarvoor al zijn talrijke artikelen verschenen in de vooroorlogse natuurbladen ‘De wandelaar’ en ‘In weer en wind’. Hij ontwikkelt zich tot een succesvol amateurfotograaf en sleept veel prijzen in de wacht met zijn natuurfoto’s. In ‘Het vogeljaar’ van Jac. P. Thijsse zijn foto’s van hem opgenomen. In ‘Focus’, het blad voor fotografen, verschijnt in mei 1934 een artikel van Hulsbos over de kunst van het fotograferen van broedende vogels. De fotograaf moet zeer behoedzaam te werk gaan, nooit mag een foto leiden tot verstoring van het nest en het teloorgaan van het broedsel. Zijn in deze tijd schuiltentjes in soorten en maten online te
bestellen, Hulsbos maakte ze zelf in de schutkleur van het terrein. Zijn tentje heeft een kubusvorm van 1 m3, waarin hij zijn lange gestalte opvouwt en rugzak en camera’s opbergt. De tent staat twee meter van het nest en heeft twee openingen, een om te observeren en een voor de camera.

Getalenteerde bankmedewerker
Klaas Hulsbos wordt op 30 juni 1904 in Lisse geboren als derde kind van een timmerman. Hij is 16 jaar oud als hij gaat werken bij de Twentsche Bank op het Vierkant in Lisse. Hij heeft een mooie zangstem en zingt in het Lissese koor Excelsior. In 1936 en 1938 treedt de bas-bariton met pianist Henk Hermans op voor de radio met een liederenprogramma. De omroepgids plaatst een foto van de twee bebrilde muzikanten. Wanneer hij kantoor Lisse verruilt voor dat van Leiden is niet met zekerheid te zeggen, maar als hij op 12 april 1945 trouwt met Johanna Bitter is dat in zijn geboorteplaats. Zijn zus werkt eveneens bij de Twentsche Bank en verhalen over zijn fotografische talenten doen jaren daarna nog de ronde op het kantoor. In 1948 woont hij in Leiden en later verhuist hij naar Leiderdorp. Hij eindigt zijn carrière als directeur van kantoor Heemstede van de Algemene Bank Nederland, die in 1964 fuseerde met de Twentsche Bank, maar hij blijft in Leiderdorp wonen, waar hij op 13 januari 1989 overlijdt. Zijn drukke baan belet hem later veel tijd aan zijn hobby te wijden, maar na zijn pensionering neemt hij de pen weer op en schrijft ‘In de polder’. Het Leidsch Dagblad plaatste een gesprek met hem over zijn boek op 31 oktober 1973. In een van zijn artikelen voor ‘Focus’ beschrijft hij hoe hij zijn foto’s en aantekeningen archiveert. Waar zou dat archief gebleven zijn? Het zou fantastisch zijn als mensen van de VOL zijn in Lisse gemaakte opnamen konden opnemen in de Beeldbank.

Weidevogels nu
Hulsbos zou tevreden zijn over Pieter van der Zon en Mart Duineveld, die nu boeren in de Poelpolder en beiden het belang van bescherming van de weidevogels inzien en hun maaibeleid daarop aanpassen. Meer daarover in het boek ‘De Lisserpoelpolder 1624-2024’, dat binnenkort verschijnt en wordt uitgegeven door de VOL.

De 1e Poellaan liep tot Burgemeester de Graafplein.

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

24 juni 2025

 Door Nico Groen

In het kader van 400 jaar Poelpolder is nu de 1e Poellaan aan de beurt. De Zemelbrug ligt in de 1e Poellaan over de Ringsloot. De Zemelbrug is aangelegd in 1627, dus 3 jaar na de drooglegging. Toen moet er dus ook een weggetje over de brug de Poelpolder zijn ingegaan.

Na de Zemelbrug liep het pad stijl naar beneden. Dit was niet veel meer dan een karrenspoor,  gebruikt door de boeren en andere belanghebbenden in de Poelpolder en in de Rooversbroekpolder. In de Rooversbroekpolder werden groenten geteeld, die ook over dit pad moesten worden vervoerd. Rond de Tweede Wereldoorlog lag er in het midden van dit karrenspoor een klinkerpaadje.

De oorspronkelijke ‘Rouversbroock’ werd gescheiden van de Lisser Poelpolder door de Achterringsloot. Deze liep vanaf de noordkant van de waterzuivering langs de noordkant van het Mondriaanpark naar het Burgemeester de Graafplein. Hier nam de Achterringsloot een bocht naar het zuid-oosten om uit te komen bij de huidige Rooversbroekdijk.

Ophaalbrug bij de Rooversbroekpolder

Op kaarten uit die tijd is te zien, dat de 1e Poellaan uitkwam waar nu het Burgemeester de Graafplein is. Dus op het uiterste noordwestpuntje van de Rooversbroekpolder.

Hier lag tussen de Lisser Poelpolder en de Rooversbroekpolder een ophaalbrug.In 1933 werd de laatste beweegbare brug, een basculebrug, vervangen door een vaste brug. Deze brug is weer gesloopt bij het dempen van de Achterringsloot.

Op de oude kaarten is ook te zien dat de 1e Poellaan direct na de Zemelbrug zich in drieën splitste. Rechtdoor naar de Roversbroekpolder en linksaf langs de dijk naar boerderij Poeleway die in de zestiger jaren van de vorige eeuw gesloopt werd ten behoeve van nieuwbouw van onder anderen de school de Poeleway. Rechtsaf ging de weg naar de vroegere buitenplaats Uytermeer en boerderij Langeveld. Deze boerderij had vroeger het adres 1e Poellaan 102.

Beurtschippers

Het gedeelte van de 1e Poellaan tussen de Heereweg en de Zemelbrug was vroeger belangrijker dan het gedeelte over de brug. Dit kwam doordat er bij de Zemelbrug in de Rijnsloot een laad- en losplaats was voor boten. Hier werden ‘door de in en opgesetenen, de vrugten ende gewassen van haar land’ overgeladen op boten om die door beurtschippers ‘ in de naast gelegen steden Haarlem en Leijden ter mark te kunnen senden’ (Lissese resolutiën 1730).

Dit ging in eerste instantie over de Greveling naar het Haarlemmermeer. De overvaart over het meer was gevaarlijk. Daarom ging men later over de Trekvaart. Dit kon alleen over ‘het Mallegat, de eenigste vaart’ bij  de Engel, die de Rijnsloot verbond met de Trekvaart. De volgeladen boten gingen dus naar het zuiden over de Rijnsloot en via het Mallegat naar de Trekvaart vanwaar men naar Leiden, Haarlem of zelfs Amsterdam kon gaan.

Soms werd de 1e Poellaan 3e Poellaan genoemd en andersom. Dat zorgt natuurlijk wel voor verwarring bij de interpretatie van historische verhalen uit die tijd.

Het boek “De Lisser Poelpolder 1624 – 2024” is nog steeds verkrijgbaar via de website van de VOL “Oudlisse.nl” en in de boekwinkel.

Op de kaart is te zien dat de 1e Poellaan afbuigt naar de Rooversbroekpolder.
Kaart: uit 1880 van Topotijdreis.nl

De 2e Poellaan in de Poelpolder

Sporen van vroeger  (LisserNieuws) 

10 juni 2025

Door Nico Groen

 Bij de droogmaking van de Lisserpoel (1624) werden op het smalste deel van de polder de molens voor de uitwatering geplaatst. Uiteraard moesten deze molens bereikbaar zijn. Daarom werd naar de molens toe een weg aangelegd vanaf de Heereweg. De weg heette aanvankelijk Polderwech, later Nieuwe Wegh, daarna Middenweg, nog later werd dat 2e Poellaan.

 Uiteraard moest er ook een brug over de Ringsloot gelegd worden. Die brug moest voldoen aan bepaalde maten, want de beurtschippers moesten zonder problemen hun waren naar de markten van Haarlem en Leiden kunnen vervoeren. Het polderbestuur van de bedijkte Lisser Poel was verantwoordelijk voor het onderhoud van brug en weg. Maar al in 1628 was er een klacht dat de brug te laag was: schepen geladen met hooi konden er niet onderdoor varen. Over het bevaren van de Ringsloot ontstonden steeds opnieuw klachten. Hier botsten de belangen: de polder wilde het varen aan banden leggen omdat de bedijking schade opliep en het ambachtsbestuur van Lisse eiste vrije doorvaart. Oorspronkelijk was de brug in de 2e Poellaan over de Ringsloot een houten brug, maar in 1744 kwam er een stenen brug.

Drie bruggen

Er lagen oorspronkelijk 3 bruggen in de 2e Poellaan. Één over de Ringsloot aan de Heerewegkant, één over de molentocht, die van zuid naar noord loopt en één over de Achterringsloot tussen de Poelpolder en de Rooversbroekpolder Deze laatste lag precies in het verlengde van de 2e Poellaan. In 1950 werd de 2e Poellaan een B-weg waardoor andere eisen aan de breedte van de weg gesteld werden. De weg werd toen flink verbreed. De brug waarschijnlijk ook.

De brug over de molentocht werd in 1951 vervangen door een duiker. Ook werd in 1951 vergunning verleend om de vaste brug over de Achterringsloot te vervangen door een dam met duiker. In 1963 werd de Achterringsloot gedempt.

Rooversbroekbrug

De brug tussen het oude land en de Poelpolder is in 1972 weer verbreed en vernieuwd in verband met de bebouwing van Poelpolder-Zuid. De hele weg is toen breder gemaakt door de sloot aan de zuidkant tussen de brug en de Heereweg te dempen. Op het traject tussen de brug en de Rooverbroekpolder werden de weg, het fietspad en de sloot naar het noorden verlegd. Vandaar de rare kromming in de weg. De hoogte van de brug is toen ook verlaagd. Dus de hellingen zijn minder steil geworden. Vóór 1972 had de brug geen naam. In dat jaar stelde Aad van Kampen voor de brug Rooversbroekbrug te noemen met de motivering dat deze brug de richting naar de Rooversbroekpolder aangaf.

In het boekje “Wandel- en Fietsroutes langs bruggen” staat meer informatie over deze gemeentelijke brug. Dit boekje is nog steeds verkrijgbaar bij VOL, evenals de boekjes

“Wandel- en Fietsroutes langs bijzondere bomen” en “Wandel- en Fietsroutes lang monumenten en andere waardevolle objecten”.

Foto: De situatie in 1830 van de brug in de Achterringsloot. Achtergrond de huidige kaart.
Foto: LisseTijdReis

 

Sloten van de Poelpolder

 Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                             

27 mei 2025

 door Nico Groen

In het boek ‘De Lisserpoelpolder 1624-2024’ worden de nog bestaande sloten en kavels in de Poelpolder beschreven. Tussen de 2e en 3e Poellaan zijn de kavelsloten zo goed als allemaal nog aanwezig  en wateren allemaal af op de molentocht. Het boek is nog verkrijgbaar.

 De oorspronkelijke molentocht werd destijds over de gehele lengte van de Poelpolder gegraven vanaf het zuidelijkste puntje van de Cleijpolder in Sassenheim tot de Meeuwenlaan. In het boek staat dat de molentocht nog te volgen is vanaf het zuiden tot aan de Zwaluwstraat. Maar helaas! Door de recente grondwerkzaamheden aan de toekomstige woonwijk Geestwater is de tochtsloot helemaal gedempt vanaf de 2e Poellaan tot ’t Lange Rack.  Ook de kavelsloten, die 400 jaar geleden zijn gegraven zijn daar allemaal gedempt. Het is een gemiste kans om deze cultuurhistorische sloten te behouden. De gemeente heeft anders besloten, ondanks dat de VOL erop heeft aangedrongen de oorspronkelijke sloten in stand te houden en de plannen daarop aan te passen. De kavelsloten in de eerdere woonwijken, die in de jaren zestig en zeventig zijn bebouwd, zijn ook verdwenen, maar toen was er nog niet zoveel historisch besef als tegenwoordig. Tussen de 2e en 3e Poellaan zijn de kavelsloten zo goed als allemaal nog aanwezig  en wateren allemaal af op de molentocht. Er zijn geen kavelsloten ten zuiden van de 3e Poellaan in de Cleijpolder. Op de kaart van Dou uit 1624 staan ook geen kavelsloten ingetekend. Waarschijnlijk zijn hier dus nooit kavelsloten geweest, hoewel dat in het boek anders vermeld staat.

Een nieuwe kleine molen in 1630

Al in de beginjaren van de Poelpolder werd ingegrepen in het waterbeheer van de polder. Het maaiveld van het zuidelijk gedeelte van de Poelpolder lag lager dan dat in het noordelijk gedeelte. Het polderbestuur besloot daarom in 1630, 6 jaar na de realisatie van de Poelpolder, een derde molen te bouwen. Het werd een kleine achtkantige molen voor onderbemaling van de zuidelijke kavels. Waar deze achtkantige molen ooit gestaan moet hebben, is nog enigszins duister, maar de bronnen spreken van het land van Coyman, dat te laag lag oftewel de voormalige kavels IX en X. De meest voor de hand liggende plek is dan tussen de voormalige kavels VIII en IX aan de molentocht. (Zie de kaart hiernaast). Deze plek is nog te bereiken vanaf de Heereweg, langs het pad van boerderij Heemskerk ofwel de Willemshoeve naar de tochtsloot bij het bedrijf van Lubbe. Hoe lang deze kleine achtkanter in gebruik is geweest is niet duidelijk.

De capaciteit van de molentweegang aan het einde van de 2e Poellaan was te klein, bovendien waren deze molens erg onderhoudsgevoelig. Na een stormvloed is de Grote Poelmolen in 1676 gebouwd en werd het overtollige water bij het voormalige Hellegat geloosd. Voor wateraanvoer daarnaartoe werd een kavelsloot verbreed en uitgediept met een aansluiting op de molentocht. Daarna is de kleine molen overbodig geworden omdat deze verbrede kavelsloot richting het Hellegat zuidelijker lag dan de kleine molen.

Foto: Gedeelte van de kaart met de kavelnummers van Jan Pietersz. Dou uit 1624

 

 

Evenementen

Niets gevonden

Uw zoekopdracht leverde helaas geen artikelen op