Berichten

Hart voor historie (7): Kanaalstraat 22 en 22a, Van boerderij met koeien via melkhandel naar restaurants

Wilma van Velzen 

De Lisser 2007 LOKAAL; Hart voor historie

Grootmoeder Hulsbosch op de melkkar. Op de achtergrond is te zien de wagenschuur, die in de nabije toekomst uit het Lisser straatbeeld verdwijnt. (Foto: familiearchief – Theo Hulsbosch

LISSE – Beeldbepalend dorpsgezicht in het centrum is de combinatie van de adressen Kanaalstraat 22 en 22a. De karakteristieke boerderij ter hoogte van de Wagenstraat was vele jaren het woonhuis annex be­drijfspand van melkboer Hulsbosch. Thans zijn hier­in de restaurants Vrouw Holle en La Fontana geves­tigd. Ondanks meerdere grote verbouwingen zijn beide restauranthouders erin geslaagd de authentie­ke sfeer te behouden.

Samen met zijn compagnon Mickey Yazide runt Eric Braspenning het Italiaans restau­rant La Fontana. Hij weet zich nog goed het moment te herin­neren dat zij de winterboerderij in gebruik wilden nemen: ‘Aan­vankelijk zou een ander bedrijf zich op deze locatie vestigen. Met de verbouwingswerkzaam­heden was al begonnen, maar die zijn uiteindelijk niet doorge­gaan. Vervolgens was het aan ons de voormalige koeienstal met woongedeelte tot restaurant om te turnen.’

Boerderijsfeer

‘Besloten werd de authentieke boerderij sfeer te behouden. Dit heeft ons veel waardering opge­leverd. De uitvoering werd in 1991 zelfs beloond met de ere­penning van de Vereniging Oud Lisse.’ De boerderij is nog steeds in bezit van de familie Hulsbosch, die bijna een eeuw op deze locatie woonachtig was. Theo Hulsbosch is een van de vijf kinderen die deel uit maken van de derde generatie, die er is opgegroeid. Hoe oud de boerderij precies is, weet hij niet. De Vereniging Oud Lisse achterhaalde in de gemeentelij­ke archieven wel, dat ene Van der Vlugt het pand in 1812 kocht van weduwe Van Klave­ren. Volgens Hulsbosch was er ooit een timmerbedrijf gevestigd. ‘Mijn overgrootvader had een boerderij op de plaats van het oude postkantoor; waar nu De Madelief wordt gebouwd. Zijn zoon vestigde zich in de Kanaalstraat, het gedeelte dat vroeger Broek Steeg werd ge­noemd.’

Het complex omvat onder meer een zomer- en wintergedeelte, hooiberg, karnruimte en wagenschuur. De koeienstal bevond zich in de winterboerderij, dat aan de voorzijde een woonhuis kende. Tot 1984 woonden hier twee tantes van Hulsbosch. Zelf woonde hij met zijn ouders en de rest van de familie in de zomerboerderij, waar thans Vrouw Holle in is gevestigd. De melkwinkel bevond zich hier ook; de toegang was rechts aan de zijkant. Een paar oude melkbussen zijn nog stille ge­tuigen. In de karnruimte aan de voorzijde, met rieten dak, duw­de een paard de karnstok voort. Het achtergedeelte, met hooi­berg, wagenschuur en opstallen, is onlangs verkocht aan Bouw­bedrijf Castien, dat hiervoor bouwplannen heeft.

Verandering

‘Ten tijde van mijn grootvader was de boerderij een melkveebedrijf. Hierin kwam verande­ring, toen mijn vader, Jaap Hulsbosch, in het kader van saneringswetgeving, een keuze moest maken: veebedrijf of melkhandel. Het feit dat er steeds minder grasland in de di­recte nabijheid voorhanden was om de koeien te laten grazen, gaf de doorslag om verder te gaan als melkhandel. Tot 1970 heeft mijn vader – aanvankelijk met paard en wagen, later met een elektrische melkwagen – menig Lisser in de wijk van melk en melkproducten voor­zien. Zeven dagen in de week, dus ook op zondag, gebeurde het dat iemand achterom nog even wat melk kwam halen.

Frits Treffers, medeoprichter van Vereniging Oud Lisse (VOL), schrijft tien weken lang deze column

Bij het binnenkomen van de voormalige boerderij Hulsebosch ziet de bezoeker aan de linkerzijde de waarde­ringspenning van de Vereni­ging Oud Lisse hangen. Veelal wordt deze eenmaal per jaar uitgereikt. Het bij­zondere ervan is, dat de fa­milie Griekspoor er in totaal drie heeft gekregen: een voor de voormalige boerderij, een voor de voormalige bakkerij Vaneveld en een voor Heereweg 291, Een aantal jaren geleden stond ik voor dat to­taal verwaarloosde woonhuis. Het had niet veel langer moeten duren of het zou vanzelf in elkaar zijn gezakt. Een poosje daarna ontdekte ik allerlei activiteiten in en rondom het huis, zoals timmerwerkzaamheden. Toen ik op een gegeven moment aanbelde, deed een jonge bewoonster open. Zij vertelde mij, dat haar man een kleinzoon was van de heer Griekspoor, die het pand begin 1900 had gekocht. Mevrouw Griekspoor liet mij huis zien. Er was al heel wat werk verricht. Het betrof een ingrijpende renovatie, die de totale vernieuwing van de betimmering van de serre omvatte evenals de vervanging van daken en slechte balken, en herstel van het glas-in-lood. Men ontdekte bij de renovatie beschilderingen op het plafond en de muren. Nu staat daar een prachtig woonhuis, gered van de ondergang.

Frits Treffers

HET BRUINE CAFÉ deel 3. De Taveerne in de Wagendwarsstraat

De Taveerne of van ouds “De Vereniging” aan de Wagendwarsstraat is een blijvertje op het gebied van het bruine café. Louise Kerkvliet-van Kampen neemt ons mee in het enige echte bruine café dat Lisse nog rijk is.

door Louise Kerkvliet-van Kampen

Nieuwsblad 23 nummer 4 2024

In juli 1912 werd de (kleine) Vereeniging geopend. Het pand is gebouwd voor Willem van der Reep en staat in de nieuw aangelegde Wagendwarsstraat, waar daarvoor bollenland en een tuinderij was. Willem van der Reep (1876-1961) en Martha van Tol (1881-1953) exploiteren De (kleine) Vereeniging vanaf de opening in 1912. In een krantenartikel lezen wij dat er in 1922 onder andere protestantse kerkdiensten in de zaal worden gehouden. De Nederlandse Protestanten Bond beoogde alle moderne protestanten te verenigen en organiseerde kerkdiensten zonder dat deze verbonden waren aan één kerk in het bijzonder. Ook worden er allerlei activiteiten georganiseerd door plaatselijke verenigingen en worden er tentoonstellingen en veilingen gehouden in de zaal. Rond 1935/36 wordt alles openbaar verkocht wegens faillissement. Het pand met opstallen wordt gekocht door J. P. van der Aart (1906-1982). In 1936 wordt het perceel gesplitst.

Mevr. J. J. Duivenvoorden-Warmerdam, een doorzetter!

Het naastgelegen huis krijgt een eigen kadastraal nummer en is niet meer onderdeel van de opstallen van het café. Het is onbekend wie exploitant is tussen 1936 en 1946, maar aannemelijk is dat de locatie verhuurd wordt. Volgens een krantenadvertentie uit 1937 geeft mevrouw De Wekker er dansles in de grote zaal. Verder zien wij in een ander krantenartikel dat er voor grote gezinnen een kerstfeest gevierd wordt in 1939, bekostigd door de Katholieke Kerk van Lisse. Na het feest worden voedselpakketten verstrekt aan de aanwezigen. Tussen 1946 en 1952 exploiteert Jos van Riel (1897-1967) uit Best het bedrijf; hij woont met zijn gezin in de Nieuwstraat.  De familie is nu nog een bekende horecafamilie. In advertenties zien wij dat het bedrijf gevoerd wordt onder de naam De Vereeniging. Vanaf 1927 exploiteert Cornelis Theodorus Duivenvoorden (1902-1942) met zijn echtgenote Jacoba Johanna Warmerdam (1903-1987) het KAB gebouw in de Schoolstraat. Helaas komt Cornelis Duivenvoorden jong te overlijden en blijft Jacoba achter met tien jonge kinderen. Alhoewel de verdiensten niet hoog zijn, zet zij het café voort tot 1952. Het verenigingsleven en de feesten en partijen gaan tijdens de oorlogsjaren gewoon door. Zoals aangegeven in het artikel over de Gewoonste Zaak (in Nieuwsblad nummer 2, 2024) werden alle bondsgebouwen tijdens de oorlog ondergebracht bij Het Nederlandsche Arbeidsfront, de nationaalsocialistische vakbond. Rond 1950 komen alle bezittingen terug aan de voormalige eigenaar het Bisdom Haarlem en deze besluit alles te verkopen. Weduwe Duivenvoorden heeft vernomen dat Jos
van Riel zijn bezit in de Wagendwarsstraat wil verkopen. Jacoba en haar zonen Peter (1929-1960) en Cock (1927-1958), die de hotelschool hebben doorlopen, besluiten het bedrijf gezamenlijk te exploiteren. Vanaf 1952 zijn zij samen eigenaar van het pand met opstallen in de Wagendwarsstraat. Zij willen het café een nieuwe passende naam geven en besluiten een prijsvraag uit te zetten met als hoofdprijs een mooie fles wijn. Albert Helmus (1928-2017), pianoleraar in Lisse, stelt de Taveerne voor en dat valt in de smaak. Tot op heden is dat de naam van het bedrijf. Als Cock en kort daarop Peter veel te vroeg komen te overlijden, komt broer Jan (1938-) noodgedwongen het bedrijf versterken. Jan heeft de hotelschoolopleiding afgebroken en is gaan varen bij de Holland-Amerika Lijn. Na het overlijden van zijn broers komt hij terug om samen met moeder het bedrijf voort te zetten. Er moet flink gewerkt worden, omdat er vier gezinnen moeten rondkomen van de inkomsten. Alle familieleden moeten helpen om de zaak draaiende te houden, ook jongste dochter Thea (1941-2020).

Thea en Sandor (Alex) Szabò runnen de zaak verder.

Om ervaring op te doen in de horeca gaat Thea enige tijd naar Duitsland, waar ze receptioniste is bij Hotel Atlanta in Andernach. Daar ontmoet zij Sandor (Alex) Szabò (1938-2020). Hij is gevlucht uit Hongarije naar aanleiding van de opstand tegen het stalinistische bewind van 1956 en is uiteindelijk terechtgekomen in Duitsland. Zij worden verliefd en trouwen in 1962. Rond 1964 komen Thea en Alex in dienst van het bedrijf van moeder; later zijn ze aandeelhouder. Begin jaren zeventig is er wederom een opstand in Hongarije en vlucht broer Jens Szabò (1947-2021) naar Italië, waar hij opgehaald wordt door zijn broer. Jens komt in dienst bij de Taveerne en als hij in 1974 verkering krijgt met Germa Frederiks uit Hillegom en later met haar trouwt, komt ook zij in dienst. Vele jaren hebben zij boven de zaak gewoond. Van 1966 tot 1978 is een gebruikelijke financiële constructie aangegaan met de firma Bols Ned./Heineken Expl. Maatsch. Het is een constructie die vele horecabedrijven aangaan in die jaren. Bols/Heineken worden eigenaar van het pand met opstallen van het horecabedrijf en Jacoba Duivenvoorden-Warmerdam wordt huurder.

 

Jens en Germa Szabò woonden en werkten in de Taveerne

Later gaan Alex en Thea door met de bestaande bedrijfskundige constructie en vanaf 1978 nemen zij de huur over van Heineken en stapt Jacoba Duivenvoorden- Warmerdam uit het bedrijf. In 1986 kopen Thea en Alex Szabò alles terug van Bols/Heineken en worden zij eigenaar van het pand met opstallen. Thea en Alex zijn heel bijzonderemensen; ze weten iedereen met naam te verwelkomen en staan altijd klaar met een luisterend oor. Ze zijn beiden heel vrolijk, warm en sociaal. Veel buurtgenoten komen langs voor een praatje en hun kopje koffie of biertje en versnapering na het werk. Alex is een goede kok; hij maakt heerlijke goulashsoep die zeer gewild is bij de klanten. Zeker in de jaren 60 waren er nauwelijks buitenlandse invloeden in onze keuken. Door de komst van Alex kregen wij een stukje Hongarije mee. Wij genoten niet meer van gehaktballen in jus, maar van poestagehaktballen, zeldzaam lekker. Hij kookte wat af; hele busladingen aten in de Taveerne tijdens de Keukenhof-periode. De bussen draaiden door de smalle straatjes om klanten te brengen. Die kregen iets heerlijks voorgeschoteld. Ted Warmerdam hielp in de jaren 60 regelmatig mee in de zaak. Tijdens de feestweek kregen de kermisexploitanten een feestje aangeboden dat gehouden werd in de Taveerne. Ook wordt er gekaart in de feestweek en in 1984 wordt als extra attractie een varken verdeeld onder de prijswinnaars. Vooral herinner ik mij de jukebox en het meezingen met oude en nieuwe liedjes, dat gaf een gevoel van verbondenheid. Zittend op een barkruk een praatje maken met alle bekenden uit de buurt en met dorpsfiguren die op zaterdagavond een drankje komen nuttigen. Een heerlijk onbezorgde en gezellige tijd. Er zijn veel plaatselijke verenigingen die gebruikmaken van de zaal, maar er worden ook talrijke bruiloften en feesten gevierd en Alex weet elke keer weer iedereen iets lekkers voor te zetten. In de regio is een levendige biljartcompetitie, die in veel cafés in Lisse wordt gehouden, ook in de Taveerne. In het café wordt ook snooker gespeeld. Er worden toneelvoorstellingen gegeven, danslessen door Castelein, tal van sportverenigingen maken gebruik van de voorzieningen. Tijdens de feestweek en de kerstperiode is er vlotbruggen (de vlotbrug is een dikke houten plaat die in de hoek van de biljarttafel wordt gelegd. De plaat heeft 25 holletjes en een afgeschuinde kant, waar een bal tegen op gespeeld kan worden). De Taveerne is sponsor
van veel van deze verenigingen, maar in het bijzonder van de biljart- en zaalvoetbalteams. In 1998 verhuren Thea en Alex de Taveerne aan Teun Oosthoek en Philip Hogervorst voor een periode van vijf jaar. Zelf stoppen zij met actief werken en gaan van hun pensioen genieten. In 2004 koopt Teun de Taveerne en hij is de huidige eigenaar-exploitant van een van de weinige bruine cafés die Lisse nog heeft.

Gevel van de Taveerne nog niet wit gepleisterd

HET BRUINE CAFÉ (2): Van Bondsgebouw naar uitgaansgelegenheid

Er is weer een bruin café minder in Lisse. Blijven er nog wel over? De Gewoonste Zaak is met de grond gelijk gemaakt. Hier wordt niet meer gefeest. Een ereplek op de cover en Louise Kerkvliet -van Kampen denkt even terug.

Door Louise Kerkvliet-van Kampen

Nieuwsblad 23 nummer 2  2024

Het dorp Lisse is een progressief dorp, er staan nog weinig gebouwen van voor of uit de 19e eeuw. Het grootste deel van de bebouwing is van de 20e eeuw. De laatste jaren zorgen nieuwbouwplannen voor een verandering van het straatbeeld omdat een aantal gebouwen, die in ons collectief geheugen gegrift staan, zijn verdwenen.

Zo is een nieuwe wijk ontstaan waar ooit de HoBaHo heeft gestaan en is het gebied rond de Haven en Grachtweg in ontwikkeling. De Zeeheldenbuurt, de Heereweg nabij de Kanaalstraat en Berkhoutlaan, en de Greveling zijn anders geworden om maar een paar projecten te noemen. Begin 20e eeuw is er ook veel veranderd in het dorp. Er zijn veel bedrijfskundige en economische veranderingen, waardoor er werkgelegenheid ontstaat. Er verrijst een nieuwe r.-k. kerk. De Pius, waar ‘ouden van dagen’ kunnen wonen, wordt gesticht en rond 1918
wordt het Patronaatsgebouw in de Bondstraat gebouwd. Er worden huizen gebouwd en woningcorporaties worden gevormd. Mensen uit ‘arme’ gebieden in Nederland komen naar Lisse vanwege de werkgelegenheid en betere leefomstandigheden voor gezinnen. In 1914  besluit het bestuur van de Lisser afdeling van ‘den Ned. R.K. Volksbond’, vallend onder het bisdom Haarlem, dat het een nieuw gebouw nodig heeft voor alle activiteiten. Zij kopen een stuk grond van weduwe J. Vreeburg naast de pas gebouwde school die nu De Akker heet. Een bouwbestek voor een bakstenen gebouw met bestektekeningen wordt gemaakt door Joh. v. Velzen uit de Wagenstraat. Op 26 maart 1914 start de inschrijving. De indeling voor het gebouw op Schoolstraat 11 wordt beneden een conversatiezaal aan de Schoolstraatzijde met een oppervlakte van 13.15×8 meter, daarachter een toneelzaal die een oppervlakte heeft van 15,90×10.40Het hele gebouw heeft een totale lengte  37 meter. Aan de zuidwestzijde is een woning voor een conciërge. Aan de noordoostzijde en op de bovenverdieping komen verschillende zalen en ruimtes die geschikt zijn voor vergaderingen en bijeenkomsten. Op de bovenverdieping een galerij die plaats biedt aan 75 personen. Alle ruimtes, groot en klein, dienen ruim voorzien te zijn van licht en lucht. Er is aan de voorzijde van de bovenverdieping een ruimte voor een Spaarkas, met een afzonderlijke ingang aan de voorzijde van het gebouw. In de 19e eeuw ontstaan Spaarkassen in Nederland Mensen kunnen geld inleggen ten behoeve van toekomstige uitgaven. Veel seizoenarbeiders spaarden voor de wintermaanden waarin er weinig inkomsten waren. Er zijn 9 inschrijvingen van aannemers, maar uiteindelijk besluit het bestuur de opdracht te gunnen aan J.H. Suijkerland uit Lisse die had ingeschreven voor fl. 11.144,- . Aannemer Suijkerland is vrij succesvol in Lisse; hij heeft in 1921 o.a. ook de Beurs aan de Haven gebouwd. Waarschijnlijk is er direct gestart met de bouwwerkzaamheden, want op 14 september 1914 wordt het gebouw opengesteld voor bezichtiging aan de Lissese bevolking. De snelheid waarmee er gebouwd is, zou nu ondenkbaar zijn. In 1914 is er een dramatische gebeurtenis die ook voor het kleine Lisse gevolgen heeft. Op 28 juni 1914 werd de troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije, prins Frans Ferdinand, doodgeschoten in Sarajevo, provincie Bosnië en Herzegovina. Door de heersende alliantiepolitiek en diverse gevoelige onderwerpen in verschillende Europese landen ontstaat er in korte tijd een wereldwijde oorlog. Nederland en België zijn begin augustus 1914 neutraal en hopen dat dit wordt gerespecteerd.

De enige foto die herinnert aan het verblijf van de Belgen in Lisse: vluchtelingen op de trap van het Gemeentehuis. Part. Coll Het is voor zover bekend de enig bewaard gebleven beeldherinnering aan de vluchtelingen die tijdelijk in het dorp hebben gewoond.

Vanwege de strategische ligging van België volgt echter op 4 augustus in België een inval door Duitsland waardoor een miljoen mensen op de vlucht slaat naar Nederland. Allerlei leegstaande gebouwen in Nederland worden gebruikt om vluchtelingen op te vangen en zo ook in Lisse. Op 12 oktober arriveren 468 vluchtelingen bij het treinstation in Lisse. Zij worden ondergebracht in diverse gebouwen in Lisse, waaronder het nieuw opgeleverde bondsgebouw aan de Schoolstraat. Na aankomst zijn er een aantal Belgische herrieschoppers die zorgen voor enige onrust in diverse cafés van het dorp. Er worden maatregelen genomen door het gemeentebestuur zoals een verbod om vluchtelingen sterke drank te verstrekken en een vroege sluitingstijd wordt ingesteld. In België en vooral in Antwerpen ontstaat een economische ramp vanwege het vertrek van zoveel inwoners. Er volgt een proclamatie met garanties dat zij veilig kunnen terugkeren. Op 21 oktober zijn er nog 200 vluchtelingen in Lisse. Rond de jaarwisseling zijn de meeste mensen elders ondergebracht of teruggekeerd naar België. Terug naar het Bondsgebouw. Er zijn veel vergaderingen van de Bond en verenigingen maken gebruik van de voorzieningen. Vergaderingen en feestavonden, toneelvoorstellingen, biljartwedstrijden worden er gehouden. Een rijk verenigingsleven ontstaat. In 1926 wordt er bijgebouwd, waarschijnlijk betreft het de toiletten. Jeroen Koelewijn (1883-1949 Lisse) was waarschijnlijk de eerste beheerder van het nieuw opgeleverde Bondsgebouw. Volgens zijn kleindochter Ada was zijn  beroep toneelspeler en heeft hij niet alleen gezorgd voor mooie voorstellingen, maar er ook voor gezorgd dat diverse verenigingen zich er thuis voelden. In de volksmond wordt de naam ’t Trefpunt. Het is onbekend wanneer hij gestopt is, maar het is aannemelijk dat het rond de oorlogsjaren is geweest. Tijdens de Tweede Wereldoorlog worden in 1942 bij decreet alle arbeidersbonden in Nederland opgeheven. Het gebouw aan de Schoolstraat wordt in beslag genomen. Bezittingen en vermogen worden ondergebracht bij de nieuwe vakcentrale Het Nederlandsche Arbeidsfront. Na de oorlog worden in 1950 alle bezittingen teruggegeven en ’t Trefpunt valt als gebouw van de KAB, de Katholieke Arbeidersbeweging, weer onder het bisdom Haarlem. Voor de oudere Lissers is de bekendste conciërge en latere eigenaar en uitbater wel Willem (W.P.) Slootbeek (1917-1971 Lisse) met zijn echtgenote ‘Tante Jo’ (J.M.) van der Klauw (1917-2000 Haarlemmermeer-Sassenheim). In 1968 kopen zij het gebouw en opstallen van het bisdom Haarlem. Zij zijn al conciërge sinds 1952 en hebben met ’t Trefpunt vele jaren invulling gegeven aan het sociale leven van de Lissese bevolking. In ons collectief geheugen zijn zij voor altijd verbonden aan het gebouw.
In 1990 koopt Teun Oosthoek met compagnon Philip Hogervorst het gebouw en gaat verder als ‘de Gewoonste Zaak’, de uitgaansgelegenheid van de regio voor veel jongeren. Vele bekende dj’s, popgroepen en artiesten traden hier op, verenigingen en families gaven er hun feestavonden. Met de feestweek en het carnaval is het echt ‘the place to be’ in Lisse.

Voor de sloper was dit werkje d Bondsgebouw, KAB-trefpunt en De Gewoonste Zaak e gewoonste zaak van de wereld

Na 110 jaar is het gebouw nu gesloopt om plaats te maken voor een appartementencomplex. Het gebouw was al die jaren een thuis voor allerhande sociale aspecten van het leven. Een opvangplaats
voor vluchtelingen, een rijk verenigingsleven, een geweldig sociaal uitgaansleven, een uitgaansleven waar veel jeugd elkaar heeft leren kennen. Nu wordt het huisvesting in een tijd van woningnood. Het is verdrietig te moeten opmerken dat naast het verdwijnen van bruine cafés er minder zalencomplexen zijn voor verenigingen, feestavonden en uitgaansgelegenheden voor de Lissese inwoners. Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse” heeft eerder artikelen gepubliceerd over het KAB gebouw, de opvang van Belgische vluchtelingen in de Eerste Wereldoorlog en de geschiedenis van gebouwen en hun bewoners in ons dorp. Deze zijn na te zien in vroegere uitgaves van het Nieuwsblad, in de bibliotheek en op de website van de vereniging.

Nog een jaar dan staat dit gebouw er: “de Commissionair”

 

Bondsgebouw, KAB-trefpunt en De Gewoonste Zaak

 

HET BRUINE CAFÉ: ’t Loosje (1)

Een nieuwe serie over bruine café’s. Bruine cafés verdwijnen uit het straatbeeld, dat is ook heel merkbaar in Lisse. Waar voorheen zoveel bruine cafés en schenkerijen (huiskamercafés) waren, zijn er nu nog enkele in het dorp te vinden.

Door Louise Kerkvliet-van Kampen

Nieuwsblad 23 nummer 1 2024

Wat is een bruin café?
De karakteristieke kroegen met hun donkerbruine houten meubilair in een donkere inrichting dreigen als cultureel erfgoed uit het dorpsgezicht te verdwijnen. In het dorpsbeeld van Lisse zijn er altijd veel geweest. Ze ontstonden als huiskamerschenkerij en groeiden uit tot de klassieke bruine cafés. Het waren sociale ontmoetingsplaatsen, waar vele generaties elkaar ontmoetten en waar ook veel relaties ontstonden. Zo ook in café ’t Loosje, dat gevestigd was in de Kanaalstraat  30. In 1874 wordt het gebouwd als woonhuis, met in het midden een tweevleugelige deur met links en rechts een raam. Erboven is een raam van de bovenverdieping. Het geheel wordt afgewerkt met een fraaie sierlijst. Eigenaar van het pand is Pieter van Waveren, koopman/brandstoffenhandelaar uit Lisse. Het pand heeft aan een zijde een poort. De andere zijde is een gedeelde muur met Kanaalstraat 28. Daar woonde later de familie Vergunst. Daarna werd het pand verkocht aan schoenmaker Van Zelst.

t Loosje

Café ‘t Loosje rond 1950 Kanaalstraat 30

In 1886 is het pand gekocht door Abraham Hartevelt. Hij is distillateur in Leiden en heeft waarschijnlijk het woonhuis veranderd in een schenkerij of café. De familie Hartevelt was eigenaar van Hartevelt & Zoon ofwel de beroemde Distilleerderij “De Fransche Kroon”, v/h Hartevelt & Zoon in Leiden. Het is een gebruikelijke zakelijke constructie om bedrijven inclusief panden op te kopen, zodat de verkoop van eigen producten gestimuleerd wordt. Menig gezin kwam daar een kannetje jenever halen om thuis te nuttigen. Abraham Hartevelt (1845-1890 Leiden) komt in 1890 te overlijden en zijn vrouw, Maria Coenradina Van Vrijberghe de Coningh (Maasland 1845-Leiden 1895), is de nieuwe bezitter en zij verkoopt het vrijwel direct na zijn overlijden aan Jacobus Adrianus van Wensveen (Bloemendaal 1851-Lisse 1934). Jacobus komt uit Bloemendaal, bij zijn huwelijk met Anna Catharina Nelis is hij koetsier. Rond 1891 begint hij als kastelein in café ’t Loosje, dat inmiddels is veranderd van huiskamerschenkerij naar café. Tot het overlijden van zijn eerste vrouw in 1900 is hij tapper. Het lijkt erop dat hij het café dan verhuurt aan Jan Lieshout, eveneens tapper uit Haarlem. Zij bewonen het pand tot maart 1903, waarna zij terugkeren naar Haarlem. Mogelijk heeft Jacobus zijn vak als tapper weer uitgeoefend. Zeker is dat hij rond 1910 verhuist naar Wagenstraat 10 met zijn nieuwe echtgenote en hun kinderen. In de jaren 1910-1920 is de heer Petrus Witteman (1885-1953) met echtgenote Gerardina Lemmers (1892-1975) cafèhouder in ’t Loosje.

Het Wapen van Lisse

Distilleerderij “De Fransche Kroon” aan de Langegracht Leiden

Het café wordt verhuurd aan Johannes (Jan) de Bruin (Lisserbroek 1870-Leiden 1944), bierhandelaar uit de Lisserbroek; hij verkocht al Amstelbier aan ’t Loosje. Jan is een succesvolle zakenman en wel bekend met de horeca. Hij is een zoon van Hendrik (Hein) de Bruin (Nootdorp 1847-Lisserbroek 1932) en Catharina van Velsen (Wateringen 1843-Lisserbroek 1905), eigenaar van Het Wapen van Lisse aan de Lisserdijk, gelegen aan het begin van de Lisserweg. Jan heeft al de goed lopende bierhandel “De Lindeboom”, samen met vader Hein, en een limonade- en gazeusebedrijf genaamd “De Meiboom” in de Lisserbroek. Jan heeft een agentschap van Amstelbier, dat gebotteld wordt aan de Lisserdijk, naast het café. Zoals aangegeven werd in het VOL-Nieuwsblad nr. 2. van 2023 komt het bier vanuit Amsterdam via de Ringvaart aan in grote vaten en wordt het in de Lisserbroek gebotteld. Rond 1920 willen de brouwerijen zelf gaan bottelen en moet Jan op zoek naar een andere bron van inkomsten. Het is onduidelijk wanneer Jan het café exact overneemt. Na pensionering van Hein wordt Het Wapen voortgezet door dochter Petronella de Bruin. Zij is getrouwd met Adrianus (Arie) Faas en samen runnen zij het bedrijf.

Peet Kerkvliet aan de tap van het bruine café ‘t Loosje

Uiteraard blijft weduwnaar Hein bij zijn dochter en schoonzoon wonen, ook Jan woont bij ze in. Het gezin Faas krijgt acht kinderen. Ze leiden een druk maar gelukkig bestaan. Jan neemt met regelmaat een tapper of tapster in dienst voor de bedrijfsvoering. Zij krijgen tevens inwoning totdat Jan zelf kastelein wordt. Jan is altijd ongehuwd gebleven, maar heeft een zeer warme band met zijn zus Petronella. Als hij wil stoppen met het café ’t Loosje, kijkt hij eerst naar een opvolger in de familie. Oudste dochter Janne heeft verkering met Peet Kerkvliet en hij ziet wel iets in het bedrijf. Het stel neemt het bedrijf over en trouwt in 1939. Als de weduwe Van Wensveen komt te overlijden willen de erven het pand verkopen en zo geschiedde. Het café wordt in 1944 verkocht aan Petrus Johannes Kerkvliet (Lisse 1910-Warmond 1989) en Johanna Catharina de Bruin (Lisserbroek 1915-Lisse 2002) t Loosje is een karakteristiek bruin café, wat stoeltjes en tafeltjes, een biljart en een bar waar barstoelen staan. Het gaat open rond 10.00 uur voor de eerste koffieklanten, die een praatje met elkaar maken. Het zijn voornamelijk oudere mannen en er wordt een kaartje gelegd en geroddeld over dorpse gebeurtenissen. Voor de lunch wordt al een jenevertje genuttigd waarna men naar huis keert voor de warme maaltijd. Van 13.00 tot 14.30 uur is het café gesloten en in de middag gaat het weer open voor de middagklanten. Avondeten is voor Peet vaak iets tussendoor. Klanten komen na het werk om een drankje te halen voordat ze naar huis gaan.
Zeker op zaterdag, als men het loonzakje krijgt, wordt er meer dan één borreltje of biertje genuttigd. Wat verbruikt is, wordt ook wel afgerekend ‘op de lat’. De klanten zijn voornamelijk werklieden en zaterdag en zondag zijn de drukste dagen. Het gezin Kerkvliet kan rondkomen van de inkomsten, maar het is zeker geen rijk bestaan.

En zo gaat het leven door, een gezin wordt gesticht. Het sociale leven speelt zich af in het café, een gezellige ontmoetingsplaats. Er wordt gebiljart en een kaartje gelegd, hele gezinnen komen mee. De bar is tegen de achterwand. Achter de bar is een deur, die naar de woning leidt. In de beginjaren was de toegang tot het toilet via de poort naast de woning, later is er een toiletgebouwtje gekomen. In de jaren vijftig komt er een platenspeler en wordt er muziek gedraaid. Een eenvoudig menu verschijnt, een balletje gehakt of een portie kaasblokjes of plakjes worst. In de bollentijd wordt een extra centje verdiend. Vooral het bedienend personeel van Keukenhof weet het dorpscafé te vinden. De sluitingstijden verruimen van ‘s avonds 22 uur naar 23 uur en zelfs tot middernacht en 01.00 uur. Dat zijn lange dagen voor een familiecafé, echt hard werken. In 1970 verongelukt zoon Hans samen met drie andere Lissese jongeren. Het dorp is in rep en roer. Het heeft zo’n impact op het gezin dat men wil stoppen met het bedrijf. Wederom wordt binnen het gezin gekeken naar een opvolger, maar de wens om het bedrijf voort te zetten is niet aanwezig. Het pand met opstallen wordt in 1973 verkocht aan buurman Van Zelst en zo eindigt het leven van een bruin dorpscafé.

‘t Loosje in de Kanaalstraat met daarnaast Van Zelst

’t Roemwaard Lisse: De Witte Zwaan (59)

Door Alfons Hulkenberg

Overgenomen uit het boek ” ’t Roemwaard Lisse” uit 1998, 2e druk, Grimbergen boeken – Lisse

“De Zwaan” was het Rechthuis, waar de dorpsbestuurderen bijeen­kwamen om de belangen der bewoners te behartigen.

O Roemrijk Lis, gij plaats van mijn geboorte,

Uw neringen in velerlei soorten

Behaagt wie dat u immer komt te zien.

God geev’ dat gif gestaag van brave lién

Hen bewoond wordt en God, wens ik, dat Zijn zegen

Op u verspreid’ gelijk een milde regen.

Een enkele maal was ook de Dorpsheer op de vergadering aanwezig, zoals in 1775, toen Dirk Jan Ignatius Heereman van Dever uit Roer­mond naar Lisse gekomen was, om de besprekingen bij te wonen.1 Jan de Graaff richt zich tot hem met de volgende bewoordingen:

God schenk’ U ook, HoogEdel Dorpsheer,

Zijn milde gunst en kroont uw hoofd met eer.                           ;/

Beschermheer, die onz’ vrijheden en rechten

Verkort noch snoeit, maar gaat de twisten slechten.

De Heer, wens ik, dat u het leven geev’

Nog lange tijd, opdat men vreedzaam leev’

Onder het zoet van uw lieve regering

En dat gij dan hierna met een verering

Van ’t eeuwig heil door Jezus, Godes Zoon

Beschonken wordt, opdat gij voor den troon

Gods lof uitgalmt met al de zaalge engelen,

Die eeuwiglijk haar klanken t ‘samen mengelen.

Dan uit hij nog goede wensen tot de gevolmachtigde van de Heer van Lisse, Jacob Schellings te Amsterdam.2

Weledel Heer, die als gevolmacht zijt

En toevertrouwd ’t gebied deez’ heerlijkheid

De Heer wil zijn genade U btonen,

Hij wil gestaag in uwe tente wonen.

En als gij dan hier moede en afgeleefd

Zijt, dat hij u een beter woning geeft,

Opdat gij dan in ’t nieuw Jeruzalems zalen

Gods lof steeds meldt met stadig te herhalen

Der Majesteit zijn hoogste lof en eer.

Jehova geev’ het, dat ’s mijn wens, mijn Heer!

In 1806 is Anthony van Keulen “waard in de Zwaan” en op l novem­ber 1810 neemt Gerrit Veldhorst de Witte Zwaan over, de meest populaire herbergier die de Zwaan ooit heeft gekend, door de Leidse studenten luide gefêteerd. Naar zijn landerijen is te Lisse een villa en naar deze villa een straat genoemd. In 1831 moet zich iets bijzonders hebben voorgedaan, want dan verkoopt Veldhorst “een huis en erve, zijnde het Rechthuis te Lisse, genaamd de Witte Zwaan” met zijn “kolfbanen, koe- en paardestalling” voor ƒ 20.000 aan Cornelis A. Bakhuyzen, kastelein te Leiden.3 De “tuingrond” blijft aan de verkoper, die later weer eigenaar blijkt te zijn. Misschien moest Veldhorst wel in dienst; Belgische Opstand! In 1845 doet hij zijn bezit over aan Leonard Uljée, die het twee jaar later doorverkoopt aan Johannes P. Rotteveel, logementhouder.4 De Zwaan blijkt kort te voren verbouwd te zijn. In 1877 zijn Aart J. van der Boom en Corn. Jongbloed, rijtuigverhuurder te Lisse, eigenaars. Zij verkopen de herberg in dat jaar aan Antonie van Ruiten te Lisse. In deze jaren heeft “de wandelende dominee” Craandijk de Zwaan bezocht.5 Hij heeft Dever bezien en kwam nu van de zuidzijde het dorp binnen. “Hoge wilgen, bloeiende essen, heggen met het eerste tedere groen getooid, weiden waar het vee op het jonge gras te gast gaat, schitterend gekleurde tulpen, rijk begroeide duinen in de verte, omringen zijn witte huizen, zijn rode daken, zijn beide kerktorens, vrolijk blinkend tussen het hoge hout, dat het kerkhof en de dorpsstraat versiert.6 Hoe aange­naam is de indruk, als wij onder de veranda van het logement de Zwaan het oog laten gaan over de nette gevels, de ruime markt met haar statig geboomte, de nieuwe schoolgebouwen, de R.C. kerk met haar toren­spitsje en de hoog gelegen kerk der Hervormden op den ommuurden heuvel. Menig promotiepartij is hier gegeven. Meer dan eens zaten hier de leden der Maatschappij van Letterkunde aan den maaltijd. Menig bruiloftsdis werd hier aangericht. En wel niet voor het laatst zal het feestgejuich in de zalen van de Zwaan hebben weerklonken”.

Op 26 februari 1971 ging de Witte Zwaan dicht, voor goed . . . Het valt te vrezen, dat het feestgejuich in de zalen van de Zwaan na zovele jaren nu toch echt verstomd zal zijn . . .

1   Huis Dever blz. 228

2  ld. blz. 221 e.v.

3  Verkoopactes in part. bez. te Sassenheim.

4  Ansichten blz. 18. Huis Dever blz. 267.

5  J. Craandijk   en   P.A.   Schipperus,   Wandelingen   door   Nederland (1881), blz. 274. Ansichten blz. 9, 10 en 15.

6  ld. blz. 61 en 63. De Aagtenkerk blz. 155.

59. “Het logement de Zwaan”, 1834. steendruk van L. Springer naar W. Groenewoud (Rotterdam 1803 – Zoeterwoude 1842), 15,5×22 cm. Gemeentearchief Leiden LPV 77714.

De Witte Zwaan 50 jaar geleden gesloopt.

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                                             

17 augustus 2021

Door Nico Groen

Na een roemrijke tijd werd in 1971 het etablissement De Witte Zwaan gesloopt. Nu is daar al weer jaren de Dirk, voorheen Digros, gevestigd. Als de voortekenen niet bedriegen zal deze supermarkt ook weer worden gesloopt voor nieuwbouw. Mocht Dirk onder de slopershamer vallen, dan is het te hopen, dat bij nieuwbouw een voorgevel wordt ontworpen die niet uit de toon valt bij de rest van ’t Vierkant. Hopelijk wordt daarmee de stedenbouwkundige miskleun uit de jaren zeventig hersteld.

In de dorpsherberg de Witte Zwaan was het vaak een drukte van belang, want in de vele zalen van het gebouw met de serre was altijd wat te doen. Een veiling, een rechtspraak of een vergadering. Iedereen ging naar de Witte Zwaan om iets te beleven of te bespreken. Ook de gemeenteraadsvergaderingen werden er lange tijd gehouden. Er was ook een kolfbaan en later een bioscoop, Het Luxor Theater, in een van de zalen.

Wisseling van de paarden

De Witte Zwaan was in het verleden de plek waar de paarden van de postkoetsen werden gewisseld. Zij rustten dan uit op het weiland achter de Witte Zwaan. De passagiers konden zich verpozen in de herberg. Maar niet alleen de postkoetsen hielden daar halt, ook andere passanten stopten daar tijdens hun reis van Den Haag naar Haarlem of Amsterdam.

In 1814 kreeg het etablissement de Witte Zwaan hoog bezoek. Na de zege op Napoleon keerde tsaar Alexander I als overwinnaar terug.  Hij  maakte o.a. een zegetocht door Nederland. Op 2 juli 1814 reisde Alexander I van Den Haag via Katwijk naar Amsterdam. Zo kwam de stoet ook door Lisse. Zoals bij veel gelegenheden in die tijd, werd een gedeelte van de paarden bij de Witte Zwaan gewisseld. Ook werd er gegeten en gedronken. Het was zeker geen klein gezelschap, gezien de gepeperde rekening, die de toenmalige, zeer populaire herbergier Gerrit Veldhorst (de Veldhorststraat is naar hem vernoemd) naar de latere koning Willem I opstuurde.

De eerste droge veilingen (van bollen) van de latere Hobaho vonden in 1921 plaats in de Witte Zwaan. De initiatiefnemers dachten aan de ruimte van het etablissement voldoende te hebben, maar er werden zoveel bollen aangevoerd dat deze in de open lucht moesten worden opgeslagen. Het was maar goed dat 1921 een mooie droge zomer had, zodat men de bollen zonder waterschade in de buitenlucht kon opslaan. Voor de aanvoer van 1922 werd een hal gekocht.

De Witte Zwaan heeft vele eigenaren en uitbaters gekend. De families Van Ruiten, Hekkers, Van Duinen en Van der Ploeg zwaaiden er de scepter en laatstgenoemde eigenaar zag het op een gegeven moment werkelijk niet meer zitten. “We hebben dag en nacht gewerkt om er iets behoorlijks van te maken, maar steeds weer opnieuw komen we voor zeer hoge onderhoudskosten te staan en het is economisch gezien niet meer verantwoord om nog geld in de Witte Zwaan te steken”, aldus de ondernemer. De sloop begon in 1970 en in 1971 was er niets dat nog aan de gebouwen herinnerde.

Foto: De Witte Zwaan, nog in oude luister
Foto; Oud Lisse

 

 

OUD NIEUWS: HERBERG AAN DE HEEREWEG “In den Coning van Bohemen”

Heereweg 191 was het oudste gebouw in Lisse en is een paar jaar geleden helaas gesloopt. Ooit stond hier Herberg Coning van Bohemen op deze plaats. De geschiedenis en de bewoners worden besproken.

Dirk Floorijp en Judith Harren

Nieuwsblad Jaargang 17 nummer 3 Zomer 2018

In het begin van deze eeuw stond op het adres Heereweg 191 het oudste woonhuis van Lisse. Inmiddels is er nieuwbouw op deze plaats. Leden van de bouwhistorische werkgroep de heren R.Pex en E.J. Plantenberg hebben indertijd de bouwgeschiedenis en chronologie van het pand onderzocht. In de jaren 1622-1625 moet op deze plek zijn gebouwd. Ene Carel Jansz van Asselborn kocht toen een leeg perceel. In 1635 nam een bakker zijn intrek in het huis. Aldus de bevindingen van de heren Pex en Plantenberg.

Heereweg 191 was eens het oudste woonhuis van Lisse.

De naam Carel Jansz. van Asselborn deed een belletje rinkelen. In Lisse heeft ooit een herberg gestaan ‘In den Coning van Bohemen’, die stond aan de Heereweg nabij het Vierkant. Waar precies wist niemand. Een van de weinige bewijzen dat de herberg er ooit was, staat in het kohier ‘Hoofdgeld Lisse 1623/1624’. De waard van de herberg ‘In den Coning van Bohemen’ is Carel Jansz. van Asselborn. De vraag kwam op: zou het huidige adres Heereweg 191 de locatie kunnen zijn van de vroegere herberg? Verder onderzoek in de oude
archiefstukken van Lisse leverde het volgende antwoord op: Vóór de komst van Carel Jansz. van Asselborn is er op het huidige adres Heereweg 191 nog een leeg erf te zien. Op 7 december 1618 koopt Carel dit erfje van Dammas Willem Thomasz (Dammas is getrouwd met Aeltje IJsbrantsdr. Van der Codden). Het stukje grond maakt deel uit van een groter perceel dat in het bezit van Dammas is. Elk jaar moet Carel 30 stuivers erfpacht aan Dammas betalen. Het erfje is ten NW begrensd aan de Heereweg, en ten NO en ZO aan bezittingen van verkoper Dammas. Aan de ZW-zijde woont Carel zelf in een klein huisje. Zeven maanden daarvoor heeft Carel dit huisje van een andere eigenaar gekocht.

Geld lenen kost geld

Carel bouwt een huis op het kleine lapje grond, en de bouw verloopt vlot, want 5 maanden later heeft hij het nieuwe huis betrokken, en kan hij het kleine buurhuisje waar hij tijdens de bouw even gewoond heeft, doorverkopen, en wel aan Willem Cornelisz. Velsen, een linnenwever. Carel maakt ruim 25% winst op de verkoop. Maar blijkbaar heeft hij meer geld nodig, want hij leent 400 gulden van een Haarlemse lakenkoper. Het zal een zakelijke kennis zijn, want ook Carel is lakenkoper van beroep. Als onderpand dient Carels nieuwe huis met het aanwezige laken in zijn winkel. Elk jaar moet hij 24 gulden rente betalen aan de Haarlemse leningverstrekker. Wil hij het geleende geld gebruiken voor een verbouwing of aanbouw van een herberg? Het lijkt erop, want in het hoofdgeld Lisse (een soort personele belasting die voor elk gezinslid betaald moest worden) van 1623/1624 vinden we Carel terug, met vrouw Lijsbeth Woutersdr en 4 kinderen, als ‘waert in den Coning van Bohemen’. De overstap van beroep, van lakenkoper naar herbergier, komt ons nu wat wonderlijk voor, maar is voor die tijd zeker niet uniek. De latere eigenaar van het pand, Jacob Jacobsz van Hopbergen, is bakker van beroep. Ook hij maakt een carrièreswitch als hij, jaren later, herberg ‘Het Rode Hart’ koopt en zelf achter de tap gaat staan.

In den Coning van Bohemen

Frederik van de Paltz 1596-1632

De naam van de herberg verwijst naar keurvorst Frederik V van de Paltz (1596 – 1632), getrouwd met Elisabeth, prinses van Engeland, dochter van koning Jacobus I.
Na een opstand van het protestantse Bohemen tegen de roomse vorst, wordt Frederik aangesteld als koning van Bohemen. Hij wordt ook wel de winterkoning genoemd omdat hij maar één winter regeert en na een nederlaag moet uitwijken. Deze neef van prins Maurits en Frederik Hendrik komt op zijn vlucht in Den Haag terecht, waar hij in 1632 overlijdt. De vele herbergen in die tijd worden bezocht door doortrekkende reizigers en kooplieden, die tussen Den Haag, Haarlem en Amsterdam via Lisse reizen. Voor de eigen bevolking zijn die niet allemaal nodig, al speelt het openbare leven zich veelal af rond de herbergen. Lisse bestaat in die tijd uit 230 huizen, het hele buitengebied meegerekend.

Uit een ander vaatje tappen…

Helaas, de pogingen van deze 17e eeuwse ondernemer om een florerende herberg uit te baten, lijken geen lang leven beschoren. Het ziet ernaar uit, dat Carel het hoofd niet boven water kan houden. In maart 1625 verkoopt hij zijn huis aan Jacob Jacobsz van Hopbergen, (getrouwd met Elsgen Henricxdr). De 30 stuivers erfpacht aan Dammas Willem, en de 24 gulden aan de Haarlemse geldschieter rusten nog op het huis en moeten door de koper worden overgenomen. Van de herberg wordt niet gerept, het wordt een huis genoemd. Hebben Carel en zijn gezin nu geen huis meer? Zo erg is het gelukkig niet, want Carel kan het kleine buurhuisje waar hij begin 1619 woonde, terugkopen van Willem Velsen. Voor het lenen van de aankoopsom wordt een schuldbrief opgemaakt, waarin de nieuwe buurman Jacob Jacobsz van Hopbergen en ene Joris Maertensz Langevelt (beide mannen komen we hierna weer tegen) borg staan voor Carel. Mogelijk heeft de koper van de voormalige herberg, Jacob Jacobsz van Hopbergen, van het huis een bakkerij gemaakt. Hij wordt vermeld in het haardstedengeld Lisse 1628 als eigenaar en gebruiker met 2 haardsteden, met oven. Tien jaar later, in 1635 verkoopt bakker Jacob Jacobsz van Hopbergen het huis met bakkerij door aan Joris Maertensz Langevelt (getrouwd met Maertgen Pietersdr. Cool), de beide eerdergenoemde borgen voor Carel van Asselborn in 1625. De 30 stuivers erfpacht en de 24 gulden rente rusten nog immer als last op het huis. Joris Langevelt is de bakker genoemd in het historisch onderzoek van Pex en Plantenberg. En met deze aansluiting op de voorgeschiedenis van het adres thans Heereweg 191, is de vraag uit het begin van dit stukje beantwoord. Het is wel zeker, dat je op dit adres in 1623/1624 en misschien ook nog een paar jaar ervoor, het glas kon heffen in herberg ‘In den Coning van Bohemen’. Proost!

Gevelsteen Egelantiersgracht 153 Amsterdam

OUD NIEUWS : Herberg “Den Engel” maar dan in Lisse Noord

Op een kaart uit 1685 staat bij de Lisserbeek een herberg met de naam Den Engel.

Dirk Floorijp

Nieuwsblad Jaargang 17 nummer 1 Winter 2018

Het stukje van “de Beeck” wat hier Verboogervaert wordt genoemd, heet tegenwoordig weer de Lisserbeek en loopt nu van de Leidsevaart tot aan de Ringvaart.

Als op 3 juni 1677 Trijntje Jacobs van Ackerslooth een derde part van de herberg koopt, 2/3 had zij al in bezit, wordt er al vermeld “van outs genaamd de herberge de drie roskammen staande aan de brugge van de nieuwe santsloot”. Trijntje huwde in Lisse op 18 jan. 1678 met Philip Jeroense van der Velde, afkomstig van Hillegom. Op een kaart uit 1746 staat de herberg ingetekend bij de Lisserbrug (net voorbij waar nu het “Meisje van Lisse”, bijgenaamd Gele Naatje staat). In 1681 werd de herberg gekocht door Nicolaas Sohier de Vermandois, heer van Warmenhuijsen en eigenaar van de buitenplaats Zandvliet. Zijn land grensde aan het erf van de herberg.
De herberg ging nogal eens in andere handen over, want in 1685 koopt Antonis Cornelisz van Egmont, schipper en koopman de herberg met uithangbord waarop staat Den Engel. Dat wekt wel enige verwarring omdat er in de Engel ook reeds een herberg met die naam staat. In deze periode moet de herberg omgedoopt zijn. Een honderd jaar later in 1773 was het daar een hangplek voor jongeren, zo blijkt uit een verordening van schout en burgemeesters, dat het verboden was op oudejaarsavond of nieuwe jaars avond of nacht, nog met roerpistolen of ander schietgeweer en misbruik van buskruit hoe ook genaamd, in zonderheid aan de brugge omtrent het huis van Meerenburg af te schieten, op boete van twee en veertig stuivers, ten behoeve van den schout van Lisse, waarvan den aanbrenger zal genieten een derde part. Om iemand aan te geven leverde ook nog iets op. Het zal wel op aangeven geweest zijn van de baron Jacob Hendrik van Wassenaar van Alkemade, hoofdingeland van Rijnland. Eigenaar van Meerenburgh het grootste buiten van Lisse, een buitenplaats met maar liefst 14 haardsteden (stookplaatsen). Hij was de heibel van de jeugd zat rond zijn buitenplaats. Dever bezat 6 haardsteden om een vergelijk aan te geven. We hebben er nu geen idee meer van wat dat betekende. De vraag die opkwam, hoe kan het daar een hangplek zijn zo buiten het dorp? We wisten nog niets van een herberg die er ooit gestaan had, totdat het uit de archieven naar voren kwam en dan is het begrijpelijk. Er valt altijd wel wat te beleven bij een herberg met wisselplaats voor paarden. In Hillegom was er ook een herberg met diezelfde naam aan de Heereweg hoek Pastoorslaan maar had verder geen raakvlakken met Lisse. Er is een prachtige prent tevoorschijn gekomen waar de herberg op staat met op de achtergrond Meerenburgh. Zonder de informatie uit de archieven konden we ons er geen voorstelling van maken. ■

Herberg “Den Engel” alias “De Drie Roskammen” over de Santsloot bij Meerenburgh. tekening van A. de Haan 1730

Heereweg 214-218 – Rij winkelpanden met bovenwoningen

Opvallend is de art-deco entree van nr. 214 en 214a.

Kadaster: C-4533, C-2899 en C-4587. Bouwjaar: 1930. Architect: C.W. Barnhoorn en Th. van der Eerden.

De DSL beschrijving uit 2009 behoeft enkele aanpassingen.

Huisnummer 214 is ondertussen gesplitst in 214 en 214a. De art-deco entree behoort nu dus ook bij 214a, naast 214

In de beschrijving staat ook dat het pand deels opnieuw is opgetrokken, maar het hele pand 214 en 214a is nieuw gebouwd met uitzondering van de art-deco entree na een brand in 1988.

Oorspronkelijk waren deze huizen symmetrisch.

Voor DSL beschrijving klik hier: Heereweg_214-216-218

 

Heereweg 227 – Kantoorvilla

De eerste steen is gelegd door C. en A. Pijnacker op 8 mei 1878.

Kadaster: D-6752. Bouwjaar: 1878.

Een ansichtkaart

Er is nu een restaurant in het pand gevestigd

Voor DSL beschrijving klik hier: Heereweg_227