BLOKHUIS; De rommeling. (156)
Door Alfons Hulkenberg
Overgenomen uit “Lisse: De Rommeling” uit 1981. Repro-Holland B.V. Alphen aan de Rijn
In Lisse is een fraai winkelcentrum en dat heet “Blokhuis”. Wat betekent dat eigenlijk? Volgens de “dikke Van Dale” is het een kleine sterkte tot versperring van een weg. Dan is die naam dus wel erg toepasselijk. Dat “sterk” ook wel, al kwam er niet lang geleden een stuk steen naar beneden, maar die “versperring van een weg” is het helemaal! Geen rijdend verkeer, wandelgebied, waar je dan fijn kunt winkelen. (Als je daar van houdt, natuurlijk). Men heeft dus een goede naam gekozen. Maar er is helemaal niet gekozen. Men heeft gebouwd op ” ’t land van Blokhuis”, een tamelijk kaal, agrarisch terrein, geheel ingesloten door latere bebouwing, waar vroeger de kwekerij was gevestigd der vermaarde familie Blokhuis. Maar laten we het verhaal eens helemaal vooraan beginnen.
In het “Familieboek Blokhuis” (1928) lezen we dat de stamreeks begint met Jacob Rijckszoon Bluckhuijs, die in 1662 in het Eemland woonde. Hij heeft een uitebreid geslacht Blokhuis nagelaten, allemaal fatsoenlijke, degelijke mensen, waaronder we al spoedig schoolmeesters (zéér degelijk dus!), burgemeesters, schouten en hoogleraren aantreffen. Maar hoe komt een Blokhuis nu in Lisse terecht? Omstreeks 1700 woonde reeds in Lisse de bekende familie van tuiniers en handelaren, later vooral ook bloembollenkwekers, De Graaff. Door goeddeels droeve omstandigheden stond in 1817 de reeds bejaarde Cornelis de Graaff alleen voor de zaak. En er ging daar heel wat om! Zo komt dan zijn oudste schoonzoon, Gijsbert Blokhuis uit Barneveld, naar Lisse. Hij gaat wonen op de Pruimenhof in het “Oosteinde”. Dat zou nu zijn op de hoek van de Heerweg en de Nassaustraat (foto). (Het huis stond op Heereweg 133, red. Website). In 1905 is dit oude huis gesloopt en door moderner woningen vervangen. Men kweekte bij De Graaff bloembollen, heesters en bomen, siergewassen, peulvruchten en geneeskrachtige kruiden.
Totdat op 1 januari 1840 de firma Cornelis de Graaff & Zonen werd ontbonden en Cornelis en Gerrit Blokhuis, die intussen deelgenoten der firma waren geworden, zelfstandig handel gingen drijven. Een zoon van Gerrit was Gijsbert (1846-1906), die bijzonder ijverig in de firma Blokhuis werkzaam is geweest. Hij was tevens een lange reeks van jaren wethouder van Lisse en besteedde ook aan dit ambt zijn beste zorgen. Hij stond bekend als iemand met een helder verstand, een gemoedelijke inborst en een eerlijk karakter. Hij gold ook als gastvrij en weldadig. De Lissese tak Blokhuis heeft behalve deze Gijsbert nog heel wat belangrijke mannen voortgebracht: Cornelis (1815-1877), wethouder van Lisse, gehuwd met Cornelia van Parijs, Gerrit Blokhuis (1841-1870), burgemeester van Sassenheim, Gerrit (1847-1911), architect, o.a. van het vroegere Lissese postkantoor, enz., enz. Dit is alles niet zo verwonderlijk, want in de 18de eeuw was een zekere Gijsbert Blokhuis, een “wiskundenaar”, al burgemeester van Bunschoten. De Firma Blokhuis in Lisse, dat was wat! ledere dag liepen vijf statige heren, vader Cornelis en zijn zoons Kees, Gerrit, Gijs en Marie, vier maal per dag in ganzepas de kwekerij af. De levenswijze was ouderwets en degelijk: geen vloeipapier, maar strooizand; geen gaslicht, maar een blaker, ledere dag half twaalf werd er “gepeerd”, ook degelijk. De zaken gingen goed. Al zei Mijnheer Blokhuis altijd: “Bij iedere bol moet een half centje bij, maar aan het eind houd je toch nog wat over.” Op de foto zien we nog de hyacinten van de Gebrs. Blokhuis, met aan de overzijde van de Heereweg de woonhuizen en de bollenschuur. (Daar is nu de Nassaustraat en over dit hyacintenland wordt thans de Keukenhofdreef aangelegd.) Maar, aan al het aardse komt een einde. De zaak sloot en de familie trok weer weg zoals ze eens gekomen was. De percelen aan de westzijde van de Heereweg, Oomsland, Kotzicht, Verbeid den tijd, de Blinkert en de Symtuin werden verkocht. De stukken land achter de moestuin en de boomgaard, achter de huizen en bedrijfsgebouwen, zoals de Mos, de Kleine Venne, Bloemlust, de Wei, het Marketuintje, enz., bleven open land, te midden latere bebouwingen. Ten slotte werd op een deel der Blokhuis-tuinen het winkelcentrum gebouwd, dat de naam Blokhuis in Lisse doet voortleven. En dat centrum breidt zich nu al weer uit. Laten we hopen, dat al die zakenlieden aldaar er in slagen de geest van Blokhuis altijd levendig te houden: helder van verstand, gemoedelijk van inborst en een eerlijk karakter.
Succes, Blokhuis!






























