Berichten

Bij de voorplaat: Willibrordusschoolreisje

De vierde klas van de r.k. St Willibrordschool gaat op 12 mei van het jaar 1960 op schoolreis naar Schiphol. De geijkte plek voor een groepsfoto is natuurlijk het vliegtuig met de legendarische naam “DE VLIEGENDE HOLLANDER”.

Redactie

Nieuwsblad 24 nummer 2 2025

De vierde klas van de r.k. St Willibrordschool gaat op 12 mei van het jaar 1960 op schoolreis naar Schiphol. De geijkte plek voor een groepsfoto is natuurlijk het vliegtuig met de legendarische naam “DE VLIEGENDE HOLLANDER”. Het type 2-motorig vliegtuig is een DC-3 van de Douglas Aircraft Company uit de VS. Er zijn er vanaf 1935 ruim 10.500 van gebouwd. De RAF noemde het toestel Dakota; de Amerikanen spraken van Gooney Bird. Heel veel verenigingen en scholen gebruikten vliegtuigen als groepsfoto. Deze is al van 65 jaar geleden. De kinderen op de foto waren toen rond de tien jaar jong en nu allemaal om en nabij de 75 jaar oud. Misschien herkent u zichzelf en uw vriendje of vriendinnetje van toen. Laat het ons weten! Misschien kunnen we in de toekomst er bij Vereniging Oud Lisse eens wat mee gaan doen. Groepsfoto’s daar raak je immers nooit over uitgepraat.

’t Quakelnest en de Flamingo

Nieuwsflits

19 juni 2026

Nieuwsblad 25 nummer 2 2026

In 1965 start de grootschalige woningbouw in de Poelpolder. Er zullen veelal jonge gezinnen komen waarvan de kinderen alleen in de oude dorpskern naar school kunnen. De verwachting is dat er een groeiende behoefte aan scholen in de Poelpolder ontstaat. In december 1966 richt het bestuur van de Katholieke Onderwijsstichting Lisse zich tot de gemeenteraad met het verzoek om een kleuterschool op te richten in de Poelpolder. Een maand later wordt positief beslist. De verwachting is dat de school in 1970 gereed kan zijn en dat er dan voldoende (minstens 30) kleuters zijn die de nieuwe school gaan bezoeken. Ondertussen starten vanaf 1967 de kleuters in een noodkleuterschool. Daarin zijn twee klassen voor de rk kinderen, ’t Quakelnest (genoemd naar een vroegere kwakelbrug in de Poelpolder), en een klas voor de Hervormde Schoolvereniging, ‘t Poeltje. Op 4 september 1969 kan de nieuwgebouwde kleuterschool ’t Quakelnest geopend worden door mevrouw Berends, de echtgenote van de burgemeester. Wanneer de kinderen oud genoeg zijn voor de basisschool gaan ze naar de lagere school, de Flamingo, die in september 1970 geopend wordt. De scholen zijn er al lang niet meer. De Flamingoschool sloot in 1992. Op de plaats van de scholen staan nu woningen. Rob Pex heeft op beide scholen gezeten. Rob, lid van onze redactiecommissie en schrijver van diverse artikelen in ons Nieuwsblad, doet onderzoek naar deze scholen. Het formele archief van de scholen is waarschijnlijk vernietigd. Hij wil nu zelf een archief gaan formeren vanuit hetgeen oud-leraren of oud-leerlingen nog in huis hebben. Dan moet gedacht worden aan rapporten van de jaarlijkse sportdag, maar ook de ‘gewone’ rapporten met leerresultaten, foto’s, plakboeken met krantenknipsels enz. enz. In de toekomst zal geprobeerd worden om dit archief, met een goede beschrijving, onder te brengen bij het Erfgoed Leiden en Omstreken (ELO). Dan kan ‘het verhaal’ van beide scholen toch nog voor het nageslacht bewaard blijven. Zo is hij zeer benieuwd of de eerste steen voor het Quakelnest, die in april 1969 werd gelegd, nog ergens bewaard is gebleven. Weet u iets te melden, mail dan naar robpex@live.nl.

Laat van je horen als je hier ook naar school ging in ’t Quakelnest en/of de Flamingo

De lagere school R.K. St. WILLIBRORD en het schoolhoofd

Cock van Wickeren beschrijft het ontstaan van de r.k. St.Willibrord lagere school aan de Oranjelaan. Over de sloopkogel en wethouder Brekelmans. Heel wat jongens en meisjes kregen hier hun  eerste taal- en rekenlessen.

Cock van Wickeren

Nieuwsblad 24 nummer 2 2025

Uitleg bij de introfoto uit 1951: Op 1 april 1956 werd de St. Willibrord lagere school gesticht en nam dit gebouw in gebruik. Daarvoor was dit vier lokalen tellende gebouw de St. Dominicus Savio mulo. Zij waren uit hun jasje gegroeid. Op de foto wordt de Mariakerk gebouwd die in 1952 klaar zou zijn.

Het ontstaan van de R. K. lagere school St. Willibrord aan de Oranjelaan in Lisse in de jaren 50 van de vorige eeuw. In 2012 werd de school gesloopt. Er zou een nieuwe “Brede school” gebouwd gaan worden, waar twee scholen in werden ondergebracht, de “St.Willibrord” en de “Tweemaster”.

Sloop van de r.k. St. Willibrord lagere school
“Daar ging mijn oude school. Met geweld werd de naam verwijderden daarna de rest van mijn jeugdherinneringen”. (Jan van Rooyen) Bas Brekelmans, de wethouder onderwijs, luidde de sloop in als een feestelijke gebeurtenis. De sloop van een gebouw dat niet meer voldeed aan de eisen die het basisonderwijs stelde. Een gebouw dat volgens hem 40 jaar oud was. Een feest voor iedereen, maar ook voor het schoolbestuur. Alleen al de vergissing van de wethouder, over de ouderdom van het gebouw en het ontstaan van de school met toch een waarschijnlijk onbedoelde miskenning van haar geschiedenis, is de reden waarom ik uit ben gaan zoeken wanneer het echte begin van de Willibrordschool was en wat er ongeveer het eerste decennium van het bestaan zoal gebeurd is.

Heereweg 7 is het eerste huis in Lisse waar ons gezin voorlopig haar intrek mocht nemen.

De eerste lichting kinderen, die hier hun volledige lagere schooltijd hebben doorgebracht, had bij die sloop inmiddels de leeftijd van ± 62 jaar bereikt. In de zoektocht naar informatie over de beginjaren van de Willibrord stuitte,

In 2012 ging de sloopkogel tekeer. De St. Willibrord basisschool moest eraan geloven. Illustratie is een  beeldje uit een film van oud leerling Jan van Rooyen.

ik op het boekje de “Kleine kroniek van Lisse” 1950 tot en met 1959 van Arie in ’t Veld. Je krijgt daarin een beeld van het dorp Lisse met de mensen die er woonden, werkten en zich ontspanden. Je waant je, het boek lezend, weer terug in deze vijftiger jaren, de eerste tien jaar van mijn leven. Kortom een rijke bron van informatie uit de tijd dat de St. Willibrord lagere school werd gesticht. Na de Tweede Wereldoorlog ontstond er een groot gebrek aan woonruimte in Nederland. Bevolkingsgroei was de oorzaak van die woningnood (komt bekend voor in de huidige tijd).

Julianastraat 176 onze tweede woning in Lisse. Het huis waar ik geboren ben.
Pentekening Henri van den Berg 1999

Mijn ouders zagen geen kans om in het oosten van ons land woonruimte te vinden voor een zich uitbreidend gezin. Dus dan maar in het westen van het land een plek zoeken, waar werk en woonruimte was. Dat werd Lisse.

 

Woningbouw in Lisse

 

 

 

 

 

Aan de St. Josephschool was een vacature met tijdelijke woonruimte aan de Heereweg 7 villa “Buitenlust”. Daar ging ons gezin wonen samen met een ander gezin.

 

Het overgrote deel van wat we op deze twee vogelvluchten aan woningen
en gebouwen zien is in de jaren 50 gebouwd. Ons gezin woonde op de
hoek van de Prinsessestraat, op Oranjelaan 120. In deze omgeving groeide
ik op, ging ik naar school. Eerst de kleuterschool “Mariënburcht”, daarna
naar de Willibrordschool waar mijn vader hoofdonderwijzer was

Daarna naar een vaste woning in de Julianastraat 176, waar ik in 1950 geboren ben.  Die bevolkingsgroei was dus ook in Lisse te merken. Er moesten ook hier meer woningen komen, natuurlijk niet aan de westkant van het dorp. Daar lagen immers de bollenvelden op de zandgrond, maar in het oosten van het dorp, richting de Ringvaart. Grootse plannen waren er voor de bouw van nieuwe huizen. Veel sociale bouwactiviteit in deze jaren in de Oranjebuurt. Nieuwe woningen verschenen in de Koningstraat, Oranjelaan, Wilhelminastraat, Willemskade, Irenestraat, Emmastraat en de Prinsessestraat, de straat waaraan wij op de hoek bij de Oranjelaan zijn gaan wonen. Ook waren er veel bouwactiviteiten in de Bloemenbuurt. In de periode 1953 tot 1957 ging woningbouwvereniging  Volksbelang verder met woningwetwoningen voor gezinnen in de Geraniumstraat, de Broekweg, de Anemonenstraat, de Montbretiastraat en de Gasstraat. In al deze nieuw gebouwde huizen kwamen gezinnen met kinderen wonen. Die moesten natuurlijk ook naar school. Vóór de jaren vijftig in de vorige eeuw waren er wel een aantal lagere scholen in Lisse. Katholieke scholen, protestantse scholen en de openbare gemeenteschool. De St. Josephschool (gebouwd 1868/1909), de St. Agathaschool 1902, en de gemeentelijke openbare school 1885, stonden alle drie aan de Heereweg. De Gereformeerde school in de Schoolstraat is in 1905 gebouwd en werd later “De Akker” genoemd. De Nederlands Hervormde school uit 1922 in de Lisbloemstraat. De katholieke Wilhelmusschool en Annaschool werden op 1 mei 1930 ingewijd. Die scholen staan aan de Heereweg bij buurtschap De Engel, later bekend als de Beekbrugschool.

Scholen en kerken

In 1952 toen de Mariakerk gebouwd werd stond de mulo Dominicus Savio van 1951 aan de rand van Lisse. Links langs de populieren van de ijsbaan achter de Nieuwsloot was er zicht op de bollenvelden tot aan de Heereweg en op de voorgrond weidegebied net als rechts waar je uitkeek op de huizen van de Hillegommerdijk

De “Mariakerk” bouw 1952 en de ”Mariënburcht” bouw 1954.

Er moesten nieuwe scholen komen voor kinderen in de buurt van de nieuwbouw en de Lisserbroek, waar wel een openbare maar geen katholieke school was. In de “Kleine kroniek van Lisse 1950-1959” wordt de oplevering van een nieuwe katholieke kerk in augustus 1952 aangestipt, “Onbevlekt Hart van Maria”, bekend als de Mariakerk, met de nieuwe kleuterschool (bewaarschool, Fröbelschool) en buurthuis, de “Mariënburcht” (1954), aan de Oranjelaan naar een ontwerp van architectenbureau Paardekooper en Barnhoorn. “Maria” was de link met de nabijgelegen kerk, “burcht” als toevluchtsoord voor jong en oud want er kwam ook een ruimte als buurthuis. Achter die kerk, aan de noordzijde, kwam al in 1951 tijdelijk de r.k. Mulo school, ook door dezelfde architect ontworpen. De “Dominicus Savio”, die daarvoor in de St. Josephschool was gevestigd. We komen daar verderop in dit artikel nog op terug. Opvallend is de bouwstijl. De Romeinse invloed is duidelijk zichtbaar bij de kerk (Delftse school met invloeden van de Bossche school). Het is een driebeukige basilicale kerk met halfronde apsis en een voorportaal. Het interieur wordt gedekt door een cassetteplafond. Als je goed kijkt kun je dat nu nog zien in het gezondheidscentrum, wat nu de bestemming is van het gebouw. Heel apart zijn ook de ramen in “de Mariënburcht”; veel licht kwam er daardoor naar binnen. Vier kleuterklassen en linksboven de gemeenschapsruimte van de parochie waar o.a. toneelvoorstellingen konden worden gehouden. De Mariakerk is nu een gezondheidscentrum. De “Mariënburcht” is gesloopt in 1988. Er was dus een logische behoefte aan een nieuwe katholieke lagere school voor kinderen uit de Oranjebuurt of Wilhelminabuurt, de Lisserbroek en de nieuwe Zeeheldenbuurt. Dat werd destijds “parochieschool” genoemd. De katholieke ouders gingen naar de nieuwe Mariakerk. Katholieke kleuters uit dit deel van het dorp gingen al naar de “Mariënburcht” en moesten toch ook naar een katholieke lagere school in de buurt. De St. Josephschool en St. Agathaschool waren, gezien de bevolkingsgroei, geen optie. Er moest dus een nieuwe katholieke school komen. Dat ging ook gebeuren en wel in 1956.

Kleuteronderwijs

Een gedicht voorgedragen tijdens de eerste steenlegging bij Mariënburcht

Boven vlnr: zr Regis, mevr. Lefeber-Kooiman, zr Sebastiana, beneden vlnr: Coby Tulen, Agnes Teeuwen, Els Kroon, Riet van Bruggen-van Deursen

 

 

 

Een kippeneindje van af de hoek Prinsessestraat naar de Mariënburcht

We beginnen met het katholieke kleuteronderwijs. Dat was in Lisse vertegenwoordigd door twee scholen. De “St. Lucia”, horende bij de St. Agatha en St. Joseph en de “Engelenbak” bij de Anna- en Wilhelmusschool. De “Mariënburcht” was de nieuwe kleuterschool aan de Oranjelaan. Die werd geopend in december 1954 in dat nieuwe gebouw, kruising Nassaustraat-Oranjelaan. Daarvoor was de kleuterschool begonnen in de sacristie van de Mariakerk in 1952. Dat was even behelpen voor het team o.l.v. zuster Timothea tot de opening van “Mariënburcht”. Zr. Timothea kwam van de ”St. Lucia” kleuterschool en woonde in het klooster bij de Agathaschool.

Halte Vreewijk. Op de Oranjelaan lagen nog klinkers. Er was opvallend weinig verkeer maar er reed wel een NZH bus. Schuin tegenover ons huis was er zo eenzelfde bushalte. In die tijd reed de NZH lijndienst met bussen van het merk Crossley. Foto archief NZH Vervoer Museum

Ze startte met een groep kleuters uit Lisserbroek. De meeste van die kinderen bleven tussen de middag over. Toen ze verhuisden naar de “Mariënburcht” kwamen er ook kinderen uit de Oranjebuurt en later ook uit de Zeeheldenbuurt. Zo groeiden de klassen tot soms wel 50 kinderen. In die tijd was het kleuteronderwijs niet gesubsidieerd; men moest per kind 10 cent schoolgeld betalen. Zuster Thimothea, werd in 1956 opgevolgd door zuster Regis. Ik hoorde bij de eerste groep kleuters die introk in het nieuwe gebouw. Ik kan me weinig herinneren van die kleutertijd. Wel weet ik nog dat ik de eerste dag door mijn moeder werd gebracht en dat ik de volgende dag alleen naar school moest. Geen probleem, want het was maar een klein stukje lopen vanaf de hoek Prinsessestraat naar de kleuterschool. Voordat de pastorie gereed was woonde pastoor Stadegaard op ons latere adres Oranjelaan 120. Je ziet twee blokken huizen. In het laatste huis van het tweede blok woonde de dierenarts Gerrit Costermans en daarnaast de gymleraar Osephius, die lesgaf op de huishoudschool. De woningen waren net opgeleverd. Dat is duidelijk te zien; tuinen zijn nog niet aangelegd en er staan standaard hekjes. Aan de overkant van de Oranjelaan was weiland, maar dat zou snel veranderen. Sinds januari 1949 was de bollentramlijn opgeheven en kwam er een buslijn Leiden – Haarlem en omgekeerd, die vanaf begin jaren 50 via de Oranjelaan reed. Schuin tegenover ons woonhuis was een halte en is daar nog steeds. Er was wel meer verkeer, zeker in de bollentijd, want naast de Heereweg door het dorp, was de Oranjelaan (Laan van Rijckevorsel, Gladiolenstraat) de doorgangsweg van het dorp.

Even een uitstapje naar de St. Josephschool

Kleuterklas in Mariënburcht uit 1954. Nummer 9 ben ik, wie ben jij?

De meeste namen zijn mij jammer genoeg ontschoten, maar sommige weet ik nog. Je zult deze kinderen ook wel tegenkomen op klassenfoto’s bij het volgende deel. 1: Aad Verkerk, 2: Arie Slot, 3: Ton Hogenes, 4: Theo Wassenaar?, 5: Gerard Wassenaar?, 6 : Tonnie Tulen?, 7: Ferry Vaneveld, 8: Kees Boot?, 9: Cock van Wickeren.

Er waren in 1956 dus al aardig wat kleuters beschikbaar om naar de lagere school te gaan. Deze kinderen gingen als eerste volledige lichting naar die lagere school en daar zat ik ook bij. Zij woonden dus vooral in de Oranjebuurt, Kanaalstraat, Lisserbroek en later de startende Zeeheldenbuurt. In de Witte de Withstraat waren al de eerste woningen in 1958 gereedgekomen. Er was zicht op de weilanden van Meer en Duin tegenover het vierklassige gebouw (1951), waar de Mulo toen was ondergebracht. In de verte “het Kanaal” met de Hillegommerdijk. Hier komt later de sporthal, het Fioretti College, het zwembad, de brandweer en de uitbreiding van de Zeeheldenbuurt. Tegenover de latere Dominicus Savio Mulo (uitvaartcentrum) was de ijsbaan.

De voorbereiding

Het kerkbestuur van de Mariakerk: v.l.n.r. de heren J. P.  Clemens,A. C. Paardekooper (niet de architect), J. Staadegaard (de bouwpastoor), J. Jonkman en J. van der Reep.

Dominicus Savio van 1956 één van de pronkjuwelen zoals Mariënburcht en de Mariakerk van architect Ir. A. H. J. Paardekooper (1918-1991)

Een actiegroep, het St. Willibrord Comité, was al een paar jaar eerder opgericht (1951). Er kwam een folder voor alle katholieken in Lisse en de Lisserbroek, waarin plannen werden bekend gemaakt voor de eerder besproken Fröbelschool (kleuterschool) en een lagere school. Daarin was ook een uitnodiging om na de hoogmis verder geïnformeerd te worden in het K.A.B. gebouw, het latere Trefpunt. Met het kerkbestuur van de Mariakerk werd op 23 april 1951 een vergadering belegd op Oranjelaan 120, de voorlopige woning van de pastoor, ons latere woonhuis. Fe financiering en vergunningen moesten geregeld worden. Burgemeester De Graaf wist, ondanks de bestaande bouwstop in die tijd, toch te zorgen dat de vergunningen er kwamen. (een bouwstop en woningnood; deze tegenstrijdigheid komt niet geheel onbekend voor). De start van de nieuwe lagere school begon dus in het gebouw ten noorden van de Mariakerk waarin de Dominicus Savio Mulo was gevestigd tot 1956. Het kerkbestuur van de Mariakerk werd, zoals in die tijd gebruikelijk, ook schoolbestuur van deze nieuwe school. De Mulo kreeg in april 1956 de nieuwe eigen huisvesting wat verderop aan de Oranjelaan nr. 76, het huidige uitvaartcentrum.

Elst 1940-1956, meester K. Kager 1946-1953, meester T. van Wickeren1 947-1956, daarna hoofd van de Willibrordschool, juffrouw B. Lamboo 1937-1979, juffrouw G. Schoorl 1927-1973, meester H. Brouwer 1944-1956, meester T. Kapel 1922- 1968, meester H. Turkenburg 1925-1929 en 1947-1960 en in het midden het hoofd van de school meester C. Strik 1917- 1961.

Dit zijn de leerkrachten van de St. Josephschool eind jaren 40, mijn vader kwam nog maar net uit het oosten. Het aardige van de foto uit 1947 is dat een aantal leerkrachten elders in het onderwijs ging werken. Ik herinner me nog een leuk versje over de bijnamen van leerkrachten van de St. Josephschool: Op de  wijs van Valencia; Dikke Proppie, Kale Keesie, Pikkie Noga, Stale Mozes, Papoea….en over mijn vader: meneer van Wickeren zat te piekeren over een som die hij niet kon.

Rooms-katholieke St.Willibrord school
Dat werd de officiële naam van de nieuwe school. Als hoofd van de school werd mijn vader A. J. M. van Wickeren, aangesteld. Hierboven de benoeming van het eerste hoofd van de nieuwe school per 1 april 1956 in Lisse. Je ziet de ondertekeningen door de pastoor, voorzitter schoolbestuur, A. Paardekooper, secretaris en ook door de bisschoppelijk inspecteur, die zijn goedkeuring gaf. Op 1 april 1956 startte de school met een 5e en 6e klas. De kinderen kwamen voornamelijk van de St. Josephschool (jongens) en de St.Agathaschool (meisjes). Het werd deels een gemengde school; bijzonder in Lisse, maar ook in deze tijd. Sinds het begin van de vorige eeuw werden jongens en meisjes in katholieke scholen gescheiden. De jongens en meisjes uit de 6e klassen van april 1956 waren in juli vertrokken naar het vervolgonderwijs. In september 1956 werd klas 5, klas 6 en kwamen er twee 1e klassen bij. De meeste kinderen vanuit de “Mariënburcht”. De vier lokalen waren
dus weer snel gevuld.

Van de St. Josephschool en de St. Agathaschool kwamen heel wat kinderen de nieuwe klassen van de St. Willibrordschool vullen. Er gingen ook leerkrachten mee naar de nieuw gestichte school bij de Mariakerk.

Wordt vervolgd…….

Van de St. Josephschool en de St. Agathaschool kwamen heel wat kinderen
de nieuwe klassen van de St. Willibrordschool vullen. Er gingen ook
leerkrachten mee naar de nieuw gestichte school bij de Mariakerk.

De eerste vier klassen van de St. Willibrordschool april 1956. Twee nog gescheiden jongens en meisjes 6e klassen en twee gemengde 5e klassen. Leerkrachten: meneer G. van Dijk, juffrouw A. Buyck, juffrouw A. van der Elst, meneer A. J. M. van Wickeren (hoofdmeester).

 

SCHOOLREIS

Men organiseerde al veel eerder schoolreisjes dan dat menigeen van ons zou denken. Al in 1884 trok men eropuit naar Artis vanuit de Lisserbroek. Hoe zij helemaal in Amsterdam kwamen? Dat laat Liesbeth Brouwer u weten.

Liesbeth Brouwer

Nieuwsblad 24 nummer 2 2025

De schoolreisjes zijn weer volop aan de gang. Het schooljaar zit er bijna op en dan is het leuk om met de hele groep een schoolreis te maken. Spanning bij de leerlingen en bij de leerkrachten niet minder.

In de 19e eeuw

In de 19e eeuw was er nog geen leerplichtwet en dus gingen lang niet alle kinderen naar school. Ook een schooljaar zoals wij dat nu kennen, zeg maar van september tot en met juli, kenden ze niet. Vaak waren er twee momenten waarop je kon beginnen. Bij ’t Parochiaal school, de eerste RK school die in 1867 startte, was dat na Pasen en na Kerkwijding, 25 oktober. Er was een zomervakantie en ook met de Kerst en Pasen waren er vrije dagen. Een leerplichtwet was er dus nog niet, maar ook wanneer kinderen wel op school zaten, waren er diverse redenen waarom er verzuimd werd zoals helpen in huis en op het land. Ouders werden op allerlei manieren gestimuleerd om hun kinderen wel naar school te laten gaan. Dat het organiseren van een reisje voor de leerlingen ook een stimulans was om leerlingen naar school te laten gaan zien we in een krantenbericht van 2 augustus 1886. Het bericht begint met: Ter bevordering van getrouw schoolbezoek hadden de kinderen van de openbare school te Lisse, Donderdag en Vrijdag, weder feest. De kleintjes hadden feest op school, maar de hoogere klassen maakten een pleziertocht met de stoomboot “Lisse” naar Amsterdam en omstreken. Blijkbaar was zo’n feest voor de zomervakantie een gewoonte, want in het bericht staat: Dank zij de bemoeiingen van het hoofd der school, den heer W. Visser, werd de jeugd reeds meermalen dergelijke uitspanning verschaft, wat gunstig terugwerkt zoowel op het schoolbezoek als op den leerlust der kinderen, getuige ook de bereidwilligheid van ouders en belangstellenden om door ruime bijdragen den onderwijzer in staat te stellen dit jaarlijks te herhalen. Ook in andere jaren verschijnen berichtjes in de krant over deze uitstapjes. In Amsterdam worden in 1886 Artis, het Aquarium en het Panopticum (wassenbeeldententoonstelling) bezocht. In 1884 stond hier ook al iets over in de krant. Toen werd het uitje samen georganiseerd met de school in Lisserbroek waar L. Kieviet hoofd van de school was. Hij was de broer van de schrijver van Dik Trom, J. C. Kieviet, die enkele jaren als hulponderwijzer in Lisse les gaf. Ook toen was Amsterdam het doel. Uit dat bericht weten we dat er gegeten werd in een volksgaarkeuken en dat voor het vervoer in Amsterdam gebruik gemaakt werd van de noodige tramwagens van den Omnibus-maatschappij. In 1885 is er een reisje samen met Lisserbroek naar IJmuiden. Een bedankje voor de onderwijzers verschijnt ook in de krant, Moge die beide Heeren (de schoolhoofden Kieviet en Visser) de hun vertrouwde taak blijven waarnemen, ondertekend door enkele notabelen uit Lisse en Lisserbroek. Het onderwerp schoolreisjes zal sinds het oprichten van het Nederlandsch Onderwijzers Genootschap, opgericht in 1842, zeker dikwijls besproken zijn. In 1889 wordt bijvoorbeeld door het genootschap contact gezocht met de Nederlandsche Spoorwegbestuurders om voor schoolreisjes per
trein kortingen te bedingen. Ook zijn er aanbevelingen voor de kosten daarvan per kind.

1900
Vanaf 1900 wordt de leerplichtwet van kracht. Kinderen van 6 tot 12 jaar moeten naar school. Om schoolbezoek te stimuleren zijn schoolreisjes dan niet meer nodig. Zo’n schoolreisje is ook langzamerhand gemeengoed geworden. Het vervoer met de stoomboot raakt uit de tijd. Bussen nemen dat vervoer over. Er is een heel fraaie foto van een schoolreisje van leerlingen van de school aan de gracht, genomen rond 1923. De school aan de gracht heet nu De Akker, een naam die de school pas in 1984 kreeg. De reis ging naar Katwijk. Dat zou natuurlijk nog per boot geweest kunnen zijn, maar dat weten we helaas niet. In 1935 gaat de hervormde school van de Lisbloemstraat per touringcar op stap. De 1e en 2e klas gaan eerst naar een nieuwe naar de eischen des tijds ingerichte speeltuin te Velserend, daarna naar het Bloemendaalse strand. Op de terugweg wordt Groenendaal nog aangedaan. Er wordt nog gemeld dat ze bij thuiskomst worden begroet door vele moeders. Tegenwoordig zullen toch ook wel veel vaders aanwezig zijn om de kinderen, die dan natuurlijk wegduiken zodat een “lege” bus arriveert, te begroeten. Onze Bollenstreek leent zich ook internationaal als doel voor schoolreisjes. In 1936 meldt de krant dat de Belgische minister van Openbaar Onderwijs een circulaire heeft verstuurd naar middelbare scholen met de mededeling dat er van 25 tot 28 April wederom een schoolreis naar Nederland zal plaatshebben. In de Bollenstreek zullen bedrijven voor vertrek de vriendelijkheid hebben een tuiltje bloemen aan te bieden. Ook staat nog in het bericht dat door de Belgische regering meer dan 100 reisbeurzen beschikbaar zijn gesteld. Voor een schoolreis werd ook hier een bedragje gevraagd van de leerlingen. Soms was een bus huren toch te duur. In de crisistijd was het echt sappelen in veel gezinnen. Het kon zo maar gebeuren dat wanneer je aan een kind vroeg ‘wat doet je vader?’ als antwoord kwam ‘die stempelt’. De werkloosheid was groot. Gelukkig waren leerkrachten inventief. Een schoolreisje, fietsend of lopend om het doel te bereiken, kon minstens zo leuk zijn. De
leerlingen van de Annaschool gingen zo zien we op een foto in 1939 lopend naar De Kaag.

Jaren veertig en erna
Het Leidsch Dagblad had jarenlang een soort kinderkrant. Daarin gaat het in de correspondentierubriek vaak over schoolreisjes. Kinderen schreven over reisjes die ze gehad  hadden, waar het naartoe zou gaan, hoe leuk het was geweest. Ook begin mei 1940 staan er nog berichtjes over verwachte schoolreisjes in. Dan wordt het oorlog. Of de schoolreisjes doorgingen is niet meer in de rubriek te lezen. Op 15 mei, de dag van de capitulatie, staat het schoolalphabet in de rubriek  van de kinderkrant. Daarin staat bij de S: S is de Schoolreis, die we maken elk jaar. Men kon natuurlijk niet vermoeden hoe het verder zou lopen. Na de oorlog werd het schoolreisje weer jaarlijks opgepakt. Met een eigen bijdrage van soms wel een dubbeltje per week. Maar was dat een probleem dan kwam er een oplossing, maar die was zeer vernederend voor de kinderen die geen dubbeltje mee konden nemen. De rest van de klas wist precies wiens ouders geen geld hadden voor het schoolreisje.
Groenendaal bleef populair. Ook het enkele dagen op kamp gaan werd een gebruik. De Beekbrug had enkele jaren een uitwisseling met Enschede, waarbij kinderen bij gastgezinnen verbleven. Juffen en meesters zijn onuitputtelijk in hun ideeën. En mochten ze tegenwoordig nog hulp daarvoor willen hebben, dan is er Schoolreis.nl of het Nationaal Schoolreis Magazine. Ons vertrouwde Keukenhof, maar ook het LAM museum worden graag bezocht bij een schoolreis. Heerlijk zo’n
schoolreisje! Ik zou er bijna heimwee naar krijgen.

Rond 1923 gingen kinderen van de school aan de Gracht (nu De Akker) helemaal naar Katwijk. Hoe? Misschien met de “Bello” de stoomtram? Op de achtergrond de robuuste vuurtoren  “De Vuurbaak”. Er ging van alles mee om er een leuke dag van te maken. Manden en tassen vol proviand, schepjes en ballen. Voor een goede foto moest je gezicht strak in de plooi en vooral niet bewegen. Deze foto is supergoed gelukt!

 

HET FIORETTI-COLLEGE; De rommeling. (125)

Door Alfons Hulkenberg

Overgenomen uit “Lisse: De Rommeling” uit 1981. Repro-Holland B.V. Alphen aan de Rijn

“Fioretti”, dat betekent bloemetjes. De directeur van de school heeft de naam zelf uitgedacht. Deze wijst op de patroon, sint Franciscus, wiens leven n de 14de eeuw op een wat naïeve, maar heel bekoorlijke verhaaltrant is opgeschreven in: “Fioretti di San Francisco”. Het is trouwens een bij­zonder aardige naam voor een school te midden der bollenvelden en de Keuken­hof. En dan hoopt men nog daarbij, dat het zaad dat bij het onderwijs wordt uitgestrooid moge opbloeien tot vreugde van allen. Fioretti, bloemetjes! 25 jaar geleden, in 1956, is het Fioretti gestart. Toen gaf, na heel wat strubbelin­gen over de plaats van vestiging, de staats­secretaris toestemming om e Lsse een R.K. H.B.S. te beginnen. De paters Fran­ciscanen met hun grote “know how” op dit gebied zouden de zaak besturen en Drs. W.A. Terwijn, leraar aan een school te Kerkrade, werd de eerste directeur. Men begon met 29 leerlingen in enkele lokalen van de nu afgebroken Sint Agatha-school, tegenover de kerk. Die inwoning was maar voor heel voorlopig. Er werd aan de Eerste Poel laan een stuk grond ge­huurd, dat de Gemeente kort tevoren van de firma H. Zijp & Co had gekocht. Daar werden barakken gebouwd en op 4 april 1957 trok men er in. Vol trots bevestig­den de Heer Terwijn en de conciërge, de Heer M. Wassenaar, het naambord aan de voorgevel. intussen ging de uitbreiding steeds maar door; in 1960 omstreeks 800 leerlingen. Wat herinner ik mij die eerste tijd nog goed. Die school met die geur van hout en hardboard en ’s winters die wat benauwde lucht van roeterige oliekachels. Maar ook de school met die jongens en meisjes die echt wel wat wilden — een H.B.S., dat was toen nog wat! We baden het “Onze Vader” in het Duits en ik probeerde ze wat te doen aanvoelen van de geest van Goethe en chiller. Met name ook de eerste kerstviering in de eigen klas zal ik niet licht vergeten …… Maar de school werd groot. In 1963 maakte het Leids architectenbureau Van Oerle, Schrama en Bos tekeningen voor de defini­tieve bouw en in 1971 werd de nieuwe school betrokken. Ze stond in de Meer­en-Duinpolder, waar land was gekocht van de Heren Frans en Seel van der Vlugt, van Mejuffrouw Overmeer te Haarlem en van de H. Geestarmen. Dat laatste vraagt wel wat opheldering. In de Middeleeuwen had de Kerk als steeds tot taak de verzorging der armen en behoeftigen. Na 1575 had ze echter al haar lan­derijen en fondsen verloren, terwijl de nog weinig talrijke aanhangers van “de nieuwe leer” alleen voor hun eigen geloofsgenoten zorgden. Oorlog en armoede. Jonker Johan van Matenesse, Heer van Dever, had oog voor de ellende. Wij lezen in he ‘stuk nr. 289 van het Gemeentearchief: “In den name Goodes Almachtich, soe zijn opten 17 novembris anno 1587, in de costerijehuijsinge, staende aent ’t lisser kerckhoff, bij den anderen gekomen ende vergadert geweest namentlicken den Wel Eedelen Erntfesten Vromen Joncker Johan van Mathenesse ende van Lisse Nijclaessone, jegenwoordich residerende op zijn hoffstadt, genomt tHuijs te Dever, alhijer tot Lisse, ter eenre ……” En dan volgen de namen van een aantal Lisser ingezetenen met wie hij tezamen de “Heilige Geest” ging oprichten, een zorg voor alle behoeftigen van Lisse. De naam komt van de hospitaalorde van de H. Geest, die al veel eerder zulke instituten had gevestigd. Van Matenesse geeft meteen en flinke som, onder voorwaarde dat hij geen bestuurs­functies zal hoeven te bekleden. Enige verdere lotgevallen van deze stichting vindt men in “Het Huis Dever te Lisse”. Maar het was in 1963 allemaal al zo lang gele­den en kostte wel enig zoeken voor en aleer vaststond, dat de Gemeente Lisse het eigendomsrecht van het perceel mocht op­eisen. De nieuwe school was klaar. Aannemer N. W. Castien wilde bij de Poellaan fraaie huizen bouwen; die barakken moesten weg. Het deel geheel links op de foto staat thans als bollenschuur en kas voor Dahlia-stekken aan de Akervoorderlaan op het ter­rein in gebruik door de firma R.l.M. Bisschops. Rob heeft hem met zijn verloofde en de wakkere Peter Meiman in een bloed­hete week in juli 1975 zelf gesloopt en hem zelf weggebracht en weer opgebouwd. Eén ruitje is daarbij gesneuveld. Intussen groeide het Fioretti-College uit tot een grote school voor Havo, Atheneum en Gymnasium. Een school met al die kleine vreugden en die grote zorgen, die het leven nu eenmaal kenmerken; een school met een naam! In oktober 1977 hebben de Heer Terwijn en zijn echtgenote, Mevrouw Drs. W. Terwijn-van Straaten, van hun School afscheid genomen. De pensioentijd kwam; het wer­ken was ten einde. En de meisjes zongen:

“Fioretti, school in het bollenland,

O Fioretti, Franciscus’ gemeenschapsband,

Gij school tussen bloemen,

Hoe zal ik u noemen?

Bloemenschool!

Maar leren was ons parool!

Willem, Willem, Willem onze rector,

Rector van de school in bollenland!

Lieve goeie Willem,

Uw hart aan de school verpand !/f

Waaraan had Willem Terwijn dat grote res­pect, die populariteit te danken? Hij liep niet in alles voorop, een spectaculaire figuur was hij ook niet en evenmin probeer­de hij “show” jongen met de jongens te zijn. ’t Was aan zijn groot medeleven te danken, zijn groot gevoel van verantwoor­delijkheid, zijn inzet, zijn waarachtig eer­lijke bedoelingen, leder voelde dat en dat alles heeft het gedaan. De rector had voor zijn school geleefd en gevochten. Steeds luisteren, bijsturen, al was het soms met wat pijn, zich wat laten gaan en toch zichzelf willen blijven en de oude, ver­trouwde waarden handhaven. Met je schip in twee stromingen zitten en dan toch voorzichtig loodsend, soms aarzelend, er veilig door komen. Fortiter in re, suaviter in modo. De Heer en Mevrouw Terwijn zijn nu reeds een levend stuk Lissese his­torie. Wim en Mien, mijn respect!

P.S. Wie zou menen, dat er op het terrein voor de school nog enige restanten van bouwsels staan of zo iets wil ik er even op wijzen, dat dit een kunstwerk betreft. Dit om een mogelijk onaangenaam affront te voorkomen. (Graag gedaan!)

 

DE GEVELSTEEN VAN UYTERMEER; De rommeling. (40)

Door Alfons Hulkenberg

Overgenomen uit “Lisse: De Rommeling” uit 1981. Repro-Holland B.V. Alphen aan de Rijn

In ” ’t Roemwaard Lisse” staat op bladzij­de 5 een fraaie afbeelding van de buiten­plaats “Uytermeer”. In de voorgevel zit een steen; duidelijk te zien. Het huis is al lang gesloopt; maar waar zou die steen zijn gebleven? Het Leids Jaarboekje van 1973 vertelt meer over de steen. Hij was gevonden en zat inge­metseld in een waranda van het bouwhuis van Klein Leeuwenhorst te Noordwijkerhout; waar Mevrouw Hermance Adeline Amalia, baronesse van Heeckeren van Brandsenburg geb. jonkvrouwe Gevers woont. Het wapen blijkt van de bouwer van het huis, de vermaarde Petrus Scriverius, te zijn. Maar die steen hoort in Lisse ….. Hoe krijgen we hem hier?? Toevallig werd juist in de Poelpolder, op de plaats waar vroeger “Uytermeer” stond, de Christelijke Mavo gebouwd. Bij de heer Joh. A. Segers, directeur van de school, vatte nu de gedachte post: “Als die steen nu och weer naar Uitermeer terug zou kunnen keren ……” Beleefde vraag aan Mevrouw Van Heeckeren. Antwoord: “Nee!” Pas was haar dochter getrouwd, haar enig kind, en die woonde helemaal in Zuid-Afrika. Zouden al die dingen uit haar vertrouwde omgeving, uit haar jeugd, dingen waaraan ze zo gehecht was, haar nu ook moeten ontvallen? Nee, nooit, dat stond wel vast. Maar, wat een Segers in het hoofd heeft, is er ook zo maar niet uit ……; die steen komt terug en dan zal de school “Uitermeer” heten. De stellingen zijn ingenomen, de slotbrug is opgetrokken, de belegering van “Klein Leeuwenhorst” neemt een aanvang. Neen, geen belegering met stormrammen, blij­den en ander wapentuig.

De heer J.Ph.N. du Quesne van Bruchem doet zijn best, schrijver dezes wordt inge­schakeld. Hij verneemt, dat Mevrouw van Heeckeren erg gesteld is op haar neef Van Tets. De heer Segers trekt nog eens naar Leeuwenhorst met alle geduld waartoe een man die weet dat hij uiteindelijk toch zal en moet slagen in staat is. Ook anderen zijn in de weer …… En dan ……. het lijkt of er een kleine bres in de muur van Leeuwen­horst is geslagen. Mevrouw twijfelt. Zij raadpleegt haar neef, Jonkheer Van Tets van Goudriaan ….. “Ach Hermance, wij zijn toch allemaal sterfelijke mensen. En ons jeugdsentiment geldt voor onze kin­deren en kleinkinderen niet meer …… Je hebt toch genoeg gevoel voor traditie …… Welnu ……” En dit geeft de doorslag. Het gaat gebeu­ren: de slotbrug wordt neergelaten en dankbaar voor haar eigen besluit reikt de Baronesse de steen over …… Op 19 september 1975 werd hij ingemetseld in de grote hal van de school, plechtig door Me­vrouw zelf onthuld, en daarmede de school officieel in gebruik genomen. Prediker 3 zegt het reeds: ”Alles heeft een bestemde tijd; er is een tijd om af te bre­ken en een tijd om te bouwen …… Een tijd om stenen weg te werpen en een tijd om stenen te vergaderen”. De Christelijke Mavoschool Uitermeer” was geopend. Moge er zegen rusten op deze school en allen die haar bezoeken.

Chr. Basisschool ‘De Lisbloem’ 100 jaar 

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

 8 november 2022

door Nico Groen

De hervormde gemeente Lisse had in het begin van de twintigste eeuw behoefte aan een ‘eigen’ school, net als andere geloofsgemeenschappen in die tijd. Dit resulteerde in de opening van ‘De Nederlandse hervormde school voor L.O. en U.L.O.’ in mei 1922. Later werd de naam veranderd in de Christelijke Basisschool ‘De Lisbloem’. De school bestaat nu nog steeds aan de Orion.

De vereniging ‘Nederlandse Hervormde Schoolvereniging gevestigd in Lisse’ werd officieel opgericht in februari 1919. Het doel was te komen tot een eigen school. In 1920 werd een bijdrage in de vorm van een lening aan de leden gevraagd voor een verplichte waarborgsom van 20.000 gulden. In 1921 werd er een bestek gemaakt door Leen van Tol jr. voor 7 klaslokalen, waarvan 5 lokalen aan de voorkant en 2 aan de achterkant met de mogelijkheid om er later een verdieping op te zetten met 3 lokalen. De betreffende grond achter de huizen van de Kanaalstraat werd gekocht van de firma G. Parijs en zonen. De grond was ter plaatse bekend als ‘Kapelleweide’ en daarvoor als ’Capelle Weyde’. Het benodigde zand voor ophoging van het terrein werd per vlet aangevoerd in de haven en met kiepwagens over smalspoor via de Molenstraat vervoerd. De school werd gebouwd door de firma B. van der Zaal. Op 22 mei 1922 werden de deuren van de school officieel geopend. Aan de voorkant kwam een nieuwe straat, die door de verkoper, firma Parijs, werd aangelegd. De vereniging stelde voor om deze straat Lischbloemstraat te noemen. Daar ging de gemeente Lisse mee akkoord.

De vereniging had het oog laten vallen op 2 aangrenzende woningen van de heer Daudy aan de Kanaalstraat om daar een woning te realiseren voor het hoofd van de school. Als hoofd van de school werd de heer G.J. Wansink uit Kampen op 20 februari 1922 benoemd.

De school was al vrij snel te klein en in 1929 werden een gymzaal, een bestuurskamer, 3 lokalen op de eerste verdieping en andere aanbouwen gerealiseerd.

Tijdens de oorlog hebben school, leraren en kinderen heel wat te doorstaan gehad: voor de oorlog gebruikt tijdens de mobilisatie van het Nederlandse leger en tijdens de oorlog door de inkwartiering van de Duitsers.

Orion

Eind jaren zeventig was de school aan de Lisbloemstraat vol met gebreken. Daarom werd in 1980 een nieuwe school in Meerenburgh gerealiseerd ter vervanging van de oude school. Deze school krijgt in de nabije toekomst een nieuw gebouw. De lokalen zijn straks flexibel in te richten voor thematisch onderwijs en er komt op het kavel ruimte voor nieuwe woningen. De Lisbloem krijgt straks twee bouwlagen.

Er werden 2 jubileumuitgaven gemaakt ter gelegenheid van een reünie bij het 60- en 75-jarig bestaan van de school. Deze uitgaven zijn in bezit van de bibliotheek van de VOL en tijdens de inloop op dinsdagmorgen in de Vergulde Zwaan in te zien, te koop of te leen. Bovenstaande gegevens komen uit deze uitgaven.

Foto: Een gedeelte van een oude ansichtkaart van de school aan de Lisbloemstraat.
Foto: Oud Lisse

 

Pa Grim’ en het ‘Lisser verschijnsel’

Wilhelm  Grimme werd in 1912 leraar aan de tuinbouwschool in Lisse. Naast de dagelijkse temperatuur en regenval werd ook het grondwater met peilbuizen geregistreerd. In 1926 en in 1930 werd na hevige regenval  het grondwater veel meer verhoogd dan verwacht. Dit werd het Lisser verschijnsel genoemd.

door Liesbeth Brouwer

Nieuwsblad jaargang 21 nummer 1, 2022

Pa Grim’ en het ‘Lisser verschijnsel’

W.F.A. (Wilhelm) Grimme werd geboren op 5 oktober 1874 in ambt Almelo. Zijn ouders hadden daar een hotel: Bellevue. Als oudste zoon in het grote gezin zou je verwachten dat hij ook in de zaak zou komen. Mogelijk speelde toen al zijn wat zwakke gezondheid hem parten. Want terwijl twee jongere broers wel in de onderneming kwamen werd hij onderwijzer. Zijn opleiding zal hij wel gehad hebben aan de Rijksnormaalschool zoals de opleiding voor onderwijzers toen heette.

Grimme zal een gedegen opleiding afgerond hebben, want hij kreeg een benoeming op een school waar je niet zomaar terecht kwam, nl. op de Koningsschool in Apeldoorn. Deze school was in 1851 aan de Loolaan gesticht door koning Willem III.

Vóór die tijd stond daar wel een school, maar die was volgens de schoolopzichter de slechtste van Apeldoorn. En dat voor een school waar de zonen van het personeel van de majesteit opgeleid werden! De koning dacht oorspronkelijk aan het stichten van een specifieke school voor ambachten, maar de adviescommissie raadde toch een gewone lagere school aan, maar wel met als extraatje keuzemogelijkheden voor diverse handvaardigheden. Kwamen die gereedschappen en werktuigen die de koning uit Engeland had laten komen toch nog van pas. Op die school gaf Grimme les. Hij zal ongetwijfeld ook middelbare onderwijsbevoegdheden gehaald hebben in meerdere afzonderlijke vakken. Bekend is dat hij met de fiets naar plaatsen op de Veluwe ging om tuinbouwcursussen te geven.
Tuinbouwonderwijs naar Lisse Op het gebied van tuinbouwonderwijs liep Nederland achter. In België was al sinds 1849 een prima opleiding voor tuinbouwonderwijs. In de laatste decennia van de 19e eeuw werden ook in Nederland tuinbouw(winter)scholen opgericht, voor de sectoren bloemen, bomen en groenten, maar het bollenvak moest het nog zonder stellen. Initiatieven waren er zeker wel, maar er was ook een hoop tumult over waar zo’n specifieke school voor het bloembollenvak nu zou moeten komen. Uiteindelijk werd door de minister in 1910 beslist dat het Lisse moest worden. Eind 1910 werd ir. Volkersz benoemd als directeur, tevens als tuinbouwconsulent. Een school was er toen nog niet. Het Rijk was verantwoordelijk voor het bouwplan, voor het ontwerp van de gevel stelde de gemeente Lisse geld beschikbaar voor een prijsvraag. Lisse was zeer content met de school en stemde ruimhartig in met het bouwkrediet. In 1912 was de school gereed, met een zeer representatieve voorgevel gesierd met het wapen van Lisse. Dat sjieke uiterlijk was ook verwarrend; vreemden dachten te maken te hebben met een hotel of met het gemeentehuis. Er zijn verhalen van orgeldraaiers die dachten
er een vergunning te kunnen halen. Het schooluiterlijk had dus allure, maar verder moeten we ons toch vooral een school voorstellen die nog totaal opgebouwd moest worden. Aansluiting op het elektriciteitsnet kwam pas in 1922. De watervoorziening kwam van regen- en welwater. Pas eind 1925 kwam de aansluiting op het waterleidingnet.

Leerkracht in Lisse

De lerarenkamer van de Rijksbloembollenschool met aan de wand de getekende periodieke ontwikkelingsgang van verschillende bolgewassen. De groep “vaste leraren” van links naar rechts W. F. A. Grimme, ir. K. Volkersz, J. Bernard en P. K. Cittert.

Rijkstuinbouwschool ca. 1915

Grimme had in Apeldoorn een prima betrekking in het onderwijs, maar had problemen met zijn gezondheid. Het advies was om in een gezondere omgeving te gaan wonen. Aan zee zou beter voor hem zijn. Dus toen in Lisse een leerkracht gezocht werd voor een type onderwijs wat hem op het lijf geschreven was werd de keus snel gemaakt. In 1912 begon hij aan de tuinbouwschool in Lisse. Het was de eerste jaren een tweejarige opleiding met dagonderwijs van oktober tot juni. De bedoeling was dat in de andere maanden de jongens in de praktijk werkten. Omdat het die eerste tijd bijna allemaal zonen van kwekers waren was dat heel praktisch. In 1919 werd het een driejarige opleiding. Toen werd de officiële naam Rijksbloembollenschool. Die naam werd in 1926 weer veranderd in Rijkstuinbouwschool voor de bloembollen. De scholieren moesten 16 jaar zijn, liefst een mulo-opleiding gevolgd hebben en ook begrip van het bollenvak was indertijd een eis. Daar werd een toelatingsexamen voor afgenomen. Overigens waren er niet zo veel leerlingen. In het eerste jaar waren het er 15. Men hoopte op een groeiend aantal, maar de Eerste Wereldoorlog en daarna de crisis veroorzaakten stagnatie. De jongens konden thuis niet gemist worden, de bedrijven hadden het moeilijk. Voor Grimme was deze school een echte, inspirerende uitdaging. Praktisch alles voor dit onderwijs moest nog opgezet worden. Studieboeken ontbraken. Er waren geen modellen of monsters, plaatwerk en fotomateriaal was er nauwelijks. Men moest het zelf verzorgen. Zo bracht Grimme de ontwikkeling in maandelijkse groei, opbouw en afbraak van een narcis middels tekeningen in beeld. Daarmee werd duidelijk hoe de bloem zich ontwikkelde in de bol. Een andere leerkracht deed dat voor een tulpensoort. Naast onderwijs moesten de leerkrachten ook ondersteuning geven aan het consulentschap. Ze gaven les aan de eigen leerlingen van deze nieuwe Rijks Middelbare Tuinbouw(winter)school, maar werden ook ingezet voor andere opleidingen. Bijvoorbeeld voor die voor de akte tuinbouwkunde L.O. of voor tuinbouwvakonderwijzer. Die lessen werden soms in de tuinbouwschool gegeven, maar ook wel elders. Dan werd de fiets maar weer gebruikt.

Onderzoek

Het proeftuinschoolbedrijf, met op de voorgrond zelfregistrerende grondthermometers, er achter het bedrijfsgebouw met de vierdelige kas. Op de achtergrond de Rijkstuinbouwschool.

Eigenlijk ontbrak het in die beginperiode nog geheel aan fundamentele kennis van de grondslagen voor teelt  en gewassen. Praktische kennis was er, opgedaan door de kwekers, bijvoorbeeld in relaties tussen grondwaterstanden, bodem en temperatuur. De opzet van een proeftuin bij de school had hier een grote rol in moeten spelen, maar die kon vooralsnog niet verder opgezet worden vanwege alle problemen in de financiering.
Men zette zelf allerlei waarnemingen uit waaruit men conclusies hoopte te kunnen trekken. Grimme was als leraar – en scheikunde, grondkennis en bemestingsleer verantwoordelijk voor diverse waarnemingen en publiceerde o.a over bemestingsproeven bij bloembollen. Ook waren er contacten met diverse andere
organisaties zodat onderzoeksresultaten konden worden uitgewisseld.

Grondwater
Over grondwater was begin vorige eeuw weinig bekend. Dat het van belang was voor de bollenteelt was zeker. Voor de drinkwatervoorziening werd water opgepompt, ook dichtbij Lisse in het pompstation aan de 3e Loosterweg in Hillegom. Maar had dat gevolgen voor de bollenteelt, mogelijk in verband met verzilting? Allemaal zaken die voor de sector zeer belangrijk konden zijn en dus ook belangrijk voor de tuinbouwschool. Dat vroeg om systematisch onderzoek. Het ontbreken van een echte proefschooltuin speelde parten. In 1918 werd extra grond bijgekocht. Dat bood diverse mogelijkheden, natuurlijk voor een proefschooltuin, maar ook voor allerlei onderzoek, bijvoorbeeld naar grondwaterstanden. In datzelfde jaar begon de samenwerking met het meteorologisch instituut in De Bilt.

Lisse verschijnsel
Langs de Vennesloot kwam een soort centrum voor weerkundige waarnemingen, waar ook de metingen, die later bekend werden als het Lisse verschijnsel, werden geregistreerd. Grimme was zeer nauw betrokken bij de opzet en de verwerking van alle gegevens. Neerslag werd gemeten, er waren peilbuizen voor het meten van de grondwaterstanden, direct naast de sloot en enkele meters er vandaan. Eind oktober 1926 deed zich een zeer vreemd verschijnsel voor. Het had in zeer korte tijd heel veel geregend. Je verwacht dat het waterniveau in de peilbuizen bijna net zo veel omhooggaat als de hoeveelheid regen die gevallen is. Maar het vreemde verschijnsel deed zich voor dat het water in de peilbuis, enkele meters van de sloot, veel meer omhoog was gegaan. Verklaren kon men het toen
niet. Het KNMI stelde zelfs betere meetapparatuur beschikbaar. Maar het verschijnsel herhaalde zich. Ir. Volkersz publiceerde er in 1929 over in het Weekblad van de Kon. Ned. Mij voor Tuinbouw en Plantkunde. Het was professor Thal Larsen van het Laboratorium voor Weg- en Waterbouw die het verschijnsel in 1930 verklaarde. Door het water wordt lucht ingesloten, de druk gaat omhoog en daardoor stijgt het water in de peilbuis meer dan je zou verwachten op basis van de hoeveelheid neerslag. De naam Grimme werd onlosmakelijk verbonden aan dit verschijnsel.

Pa Grim
Grimme was een zeer gewaardeerd leraar. De leerlingen hadden een soort koosnaam voor hem: Pa Grim. Ook het werk wat hij naast het lesgeven deed werd zeer gewaardeerd. Helaas kreeg hij steeds meer last van zijn gezondheid. Na lang wikken en wegen en overleg met de specialist koos hij er in 1935 voor om vrijwillig ontslag te nemen wegens invaliditeit. Afscheid nemen van de school viel hem moeilijk. Het vak en de contacten met de leerlingen kon hij niet echt loslaten. Hij kwam altijd nog naar de openbare eindlessen. Ook bleef hij actief in het reviseren van boekjes in bijv. scheikunde en plantenterminologie die in het tuinbouwonderwijs gebruikt werden. ‘Op het gebied van de scheikunde had hij al in 1907, dus ver voor zijn Lisser tijd, een boekje voor het onderwijs geschreven. Diverse revisies voltooide hij van het werk ‘Plantenterminologie, Alphabetische verzameling van kunstwoorden de planten betreffende, met hunne vertaling ten dienste van tuinlieden, bloemisten en bloemenvrienden’, dat door A. Fiet, hortulanus te Groningen, in 1900 werd uitgegeven. Grappig is het gebruik van het woord kunstwoord. Wij kennen die term helemaal niet meer. Vroeger werd kunstwoord gebruikt om woorden te duiden uit een bepaald vakgebied. In latere uitgaven werd dit woord niet meer gebruikt. Dit werk was een onmisbaar werk voor vakgenoten. Fons Hulkenberg, in Lisse befaamd om zijn vele geschriften op historisch gebied, verzorgde in zijn tijd als leerkracht aan de tuinbouwschool nog enkele revisies van dit werk, de laatste in 1963. Grimme bereikte, ondanks zijn broze gezondheid, de gezegende leeftijd van 85 jaar. Hij overleed in maart 1960.

Lisse effect
Relaties tussen grondwaterstand, slootwaterstand, neerslag en verdamping zijn ook nu nog onderwerp van wetenschappelijke studies. In de internationale wetenschappelijke literatuur is veel te vinden over het Lisse verschijnsel. De internationale term is Lisse effect. In 2002 publiceerde E.P. Weeks een nota getiteld ‘The Lisse Effect Revisited’. Ook in een recente publicatie voor de gemeenteraad van Den Haag, eind 2019, wordt het Lisse effect genoemd. Is het door de klimaatverandering met zijn plotselinge hevige neerslag actueler dan ooit? Voor wetenschappers is inzicht in de grondwaterproblematiek een uitdaging en dat was het voor pa Grim evenzeer.

Meetapparatuur opgesteld achter de Rijkstuinbouwschool.
Alle meetgegevens werden in grafieken opgetekend om een goed beeld te krijgen. Meten is weten. Zo werd het “Lisse verschijnsel” met
bovenstaande grafiek aantoonbaar gemaakt.

 

Pareltje: Handleiding van een Schoolplaat over de Bollenstreek

Begin twintigste eeuw werden aardrijkskundige schoolplaten geschilderd. Anton L. Koster schilderde een schoolplaat van de Bollenstreek. De handleiding van deze plaat uit 1916 is in het bezit van de VOL. R. Schuiling en Jac. P. Thijsse schreven deze handleiding van 28 pagina’s over de streek, die nog grotendeels uit duinen bestond.

Ria Grimbergen

Jaargang 20 nummer 4, 2021

De beste kunstschilders van Nederland ontvingen begin twintigste eeuw een uitnodiging van de Groningse uitgever Noordhoff mee te werken aan een serie aardrijkskundige wandplaten van Nederland. Haagse School-schilders als J. H. Wijsmuller en Bernard Blommers kregen een opdracht, evenals Anton L. Koster. Koster was zeer succesvol met zijn schilderijen van bloembollenvelden en hij schilderde de aquarel die voor de schoolplaat ‘De bloembollenvelden bij Lisse’ werd gebruikt.

De handleiding
Bij de schoolplaten werden handleidingen gemaakt, die door onderwijzers gebruikt konden worden bij hun aardrijkskundelessen. In de bibliotheek van de CHVOL bevindt zich de handleiding uit 1916 bij de schoolplaat van
Koster. Een mooi art-deco-ontwerp siert het omslag. Aardrijkskundeleraar en sociaalgeograaf R. Schuiling en de grote natuurbeschermer Jac. P. Thijsse schreven samen het boek. Op het omslag staat nog de naam van Thijsses vriend E. Heimans. Hij overleed in 1914,  waarna Thijsse de taak van hem overnam.  Thijsse was de grote man achter Verkadealbums als ‘Blonde duinen’, ‘Texel’ en ‘Het Naardermeer’, waarin hij in een meeslepende stijl de Nederlandse natuur beschreef. De handleiding telt 28 pagina’s en vermoedelijk is het Schuiling die de gedegen beschrijving geeft van de geschiedenis van de bollenteelt, het Rijnlandse waterbeheer, de bloembollenhandel en het landschap. Aardig zijn de details die hij geeft over de Lissese samenleving, die in 1916 6400 inwoners telt, waarvan 59% rooms-katholiek is. De meeste notabelen, onder wie de bollenkwekers, zijn hervormd en de laatsten zijn zeer welgesteld. De vele mannen, vrouwen en jongens die in de bollenschuren werken, verdienen naar de mening van de schrijver een goed loon. Middenklassers, mensen tussen arm en rijk, zijn er niet veel in Lisse. De uitgave begint met een kaartje waarop nog een stukje Noordzee, een hoekje Haarlemmermeer, en de plaatsen Noordwijkerhout, Lisse,
Hillegom en Bennebroek staan aangegeven. Daarnaast de duinen, de bollenvelden, het bosgebied, grasland en bouwland. Noordhoff bood de scholen de kaartjes los aan voor een klein prijsje van twee cent, of nog minder bij grotere afname. De leerlingen hadden dan elk een eigen exemplaar. Ook de foto’s uit het boekje verkocht de uitgever los om zo de ronde in de klas te laten doen. Mooie foto’s van Lisse zijn erbij, zoals een dwarsdoorsnede van een binnenduin met humus- en veenlagen, een afgraving van een binnenduin, een bollenkwekerij met bollenschuur, de bollensorteermachine De Vlinder van Van Stijn en de Rijkstuinbouwwinterschool.

Een wandeling door de Bollenstreek
Dan pakt Jac. P. Thijsse de pen op voor een beschrijving van een wandeling door de Bollenstreek. De tocht begint bij het buiten Vaart en Duin in Overveen, met links bollenveldjes. Dan wandelt hij via Kraantje Lek naar Elswout en vervolgens langs Leiduin en Woestduin naar Vogelenzang. Voorbij Vogelenzang liggen de bollenvelden aan weerszijden van de Leidsevaart. Hij wandelt westwaarts naar De Zilk, waar een kilometer brede strook binnenduin
is met een bijzondere plantengroei. Adelaarsvarens, struikhei en zeepijnen, een coniferensoort. Dan neemt hij de eerste dwarsweg links en wandelt door de weilanden van de Zilkerpolder naar Lisse, over de Leidsevaart en het spoor naar Keukenhof. ‘Een van de mooiste en meest beroemde buitens van den binnensten binnenduinstrook. Een
openbaar pad leidt midden door de plaats en verderop worden vreedzame wandelaars in ’t bosch geduld, zoodat we hier nog eens kunnen genieten van woud en water en van zandige hoogten, bedekt met dennen en eiken kreupelhout’, schrijft Thijsse. Het bos galmt van de vogelzang en door de kalkarme bodem groeien ‘nergens de adelaarsvarens zoo hoog en dicht als in het dennenbosch van de Keukenhof en ook de andere karakterplant, de Valsche Salie, geraakt hier tot hooge ontwikkeling’.

De zanderij bij Veenenburg. Links op de afgezande stukken werden direct percelen ingericht. Foto: Leendert Blok ca. 1920

Langs de Veenenburger ‘grindweg’ voert de tocht naar Hillegom, eerst nog langs de bossen en weiden van Keukenhof. Dan verandert het landschap. De afgravingen zijn in volle gang met een ingrijpende landschapsverandering als gevolg. ‘Duizenden hectaren schilderachtig woud maakten plaats voor vlakke, lage akkertjes’. Thijsse beschrijft de rietschelven, de haagjes rondom de veldjes, die schimmels en bacteriën weren en de wind tegenhouden. Het landschap blijft zo tot Bennebroek. Dit is de kern van het bollenland. De vroegere duinen, bossen en buitens zijn verdwenen. Noordelijk van Bennebroek is de situatie beter en zijn er nog de Hartenkamp en het Manpad en Groenendaal, dat voor afzanding is behoed door aankoop van de gemeente Heemstede. Na een tocht van vijfentwintig kilometer kan de vermoeide wandelaar de bollen-jan-plezier naar Haarlem nemen. Thijsse is lyrisch over het vogelleven en de plantengroei die hij waarneemt tijdens zijn wandeling van Overveen tot Keukenhof, maar minder over het bollenland van Lisse tot Bennebroek. Tussen de regels door proef je zijn ontstemdheid over de aantasting van het landschap door de zandafgravingen.

De schoolplaat
Lisse is niet herkenbaar op de schoolplaat. Dat was ook niet de opzet. De voorstelling op de wandplaat is kenmerkend voor landschappen in de hele Bollentreek, met een rechte sloot, belangrijk voor het vervoer en voor de waterstand. De vlet ligt klaar om de gekopte bloemen naar de porriehoop af te voeren. Op de voorgrond een boerderij, op de achtergrond de duinen, met daarvoor een bollenschuur met de villa van de bollenkweker. Wilt u Thijsses tocht met zijn vele natuurbeschrijvingen nawandelen en de veranderingen in het landschap en de flora
zien, vraag dan aan bibliothecaris Jos van Bourgondiën de handleiding ter inzage. ■

 

Waardevolle bomen bij de Josephschool

  Sporen van vroeger (LisserNieuws)

 30  november 2021

door Nico Groen

Op de waardevolle bomenlijst uit 2020 van de gemeente Lisse staan op het terrein van de St. Josephschool maar liefst 10 bomen vermeld. Het plan is om de St. Josephschool te slopen en daar nieuwbouw van 6 villa’s, plan Lindenhof, te realiseren. Nu mogen waardevolle bomen, voorheen monumentale bomen genoemd,  niet zonder reden worden gekapt. Dat kan feitelijk alleen als zij ziek zijn en daar is in dit geval geen sprake van.

 

Deze waardevolle bomen staan tegen de Achterweg en de Lindenlaan aan. Er staan negen eiken en één groene beuk. Waardevolle bomen hebben een bepaalde ruimte nodig om in goede conditie te blijven. Bij de planning van de nieuwbouw moet dus rekening met deze bomen en de ruimte er om heen worden gehouden. Wortelbeschadigingen moeten dus zo veel mogelijk worden voorkomen, om van bastschade maar niet te spreken. Voor waardevolle bomen moet een kapvergunning worden aangevraagd, wat voor gezonde bomen onwenselijk is. De Vereniging Oud Lisse vindt dus dat er geen kapvergunningen mogen worden afgegeven voor deze imposante bomen en dat nieuwbouw niet te dicht op de bomen mag komen.

Temperatuurverlaging en CO2 opname.

In het centrum van Lisse zijn betrekkelijk weinig oudere bomen te vinden. Bomen  verlagen de omgevingstemperatuur en nemen veel COen fijnstof op. Grote, oude bomen nemen vele malen meer CO2 op dan gemiddelde bomen. Zij geven natuurlijk ook veel meer schaduw en temperatuurverlaging dan pas geplante bomen decennia lang kunnen opleveren. Het is dus zaak zoveel mogelijk bomen oud te laten worden in het centrum van Lisse, waar het terrein van de voormalige St. Josephschool natuurlijk deel van uit maakt.

Beeld van Joseph

Het beeld van St. Joseph aan de noordgevel van de te slopen school is afkomstig van de oude ‘RK Jongensschool St. Joseph’ (Heereweg 260 waar nu de Kloosterhof is). Deze laatste school werd in 1978 gesloopt. Het beeld was gemaakt bij de bouw van de school in 1910 door kunstenaar J.P. Maas uit Haarlem. Dit beeld is dus ruim 100 jaar oud.

 

In januari 2019 is de school voor de derde keer verhuisd naar een nieuw onderkomen aan de Achterweg 7, naast Rustoord. De school heet nu ‘Kinderkamp Joseph’. Helaas kon de architect geen plek voor het beeld vinden in of bij de nieuwe school. Dat is natuurlijk erg teleurstellend, want het hoorde dus al ruim 100 jaar bij deze school. Gelukkig hebben de kunstenaars Wout Ruigrok en Iet Langeveld van de Oude School tegenover de Grote Kerk de wens te kennen gegeven om het Josephbeeld over te willen nemen en een mooie plek te geven. Hopelijk komt er een mooi bordje bij met de geschiedenis van het beeld.

 

Op het terrein van de te slopen school stond eerst ’RK Kleuterschool St. Lucia’. De kleuterschool was in 1931 gebouwd met als architecten Barnhoorn & Van der Eerden uit Lisse. Deze kleuterschool werd in januari 1978 gesloopt om plaats te maken voor een modern schoolgebouw, ‘RK Basisschool St. Joseph’ genaamd. Dat wordt dus nu de Lindenhof met 6 villa’s.

Achterweg 3 met oude eiken

De bomen rondom de St. Josephschool
foto Google maps

Kaart van het terrein met de 10 waardevolle bomen
Detail uit de waardevolle bomenkaart uit 2020 van de gemeente Lisse.

Achterweg 3 met diverse beuken