Berichten

Waardevolle bomen bij de Josephschool

  Sporen van vroeger (LisserNieuws)

 30  november 2021

door Nico Groen

Op de waardevolle bomenlijst uit 2020 van de gemeente Lisse staan op het terrein van de St. Josephschool maar liefst 10 bomen vermeld. Het plan is om de St. Josephschool te slopen en daar nieuwbouw van 6 villa’s, plan Lindenhof, te realiseren. Nu mogen waardevolle bomen, voorheen monumentale bomen genoemd,  niet zonder reden worden gekapt. Dat kan feitelijk alleen als zij ziek zijn en daar is in dit geval geen sprake van.

 

Deze waardevolle bomen staan tegen de Achterweg en de Lindenlaan aan. Er staan negen eiken en één groene beuk. Waardevolle bomen hebben een bepaalde ruimte nodig om in goede conditie te blijven. Bij de planning van de nieuwbouw moet dus rekening met deze bomen en de ruimte er om heen worden gehouden. Wortelbeschadigingen moeten dus zo veel mogelijk worden voorkomen, om van bastschade maar niet te spreken. Voor waardevolle bomen moet een kapvergunning worden aangevraagd, wat voor gezonde bomen onwenselijk is. De Vereniging Oud Lisse vindt dus dat er geen kapvergunningen mogen worden afgegeven voor deze imposante bomen en dat nieuwbouw niet te dicht op de bomen mag komen.

Temperatuurverlaging en CO2 opname.

In het centrum van Lisse zijn betrekkelijk weinig oudere bomen te vinden. Bomen  verlagen de omgevingstemperatuur en nemen veel COen fijnstof op. Grote, oude bomen nemen vele malen meer CO2 op dan gemiddelde bomen. Zij geven natuurlijk ook veel meer schaduw en temperatuurverlaging dan pas geplante bomen decennia lang kunnen opleveren. Het is dus zaak zoveel mogelijk bomen oud te laten worden in het centrum van Lisse, waar het terrein van de voormalige St. Josephschool natuurlijk deel van uit maakt.

Beeld van Joseph

Het beeld van St. Joseph aan de noordgevel van de te slopen school is afkomstig van de oude ‘RK Jongensschool St. Joseph’ (Heereweg 260 waar nu de Kloosterhof is). Deze laatste school werd in 1978 gesloopt. Het beeld was gemaakt bij de bouw van de school in 1910 door kunstenaar J.P. Maas uit Haarlem. Dit beeld is dus ruim 100 jaar oud.

 

In januari 2019 is de school voor de derde keer verhuisd naar een nieuw onderkomen aan de Achterweg 7, naast Rustoord. De school heet nu ‘Kinderkamp Joseph’. Helaas kon de architect geen plek voor het beeld vinden in of bij de nieuwe school. Dat is natuurlijk erg teleurstellend, want het hoorde dus al ruim 100 jaar bij deze school. Gelukkig hebben de kunstenaars Wout Ruigrok en Iet Langeveld van de Oude School tegenover de Grote Kerk de wens te kennen gegeven om het Josephbeeld over te willen nemen en een mooie plek te geven. Hopelijk komt er een mooi bordje bij met de geschiedenis van het beeld.

 

Op het terrein van de te slopen school stond eerst ’RK Kleuterschool St. Lucia’. De kleuterschool was in 1931 gebouwd met als architecten Barnhoorn & Van der Eerden uit Lisse. Deze kleuterschool werd in januari 1978 gesloopt om plaats te maken voor een modern schoolgebouw, ‘RK Basisschool St. Joseph’ genaamd. Dat wordt dus nu de Lindenhof met 6 villa’s.

Achterweg 3 met oude eiken

De bomen rondom de St. Josephschool
foto Google maps

Kaart van het terrein met de 10 waardevolle bomen
Detail uit de waardevolle bomenkaart uit 2020 van de gemeente Lisse.

Achterweg 3 met diverse beuken

BIJ DE VOORPLAAT

Bij de sloop van de MVO Lucia aan de Achterweg zijn drie glas-in-lood ramen bewaard. P Huijzer heeft ze gemaakt. Een van deze ramen staat op de voorpagina.

Jaargang 19 nummer 3, 2020

Redactie

Dit is één van de drie gebrandschilderde glas-in-loodramen die we kregen uit het depot van het Fioretti College locatie Hillegom. Ze zijn gelukkig gespaard gebleven bij de sloop van de M.V.O. “Lucia” locatie van het Fioretti College aan de Achterweg. Het zijn alle drie prachtige kunstuitingen van ene P. Huijzer. Wie was die P. Huijzer die dit mooie werk heeft gemaakt. Hij kan best een kennis van architect ir. A.H.J. Paardekooper zijn geweest, die deze school vorm heeft gegeven op de tekentafel. Een oud-medewerker van zijn architectenbureau, Ignus Maes, gaat op zoek naar gegevens over de herkomst en naar beschrijvingen van deze zeer fraaie doorzichtige glaskunstwerken. Dus in een volgend nummer komen we hier uitvoerig op terug. Het kunstwerk op de voorplaat leek ons voor het thema “75 jaar vrijheid” dat we dit hele jaar gebruiken zeer geschikt. Een nogal oranje zonnetje, twee vredesduiven, een dartelende vlinder en wat weelderig natuurschoon met een helder blauwe hemel. Hoeveel vrediger kun je vrede uitbeelden? Hopelijk ontdekt Ignus Maes nog wat verrassende bijzonderheden.

Bij de sloop van de MVO Lucia aan de Achterweg zijn drie glas-in-lood ramen bewaard.

 

SCHOOLTIJD: WAT NU ALS DE SCHOOL DICHT IS?

Tijdens een bijeenkomst van de verhalentafel kwam de schooltijd tijdens de oorlog aan de orde. Diverse scholen werden gevorderd.

door Liesbeth Brouwer

Jaargang 19 nummer 2, 2020

Je eerste schooldag is een mijlpaal. Het oude versje spreekt voor zich. Na die eerste schooldag wordt school heel gewoon. Maar sinds half maart blijkt dat toch niet gewoon. De scholen gingen dicht. Dit jaar vieren we 75 jaar vrijheid. Schoolplicht was er 75 jaar geleden ook. Maar naar school gaan was toen niet
altijd even vanzelfsprekend.

HOBAHO les in de mijnzaal
tijdens de mobilisatie 1939.

Augustus 1939 begint de algemene mobilisatie van het Nederlandse leger. In de maanden erna plaatst vhet Nederlandse leger militairen door het hele land. Waar moet je die mannen allemaal onderbrengen? Ze worden ingekwartierd, in leegstaande gebouwen, maar vaak ook in scholen. Scholen zijn prima onderkomens, groot genoeg om een eenheid onder te brengen, inclusief de keuken. Het liedje “Rats, kuch en bonen” stamt uit deze tijd. Ook de burgers voelen de oorlogsdreiging. Hamsterwoede zoals we zagen met ons wc-papier was er toen ook.

Ook de veilingzaal van de HBG was tijdens de mobilisatie een leslokaal.

Niet om closetrollen (het stukje krantenpapier was toen nog gewoon), maar gewone levensmiddelen werden gehamsterd. Snip en Snap maakten er een cabaretliedje over: ‘Holderdebolder, we hebben een koe op zolder’. Ook in Lisse worden militairen ondergebracht bij de scholen. Bijvoorbeeld in de Ned. Herv. school in de Lisbloemstraat. En de kinderen dan? De meesters en juffen moesten flink improviseren op allerlei locaties. Lesgeven was hun drijfveer, maar ook hun zorg.

School Vuursteeg

Op de verjaardag van prinses Juliana werd in 1940 voor de jeugd nog een tocht per schuit door de bollenvelden georganiseerd. Op 1 mei was er nog een défilé langs het gemeentehuis ter gelegenheid van de 64e verjaardag van het regiment veldartillerie dat hier gelegerd was. Dreiging was er zeker, maar men hoopte neutraal te blijven.

De kinderkrant
Op school zullen de kinderen wel de “nieuwe spelling” geleerd hebben. Die was eind dertiger-jaren ingevoerd. Het Leidsch Dagblad gaf een kinderkrant uit met verhaaltjes, gedichtjes, raadseltjes van de raadseltante, grapjes, verjaardagen en heel veel reacties op briefjes van kinderen. In juni 1939 stond er in de kinderkrant dat ze vanaf die tijd de nieuwe spelling zouden hanteren. De krant werd ook door veel kinderen uit Lisse gelezen. Volgens de kinderkrant van begin 1940 heeft Lisse dan 9792 inwoners.

Zomaar wat namen van kinderen uit Lisse die we in de kinderkrant van 1940 terugvinden: Geertje Borst,
Anna Schakenbos, Gretha vd Lans, Piet vd Aart, Truus Kleijhorst, Nico Kors, Bertie vd Berk, Gerrit vd Aart, Jootje van Dijk, Leo Meijer. De aanval van de Duitsers zette natuurlijk alles op zijn kop. In de kinderkrant van 25 mei stond: ……Er is een hoop gebeurd na onze vorige briefwisseling. Heel veel droevigs…. In de Nieuwe Leidsche Courant van 25 mei stond bij de kinderkrant: ….Hollanders zijn altijd taaie lui geweest, vol wilskracht en uithoudingsvermogen. Tonen we als jongens en meisjes dat die kostelijke goederen ook ons eigendom zijn…. Het Leidsch Dagblad van 1 juni: …….Wij zijn nog onder de indruk van de oorlogsdagen, dat sprak ook uit jullie brieven…………De meesten van jullie zijn weer naar school en flink aan het werk getogen. Zo moet het ook!….

Begintijd oorlog
De Nederlandse strijdkrachten hebben geen enkele kans tegen de Duitse overmacht. Overgave volgt en de Nederlandse militairen worden gedemobiliseerd. De meesten gaan weer naar huis. Het gewone leven wordt min of meer hervat. Dat geldt ook voor de scholen. Hoewel, na een paar maanden neemt de Duitse bezetter de eerste maatregelen, die het Nederla ndseonderwijs betreffen. Er komt een lijst van verboden boeken en liederen. Op de zwarte lijst staan zo’n 150 titels die in het lager onderwijs gebruikt worden. Ook het veelgebruikte voorleesboek “Er op of er onder” van W.G. van der Hulst werd verboden. Het verbod wordt op grote schaal ontdoken. In het eerste oorlogsjaar volgt ook de verplichte Ariërverklaring voor het onderwijspersoneel. Sluipenderwijs wordt lesgeven en les krijgen lastiger.

Verdere oorlogsjaren
Eerst leek het leven nog enigszins normaal door te gaan, maar naarmate vrede langer uitbleef werden de gevolgen van de oorlog steeds meer voelbaarder. Er kwamen tekorten op allerlei gebied, ook op papier moest men zuinig zijn. Op 18 januari 1941 stond in de Kinderkrant: ….Je mag wel een klein of een half velletje papier nemen (dit met het oog op de papierbezuinigingen)… Op 24 mei: …dat door papierschaarste het aantal bladen van elke krant ingekrompen moet worden… voor de Kinderkrant minder ruimte beschikbaar, zodat deze voorlopig slechts om de veertien dagen zal kunnen verschijnen……

Op 18 oktober: …..ONZE KINDERKRANT KAN VOORLOPIG NIET MEER VERSCHIJNEN…Het is noodzakelijk geworden door de papierschaarste……Ook op de scholen ontstonden tekorten. Pennen en schriften werden schaars, ondanks de eerdere hamsterwoede van onderwijzers. Door brandstofschaarste werden de schooltijden officieel aangepast: woensdagmiddag geen vrij meer maar naar school en dan zaterdag de hele dag vrij.

Verhalen van leerlingen
In het vorige Nieuwsblad werd verteld over het bestaan van de Verhalentafel. Vanwege corona werden de bijeenkomsten voorlopig gestaakt. Door de deelnemers was al wat gepraat over hun jeugdjaren waardoor toch iets van hun verhalen in dit stuk is verwerkt. Telefonisch contact was zelfs extra waardevol. Mevrouw Puck de Vroomen zit op de St. Agathaschool. In 1939 worden deze school en de naastgelegen St. Josephschool gevorderd voor de mobilisatie. Toen begon al het geschuif met leerlingen en schooltijden. Sommige leerlingen vertrokken naar de Beekbrugschool. Er werd op diverse plaatsen lesgegeven. In de filmzaal van de bioscoop achter de Witte Zwaan (waar nu de Digros is) maar ook in de school in de Schoolstraat (nu De Akker). Ook in de HoBaHo werd les gegeven. Puck herinnert zich het zitten in een soort amfitheater. Dat was de veilingzaal. Ze hadden een soort klepkastjes en tot grote ergernis van de juf drukten ze met z’n allen op de knoppen van de veilingklok. Ze vertelt dat thuis in een grote wasketel suikerbieten gekookt werden. Daar werden bietenkoekjes van gemaakt. Dan spijbelde ze, want dat was een lekker karweitje. Omdat er zo onregelmatig les was viel het haar ouders niet eens op. Een broer van haar was op het Triniteitslyceum in Haarlem, wat op een gegeven moment ook niet meer mogelijk was. Maar op een dag in het laatste oorlogsjaar kwam iemand, een man gekleed in vrouwenkleren, op de fiets met houten banden bij de familie Beelen. Het bleek een leraar van het lyceum. In het kantoortje werd omgekleed. Hij at natuurlijk mee, verkleedde zich weer in de vrouwenkleren en ging weer op weg naar Overveen, met o.a. bruine bonen. Toen Puck in de oorlog van de lagere school kwam ging ze naar de rk.mulo. Les kreeg ze in een soort huiskamer in het patronaatsgebouw (nu Welkom). Ze waren met 5 meisjes en een paar jongens. Het examen moest gedaan worden in 1945, maar net als nu met de eindexamens, kon dat niet op de gebruikelijke manier doorgaan. Ze kregen wel hun diploma. Wat doe je dan na de oorlog. Alles is nog erg onzeker. Dan maar naar de huishoudschool aan het Galgewater in Leiden voor de opleiding in huishoudkunde. Nog een hele onderneming. Aan het eind van de oorlog was de brug bij het Groene Kerkje in Oegstgeest, waar de blauwe tram over reed, opgeblazen. Daar was dus de laatste tramhalte vanuit Lisse en daar moest overgestapt worden op kleinere Leidse stadstrammetjes. Er was altijd wel een goed excuus om te laat te komen. Mevrouw Ina van Leeuwen-Groen in ’t Woud is iets jonger dan Puck de Vroomen maar gaat naar dezelfde school. Ze was op de kleuterschool aan de Achterweg geweest. Het schooljaar begon op 1 april. Ze herinnert zich dat ze in de oorlogstijd ook veel thuis was omdat er geen school was. Ook waren er in het hele dorp evacués waarvan ook kinderen naar school moesten. Dat startte al met gezinnen uit Rotterdam. Er kwam gebrek aan van alles. Ze droeg naar school geen schoenen, maar een soort houten zolen met riemen. Dat klepperde enorm. Ze noemt de naam van de klompenmaker: van den Berk. Ina’s man, Aad van Leeuwen, vult aan dat zijn vader ook wel klompen maakte. Hij woonde in De Engel en er waren veel grote gezinnen die natuurlijk allemaal schoeisel nodig hadden. De scholen waren na de oorlog natuurlijk uitgewoond na al die militairen die er gehuisvest waren geweest. De kinderen waren
sterk ondervoed. Er werd gekeken of ze bijvoeding nodig hadden. Zelf kon Ina er net mee door, maar
haar oudere zus en ook haar man Aad kregen extra voeding. In de HoBaHo kregen ze schoolpap. Sommige kinderen waren er nog slechter aan toe. Die werden soms zelfs een tijdje naar Denemarken gestuurd.
Mevrouw Daudeij woonde in de Schoolstraat.Ze vertelde eerder in de verhalentafel: En toen kwam Dolle Dinsdag. Wat een feest. Mijn twee oudste zusjes mochten mee naar het dorp maar ze kwamen alweer snel terug. Vanwege het onder water zetten van Walcheren werden veel evacués in Lissese gezinnen opgenomen. De school tegenover ons huis werd ook door de geëvacueerde kinderen bezocht. Op zekere dag was de school dicht en werd er geen les gegeven. Eén van de meisjes wist dat kennelijk niet. Toen
één van haar zusjes die bij ons woonde haar zag lopen rende ze naar buiten en riep: ‘Jaantje, Jaantje….oans heb vrie.’ Dat is in ons gezin jarenlang een gevleugelde uitdrukking gebleven.

Verder uit de verhalentafel
Aan de verhalentafel schuiven niet alleen geboren Lissers aan. Heiltje Koning–van Vuuren, oorspronkelijk uit de Biesbosch, vertelde: Jullie weten vast wel dat in de oorlog de Biesbosch een plek was waar veel onderduikers een veilige plek zochten. In de kreken lagen overal kleine arkjes waarin ze overnachtten. In 1943 kwamen de Duitsers met grote groene overvalwagens om die onderduikers op te sporen. Als ze gepakt werden, werden ze in de Duitse fabrieken tewerkgesteld. In die tijd werden wij met paard en wagen naar school in Werkendam gebracht. Ik was toen acht jaar. Op een ochtend moest Albert, een van de arbeiders van de polder, ons naar school brengen. We waren nog maar net op weg toen een van ons zei: ‘Kijk . . . daar komt een Duitse wagen aan. Er is vast een razzia’. We vroegen Albert om te draaien. Maar hij antwoordde: ‘Ik moet jullie naar school brengen en dat doe ik ook.’ We kwamen de auto tegen en kregen het bevel om te stoppen. Een Duitse officier kwam naar ons toe met een geweer
aan zijn schouder. Hij vroeg of mijn broer kon rijden. Maar hij zei dat hij dat niet kon en naar school toe moest. Ook de andere jongens konden niet met paard en wagen omgaan. Daarom moest onze Albert toch omdraaien en de officier kwam naast hem zitten. Wij weer terug naar huis. Thuisgekomen moest Albert wat kleding ophalen en afscheid nemen van zijn vrouw en zoontje. Toen moest hij mee in de overvalwagen om in Duitsland te gaan werken. Ik hoor nog de schreeuw van dat kleine ventje. Gelukkig kwam Albert in 1945 weer terug, brood- en broodmager.

Bevrijding
Eindelijk volgt dan de bevrijding. Met overal feesten en optochten, soms nog veel verwarring en onzekerheid. Maar vooral tijd om weer aan de opbouw te beginnen. Voor de scholen was er veel in te halen. Bijvoorbeeld bij de Beekbrugschool. Die was in december 1944 zo’n maand bezet door Duitsers. Zij stookten alle stoelen en banken op om het warm te krijgen en uit balorigheid(?) werden ook de radiatoren vernield. Die winter konden de kinderen niet meer naar school. Op 16 febr. 1946 was er in het Leidsch Dagblad weer een rubriek voor de jeugd. Nog maar klein, want er was nog een papiertekort. Heel veel zaken waren nog steeds op de bon.

Een band
Ik (Liesbeth Brouwer, red) heb nogal geaarzeld of ik over de schooltijd in Lisse zou kunnen vertellen. Ik ben geen Lisser, maar ik ben er van overtuigd dat veel ouderen met mij in de huidige tijd, waarin de kinderen niet naar school konden, teruggedacht hebben aan hun eigen jeugd. Rien, mijn overleden man, vertelde vaak dat hij, op weg naar de kleuterschool waar hij net op zat, op de brug over het spoor de vliegtuigen aan zag komen. De slag om Arnhem was begonnen. Vluchten richting Apeldoorn. Geen kleuterschool en na de bevrijding ook geen huis meer in Arnhem. Voor mij zat de kleuterschool er ook niet in. Toen ik in 1947 aan de lagere school begon zaten we in het verwoeste Elst in de Over-Betuwe in grote, soms gecombineerde, klassen op diverse locaties. De buurgemeente van Elst, Bemmel, was ook zwaar getroffen door het oorlogsgeweld. Persoonlijke herinneringen uit een ander deel van ons land. Dan blijkt dat er toch een verband is tussen al die herinneringen. Want in het Leidsch Dagblad van juli 1945 lees ik dat Lisse in het kader van Nederlandsch Volks Herstel (NVH) Bemmel zal steunen met de wederopbouw. Op 22 febr. 1946 komt een delegatie van Bemmel naar de Witte Zwaan om voor alle geboden hulp te bedanken. “De oorlog vlocht een band tusschen Kersen- en Bollenland” was de leuze. Hier voel je toch even een parallel met de huidige coronatijd waar Rutte zegt: “we gaan dit samen doen”. Samen kregen we ons land en dus ook het onderwijs er weer bovenop. We vieren 75 jaar vrijheid. Om het vrij te zeggen naar de gevleugelde uitspraak bij familie Daudeij: “oans bin vrie.

INGEZONDEN BRIEF

Hoe een klein jochie de oorlog beleefde

Ben geboren in januari 1938. In het begin van de oorlog had ik geen enkel besef van wat er aan de hand was. Later begon ik langzamerhand te beseffen dat er veel Duitse soldaten in ons land waren die ons land wilden inpikken. Er werd verteld dat als er mensen waren die niet deden wat zij zeiden ze gevangen genomen werden en soms doodgeschoten. Ook dat er jonge mannen die zich niet vrijwillig gemeld hadden opgepakt werden om in Duitsland te werken. Ik kan me goed herinneren dat als er geruchten waren dat er een razzia op komst was in de Engelenbuurt waar ik toen woonde, dat mensen van de bedoelde groep het bollenland in liepen om zich te verstoppen. Ook hadden wij een onderduiker (uitgeweken werkweigeraar) uit Texel in huis. Bang hoefde ik niet te zijn, “kinderen deden ze niets” werd mij verteld. Zo werd ik af en toe naar mijn moeders stiefouders in Nieuw Vennep gestuurd om wat tarwe op te halen, want met kinderfietsjes konden ze de oorlog niet winnen. Verder kan ik nog flarden herinneren, zoals takken kappen met een zeer botte bijl in het Reigersbos. Mijn vijf jaar oudere broer sleepte ze dan daarna naar huis. Daar was ik ook toen het vliegtuig bij Bergman neer stortte in het
land. Het schuilen in de kelderruimte tijdens de beschieting van een tram vanuit vliegtuigen, daar had ik een vreselijke hekel aan. Schuilen was helemaal niet nodig want ons huis hadden ze toch nooit geraakt, zo redeneerde ik. Als het dan weer voorbij was gingen we vliegtuigje spelen in de straat, armen wijd en pang, pang, pang roepen. Het verduisteren van de ramen, een kar van de gaarkeuken, tabaksplanten in de achtertuin en in de winter de stinkende schoorstenen want alles wat warmte kon geven ging de kachel in. En toen; dat opgevouwen witte laken werd uitgevouwen en het bleek dat ze drie kleuren had, rood, wit en blauw. Afmarcherende terugtrekkende moffen, dames die verliefd waren op Duitse soldaten werden kaal geknipt. Boerenkarren beladen met feestvierders en op elk pleintje de ‘okipoki’, ik had er nog nooit van gehoord maar dat was snel geleerd.

Frans Schenk.

school Beekbrug de Engel

Internationale Schakelklas (ISK) komt in de Beekbrugschool

In 2018 stopte de RK basisschool Beekbrug in de Engel. De internationale Schakelklas (ISK) Duin- en Bollenstreek vestigt er per 1 januari 2020.

Nieuwsflitsen

Nieuwsblad Jaargang 18 nummer 4, december 2019

De R. K. Basisschool Beekbrug in De Engel is vanwege het teruglopend aantal leerlingen in 2018 gestopt en werd er daarom geen basisonderwijs meer gegeven. Het gebouw stond daarom al een tijd leeg.
Gelukkig gaat nu de Internationale Schakelklas (ISK) Duin- en Bollenstreek zich op 1 januari 2020 vestigen in dit schoolgebouw, zodat het gebouw gespaard wordt voor sloop.

Wel wordt er nu eerst het nodige verbouwd om een optimale en veilige leeromgeving te creëren voor de
ISK. ICT staat daarin centraal. Volgens wethouder Jeanet van der Laan komen er ongeveer 130 kinderen tussen de 12 en 18 jaar naar de ISK Duin- en Bollenstreek in de Beekbrugschool waarvan ongeveer 12 procent uit Lisse. De ISK Duin- en Bollenstreek is in mei 2016 gestart in Katwijk en biedt onderwijs aan leerlingen in de leeftijd van 12 tot 18 jaar die nog maar kort in Nederland wonen en de Nederlandse taal nog niet voldoende beheersen. De verblijfsduur op de ISK is maximaal 2 jaar. Daarna stromen de leerlingen door naar het regulier voortgezet of vervolgonderwijs. Het onderwijs op de ISK is erop gericht om leerlingen zo snel mogelijk te laten door stromen naar het regulierev onderwijs. De ISK Duin-en Bollenstreek is onderdeel van de Stichting Fioretti Teylingen, die in Voorhout gevestigd is. Volgens de ISK organisatie staan de Nederlandse taal en het Nederlands burgerschap centraal in het ISK onderwijsprogramma. Inburgeren bestaat in hun visie niet alleen uit het leren van de Nederlandse taal maar ook het actief lerenvkennen en begrijpen van de Nederlandse cultuur.

Opening Langeveldshof

In de gymzaal van de Openbare school is nu Langeveldshof geopend. Het is een ontmoetingscentrum met dagbesteding.

Nieuwsblad Jaargang 18 nummer 4, december 2019

Nieuwsflitsen

Burgemeester Lies Spruit heeft woensdagmiddag 2 oktober het nieuwe Lissese ontmoetingscentrum Langeveldshof geopend in de oude Openbare Lagere School bij het parkeerterrein Heemskerk in het centrum van Lisse. Zij deed dit door een grote ballon met confetti kapot te prikken, in aanwezigheid van acht mensen van het team van Langeveldshof en de kunstenaars van Plan4/de Oude School….. Het was
een mooi moment na een lange tijd van voorbereiding. Langeveldshof zou al meer dan vijf jaar geleden starten op de bloembollenkwekerij van de familie Langeveld, maar vond uiteindelijk haar plek binnen het cultureel centrum in de Oude Openbare Lagere School aan de Heereweg in Lisse, waarvan Iet Langeveld eigenaar is samen met Wout Ruigrok. Wij zijn als Ver. Oud Lisse heel blij dat deze monumentale school uit 1885 nu een prachtige herbestemming heeft gekregen, de eigenaren geen toestemming om aan dit gebouw een monumentenstatus te verlenen. Tijdens de opening gaf Iet Langeveld aan dat ze blij en trots waren dat de dagbesteding er was en kon beginnen. Karin Kuiper van Langeveldshof legde uit dat Langeveldshof eerst vier dagdelen open gaat, maar dat ze het aantal dagen snel hoopt uit te breiden. Er hebben zich al deelnemer uit Lisse en daarbuiten aangemeld en de ochtend van de opening zijn de eerste deelnemers al hartelijk ontvangen.

Beschutte omgeving
Langeveldshof biedt opvang, gezelligheid en structuur voor mensen die ondersteuning goed kunnen gebruiken. Het is een beschutte omgeving waar mensen actief bezig kunnen zijn met wat zij leuk vinden. Er zijn veel mogelijkheden, bijvoorbeeld op het gebied van tuinieren, koken of bakken en creativiteit. Mensen worden deelnemer als ze het fijn vinden om weer onder de mensen te zijn, structuur nodig hebben of ondersteuning nodig hebben bij het ontwikkelen of behouden van vaardigheden. Sommige mensen komen naar Langeveldshof als zij op een wachtlijst staan bij een verzorgingstehuis. Het ontmoetingscentrum staat open voor alle leeftijden. Bijzonder is dat iedere deelnemer die dat wil de beschikking over een eigen tuintje krijgt. Samen met vrijwilligers kan men daar vanaf komend voorjaar een bollen-, bloemen-, of groentetuintje aanleggen.

Vierde nieuwbouw van de St. Josephschool

Onlangs is de St. Josephschool verhuisd naar de nieuwbouw op het voormalige terrein van het Fioretti College MVO-Lucia, Achterweg 7. Het is niet de eerste keer dat de basisschool naar een nieuw gebouw ging. Voor deze R.K. school  is 4 keer nieuwbouw gepleegd in de ruim 150 jarige geschiedenis. Daarnaast zijn er nog diverse verbouwingen en aanbouw van klaslokalen geweest.

Sporen van vroeger Lisser Nieuws)

23 april 2019

 door Nico Groen

Onlangs is de St. Josephschool verhuisd naar de nieuwbouw op het voormalige terrein van het Fioretti College MVO-Lucia, Achterweg 7. Het is niet de eerste keer dat de basisschool naar een nieuw gebouw ging. Voor deze R.K. school  is 4 keer nieuwbouw gepleegd in de ruim 150 jarige geschiedenis. Daarnaast zijn er nog diverse verbouwingen en aanbouw van klaslokalen geweest.

 

Het begon allemaal in 1867. Het is de tijd van godsdienstvrijheid en van de oprichting van bijzondere scholen, zoals katholieke en protestante scholen. Zo ook in Lisse. Door de Agathaparochie onder leiding van pastoor Heuvels werd aan de overkant van de kerk grond gekocht van Jan Langeveld. Architect Cornelis Dobbe uit Maarssen tekende de school met een woning voor de bovenmeester. Het geheel werd gebouwd op de plek waar nu het gebouw Kloosterhof staat. De officiële naam van deze school werd “ ‘t RC Parochiaal School”. Er waren 2 leslokalen, waar zowel jongens als meisjes les kregen. Er was plaats voor totaal 112 leerlingen. Daarnaast volgden 55 leerlingen het avondonderwijs. Een delegatie van de kerkmeesters vormde met de pastoor het bestuur. Deze benoemde ook de eerste hoofdonderwijzer A.J. Blankers.  Het kerkbestuur bleef tot 1966 verantwoordelijk voor de school. Daarna kwam er een eigen schoolbestuur.

De  school was al gauw te klein. Architect E.J. Margry uit Rotterdam tekende in 1886 een nieuw lokaal aan de achterkant met een gang, waarin nieuwe  toiletten kwamen. J. Barnhoorn Sr. bouwde het geheel. Een paar jaar later kwam er nog een lokaal bij.

Agathaschool voor meisjes in 1902

In deze tijd groeide het aantal inwoners van Lisse enorm. Door de verbeterde hygiënische omstandigheden was de kindersterfte veel lager geworden. Bovendien kwam in 1900 de leerplichtwet. Dit alles betekende een grote toename van het aantal leerlingen. In 1902 werd het St. Agathagesticht (nu klooster genoemd) voor de zusters gebouwd en daarnaast kwam een nieuwe meisjesschool, die St. Agathaschool ging heten (waar nu de Lindenlaan loopt). De school had 8 lokalen in 2 verdiepingen. Daarmee ging eindelijk een grote wens van de kerkmeesters in vervulling. Hier kwamen de meisjes. De jongens bleven in de oude school, die vanaf die tijd St. Josephschool werd genoemd. Op het schoolplein voor het St. Agathagesticht kwam een hek zodat de  jongens en meisjes niet makkelijk bij elkaar konden komen.

Kunstwerk Sint Joseph behoeden voor sloop.

De jongensschool was al gauw weer te klein en stak armoedig af tegen het gesticht en de meisjesschool. Daarom ging de oude school tegen de vlakte. In 1909  bouwden de gebroeders J. en S. Barnhoorn op dezelfde plaats een nieuwe school. In de kopgevel werd hoog in een nis een beeld van Sint Joseph gerealiseerd. Het is in 1909/1910 gemaakt door de Haarlemse beeldhouwer J.P. Maas, die ook diverse beelden en altaren voor de kathedrale basiliek Sint Bavo in Haarlem heeft gemaakt. Pastoor Kleman betaalde uit eigen zak de kosten van 350 gulden. Dit beeld is met de stenen boogvullingen, die het jaar van de bouw vermelden, na de sloop van het schoolgebouw in 1984 tegen de muur van de derde  St. Josephschool geplaatst.  Deze nieuwe school, op de hoek van de Lindenlaan en de Achterweg, was gebouwd in 1978 en staat nu dus op de nominatie om op zijn beurt gesloopt te worden.

Ondertussen was de meisjesschool met de St. Josephschool samengevoegd. Dat gebeurde in 1967, toen de zusters van de meisjesschool vertrokken.

De VOL hoopt dat het monumentale beeld van Sint Joseph weer een goede bestemming krijgt.

Foto: De kopgevel van de St. Josephschool uit 1909 met het beeld van Sint Joseph, gemaakt door J.P. Maas.
Foto en info uit het boek ’t Parochiaal School 125 jaar, geschreven door A. Hulkenberg in 1991.

 

 

Foto: De kopgevel van de St. Josephschool uit 1909 met het beeld van Sint Joseph, gemaakt door J.P. Maas.

 

Foto en info uit het boek ’t Parochiaal School 125 jaar, geschreven door A. Hulkenberg in 1991.

Don Boscoterrein onherkenbaar

In 1951 werd de Don Boscoschool gebouwd in stijl van de Delftse School door  de 100 jaar geleden geboren archtiect Aad Paardekooper.  Het is geen gemeentelijk monument geworden door de vele aanpassingen.

Sporen van vroeger ( Lisser Nieuws)                                       

23 oktober 2018

door Nico Groen

Na de sloop en het kappen van bomen en struiken in 2016 leek er niet veel te gebeuren op het terrein van de voormalige Don Boscoschool. Tot deze zomer. De werkzaamheden werden voortvarend aangepakt. Eerst werd een nieuwe vaart gegraven in de vorm van een T, loodrecht op de Rijnsloot. De uitgegraven grond werd gebruikt om de rest op te hogen. Vervolgens werden de wegen ingemeten. Op het tracé is nu een flinke laag verharding aangebracht. Niets op het terrein herinnert meer aan de bebouwing van de Don Boscoschool, dat een uitgebreid scholencomplex voor speciaal onderwijs was.

In 1951 werd de Don Boscoschool gebouwd. Er werden toen 7 lokalen met een grote speelzolder gerealiseerd. Eigenlijk was de school in 1953 al te klein en werden er plannen gemaakt voor uitbreiding. In 1956 zijn er daarom een aantal lokalen bijgebouwd. In 1964 werd de school uitgebreid met een vleugel voor administratie, secretariaat e.d. Ook kwam er een motorisch therapielokaal bij. In 1982 startte er een renovatie, die in 1983 werd afgerond.

 Aad Paardekooper, 100 jaar geleden geboren

De school is gebouwd door het bekende architectenbureau Paardekooper en Barnhoorn uit Lisse, dat veel bouwwerken in Lisse heeft gerealiseerd. Paardekooper is precies 100 jaar geleden in 1918 geboren. Tijdens de eerste jaren na zijn opleiding was hij gefocust op de Delftse School. Later in zijn carrière  bouwde hij veel in de stijl van de Bossche School, zoals de Mariakerk.. De Delftse School stond van 1925 tot 1955 in de belangstelling van veel architecten. De naam Delftse School werd door architect J. Oud van de kunstenaarsgroep De Stijl in het leven geroepen en was gebaseerd op de ideeën van hoogleraar M. Molière uit Delft. Het was een reactie op de Amsterdamse School, die volgens Molière te decoratief was ingesteld.

Volgens de Delftse School lag schoonheid juist in eenvoud en was een goede harmonie tussen massa, ruimte en lichtval belangrijk. Architectuur moest nederig zijn en vooral niet opvallen. De functie van een gebouw moest tot uitdrukking komen in de vorm. Daarom werd ook een groot onderscheid gemaakt in de vormgeving van woonhuizen (simpel en ingetogen) en publieke gebouwen als stadhuizen en kerken, die juist monumentaal moesten zijn om hun functie te benadrukken. Kenmerkend voor de Delftse School is het gebruik van bakstenen en brede kozijnen. De architectuur van de Delftse School heeft de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog in sterke mate beheerst.

De eerste opzet voor de Don Boscoschool dateert van 1950, toen Paardekooper nog in de ban van de Delftse School was. Vandaar dat de school in deze stijl werd ontworpen.

Geen gemeentelijk monument

Stichting Dorp, Stad en Land uit Rotterdam is sinds 1929 actief op het gebied van landschap, stedenbouw, architectuur en cultureel erfgoed. DSL heeft onafhankelijke adviseurs voor ruimtelijke kwaliteit en erfgoed in dienst. In 2007 heeft DSL alle relevante gebouwen in Lisse bekeken  in opdracht van de Gemeente Lisse nadat de Cultuur-Historische Vereniging ‘Oud Lisse’ hierop had aangedrongen. DSL beoordeelde relevante gebouwen die in aanmerking konden komen te worden voorgedragen als gemeentelijk monument. De Don Boscoschool was echter niet monumentwaardig door de vele uitbreidingen en renovaties, die niet in de stijl van het oorspronkelijk gebouw waren uitgevoerd.

De Delftse School gebruikte veelal bakstenen bij de bouw. Foto Wim Bosch

 

 

Tuinbouwschool open met Monumentendag

De school is gebouwd door Van Nes enTol sr. in de ‘Um 1800’ stijl in 1910. Na renovatie in 2011 is het een bedrijfsverzamelgebouw

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

14 augustus 2018

door Nico Groen

Op  8 en 9 september zijn weer de Open Monumentendagen. Ook Lisse doet op zaterdag 8 september mee. Het plaatselijke organisatiecomité heeft maar liefst 22 eigenaren bereid gevonden hun monumentale gebouw open te stellen voor ieder, die daarin geïnteresseerd is. Een van de opengestelde gebouwen is de voormalige Rijks Middelbare Tuinbouw School op Heereweg 345. Het is een gemeentelijk monument.

Het schoolgebouw met een woning voor de directeur is ontworpen in 1910 door het architectenbureau Van Nes en Tol uit Rotterdam in ‘Um 1800’ stijl. De namen van de architecten zijn te vinden op een gevelsteen. Leen Tol sr. verhuisde later naar Lisse. ‘Um 1800’ is een stijl, die teruggrijpt op de bouwstijl van eind 18e eeuw. Dit is bij de school vooral terug te vinden in het middengedeelte van de voorgevel. De entree heeft houten deuren met glas en natuurstenen elementen. De natuurstenen omlijsting loopt tot de dakrand omhoog. Het grote bovenlicht boven de voordeur is van glas-in-lood en werd uitgevoerd met  een tulpenmotief.

Waar blijft de klok?

Daarboven is een grote ronde boog te zien. Het oude wapen van Lisse in de kleuren blauw met goud is in deze boog goed te herkennen. Tijdens de renovatie in 2011 is voor het herstel echt bladgoud gebruikt. De omlijsting van het portiek is rijk versierd met zuiltjes en gebeeldhouwde slingers in bloemmotief. Dit soort elementen werd veel gebruikt in de ‘Um 1800’ stijl. Een zelfde soort boog als boven het portiek is in de dakrand verwerkt. Binnen deze boog was een grote markante schoolklok te zien. Bij de grootschalige renovatie in 2011 is deze klok helaas verdwenen. De VOL heeft er al diverse keren op aangedrongen de klok al of niet werkend terug te plaatsen. In het ronde ornament hoort namelijk duidelijk een klok.

Symmetrische gevel

Het gebouw is aan de voorkant symmetrisch wat te zien is aan de raampartijen boven en beneden. Ook de twee  dakkapelletjes en beide markante schoorstenen op het dak zijn symmetrisch gebouwd. De ramen op de begane grond zijn veel kleiner dan die op de eerste verdieping. De kleine rechthoekige vensteropeningen op de begane grond lijken echter veel groter dan ze in werkelijkheid zijn. Dat komt door gebruik van brede natuurstenen lateien boven en onder de vensters en een smal muurtje tussen 2 raampartijen.

Na de renovatie in 2011 is de school in gebruik genomen als bedrijfsverzamelgebouw. Het gebouw kreeg hiermee gelukkig een nieuwe bestemming nadat het de functie van school had verloren. De zolder is ook in gebruik. Tijdens de Open Monumentendag is het zeer de moeite waard de grote zolder met zijn houten balkenconstructie te bewonderen.

Vereniging Oud Lisse reikt jaarlijks een erepenning uit aan een goed gerestaureerd of onderhouden gebouw in Lisse. Het prachtige schoolgebouw, gerenoveerd onder leiding van GVB Architecten uit Warmond kreeg in 2012 deze erepenning.

Foto:  Het middengedeelte van de voorgevel van de school. Foto: Nico Groen

 

 

De Beekbrugschool tijdens de oorlog

De Beekbrugschool stopt zijn activiteiten. Het wel en wee tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt beschreven.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

3 juli 2018

 Nico Groen

Aan het einde van het schooljaar 2017-2018 sluit de school Beekbrug zijn poorten. Het aantal leerlingen is te laag voor het voortbestaan van de school. In vorige columns van Sporen van vroeger hebben we de geschiedenis van de school en het gebouw als monument beschreven. Omdat er over de periode rond de Tweede Wereldoorlog veel te melden is, komen we nogmaals terug op de Beekbrugschool.

De gymzaal was al in 1931, een jaar na de nieuwbouw, omgebouwd tot bewaarschool. De leerlingen konden dus geen gymles meer volgen. Dat vonden de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog niet goed: de kinderen moesten wel gymles krijgen. De bezetters vonden namelijk dat kinderen sportief en gezond moesten zijn. De oude bewaarschool werd daarom weer ingericht als tot gymzaal. De bewaarschool werd overgebracht naar het Verenigingsgebouw dat vóór de bouw van de H.H. Engelbewaarderskerk dienst had gedaan als noodkerk. Nu is in dat gebouw zalencomplex De Kleine Engel gevestigd. Tijdens het laatste gedeelte van de oorlog barstten de scholen uit hun voegen. Na de oorlog werd de gymzaal maar weer omgetoverd tot klaslokaal.

Tot 1941 hadden de leerlingen op woensdag- en zaterdagmiddag vrij. De schaarste aan steenkolen en andere brandstoffen leidde ertoe dat de kinderen op woensdagmiddag naar school moesten. Op zaterdag kregen ze dan de hele dag vrij. Bovendien was er al die jaren een lange wintervakantie van half december tot twintig januari in verband met de brandstofschaarste.

Bezet door de Duitsers

Begin december 1944 worden het Verenigingsgebouw en de beide scholen bezet door de Duitsers. Zij hebben daar nog geen maand doorgebracht, maar het had wel grote gevolgen. Om het warm te krijgen hebben ze in die tijd alle stoelen en banken opgestookt. Ook de radiatoren waren vernield. Volgens pastoor J.C. de Groot waren de radiatoren uit baldadigheid door de Duitsers stukgeschoten. Het gevolg was, dat de kinderen die winter niet meer naar school konden. “We leven in de catacombentijd. Slechts het allernoodzakelijkste kan doorgaan” somberde de pastoor.

Burgemeester duikt er onder

De jongens kregen  les van de broeders van Saint Louis uit Oudenbosch, die in De Engel in het broederhuis woonden. In de laatste oorlogswinter kwam er een ‘broeder’ bij. De burgemeester van Lisse, Jhr. Mr. F.J.C.M. van Rijckevorsel, was er toen ondergedoken. Hij vreesde namelijk opgepakt te worden door de bezetters. Hij was ondergedoken onder de naam broeder Seraphinus.

Bovenstaande gegevens en die van de vorige 2 columns van Sporen van vroeger zijn voor een deel ontleend aan de herdenkingsboekjes ter gelegenheid van het 50- en 75-jarig bestaan van de Engelbewaarderskerk.

Een luchtfoto van de school, gemaakt na de bouw in 1930. Foto: Beeldbank Lisse.nl

 

Beekbrugschool is een gemeentelijk monument

De Beekbrugschool stopt zijn activiteiten. Het gemeentelijk monument uit 1930 wordt beschreven.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

19 juni 2018

 Nico Groen

Aan het einde van het schooljaar 2017-2018 sluit de Beekbrugschool zijn poorten. Het aantal leerlingen is te laag voor het voorbestaan van de school. Dat is natuurlijk heel erg voor de leerlingen en de onderwijzers, maar ook voor het gebouw zelf.

Het pand bestaat uit 2 bouwvolumes: de vroegere jongensschool en de vroegere meisjesschool. Deze 2 gebouwen waren oorspronkelijk verbonden door middel van een lager deel, gebouwd als gymzaal. De school werd in 1930 gerealiseerd onder architectuur van C.W. Barnhoorn en Th. van der Eerden uit Lisse. De Gebroeders Oostrom uit Warmond bouwden de scholen voor 86.600 gulden. Tijdens en na de oorlog nam het aantal leerlingen sterk toe. In 1948 is daarom door architectenbureau Paardekooper-Barnhoorn een verdieping op de gymzaal ontworpen. Met deze uitbreiding was al in 1930 rekening gehouden. Voor de oorlog waren de plannen er al, maar door de oorlog konden deze niet worden uitgevoerd. Ook in 1948 kon nog niet met de bouw worden begonnen, omdat er zo vlak na de oorlog een groot gebrek aan bouwmaterialen was. In 1948 was niets meer te krijgen. Aannemer Kiebert bouwde deze verdieping  pas in 1949.

In 1976 is aan de oostkant in het midden van het gebouw een nieuwe gymzaal in dezelfde stijl gerealiseerd. Deze staat dwars op de school zelf.

Waarom een monument?

Door acties van de Vereniging Oud Lisse is het schoolgebouw met als adres Heereweg 455 sinds 2008 een gemeentelijk monument.

Op verzoek van de  gemeente is toen door de Stichting Dorp, Stad en Land een inventarisatie in Lisse gemaakt om tot een evenwichtige toewijzing tot gemeentelijk monumenten te komen. In de inventarisatie staat de motivering waarom een gebouw een gemeentelijk monument zou moeten zijn. In het rapport over de Beekbrugschool staat dat het gebouw een gaaf voorbeeld van tijdgebonden architectuur is. Dit komt door de unieke bouwstijl en het gebruik van het materiaal. Omdat zowel de jongensschool als de meisjesschool dezelfde voorgevel hebben, is het gebouw vrijwel symmetrisch. Aan beide zijkanten van de gymzaal, dus aan de west- en oostkant, is een grote uitbouw gerealiseerd.  Naast deze grote uitbouwen bevinden zich aan iedere kant 2 erkerachtige aanbouwsels. De gevelopeningen aan de voorzijde hebben diverse afmetingen, maar vormen wel een geheel. Een belangrijk deel van de ramen is voorzien van roeden.

De gevels zijn gemaakt van rode baksteen in zogenaamd kettingverband. In kettingverband wil zeggen dat iedere steenlaag bestaat uit 2 normale strekkende stenen, afgewisseld met een steen met de kopse kant naar voren. De eerste verdieping, die in 1949 is gerealiseerd heeft dezelfde bouwstijl, evenals de gymzaal uit 1976.

Wat brengt de toekomst?

De Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse” is benieuwd wat er in de toekomst met het gebouw gaat gebeuren. Aan een gemeentelijk monument mag namelijk aan de buitenkant niets belangrijks worden veranderd. Er zijn dus niet al te veel mogelijkheden voor een nieuwe gebruiker. Aan de binnenkant is het behoud van de oorspronkelijke staat niet zo van belang, hoewel de Vereniging het jammer zou vinden als er te veel aan veranderd zou worden.

De voormalige meisjesschool in 2018 met links de gymzaal met verdieping. Foto: Nico Groen