Berichten

Oranjelaan 76 – Voormalig school ‘Dominicus Savio’

Sinds 2014 is er een uitvaartcentrum. Daarvoor  het Nova College.

Kadaster: D-6173. Bouwjaar; 1955. Architect: Bureau Paardekooper en Barnhoorn.

In 1955 is deze school, de RK Dominicus Savio mulo, ontworpen door het bekende architectenbureau Paardekooper-Barnhoorn uit Lisse. De bouwkosten bedroegen in 1955 f175.000 De stijl waarin dit gebouw is ontworpen is Delftse School met invloeden van de Bossche School.
De school is duidelijk herkenbaar als een Paardekooper.
Het pand heeft een rechthoekige plattegrond, is twee bouwlagen hoog en wordt afgedekt met dubbel zadeldak. De voorgevel is symmetrische met zeven vensterassen en een galerij voorzien van arcadebogen. De voorgevel wordt afgesloten met twee frontons. Gevelbeëindiging door middel van een omlopende betonnen lijst met daarboven een fries met siermetselwerk.
De gevel is opgetrokken in rode baksteen in wildverband. Gevelbeëindiging door middel van betonnen lijst met daarboven fries met siermetselwerk in ruitmotief en twee frontons, waarvan de timpanen in vlak metselwerk zijn uitgevoerd.

Aan dit gedeelte van de Oranjelaan/Nassaustraat werden door het architectenbureau Paardekooper-Barnhoorn meerdere gebouwen gereali

seerd met een RK. Signatuur. De Mariakerk en de pastorie werden in 1952 gebouwd. De R.K. lagere school St.Willibrord en Gebouw Mariënburcht, het RK jeugdhuis en kleuterschool (fröbelschool), ontstonden ook in die jaren.

Jarenlang was Oranjelaan 76 het onderkomen van leerlingen. De Dominicus Savioschool was er gevestigd (later Nova College).

Toen het gebouw haar onderwijsfunctie verloor werd gezocht naar een andere invulling. In 2013 resulteerde dat in de verkoop van het gebouw aan Uitvaartzorg Bollenstreek St. Barbara.

Oranjelaan 76 werd na verbouw en aanpassing begin 2014 als Uitvaartcentrum Bollenstreek in gebruik genomen.

De binnenkant van de school

Aan de voorkant is een galerij

De voorzijde van de school

Voor DSL beschrijving klik hier: Oranjelaan_76

Schoolstraat 11a – School ‘De Akker”

De school had eerst 4 lokalen, korte tijd later  is de school uitgebreid naar links.

Kadaster: D-7247. Bouwjaar: 1905.

Sinds 1901 was er de leerplichtwet, maar onder bepaalde groepen was er een grote achterdocht voor de openbare scholen. Hoewel een groot financieel offer werd gevraagd van de ouders, werden er overal scholen voor bijzonder onderwijs opgericht. Eind 1904 werd in Lisse de “Vereniging tot het verstrekken van onderwijs op Gereformeerde Grondslag” opgericht. Het terrein waarop de school staat kwam in 1905 in handen van deze vereniging. Maar ten behoeve van de school moest men ook op eigen kosten een brug over de toen nog niet gedempte gracht laten aanleggen. Dank zij voortvarende gemeenteleden kwamen de financiën rond en in dec. 1905 werd de eerste gereformeerde school in Nederland met 4 lokalen, geopend. De brug en de woning voor het hoofd waren ook gereed. De school had zelfs verwarming, maar waterleiding was er niet. Dank zij enkele gemeenteleden kreeg men echter een mooie regenbak van 1200 liter cadeau. Tot de gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs in 1920 blijft het exploiteren van een school een moeizame onderneming, vooral omdat het in die tijd economisch achteruit ging. Men ondernam van alles om de zaak rond te krijgen. Zo werd het water uit de regenbak verkocht voor 2 cent de emmer. Ook werden er bollen geteeld op het terrein van de school. In 1918 werd er zelfs turf (veenlaag van 10 turven dik,achter de school) gestoken voor de verkoop. In 1920 worden openbaar en bijzonder onderwijs gelijkgesteld. Er hebben diverse uitbreidingen van de school plaatsgevonden. In 1984 krijgt de school de naam “de Akker”.

Voor DSL beschrijving klik hier: Schoolstraat_11b

Vuursteeglaan 09 – voormalig elektriciteitsgebouw

In dit voormalig elektriciteitsgebouw is nu de volksuniversiteit gevestigd.

Kadaster: B-3084. Bouwjaar: 1931. Architect: bureau K. Barnhoorn en Th. van der Eerden.

Dit gebouw voor de technische dienst van het elektriciteitsbedrijf werd in 1931 ontworpen door architectenbureau Kees Barnhoorn en Theo van der Eerden. In een Nieuw Historiserende Stijl met enkele kenmerken van de Amsterdamse School.
Op verdiepingsniveau is in strakke letters aangegeven: ELECTRICITEITSBEDRIJF HILLEGOM-LISSE-SASSENHEIM.
Overigens: de eerste vestiging van dit bedrijf in Lisse was op de Wagenstraat 42 (30 mei 1921), de vestigingsdata voor Hillegom en Sassenheim waren resp. 3 juni 1921 en 1 juni 1921.
Het gebouw wordt nu gebruikt door de Volksuniversiteit Lisse.
Pand op rechthoekige plattegrond, twee bouwlagen hoog onder een plat dak. Symmetrische voorgevel met zeven vensterassen en middenrisaliet met ingangspartij. Middenrisaliet wordt met stoere, sobere borstwering afgesloten. De gevels zijn opgemetseld in gele baksteen in kettingverband. Ter hoogte van de onderdorpels bevinden zich rollagen van rode baksteen. Op de gevel werd in 1983 een reliëfmozaïek aangebracht naar een ontwerp van de kunstenaars Frans van der Veld en Truus van der Veld.

Voor DSL beschrijving klik hier: Vuursteeglaan_9

Lissese kunstenaars kopen de Oude Openbare School

De Lissese kunstenaars Wout Ruigrok en Iet Langeveld hebben de oude openbare lagere school aan de Heereweg gekocht. Ze gaan er iets moois van maken.

Nieuwsflitsen

Nieuwsblad Jaargang 16 nummer 4 Herfst 2017

Gigantisch blij waren ze, Wout Ruigrok en Iet Langeveld, kunstenaars van het atelier ’Plan4’, toen ze op 30 oktober  hoorden dat ze nu wel op plek één waren beland om de oude Openbare Lagere School (OLS) te kopen voor de huisvesting van hun atelier! Net voor het ter perse gaan van dit blad kregen we te horen dat de koop ook  daadwerkelijk door gaat. Ook de Ver. Oud Lisse is zeer verheugd en hebben Wout Ruigrok en Iet Langeveld van harte gefeliciteerd! Het is hun na de jarenlange inzet van onze Ver. Oud Lisse voor het behoud van de oude OLS van harte gegund!! En ook de Lissese dorpsgemeenschap reageerde enthousiast. Via Facebook stroomden honderden felicitaties binnen.
Iet Langeveld en Wout Ruigrok voor de Oude School die zij hebben gekocht. Van de tien belangstellenden voor de Oude School hadden vijf gegadigden een financieel bod gedaan en een uitgewerkt plan voor het pand mogen indienen. De gemeente Lisse had daarbij aangekondigd dat niet
alleen naar de hoogte van het bod zou  worden gekeken, maar ook naar de plannen voor het leegstaande schoolgebouw. De namen van de vijf gegadigden zijn niet bekend gemaakt. Nog maar kortgeleden, op 5 oktober, stortte de wereld van Wout Ruigrok en Iet Langeveld in elkaar omdat ze toen hoorden van de Gemeente Lisse dat ze ‘slechts’ als No 2 werden gekozen met hun plannen voor de Oude OLS en dus niet als de kopers werden aangewezen. Ze waren van het begin af aan wel favoriet, want beide potentiële
kopers No 1 en No 2 hadden financieel vrijwel gelijke scores. Maar de maatschappelijke impact van de
plannen van koper No 1 was volgens de Gemeente Lisse iets positiever, wat de reden is geweest voor de gemeente om voor koper No 1 te kiezen. Op donderdag 2 november kwam als donderslag bij heldere hemel de boodschap waardoor de kaarten anders kwamen te liggen. Gegadigde No 1 die door de gemeente Lisse was gekozen om het project aan te gaan en die dag de koopovereenkomst zou tekenen,
haalde de plank niet. Het gevolg: Het kunstatelier ‘Plan4’ werd nu de eerste gegadigde. Die
mededeling ontvingen de kunstenaars met grote vreugde.

‘Plan4’, nu gehuisvest in het Heemskerk pand vlak naast de oude OLS, blijft dus in Lisse, op bijna dezelfde plek als nu, waar het met allerlei activiteiten aan de slag wil. “We zijn heel erg blij met deze ontwikkeling”, aldus Iet Langeveld. “Ongelofelijk hoe het allemaal is gegaan. We zitten nu bijna
negen jaar hier met ‘Plan4’. Eerst de Factorij, toen weer niet. Toen ‘Plan4’ kopen. Toen weer niet. Daarna de school kopen en daarbij tweede worden. En nu dit….”
Wout Ruigrok geeft aan dat er nog wel van alles geregeld moet worden, maar hij heeft er alle vertrouwen in dat het allemaal gaat lukken. Wout Ruigrok en Iet Langeveld willen in de Oude School onder andere
een dagopvang voor jong dementerenden, repetitie- en atelierruimte, muziekuitvoeringen en “een bloeiende schilderspraktijk” realiseren. Ook de keramiekafdeling van Lia Schalk, die nu nog boven het huidige domicilie van ‘Plan4’ werkt, verhuist mee. Tuin-en landschapsarchitecte Angela Warmerdam heeft een ontwerp voor een ‘pocketpark’ bij het pand gemaakt. Ze zijn er trots op dat ze op eigen kracht de bank achter de plannen hebben gekregen en zijn enorm blij dat het nu allemaal kan doorgaan en met ons vele anderen, gezien het enorme aantal steunbetuigingen bij de aanvraag tot aankoop. Ze gaan er iets moois van maken.

Iet en Wout mogen weer terug naar school

Commentaar van de Ver. Oud Lisse op het Raadhuispleinplan

Nieuwsflits

NIEUWSBLAD Jaargang 13 nummer 4, oktober 2014

In de raadsvergadering van 26 juni 2014 werd door de raad het enigszins aangepaste Raadhuispleinplan (genaamd De Factorij) besproken. Dit plan was in hoofdlijnen goed gekeurd door de vorige raad in december.Tijdens de raadsvergadering van 26 juni hebben verschillende organisaties (o.a. actiegroep “Heemskerkplein moet blijven”) en andere belanghebbenden ingesproken en kritische op- en aanmerkingen gemaakt. Namens de Ver.Oud Lisse heeft Wim Bosch toen ingesproken. O.a. werd het volgende commentaar gegeven:

l. Op zich heeft de Ver. Oud Lisse geen problemen met de bouwstijl maar deze kolossale appartementengebouwen passen niet op deze plek in ons historische centrum. Dat nu dit grootschalige appartementen project midden in het centrum gaat plaatsvinden tast ons historische centrum enorm aan, met name de grote woontoren van 14,5 m hoog pal naast de oude monumentale kerken (rijksmonumenten).

2. De Ver. Oud Lisse dringt sterk aan bij de gemeente (net als Bond Heemschut) om de oude Openbare School uit 1885 niet te slopen. De Bond Heemschut heeft al eerder een rapport opgesteld waarin ze deze unieke school bijzonder waarderen als een zeldzame monumentale Openbare lagere school uit die tijd. Helaas heeft het er alle schijn van dat de gemeente geen enkele intentie heeft gehad om middels overleg met de projectontwikkelaar te koersen in de richting van een planopzet waarbij het schooltje geïntegreerd kon worden in de nieuwe opzet. Naar nu blijkt heeft de gemeente de regie in het project geheel verloren en de grondeigenaar Horsman bepaalt eigenlijk wat er gebeuren gaat! Onbegrijpelijk ook dat de Gemeente Lisse al in 2010 (n.b. tijdens de zomervakantie!) een sloopvergunning heeft afgegeven terwijl het Raadhuispleinplan nog lang niet afgerond was! Behoud van deze school is ook van belang voor veel verenigingen die een plek zoeken en daar later ondergebracht zouden kunnen worden!.

3 . In hoeverre de monumentwaardigheid van de omliggende monumenta­le kerken (Rijksmonumenten) hierdoor wordt aangetast moet door de Monumenten cie op basis van de nieuwe Modernisering Monumentenzorg

(MoMo) wet, sinds januari 2012 van kracht, eerst bekeken worden. In deze nieuwe wet is behoud van Cultuurhistorie in de bestemmingsplannen een verplicht item geworden. In plaats van bouwvergunningen moeten nu omgevingsvergunningen worden verstrekt. 4. Het centrum gebied heeft nu een prachtig groene uitstraling ( 6 monumentale 100 jaar oude lindebomen en een bijzondere 150 jaar oude monumentale eik!), (zie hieronder bijlage 2).Vergelijkbaar met het park Rusthof in het centrum van Sassenheim. Mogen zomaar deze 6 beeldbepalende monumentale bomen langs de Heereweg die op de gemeentelijke monumentale bomenlijst staan worden gekapt door Horsman t.b.v. dit Factorij project? Wat is dan de waarde van een gemeentelijke monumentale bomenlijst.

Het antwoord op deze punten van kritiek was zeer teleurstellend. Men wilde er gewoon niet in detail op in gaan en er zich in verdiepen, want het was volgens de nieuwe raad al een afgedane zaak door de vorige raad. (in december 2013). Deze punten zijn in het halfjaarlijkse overleg met de gemeente Lisse in september 2014 weer in gebracht. Zal alsnog op gereageerd worden.

Ook werden wij door Horsman uitgenodigd voor een presentatie van het plan De Factorij.

Het is wel duidelijk dat de gemeente de regie geheel kwijt is en Horsman gewoon zijn gang laat gaan i.v.m. hun grondaankoop op het Raadhuisplein al jaren geleden. Als ze de oude Openbare School willen behouden krijgt de gemeente een claim aan de broek, ondanks het advies van de Bond Heemschut. Vergelijk het door de gemeente niet willen toekennen van de gemeentelijk monumenten status aan het sigarenmagazijn “Juliaantje” naast het Hofje van Six in de Kanaalstraat, waardoor dit gesloopt werd door de projectontwikkelaar.

 

 

Schrijver van Dik Trom C.J. Kieviet was hier schoolmeester

In 1877 kreeg Kievit een aanstelling bij de Openbare Lagere School in Lisse. Hij trouwde met Gezina Louisa Veldhujzen van Zanten. Zijn verhalen over Dik Trom zijn te herkennen in situaties in Lisse.

Door Deen Boogerd

NIEUWSBLAD Jaargang 13 nummer 1, januari 2014

Onlangs kwam er een verzoek uit het Noord Hollandse Eters-heim. Een medewerker van het daar pas geopende museum, “het Schooltje van Dik Trom”, vroeg ons of wij een huwelijks-acte konden opduiken aangaande het huwelijk van Cornelis Johannes Kieviet (schrijver van Dik Trom) en de toen in Lisse woonachtige Gezina Louisa Veldhuijzen van Zanten. Uit de opgeviste akte bleek inderdaad dat zij; “op heden den vierden der maand October achttien honderd drie en tachtig” te Lisse in het huwelijks bootje waren gestapt. Aldoende kwamen er nog wat meer bijzonderheden over CJ. Kieviet tevoorschijn. Na de kweekschool in Delft werd hij in 1877 hulpleerkracht in Vijfhuizen. In 1879 kreeg hij een aan­stelling in Lisse. Omstreeks die tijd ontmoette hij zijn toekomstige bruid Gezina Louisa Veldhuijzen van Zanten. Na een kort verblijf in Den Haag werd hij in 1883 hoofdmeester te Etersheim. Daar begon hij zijn eerste boeken te schrijven. In één van zijn werken “Nog niet te laat!”, beschrijft hij hoe Johan Poster vanuit school door het bos langs het kasteel naar huis loopt.

Hieronder “klein Veenenburg” aan de Loosterweg, eind Zwartelaan. Zien we het laatste kaphout van een donker woud op de voorgrond ?….. (Zwarte laan, Woudzicht)

De woning “Woudzicht” is waarschijnlijk “klein Veenenburg” aan de Loosterweg, het ouderlijk huis van zijn geliefde. Het huis is ruim een halfuur gaans van het dorp “Bloemenhoven” (Lisse). Ook “Zandvliet” zoals de Keukenhof toen heette beschrijft hij in dat boek. In een ander boek, met de titel “De hut in het Bos”, zijn de vergelijkingen nog duidelijker in de omgeving en op de personages te plakken. Al op de eerste pagina maken we kennis met opa “Bolland van de Heuvel” waarin Marinus Veldhuijzen van Zanten zijn schoonvader te herkennen is.

Johannes en Gezina Kieviet detail uit fam.portret Veldhuijzen van Zanten.

In bijna al zijn boeken ging Kieviet uit van een bestaande situatie en voor hem bekende personages. Zo zijn de verhalen van Dik Trom zo goed als zeker in Kieviets geboorteplaats Kruisdorp (na 1868 Hoofddorp) te plaatsen. Direct na hun trouwen verhuisden zij naar het dorpje Etersheim en woonden daar in de meesterswoning  aan de school. Nu schoolmuseum “Het schooltje van Dik Trom”, de naam is wel tegenstrijdig als je er vanuit gaat dat Dik Trom in Hoofddorp opgroeide maar zijn eerste boeken werden in Etersheim geschreven dus ook Dik Trom als fictief persoon is daar ontstaan. In een uitgave van “Meerhistorie”, is een artikel gewijd aan Dik Trom. Het stuk beschrijft een gezin van acht kinderen met de naam Buurman uit het oude Hoofddorp. Eén der kinderen, Dirk David zou model hebben gestaan voor Dik Trom. Zijn oudste zus Willemijntje Buurman was getrouwd met Eaurens Kieviet. Hij was de eerste schoolmeester te Lisserbroek een iets oudere broer van de schrijver. Dankzij zijn schoonzus kwam de auteur met Dirk David en hun gezin in aanraking. “Het is een bijzonder kind en dat is-ie”, die gevleugelde uitspraak zal een vaak gehoorde kreet zijn geweest als de verhalen over Dirk Buurman de ronde deden en nu nog weerklinken in de boeken over het leven van Dik Trom. J.C. Kieviet woonde waarschijnlijk na zijn aanstelling te Lisse in bij zijn broer in Lisserbroek want hij is nooit ingeschreven als woonachtig te Lisse. Wel is zeker dat Gezina in die tijd bijles kreeg in de Engelse taal bij Eaurens Kieviet. Tja, dan kun je elkaar bijna onmogelijk mislopen!

Bron

Gemeentearchief van Lisse

Archief “Vereniging Oud Lisse”

Museum “Het schooltje van Dik Tromt” te Etersheim

Uitgave nr. 2 van ‘Meerhistorie, cultuur historisch Haarlemmenneer ‘ Juni2013

Biografisch Woordenboek Nederland

Meer weten?

http://hetschooltjevandiktrom.nl/nieuwsbrief
http://www.historici.nl/Onderzoek/Projecte BWN/lemmata/bwn3/kieviet
http://www.dbnl.org/tekst/geld023cjoh01_01/geld023cjoh01_01.pdf

Wie weet raad: foto Grullemans

Een klassefoto, omstreeks 1930 gemaakt. De vraag is van welke school en jaar is deze foto. Wie staan er op.

Redactie

Jaargang 11 nummer 3, juli 2012

nze vorige oproepen hebben helaas geen reacties opgeleverd. Toch zullen er vast wel personen zijn die iets aanvullends kunnen vertellen. We wijzen u er op dat de vragen (en zo mogelijk ook de oplossingen) altijd nog terug te vinden zijn op onze website www.oudlisse.nl. Laat het ons weten wanneer u nog iets te binnen schiet!

Deze keer een foto die we gekregen hebben van mevr. Grullemans. De foto zal ongeveer dateren uit 1930. Ook zijn er wel wat namen bekend. Maar er blijft nog genoeg over waar we graag antwoord op willen hebben, zoals welke klas en school is dit, kunnen we een complete namenlijst bij elkaar krijgen? Misschien zijn er wel leuke verhalen uit die tijd op te schrijven. We dagen u weer uit! Namen die bekend zijn:

bovenaan de leerkrachten: waarschijnlijk links Juf Bosma en de linker man het hoofd van de school meester Kingma. Dan de leerlingen. Wat namen: Kees van der Mey (rechts achterin), Marinus, led van Zanten Hooster ,…Alders,  ….Mastenbroek, ….Werkhoven, v.d.Mey (Jantje), Werkhoven, Zus Tissing, Wout Schipper Een nogal onvolledig lijstje dat vraagt om aanvullingen.

Schoolfoto, die rond 1930 gemaakt is

Erepenning 2012 voor de Tuinbouwschool

De jaarlijkse erepenning voor een goed gerestaureerd of gerenoveerd gebouw is dit jaar voor de voormalige tuinbouwschool. Het is nu een bedrijfsverzamelgebouw. Er zijn prachtige details aan het gebouw bewaard gebleven.

Nieuwsblad Jaargang 11 nummer 2, april 2012

Nieuwsflitsen

Op de jaarvergadering, die gehouden werd op 21 februari 2012, werd bekendgemaakt aan welk gebouw de erepenning van de Vereniging Oud Lisse werd toegekend.
Het prachtige gebouw van de voormalige tuinbouwschool viel die eer te beurt. Het gebouw is nu een bedrijfsverzamelgebouw onder de naam Crown Business Center Lisse.
Het gebouw kreeg gelukkig een nieuwe bestemming nadat het de functie van school had verloren. In opdracht van De Raad Vastgoed uit Katwijk werd het gebouw gerestaureerd en gerenoveerd onder leiding van GVB Architecten uit Warmond.
Enkele dia’s, zowel van de oude situatie als van het huidige gebouw werden getoond. Bestuurslid Frits Treffers reikte de erepenning uit aan de heer Kralt van De Raad Vastgoed. In zijn toespraak wees de heer Treffers op de vele prachtige details aan het gebouw. De heer Kralt voegde hier nog aan toe dat het fraaie wapen boven de toegangsdeur, met de blauwe leeuw van Lisse, met echt bladgoud was verguld.
Het gebouw werd gerestaureerd met respect voor het oude ontwerp van de architecten Nes en Tol, namen die nog te zien zijn op een gevelsteen.
Prachtig dat bedrijven zich inzetten om Lisser erfgoed op zo’n fraaie manier te behouden en volkomen terecht dat De Raad Vastgoed de erepenning kreeg voor haar inzet en realisatie van dit culturele erfgoed.

Copyright © 2012 Vereniging Oud Lisse

Tuinbouwschool

De pontificale entree

Een schoolfoto uit 1928 van de bewaarschool

Tegenover de Westerdreef naast de stalhouderij van Scheeepmaker was een laantje. Daarachter was een bewaarschool. Op een foto uit 1928 staan diverse kinderen, die met name worden genoemd.

J. Slottje-Kooiman,

NIEUWSBLAD Jaargang 11 nummer 1, januari 2012

Aan de Heereweg, naast Scheepmaker was een laantje dat liep uit op een houten gebouw, een schooltje met twee lokalen en een hele grote zandbak van gewone grond. In het ene lokaal stonden lange houten banken en in de winter een hele grote dichte kachel, die werd denk ik met cokes gestookt. Het andere lokaal was om te spelen. Of er veel materiaal was weet ik niet meer, ik denk het niet. Het waren meest spelletjes als ” Jan Huigen in de ton “. In dat leslokaal werd er verteld en gezongen. Misschien hadden we een potlood en een beetje papier, maar dat was het dan wel. Het heette dan ook de “Bewaarschool”. Het werd ook de “Poppenschool” of “Kakschool” genoemd.

Er waren twee leidsters, juffrouw Merks, een lieve vrouw van middelbare leeftijd en een helpster, Maaike v.d. Lans, een tante van Arie v.d. Lans, de groenteboer. De kinderen die op deze bewaarschool zaten waren niet rijk, de meesten kwamen van ” De Steeg ” ( Stationsweg ), ik dus ook. Wij waren uit Amsterdam hier naar Lisse gekomen, ik was toen 5 jaar. Ik ging in Amsterdam al een paar jaar naar school, thuis wisten ze dus geen raad met mij. Ik had daar in september naar de grote school gegaan, want 7 september werd ik 6 jaar, maar in Lisse ging ik toch naar de “Bewaarschool”.

Die grote kachel werd in de winter gebruikt om appels op te poffen. Je mocht een appel meebrengen, die ging dan op de kachel tot ie gaar was. Als je de foto goed bekijkt, zie je dat er van alles op die school zat. Een downjongen, die heette Verhaar. Dat kind wat zo klein lijkt, had denk ik een groeiachterstand, die heette Splinter, dat was een schilderszaak. Dat jongetje achter dat tafeltje, met zijn armen over elkaar, was geestelijk niet helemaal goed, dat was Klaas van Dam, zijn zusje zit naast hem. Op de bovenste rij, het meisje met de strik, dat ben ik zelf, met mijn zusje Alie. Het jongetje achter de poppenwagen is Cock Versteeg. Die daar achter staat is Aart v.d. Leede.

Naast Cock zit Clara Versteeg. Op de voorste rij, naast de poppenwagen, is Mien v.d. Leede. Het meisje voor het tafeltje is Coby Meijwaard. Achter de andere poppenwagen is een Vaneveld.

Een schoolfoto uit 1928

Gebouw voormalige tuinbouwschool 100 jaar

 

De 100-jarige geschiedenis van de Rijks Middelbare Tuinbouwschool wordt besproken.

door Arie in ’t Veld

NIEUWSBLAD Jaargang 11 nummer 1, januari 2012

In februari wordt met een grote reünie het feit herdacht dat het gebouw aan de Heereweg naast de CNB 100 jaar bestaat. Het gebouw waarin de voormalige (Rijks) Middelbare tuinbouwschool was gevestigd. Een ‘bollenschool’, die als zodanig functioneerde tot 1991 toen de grote AOC’s een feit werden en het bloembollenonderwijs verkaste naar scholen in Aalsmeer en Rijnsburg.

De school is er dus niet meer, maar het gebouw wel en zal in lengte van jaren herinneren aan het feit dat Lisse ook op educatief gebied het centrum van de bollenstreek vormde. Het is maar goed dat de initiatiefnemers van weleer niet hebben beleefd hoe de schol ten onder ging, want zij hebben hemel en aarde bewogen om deze school te kunnen stichten. Het heeft alles bij elkaar nog geen honderd jaar mogen duren……

De geschiedenis van de tuinbouwschool ligt van voor 1900. We volgen even een stuk van die geschiedenis die startte omdat de Belgen een gevoelige prik hadden uitgedeeld. Hoewel Nederland in de vorige eeuw namelijk algemeen bekend stond om zijn grote vakkennis op tuinbouwgebied, was het niet ons land, maar België waar men over een behoorlijke vorm van tuinbouwonderwijs beschikte. De Belgen hadden namelijk sinds 1849 een tuinbouwschool in Gentbrugge, welke verbonden was aan de kwekerij van de wereld vermaarde Louis van Moutte die zich bevond in de Botanische Tuin van Gent. De school leverde prima vakmensen af en dat zat de Nederlandse tuinbouwwereld toch niet helemaal lekker. Voor de toenmalige inspecteur van het Middelbaar Agrarisch Onderwijs in ons land, dr.W.C.H. Staring, was het in elk geval aanleiding om samen met de toonaangevende bollenfirma J.H. Krelage te Haarlem initiatieven te ontplooien die moesten leiden tot de oprichting van een school, waaraan dezelfde formule ten grondslag lag als van die in België. Een school dus die eveneens aan een kwekerij verbonden was en daarbij dacht de inspecteur duidelijk aan het bedrijf van Krelage en niet alleen dat, want zo blijkt uit een zinsnede van een brief uit die tijd “Gij moet niet alleen uw etablissement ter dispositie stellen, maar u ook als leraar in de bloemisterij laten benoemen”.

Haarlem werd dus kandidaat gesteld, maar spoedig bleek dat het initiatief niet alleen aan Haarlem was voorbehouden. Op nagenoeg hetzelfde moment -en we praten dan over 1866 – probeerde een aantal voortvarende lieden via een Amsterdamse combinatie een aandelenkapitaal bijeen te brengen met het doel ook zo’n school te stichten op de voormalige buitenplaats Frankendaal. Die opzet slaagde, hetgeen voor een belangrijk deel te danken was aan het particuliere initiatief, dat aan de Amsterdamse school ten grondslag lag, terwijl Haarlem ondanks de inspanningen van Dr. Staring veel tijd verloor met het bijeenbrengen van de noodzakelijke overheidsgelden. De ambtelijke molens draaiden ook toen al langzaam. Te langzaam in ieder geval om de school in Haarlem spoedig van de grond te krijgen. Amsterdam leek het pleit dus gewonnen te hebben, want in 1868 ging de tuinbouwschool “Linnaeus” van start en daarmee waren de plannen van Haarlem van de baan.

Hier staat echter met opzet het woord ‘leek’, want na een aanvankelijk vlotte start kwam er na verloop van tijd toch de klad in de Amsterdamse tuinbouwschool. In 1882 volgde de ontbinding van de maatschappij Linnaeus en hoewel men daarna nog getracht heeft de school nieuw leven in te blazen, viel in 1894 definitief het doek voor het Amsterdamse tuinbouwonderwijs en was men wat dat betreft weer net zover als een kleine halve eeuw eerder.

Haarlem of Lisse

Het Amsterdamse echec betekende geenszins, dat de land- en tuinbouwsector de moed had opgegeven. Steeds vaker en ook luider klonk de roep om een “aan den eischen des tijds beantwoordende” Rijkstuinbouwschool en die roep werd door de overheid gehonoreerd met de stichting van de school in Wageningen in 1895. Tevens werd erkend dat de verschillende culturen hun eigen problematiek met zich meebrachten en dat leidde in de daaropvolgende jaren tot de oprichting van de zogenoemde tuinbouw winterscholen. In 1896 verrees in Naaldwijk zo’n school voor de groenten, Aalsmeer volgde een jaar later voor de bloemen, Boskoop kreeg in 1898 zijn bomenschool, maar het bloembollenvak bleef met lege handen staan. Echter, ook uit die sector klonk de roep om vakgericht onderwijs steeds luider en toen duidelijk werd, dat die er ook zou komen, begon tegelijkertijd de stoelendans om de plaats van vestiging. Het gehele bloembollenvak raakte erdoor in beroering want opnieuw spitste de strijd zich toe tussen twee gemeenten, maar nu Haarlem en… Lisse, terwijl op de achtergrond ook Sassenheim liet blijken er wel wat voor te voelen om de school binnen de dorpsgrenzen te krijgen. Haarlem leek echter de beste papieren te hebben, want zowel het hoofdbestuur van de (toen nog niet Koninklijke) Algemene Vereeniging voor Bloembollencultuur als dat van het Hollands Bloembollenkwekersgenootschap spraken de voorkeur uit voor Haarlem als vestigingsplaats met als voornaamste argument, dat het een centrale plaats was ten opzichte van Noord en Zuid en dat deze plaats gemakkelijk bereikbaar was met volop gelegenheid tot huisvesting van de leerlingen die niet dagelijks naar huis zouden kunnen terugkeren. De zaak leek dus zo klaar als een klontje, ware het niet dat “Lisse” fel in de oppositie bleef en beide partijen niet van zins bleken te zijn om ook maar een druppeltje water bij de wijn te doen. Nicolaas Dames, A. Guldemond en J.W. Lefeber Sr. alsmede het gemeentebestuur van Lisse bliezen veel en hard in de bus en wisten van geen wijken. Met name Dames verdedigde de argumenten om de school in Lisse te vestigen te vuur en te zwaard.

Tijdens een algemene vergadering moest de uitspraak komen waar het bollenvak de school wenste. Namens de regering was de heer Van Hoek, inspecteur van het Land- en Tuinbouwonderwijs, aanwezig, die de opdracht had om de regering verslag te doen van de gevoerde debatten en naar aanleiding daarvan een besluit te nemen. Het hoofdbestuur van de Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur was in meerderheid voor de vestiging te Haarlem en de woordvoerder daarvan, de heer E.H. Krelage (die ook bepaald geen kinderachtige reputatie had opgebouwd) verdedigde de plaatsing te Haarlem op waardige en welsprekende wijze. Geen argument liet deze ongebruikt om het pleit voor Haarlem te winnen. Het was een mooie gedocumenteerde rede, die niet naliet indruk te maken, hetgeen later ook bleek. Voor de afdeling Lisse was de voornaamste woordvoerder Nicolaas Dames. De eenvoud zelve en helemaal geen redenaar. Op zakelijke gronden trachtte hij de argumenten van Krelage te ontzenuwen. Maar hoe hij ook pleitte, de meerderheid bleef aan de zijde van de Haarlemse ondernemer. Ieder verwachtte dus dat de school te Haarlem gevestigd zou worden. Voor de toenmalige minister A.S. Talsma was het gekrakeel in de bloembollengelederen aanleiding om tijdens de bloeiperiode eens zelf poolshoogte in de teeltgebieden te gaan nemen en uiteraard ook de betreffende gemeenten te bezoeken. En dat bezoek leidde tot een verrassend besluit.

de eerste directeur de heer Volkersz

Niet Haarlem maar Lisse werd namelijk als vestigingsplaats aangewezen met als (ministeriele) overweging, dat “Het toch het beste geacht moet worden de school te plaatsen temidden van de practijk der cultuur, opdat en het leerarenpersoneel en de leerlingen zoveel mogelijk daarmede in contact kunnen blijven”. Daar konden de Haarlemmers het mee doen. In 1910 werd het ambtsgebied van de Rijkstuinbouwleraar ir. K. Volkersz vastgesteld en hem het directoraat van de school in Lisse opgedragen. Toch zou het nog tot 1912 duren eer de school daadwerkelijk van start kon gaan. Met name de fondswerving vergde veel tijd, zodat de reeds opgekomen leerlingen in eerste instantie moesten worden ondergebracht in het gebouw van de (thans voormalige) Openbare Lagere School aan de Heereweg in Lisse. Op 14 februari 1912 was het echter zover!!. Het nieuwe door de Lissese aannemer J. Witsenburg gebouwde schoolgebouw met zijn fraaie, markante gevel in Louis XVIe stijl, ontworpen door de Boskoopse architecten Van Nes en Tol en tot stand gekomen. mede dankzij een gemeentelijk krediet van 23 duizend gulden, kon betrokken worden. En op zaterdag 17 februari vond de officiële opening plaats door de Directeur Generaal van de landbouw, dr. P. v.d. Hoek.

Dat was dat. Lisse had de strijd definitief gewonnen en wie bij het betreden van de hoofdingang of het voorbijrijden over de Heereweg de moeite neemt omhoog te kijken, ontwaart in het front van het gebouw het in steen uitgehouwen wapen van Lisse. Een vingerwijzing van weleer en aangebracht op verzoek van burgemeester Jhr. von Bönninghausen tot Herinchhave tot getuigenis van de gewonnen strijd omtrent de plaats van vestiging…

Lesstof

Het schoolgebouw omstreeks 1913

Aan de opleiding van de leerlingen aan de RMTuS heeft van meetaf aan een uitgebreid programma ten grondslag gelegen, dat veelomvattend van inhoud was. In het cursusjaar 1912/13 kende men bijvoorbeeld al de lessen plantkunde en plantziekten; natuur- en weerkunde; scheikunde; kennis van den grond; grondverwerking en -verbetering; bemestingsleer, de talen Nederlandsch, Duits en Engels en de respectievelijke handelscorrespondenties en daarnaast onder andere vakken als groenteteelt, kassenbouw en verwarmingsstelsels. In latere jaren kreeg ook de handelskant de ruimte en werden vakken als handelskennis, handelsrekenen, boekhouden en administratie aan het pakket toegevoegd, alsmede cursussen Zweeds, Frans en zelfs Russisch! De tijd waarin de bollenreiziger als enige belangrijk gereedschap een woordenboekje van het door hem te bezoeken land in de achterzak torste leek voorbij. De school in Lisse bood de gelegenheid om de talenkennis uit te breiden. Voor het opdoen van de noodzakelijke praktijkkennis bestond eveneens volop gelegenheid. Zo valt in het eerste officiële leerprogramma te lezen, “De lessen zullen in de tweede week van October aanvangen. De leerlingen kunnen aldus een stuk van de planttijd meemaken. Daarna valt er behalve het “dekken” weinig belangrijks meer mee te maken. Zodra de winter voorbij is en in ’t vroege voorjaar er weer veel valt waar te nemen, wordt het aantal lesuren belangrijk verminderd waardoor de leerlingen tot het einde van de cursus in staat worden gesteld om tenminste drie halve dagen per week practische waarnemingen te velde te doen, teneinde van de groei der talloze verscheidenheden van hyacinten, tulpen, narcissen enz. met de eigen kwalen en eigenaardigheden op te nemen”. Dat laatste kon overigens ook gebeuren op de in de onmiddellijke omgeving van de school in het leven geroepen schoolproeftuin, die door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog echter pas van de grond kwam nadat de vrede gesloten was en de fondswerving weer ter hand genomen kon worden. Om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen die zich voordeden werd in de daaropvolgende jaren achter de school nog meer land aangekocht, maar door het ontbreken van voldoende financiële middelen zou het nog tot 1932 duren voordat de gewenste kassen en gebouwen verrezen. Er was opnieuw een financiële injectie van de gemeente Lisse voor nodig om belangrijke zaken als koelcellen, een werkplaats en een forceer- en kweekkas te realiseren.

Het gouden jubileum van de school maakte duidelijk dat de tuinbouwschool in Lisse was uitgegroeid tot een instelling, die door het vak niet meer gemist kon worden. Naast een computergestuurde schoolkas had de school toen een grote vaste planten sortimentstuin, waarmee ingespeeld werd op de nieuwe teeltontwikkeling in de “Zuid” zoals de bollenstreek in het bloembollenvak wordt genoemd. Verder bood een uitgebreide stageregeling de garantie dat de leerlingen zeer veel ervaring konden opdoen in het bedrijfsleven en werd door de school veel aandacht besteed aan een nieuwe poot van het agrarisch onderwijs, het cursusonderwijs. “Vorming, zo redeneerde men bij de RMTuS, mag niet eindigen met het behalen van een diploma, maar moet een continue toetsing en vorming zijn gedurende het gehele leven”. Ware woorden, maar die worden niet langer vanuit het ‘gebouw met de klok’ uitgedragen. Het middelbaar tuinbouwonderwijs is uit Lisse verdwenen, zoals trouwens in de loop der jaren ook een flink deel van de bollenteelt zelf uit het dorp verdween. Het voormalige schoolgebouw en de daaraan verbonden geschiedenis is al wat er rest van de periode waarin Lisse op het gebied van het tuinbouwonderwijs (toegespitst op de bloembollen) een unieke plaats innam. En dat gebouw is inmiddels fraai gerestaureerd en het behouden meer dan waard.

De pontificale entree

 

Na de renovatie