Berichten

Verzoek tot aanwijzing van Gemeentelijk monument van de oude Openbare Lagere School (OLS)

Het Cuypersgenootschap heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van de OLS tot gemeentelijk monument. De VOL ondersteunt dit.

Nieuwsflits

Jaargang 10 nummer 2, april 2011

De Vereniging Oud Lisse heeft het (eerder door de Gemeente Lisse afgewezen verzoek) tot aanwijzing van de OLS tot gemeentelijk monument op 14 februari 2011 bij de rechtbank ondersteund. Het landelijk Cuypersgenootschap van restauratie architecten, dat eerder door de Gemeente Lisse niet als belanghebbende werd erkend, heeft het verzoek tot aanwijzing tot gemeentelijk monument van deze markante oudste school van Lisse, daterend uit 1885, ingediend om de om economische redenen beoogde sloop van deze school te voorkomen.

Bij de rechtbank werd aangevoerd dat de Gemeente Lisse niet nader gemotiveerd heeft waarom van het duidelijke advies van de Monumentencommissie van januari 2008 en het Monumentenbeleidadvies van Dorp Stad en Land (DSL) van november 2007, om de school tot monument aan te wijzen, is afgeweken.

Ook werd aangegeven dat de planning van het Raadhuispleinplan nog lang niet concreet is en dat eerder juist door het College was aangegeven dat het behoud van de school meegenomen zou worden bij de Raadhuisplanontwikkeling door de projectontwikkelaar. Uitspraak volgt.

Bezwaar Vereniging Oud Lisse tegen sloop van Heereweg 251-253 (de oude Openbare Lagere School)

Op 8 juli 2010 werd een sloopvergunning voor de Openbare Lagere School, Heereweg 252. De VOL heeft bezwaar gemaakt.

Nieuwsflits

NIEUWSBLAD Jaargang 9 nummer 4, oktober 2010

De Vereniging Oud Lisse heeft bezwaar gemaakt tegen de plotseling op 8 juli 2010 door het College afgegeven sloopvergunning voor het pand Heereweg 251-253, de oude Openbare Lagere School.

Hoewel het object in 2007 niet op de gemeentelijke monumentenlijst is geplaatst, ondanks het advies van

de monumentencommissie en het bureau Dorp Stad en Land, heeft de voormalige wethouder G. Mesman bij de voorbereiding van de Raadhuisplannen duidelijk aangegeven aan de projectontwikkelaar te zullen meegeven om zo mogelijk dit karakteristieke gebouw te behouden en in te passen in de planvorming.

Het nu zeer vroegtijdig afgeven van een sloopvergunning van dit pand, dat nota bene nog door Stichting Kinder Opvang Lisse (SKOL) in gebruik is, voordat het nu door de rechter ontvankelijk verklaarde verzoek van het Cuypers Genootschap om het pand te beschermen als Gemeentelijk monument was afgehandeld, druist volledig in tegen de eerder uitgesproken intentie om dit pand indien mogelijk te behouden.

De Vereniging Oud Lisse begrijpt niet waarom er zo’n haast is gemaakt met het afgeven van deze sloopvergunning terwijl het nog volop in gebruik is door SKOL. Een nieuw aangepast plan voor het Raadhuisplein moet nog ontwikkeld worden. In de hoorzitting op 2 september onder leiding van de burgemeester, heeft de VOL samen met de Bond Heemschut die ook bezwaar maakte tegen de sloop, haar bezwaar toegelicht.

De Vereniging Oud Lisse is van mening dat dit karakteristieke pand, het oudste schoolgebouw in Lisse, daterend uit 1885 en pal gelegen tegenover de oude Grote Kerk, monumentwaardig en beeldbepalend is voor ons dorp. De voorgenomen sloop van dit pand beschouwen wij als een ernstige aantasting van het dorpsgezicht in het centrum van Lisse.

Heereweg Openbare Lagere school Foto gemaakt op 30 juni 1986

 

De school van meester Strik: de Josephschool

door Arie in ’t Veld

Uit De Lisser van 13 augustus 2008

Toen en nu: St. Josephschool aan de Heereweg

LISSE – Woensdag 22 november 1978 zijn door de bij veel oudere Lissers vast nog bekende ‘Meester Strik’ de officiële handelingen gepleegd, waarmee de opening van de nieuwe St. Josefschool aan de Achterweg een feit was. De heer Strik was hoofd van deze school in de periode 1922 tot 1961 en derhalve zullen nog zeer vele Lissers hem persoonlijk kennen. Zij gingen naar school bij een hoofdonderwijzer, die tot op heden de langste periode als zodanig bij de St. Josefschool op zijn naam heeft staan. Maar dan hebben we het over de Josephschool, die sinds een aantal jaren van de aardbodem is verdwenen en ooit stond naast het Agathaklooster, op de plek waar nu de Kloosterhof staat. Bij de opening van de nieuwe school onthulde meester Strik het Josefbeeld. Hetzelfde beeld, dat vele jaren de gevel aan de Heerewegzijde van de oude school sierde en dat door vakbekwame handen op de nieuwe plaats werd gedeponeerd. 112 jaren St. Josefschool aan de Heereweg waren ten einde. Een brok geschiedenis, waarvan vele Lissers een groot gedeelte hebben meegemaakt en waar we natuurlijk graag eens op terugzien.

Indertijd was onze gids door de geschiedenis van de school de heer G. Lefeber, die zeer nauw bij de rooms-katholieke scholenbouw in Lisse betrokken was, als lid van het bestuur van de Katholieke Onderwijs Stichting. Die haalde uit de geschriften boven water, dat op 8 september 1866 pastoor Arnoldus Heuvels toestemming krijgt tot het bouwen van een eigen Katholieke School. De aanbesteding vindt plaats op 9 oktober en voor het bedrag van f. 9.545, zal in Lisse een nieuwe school verrijzen. In 1867 werd de school in gebruik genomen en voor een wedde van f. 600, ’s jaars werd de heer A.J. Blankers aangetrokken als hoofd der school, met daarbij vrij wonen. Meester Blankers had het maar wat druk met al die leerlingen en al spoedig moest een hulpkracht worden aangetrokken, die voor 375 gulden per jaar zijn opvoedende werk deed. Meester Blankers heeft niet lang de jongsten van het dorp mogen opleiden; na twee jaar hoofd der school geweest te zijn, stierf hij na een slopende ziekte in 1870, op 29-jarige leeftijd.

De Meulder
Als opvolger van de heer Blankers werd C.H. de Meulder aangetrokken. Op zijn 27ste verjaardag ontving hij het bericht van de aanstelling. De naam De Meulder is zeer bekend geworden in Lisse en de streek, ook al doordat de zoon van de hoofdonderwijzer, Fred, een bollenbedrijf stichtte, dat een wereldwijde faam verwierf. De Meulder blijft hoofd van de school tot 15 mei 1899, na in 1887 ook nog een uitbreiding van de school beleefd te hebben. Naar school gaan, was in die jaren al geen eenvoudige zaak, het geven van het onderwijs was dat evenmin. Men werkte volgens de regels, die gesteld waren in het Reglement der School voor Burgerkinderen van de Vincentiusvereniging: “Er zal bijzonder toezigt worden gehouden, dat de kinderen zedig, liefdelijk en zachtzinnig met elkaar omgaan.” “Kweekelingen die aangenomen wensten te worden dienden geen in het oog lopende ‘lichaamsgebreken’ te hebben en de kinderen der onvermogenden gaan om Godswil School.” Voor hen werd een bijdrage in de kerk bijeen gezameld.

ULO
Opvolger van de heer De Meulder was de heer F.K. Dankelman, die hele veranderingen tot stand bracht in de periode dat hij de scepter zwaaide. In die tijd werd namelijk een nieuwe Josefschool gebouwd. De leerlingen vonden zolang onderdak in leegstaande lokalen van andere scholen. In 1920 werd dit nieuwe schoolgebouw alweer uitgebreid met vier lokalen. Inmiddels wierpen nieuwe veranderingen hun schaduw alweer vooruit. Het Uitgebreid Lager Onderwijs (ULO) deed haar intrede op de Josefschool en het onderwijs daarvoor kwam voor rekening van de heer Dankelman.

Strik
Een nieuw schoolhoofd moest worden benoemd en dat werd gevonden in de persoon van meester Strik, die vanaf 1917 onderwijzer in Lisse was. Per 15 december 1922 was meester Strik als hoofd zodanig, werkzaam en dit duurde tot de dag van zijn pensionering op 13 januari 1961. Een zeer lange periode dus en de meester drukte zeer duidelijk zijn stempel op die tijd, die nog zeer veel Lissers zich zullen herinneren. Er werd in en rond de Josefschool in de loop der jaren heel wat afgebouwd en verhuisd. Zo werden in 1893 de plannen goedgekeurd voor de bouw van een meisjesschool en een klooster. De bouw van het klooster volgde in de beginjaren van de 20ste eeuw en beide (school en klooster) werden gebouwd voor het totale bedrag van f. 52.905,-. De beide scholen vloeiden op den duur weer geleidelijk in elkaar en in de zestiger jaren was de Josefschool een geheel geworden met de meisjesschool. Had de Josefschool de ULO onder de pannen, de meisjesschool bood plaats aan de kleuterschool. Deze leerplaats voor de allerkleinsten, de Luciaschool, betrok later een eigen pand en bij de opening van de nieuwe school in 1978 zijn alle onderdelen opnieuw bij elkaar gebracht in de vorm van een zogenaamde integratieschool.

Duit in het zakje
De Josefschool is een school, waarvan de basis meer dan 100 jaar geleden werd gelegd in een tijd, dat eigenlijk niemand geld had om dat onderwijs te betalen en de brave kerkgangers een duit in het zakje deden om vooral de meest behoevenden van dit onderwijs te kunnen laten genieten. Een tijd waarin de zonder wedde werkende Fransiscaner zusters de vakantieperiode hard nodig hadden om geld en goederen bij elkaar te verzamelen en daarvoor letterlijk de boer op gingen. Hoe anders is dat allemaal vandaag de dag.

Meester W. Winkelmolen plaats de vlag na de verhuizing van het beeld in 1984 (en niet meester Strik, die al in 1981 was overleden).

Copyright © 2008 Vereniging Oud Lisse

Nieuwe R.K. scholen voor jongens en meisjes, een gesticht voor de ouden van dagen

Het Sint Agatha Gesticht, het Piusgesticht en diverse RK scholen werden begin 1900 gebouwd na de bouw van de kerk zelf

Algemeende begraafplaats

Uit de notulen van de gemeenteraad uit 1873 wordt verslag gedaan over de afspraken ten aanzien van de Algemene begraafplaats bij de Grote Kerk. De kerk stelt 120 m2 ter beschikking aan de gemeente Lisse. Ook wordt vrije toegang verleent tot de gemeenteklok. De kerk houdt het recht voor om bomen op het kerkhof te planten of te verwijderen.

door Arie in ’t Veld

Nieuwsblad Jaargang 4 nummer 3, juli 2005

Wijlen de heer J.P Segers heeft vele markante bijzonderheden uit de geschiedenis van Lisse voor het nageslacht bewaard. Onder meer groef hij in heel oude raadsnotulen, die, voorzover we weten, voor een deel niet meer in de archieven van de gemeente Lisse terug te vinden zijn. We tekenden uit zijn geschriften het volgende op:

22 september 1873.
P. Veen wordt op zijn verzoek ontslagen als hulponderwijzer. De hoofdonderwijzer verzoekt verandering van schooltijden gedurende de vacature en wel van 9-11 uur, van 11.30-1.20 uur en van 2-4 uur, zullen slechts de leerlingen van een lokaal gelijk worden toegelaten; wordt toegestaan.

Klok, orgel en brandspuit
De kerk-kwestie-commissie legt een concept over door haar en het kerkbestuur samengesteld. Het kerkbestuur stelt 120 meter grond ter beschikking van de gemeente als algemeende begraafplaats, ten westen van de toren, onder toezicht van het gemeentebestuur. Het kerkbestuur zal de afscheidingsmuren daar stellen. De gemeente moet hiervoor 20 gulden per jaar betalen en tevens zorgen voor een uitgang met hek naar de Achterweg, voor toegang tot de grond, alsmede voor de klokkenist en de brandspuit.
Het gemeentebestuur stelt beschikbaar voor gemeenschappelijk gebruik het door de gemeente opgerichte lijkenhuis. Het kerkbestuur stelt zijn kerkhof ten alle tijden open als begraafplaats op dezelfde wijze als dat tot heden heeft plaats gehad.

‘Algemeende begraafplaats’

Vrije toegang
Het kerkbestuur verleent vrije toegang tot de gemeenteklok, terwijl wederkerig de gemeente vrije toegang verleent tot het orgel. Het kerkbestuur zal voortaan weer gebruik mogen maken van het luiden der klok voor hun Godsdienstoefeningen. Het kerkbestuur zal de beschikking hebben over ruimte beneden in de toren tot het opbergen van baren, planken enz. Het kerkbestuur verbindt zich voor een en ander f. 20,- per jaar te betalen. Het gemeentebestuur erkent het recht van het kerkbestuur op de bomen, verleent het recht van boomplanten om het kerkhof en wordt na gehouden ,,delibiratie” besloten deze overeenkomst goed te keuren en op te zenden aan Ged.. Staten.

Voordracht
8 october 1873.
Met algemene stemmen wordt benoemd tot hulponderwijzer uit een voordracht van 3 de heer W.Tysma van IJlst.

Copyright © 2005 Vereniging Oud Lisse

WAT IS DE TOEKOMST VAN DE TUINBOUWSCHOOL?

De school van de Middelbare Tuinbouwschool blijft behouden als gemeentelijk monument. Over de invulling wordt nagedacht.

door Arie in ’t Veld

NIEUWSBLAD Jaargang 1 nummer 4, oktober 2002

De voormalige (Rijks) Middelbare Tuinbouwschool aan de Heereweg wacht een nieuwe toekomst. Het ziet er namelijk naar uit dat het schoolgebouw met de klok, ter hoogte van de Jannetjesbrug, door de gemeente wordt overgenomen en als gemeentelijk monument in stand zal worden gehouden. Onderwerp van nadenken en gesprekken is nu nog de invulling van het gebouw, dat thans weliswaar een prima domein vormt voor de Lissese kunstenaars die daar een onderkomen hebben sinds hun atelier in de Ooievaarstraat door brand werd verwoest, maar het is nog maar de vraag of die invulling een definitief karakter krijgt.

Het schoolgebouw blijft in ieder geval bestaan en zal tot in lengte van jaren herinneren aan het feit dat Lisse ook op educatief gebied het centrum van de Bollenstreek vormde. Een gegeven waaraan een einde kwam toen enige jaren
geleden grote Agrarische onderwijsclusters werden gesticht (de AOC’s) en het onderwijs van Lisse werd overgeheveld
naar de agrarische school in Aalsmeer. Het is maar goed dat de initiatiefnemers van weleer dit niet hebben beleefd, want zij hebben hemel en aarde bewogen om deze school te kunnen stichten. Het heeft alles bij elkaar nog geen honderd jaar
mogen duren.

De geschiedenis van de tuinbouwschool begint vóór 1900. Hoewel Nederland in die tijd algemeen bekend stond om haar grote vakkennis op tuinbouwgebied, was het niet ons land, maar België waar men over een behoorlijke vorm van tuinbouwonderwijs beschikte. De Belgen hadden namelijk sinds 1849 een tuinbouwschool in Gentbrugge, die verbonden was aan de kwekerij van de wereldvermaarde Louis van Houtte in de Botanische Tuin van Gent. De school leverde prima vakmensen af en dat zat de Nederlandse tuinbouwwereld toch niet helemaal lekker.

Voor de toenmalige inspecteur van het Middelbaar Agrarisch Onderwijs in ons land, Dr. W.C.H. Staring, was het in elk geval aanleiding om samen met de toonaangevende bollenfirma J.H. Krelage te Haarlem initiatieven te ontplooien die moesten leiden tot de oprichting van een school, waaraan dezelfde formule ten grondslag lag als van die in België. Een school dus die eveneens aan een kwekerij verbonden was en daarbij dacht de inspecteur duidelijk aan het bedrijf van Krelage en niet alleen dat, want zo blijkt uit een zinsnede van een brief uit die tijd ‘Gij moet niet alleen uw etablissement ter dispositie stellen, maar u ook als leraar in de bloemisterij laten benoemen’.

Haarlem kandidaat

Haarlem werd dus kandidaat gesteld, maar naar spoedig bleek dat het initiatief niet alleen aan Haarlem was voorbehouden. Op nagenoeg hetzelfde moment – en we praten dan over 1866 – probeerde een aantal voortvarende lieden via een Amsterdamse combinatie een aandelenkapitaal bijeen te brengen met het doel ook zo’n school te stichten op de voormalige buitenplaats Frankendaal. Die opzet slaagde, hetgeen voor een belangrijk deel te danken was aan het particuliere initiatief, dat aan de Amsterdamse school ten grondslag lag, terwijl Haarlem ondanks de inspanningen van Dr. Staring veel tijd verloor met het bijeenbrengen van de noodzakelijke overheidsgelden. De ambtelijke molens draaiden ook toen al langzaam. Te langzaam in ieder geval om de school in Haarlem spoedig van de grond te krijgen. Amsterdam leek het pleit dus gewonnen te hebben, want in 1868 ging de tuinbouwschool ‘Linnaeus’ van start en daarmee waren de plannen van Haarlem van de baan.

Amsterdam mislukt

Hier staat echter met opzet het woord ‘leek’, want na een aanvankelijk vlotte start kwam er na verloop van tijd toch de klad in de Amsterdamse tuinbouwschool. In 1882 volgde de ontbinding van de maatschappij Linnaeus en hoewel men daarna nog getracht heeft de school nieuw leven in te blazen, viel in 1894 definitief het doek voor het Amsterdamse tuinbouwonderwijs en was men wat dat betreft weer net zover als een kleine halve eeuw eerder.

Haarlem of Lisse

Het Amsterdamse echec betekende geenszins, dat de land­en tuinbouwsector de moed had opgegeven. Steeds vaker en ook luider klonk de roep om een ‘aan den eischen des tijds beantwoordende’ Rykstuinbouwschool en die roep werd door de overheid gehonoreerd met de stichting van de school in Wageningen in 1895. Tevens werd erkend dat de verschillende culturen hun eigen problematiek met zich meebrachten en dat leidde in de daaropvolgende jaren tot de oprichting van de zogenoemde tuinbouw winterscholen. In 1896 verrees in Naaldwijk zo’n school voor de groenten, Aalsmeer volgde een jaar later voor de bloemen, Boskoop kreeg in 1898 zijn bomenschool, maar het bloembollenvak bleef met lege handen staan. Echter, ook uit die sector klonk de roep om vakgericht onderwijs steeds luider en toen duidelijk werd, dat die er ook zou komen, begon tegelijkertijd de stoelendans om de plaats van vestiging.

Beroering

Het gehele bloembollenvak raakte erdoor in beroering, want opnieuw spitste de strijd zich toe tussen twee gemeenten, maar nu Haarlem en … Lisse, terwijl op de achtergrond ook Sassenheim liet blijken er wel wat voor te voelen om de school binnen de dorpsgrenzen te krijgen. Haarlem leek echter de beste papieren te hebben, want zowel het hoofdbestuur van de (toen nog niet Koninklijke) Algemene Vereeniging voor Bloembollencultuur als dat van het Hollands Bloembollen-kwekersgenootschap spraken de voorkeur uit voor Haarlem als vestigingsplaats met als voornaamste argument, dat het een centrale plaats was ten opzichte van Noord en Zuid en dat deze plaats gemakkelijk bereikbaar was met volop gelegenheid tot huisvesting van de leerlingen die niet dagelijks naar huis zouden kunnen terugkeren.

Te vuur en te zwaard

De zaak leek dus zo klaar als een klontje, ware het niet dat Lisse fel in de oppositie bleef en beide partyen niet van zins bleken te zijn om ook maar een druppeltje water bij de wijn te doen. Nicolaas Dames, A. Guldemond en J.W. Lefeber Sr. Alsmede het gemeentebestuur van Lisse bliezen veel en hard in de bus en wisten van geen wijken. Met name Dames verdedigde de argumenten om de school in Lisse te vestigen te vuur en te zwaard.

Tijdens een algemene vergadering moest de uitspraak komen waar het bollenvak de school wenste. Namens de regering was de heer Van Hoek, inspecteur van het Land- en tuinbouwonderwijs, aanwezig, die in opdracht had om de regering verslag te doen van de gevoerde debatten en naar aanleiding daarvan een besluit te nemen. Het hoofdbestuur Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur was in meerderheid voor de vestiging te Haarlem en de woordvoerder daarvan, de heer E.H. Krelage (die ook bepaald geen kinderachtige reputatie had opgebouwd) verdedigde de plaatsing te Haarlem op waardige en welsprekende wijze. Geen argument liet deze ongebruikt om het pleit voor Haarlem te winnen. Het was een mooie gedocumenteerde rede, die niet naliet indruk te maken, hetgeen later ook bleek. Voor de afdeling Lisse was de voornaamste woordvoerder Nicolaas Dames. De eenvoud zelve en helemaal geen redenaar. Op zakelijke gronden trachtte hij de argumenten van Krelage te ontzenuwen. Maar hoe hij ook pleitte, de meerderheid bleef aan de zijde van de Haarlemse ondernemer.

De minister wijst Lisse aan

leder verwachtte dus dat de school te Haarlem gevestigd zou worden. Voor de toenmalige minister A.S. Talsma was  het gekrakeel in de bloembollengelederen aanleiding om tijdens de bloeiperiode eens zelf poolshoogte in de teeltgebieden te gaan nemen en uiteraard ook de betreffende gemeenten te bezoeken. En dat bezoek leidde tot een verrassend besluit. Niet Haarlem maar Lisse werd namelijk als vestigingsplaats aangewezen met als (ministeriële) overweging, dat Het toch
het beste geacht moet worden de school te plaatsen temidden van de practijk der cultuur, opdat en het leerarenpersoneel en de leerlingen zoveel mogelijk daarmede in contact kunnen blijven’. Daar konden de Haarlemmers het mee doen.

Markante gevel

De eerste leraren van de Tuinbouwschool gefotografeerd in 1912 voor de zwaar getraliede deuren van de  hoofdingang.

In 1910 werd het ambtsgebied van de Rijkstuinbouwleraar Ir. K. Volkersz vastgesteld en hem het directoraat van de school in Lisse opgedragen. Toch zou het noch tot 1912 duren eer de school daadwerkelijk van start kon gaan. Met name de fondswerving vergde veel tijd, zodat de reeds opgekomen leerlingen in de eerste instantie moesten worden onder­gebracht in het gebouw van de (thans voormalige) Openbare Lagere School aan de Heereweg in Lisse. Op 14 februari 1912 was het echter zover! Het nieuwe door de Lissese aannemer J. Witsenburg gebouwde schoolgebouw met zijn fraaie, markante gevel in Louis XVIe stijl, ontworpen door de Boskoopse architecten Van Nes en Tol en tot stand gekomen mede dankzij een gemeentelijk krediet van 23 duizend gulden, kon betrokken worden. En op zaterdag 17 februari 1912 vond de officiële opening plaats door de directeur generaal van de Landbouw, dr. R v.d. Hoek.

Vingerwijzing

Dat was dat. Lisse had de strijd definitief gewonnen en wie bij het betreden van de hoofdingang of het voorbijrijden over de Heereweg de moeite neemt omhoog te kijken, ontwaart in het front van het gebouw het in steen uitgehouwen wapen van Lisse. Een vingerwijzing van weleer en aangebracht op verzoek van burgemeester Jhr. Von Bönninghausen tot Herinchhave tot getuigenis van de gewonnen strijd omtrent de plaats van vestiging.

Lesstof

Aan de opleiding van de leerlingen aan de Rijks Middelbare Tuinbouwschool (RMTuS) heeft van meet af aan een uitgebreid programma ten grondslag gelegen, dat veelomvattend van inhoud was. In het cursusjaar 1912/13 kende men bijvoorbeeld al de lessen plantkunde en plant-ziekten, natuur- en weerkunde, scheikunde, kennis van den grond, grondverwerking en -verbetering, bemestingsleer, de talen Nederlandsch, Duits en Engels en de respectievelijke handelscorrespondenties en daarnaast onder andere vakken als groenteteelt, kassenbouw en verwarmingsstelsels. In latere jaren kreeg ook de handelskant de ruimte en werden vakken als handelskennis, handelsrekenen, boekhouden en administratie aan het pakket toegevoegd, alsmede cursussen Zweeds, Frans en zelfs Russisch! De tijd waarin de bollen­reiziger met als enige belangrijk gereedschap een woorden­boekje van het door hem te bezoeken land in de achterzak torste leek voorbij. De school in Lisse bood de gelegenheid om de talenkennis uit te breiden. Voor het opdoen van de noodzakelijke praktijkkennis bestond eveneens volop gelegenheid. Zo valt in het eerste officiële leerprogramma te lezen ‘De lessen zullen in de tweede week van October aanvangen. De leerlingen kunnen aldus een stuk van de planttijd meemaken. Daarna valt er behalve het ‘dekken weinig belangrijks meer mee te maken. Zodra de winter voorbij is en in ’t vroege voorjaar er weer veel valt waar te nemen, wordt het aantal lesuren belangrijk verminderd waardoor de leerlingen tot het einde van de cursus in staat worden gesteld om tenminste drie halve dagen per week practische waarnemingen te velde te doen, teneinde van de groei der talloze verscheideneden van hyacinten, tulpen, narcissen enz met deugen kwalen en eigenaardigheden op te nemen’. Dat laatste kon overigens ook gebeuren op de in de onmiddellijke omgeving van de school in het leven geroepen schoolproeftuin, die door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog echter pas van de grond kwam nadat de vrede gesloten was en de fondswerving weer ter hand genomen kon worden. Door de  nieuwe ontwikkelingen  zich voordeden werden de daaropvolgende jaren achter de school nog meer gronden aangekocht, maar door het ontbreken van voldoende financiële middelen zou het nog tot 1932 duren voordat de gewenste kassen en gebouwen verrezen.

Gouden jubileum

Het gouden jubileum van de school in 1962 maakte duidelijk dat de tuinbouwschool in Lisse was uitgegroeid tot een instelling, die door het vak niet meer gemist kon worden Naast een computergestuurde schoolkas had de school toen een grote vaste planten sortimentstuin, waarmee ingespeeld Werd op de nieuwe ontwikkelingen in de ‘Zuid’, zoals de Bollenstreek in het bloembollenvak wordt genoemd. Verder bood een uitgebreide stageregeling de garantie dat de leerlingen zeer veel ervaringen konden opdoe in het bedrijfsleven en werd door de school veel aandacht besteed aan een nieuwe poot van het agrarisch onderwijs, het cursusonderwijs. ‘Vorming, zo redeneerde men bij de RMTS, mag niet eindigen met het behalen van het einddiploma, maar moet een continue toetsing en vorming zijn gedurende het hele leven’.

Het voormalig schoolgebouw is al wat rest van de periode waarin Lisse op het gebied van tuinbouw-onderwijs (gespitst op de bloembollen) een unieke plaats innam.

De vraag is nu wat de nieuwe toekomst zal zijn van dit beeldbepalende gebouw langs de Heereweg.

Het was minister Talsma zelf die de beslissing nam in de strijd om de Tuinbouwschool tussen Haarlem en Lisse. Tot ieders verrassing wees hij Lisse aan. En zo werd het majestueuze gebouw opgetrokken aan dev Heereweg ’te midden van de practijk der cultuur