Posts

Het maken van geestgrond in de 18e eeuw

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                       

6 juli 2021

door Nico Groen

 De Bollenstreek ligt op strandwallen en strandvlakten. De strandvlakten werden vroeger voornamelijk gebruikt als weiland. De strandwallen zijn voor een groot deel omgezet in geestgronden. Dat gebeurde in zuidelijk Lisse voor een deel al vóór de 17e eeuw. Wat is een geestgrond nu eigenlijk. Het zijn afgegraven en vlak gemaakte oude duinen. Maar hoe maakte men vroeger een geestgrond? Hieronder volgt een samenvatting van een artikel uit 1787 hoe een en ander in zijn werk ging met tussen aanhalingstekens de letterlijke tekst.

Wanneer men een bepaald duingebied voor afzanding wilde gebruiken, moest men allereerst bepalen, waar een behoorlijke doorvaart was voor allerlei soorten schepen om het zand te kunnen vervoeren.

“Dit gade geslagen hebbende, graaft men, naar een daartoe gemaakt plan, breede en goede sloten of liever vaarten, die gemeenlijk vol frisch water staan, mitsgaders deeze van eene geregelde breedte en diepte zijn. Ten dien einde worden ook, op dat de boorden van den oever bestendig zouden blijven, zo tegen de inwellingen van zand, als het bevare zelf, de kanten en hoofden met rijshout en takkebosschen vastgehouden. Als deze vaarten aanvankelijk gegraaven zijn, maakt men een begin van ’t afzanden; en verlengt die vaarten naar geraade men het afzanden bevordere”.

Methode van afzanden

Verscheiden arbeiders steeken met spaden de bovenkorst van het duin af; zo verre als zij eene zwarte zand-aarde behelst. Deze aard-zoden worden aan eene zijde bij elkander gebragt, op een hoop geworpen en aldaar bewaard, om er naderhand den afgezanden grond  op nieuw mede te bedekken. Het duin aldus bereid zijnde, begint men het zelve af te zanden, en elke schipper of boer die zand nodig heeft, vervoegt zich bij den zandbaas… Zodra de plaats aangeweezen en de tijd bepaald is, bestaat de geheele zaak in het zand in de kruiwagens te scheppen, en het zelve in de schepen te laaden”.

De zandbaas let voortdurend op de kwaliteit van het zand. Het zand kan wit of geel zijn. De waarde van het zand wordt mede hierdoor bepaald. Bovendien let hij er op of er veen-  of kleilagen tussen het zand zitten.

Wanneer men zulke aarde ontmoet, draagt men zorg  om die zorgvuldig af te steeken, op een hoop te brengen en ze afgezondert te bewaaren, om daarmee vervolgens een nieuwe bovengrond te maken. Aldus gaat men voort met afzanden, tot er ene genoegzaame streek lands vlak gemaakt zij; hierop worden de gemelde aard-zoden of veen-bonken en dergelijke gebroken en onder één vermengd: en als dit verricht is, verspreid men die stoffen over het land, dat voorts omgespit wordt. Door deeze bewerking verkrijgen die schraale afgezande gronden zeer spoedig een vrugtbare oppervlakkige aardbedde, dat meestentijds eerst met aardappelen en daarna met gerst of haver beteeld wordt.”.

De totale letterlijke tekst van deze beschrijving staat in het boek ‘Sporen van Six in Lisse’.

Dit boek is in 2020 uitgekomen en te verkrijgen via de website oudlisse.nl of bij Grimbergen.

Tekening van een afzanding van Six in Hillegom in 1746.

 

Klopjes van Lisse

Sporen van vroeger   (LisserNieuws)                                              

24 juni 2021

door Nico Groen

Klopjes waren katholieke vrouwelijke geestelijken, die de gelofte van kuisheid hadden afgelegd. Zij leefden niet binnen een klooster, maar thuis of met enkele vrouwen samen in één huis. Zij werkten veel in de zorg of gaven les op school. De oudere generatie kan de lesgevende klopjes nog hebben gekend of ervan hebben gehoord.

In het Nieuwsblad van de VOL in de 2e uitgave van  2020 staat een verhaal van Dirk Floorijp over deze klopjes. Een groot deel van deze Sporen van vroeger is ontleend aan dit artikel. Het kloppenleven ontstond na 1581 toen de gereformeerden een algeheel verbod op kloosterorden invoerden. De katholieke religie mocht wel beleden worden, als het maar niet gezien werd.

Schuilkerken

Daarom kwamen er schuilkerken, die verstopt werden achter muren of bosschages en binnen gebouwen. Het was typisch iets Nederlands. Ook in Lisse waren er schuilkerken. Zoals ten noorden van het Mallegat, ten westen van de Achterweg bij de Engel. Aan de overkant van het Mallegat heeft een boerderij gestaan met de naam Kloppenhoeve. Van de schuilkerk  is niets meer te zien dan alleen de grafsteen van de pastoors die er hebben gediend. Deze steen is geschonken in 1938 aan de Agathakerk. Sinds die tijd ligt hij op de begraafplaats van de Agathakerk op het linker gedeelte helemaal vooraan tegen het Franciscushuis aan. De steen is in slechte staat en zou eigenlijk gerestaureerd moeten worden.

Klopjes hoog in aanzien

Ook in Lisse heeft Floorijp een viertal klopjes ontdekt. In 1765 woonde Antje Cornelisdochter Ruijgrok van der Werve met Antje Maartensdochter van de Velde samen op de buitenplaats Wassergeest. In een testament laten ze aan elkaar hun bezit na. Ook Lena van Oerle, dochter van de wagenmaker Pieter van Oerle, in 1767 thuiswonend, was een klopje. In een oude akte lezen we dat in 1813 pastoor Johannes Christophorus Freede van de schuilkerk op zijn ziekbed zijn testament opmaakt. Op één legaat na laat hij alles achter aan zijn geestelijk dochter (klopje) Lijbje Hendrikse Karstens wonende te Lisse.

Na het uitkomen van het Nieuwsblad met het verhaal van Florijp reageerde iemand van de Agathakerk. Deze meldde dat  er ook een klopje, genaamd Anna Clemensdr Swanenburg heeft bestaan.

Tot nu toe zijn er dus al vijf klopjes achterhaald, maar wie weet komen er nog meer over de brug. De Kloppenbrug op de Achterweg over het Mallegat herinnert ons nog aan deze klopjes. De VOL wilde daarom graag dat de brug Klopjesbrug zou gaan heten, maar de gemeente Lisse heeft anders beslist.

 

‘t Huys Dever had ook een kerk, de kapelzaal herinnert daar nog aan. Achter de grote kastdeuren heeft ooit een albasten altaar gestaan. Ook in het oude Meerenburgh was zo’n kapelzaal. Dit zouden ook schuilkerken zijn geweest.

Foto: De schuilkerk bij het Mallegat, herbouwd in 1710
Foto: Oud Lisse

Duinflora bij Rustoord

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                                             

8 juni 2021

 door Nico Groen

Rond het woonzorgcentrum Rustoord ligt al een tiental jaren een braakliggend terrein van ruim twee hectaren. Het was voor een deel de tuin van Rustoord, van het gesloopte oude bejaardenhuis en van het gesloopte Austria. Hier heeft zich sindsdien een buitengewoon soortenrijke vegetatie met veel bijzondere soorten ontwikkeld. Helaas is aan nieuwbouw in de nabije toekomst niet te ontkomen.

Dit hele gebied behoort tot de strandwal tussen de Heereweg en de Achterweg. Dit oude duingebied is al voor 1600 afgegraven ten behoeven van de teelt van groenten, kruiden en later bloembollen. Hier waren tot de zestiger jaren tuinbouwbedrijven gevestigd. De opbouw van de ondergrond bestaat uit een toplaag tot een diepte van -6 m. NAP van zand met daaronder een kleilaag tot -12 m. NAP, dieper dan 12 meter bestaat de bodem voornamelijk uit zand en grind. Een echt duingebied dus met een laag duinzand van 6 meter. Doordat er de laatste 50 jaar niet op werd geteeld en bemest, is de vroegere bemesting uit de bovenlaag naar beneden gespoeld. Alles bij elkaar is dit een goed milieu om duinvegetatie te ontwikkelen en dat is dan ook volop gebeurd.

Zeldzame duinplanten

In 2016 en 2017 is een inventarisatie gemaakt van de wilde planten door Jelle van Dijk van het Milieu Overleg Duin- en Bollenstreek (MODB). De resultaten zijn vastgelegd en uitgegeven door de Vereniging voor Natuur- en Vogelbescherming Noordwijk in een indrukwekkend boekwerk ‘Van Aardaker tot Zwanenbloem’ waarvan het terrein bij Rustoord ook deel uitmaakte.

Als eerste moet het Gekield druifkruid worden genoemd. In juli 2017 groeiden hier  bij Rustoord ruim 350 planten van deze zeldzame soort, waarvan tot nu tot pas 15 groeiplekken in Nederland gevonden zijn, meestal in de duinen. Bij Rustoord werden lage planten van nauwelijks 10 cm hoog naast exemplaren van meer dan een meter gevonden.

Dicht bij de ingang van Rustoord groeiden zo’n honderd forse planten van de Alsemambrosia, de bekende hooikoortsplant. Blijkbaar was er binnen de muren van Rustoord geen sprake van opvallend veel niezende bewoners, want men liet zowel in 2016 als in 2017 de planten ongemoeid.

In de zuidwesthoek van het terrein,  daar waar de gebouwen van Austria hebben gestaan, werden ook soorten, die in de duinen groeien gevonden. Er groeiden soorten als Duin-averuit en Koningskaars. In deze hoek waren ook Wilde peen, Wilde marjolein, Ruig klokje en Bergroos te vinden.

De begroeiing op het veld aan de noordkant werd in 2017 gedomineerd door honderden planten van de Esdoorn-ganzenvoet. Deze soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als zeldzaam beschreven. In het bosje waren tot op 10 meter hoogte de bladeren en druiventrossen van de Wijnstok te zien.

Op 7 januari 2021 is het voorontwerp bestemmingsplan Trompenburg gepresenteerd. Het betreft de terreinen van Rustoord en Austria. Hier komt woningbouw in de niet zo verre toekomst. Dan zal er een einde komen aan deze duinvegetatie.

Foto: De kaft van het boek ‘Van Aardaker tot Zwanenbloem’ uit 2018 door Jelle van Dijk en Hans van Stijn.

 

 

HOBAHO 100 jaar

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                                             

11 mei 2021

door Nico Groen

Dit voorjaar is het 100 jaar geleden dat de N.V. Hollands Bloembollenhuis, later HOBAHO genoemd, werd opgericht door de heren HOman, BAder en HOgewoning. Na succesvol samengewerkt te hebben, besloten zij in 1921 bollenveilingen te gaan organiseren. Later werd ook een bemiddelingsbureau, een testcentrum en een bollenbewaarcentrum opgericht.

De oprichters dachten in 1921 aan de ruimten van hotel De Witte Zwaan aan ’t Vierkant genoeg te hebben om de aanvoer voor hun veiling onder te brengen. Dat was ernstig onderschat. Er kwamen zoveel bollen, dat het grootste gedeelte buiten moest staan. Zij pakten het jaar daarop de zaken meteen groot aan. Aan de Haven in Lisse lieten zij een hal neerzetten van 4200 vierkante meter, waarvan 500 m2 sloot, zodat de aanvoer per schip binnengevaren kon worden. Het was een complete hangar uit Duitsland. In 1924 werd in de hangar een ontvangstruimte, een kantoor en een veilingzaal met 250 stoelen en een elektrisch afmijntoestel (veilingklok) gebouwd. In 1928 was de hangar te klein voor het steeds maar toenemend aantal bollen. Er werd toen een nieuwe hal van 2.000 m2 direct achter de hangar aangebouwd. In de loop van de jaren werden er nog drie hallen aan de oostkant bijgebouwd. Ook land en andere panden werden aangekocht, zodat het totale complex 4.36 ha besloeg. In 1925 werd gestart met een eigen weekblad, ‘de Hobaho’, later ‘Vakwerk’. In eerste instantie werd dit gedrukt bij drukkerij Imperator, daarna (1975) in eigen beheer bij Hobaho zelf in een aangekocht pand aan de overkant, aan de 1e Havendwarsstraat 4. Daar is nu o.a. de Vereniging Oud Lisse gehuisvest. In de loop der jaren werden de hallen voor talloze evenementen voor de Lissese bewoners gebruikt.

Witte Zwaan

De eerste veiling werd dus gehouden in hotel De Witte Zwaan, dat rond 1970 is gesloopt. De witte zwaan vormt sinds die tijd het beeldmerk (logo) van de veiling ter herinnering aan de plek waar het begon. Zo waren er twee witte zwanen op het dak aan de voorkant van het gebouw bij de Haven. Ook op alle manden was een witte zwaan geschilderd. Dit ook ter onderscheid van de manden van andere manden.

Hallen niet meer nodig

Door veranderende omstandigheden werd in 2003 de veilingklok opgeheven en waren de hallen niet meer nodig voor de bollenaanvoer. Daarom nam Hobaho zijn intrek in een groot pand aan de overkant aan de Grachtweg. In 2018 werd de mogelijkheid geboden naar de Prof. Van Slogterenweg te verhuizen. De zwanen waren bewaard gebleven en staan nu pontificaal te pronken voor de hoofdingang van het nieuwe pand, waar ook het Testcentrum is gevestigd.

Het gebied van de voormalige veilinghallen is inmiddels ontwikkeld tot een nieuw stukje van het Centrum van Lisse: het Havenkwartier, dat in 2019 een feit werd. Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan een artikel over Hobaho van Arie in ’t Veld in het eerste nummer van 2021 van het Nieuwsblad van de VOL.

Foto: Op de veilingdagen was het een drukte van belang in Lisse.
Foto uit het Nieuwsblad de VOL

 

Oorlogsheld Bastiaan Romeijn verdient meer aandacht

Sporen van vroeger (Lissernieuws)                                                               

27 april 2021

door Nico Groen

 Op 12 mei 1944 werd Bastiaan Romeijn gearresteerd voor zijn betrokkenheid bij de overval op het Lissese bevolkingsregister in februari van dat jaar. Gemeenteambtenaar W.L. Döll en gemeentesecretaris J.C. de Haan waren al eerder gearresteerd. Alle 3 werden overgebracht naar een concentratiekamp. Zij overleden aan de gevolgen daarvan.  Als eerbewijs kregen Willem Döll en Jan de Haan  een straatnaam toegewezen. Bastiaan Romeijn echter (nog) niet.

 

Het is belangrijk dat Bastiaan Romeijn niet in de vergetelheid raakt en dat er een tastbare herinnering komt. Een straatnaam is niet zo makkelijk omdat er al een straat vernoemd is naar wethouder Romijn,  medeoprichter en  eerste voorzitter van woningbouwvereniging Gezinsbelang. Andere mogelijkheden om Bastiaan Romeijn te eren zijn een plein, park of gebouw naar hem te vernoemen, een monument c.q. plaquette  oprichten of iets dergelijks.

Bastiaan was sinds zijn aanstelling in Lisse in juli 1940 wat werd genoemd een ‘goede’ politieman. Veel Lissese jongeren zijn door hem gewaarschuwd bij komende razzia’s of arrestaties. Hij zou dan geroepen hebben: “Jongens, allemaal opdonderen. Wegwezen, want het gaat mis”. Hij was niet bij het verzet, maar opvallend waren zijn banden daarmee wel. Daarom stond hij op ‘voet van oorlog’ met zijn NSB-chef Warmenhoven.

Overval op het gemeentehuis

Op 15 februari 1944 stonden er in het donker een man of zes van de knokploeg Post uit Rijnsburg naast de muur van het gemeentehuis van Lisse. Op dat moment arriveerde er Willem Döll, die aanklopte. Nadat de deur werd geopend door een burgerwacht, overviel de knokploeg de aanwezige ambtenaren en bewakers. Iedereen werd vastgebonden. Daarna werd het bevolkingsregister gestolen en verbrand in de stookketel van de St. Josephschool naast het gemeentehuis. Al gauw werden Döll en De Haan gearresteerd wegens vermeende medeplichtigheid. De SD vermoedde dat het doorgestoken kaart was, omdat Döll te laat was en precies op dat moment aan de deur klopte. Wachtmeester Bastiaan Romeijn werd volgens afspraak tijdens de overval neergeslagen met een gummistok om zijn medeplichtigheid te maskeren. En dat werd zo grondig gedaan dat hij ernstig gewond aan zijn hoofd was. Hij was maandenlang ziek thuis.

Bastiaan moet ervan overtuigd zijn geweest dat hij de dans kon ontspringen. Hij meldde zich in mei 1944 weer voor actieve dienst. Het staat niet vast wie hem heeft verraden, maar de familie is er altijd van uitgegaan dat dat zijn voormalige chef Warmenhoven moet zijn geweest. Warmenhoven nam hem mee naar Rotterdam. Van daaruit werd hij eerst naar Vught gebracht om op 5 september 1944 op transport te gaan naar Duitsland. Hij werd naar het concentratiekamp Sachsenhausen gebracht en van daaruit te werk gesteld in Hamburg-Hammerbrook. Hij is daar overleden door honger, uitputting en dysenterie.

Bovenstaande verhaal over de overval op het gemeentehuis en de lotgevallen van Bastiaan Romeijn, Willem Döll en Jan de Haan staan in het boekje ‘Wat toch een tijd’ van Ed Olivier. Dit boekje is te leen bij de bibliotheek van Lisse en voor leden bij de Cultuur-Historisch Vereniging “Oud Lisse”. Dit boek hoort eigenlijk iedere Lisser te lezen of in bezit te hebben om de herinneringen aan de tweede wereldoorlog levend te houden.

Foto: Het boekje ‘Wat toch een tijd’ van Ed Olivier met info over alle 60 oorlogsslachtoffers in Lisse.

 

Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”

Info@oudlisse.nl

Wandelen met de digitale Cultuurhistorische Atlas.

Sporen van vroeger   ( LisserNieuws)                                                             

13 april 2021

 door Nico Groen 

Veel mensen hebben het wandelen of fietsen herontdekt door alle coronamaatregelen van het afgelopen jaar. Dat kan ook actief bedreven worden door tijdens het wandelen op smartphone of tablet  naar de digitale Cultuurhistorische Atlas van de Duin- en Bollenstreek te kijken.

 

In deze atlas staat voornamelijk cultuurhistorische informatie uit het buitengebied, niet zozeer over het centrum van Lisse.  Klik  je rondom de plek op de atlas waar je aan het wandelen of fietsen bent, dan lees je alles wat daar aan cultuurhistorie te zien is. Dat kun je ter plekke ook echt bekijken. Dat maakt het natuurlijk interessant en je gaat een en ander met andere ogen bekijken.

Boerderij Phoenix en omgeving

Aan de hand van een voorbeeld laten we u proeven van de atlas. Stel: je staat op de hoek van Achterweg Zuid met het toegangsweggetje naar boerderij De Phoenix (Achterweg Zuid 64). Als je in de atlas op die plek of de omgeving klikt, komt er allerlei informatie beschikbaar. Als eerste natuurlijk info over de Achterweg zelf. De Achterweg, ook wel Buurwegh of Lijt Weg loopt van Lisse naar Valkenburg en ligt op een smalle strandwal. In  het boek Sporen van Six staat dat het buurtschap Daerrode aan de westkant van de Achterweg tussen de Essenlaan en de Spekkelaan al in 1284 bestond.In 1560 is de Achterweg afgezand en verlaagd vanaf de Spekkelaan tot de Essenlaan.

Dat dit gebied ten westen van de Achterweg Zuid vroeger afgegraven is, kun je zien aan het weggetje dat naar De Phoenix loopt. Het eerste gedeelte tot het bruggetje over de Achtersloot ligt ongeveer een meter hoger dan het naastliggende veld. Na het bruggetje over de Achtersloot ligt de weg veel lager. Hier was de strandvlakte, die tot de boerderij of het vroegere Keukenduin liep. Ook deze Achtersloot is interessant. Deze sloot loopt achter de bebouwing en kavels ten westen van de Achterweg langs. Dus vlak achter het crematorium en de vroegere buitenplaatsen Grotenhof en Ter Specke. Het is  mogelijk dat het eerst een duinsloot was tussen de strandwal waar de Achterweg over loopt en de achterliggende strandvlakte. Deze sloot is waarschijnlijk van voor 1284. Langs de zuidkant in het talud van het weggetje tot de brug over de Achtersloot naar boerderij De Phoenix staat een haag. Deze bestaat voornamelijk uit oude iepen en eiken. Aan het talud is goed het verschil in hoogte tussen het veld en het weggetje de zien.

Vanaf de kruising is ook een oude brede houtwal te zien. Deze loopt vanaf de Essenlaan tot boerderij De Phoenix. Dit is de rand van de oorspronkelijke strandwal Keukenduin met de strandvlakte ten oosten hiervan. Dit is een oude houtwal met diverse soorten bomen, waarop ongeveer 200 m van de boerderij af een heel oude monumentale eik staat. Dit is waarschijnlijk de dikste boom van Lisse en mogelijk al 200 tot 300 jaar oud. Deze is alleen in de winter goed te zien. Net ten oosten van de houtwal ligt ook een vroegere duinsloot. Dan zien we  boerderij De Phoenix zelf met zijn waardevolle bomen. Hierover staat ook veel info op de digitale Atlas.

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan de digitale Cultuurhistorische Atlas van de Bollenstreek (cultuurhistorieduinenbollenstreek.nl), die onlangs voor  Lisse herzien en aangevuld is.

Het hoogteverschil tussen het veld en het weggetje naar de Phoenix is goed te zien.
Foto: Nico Groen

Wandelen of fietsen langs cultuurhistorie in Lisse

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)

30 maart 2021

Door Nico Groen

 Veel mensen hebben het wandelen of fietsen herontdekt door alle coronamaatregelen van het afgelopen jaar. Je kunt natuurlijk in de omgeving wandelen met je eigen gedachten en genieten van alles wat je ziet. Maar je kunt ook actief naar de omgeving kijken. De VOL heeft een aantal boekjes om al wandelend of fietsend de cultuurhistorie te ontdekken.

Zo heeft de Vereniging Oud Lisse in 2010 een boekje uitgegeven over monumentale gebouwen in Lisse. Het boek heet ‘Wandel- en fietsroutes Zuid en Noord Lisse: Monumenten’.  Met het boekje in de hand, kan langs alle monumenten worden gewandeld of gefietst. Dan kun je het betreffende gebouw op je in laten werken.

Als tweede boekje in deze reeks is in 2014 een bomenboek uitgegeven. Dit boek heet ‘Wandel- en fietsroutes langs monumentale bomen in Lisse’  met daarin alle bomen van 100 jaar en ouder en veel andere interessante bomen en hagen. Al wandelend of fietsend met het boekje kan je de betreffende boom extra bekijken en er van genieten.

In 2016 werd een derde boekje gerealiseerd: ‘Wandel- en fietsroutes langs bruggen in Lisse’. In dit bruggenboek wordt o.a. van alle bruggen in Lisse met een officiële naam de cultuurhistorie beschreven, evenals van het water waar de brug overheen gaat en van de weg waar de brug in ligt. Leuk om met het boekje bij de hand de bruggen te bekijken.

De boekjes in deze reeks hebben steeds 2 routes, een zuidelijke en een noordelijke, die beide op het Vierkant beginnen.

In 2011 verscheen een vierde boekje, geschreven door wijlen Bert Kölker,  over alle nog bestaande grenspalen in Lisse met de titel ‘Grenspalen te Lisse’. Het is geen wandel- of fietsroute, maar al wandelend of fietsend kunnen heel goed de grenspalen worden bekeken en de beschrijvingen gelezen.

Ook in het nieuwe boek ‘Sporen van Six’ staat in het laatste hoofdstuk een route aangegeven waar je nog daadwerkelijk sporen van de familie Six kunt vinden.

Digitale Cultuurhistorische Atlas Duin- en Bollenstreek

Er zijn nog andere wandel- en fietsroutes in Lisse, zoals fiets- en wandelknooppuntenroutes. De laatste met de rood/gele bordjes en paaltjes (infobord voor de winkel van Dirk op ’t Vierkant). Op route.nl/routeplanner zijn de wandelknooppunten in de Bollenstreek te vinden.

Ook te wandelen zijn het Ommetje in de Poelpolder (Infobord bij de Zemelpoldermolen) en diverse routes vanuit Keukenhof (infobord op de hoek van Achterweg-Zuid en Prof. van Slogterenweg). Via de site van de VVV Lisse kun je ook diverse routes bekijken en eventueel uitprinten.

Kijk met name buiten het centrum van Lisse  eens met smartphone of tablet  op de Digitale Cultuurhistorische Atlas van de Duin- en Bollensteek (cultuurhistorieduinenbollenstreek.nl) . Als je rondom de plek klikt waar je op dat moment aan het wandelen of fietsen bent, lees je alles wat daar aan cultuurhistorie te zien is. Dat kun je dan ter plekke ook echt bekijken.

 

Foto: Een wandelknooppunt met het nummer van de paal en pijltjes naar de volgende knooppunten.
Foto: Nico

 

De polders in Lisse

Sporen van vroeger (LisserNieuws)
16 maart 2021
door Nico Groen

Lisse heeft behoorlijk wat polders (gehad). Een polder is een door één of meer kaden of dijken omgeven gebied waarvan de waterstand geregeld kan worden. De waterstand binnen een polder is meestal lager dan in het omliggende gebied. Het water in de polder wordt afgevoerd via molens of gemalen. In de registers van vergunningen verleend door het HHR Rijnland komen in Lisse al vanaf 1531 stichtingen van kleine poldertjes voor. Ze zijn echter vanwege de summiere aanduidingen moeilijk te traceren.

De oudst traceerbare polder van Lisse (van vóór 1589) is de Kleine Looster. Deze polder ligt aan de zuidkant aan de Stationsweg en wordt in het westen begrensd door de Spoorlijn, maar liep vroeger tot de grens met Noordwijkerhout. Het gebied lag iets hoger dan de Lageveense polder en was gemakkelijk bereikbaar vanaf Den Delff (nu Stationsweg). Het heeft een enigszins onregelmatige verkaveling, waarvan de sloten zuidwaarts lopen Daarmee wijkt het af van de veel regelmatiger verkavelingen in de Lageveense polder ten zuiden hiervan, die veel later is ontstaan (1654). Deze verkavelingen lopen oostwest. De Lageveense polder wordt begrensd door Loosterweg Zuid en de spoorlijn en loopt naar het zuiden door tot het Mallegat.

De Beekpolder ten zuiden van Akervoordelaan is in 1651 gesticht. Het is een vrij laag gebied en ligt tussen de strandwal van Heereweg en de strandwal bij de Torenlaan in Voorhout. In het zuiden loopt de polder door tot voorbij de grens met Sassenheim. De molen waterde uit op de scheidingssloot tussen Sassenheim en Voorhout richting het zuiden.
De Bonte Krielpolder (van 1743) ligt tussen de Heereweg en de Rijnsloot. Aan de zuidkant wordt de polder begrensd door buitenplaats Ter Leede en de Elbalaan, de noordgrens is aan de Beek bij de Engelbewaarderskerk.
Ten noorden van de Staalsloot, die langs boerderij Wassergeest uitloopt in de Ringsloot, ligt oostelijk van de Heereweg de Zemelpolder. Deze loopt helemaal door naar de Kerksloot of Stinksloot bij de Agathakerk.
De Meer en Duinpolder ligt ten noorden van de Zandsloot of Lisserbeek en ten oosten van de Heereweg en ‘strekkend tot aan de Gerrit Avenweg‘ (grens met Hillegom). Op de kaart van HHR Rijnland van 1615 stond de polder al aangegeven.

De Lisserbroekpolder strekte zich uit vanaf de Schoolstraat/Kapelstraat tot waar nu ongeveer het Turfspoor in Lisserbroek loopt. Al in 1583 is sprake van de stichting van een molentje in een gedeelte van Lisserbroek. Bij de droogmaking van het Haarlemmermeer in 1852 liep de Ringvaart dwars door het gebied. In het oostelijk deel werd het veen tot op het maaiveldniveau van de Haarlemmermeerpolder verwijderd.
De Rooversbroekpolder (uit 1632) liep ten oosten van de weg Rooversbroekdijk. In het noorden boog deze af naar het oosten. De oorspronkelijke dijk lag tussen het Mondriaanpark en de Valkstraat. Ook van de Rooversbroekpolder kwam een deel in de Haarlemmermeer te liggen.
De Hellegatspolder (van vóór1630) naast de Ringvaart ligt maar voor een klein deel in Lisse en voor het grootste deel in Sassenheim.

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan de digitale Cultuurhistorische Atlas van de Duin- en Bollenstreek, die momenteel voor Lisse herzien wordt.

Kaart uit 1884 van het Hoogheemraadschap (HHR) Rijnland met de polders van Lisse (B-0004).

 

Wegen in Lisse al eeuwenoud

Sporen van vroeger  (LisseNieuws)                                                          

2 maart 2021

 door Nico Groen

In ieder geval waren de oude wegen in Lisse al voor 1615 bekend. Op een landkaart van Balthasar Florisz. uit dat jaar staan onderstaande wegen al aangegeven. Maar hoe oud zijn deze wegen of paden nu werkelijk? Dat is niet zo makkelijk aan te geven en is afhankelijk van archeologische vondsten of oude documenten.

Noord-zuid verbindingswegen

De Heereweg of Heer Weg is de doorgaande weg van Oegstgeest via Haarlem en Velsen naar Castricum en verder. Gezien de archeologische Romeinse vondsten bij Dever, is de Heereweg uit de Romeinse tijd. De vondsten in Veenenburg vlak bij de Heereweg suggereren dat de weg nog veel ouder is. In 1589 en 1591 kreeg Johan van Matenesse toestemming om in de buurt van Dever de Heereweg af te zanden en te verlagen.

De Achterweg, Buurwegh of Lijt Weg loopt van Lisse naar Valkenburg en ligt op een smalle strandwal. In 1560 is de Achterweg afgezand en verlaagd vanaf de Vennesloot tot de Essenlaan. Buurtschap Daerrode aan de Achterweg bestond al in 1284.

De Loosterwegen of Lijtwegen lopen van voorbij Bennebroek via de Jacoba van Beierenweg en  de Herenweg in Voorhout naar Rijnsburg. In Voorhout, achter de huidige Rijnsburgerweg nr. 8, is een grote archeologische vondst gedaan van bronzen bijlen en beitels (Bronsdepot) uit de Bronstijd. De Loosterwegen zouden dus wel eens duizenden jaren oud kunnen zijn.

De oost-west lanen

In 1285 wordt Akervoorderlaan of Akervoort geschreven als Agghenvort. In 1551 is de weg afgezand en verlaagd. Waarschijnlijk betekende Agghenvort ‘Doorwaadbare weg door het water’. Er liepen hier diverse beken van noord naar zuid.

De Essenlaan heette vroeger de Tijnenlaan. Hiervandaan liep de Catharijnelaan of Trijnen Laen naar de 2e Poellaan. De eigenaar van Wassergeest had grond aan de zuidkant van deze weg gekocht. Om de tuinen uit te breiden, is de weg daarom naar het zuiden verlegd.

De Spekkelaan of Specken Laen liep van de Achterweg rechtdoor naar de Loosterweg. Voor 1918 had de weg al zijn huidige traject. Specke betekende moeras. De natte strandvlakte tussen Keukenduin en Achterweg liep hier dus nog door vanuit het zuiden.

De Vuursteeglaan, Vuursteeg, Viersteeg of Vijversteeg is het verlengde van de Spekkelaan en loopt tot de Heereweg. In het verlengde hiervan liep een pad, nu Marconilaan genoemd, naar boerderij Zwanendrift met een grote vijver er voor.

Over de Stationsweg of Den Delff wordt al in 1409 geschreven door HHR Rijnland. Het gedeelte tot de Van Lyndenweg heeft Veender Wech geheten. Toen heette het verderop Den Delff en dit liep door tot de Ruigenhoek.

De Kanaalstraat, Breg Wech, (Brugweg) of Broekweg liep door tot de huidige Broekweg. Na de drooglegging van het Haarlemmermeer in 1852 noemde men het de Kanaalstraat en werd de weg verlengd tot de Ringvaart. Evenwijdig aan de weg lag een knuppelpad van vóór de jaartelling dat een paar meter diep in het veen lag en er is tevens een pijlpunt uit de IJzertijd gevonden.

 

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan de digitale Cultuurhistorische Atlas van de Bollenstreek, die momenteel voor Lisse herzien wordt.

 

 

Bronsdepot in Voorhout

 

De kaart uit 1615 van Balthasar Florisz. van Berckenrode in opdracht van Rijnland Kaart. HHR Rijnland

De kaart uit 1615 van Balthasar Florisz. van Berckenrode in opdracht van Rijnland Kaart. HHR Rijnland

Waar liggen de strandwallen en de strandvlakten?

Sporen van vroeger                                                            

16 februari 2021

 door Nico Groen

De meeste Lissers weten wel dat Lisse op een van de oude strandwallen ligt. Maar waar waren deze strandwallen in het verleden en waar waren de gebieden daar tussenin, die strandvlakten werden genoemd? Doordat veel strandwallen zijn afgezand, is er tegenwoordig geen verschil te zien tussen de strandwallen en strandvlakten, met uitzondering van het terrein Keukenhof en het gebied langs de Leidsevaart. De rest is allemaal bollenland geworden.

Strandwallen zijn van oorsprong zandbanken, die in de lengte van de kust zijn ontstaan. Door het smeltwater na de laatste ijstijd, zo’n 10.000 jaar geleden, steeg de zee. Langs de kusten ontstonden zandbanken. Vanaf de laatste ijstijd is de zeespiegel alleen maar gestegen. Daardoor werden de  zandbanken ofwel strandwallen of binnenduinen steeds hoger opgeworpen. Tussen de strandwallen liepen geulen, die onder invloed van eb en vloed stonden.

De Oude Rijn bij Rijnsburg kon door de hoge stand van de zee zijn water niet meer kwijt. Daardoor ontstonden in noordelijke en zuidelijke richting ook diverse geulen. De invloed van de noordelijke geulen waren tot Lisse merkbaar. Al deze geulen, die soms heel breed waren, worden strandvlakten genoemd.

De strandwallen in Lisse kunnen in twee delen worden gesplitst. Het noordelijke gebied loopt vanaf de Stationsweg noordwaarts. Tussen de Heereweg en de  Loosterweg Noord is het één grote brede strandwal. Dit in tegenstelling tot het zuidelijk deel.

De Heereweg, vanouds de wegverbinding tussen Haarlem en Oegstgeest, ligt op de oudste strandwal, waarop ook Hillegom, Lisse en Sassenheim liggen. De Heereweg ligt net op de oostelijke rand van de strandwal.

Vóór boerderij Wassergeest loopt nog steeds een sloot van noord naar zuid. Aan de zuidkant van De Engel loopt ook een sloot in zuidelijke richting. Deze twee stukken sloot behoorden vroeger tot één sloot, die liep van zo ongeveer in de buurt van de Vuursteeglaan tot de Beek bij de boerderij van Bergman. Deze sloot, die de Bansloot of Banzijp werd genoemd, waterde af op de Beek. Het hele gebied tussen deze Bansloot en de Heereweg behoorde tot de strandwal en werd Westgeest genoemd. Het gebied tussen de Bansloot en de Achterweg was een strandvlakte en werd  gedeeltelijk Liesbroek genoemd.

De Achterweg is een deel van de oude verbindingsweg tussen Lisse en Valkenburg. De Achterweg ligt op een strandwal die slechts tientallen meters breed is. Ten westen van de Achterweg kom je weer in een strandvlakte. Deze strandvlakte loopt door naar het westen tot boerderij De Phoenix en de houtwal richting Essenlaan.

Dan komt er weer een strandwal, die het Keukenduin werd genoemd. Die loopt vanaf de Van Lyndenweg, langs De Phoenix en genoemde houtwal tot de voorbij Voorhout. De westgrens van het Keukenduin wordt gevormd door de Loosterweg Zuid. Ten westen van de Loosterwegen ligt een strandvlakte: de Lage Venen.

 

Uitzicht op Lisse vanuit het noordwesten laat allemaal duinen zien.
Schilderij van A.J. Eijmer 1803