Berichten

VOL verzoekt burgerparticipatie bij de Erfgoedcommissie

De Werkgroep Monumenten van de Vereniging Oud-Lisse zou graag een positieve bijdrage willen leveren door mee te denken en te adviseren. Dit is in de nieuwe HTL Erfgoedcommissie nog niet goed geregeld.

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                

 16 juli 2019

door Nico Groen

Het ‘Nieuwsblad’ is het kwartaalblad van de Cultuur-Historische Vereniging “Oud-Lisse” (VOL) in een full colour uitgave op A4-formaat van 32 pagina’s. Dit blad is gratis voor leden van de VOL. Het bevat veel en grote foto’s in kleur met interessante artikelen over de cultuurhistorie  van Lisse. Ook zijn er  een aantal min of meer vaste rubrieken Eén daarvan is de rubriek Nieuwsflitsen. In het eerste nummer van 2019 staat een Nieuwsflits die gaat over de nog stroeve relatie van de VOL met de ambtenaren van HTL (Hillegom, Lisse, Teylingen) over de nieuwe HTL Erfgoedcommissie. Deze komt in de plaats van de 3 afzonderlijke Erfgoedcommissies. Onderstaand stukje komt uit deze Nieuwsflits.

Het College van B&W van Lisse is bezig om de samenstelling van de nieuwe HTL Erfgoedcommissie te realiseren. Dit werd op Lissese Erfgoedcommissievergadering van 7 februari 2019 besproken. De Werkgroep Monumenten van de Vereniging Oud-Lisse zou graag een positieve bijdrage willen leveren door mee te denken en te adviseren. De VOL wil graag een vergelijkbare samenstelling als de Erfgoedcommissies in Katwijk, Noordwijk en Leiden. Dit is de VOL ook geadviseerd door het Erfgoedhuis Zuid-Holland. Helaas kreeg de werkgroep Monumenten van de VOL de stukken voor de vergadering van de Erfgoedcommissie van 7 februari 2019 niet toegestuurd. In het kader van de burgerparticipatie, waar het college zo’n voorstander van is sinds de laatste gemeenteraadsverkiezingen, zou het College van B&W deze inzage van de te behandelen niet-vertrouwelijke stukken juist moeten bevorderen.

De VOL heeft op 21 februari 2019 een verzoek ingediend bij het College van B&W van Lisse t.a.v. Mevr. J.P.M. van der Laan, wethouder Cultuur en Monumenten. Het was een verzoek om verstrekking van niet-vertrouwelijke agendastukken van de Erfgoedcommissie aan de werkgroep Monumenten van de VOL. Dit om goed mee te kunnen denken en adviseren bij de vergaderingen. Vóór 2017 kreeg de werkgroep Monumenten van de VOL voor een vergadering deze stukken wel. De werkgroep heeft daardoor heel wat positieve bijdragen kunnen leveren. Tot zover deze Nieuwsflits.  

De wethouder heeft in een gesprek met de VOL aangegeven  open te staan voor bijdragen die de VOL kan leveren. Desondanks heeft de werkgroep Monumenten van de VOL geen relevante stukken ontvangen voor de vergadering van de Lissese Erfgoedcommissie van afgelopen donderdag 11 juli. Ook lijkt het er op dat er in de samen te stellen HTL Erfgoedcommissie geen participatie vanuit de historische verenigingen komt. In de gemeente Teylingen is dat al bijna besloten. Dit tot groot ongenoegen van de 3 plaatselijke historische verenigingen. De vertegenwoordiger namens de VOL in de huidige Erfgoedcommissie Lisse, Leo Dubbellaar  is een groot voorstander van participatie van de historische verenigingen in de nieuwe HTL Erfgoedcommissie. Dubbelaar: “Inderdaad ben ik van mening dat de historische clubs in de commissie een rol moeten krijgen. Juist daar zit de kennis en tot nu toe heb ik daar dankbaar gebruik van kunnen maken. Zij zijn de ogen en oren”.

Hopelijk komen de gemeenteraden van HTL tot de conclusie dat informatie vanuit de plaatselijke historische verenigingen onontbeerlijk is voor een goed monumentenbeleid.

Het park rond kasteel Keukenhof is een Rijksmonument

Landgoed Keukenhof heeft maar liefst 20 Rijksmonumenten. Een daarvan betreft het park rondom het kasteel zelf. Onderstaande tekst over dit park is hoofdzakelijk ontleend aan de officiële beschrijving uit 1999 van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (voorheen  Rijksdienst voor de Monumentenzorg).

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                             

18 juni 2019

door Nico Groen

Aan de 17de eeuwse tuinaanleg in vlakken herinneren alleen nog de 4 geknotte linden in een vierkant geplant aan de westkant van het Washuisje.

Van de klassieke Franse aanleg uit ca. 1725 resteert alleen de structuur van twee kunstmatig opgeworpen aarden wallen en de heuvel ‘Meer Zicht’ aan het einde van die wallen. Dit werd gerealiseerd door de toenmalige eigenaar Van Heemskerck. Zij boden in de 18de eeuw waarschijnlijk plaats aan een collectie ‘tuinsieraden’. Deze aanleg werd de Nieuwe Plantage genoemd. De heuvel ‘Meer Zicht’ is het einde van een van de zichtassen vanuit het kasteel.

 

De historische tuinaanleg, die stamt uit het einde van de 18de eeuw is deels nog gaaf aanwezig. Dit geldt zowel wat structuur als wat details betreft. Deze ruimtelijke structuur bestaat uit een tuin in landschapsstijl in de directe omgeving van het kasteel. Verder hoort een van oorsprong middeleeuws jachtbos of lusthof aan de oostzijde op de hoek van de Van Lyndenweg en de Stationsweg tot het Rijksmonument Park Keukenhof. Ook het coulissenlandschap met een eendenkooi achter de Hofboerderij hoort tot dit Rijksmonument.

 

De hoofdstructuur van de landschappelijke aanleg rondom het huis, te weten het verloop van de paden, de boomgroepen en de vijver in het gazon om bluswater te hebben, komt in grote lijnen  overeen met de situatie op de kadasterkaart uit 1818. Deze aanleg van het park in Engelse landschapsstijl is vanaf het midden van de 19de eeuw door vader en zoon J.D. en L.P. Zocher verder uitgewerkt. De Zochers hebben in 1857 de publieke weg (Stationsweg), die vlak langs het huis liep, met een bocht om het huis verlegd. De Stationsweg liep daarvóór helemaal recht. Het oude tracé is nog enigszins te herkennen aan enkele oude eiken en beuken als de vroegere laanbeplanting langs de voormalige weg in het gazon vóór het kasteel..

De oprijlaan vanaf de Stationsweg is in 1861 met een bocht om het kasteel heen gelegd naar een nieuwe hoofdingang in de westgevel ter vervanging van de rechte oprijlaan. Oorspronkelijk stond die haaks op de noordgevel. Van daar uit keek men uit op de idyllische schaapskooi. De beuken aan het begin van de oprijlaan uit 1861 dateren uit die tijd aanleg. In 2019 waren er nog 6 over. (Enkele jaren geleden is deze hoofdingang afgesloten en is er meer naar het westen een nieuwe hoofdingang gerealiseerd).

In de directe omgeving van het kasteel staan nog steeds  losstaande bomen en struikgroepen uit het midden van de 18e eeuw Vanaf het kasteel lopen verschillende zichtassen, namelijk een zichtlijn naar het oosten tussen de reeds genoemde aarden wallen eindigend bij de heuvel ‘Meer Zicht’, een brede zichtas in westwaartse richting die eindigt bij de voormalige boerderij Sixenburg en 2 zichtassen richting Stationsweg: een eindigend bij de al genoemde Schaapskooi en de ander loopt vlak langs het nieuwe museum LAM.

Foto: De vijver in het gazon is van vóór 1818, aangelegd voor noodzakelijk bluswater. Foto: Nico Groen

 

Aagje Deken- en Betje Wolffstraat

Betje Wolff en Aagje Deken zijn femistische schrijvers uit de 18e eeuw.

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

4 juni 2019

door Nico Groen

De Vrouwenpolder is een wijk met straatnamen van bekende Nederlandse dames. De Gemeente Lisse heeft deze wijk ‘Vrouwenpolder’ genoemd. Dat is een heel misleidende naam. De wijk ligt niet in een speciale polder met die naam, Het is gewoon een wijk van Lisse en zou eigenlijk ‘Vrouwenwijk’ of ‘Vrouwenbuurt’ moeten heten. Hopelijk wordt dit nog eens veranderd. Maar wie zijn al die vrouwen in de Vrouwenpolder?

De kruising van de Betje Wolffstraat met de Aagje Dekenstraat.

Zo is er bijvoorbeeld de Aagje Dekenstraat, een zijstraat van de Ruishornlaan richting het oosten naar de Rooversbroekdijk en de Betje Wolffstraat, die de Aagje Dekenstraat kruist. Aagje Deken was een bekende schrijfster. Agatha Pieters werd geboren in 1741 in Nes aan de Amstel in het huidige Amstelveen en overleed in 1804 op 62-jarige leeftijd. Volgens Wikipedia waren haar ouders arm en al jong overleden. Daarom werd zij opgevoed in een weeshuis van de Collegianten, een vrijzinnige stroming waar geestelijke literatuur op een hoog niveau stond. Ook werd daar gediscussieerd over theologie en filosofie. Zij verbleef daar tot 1767, toen zij al 26 jaar was. In 1769 werd zij doopsgezind.

In één van haar 9 boeken schrijft zij over dit weeshuis: “De meisjes hebben het daer voor hunnen stand in de waereld al te wel: men leert haer daer denken!” In het weeshuis is dus de grondslag voor haar latere literaire werk gelegd. Ze had eerst verschillende dienstbetrekkingen. Later begon ze een koffie- en theehandeltje.

Haar eerste boek ‘Stichtelijke gedichten’, uitgegeven in 1775, schreef zij samen met Maria Bosch, die in 1773 was overleden. Aagje was enkele jaren mantelzorgster geweest voor Maria, die ernstig ziek was.

Aagje ontmoette in 1776 Betje Wolff-Bekker. Zij wisselden literaire informatie uit. Betje had een onstuimig karakter en wilde ideeën. Haar moeder had ze al jong verloren en haar vader was haar opvoeder. Ze trouwde op 21 jarige leeftijd in 1759 met de 52-jarige dominee en weduwnaar Adriaan Wolff uit de Beemster. Zijn enige dochter uit zijn eerste huwelijk ging toen het huis uit. Het nieuwe echtpaar bleef kinderloos.

In 1763 debuteerde Betje met de bundel ’Bespiegelingen over het genoegen’. In 1777, na de dood van haar echtgenoot, ging Betje samenwonen in De Rijp met Aagje Deken en begonnen zij gezamenlijk te publiceren. Hun eerste gemeenschappelijke werk was ‘Brieven’. In 1781 erfde Aagje ruim 13.000 gulden en de twee gingen in het buiten ‘Lommerlust’ in Beverwijk wonen. Ze schreven daar samen nog de ‘Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart’, dat een groot succes werd, en de ‘Historie van den heer Willem Leevend’.

Vanwege hun patriottische sympathieën en uit onvrede met de situatie in eigen land (na het neerslaan van de opstand van de patriotten in 1787) verhuisden zij in 1788 naar Trévoux bij Lyon. In 1789 verscheen ‘Wandelingen door Bourgogne’. Door financiële nood moesten zij in 1797 terugkeren naar Holland, waar ze in Den Haag gingen wonen. Aagje Deken stierf daar uiteindelijk, op 14 november 1804, negen dagen na Betje Wolff, die in 1738 was geboren. Beiden werden begraven op de begraafplaats’Ter navolging’ in Scheveningen.

Zowel in Amstelveen als in Vlissingen (geboorteplaats van Betje) zijn monumenten opgericht; respectievelijk een bronzen beeld van een zittende en staande vrouw die samen een boek lezen en een fontein. Ook is er sinds 1952 in de Beemster een Betje Wolffmuseum in de pastorie waar zij en haar en haar man van 1759 tot 1777 hebben gewoond.

Foto: De kamer van Betje Wolff in het Betje Wolffmuseum in De Beemster
Foto: Historisch Genootschap Beemster

Kruising van de Aagje Dekenstraat met de Betje Wolffstraat.

Herdenking bemanning van de bommenwerper

In Lisse wordt  op 4 mei ook stilgestaan bij het B-17 monument vóór de H.H. Engelbewaarderskerk. Dit monument is op 15 september 2012 onthuld ter nagedachtenis aan de bemanning van de Amerikaanse B-17 bommenwerper, die 75 jaar geleden neerstortte bij de Engel. Het is de bedoeling dit op grootse wijze te herdenken op zaterdag 7 september 2019.

Sporen van vroeger  (Lisser Nieuws)

7 mei 2019

door Nico Groen

Ieder jaar is op 4 mei in Lisse aandacht voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Deze openbare dodenherdenking wordt afgesloten met de  kranslegging bij het ´Monument voor de gevallenen´. Dit monument staat midden op de kruising van de Oranjelaan en de Heereweg. Dit is niet de enige herdenking op 4 mei, die de Stichting Oranje-comité Lisse en de Werkgroep Nationale Herdenking 4 mei Lisse organiseren. Op dezelfde middag is er voor genodigden ook een bezoek aan de oorlogsgraven in Lisse en wordt stilgestaan bij het B-17 monument vóór de H.H. Engelbewaarderskerk.

 

De tekst op het monument is als volgt:
“8TH AIR FORCE, 457TH BOMB GROUP, 749TH BOMB SQUADRON.
OP 26 SEPTEMBER 1944 STORTTE, IN HET LAND ACHTER U, DE AMERIKAANSE B-17 BOMMENWERPER ‘JAYHAWK’ NEER. DE B-17 BOMMENWERPER KEERDE TERUG VAN EEN MISSIE NAAR OSNABRUCK (DUITSLAND) ALS HET NABIJ DE KUST VAN IJMUIDEN TWEEMAAL WORDT GERAAKT DOOR DUITS LUCHTAFWEERGESCHUT. TWEE BEMANNINGSLEDEN OVERLEEFDEN DE CRASH NIET.
MET DIT MONUMENT HERDENKEN WIJ DE DAPPERE BEMANNING VAN DE ‘JAYHAWK’ DIE VOCHT VOOR ONZE VRIJHEID!”

Daarna volgen de namen van de bemanningsleden.

Dit monument is op 15 september 2012 onthuld ter nagedachtenis aan de bemanning van de Amerikaanse B-17 bommenwerper.

Zoals de tekst op het monument al zegt was de bommenwerper geraakt door afweergeschut. Het vliegtuig was zwaar beschadigd. Wanhopig probeerde de bemanning het toestel in de lucht te houden om naar het al bevrijde zuiden te ontkomen. Toen ze nabij Lisse waren, werd de beslissing genomen het toestel te verlaten. Het toestel zou niet langer blijven vliegen en iedereen sprong er uit. De bemanning kwam verspreid neer en probeerde zo goed als het ging bescherming te vinden tegen de Duitsers. Vier bemanningsleden werden geholpen door omstanders. Later werden zij door het verzet geholpen aan onderduikadressen. Twee braken hun rug tijdens de landing met hun parachute en werden krijgsgevangen gemaakt. Een derde wilde zijn helpers niet in gevaar brengen en besloot zich over te geven aan de Duitsers. Eén bemanningslid kwam neer in een meer en verdronk. Zijn lichaam werd weken later teruggevonden. Een ander bemanningslid was al dodelijk getroffen in het toestel.

In 2012 is ook het boek ‘Broken Wings: The True Story of a B-17 Bomber Crew Lost Over Holland in September 1944’ uitgegeven. Daarin is door Harold Jansen en Erwin de Mooy  de geschiedenis van de Bommenwerper Jayhawk en zijn bemanning opgetekend.

Grootse herdenking in september 2019

In september is het dus 75 jaar geleden dat de bommenwerper neerstortte. Het is de bedoeling dit op grootse wijze te herdenken op zaterdag 7 september 2019. Deze herdenking zal plaatsvinden in en nabij de H.H. Engelbewaarderskerk in de Engel. Vlakbij het monument dus. Erwin de Mooy is de aanjager voor deze herdenking, waarbij hopelijk ook nabestaanden van de bemanning aanwezig kunnen zijn. De VOL verleent zijn medewerking. Het programma is nog niet rond, maar te zijner tijd hoort en leest u hier ongetwijfeld meer over.

Dit monument is in 2012 aangeboden door Damo Natuursteen uit Hillegom.
Foto: Nico Groen

Vierde nieuwbouw van de St. Josephschool

Onlangs is de St. Josephschool verhuisd naar de nieuwbouw op het voormalige terrein van het Fioretti College MVO-Lucia, Achterweg 7. Het is niet de eerste keer dat de basisschool naar een nieuw gebouw ging. Voor deze R.K. school  is 4 keer nieuwbouw gepleegd in de ruim 150 jarige geschiedenis. Daarnaast zijn er nog diverse verbouwingen en aanbouw van klaslokalen geweest.

Sporen van vroeger Lisser Nieuws)

23 april 2019

 door Nico Groen

Onlangs is de St. Josephschool verhuisd naar de nieuwbouw op het voormalige terrein van het Fioretti College MVO-Lucia, Achterweg 7. Het is niet de eerste keer dat de basisschool naar een nieuw gebouw ging. Voor deze R.K. school  is 4 keer nieuwbouw gepleegd in de ruim 150 jarige geschiedenis. Daarnaast zijn er nog diverse verbouwingen en aanbouw van klaslokalen geweest.

 

Het begon allemaal in 1867. Het is de tijd van godsdienstvrijheid en van de oprichting van bijzondere scholen, zoals katholieke en protestante scholen. Zo ook in Lisse. Door de Agathaparochie onder leiding van pastoor Heuvels werd aan de overkant van de kerk grond gekocht van Jan Langeveld. Architect Cornelis Dobbe uit Maarssen tekende de school met een woning voor de bovenmeester. Het geheel werd gebouwd op de plek waar nu het gebouw Kloosterhof staat. De officiële naam van deze school werd “ ‘t RC Parochiaal School”. Er waren 2 leslokalen, waar zowel jongens als meisjes les kregen. Er was plaats voor totaal 112 leerlingen. Daarnaast volgden 55 leerlingen het avondonderwijs. Een delegatie van de kerkmeesters vormde met de pastoor het bestuur. Deze benoemde ook de eerste hoofdonderwijzer A.J. Blankers.  Het kerkbestuur bleef tot 1966 verantwoordelijk voor de school. Daarna kwam er een eigen schoolbestuur.

De  school was al gauw te klein. Architect E.J. Margry uit Rotterdam tekende in 1886 een nieuw lokaal aan de achterkant met een gang, waarin nieuwe  toiletten kwamen. J. Barnhoorn Sr. bouwde het geheel. Een paar jaar later kwam er nog een lokaal bij.

Agathaschool voor meisjes in 1902

In deze tijd groeide het aantal inwoners van Lisse enorm. Door de verbeterde hygiënische omstandigheden was de kindersterfte veel lager geworden. Bovendien kwam in 1900 de leerplichtwet. Dit alles betekende een grote toename van het aantal leerlingen. In 1902 werd het St. Agathagesticht (nu klooster genoemd) voor de zusters gebouwd en daarnaast kwam een nieuwe meisjesschool, die St. Agathaschool ging heten (waar nu de Lindenlaan loopt). De school had 8 lokalen in 2 verdiepingen. Daarmee ging eindelijk een grote wens van de kerkmeesters in vervulling. Hier kwamen de meisjes. De jongens bleven in de oude school, die vanaf die tijd St. Josephschool werd genoemd. Op het schoolplein voor het St. Agathagesticht kwam een hek zodat de  jongens en meisjes niet makkelijk bij elkaar konden komen.

Kunstwerk Sint Joseph behoeden voor sloop.

De jongensschool was al gauw weer te klein en stak armoedig af tegen het gesticht en de meisjesschool. Daarom ging de oude school tegen de vlakte. In 1909  bouwden de gebroeders J. en S. Barnhoorn op dezelfde plaats een nieuwe school. In de kopgevel werd hoog in een nis een beeld van Sint Joseph gerealiseerd. Het is in 1909/1910 gemaakt door de Haarlemse beeldhouwer J.P. Maas, die ook diverse beelden en altaren voor de kathedrale basiliek Sint Bavo in Haarlem heeft gemaakt. Pastoor Kleman betaalde uit eigen zak de kosten van 350 gulden. Dit beeld is met de stenen boogvullingen, die het jaar van de bouw vermelden, na de sloop van het schoolgebouw in 1984 tegen de muur van de derde  St. Josephschool geplaatst.  Deze nieuwe school, op de hoek van de Lindenlaan en de Achterweg, was gebouwd in 1978 en staat nu dus op de nominatie om op zijn beurt gesloopt te worden.

Ondertussen was de meisjesschool met de St. Josephschool samengevoegd. Dat gebeurde in 1967, toen de zusters van de meisjesschool vertrokken.

De VOL hoopt dat het monumentale beeld van Sint Joseph weer een goede bestemming krijgt.

Foto: De kopgevel van de St. Josephschool uit 1909 met het beeld van Sint Joseph, gemaakt door J.P. Maas.
Foto en info uit het boek ’t Parochiaal School 125 jaar, geschreven door A. Hulkenberg in 1991.

 

 

Foto: De kopgevel van de St. Josephschool uit 1909 met het beeld van Sint Joseph, gemaakt door J.P. Maas.

 

Foto en info uit het boek ’t Parochiaal School 125 jaar, geschreven door A. Hulkenberg in 1991.

Vorming van het landschap van Lisse

Veertien dagen geleden kwam in deze column globaal de vorming van het landschap van de Duin- en Bollenstreek aan de orde. Deze keer die van Lisse ter hoogte van ’t Vierkant en de Zwartelaan. De invloed van de Rijn is tot in Lisse merkbaar.

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

9 april 2019

door Nico Groen

Veertien dagen geleden kwam in deze column globaal de vorming van het landschap van de Duin- en Bollenstreek aan de orde. Beschreven werd het ontstaan van de oude duinen en de strandvlakten daar tussenin. Deze keer ligt de focus op Lisse. Net zoals elders in de Duin- en Bollenstreek wisselen in Lisse de oude duinen (de strandwallen) zich af met strandvlakten. Zij strekten zich evenwijdig aan de kust uit. Van noord naar zuid.

’t Vierkant

e bekijken eerst de situatie van west naar oost ter hoogte van ’t Vierkant. Ten oosten van de grens met Noordwijkerhout bij de Leidsevaart lag een  brede strandvlakte. Deze strandvlakte liep door tot de huidige Loosterwegen en heet tegenwoordig de Lageveense Polder. Het landschap hier bestaat als vanouds voornamelijk uit graslanden. Daar aansluitend naar het oosten had zich een brede strandwal gevormd. Deze bestaat nog steeds en heet tegenwoordig het Keukenhofbos. De breedte van deze strandwal liep door tot de huidige Van Lyndenweg. Ten oosten van deze weg was weer een strandvlakte (boerderij de Wolff) tot net ten oosten van de huidige Westelijke Randweg. Van deze oorspronkelijke strandvlakte is niets meer over. Het is allemaal in het begin van de twintigste omgetoverd tot bollenland en daarvoor zal al veen gedolven zijn voor brandstof. Ook de sportvelden liggen op deze strandvlakte. Net ten oosten van de Westelijke Randweg was een smalle strandwal. Dit werd het Berkhouterduin genoemd. Het Berkhouterduin is in de 16e eeuw al afgegraven ten behoeve van het zand. Later werden hier ook bollen geteeld. Vanaf het Berkhouterduin tot ’t Vierkant lag weer een strandvlakte. In de 14e eeuw werd dit ‘De Groene Weyde van Lis’ en later “Het Groenevelt van Lis’ genoemd. Het was weiland en hier liepen de paarden van de postkoetsen te eten en uit te rusten. ’t Vierkant zelf was  onderdeel van een volgende strandwal. ‘t Vierkant was in de zevende eeuw veel hoger dan tegenwoordig. (nu 3 m, toen mogelijk 14 m). Vanaf ongeveer de huidige Schoolstraat tot ver naar het oosten was een groot hoogveengebied ontstaan door de groei van moerasachtige planten in de binnenzee.

Zwartelaan

Hierna bekijken we de situatie ter hoogte van de grens met Hillegom bij de Zwartelaan.

Vanaf de Leidsevaart tot Loosterweg-zuid was net als westelijk bij de Keukenhof een strandvlakte gevormd. Hier is begin 20e eeuw echter zand uit de ondergrond omhoog en het veen naar omlaag gebracht. Daardoor is dit goede bollengrond geworden. Vanaf de Loosterweg tot een stukje voorbij de Heereweg  was de situatie heel anders dan bij het centrum van Lisse. Hier was één grote strandwal  met hoge duinen ontstaan. Van afwisseling met strandvlaktes was geen sprake of deze moeten al vroeger ondergestoven zijn. Al deze duinen werden begin twintigste eeuw helemaal afgegraven ten behoeve van de steenfabriek en de bollenteelt.

Dit grote verschil ter hoogte van ’t Vierkant en  het Zwartelaangebied is te wijten aan de Oude Rijn. Bij de Zwartelaan was de invloed van deze waterafvoer nihil, maar bij ’t Vierkant nog duidelijk aanwezig. Bij de zuidgrens van Lisse was de invloed van de Rijn nog groter. Er waren daar meer en bredere strandvlaktes  en meer en smallere strandwallen. Zie het kaartje hiernaast. De oorzaak van de invloed van de Rijn ligt aan problemen met de afvoer van water bij Katwijk. De rivier moest  zijn vele water kwijt en het water stroomde en kolkte bij veel water naar de lagere gedeelten van het duinlandschap. Vlak bij de rivier was er veel meer stroming dan verderop. Onder invloed hiervan werden de strandvlakten vlak bij de rivier veel breder. Dit was dus tot in Lisse merkbaar.

Kaart: Aangepaste reconstructiekaart van 750 na Chr. 1 = ‘t Vierkant, 2 = De Wolff, 3 = Keukenhofbosch, 4 = Lage- en Hogeveense Polder.
Geel is een strandwal, paars of bruin is een strandvlakte.
Kaart van Menno Dijkstra uit ‘Rondom de mondingen van Rijn en Maas’.

Vorming van landschap in de Bollenstreek

De vorming van de Bollenstreek met strandwallen en strandvlaktes wordt beschreven.

Sporen van vroeger  (Lisser Nieuws)                                                           

26 maart 2019

door Nico Groen

Het landschap van de Duin- en Bollenstreek en dus ook van Lisse heeft zijn oorsprong rond 5000 jaar geleden. Toen begonnen zich onder invloed van wind en golfslag langgerekte noord-zuid lopende strandwallen te ontwikkelen. In het begin waren het zandbanken, die bij vloed overstroomden. Het water liet steeds meer zand op de banken achter. Tussen 2 zandbanken liepen diepe geulen waardoor het water bij eb weer afgevoerd werd. Net zoals nu nog steeds overal langs de Noordzeekust te zien is. Omdat de zeespiegel na de ijstijd bleef stijgen vanwege het nog steeds smeltende ijs, werden de strandwallen steeds westelijker opgeworpen en werden relatief steeds iets hoger afgezet. Door opstuivend zand werden deze strandwallen zelfs nog hoger en vormden zo de oude binnenduinen. Variërend tot een maximale hoogte van 14 meter waren ze niet bijzonder hoog. Toch waren deze strandwallen voldoende sterk om de zee buiten te sluiten. Het was een waddengebied met achter de strandwallen eerst open zeewater, zoals het nu bij de Waddenzee nog steeds is. Toen de strandwallen van noord naar zuid op den duur aaneensloten duinenrijen werden, vormden zich ter hoogte van de Bollenstreek achter de strandwallen een binnenzee, die steeds zoeter werd. Dit werd later het Haarlemmermeer. De geulen tussen de strandwallen stonden na de definitieve verzanding van de Oude Rijn bij Katwijk in 1163 ook niet meer in verbinding met de Noordzee. Deze geulen werden steeds breder. O.a. omdat de Rijn zijn water via de geulen kwijt probeerde te raken. In de geulen bleef het water staan. Door de weelderige groei van o.a. mossen, zeggen, gele lissen en lisdodden vormde zich veel veen. Deze soms zeer brede geulen werden later de strandvlakten genoemd. De Lageveense polder, net aan de oostkant van de Leidsevaart bij landgoed Keukenhof, was ooit zo’n oude strandvlakte.

Het landschap dat zonder invloed van mensen is ontstaan, moet er een paar duizend jaar geleden in de Bollenstreek van west naar oost als volgt hebben uitgezien:

  • Zee met zandbanken en strand.
  • Lage duinen met stuivend zand.
  • Een lage strandvlakte, die bij eb droogviel.
  • Wat hogere duinen overgaand in een struweel van duindoorn en meidoorn.
  • Een natte strandvlakte met een bovenlaag van veen door moerasachtige planten.
  • Daarna een duinenrij (strandwal) met een bos van eiken en beuken.
  • Deze laatste strandvlakten en strandwallen wisselden elkaar enkele malen af.
  • Een groot hoogveengebied met aan de randen plassen en meren, zoals de Kagerplassen met riet en waterlelie.

 

Op de zogenoemde oudste strandwal ontstonden mogelijk zo’n 2000 jaar geleden de dorpen Hillegom, Lisse, Sassenheim en Oegstgeest met een doorgaand pad van Castricum naar Oegstgeest, mogelijk in gebruik in de Romeinse tijd als Heerweg voor het leger. Bij Lisse splitste het pad zich in tweeën. Het westelijke pad, nu de Achterweg overgaand in de Oude Heereweg liep van Lisse naar Rijnsburg en was mogelijk de Heerweg naar Valkenburg. Bovenstaande heeft niets met de huidige duinen langs de kust te maken. Deze werden veel later gevormd.

Zo zal het landschap rondom Lisse er een paar duizend jaar geleden hebben uitgezien.
Foto Nico Groen.

De woning van De Wolff is een monument

De monumentale status van de woning wordt besproken. In deze woning zit een gewelfde kaaskelder die duidt op de oude stal, die hier vroeger was. 

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)

26 februari 2019

door Nico Groen 

Zoals u ongetwijfeld heeft gelezen heeft de eigenaar van de bollenschuur van boerderij De Wolff het plan de bollenschuur, die aan het woonhuis is gebouwd, te slopen. Dit om een nieuwe woning te bouwen los van het bestaande huis. Daartoe moet het bestemmingsplan ter plaatse gewijzigd worden. Het college van B&W van Lisse heeft daar in principe geen bezwaar tegen. Tegen dit plan zijn zienswijzen ingediend om sloop van de bollenschuur te voorkomen. De vraag is of de staat van de schuur en de cultuurhistorische waarde ervan zodanig zijn, dat ook de bollenschuur een gemeentelijk monument kan worden.

 

De woning met een gevelsteen waarop 1603 staat, is al een gemeentelijk monument. Het was vroeger een woning met aangebouwde stal (boerderij De Wolff). Later is de stal bij de woning getrokken om een groter woonhuis te realiseren. Bij de redengevende omschrijving van het monument door de organisatie Dorp, Stad en Land is te lezen, dat het huis zijn waarde ontleend aan 17e eeuwse elementen met 18e eeuwse aanpassingen in de woning. Volgens de beschrijving zijn deze bijzondere elementen en de ouderdom hiervan van bijzonder hoge architectonisch historische en unieke waarde.

Gewelfde kaaskelder

Het oudste gedeelte is een gewelfde kaaskelder met gemetselde trap en gewelf uit het begin van de 17e eeuw. Dit is een overblijfsel van de oude stal. Ook de plavuizenvloer en een alkoof komen uit die tijd. Het tegelwerk in de keuken stamt uit de 18e eeuw. In de kamers zijn tegelplinten met op de tegels een scala aan kinderspelen en dierfiguren. De woning heeft overal kenmerkende balkenplafonds. De bovenverdieping was vroeger in gebruik als hooizolder. Daar zijn nog oude gebinten en spanten met pen en gat verbinding te zien. Dus zonder spijkers of schroeven.

De voorgevel is aan de lange kant van het huis en is te zien vanaf de Stationsweg. Het geheel bestaat uit één bouwlaag met een hoog en steil dak. Nagenoeg in het midden van de voorgevel is de voordeur met daarboven een bovenlicht met een levensboom. Links daarvan zijn 2 hoge raampjes met nog een deur helemaal aan de zijkant. Zijn dit overblijfselen van de aangebouwde stal?

Sinds kort is duidelijk dat de bollenschuur in 1908 tegen de woning is aangebouwd en niet in de zestiger jaren, zoals beschreven staat bij de beschrijving van de monumentale woning. Met dit rapport is men toen op het verkeerde been gezet en daardoor werd de schuur niet monumentwaardig bevonden. Het Cultuur Historisch Genootschap Duin- en Bollenstreek en de VOL streven alsnog toewijzing tot monument na.

In de door hen ingediende zienswijze om behoud van de bollenschuur staat onder andere dat juist de combinatie van groot cultuurhistorisch belang is: de combinatie van de boerenhoeve (huis en aangebouwde stal) uit de 17e eeuw met de bollenschuur uit 1908 en de veranderingen aan het geheel in de loop van tijd. De lage venige strandvlakte tussen de Van Lyndenweg en het vroegere Berkhouterduin (waar nu ongeveer woonzorgcentrum Berkhout is) was vroeger in gebruik als boerengrond met veeteelt (vandaar de kaaskelder). Later werd het zand vanuit de ondergrond naar boven gehaald. Hierdoor ontstond een voor bollenteelt ideale zandgrond Daarom is toen de bollenschuur gebouwd.

Het hele verhaal van verandering van natuur naar kleinschalige landbouw en vervolgens naar onze befaamde bloembollencultuur is bij de woning met de aangebouwde stal, gecombineerd met de bollenschuur goed zichtbaar te maken en mooi te vertellen.

De voorgevel van de woning met 2 deuren.
Foto: Nico Groen

 

 

Foto: Nico Groen

Sloop van de bollenschuur van De Wolff?

Het CHG heeft, samen met de VOL daarom een zienswijze ingediend om de bollenschuur van De Wolff te behouden voor de toekomst. Argumenten worden genoemd.

Sporen van vroeger (LisserNieuws)   

12 februari 2019

door Nico Groen

De eigenaar van de bollenschuur van boerderij De Wolff is van plan de bollenschuur te slopen en een nieuwe woning te bouwen los van het bestaande huis. Het betreft het complex op de hoek van de Stationsweg en de Van Lyndenweg. Daartoe moet het bestemmingsplan ter plaatse gewijzigd worden. Het college van B&W van Lisse heeft daar in principe geen bezwaar tegen. De bollenschuur is aan het huis vastgebouwd.

 

De woning vóór de schuur is een gemeentelijk monument en was vroeger een woning met aangebouwde stal (boerderij De Wolff). Later is de stal bij de woning getrokken voor realisatie van een groter woonhuis. Op een kaart uit 1603 staat op deze locatie al een boerderij getekend. Getuigen van de oude bebouwing zijn een 17de eeuwse gewelfde kaaskelder met gemetselde trap en gewelf, een vloer van plavuizen en een alkoof.

In 1908 is aan boerderij De Wolff een bollenschuur gebouwd voor Bollenbedrijf De Vroomen. Een voor die tijd kenmerkende bollenschuur met openslaande, grote deuren voor natuurlijke ventilatie. Later, waarschijnlijk in de dertiger jaren zijn deze hoge deuren vervangen door kleinere stalen ramen. De gevels zijn daarbij gedeeltelijk dichtgemetseld en er zijn ventilatieroosters aangebracht voor mechanische ventilatie van de bollen. Een logisch gevolg van de technische ontwikkelingen in die tijd.

Aan de noordkant is de schuur in de zestiger jaren uitgebreid met een loods. Deze is niet in de stijl van de bollenschuur zelf gebouwd.

De vraag is hoe de bouwtechnische staat van de bollenschuur is. Zou de schuur eventueel behouden kunnen blijven en een nieuwe bestemming kunnen krijgen? Het lijkt van wel. Van de oorspronkelijke muur aan de noordkant van de bollenschuur zijn bijvoorbeeld nog mooie, oorspronkelijke stalen kozijnen aanwezig. Onderzoek daarnaar is wenselijk.

 

Zienswijze

Het CultuurHistorisch Genootschap Duin- en Bollensteek (CHG) zet zich al jaren succesvol in voor het zoveel mogelijk behouden van oude bollenschuren, al of niet met een nieuwe bestemming. Bijvoorbeeld als woonhuis met cultuurhistorisch gezien zo weinig mogelijk veranderingen aan de buitenkant van de betreffende schuur. Zij zijn tegen de sloop van waardevolle bollenschuren, waarvan bij De Wolff sprake lijkt te zijn.

Het CHG heeft, samen met de VOL daarom een zienswijze ingediend om de bollenschuur te behouden voor de toekomst. Landgoed Keukenhof dient zelf een zienswijze in om de bollenschuur vte behouden.

Bij bollenschuren zijn niet alleen de karakteristieke elementen zoals ventilatiedeuren en -ramen belangrijk, maar juist ook de veranderingen als gevolg van ontwikkelingen in de techniek en logistiek rond de bloembollencultuur. Dat heeft soms minder te maken met schoonheid dan met authenticiteit en ontwikkeling van karakter. Ook is de combinatie van de 17de eeuwse hoeve met de bollenschuur van groot belang. Daar is de ontwikkeling zichtbaar van de agrarische ontwikkeling in de Bollenstreek van de 17de tot de 20ste eeuw. Het gebied is gelegen op een plek met zeer hoge landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Het maakte vroeger een tijdlang onderdeel uit van het historisch Landgoed Keukenhof en omgeving (inclusief boerderij De Wolff met bollenschuur) is aangewezen als kroonjuweel cultureel erfgoed. Volgens het CHG en VOL moet ook om deze redenen de bollenschuur niet worden gesloopt.

Aan de zuidkant zijn de kenmerken van de bollenschuur nog goed te zien vanaf de Van Lyndenweg.. Foto: CHG

 

Gevolgen van de Eerste Wereldoorlog in Lisse



Ongeveer vijfhonderd Belgische vluchtelingen werden tussen oktober 2014 en januari 2015 ni Lisse opgevangen.

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

29 januari 2019

door Nico Groen

In november 1918 werd eindelijk de vrede getekend van de Eerste Wereldoorlog.  Hoewel Nederland neutraal was, had deze oorlog heel veel gevolgen voor Nederland. Wat heeft Lisse van deze oorlog gemerkt? Zoals bekend was er in die tijd veel armoede. Dus ook in Lisse, vooral omdat de bloembollen toen niets waard waren. De werkgroep Genealogie en

Historie van de Cultuur-Historische Vereniging Oud Lisse vroeg zich af welke gevolgen er nog meer waren voor de Lissese gemeenschap. Zij heeft het archiefmateriaal uit het gemeentearchief bestudeerd. Het bleek dat Lisse enige tijd veel Belgische vluchtelingen heeft opgenomen.

Vijfhonderd vluchtelingen in Lisse

Ongeveer vijfhonderd Belgische burgervluchtelingen werden tussen begin oktober 1914 en half januari 1915 in Lisse opgevangen. De Duitse legers waren op 4 augustus 1914 België binnengevallen met het plan om Frankrijk te veroveren. Daarmee begint in dit deel van Europa de Eerste Wereldoorlog. Als gevolg van de inval zoeken Belgische burgervluchtelingen massaal een veilig heenkomen in zuidelijk Nederland. Voor hun opvang wordt ook al snel een dringend beroep gedaan op andere noordelijke gemeentes. Dus ook op de gemeente Lisse. Op zaterdagavond 10 oktober 1914 staan bijna vijfhonderd mannen, vrouwen, opgeschoten jongens, schoolmeisjes en een heleboel kleine kinderen op het winderige station van Lisse. De Lisser dagbladcorrespondent Arie Raaphorst beschrijft de betreurenswaardige aanblik van de stoet Belgische vluchtelingen die Lisse binnenkomt onder andere met: ”…want behalve wat zij aan het lijf hadden, waren ze van alles beroofd. Alles hadden zij achter moeten laten. Slechts een paar dieren zijn meegekomen, zoals een poesje, drie konijntjes in een kistje, een klein smoushondje in de armen van een van de jongetjes”.

Het Steuncomité Lisse draait op dat moment overuren. De eerste noodopvang is vooral in de katholieke jongensschool aan de Heereweg, maar al binnen enkele dagen worden de meeste vluchtelingen ondergebracht bij Lissers thuis. Zij die gastvrijheid bieden, krijgen hiervoor een vergoeding toegezegd. De bewaard gebleven documenten geven een behoorlijk goed beeld van die tijd.

Kort na de val van Antwerpen worden de burgervluchtelingen door hun stadsbestuur opgeroepen weer terug te keren. Daar zou het inmiddels veilig genoeg zijn. De vluchtelingen  willen graag naar huis, maar durven eigenlijk nog niet. Toch keren eind oktober 1914 al achtentwintig vluchtelingen vanuit Lisse naar Antwerpen terug.

Der overheid stimuleerde  opvang in goedkopere centra in plaats van bij particulieren. Daarom werden de overgebleven vluchtelingen uit Lisse naar Gouda overgebracht. Zij vertrokken op zaterdagmiddag 9 januari 1915 per trein vanaf het station van Lisse. Voor ‘vrijen overtocht’ en ‘overbrenging hunner goederen naar het station’ werd gezorgd. Daarmee kwam er een einde aan een korte maar turbulente periode.

Bovenstaande is ontleend aan een uitvoerig artikel van Laura Bemelman in het tijdschrift voor familiegeschiedenis Gen. Magazine, nummer 4 van december 2014. Dit artikel staat ook op de website van de VOL, te bekijken met de volgende link https://oudlisse.nl/historie/7658/ .

De enige foto die herinnert aan het verblijf van de Belgen in Lisse: vluchtelingen op de trap van het Gemeentehuis. Part. Coll Het is voor zover bekend de enig bewaard gebleven beeldherinnering aan de vluchtelingen die tijdelijk in het dorp hebben gewoond.