Berichten

Herdenking bemanning van de bommenwerper

In Lisse wordt  op 4 mei ook stilgestaan bij het B-17 monument vóór de H.H. Engelbewaarderskerk. Dit monument is op 15 september 2012 onthuld ter nagedachtenis aan de bemanning van de Amerikaanse B-17 bommenwerper, die 75 jaar geleden neerstortte bij de Engel. Het is de bedoeling dit op grootse wijze te herdenken op zaterdag 7 september 2019.

Sporen van vroeger  (Lisser Nieuws)

7 mei 2019

door Nico Groen

Ieder jaar is op 4 mei in Lisse aandacht voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Deze openbare dodenherdenking wordt afgesloten met de  kranslegging bij het ´Monument voor de gevallenen´. Dit monument staat midden op de kruising van de Oranjelaan en de Heereweg. Dit is niet de enige herdenking op 4 mei, die de Stichting Oranje-comité Lisse en de Werkgroep Nationale Herdenking 4 mei Lisse organiseren. Op dezelfde middag is er voor genodigden ook een bezoek aan de oorlogsgraven in Lisse en wordt stilgestaan bij het B-17 monument vóór de H.H. Engelbewaarderskerk.

 

De tekst op het monument is als volgt:
“8TH AIR FORCE, 457TH BOMB GROUP, 749TH BOMB SQUADRON.
OP 26 SEPTEMBER 1944 STORTTE, IN HET LAND ACHTER U, DE AMERIKAANSE B-17 BOMMENWERPER ‘JAYHAWK’ NEER. DE B-17 BOMMENWERPER KEERDE TERUG VAN EEN MISSIE NAAR OSNABRUCK (DUITSLAND) ALS HET NABIJ DE KUST VAN IJMUIDEN TWEEMAAL WORDT GERAAKT DOOR DUITS LUCHTAFWEERGESCHUT. TWEE BEMANNINGSLEDEN OVERLEEFDEN DE CRASH NIET.
MET DIT MONUMENT HERDENKEN WIJ DE DAPPERE BEMANNING VAN DE ‘JAYHAWK’ DIE VOCHT VOOR ONZE VRIJHEID!”

Daarna volgen de namen van de bemanningsleden.

Dit monument is op 15 september 2012 onthuld ter nagedachtenis aan de bemanning van de Amerikaanse B-17 bommenwerper.

Zoals de tekst op het monument al zegt was de bommenwerper geraakt door afweergeschut. Het vliegtuig was zwaar beschadigd. Wanhopig probeerde de bemanning het toestel in de lucht te houden om naar het al bevrijde zuiden te ontkomen. Toen ze nabij Lisse waren, werd de beslissing genomen het toestel te verlaten. Het toestel zou niet langer blijven vliegen en iedereen sprong er uit. De bemanning kwam verspreid neer en probeerde zo goed als het ging bescherming te vinden tegen de Duitsers. Vier bemanningsleden werden geholpen door omstanders. Later werden zij door het verzet geholpen aan onderduikadressen. Twee braken hun rug tijdens de landing met hun parachute en werden krijgsgevangen gemaakt. Een derde wilde zijn helpers niet in gevaar brengen en besloot zich over te geven aan de Duitsers. Eén bemanningslid kwam neer in een meer en verdronk. Zijn lichaam werd weken later teruggevonden. Een ander bemanningslid was al dodelijk getroffen in het toestel.

In 2012 is ook het boek ‘Broken Wings: The True Story of a B-17 Bomber Crew Lost Over Holland in September 1944’ uitgegeven. Daarin is door Harold Jansen en Erwin de Mooy  de geschiedenis van de Bommenwerper Jayhawk en zijn bemanning opgetekend.

Grootse herdenking in september 2019

In september is het dus 75 jaar geleden dat de bommenwerper neerstortte. Het is de bedoeling dit op grootse wijze te herdenken op zaterdag 7 september 2019. Deze herdenking zal plaatsvinden in en nabij de H.H. Engelbewaarderskerk in de Engel. Vlakbij het monument dus. Erwin de Mooy is de aanjager voor deze herdenking, waarbij hopelijk ook nabestaanden van de bemanning aanwezig kunnen zijn. De VOL verleent zijn medewerking. Het programma is nog niet rond, maar te zijner tijd hoort en leest u hier ongetwijfeld meer over.

Dit monument is in 2012 aangeboden door Damo Natuursteen uit Hillegom.
Foto: Nico Groen

Vierde nieuwbouw van de St. Josephschool

Onlangs is de St. Josephschool verhuisd naar de nieuwbouw op het voormalige terrein van het Fioretti College MVO-Lucia, Achterweg 7. Het is niet de eerste keer dat de basisschool naar een nieuw gebouw ging. Voor deze R.K. school  is 4 keer nieuwbouw gepleegd in de ruim 150 jarige geschiedenis. Daarnaast zijn er nog diverse verbouwingen en aanbouw van klaslokalen geweest.

Sporen van vroeger Lisser Nieuws)

23 april 2019

 door Nico Groen

Onlangs is de St. Josephschool verhuisd naar de nieuwbouw op het voormalige terrein van het Fioretti College MVO-Lucia, Achterweg 7. Het is niet de eerste keer dat de basisschool naar een nieuw gebouw ging. Voor deze R.K. school  is 4 keer nieuwbouw gepleegd in de ruim 150 jarige geschiedenis. Daarnaast zijn er nog diverse verbouwingen en aanbouw van klaslokalen geweest.

 

Het begon allemaal in 1867. Het is de tijd van godsdienstvrijheid en van de oprichting van bijzondere scholen, zoals katholieke en protestante scholen. Zo ook in Lisse. Door de Agathaparochie onder leiding van pastoor Heuvels werd aan de overkant van de kerk grond gekocht van Jan Langeveld. Architect Cornelis Dobbe uit Maarssen tekende de school met een woning voor de bovenmeester. Het geheel werd gebouwd op de plek waar nu het gebouw Kloosterhof staat. De officiële naam van deze school werd “ ‘t RC Parochiaal School”. Er waren 2 leslokalen, waar zowel jongens als meisjes les kregen. Er was plaats voor totaal 112 leerlingen. Daarnaast volgden 55 leerlingen het avondonderwijs. Een delegatie van de kerkmeesters vormde met de pastoor het bestuur. Deze benoemde ook de eerste hoofdonderwijzer A.J. Blankers.  Het kerkbestuur bleef tot 1966 verantwoordelijk voor de school. Daarna kwam er een eigen schoolbestuur.

De  school was al gauw te klein. Architect E.J. Margry uit Rotterdam tekende in 1886 een nieuw lokaal aan de achterkant met een gang, waarin nieuwe  toiletten kwamen. J. Barnhoorn Sr. bouwde het geheel. Een paar jaar later kwam er nog een lokaal bij.

Agathaschool voor meisjes in 1902

In deze tijd groeide het aantal inwoners van Lisse enorm. Door de verbeterde hygiënische omstandigheden was de kindersterfte veel lager geworden. Bovendien kwam in 1900 de leerplichtwet. Dit alles betekende een grote toename van het aantal leerlingen. In 1902 werd het St. Agathagesticht (nu klooster genoemd) voor de zusters gebouwd en daarnaast kwam een nieuwe meisjesschool, die St. Agathaschool ging heten (waar nu de Lindenlaan loopt). De school had 8 lokalen in 2 verdiepingen. Daarmee ging eindelijk een grote wens van de kerkmeesters in vervulling. Hier kwamen de meisjes. De jongens bleven in de oude school, die vanaf die tijd St. Josephschool werd genoemd. Op het schoolplein voor het St. Agathagesticht kwam een hek zodat de  jongens en meisjes niet makkelijk bij elkaar konden komen.

Kunstwerk Sint Joseph behoeden voor sloop.

De jongensschool was al gauw weer te klein en stak armoedig af tegen het gesticht en de meisjesschool. Daarom ging de oude school tegen de vlakte. In 1909  bouwden de gebroeders J. en S. Barnhoorn op dezelfde plaats een nieuwe school. In de kopgevel werd hoog in een nis een beeld van Sint Joseph gerealiseerd. Het is in 1909/1910 gemaakt door de Haarlemse beeldhouwer J.P. Maas, die ook diverse beelden en altaren voor de kathedrale basiliek Sint Bavo in Haarlem heeft gemaakt. Pastoor Kleman betaalde uit eigen zak de kosten van 350 gulden. Dit beeld is met de stenen boogvullingen, die het jaar van de bouw vermelden, na de sloop van het schoolgebouw in 1984 tegen de muur van de derde  St. Josephschool geplaatst.  Deze nieuwe school, op de hoek van de Lindenlaan en de Achterweg, was gebouwd in 1978 en staat nu dus op de nominatie om op zijn beurt gesloopt te worden.

Ondertussen was de meisjesschool met de St. Josephschool samengevoegd. Dat gebeurde in 1967, toen de zusters van de meisjesschool vertrokken.

De VOL hoopt dat het monumentale beeld van Sint Joseph weer een goede bestemming krijgt.

Foto: De kopgevel van de St. Josephschool uit 1909 met het beeld van Sint Joseph, gemaakt door J.P. Maas.
Foto en info uit het boek ’t Parochiaal School 125 jaar, geschreven door A. Hulkenberg in 1991.

 

 

Foto: De kopgevel van de St. Josephschool uit 1909 met het beeld van Sint Joseph, gemaakt door J.P. Maas.

 

Foto en info uit het boek ’t Parochiaal School 125 jaar, geschreven door A. Hulkenberg in 1991.

Vorming van het landschap van Lisse

Veertien dagen geleden kwam in deze column globaal de vorming van het landschap van de Duin- en Bollenstreek aan de orde. Deze keer die van Lisse ter hoogte van ’t Vierkant en de Zwartelaan. De invloed van de Rijn is tot in Lisse merkbaar.

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

9 april 2019

door Nico Groen

Veertien dagen geleden kwam in deze column globaal de vorming van het landschap van de Duin- en Bollenstreek aan de orde. Beschreven werd het ontstaan van de oude duinen en de strandvlakten daar tussenin. Deze keer ligt de focus op Lisse. Net zoals elders in de Duin- en Bollenstreek wisselen in Lisse de oude duinen (de strandwallen) zich af met strandvlakten. Zij strekten zich evenwijdig aan de kust uit. Van noord naar zuid.

’t Vierkant

e bekijken eerst de situatie van west naar oost ter hoogte van ’t Vierkant. Ten oosten van de grens met Noordwijkerhout bij de Leidsevaart lag een  brede strandvlakte. Deze strandvlakte liep door tot de huidige Loosterwegen en heet tegenwoordig de Lageveense Polder. Het landschap hier bestaat als vanouds voornamelijk uit graslanden. Daar aansluitend naar het oosten had zich een brede strandwal gevormd. Deze bestaat nog steeds en heet tegenwoordig het Keukenhofbos. De breedte van deze strandwal liep door tot de huidige Van Lyndenweg. Ten oosten van deze weg was weer een strandvlakte (boerderij de Wolff) tot net ten oosten van de huidige Westelijke Randweg. Van deze oorspronkelijke strandvlakte is niets meer over. Het is allemaal in het begin van de twintigste omgetoverd tot bollenland en daarvoor zal al veen gedolven zijn voor brandstof. Ook de sportvelden liggen op deze strandvlakte. Net ten oosten van de Westelijke Randweg was een smalle strandwal. Dit werd het Berkhouterduin genoemd. Het Berkhouterduin is in de 16e eeuw al afgegraven ten behoeve van het zand. Later werden hier ook bollen geteeld. Vanaf het Berkhouterduin tot ’t Vierkant lag weer een strandvlakte. In de 14e eeuw werd dit ‘De Groene Weyde van Lis’ en later “Het Groenevelt van Lis’ genoemd. Het was weiland en hier liepen de paarden van de postkoetsen te eten en uit te rusten. ’t Vierkant zelf was  onderdeel van een volgende strandwal. ‘t Vierkant was in de zevende eeuw veel hoger dan tegenwoordig. (nu 3 m, toen mogelijk 14 m). Vanaf ongeveer de huidige Schoolstraat tot ver naar het oosten was een groot hoogveengebied ontstaan door de groei van moerasachtige planten in de binnenzee.

Zwartelaan

Hierna bekijken we de situatie ter hoogte van de grens met Hillegom bij de Zwartelaan.

Vanaf de Leidsevaart tot Loosterweg-zuid was net als westelijk bij de Keukenhof een strandvlakte gevormd. Hier is begin 20e eeuw echter zand uit de ondergrond omhoog en het veen naar omlaag gebracht. Daardoor is dit goede bollengrond geworden. Vanaf de Loosterweg tot een stukje voorbij de Heereweg  was de situatie heel anders dan bij het centrum van Lisse. Hier was één grote strandwal  met hoge duinen ontstaan. Van afwisseling met strandvlaktes was geen sprake of deze moeten al vroeger ondergestoven zijn. Al deze duinen werden begin twintigste eeuw helemaal afgegraven ten behoeve van de steenfabriek en de bollenteelt.

Dit grote verschil ter hoogte van ’t Vierkant en  het Zwartelaangebied is te wijten aan de Oude Rijn. Bij de Zwartelaan was de invloed van deze waterafvoer nihil, maar bij ’t Vierkant nog duidelijk aanwezig. Bij de zuidgrens van Lisse was de invloed van de Rijn nog groter. Er waren daar meer en bredere strandvlaktes  en meer en smallere strandwallen. Zie het kaartje hiernaast. De oorzaak van de invloed van de Rijn ligt aan problemen met de afvoer van water bij Katwijk. De rivier moest  zijn vele water kwijt en het water stroomde en kolkte bij veel water naar de lagere gedeelten van het duinlandschap. Vlak bij de rivier was er veel meer stroming dan verderop. Onder invloed hiervan werden de strandvlakten vlak bij de rivier veel breder. Dit was dus tot in Lisse merkbaar.

Kaart: Aangepaste reconstructiekaart van 750 na Chr. 1 = ‘t Vierkant, 2 = De Wolff, 3 = Keukenhofbosch, 4 = Lage- en Hogeveense Polder.
Geel is een strandwal, paars of bruin is een strandvlakte.
Kaart van Menno Dijkstra uit ‘Rondom de mondingen van Rijn en Maas’.

Vorming van landschap in de Bollenstreek

De vorming van de Bollenstreek met strandwallen en strandvlaktes wordt beschreven.

Sporen van vroeger  (Lisser Nieuws)                                                           

26 maart 2019

door Nico Groen

Het landschap van de Duin- en Bollenstreek en dus ook van Lisse heeft zijn oorsprong rond 5000 jaar geleden. Toen begonnen zich onder invloed van wind en golfslag langgerekte noord-zuid lopende strandwallen te ontwikkelen. In het begin waren het zandbanken, die bij vloed overstroomden. Het water liet steeds meer zand op de banken achter. Tussen 2 zandbanken liepen diepe geulen waardoor het water bij eb weer afgevoerd werd. Net zoals nu nog steeds overal langs de Noordzeekust te zien is. Omdat de zeespiegel na de ijstijd bleef stijgen vanwege het nog steeds smeltende ijs, werden de strandwallen steeds westelijker opgeworpen en werden relatief steeds iets hoger afgezet. Door opstuivend zand werden deze strandwallen zelfs nog hoger en vormden zo de oude binnenduinen. Variërend tot een maximale hoogte van 14 meter waren ze niet bijzonder hoog. Toch waren deze strandwallen voldoende sterk om de zee buiten te sluiten. Het was een waddengebied met achter de strandwallen eerst open zeewater, zoals het nu bij de Waddenzee nog steeds is. Toen de strandwallen van noord naar zuid op den duur aaneensloten duinenrijen werden, vormden zich ter hoogte van de Bollenstreek achter de strandwallen een binnenzee, die steeds zoeter werd. Dit werd later het Haarlemmermeer. De geulen tussen de strandwallen stonden na de definitieve verzanding van de Oude Rijn bij Katwijk in 1163 ook niet meer in verbinding met de Noordzee. Deze geulen werden steeds breder. O.a. omdat de Rijn zijn water via de geulen kwijt probeerde te raken. In de geulen bleef het water staan. Door de weelderige groei van o.a. mossen, zeggen, gele lissen en lisdodden vormde zich veel veen. Deze soms zeer brede geulen werden later de strandvlakten genoemd. De Lageveense polder, net aan de oostkant van de Leidsevaart bij landgoed Keukenhof, was ooit zo’n oude strandvlakte.

Het landschap dat zonder invloed van mensen is ontstaan, moet er een paar duizend jaar geleden in de Bollenstreek van west naar oost als volgt hebben uitgezien:

  • Zee met zandbanken en strand.
  • Lage duinen met stuivend zand.
  • Een lage strandvlakte, die bij eb droogviel.
  • Wat hogere duinen overgaand in een struweel van duindoorn en meidoorn.
  • Een natte strandvlakte met een bovenlaag van veen door moerasachtige planten.
  • Daarna een duinenrij (strandwal) met een bos van eiken en beuken.
  • Deze laatste strandvlakten en strandwallen wisselden elkaar enkele malen af.
  • Een groot hoogveengebied met aan de randen plassen en meren, zoals de Kagerplassen met riet en waterlelie.

 

Op de zogenoemde oudste strandwal ontstonden mogelijk zo’n 2000 jaar geleden de dorpen Hillegom, Lisse, Sassenheim en Oegstgeest met een doorgaand pad van Castricum naar Oegstgeest, mogelijk in gebruik in de Romeinse tijd als Heerweg voor het leger. Bij Lisse splitste het pad zich in tweeën. Het westelijke pad, nu de Achterweg overgaand in de Oude Heereweg liep van Lisse naar Rijnsburg en was mogelijk de Heerweg naar Valkenburg. Bovenstaande heeft niets met de huidige duinen langs de kust te maken. Deze werden veel later gevormd.

Zo zal het landschap rondom Lisse er een paar duizend jaar geleden hebben uitgezien.
Foto Nico Groen.

De woning van De Wolff is een monument

De monumentale status van de woning wordt besproken. In deze woning zit een gewelfde kaaskelder die duidt op de oude stal, die hier vroeger was. 

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)

26 februari 2019

door Nico Groen 

Zoals u ongetwijfeld heeft gelezen heeft de eigenaar van de bollenschuur van boerderij De Wolff het plan de bollenschuur, die aan het woonhuis is gebouwd, te slopen. Dit om een nieuwe woning te bouwen los van het bestaande huis. Daartoe moet het bestemmingsplan ter plaatse gewijzigd worden. Het college van B&W van Lisse heeft daar in principe geen bezwaar tegen. Tegen dit plan zijn zienswijzen ingediend om sloop van de bollenschuur te voorkomen. De vraag is of de staat van de schuur en de cultuurhistorische waarde ervan zodanig zijn, dat ook de bollenschuur een gemeentelijk monument kan worden.

 

De woning met een gevelsteen waarop 1603 staat, is al een gemeentelijk monument. Het was vroeger een woning met aangebouwde stal (boerderij De Wolff). Later is de stal bij de woning getrokken om een groter woonhuis te realiseren. Bij de redengevende omschrijving van het monument door de organisatie Dorp, Stad en Land is te lezen, dat het huis zijn waarde ontleend aan 17e eeuwse elementen met 18e eeuwse aanpassingen in de woning. Volgens de beschrijving zijn deze bijzondere elementen en de ouderdom hiervan van bijzonder hoge architectonisch historische en unieke waarde.

Gewelfde kaaskelder

Het oudste gedeelte is een gewelfde kaaskelder met gemetselde trap en gewelf uit het begin van de 17e eeuw. Dit is een overblijfsel van de oude stal. Ook de plavuizenvloer en een alkoof komen uit die tijd. Het tegelwerk in de keuken stamt uit de 18e eeuw. In de kamers zijn tegelplinten met op de tegels een scala aan kinderspelen en dierfiguren. De woning heeft overal kenmerkende balkenplafonds. De bovenverdieping was vroeger in gebruik als hooizolder. Daar zijn nog oude gebinten en spanten met pen en gat verbinding te zien. Dus zonder spijkers of schroeven.

De voorgevel is aan de lange kant van het huis en is te zien vanaf de Stationsweg. Het geheel bestaat uit één bouwlaag met een hoog en steil dak. Nagenoeg in het midden van de voorgevel is de voordeur met daarboven een bovenlicht met een levensboom. Links daarvan zijn 2 hoge raampjes met nog een deur helemaal aan de zijkant. Zijn dit overblijfselen van de aangebouwde stal?

Sinds kort is duidelijk dat de bollenschuur in 1908 tegen de woning is aangebouwd en niet in de zestiger jaren, zoals beschreven staat bij de beschrijving van de monumentale woning. Met dit rapport is men toen op het verkeerde been gezet en daardoor werd de schuur niet monumentwaardig bevonden. Het Cultuur Historisch Genootschap Duin- en Bollenstreek en de VOL streven alsnog toewijzing tot monument na.

In de door hen ingediende zienswijze om behoud van de bollenschuur staat onder andere dat juist de combinatie van groot cultuurhistorisch belang is: de combinatie van de boerenhoeve (huis en aangebouwde stal) uit de 17e eeuw met de bollenschuur uit 1908 en de veranderingen aan het geheel in de loop van tijd. De lage venige strandvlakte tussen de Van Lyndenweg en het vroegere Berkhouterduin (waar nu ongeveer woonzorgcentrum Berkhout is) was vroeger in gebruik als boerengrond met veeteelt (vandaar de kaaskelder). Later werd het zand vanuit de ondergrond naar boven gehaald. Hierdoor ontstond een voor bollenteelt ideale zandgrond Daarom is toen de bollenschuur gebouwd.

Het hele verhaal van verandering van natuur naar kleinschalige landbouw en vervolgens naar onze befaamde bloembollencultuur is bij de woning met de aangebouwde stal, gecombineerd met de bollenschuur goed zichtbaar te maken en mooi te vertellen.

De voorgevel van de woning met 2 deuren.
Foto: Nico Groen

 

 

Foto: Nico Groen

Sloop van de bollenschuur van De Wolff?

Het CHG heeft, samen met de VOL daarom een zienswijze ingediend om de bollenschuur van De Wolff te behouden voor de toekomst. Argumenten worden genoemd.

Sporen van vroeger (LisserNieuws)   

12 februari 2019

door Nico Groen

De eigenaar van de bollenschuur van boerderij De Wolff is van plan de bollenschuur te slopen en een nieuwe woning te bouwen los van het bestaande huis. Het betreft het complex op de hoek van de Stationsweg en de Van Lyndenweg. Daartoe moet het bestemmingsplan ter plaatse gewijzigd worden. Het college van B&W van Lisse heeft daar in principe geen bezwaar tegen. De bollenschuur is aan het huis vastgebouwd.

 

De woning vóór de schuur is een gemeentelijk monument en was vroeger een woning met aangebouwde stal (boerderij De Wolff). Later is de stal bij de woning getrokken voor realisatie van een groter woonhuis. Op een kaart uit 1603 staat op deze locatie al een boerderij getekend. Getuigen van de oude bebouwing zijn een 17de eeuwse gewelfde kaaskelder met gemetselde trap en gewelf, een vloer van plavuizen en een alkoof.

In 1908 is aan boerderij De Wolff een bollenschuur gebouwd voor Bollenbedrijf De Vroomen. Een voor die tijd kenmerkende bollenschuur met openslaande, grote deuren voor natuurlijke ventilatie. Later, waarschijnlijk in de dertiger jaren zijn deze hoge deuren vervangen door kleinere stalen ramen. De gevels zijn daarbij gedeeltelijk dichtgemetseld en er zijn ventilatieroosters aangebracht voor mechanische ventilatie van de bollen. Een logisch gevolg van de technische ontwikkelingen in die tijd.

Aan de noordkant is de schuur in de zestiger jaren uitgebreid met een loods. Deze is niet in de stijl van de bollenschuur zelf gebouwd.

De vraag is hoe de bouwtechnische staat van de bollenschuur is. Zou de schuur eventueel behouden kunnen blijven en een nieuwe bestemming kunnen krijgen? Het lijkt van wel. Van de oorspronkelijke muur aan de noordkant van de bollenschuur zijn bijvoorbeeld nog mooie, oorspronkelijke stalen kozijnen aanwezig. Onderzoek daarnaar is wenselijk.

 

Zienswijze

Het CultuurHistorisch Genootschap Duin- en Bollensteek (CHG) zet zich al jaren succesvol in voor het zoveel mogelijk behouden van oude bollenschuren, al of niet met een nieuwe bestemming. Bijvoorbeeld als woonhuis met cultuurhistorisch gezien zo weinig mogelijk veranderingen aan de buitenkant van de betreffende schuur. Zij zijn tegen de sloop van waardevolle bollenschuren, waarvan bij De Wolff sprake lijkt te zijn.

Het CHG heeft, samen met de VOL daarom een zienswijze ingediend om de bollenschuur te behouden voor de toekomst. Landgoed Keukenhof dient zelf een zienswijze in om de bollenschuur vte behouden.

Bij bollenschuren zijn niet alleen de karakteristieke elementen zoals ventilatiedeuren en -ramen belangrijk, maar juist ook de veranderingen als gevolg van ontwikkelingen in de techniek en logistiek rond de bloembollencultuur. Dat heeft soms minder te maken met schoonheid dan met authenticiteit en ontwikkeling van karakter. Ook is de combinatie van de 17de eeuwse hoeve met de bollenschuur van groot belang. Daar is de ontwikkeling zichtbaar van de agrarische ontwikkeling in de Bollenstreek van de 17de tot de 20ste eeuw. Het gebied is gelegen op een plek met zeer hoge landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Het maakte vroeger een tijdlang onderdeel uit van het historisch Landgoed Keukenhof en omgeving (inclusief boerderij De Wolff met bollenschuur) is aangewezen als kroonjuweel cultureel erfgoed. Volgens het CHG en VOL moet ook om deze redenen de bollenschuur niet worden gesloopt.

Aan de zuidkant zijn de kenmerken van de bollenschuur nog goed te zien vanaf de Van Lyndenweg.. Foto: CHG

 

Gevolgen van de Eerste Wereldoorlog in Lisse



Ongeveer vijfhonderd Belgische vluchtelingen werden tussen oktober 2014 en januari 2015 ni Lisse opgevangen.

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

29 januari 2019

door Nico Groen

In november 1918 werd eindelijk de vrede getekend van de Eerste Wereldoorlog.  Hoewel Nederland neutraal was, had deze oorlog heel veel gevolgen voor Nederland. Wat heeft Lisse van deze oorlog gemerkt? Zoals bekend was er in die tijd veel armoede. Dus ook in Lisse, vooral omdat de bloembollen toen niets waard waren. De werkgroep Genealogie en

Historie van de Cultuur-Historische Vereniging Oud Lisse vroeg zich af welke gevolgen er nog meer waren voor de Lissese gemeenschap. Zij heeft het archiefmateriaal uit het gemeentearchief bestudeerd. Het bleek dat Lisse enige tijd veel Belgische vluchtelingen heeft opgenomen.

Vijfhonderd vluchtelingen in Lisse

Ongeveer vijfhonderd Belgische burgervluchtelingen werden tussen begin oktober 1914 en half januari 1915 in Lisse opgevangen. De Duitse legers waren op 4 augustus 1914 België binnengevallen met het plan om Frankrijk te veroveren. Daarmee begint in dit deel van Europa de Eerste Wereldoorlog. Als gevolg van de inval zoeken Belgische burgervluchtelingen massaal een veilig heenkomen in zuidelijk Nederland. Voor hun opvang wordt ook al snel een dringend beroep gedaan op andere noordelijke gemeentes. Dus ook op de gemeente Lisse. Op zaterdagavond 10 oktober 1914 staan bijna vijfhonderd mannen, vrouwen, opgeschoten jongens, schoolmeisjes en een heleboel kleine kinderen op het winderige station van Lisse. De Lisser dagbladcorrespondent Arie Raaphorst beschrijft de betreurenswaardige aanblik van de stoet Belgische vluchtelingen die Lisse binnenkomt onder andere met: ”…want behalve wat zij aan het lijf hadden, waren ze van alles beroofd. Alles hadden zij achter moeten laten. Slechts een paar dieren zijn meegekomen, zoals een poesje, drie konijntjes in een kistje, een klein smoushondje in de armen van een van de jongetjes”.

Het Steuncomité Lisse draait op dat moment overuren. De eerste noodopvang is vooral in de katholieke jongensschool aan de Heereweg, maar al binnen enkele dagen worden de meeste vluchtelingen ondergebracht bij Lissers thuis. Zij die gastvrijheid bieden, krijgen hiervoor een vergoeding toegezegd. De bewaard gebleven documenten geven een behoorlijk goed beeld van die tijd.

Kort na de val van Antwerpen worden de burgervluchtelingen door hun stadsbestuur opgeroepen weer terug te keren. Daar zou het inmiddels veilig genoeg zijn. De vluchtelingen  willen graag naar huis, maar durven eigenlijk nog niet. Toch keren eind oktober 1914 al achtentwintig vluchtelingen vanuit Lisse naar Antwerpen terug.

Der overheid stimuleerde  opvang in goedkopere centra in plaats van bij particulieren. Daarom werden de overgebleven vluchtelingen uit Lisse naar Gouda overgebracht. Zij vertrokken op zaterdagmiddag 9 januari 1915 per trein vanaf het station van Lisse. Voor ‘vrijen overtocht’ en ‘overbrenging hunner goederen naar het station’ werd gezorgd. Daarmee kwam er een einde aan een korte maar turbulente periode.

Bovenstaande is ontleend aan een uitvoerig artikel van Laura Bemelman in het tijdschrift voor familiegeschiedenis Gen. Magazine, nummer 4 van december 2014. Dit artikel staat ook op de website van de VOL, te bekijken met de volgende link https://oudlisse.nl/historie/7658/ .

De enige foto die herinnert aan het verblijf van de Belgen in Lisse: vluchtelingen op de trap van het Gemeentehuis. Part. Coll Het is voor zover bekend de enig bewaard gebleven beeldherinnering aan de vluchtelingen die tijdelijk in het dorp hebben gewoond.

100ste Sporen van vroeger

Dit is de 100ste column in de rubriek Sporen van vroeger van het LisserNieuws, verzorgd door de Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”. Deze mijlpaal is een goede gelegenheid om de vereniging eens voor het voetlicht te brengen.

Sporen van vroeger   (LisserNieuws)                                                

15 januari 2019

door Nico Groen

Dit is de 100ste column in de rubriek Sporen van vroeger van het LisserNieuws, verzorgd door de Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”. Deze mijlpaal is een goede gelegenheid om de vereniging eens voor het voetlicht te brengen.

De CHVOL, zoals de officiële afkorting van de vereniging tegenwoordig is, werd in 1991 opgericht uit verontwaardiging over de plotselinge sloop van een aantal oude, beeldbepalende villa’s in het noorden van het dorp. In eerste instantie richtte de vereniging zich op het behoud van monumentale en beeldbepalende objecten. Later werd de doelstelling veel breder.

Vrijwilligers

Sinds 2015 is Eric Prince voorzitter van de vereniging en Helmi Beijsens secretaris. Verdere leden van het bestuur zijn Jasper de Jong, Henk Schaap en Jos van Bourgondiën. Naast het bestuur zijn er tientallen vrijwilligers voor de vereniging in de weer. Hun bijdrage  varieert van transcriberen (hertalen) van oude archiefstukken tot het rondbrengen van de Nieuwsbladen. Het Nieuwsblad is het kwartaalblad van de vereniging, gedrukt in full couleur A4 formaat, meestal 32 pagina’s dik. Dit blad wordt naar de bijna 500 leden gebracht of verstuurd. De werkzaamheden worden uitgevoerd binnen een aantal werkgroepen zoals: Genealogie en historie; Monumenten en ruimtelijke ordening; (Digitale) archivering; Groen, landschap en bomen; Beheer van de Vergulde Zwaan en Promotie met publiciteit waaronder de redactie van het Nieuwsblad.

Dinsdagse inloop

De Vereniging is sinds 2007 gevestigd in de Vergulde Zwaan, aan de 1e Havendwarsstraat 4. Daar is onlangs de zolder opgeknapt en geschikt gemaakt voor de archieven en werkzaamheden. Iedere dinsdagochtend is er inloop in de Vergulde Zwaan. Bestuursleden en vrijwilligers zijn daar dan druk bezig en kunnen allerlei vragen beantwoorden. Iedereen kan binnenlopen om iets te vragen, te bekijken of onderzoek te doen. De vereniging is altijd op zoek naar (onbekend) materiaal zoals foto’s, films, voorwerpen,  geschriften of archieven over Lisse. Dat kunt u  op dinsdagmorgen laten zien en eventueel inleveren. De VOL, de oude vertrouwde afkorting. is uitermate dankbaar voor alle giften. Ook verhalen uit de overlevering zijn zeer welkom.

In de periode september t/m mei, met uitzondering van december, is er iedere derde dinsdagavond van de maand een interessante lezing in de Vergulde Zwaan. Iedereen kan daar naar toe. De entree is 3 euro voor niet-leden. De toegang voor leden is gratis. Zij krijgen een persoonlijke uitnodiging.

Onlangs is de website van de vereniging vernieuwd. Hier kan men zeer veel informatie over de cultuur historie van Lisse bekijken, inclusief alle 100 columns van Sporen van vroeger. Er staat ook veel meer informatie over de vereniging zelf op dan hier vermeld kan worden, inclusief een formulier om lid te worden. Naast de website Oudlisse is de Oud Lisse ook actief op facebook onder de titel Oudlisse en op Youtube met Oudefilmslisse.

Lid van de CHVOL worden

Het lidmaatschap is 20 euro per jaar. Daarvoor krijgt u 4 keer per jaar het Nieuwsblad, vol met historie en andere informatie. Hoe meer leden des te meer invloed de vereniging heeft bij gemeentelijk en ander overleg, zoals in de Erfgoedcommissie en de gemeentelijke bomenadviescommissie. Word daarom lid van de Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”.

 

De Vergulde Zwaan Foto: Nico Groen

 Coöperatieve bollenveiling 100 jaar

Deze maand wordt gevierd dat de coöperatieve bloembollenveiling (nu CNB) 100 jaar bestaat. De geschiedenis wordt weergegeven.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)                                     

2 januari 2019

door Nico Groen

Deze maand wordt gevierd dat de coöperatieve bloembollenveiling (nu CNB) 100 jaar bestaat. Ter gelegenheid hiervan wordt er op 8 en 9 januari 2019 een speciale bloemen-show en een expositie over het verleden in het hoofdkantoor van de CNB Lisse,  Heereweg 347 gehouden. De tentoonstelling is mede opgesteld door vrijwilligers van de Vereniging Oud Lisse.

 Veiling West-Friesland

Op 16 januari  1919 was de officiële oprichting van Bloembollenveilingsvereeniging West-Friesland door de KAVB-afdelingen Andijk, Bovenkarspel en Enkhuizen. De eerste bollen werden die zomer verkocht in de uitspanning  ‘Het Roode Hert’ in Bovenkarspel. De start van de coöperatieve bollenveiling was dus 100 jaar geleden. Omdat het een coöperatie was, hadden de leden het voor het zeggen en dat is nog steeds zo. Bij andere destijds gebruikelijke verkoopmethoden waren er nogal eens misstanden: vandaar de oprichting. Het ging zo goed dat men in 1925 een eigen veilingzaal met opslagruimte voor de bollen bouwde. In de loop der jaren werd er steeds meer uitgebreid voor de steeds maar toenemende aanvoer en voor bewaarruimten van de bollen.

HBG

De Coöperatieve veilingsvereeniging voor Bloembollenkweekers werd in 1924 opgericht door afdeling Lisse van het Hollandsch Bloembollenkweekersgenootschap (HBG). De HBG was in Haarlem opgericht in 1895 om de kwekersbelangen beter te kunnen behartigen. De veiling heette later ook gewoon HBG.

De coöperatie kocht van Gerrit van Parijs & Zn. een stuk grond aan de Grachtweg.  Daar werd in 1925 een veilingloods en veilingzaal met kantoorruimte gebouwd. De bollen konden worden aan- en afgevoerd over de weg of via het water van de Gracht.

Op deze plek woedde op 18 juni 1954 een grote brand, die het kantoor van de HBG in de as legde. Het kantoor was niet te redden en moest worden gesloopt. Onder architectuur van de bekende Lissesse architect Paardekooper werden in datzelfde jaar een nieuw kantoorgebouw en veilingzaal gerealiseerd.

fusie tussen Bovenkarspel en Lisse

In 1975 volgde de fusie tussen coöperatieve veilingen West-Friesland in Bovenkarspel en de HBG in Lisse. De naam van de fusiecoöperatie werd Coöperatie Nederlandse Bloembollencentrale (CNB).

Toen in 2006 de CNB verhuisde, besloot het gemeentebestuur de grond te kopen. Men vond dat het markante hoofdgebouw niet gesloopt mocht worden, maar een passende bestemming moest krijgen. Dit is dus uiteindelijk, na een zorgvuldige verbouwing, een theater met bioscoop geworden: FloraLis. Hierdoor blijft dit cultuurhistorische pand behouden. Het is nu een gemeentelijk monument.

Bovenstaande gegevens komen hoofdzakelijk uit een uitgebreid artikel van Arie in ’t Veld uit het Nieuwsblad van de VOL van april 2006.

Lees hier dit artikel.

 

Oude foto van de HBG

Deze maand wordt gevierd dat de coöperatieve bloembollenveiling (nu CNB) 100 jaar bestaat. De geschiedenis wordt weergegeven.

Zwarte Tulpprijs voor Heereweg 429

Sporen van vroeger  (Lisser Nieuws)

door Nico Groen

18 december 2018

De Zwarte Tulpprijs 2018 is voor de eigenaren van de woning met bollenschuur op Heereweg 429. De restauratie is eindelijk klaar. De bollenschuur is nu bij het woonhuis getrokken. De schuur heeft dus een goede herbestemming gekregen. De oorkonde werd 30 november jl. uitgereikt aan de familie door wethouder Kees van der Zwet.

 Gemeentelijk monument

Het gebouw is ontworpen door de bekende Lisser architect C.W. Barnhoorn. Dit in opdracht van bollenkweker W.V. van Beek. De bollenschuur is aan de achterkant van het woonhuis gebouwd. Het vormt samen één geheel. Het precieze bouwjaar is niet bekend, maar ligt rond 1927. Het heeft 2 bouwlagen onder een plat dak met een schoorsteen aan de achterkant. Er zijn  rode bakstenen gebruikt, behalve voor de onderste lagen. Deze zijn vanaf de fundering opgebouwd uit een betere kwaliteit klinkers met hardere specie en vormen een zg trasraam. Naast het tegengaan van optrekkend vocht, werkt het ook tegen binnendringen van vocht van bijvoorbeeld opspattend regenwater. Verder is de kans kleiner dat zouten uit het optrekkende water voor witte uitslag op de gewone stenen zorgen.

In de voorgevel is siermetselwerk aangebracht in de vorm van vooruitspringende stenen. Dit geeft een speels uiterlijk aan de bovenkant van de voorgevel. De borstwering aan de bovenkant van de andere gevels heeft ook  naar voren uitkragende  stenen met een betonnen gevelafdekking. Te zien is dat Barnhoorn geïnspireerd was door art deco en baksteenexpressionisme. Art deco was een populaire stijlbeweging van 1920 tot 1939 die bij bouwwerken ook tot uiting kwam in de decoraties. Het belangrijkste bij baksteen-expressionisme is, dat het ontwerp niets voor hoeft te stellen. Alleen de vorm is belangrijk.

De ramen en deuren van het woongedeelte zijn van hout met een bovenlicht onder een  horizontale roede. De ramen op de verdieping hebben geen roeden.

Moderne schuur voor die tijd

De schuur heeft geen openslaande ramen voor de ventilatie, maar ventilatieopeningen voor mechanische afvoer van de lucht. Het was namelijk een vooruitstrevend ontwerp met elektrische ventilatie voor het drogen en bewaren van de bollen. De stalen ramen kunnen  wel open voor extra ventilatie. De schuur is dus een goed voorbeeld van het type bollenschuur met mechanische ventilatie.

CHG Duin- en Bollenstreek

De Zwarte Tulpprijs wordt jaarlijks uitgereikt aan de eigenaar van een voorbeeld bollenschuur in de Bollenstreek. Het gebouw moet op een voorbeeldige manier heeft behouden zijn of een andere bestemming hebben gekregenen. De Werkgroep Behoud en Herbestemming Bollenerfgoed van het Cultuur Historisch Genootschap  voor de Duin- en Bollenstreek (CHG) beoordeelt al sinds 2003 initiatieven op dit gebied om deze prijs te kunnen toekennen.. De Werkgroep zet zich al meer dan 20 jaar in voor de bollenschuren en ander waardevol erfgoed van de bloembollencultuur in de Duin- en Bollenstreek.

Bovenstaande gegevens komen van de website van het CHG Duin- en Bollenstreek en van de website van oudlisse.nl bij het hoofdstuk Monunumenten. Klik hier om er naar toe te gaan

De woning heeft een fraai front met een mooie decoratie aan de bovenkant. Foto: Nico Groen