Berichten

Monument voor de gevallenen

Monument voor de gevallenen

 

Sporen van vroeger (LisserNieuw)                                                 

30 april 2024

 Nico Groen

Elk jaar is er op 4 mei ook in Lisse aandacht voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Deze dodenherdenking wordt afgesloten met de kranslegging bij het ´Monument voor de gevallenen´.

Dit monument staat midden op de kruising van de Oranjelaan en de Heereweg. De jaarlijkse aandacht voor de oorlog en zijn slachtoffers is heel belangrijk om de gruwelen van een oorlog niet te vergeten. Daardoor komt er hopelijk nooit meer oorlog in West-Europa en proberen we met zijn allen wereldwijd zoveel mogelijk oorlogen te voorkomen. Het standbeeld werd onthuld op 4 mei 1951 door jhr. F.J.C.M. van Rijckevorsel, burgemeester van Lisse tijdens de oorlogsjaren.

Op de website 4en5mei.nl staat waarom dit standbeeld is opgericht: ´Het Monument voor de gevallenen in Lisse is opgericht ter nagedachtenis aan alle medeburgers die tijdens de bezettingsjaren door oorlogshandelingen zijn omgekomen. Tevens herinnert het aan twee Nederlandse militairen uit Lisse die tijdens de politionele acties in het voormalige Nederlands-Indië zijn gesneuveld. De twee omgekomen militairen zijn J.J. Kortekaas en N.P. Obdam’. Volgens het boek `Wat toch een tijd` uit 2005 van Ed Olivier waren er in Lisse tijdens de bezetting 60 oorlogsslachtoffers. De omstandigheden waaronder deze Lissers omkwamen worden in het boek beschreven met vele interviews van nabestaanden en andere bekenden van de slachtoffers. Dit boek kan in de bibliotheek van de VOL op dinsdagmorgen worden gelezen of geleend.
Op bovengenoemde website staat ook een beschrijving van het beeld: ´Het Monument voor de gevallenen in Lisse is een bronzen beeld van een zich oprichtende, naakte mannenfiguur die zijn armen in een afwerende houding boven zijn hoofd houdt. Het beeld is geplaatst op een natuurstenen voetstuk. Het beeld is 1,90 meter hoog, 77 centimeter breed en 73 centimeter diep. Vóór de sculptuur is in 2002 een natuurstenen gedenksteen geplaatst op een schuin oplopend voetstuk. Het monument staat symbool voor de wederopstanding en voor de overgang van droefheid naar vreugde. Na jaren van onderdrukking en ellende hervindt Nederland zijn vrijheid en soevereiniteit. Het beeld symboliseert tevens het levende besef van een voortdurende worsteling. Om de democratie in stand te houden is waakzaamheid geboden.´
De tekst op het voetstuk van het beeld luidt: ‘MET STEUN VAN DE ALMACHTIGE 1940-1945’. De tekst op de gedenksteen luidt:  ‘TER HERDENKING GEVALLENEN IN NEDERLANDS-INDIË 1945-1950’.

Ontwerper Cephas S. Stauthammer

De ontwerper van dit standbeeld is Cephas S. Stauthammer (1899-1983).
Hij was leraar beeldhouwen aan de academie voor beeldende kunst ‘Kunstoefening’ in Arnhem. Rond 1954 kreeg hij meer bekendheid. Hij was ook enige tijd voorzitter van de Nederlandse Kring van Beeldhouwers en in 1964 was hij een van de beeldende kunstenaars die een reisbeurs kreeg van het ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. Hij had het standbeeld in Lisse al gemaakt voordat hij een bekende beeldhouwer werd.

 

Foto: Monument voor de gevallenen in 1951 onthuld door oud-burgemeester van Rijckevorsel.
Foto: Nico Groen

Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”

Info@oudlisse.nl

 

De Beurs moet wijken voor woningbouw

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                             

16 april 2024

Nico Groen

 Café restaurant ‘De Beurs’ wordt gesloopt voor nieuwbouw. Het staat al een aantal jaren leeg, maar De Beurs op Haven 4 heeft een roemrijk verleden en is nog steeds onder die naam bekend. De eerste bebouwing werd in 1921 uitgevoerd op het toen lege weiland tussen de Haven en de Kerksloot.

Wim Hage

Haven 4 werd gebouwd in 1921 door aannemer Johannes Suijkerland en zijn vrouw Anna Suijkerland-Heemskerk. Het werd gebouwd als café met bovenwoning. In 1927 werd het vergroot tot café-restaurant. Vanaf 1921 was Martinus van Hage de uitbater van De Beurs. Op de zijmuur stond toen met grote letters CAFÉ RESTAURANT “DE BEURS”. Voor de gevel heeft heel lang een fietsenrek met de reclametekst: CAFÉ “DE BEURS” HEINEKENs BIEREN gestaan. In 1951 overleed Martinus. Zijn zoon Wim van Hage zette het bedrijf voort. In 1990 is de zaak overgenomen door John en Margareth Nederstigt. De naam werd gewijzigd in ’Restaurant De Beurs’ en later in ‘De Gevulde Mand’.

Trefpunt voor bollenhandel

De Beurs was vanaf het begin het trefpunt van bollenhandelaren. Deze kwamen daar na een bezoek aan de Hobaho of CNB. Onder het genot van een borreltje bespraken zij de deals van de dag of zaten daar om hun winst of verlies te overdenken. Ook kwamen nogal wat schippers en vrachtrijders langs, die bloembollen, mest of andere spullen vervoerden.

In de tijd dat de Haven nog open lag, legden daar tijdens de feestweek de kermisexploitanten hun boten aan om hun attracties verder te vervoeren naar het kermisterrein, het land van Vreeburg achter het bekende en in 1971 gesloopte etablissement De Witte Zwaan aan het Vierkant. De Beurs was ook een ontmoetingsgebouw voor de bewoners van Lisse. Veel trouwpartijen en andere feestelijke gebeurtenissen vonden in De Beurs plaats. Toen de kermis naar de Haven was verplaatst was De Beurs ook feestzaal voor de jongere Lissers.

De Duitsers brachten tijdens de oorlog veel soldaten onder bij alle scholen en andere grote gebouwen, zo ook bij De Beurs.

Basso

John Nederstigt verliet in 1995 De Beurs/De Gevulde Mand. Toen werd overeenstemming bereikt om het oude station een horecabestemming te geven. De benedenverdieping van het station werd verhuurd als restaurant en kreeg als naam ‘De Verloren Koffer’. John Nederstigt werd de uitbater van de Verloren Koffer en werd de eerste restauranthouder van het station.

Op een gegeven moment kreeg De Beurs een andere eigenaar en heette het Basso. De overname werd beschreven als een café-restaurant met 80 zitplaatsen en maximaal 750 personen in één groep. Basso werd in 2015 gesloten. Het gebouw werd verkocht voor nieuwbouw.

Nieuwbouw

Nu wordt het oude gebouw dus gesloopt. Op deze plek zullen 9 sociale en 20 betaalbare koop- huurappartementen worden gerealiseerd. Het complex zal de toepasselijke naam ‘De Beurs’. Ook het schuin daarachter gelegen stookhuis van de Hobaho wordt gesloopt. Daar komen 2 nieuwe woningen.

Foto: De Beurs . De foto is rond 1930 genomen. Hier poseert de familie M. van Hage met hun 3 kinderen voor het pand.
Foto: Oud Lisse

 

Engelse tuin van Zocher in 1858 in de nu 75 jarige Keukenhof

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                             

2 april 2024

 door Nico Groen

Zoals in de vorige column beschreven, is in 1772 de Engelse tuin gerealiseerd, die nog steeds goed te herkennen is met slingerende lanen, hoogteverschillen en gebogen vijvers. In 1802 kwam de Engelse tuin in handen van buitenplaats Keukenhof. De tuinarchitecten van Zocher veranderden in 1858 de Engelse tuin.

Baron en barones van Pallandt waren sinds 1846 eigenaar van buitenplaats Keukenhof. Weliswaar was de Engelse tuin op Zandvliet er al sinds 1772, maar de baron en barones stond iets veel fraaiers voor ogen. Daarom nodigde Van Pallandt in 1857 de heren Jan David jr. en Louis Paul Zocher uit om een ontwerp te maken. Het bedrijf van de Zochers was toen al een van de bekendste tuinarchitecten om Engelse tuinen aan te leggen. Hun uitvalsbasis was de bomen- en vaste plantenkwekerij Rozenhagen in Haarlem, kort na 1800 gesticht door Jan David senior.

Zoals gebruikelijk bij kunstenaars gingen de Zochers met grote vrijmoedigheid te werk. Het werd een machtig plan. Daarin werden de vijvers van de overtuin op het voormalige Zandvliet royaal en breed uitgegraven tot vlak bij het kasteel. De Achterzandsloot of Losplaatssloot, die evenwijdig aan en vlak langs de Loosterweg van de Lisserbeek tot de huidig Stationsweg liep, werd gedempt. De huidige Stationsweg kwam te vervallen en werd in de water- en bospartijen opgenomen. Die weg was in 1843 aangekocht door Keukenhof.

Het gemeentebestuur gaf natuurlijk geen toestemming om de weg af te sluiten. De weg moest behouden blijven en de heren Zocher moesten een gewijzigd plan opstellen.

In oktober 1858 was dit plan gereed. De publieke weg werd gehandhaafd, maar werd met een fraaie bocht naar het noorden verlegd, verder bij het kasteel vandaan. De vijvers van Zandvliet werden flink uitgebreid, zoals op de kaart hiernaast te zien is. Het lichtblauwe is van 1772 en het donkere is zoals de vijvers er nu uitzien. (Op LisseTijdReis.nl is dit veel beter te zien). Verder is de Achterzandsloot met de losplaats aan de weg verdwenen. Deze werd toen nauwelijks meer gebruikt. Men maakte meer gebruik van het spoor en de trekvaart. De Zochers lieten op Zandvliet veel bomen herplanten, waarvan er nu nog steeds heel wat staan. Vooral beuken en eiken.

Beukenlaan

De mode was in 1858 veranderd ten opzichte van 1772. Nu waren zichtassen vanuit het hoofdgebouw heel belangrijk geworden. Daarom werd een lange beukenlaan gerealiseerd op ongeveer de plek van de Achterzandsloot. Vanuit kasteel Keukenhof kon men de hele laan afkijken tot het tegenwoordige Beatrixpaviljoen of mogelijk nog verder de ‘Wildernisse’ in. Deze laan bestaat nog steeds, maar de oude beuken moesten een tiental jaren geleden wegens gevaarlijke toestanden door nieuwe beuken vervangen worden.

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het dikke boek ‘Keukenhof’ van AM Hulkenberg uit 1975. De Engelse tuin is natuurlijk niet zo groot als het huidige tentoonstellingsterrein. Het liep toen ongeveer vanaf de Loosterweg tot de molen en verder schuin naar de Van Lyndenweg.

Foto: De plattegrond van de Engelse tuin van voor 1858 vergeleken met die erna. De weg is verlegd en de vijvers zijn vergroot.

Foto: LisseTijdReis

 

Vlasbewerking was eeuwenlang belangrijk

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)

5 maart 2024

Door Nico Groen

 Weinig Lissers weten dat er in de 16e en 17e eeuw een bloeiende vlasindustrie is geweest. Maar liefst 80% van de bevolking verdiende daar zijn brood mee. In het haardstedengeld van 1688 waren de meeste woningen voorzien van een vlaskot of vlasoven. De verwerking van vlas tot linnen vergde vele handelingen. Het was ongezond werken in de vlassector. Een arbeider van 60 jaar was een witte raaf.

Het zogenaamde ‘rauwvlas’ werd in augustus met zeilschepen aangevoerd van de Zuid-Hollandse eilanden en Zeeland om verwerkt te worden in Lisse. Het vervoer moest via Gouda, maar daar moest tol voor worden betaald. Daartoe kon men tolbrieven bij de schout kopen. De Haven lag vol met vlasschepen. Het vlas werd door kooplui uit de hand verkocht aan de meest biedende. Zo werden alle schepen leeggekocht, waarna de nieuwe eigenaren zich opmaakten voor de volgende behandeling. Het vlas had helder stromend water met vlakbij land nodig, omdat het eerst in water geroot moest worden en daarna gedroogd. Daartoe werd het vlas in het water gedaan met stro, graszoden of stenen erbovenop. Na 6 tot 12 dagen werd het vlas ‘op capellen’ (schoven) of ‘in den sprei’ op het land gelegd om te drogen. De stank die hiervan afkwam, ‘verjaagde zelfs de waterratten’.

Het gebied van de Capelleweide en Capelleland liep van de Kanaalstraat tot de Kerksloot

(Stinksloot) en van de Kapelstaat tot de Molenstraat. Het enige dat nog aan de industrie herinnert is de naam Kapelstraat (toen Kapelsteeg). Niet alleen hier werd het vlas gedroogd, maar op diverse plekken in Lisse, zoals bijvoorbeeld bij parkeerterrein Noord van de tenoonstelling Keukenhof. Via het Klopperslaantje aan de Stationsweg (halverwege het parkeerterrein) reed men naar de Klopperslanden om daar de behandeling te krijgen. Deze Klopperlanden lagen aan de zuidkant van de Lisserbeek bij het koebruggetje van boerderij Middelburg.

Vlasovens

Als het vlas voldoende gedroogd was, bracht men het naar een aantal huisgezinnen. Hier werd het nog meer gedroogd in vlasovens, waarna het werd gebraakt, gebroken dus. Dit diende om het houtachtige omhulsel van de vlasvezel af te halen. Door het te zwingelen (schuren tussen 2 stenen waardoor de vezels worden gescheiden van het stro) werd het verder geschoond. Hierna werd het gehekeld (glanzend gemaakt), vervolgens op knotten gedraaid en gewogen. Dit alles gebeurde in schuurtjes, de zgn. hekelkotten en vlasovens, die nog wel eens brand veroorzaakten door slordigheid met vuur.

Veel spinnenwielen in Lisse

Het behandelde vlas ging voornamelijk richting Twente om te worden verwerkt of het werd verwerkt tot garen op spinnenwielen in Lisse. Tijdens de 17e eeuw was het spinnenwiel in Lisse een normaal meubelstuk. In 1620 woonde er zelfs een spinnenwielmaker in Lisse. Het garen werd in knotten, strengen of stukken van 2000 omhalen verkocht aan de linnenindustrie in Haarlem of Leiden. Halverwege de 18e eeuw stortte de linnenindustrie in en hiermee verdween een zeer belangrijk stuk aan werkgelegenheid in Lisse.

Foto: Vlasoven in Openluchtmuseum Arnhem
Foto: Openluchtmuseum Arnhem

 

 

Lisse 825 jaar en de inwoners van Lisse

Sporen van vroeger  (LisserNieuws

19 december 2023

Door Nico Groen

 In deze laatste aflevering van Lisse 825 jaar worden de bewoners en hun werkzaamheden beschreven. Vóór 1500 is het moeilijk iets over inwoners van Lisse te vinden. Jan Beenakker doet in zijn boek ‘LISSE, op de grens van droog en nat’ een poging. Beenakker vond wat gegevens. In 1494 had Lisse 50 woningen en in 1512 waren dat er 87. Beenakker gaat er vanuit dat het aantal gezinsleden per huis op bijna 6 lag. Dat komt neer op een totale bevolking van 300 inwoners in 1494 en 515 inwoners in 1512. De schatting voor 1369 komt neer op ruim 500 inwoners. De bevolking daalde na 1369 sterk door oorlogen en armoede. Zoals gezegd is bovenstaande niet meer dan een grove schatting. De bevolking was zo armlastig geworden dat in 1494 ongeveer de helft dagelijks om brood moest bedelen.

De 80-jarige oorlog was in 1573 volop aan de gang tussen de Prins van Oranje en de koning van Spanje, die tevens heer der Nederlanden was. Na het beleg van Haarlem in 1573 waren er veel negatieve gevolgen voor de bewoners van Lisse. Huurlingen namen alles van waarde mee en staken de huizen en de kerk in brand. Er is toen mogelijk 40% van de huizen verwoest. De jaren daarna stonden er namelijk veel erven zonder huis te koop.

In de 16e tot en met de 18e eeuw waren er bijna 250 huizen in Lisse. Bijvoorbeeld in 1600 210 huizen, in 1730 waren dat er 230. Bij een gemiddeld aantal gezinsleden per huis van bijna 6 komt dat neer op een inwonertal van rond 1300.

Kostwinners in 1674

In de Lissese bijdrage aan het familiegeld in 1674 werden in totaal 121 families vermeld en werd ook het beroep van de kostwinner genoemd. Zo werkten er 52 personen in de landbouw. Het beroep van vlasbewerker  werd 23 keer genoemd en 9 inwoners lieten noteren, dat zij arbeider waren. Bakker kwam 4 keer voor. Biersteker (biertapper), schipper, schoenmaker en timmerman werden 3 keer genoteerd. Kuiper (tonnenmaker), metselaar, wagenmaker en winkelier kwamen 2 keer voor in de lijst.

Je ziet pas een bevolkingsgroei ontstaan met de opkomst van de bollencultuur. Dit is ongeveer vanaf 1800. De bevolking liep op van 1116 inwoners in 1811 tot 2099 in 1874. Bij de volkstelling van 1870 waren er 1309 rooms-katholieken, 498 Nederlands hervormden, 115 christelijk gereformeerden, 8 evangelisch lutherse leden en  4 doopsgezinden. Er waren geen mensen, die opgaven dat zij niet bij een geloof hoorden.

De voornaamste middelen van bestaan waren in 1870 landbouw, bloemkwekerij en warmoezerij (groentekwekerij), veeteelt en zuivelbereiding. Door de uitbreiding van de bloembollenteelt na 1900 groeide de hele economie en ook de bevolking. In 1930 waren er 1651 woningen met 8478 inwoners met een gemiddeld aantal gezinsleden van 5,1 personen. Pas na de Tweede Wereldoorlog groeide de bevolking heel hard. Dat kwam door de geboortegolf en betere medische zorg. Door bebouwing van de Lisser Poelpolder in de jaren zestig verdubbelde het aantal inwoners ongeveer. Hierdoor veranderde het soort beroepen erg, mede als gevolg van de mechanisatie in de bollenteelt. Nu heeft Lisse ongeveer 23000 inwoners.

Foto: In 1674 waren er 2 wagenmakers in Lisse.Foto:  Uit het boek ‘Het menselijk bedrijf’ door Jan Luyken uit 1694

 

 

 

C

Lisse 825 jaar de aanleg van de Ringvaart

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                                         5 december 2023

door Nico Groen

 Bij de aanleg van de Ringvaart werd Lisse in tweeën gedeeld. De oostkant van Lisse werd bij de Haarlemmermeer ingedeeld. Lisse verloor maar liefst 20% van zijn oppervlakte. Omdat dit een van de belangrijkste veranderingen is in het landschap van Lisse  hoort de Ringvaart thuis in deze serie over 825 jaar Lisse.

Omstreeks 1700 had het Haarlemmermeer zich uitgebreid tot een oppervlakte van 16.000 ha. Een eeuw later hadden de veenplassen een omvang van 18.000 ha, voor een groot deel door de dorpelingen ontstaan door het steken van turf aan de randen. Het water bedreigde niet alleen het omringende platteland, maar ook de grote steden Amsterdam, Leiden en Haarlem. In 1825 en 1834 raasden zware stormen over het Haarlemmermeer. Op eerste kerstdag 1836 werd  Leiden ernstig bedreigd, omdat bij een harde noordwesterstorm het water tot de stadsmuren kwam. De kerststorm ging gepaard met strenge vorst. Niet alleen het water, maar ook kruiend ijs vormden een gevaar. De polders en de dorpen langs het Haarlemmermeer werden zo dubbel bedreigd door de ’Waterwolf’. In Lisse braken de dijken van de Lisserbroekpolder en de Rooversbroekpolder door en beide polders kwamen onder water te staan. Het water stroomde zelfs over de Heereweg, zodat de diligencediensten tussen Leiden en Haarlem enige dagen gestaakt moesten worden.  Ook in Sassenheim en Warmond waren alle polders ondergelopen. Deze 3 en andere stormen uit die tijd waren de druppel. Er moest wat gebeuren.

De droogmaking

Er werd een commissie ingesteld, die ging onderzoeken welke mogelijkheden er waren om het Haarlemmermeer droog te maken. Na heel veel vijven en zessen werd er in 1838 een droogmakingsplan op tafel gelegd. Twee jaar later is bij Lisse en Hillegom als eerste begonnen met het graven van de ringvaart en het opwerpen van de ringdijk. De gemeente Lisse was niet blij met het gekozen traject, dat vlak langs de Lisserpoelpolder liep.  De ringvaart werd dwars door de Lisserbroekpolder, de Rooversbroekpolder en het Lissese gedeelte van de Hellegatspolder getrokken, om een zo recht mogelijke ringvaart te realiseren. Lisse verloor hierdoor erg veel grond omdat de gedeeltes binnen de ringvaart later bij de gemeente Haarlemmermeer en de provincie Noord-Holland werden ingedeeld. Lisse heeft daartegen flink geprotesteerd, maar zonder resultaat.

In 1845 waren de dijk en de ringvaart gereed en werd het eerste stoomgemaal aan de Kaag, de Leeghwater, gebouwd door Cornelis de Laat uit Gorkum in werking gesteld. In 1852 viel het Haarlemmermeer droog en kon het land in cultuur worden gebracht.

Verbindingen Lisse-Haarlemmermeer

De zuidzijde van de Haarlemmermeer werd via de 3e Poellaan ontsloten door een veerpont in te zetten. Het dorp Lisse werd ontsloten door een brug. De rolbrug was de eerste brug. In 1843 is ze gebouwd. De brug werd opengerold in de richting van de Broekweg, later pas Kanaalstraat geheten. In 1877 werd deze brug vervangen door de stalen draaibrug. Die brug noemde men ook wel “de brug der zuchten”. Toen het verkeer drukker werd stonden er regelmatig boze chauffeurs tegenover elkaar, omdat de brug te smal was voor 2 auto’s naast elkaar.

Foto: De meeste gegevens komen uit het boek ‘LISSE, op de grens van droog en nat’ van Jan Beenakker.

 

Lisse 825 jaar en het bollenerfgoed

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                               

21 november 2023

door Nico Groen                          

Het is uniek dat een landstreek is vernoemd naar het product dat er geteeld wordt. Daarom hoort dit thuis in de reeks over 825 jaar Lisse. Grootschalige bollenteelt ontstond pas vanaf de tweede helft van de 19e eeuw. Vroeger was het een binnenduingebied met oude strandwallen en strandvlakten.

Door zandwinning werd het binnenduingebied ten zuiden van Lisse al vanaf de 16e eeuw en eerder ingrijpend veranderd. Op de afgegraven duingebieden, de geestgronden, vestigden zich boeren en groententelers, die later vanaf 1820-1850 overstapten op de bloembollencultuur.

De situatie werd in 1880 veel gunstiger doordat het grondwaterpeil op de voor bollen geschikte gronden op een vast niveau werd gehouden door het Hoogheemraadschap van Rijnland. Vóór die tijd fluctueerde het waterpeil flink. Dat was erg ongunstig voor de bollenteelt: bollen groeien veel beter bij een vast waterpeil van 55-60 cm onder het maaiveld.

Landgoederen

De hoogtijdagen van de landgoederen waren begin 1900 voorbij. Veel eigenaren konden het financieel nauwelijks bolwerken. Voor veel eigenaren van landgoederen werd het een steeds groter probleem om de pracht en praal op hun goed in ere te houden. Slopen of een andere bestemming zoeken was een lucratieve oplossing.

Buitenplaats Veenenburg (ten zuidwesten van de hoek Veenenburgerlaan/ Loosterweg en Frederikslaan) werd in 1899 eigendom van Arnoud Hendrik baron van Hardenbroek van Ammerstol. Daarmee werd het einde van de buitenplaats ingeluid. Duinen leverden geen geld op, afgraven en omzetten naar bollengrond wel. Er was veel vraag naar goede bollengrond en vraag naar zand voor de aanleg van wegen, dijken en bouwlocaties. Tel uit je winst. De uitdrukking bestond nog niet, maar nu zouden we spreken van een win-win situatie. Afgraven dus!

 Kunstzandsteenfabriek ‘De Arnoud’

Baron van Hardenbroek gaat in overleg met de buren van landgoed Elsbroek, Rustenburg en Lapinenburg. Met de andere buur, Keukenhof, wordt ook getracht tot een opzet voor afgraven te komen, maar die had er weinig oren naar. Zelfs de burgemeester van Lisse trachtte argumenten voor afzanden naar voren te brengen, maar zonder succes. Gelukkig dat de graaf van Lynden van landgoed Keukenhof vol hield. Anders zou daar nu geen kasteel, park, bos en tentoonstelling zijn. Met de Hillegomse buren leidt het wel tot overeenstemming. Op 1 januari 1903 wordt een vennootschap opgericht, de Maatschappij tot Exploitatie van Gronden Veenenburg-Elsbroek. Men kan dus beginnen, de voorbereidingen zijn rond.

Op 24 sept. 1903 werd bij de Kamer van Koophandel ingeschreven ‘Kunstzandsteenfabriek de Arnoud’ (vanaf 1973 Van ‘Herwaarden’ en nu ‘Xella Kalkzandsteenfabriek van Herwaarden B.V’).

De afgegraven gebieden werden aan bollentelers verkocht. Er werden villa’s met bollenschuren gebouwd. Het is van groot cultuurhistorische belang dat het bollenlandschap en de gebouwen behouden blijven. Daarom zou het bollengebied niet aangetast mogen worden door woningen, industrie en autowegen die het landschap doorsnijden.

Foto: Bloeiende bollenvelden en toerisme zijn onlosmakend met elkaar verbonden.
Foto: Nico Groen

 

Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”

Info@oudlisse.nl

 

Lisse 825 jaar en de invloed van Napoleon in Lisse

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                             

7 november 2023

 door Nico Groen

Rond 1800 overheerste Frankrijk Nederland. Deze overheersing zorgde in bestuurlijk opzicht voor veel veranderingen in Nederland en dus ook in Lisse. Veel veranderingen van Napoleon bleken verbeteringen en bleven ook nadat het Huis van Oranje de Nederlandse troon besteeg van waarde. Deze grote veranderingen zijn tegenwoordig nog in veel praktische zaken aan de orde zonder dat men dit beseft. Daarom hoort deze periode thuis in deze serie over 825 jaar Lisse.

De modernisering van het bestuur en de rechtspraak in de door Napoleon bezette gebieden waren van grote betekenis. Hij wilde in alle landen dezelfde eenheden en maten hanteren, en zo komt Nederland aan het metrische stelsel met de meter en de kilo. Napoleon zorgde ook voor de invoering van verplicht en voor iedereen toegankelijk onderwijs. Ook moet iedereen rechts rijden en werd de gelijkheid van alle godsdiensten ingesteld. Ook werden er in die tijd veel instellingen gebouwd, zoals het Rijksmuseum, de Koninklijke bibliotheek in Den Haag en het Nationaal Archief in Den Haag. Ondank deze positieve veranderingen komt er steeds meer weerstand tegen de keizer.

De alsmaar oplopende belastingen, nodig voor het Franse leger, zijn hiervoor de belangrijkste reden. Ook de invoering van de dienstplicht roept weerstand op, zeker als de vraag naar soldaten almaar toeneemt. Aan de Franse overheersing komt een einde als Napoleon in 1813 de aftocht moet blazen.

Gevolgen in Lisse

Als iemand vraagt waar bijvoorbeeld het gemeentehuis of het Keukenhof is, kun jij dat makkelijk vertellen door te zeggen door welke straten diegene moet lopen. Dat komt door Napoleon. De Fransman vond het verwarrend dat er op veel plekken geen straatnamen en huisnummers waren. Hij verplichtte gemeenten om deze in te voeren. Hij introduceerde de burgerlijke stand, waarvoor iedereen een vaste achternaam moest aannemen. Zo kan je bijvoorbeeld vragen: “Waar woont Jan van der Voet” (De nieuwe voorzitter van de VOL) en niet ‘waar woont Jan Janz’ of een bijnaam.

Ook het kadaster werd ingevoerd. Zo kan iedereen weten wie de eigenaar was of is van een bepaald perceel. Zonder het kadaster zou LisseTijdReis van de VOL met veel gestructureerde informatie uit het verleden niet van de grond zijn gekomen. LisseTijdReis maakt namelijk gebruik van het kadaster.  Deze website ontsluit informatie van het dorp Lisse zoals het was in het jaar 1830 en in het jaar 1880. Daarnaast bevat LisseTijdReis een archief met diverse digitale collecties. Via deze kaarten zijn de perceelindeling, gebouwen, wateren en wegen te ontsluiten. Ook de eigendomsinformatie is te vinden, evenals adressen, gekoppeld aan percelen overeenkomstig de Volkstelling van 1830. Ook informatie van personen afgeleid uit de genealogische database van personen en relaties (16de eeuw tot 1920), is in te zien.

De invoering van de dienstplicht.

Omdat Napoleon veel soldaten nodig had voor de oorlog werd de dienstplicht ingesteld en werden alle jongemannen in Lisse opgeroepen. Zij moesten een lot trekken. De mannen met de laagste nummers moesten in dienst. Op 22 maar 1811 werden er bijvoorbeeld 17 Lissers ingeloot. Op 1 mei 1997 is de opkomstplicht voor dienstplichtigen opgeschort, maar niet afgeschaft.

 

Foto: Napoleon Bonaparte in volle glorie geschilderd door Jacques-Louis David in 1801
Foto: Wikipedia

 

 

 

 Lisse 825 jaar en de buitenplaatsen in Lisse

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                                           

10 oktober 2023

 door Nico Groen

 In het kader van Lisse 825 jaar gaat het deze keer over buitenplaatsen of zeer grote woonhuizen met een grote tuin. Lisse had aan het einde van de 17e eeuw maar liefst 21 buitenplaatsen of zeer grote woonhuizen. De meeste daarvan zijn gebouwd of veel groter gemaakt in de 17e eeuw. Een paar verdwenen buitenplaatsen zullen hieronder worden beschreven.

Buitenplaats Middelburg

Op 17 september 1585 verkocht Maarten Ruychaver, poorter van Haarlem, een landhuis met boerderij en ruim 25 hectare grond in polder de Hooge Moschveenen tussen de huidige Trekvaart en Loosterweg-noord. Ruychaver had de landerijen in 1579, 1580, 1582 en 1584 gekocht. Vóór 1585 heette de boerderij Moschveen. Na 1585 werd het geheel de buitenplaats Middelburg genoemd. Na het verdwijnen van de buitenplaats is deze naam op de boerderij, die er nu nog staat, overgegaan.

Buitenplaats Rosendaal

De eerste eigenaar van deze buitenplaats was Adriaan Block Maartensz, geboren in Gouda, Commandeur der Vereenigde Oostindische Compagnie. In 1624 kocht hij de grond en de boerderij waar ooit Jan Gerrits Rosendaal woonde. In 1641 liet hij hier voor zichzelf en zijn gezin het buitenhuis bouwen. Hij was ook eigenaar van Keukenhof. Op 19 april 1844 werd de buitenplaats publiekelijk geveild: “Een welingericht Zomer- en Winterverblijf met 5 beneden- en 3 bovenkamers, waarvan 6 behangen en 5 van stookplaatsen voorzien, twee dienstbodenkamers, zeer ruime keuken en kelder, zolders, stalling voor vijf paarden en zes koebeesten en ruim koetshuis, verder een aangename tuin met fijne weldragende vruchtbomen, wandelboschje, goudvisschenvijver, grote moestuin en verdere bepoting en beplanting”.

Na de Eerste Wereldoorlog begon de versnippering van het ommuurde terrein. Aan de westzijde werd de Veldhorststraat aangelegd. Verder verrezen er garages en bijbehorend woonhuis van het Lisser Automobielbedrijf. In 1962 werd het huis Rosendaal afgebroken om plaats te maken voor een toonzaal van de aangrenzende garage. Nu staat er aan de Heereweg een appartementencomplex met de naam Rosendaal naast de entree. Ook het noordelijk deel van de Westerdreef loopt door de vroegere tuin.

Meer en Burgh

In 1638 werd de hofstede gesticht door jonker Albrecht van Wassenaer, heer van Alkemade en zoon van Jan van Duivenvoorde uit Warmond. Het huis was gelegen te midden van prachtige tuinen en had een uitzicht over het Haarlemmermeer en de duinen. In 1802 werd het verkocht voor 23.000 gulden aan de Haarlemse geweermaker Phillipp Wilhelm Wagner. De landerijen werden verdeeld in kavels en het huis werd afgebroken. Nu is daar de wijk Meerenburgh.

Diverse hedendaagse namen verwijzen nog naar de plaats waar de betreffende buitenplaats (in de buurt) stond, zoals industrieterrein Meer en Duin, de Meer en Houtstraat, de wijk Ter Beek, Veenenburgerlaan, de straat Uitermeer, boerderij Zandvliet, boerderij Wassergeest, het huis Dubbelhoven en woonzorglocatie Berkhout.

Tekening van Meer en Burgh in 1730 door Andries Schoemaker.
Foto: Oud Lisse

 

 

Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”

Info@oudlisse.nl

 

 825 jaar Lisse en droogmakerij Lisserpoelpolder

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                                          

26 september 2023

door Nico Groen

Een van de grootste veranderingen in de loop van de eeuwen in Lisse is het droogmaken van de Poel bij Lisse. De Poel bestond uit de Noordpoel, Geestwater, de Zuidpoel en de Kleipoel. Lisse kreeg er opeens veel grondgebied bij. Daarom hoort het in deze serie over de historie en de geschiedenis van 825 jaar Lisse thuis.

De 3 hoofdkerken van Leiden hadden de visserijrechten van het water van de Poel van de stad Leiden gekregen. De rechten brachten echter te weinig op. In 1622 werd het besluit genomen om het geheel droog te malen om geld te genereren voor achterstallig onderhoud van de kerken. Zij vormden met rijke, investeringslustige stedelingen een consortium dat een lucratieve belegging zocht. Slechts één edelman kwam in beeld. De heer Duyvenvoorde was namelijk eigenaar van een stukje water dat in het project werd opgenomen. Nog voor de droogmaking werden de kavels verkocht. In 1623, precies 400 jaar geleden, werd een ringsloot met dijk om de hele Poel gemaakt. Er kwam dus ook een ringsloot tussen het eiland Rooversbroek en de ‘Bedijkte Lisser Poel’. Later werd dit de Lisserpoelpolder. In 1624 was de droogmaking voltooid en waar eens de poelen lagen, kon voortaan haver gezaaid en vee geweid worden.

 Ter aanvulling van de 2 oorspronkelijke molens werd in 1676 de Grote Lisserpoelmolen gebouwd bij het Hellegat aan het einde van de 2e Poellaan. Deze molen staat er nu nog. De polder ligt 2 á 3 m onder het boezemwater van de Ring- of Rijnsloot. Het land ten westen van de polder ligt 60 cm boven dit waterpeil. Daar is het vaak zandgrond waarop bollen geteeld worden. Het ‘Ommetje van de Poelpolder’ loopt op de dijk met aan de ene kant de weilanden van polder en aan de andere kant van het water de grond in gebruik voor bollenteelt. Dit is een groot contrast met elkaar. Boven de bollengronden zijn vaak veldleeuweriken te horen, maar boven de weilanden niet.

 De Lisserpoelpolder bestaat hoofdzakelijk uit weilanden. Ten zuiden van de 2e Poellaan is wat bollenteelt te vinden. De zandgrond uit de ondergrond is hier naar boven gebracht. Het ommetje van de Poelpolder loopt tussen de bollengrond en het weiland door. Het noordelijk gedeelte van de Poelpolder is vanaf 1965 geleidelijk bebouwd, maar was oorspronkelijk ook grasland, onder andere van boerderij Poeleway, die nabij de Pauluskerk stond. Dit in tegenstelling tot de Rooversbroek, waar tuinbouw de boventoon voerde. Dit vanwege het verschil in grondsoort. De bovenste teeltlaag van de Rooversbroek bestaat voornamelijk uit veen, die van de Poelpolder uit klei.

Boek over de Lisserpoelpolder

Een werkgroep van de VOL is bezig de geschiedenis van de Poelpolder op een rij te krijgen. Er zijn al veel gegevens boven water gekomen. Het is de bedoeling dat in 2024 een boekwerk over die geschiedenis door de VOL wordt uitgegeven. Dan is het 400 jaar geleden dat de grond in gebruik werd genomen.

Kaart van de Poelpolder en de Rooversbroek van Jan Pietersz. Dou uit 1624