Berichten

Fatale razzia op 7 maart 1945

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

door Nico Groen

10 maart 2020

In Lisse werden bij de meeste razzia’s geen mannen opgepakt. Dat was gebaseerd op het succes van het goed lopende waarschuwingssysteem via afgeluisterde telefoongesprekken. Men werd steeds bijtijds gewaarschuwd. Op 7 maart 1945, deze week precies 75 jaar geleden,  was dat echter niet het geval. Er vond toen namelijk een grote razzia plaats met grote gevolgen voor 40 mannen in Lisse.

 

De razzia’s werden georganiseerd omdat Duitsland veel te weinig arbeidskrachten had om de industrie te laten draaien. Veel Duitsers waren namelijk opgeroepen om dienst te doen aan het front, in het oosten en het westen, tegen de geallieerde opmars, waardoor de wapenindustrie stokte.

Op 7 maart 1945 stopte er een grote Duitse legertruck aan de Heereweg  bij de bollenschuur van Segers, waar nu het Agathapark is. Er sprongen zo’n 10 tot de tanden toe bewapende soldaten uit en verspreidden zich over het dorp. Alle jongemannen die zij op straat tegenkwamen, namen zij mee. Ook werden veel huizen doorzocht met als resultaat dat totaal 40 mannen werden opgepakt.

 

Ontsnapt in dameskleding

Zij werden verzameld in een bollenschuur van Van der Vlugt aan de kop van de Kanaalstraat, nabij het postkantoor. Familieleden mochten wat kleding en andere spullen brengen. Daar maakte Arie van Steensel gebruik van door vrouwenkleren aan te trekken. Hij werd gered door Marian van Klink. Zij had extra dameskleren aangetrokken. Zij fietste brutaal door het cordon van Duitse soldaten heen naar de schuur. Zij gaf Arie de extra kleding, die hij snel aantrok. Hij liep daarna de schuur uit met dameskousen en een puntmuts langs de nietsvermoedende wachten. Hij is toen ondergedoken. Marian van Klink kon gelukkig ook veilig wegkomen.

 

Naar Bocholt

De overige mannen werden met een bus naar Haarlem naar de Ripperda-kazerne gebracht. Daar werd de nacht doorgebracht. Later werden zij met veel anderen met de trein via Hengelo naar de omgeving van Bocholt net over de Duitse grens vervoerd. Het doel was waarschijnlijk  kamp Stammlager (Stalag) VI F, dat voorheen een krijgsgevangenkamp was. Rond half maart kwamen de gevangenen uit Lisse daar aan. De stad Bocholt werd een week later op 22 maart volledig verwoest door de geallieerde strijdkrachten. Mogelijk hebben de Duitsers na afloop van dit bombardement een aantal van de Lissese dwangarbeiders gebruikt om puin te ruimen en slachtoffers te bergen.

 

Gelukkig hebben, voor zover wij weten, alle 40 Lissese gevangenen het overleefd, maar natuurlijk wel met ernstige traumatische ervaringen. Soms ondervonden zij zelfs levenslang een trauma en daardoor konden zij hun leven lang niet praten over hun ervaringen tijdens en na hun gevangenschap.

Foto: De razzia begon bij de bollenschuren van gebroeders Segers, nu het Agathapark.
Foto: Oud Lisse

Inkwartiering van Duitse soldaten

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

door Nico Groen

25 februari 2020

In het kader van 75 jaar bevrijding wordt hieronder een gedeelte van de herinneringen  aan de 2e Wereldoorlog van Henk Schalk weergegeven. In de vorige column ging het over de hongerwinter. Toen werd vermeld dat Henk 91 jaar is, maar dat wordt hij pas in december 2020). Deze keer wordt ingegaan op de inkwartiering van Duitse soldaten bij de Lissers thuis.

 

De Duitsers vonden inkwartiering bij de mensen thuis noodzakelijk omdat er bij een inventarisatie in 1942 bij alle scholen, de Witte Zwaan en De Beurs niet genoeg plek was om alle Duitsers onder te brengen. Daarom werd ook gekeken naar 166 andere inkwartieringsadressen in Lisse.

 

Het relaas van Henk Schalk

“Die soldaten werden `s avonds en `s nachts ingekwartierd bij de burgerij. Het hele dorp was geïnspecteerd en als je een kamertje of ruimte had waar er wel een paar konden slapen, kwam je er niet onderuit om ze op te nemen. Wij kregen er twee uit Beieren. Na een paar maanden moesten ze weer weg, maar ze wisten niet waar naar toe. Een half jaar later stond de troep ineens weer op het Asveld, het vroegere parkeerterrein van de HOBAHO op de hoek Schoolstraat/Hobahostraat. Ook onze August Benedict en Hans Hecker. Ze waren toen in Frankrijk geweest bij het bezettingsleger. Ze waren duidelijk blij om ons weer te zien en of we aan onze Vater und Mutter wilden vragen of ze weer bij ons mochten komen, dan mocht het van de commandant ook. Het waren echt aardige kerels. Ze brachten na de dienst altijd ‘drups’ mee, druivensuikersnoepjes, erg lekker. Wij hadden al snel geleerd om te vragen ‘Haben sie noch Drups ‘.

 

De avond voor Kerstmis 1942 kwamen ze in de bakkerij naar huis van een dienstfeestje, Hans half aangeschoten. Hans had de klompen van mijn vader aangetrokken en stond op de neus te drukken of ze wel pasten! Dat was wel lachen natuurlijk. Maar toen hij daarna ook de Hitlergroet maakte en met uitgestrekte rechterarm ‘Heil Hitler’ riep, had je moeten zien hoe woedend August op hem werd. Waarschijnlijk meer omdat hij wist hoe de Hollanders over Hitler dachten, dan om zijn eigen gevoel voor Hitler. Want de inwoners van Beieren waren uiterst Rooms Katholiek en ze geloofden heilig wat Hitler altijd propageerde over Rusland, de Communistische Godloochenaars en de strijd daar tegen. Kort daarna moesten ze weer weg, wisten zogenaamd weer niet waar naar toe. Dat ze bang waren dat het naar Rusland zou zijn, durfden ze niet eens hardop te zeggen. Het Duitse leger in Rusland had zware verliezen geleden en moest en zou aangevuld worden, desnoods met tweederangs troepen.

Later kwamen van Frau Benedict en Frau Hecker de bidprentjes, ‘Gefallen für das Vaterland’.  En zo ook bij andere mensen die inkwartiering hadden gehad”.

 

Website

Het hele verhaal van Henk Schalk over zijn herinneringen aan de 2e Wereldoorlog heeft hij opgeschreven in Het Nieuwsblad van de VOL uit april 2009. Ook staat het artikel op de website van Oudlisse.nl. Met de zoektermen oorlog, Schalk en herinneringen vindt U het artikel. Er staan momenteel meer dan 600 items op deze website.

 

Foto: Duitse soldaten na een kerkdienst op zondag.
Foto: Oud Lisse

 

 

Herinneringen aan de hongerwinter

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

door Nico Groen

11 februari 2020

Het Nieuwsblad is het kwartaalblad van de VOL. Leden krijgen dit blad 4x per jaar gratis. In het Nieuwsblad van april 2009 heeft Henk Schalk (nu 91 jaar) zijn herinneringen aan WOII opgeschreven. Henk was bakkerszoon.

De bakkerszaak stond tijdens de oorlog op de hoek van de Kanaalstraat, waar nu de winkel met elektronische apparatuur van Van der Reijden staat. Een gedeelte van Henks herinneringen aan de hongerwinter van 1944 worden hieronder weergegeven. “Eten, brandstof, kleding, eigenlijk alles werd al gauw gerantsoeneerd en kwam ‘op de bon’…. Voor de middenstand was de voedselvoorziening een ramp. Bij onze bakkerszaak moest de klant voor ieder broodje distributiebonnen inleveren. Die kregen ze bij het distributiekantoor op de Heereweg voor een bepaalde periode. Vervolgens werd voor de week van de zoveelste tot de zoveelste van de maand in de kranten aangegeven welke bonnen er geldig waren. En zo zat de familie Schalk de hele zaterdagavond bonnen te plakken op opplakvellen. Die moesten worden ingeleverd bij het distributiekantoor en daarvoor kreeg je dan coupures waarmee je bij de meelhandel balen meel kon kopen. Al gauw werd de kwaliteit van het meel miserabel, want er werd van alles doorgemengd, zoals erwtenmeel en roggemeel. Er was geen brood van te bakken. De mensen die aan tarwemeel wisten te komen kwamen dat bij ons inleveren en later hun brood afhalen.

Eind 1944 kregen de kleinere bakkers geen brandstof meer om in hun eigen bakkerij te blijven bakken. Zo moesten wij en bakker Schakenbos bij de Protestantse Coöperatie op “De Gracht” intrekken. Totdat er bijna niets meer was en de mensen broodblikken kwamen brengen waarin deeg kon zitten van roggemeel, gemalen spinaziezaad, tulpenbollen, pulp van suikerbieten en nog meer ellende. En dat in allerlei formaten zodat de bakker de grootste exemplaren achter in de oven moest schuiven, omdat die het laatst gaar waren. We hebben wel meegemaakt dat de klanten een stok op de bodem van het blik gelegd hadden om te controleren of het echt wel hun deeg was en of er niets was afgehaald. Ook wel dat ze een aantal bonen in het blik gelegd hadden “.

Duitsers hadden wel meel

“Met Kerstmis 1944 kwam een Duitse militaire bakker koek bakken bij de Coöperatie, onder begeleiding/controle van een sergeant… Een levensgrote bol koekdeeg lag op de werkbank. Toen de eerste plaat koek uit de oven kwam kreeg de sergeant er één van. “Hmm, schmeckt gut”. Maar de bakker bromde : “Mit Eier wäre`s besser gewesen”. En dat terwijl de bevolking hongeroedeem had. Thomas Gort uit de Beatrixstraat wachtte tot bakker en sergeant even in het magazijn waren, kneep een groot stuk koekdeeg van de berg af, stopte het weer netjes toe en verborg het in zijn tas. Toen de Duitsers klaar en weg waren zei hij tevreden : ‘Ziezo, nou ga IK koek bakken’. Link genoeg, want dat was stelen van legervoorraden!

De honger was groot. Ik meen dat het rantsoen in de hongerwinter (december ’44-maart ’45) een roggebrood van 800 gram per persoon was voor een hele week en dat terwijl er verder nagenoeg niets was.”

Foto: Met een distributiekaart en -bonnen kon allerlei voedsel en goederen worden aangeschaft.
foto: Nico Groen

Het verzet in Lisse was gedisciplineerd

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

door Nico Groen

28 januari 2020

Ter gelegenheid van 75 jaar bevrijding gaat deze column over het verzet in Lisse. Aan het illegale krantje in Lisse, De Oranjekoerier, dat vanaf 24 oktober 1944 dagelijks verscheen is al eerder aandacht besteed. Maar dat was niet het enige wat het verzet deed. Dat er in Lisse betrekkelijk weinig gewelddadigheden tegen de Duitsers werden gepleegd, was te danken aan het beleid, de organisatie en de discipline van het verzet in Lisse.

Door vele verzetseenheden in Nederland werden Duitsers, gebouwen en munitieopslagplaatsen aangevallen. Het gevolg was nogal eens dat als vergelding willekeurige bewoners voor het vuurpeloton terecht kwamen. Dat was in Lisse nauwelijks aan de orde. In een interview met de gebroeders Montagne, opgetekend door Ed Olivier en Arie in ’t Veld in het boek ‘Verhalen uit een vorige eeuw’, verschenen in 2000, kwam naar voren dat het verzet in Lisse zo mogelijk in stilte werkte. De Duitse  bezetter werd zo weinig mogelijk geprovoceerd.

In het interview staat dat het er in de Haarlemmermeer aan de andere kant van de Ringvaart heel anders aan toe ging. Er woedden hele veldslagen tussen de Haarlemmermeerse knokploegen en de Duitse Sicherheitsdienst. Op een gegeven moment wilde het Haarlemmermeerse verzet een wapendepot in Keukenhof overvallen. Wietse Montagne: “We zeiden tegen Kraak, het hoofd van het verzet in Lisse, dat we dat tot elke prijs moesten zien te voorkomen. Straks gaan er hier tientallen mensen tegen de muur. Zo’n overval zou zinloos zijn geweest en in militair opzicht van geen enkele betekenis”. De overval ging daarom uiteindelijk niet door.

 

Distributiebonnen.

In den lande werden veel distributiekantoren overvallen. Met alle negatieve gevolgen zoals represailles voor de bevolking.  Deze overvallen gebeurden om distributiebonnen te verkrijgen voor de vele onderduikers. De distributiekaarten en -bonnen werden in het leven geroepen vanwege de schaarste aan van alles en nog wat. Dit om een eerlijke verdeling van goederen en voedsel over de bevolking te krijgen en hamsteren tegen te gaan. Distributiekaarten werden alleen uitgereikt aan mensen met een persoonsbewijs, afgegeven op het gemeentehuis. Onderduikers kwamen daar natuurlijk niet voor in aanmerking.

 

In Lisse werd het distributiekantoor niet geplunderd, maar werd op een heel andere manier aan bonnen gekomen. Bij 2 overvallen op het gemeentehuis werd de burgerlijke stand weggehaald. Wietse: “Ik werd door burgemeester Van Rijckevorsel ‘gevorderd’ om de bevolkingsboekhouding opnieuw op te zetten…. Het is schitterend gelukt allemaal. De burgemeester bemoeide zich er verder niet mee. We hebben er allerlei gezinnen bij zitten verzinnen. ’t Liefst natuurlijk allemaal weduwen met alleen dochters. Voor Lisse, Hillegom en Sassenheim hebben we ongeveer duizend distributiekaarten illegaal kunnen verstrekken. Het was allemaal illegaal legaal”. Met deze distributiekaarten kon men bij het distributiekantoor steeds distributiebonnen ophalen. Overvallen op het distributiekantoor waren dus helemaal niet nodig. Lisse had het geluk dat de burgemeester en de ambtenaren de andere kant op keken. Dat was in andere gemeentes wel anders.

Foto: Dit boek ‘Verhalen uit een vorige eeuw’ kan worden geleend of ingezien tijdens de inloop op dinsdagmorgen in de Vergulde Zwaan.
Foto: Nico Groen

75 jaar geleden geen Oranjekoerier door razzia’s

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)

door Nico groen

14 januari 2020

 Het illegale krantje in Lisse, De Oranjekoerier, verscheen vanaf 24 oktober 1944 dagelijks behalve op zondag. Het bevatte over het algemeen informatie over de diverse fronten in Europa, waar werd gevochten. Halverwege januari 1945, precies 75 jaar geleden, was het echter te gevaarlijk om het krantje rond te brengen in verband met de aanhoudende razzia’s door de Duitsers.

 

Alle inwoners van 16 tot 40 jaar waren per 1 januari 1945 dienstplichtig voor de “Arbeitseinsatz”. Mannen in die leeftijdscategorie  moesten zich melden bij de Duitsers. Er waren in Duitsland namelijk veel te weinig arbeiders voor de fabrieken. Het gebod werd echter massaal overtreden. Om toch aan voldoende arbeiders te komen, besloot men razzia’s te houden en de overtreders naar Duitsland te sturen.

 

Op 20 januari 1945 verscheen er weer een Oranjekoerier. Het was nummer 71 met onder andere de volgende tekst:

“Zoals de lezers begrepen zullen hebben, kon de Oranjekoerier in verband met de razzia’s, die gedurende de afgelopen week in de Bollenstreek gehouden werden, enkele malen niet verschijnen. De voorzichtigheid gebood zulks. Het verheugt ons thans weer met een nummer te kunnen uitkomen, temeer daar het nieuws zo buitengewoon goed is. Niettemin blijft de mogelijkheid bestaan, dat ons blad in de naaste toekomst niet meer elke dag zal kunnen verschijnen. Dit zal geheel van de omstandigheden afhangen. Wij zullen echter ons uiterste best doen de lezers zo regelmatig mogelijk met het nieuws op de hoogte te houden….. Hoe lang zal Duitsland de stormloop der geallieerde legers nog kunnen weerstaan? Wij weten het niet, maar wel weten wij, dat zijn kracht gebroken is. Doch voordat dit monster zieltogend terneder ligt, kunnen zijn stuiptrekkingen nog heel lastig en gevaarlijk zijn. Ook voor ons. De slavenjachten der moffen zijn er een bewijs van.”

Van  razzia’s in januari 1945 hebben we wat Lisse betreft verder geen informatie gevonden, maar bijvoorbeeld wel van  razzia’s in Hillegom, Warmond, Leiden en Gouda. Dat er wat  Lisse betreft nu zo weinig bekend is over deze razzia’s, was gebaseerd op het succes van het goed lopende waarschuwingssysteem via afgeluisterde telefoongesprekken. Men werd steeds bijtijds gewaarschuwd.

Wat toch een tijd

In Hillegom werd op 19 januari een razzia gehouden. Volgens het boekje “Wat toch een tijd” van Ed Olivier kwam hierbij Lisser Aart van Dijk om het leven. Deze bakkersknecht vluchtte het bollenland in, maar werd neergeschoten. Op weg naar het ziekenhuis in Haarlem overleed hij. Bij een razzia  op 13 en 14 januari  werden ongeveer 300 mannen opgepakt in Leiden en omgeving. Op vluchtelingen werd met scherp geschoten. Er waren tenminste 2 doden en 6 gewonden. Dezelfde Duitsers kwamen op 15 januari in Warmond in actie. Ongeveer 30 jongens werden afgevoerd. Ook in Gouda werd ongeveer 300 mannen opgepakt.

(Het telefonisch afluistersysteem werkte op 7 maart 1945 niet. Er werden 40 mannen in Lisse opgepakt).

Foto: Het oude Post, Telefoon en Telegraafkantoor op de hoek Kanaalstraat/Heereweg,
Foto: Oud Lisse

In memoriam Frits Treffers. Frits was medeoprichter van de Vereniging “Oud Lisse”.  

Sporen van vroeger   (LisserNieuws)   

17 december 2019

 door Nico Groen en Wim Bosch

 

Op 21 november 2019 is Frits Treffers (27 oktober 1932–21 november 2019) na een langdurige ziekte overleden. N.a.v. zijn geweldige bijdragen aan de Vereniging “Oud Lisse” werd Frits in 2015 tot erelid van onze vereniging benoemd. Hij werd benoemd tot lid van de Orde van Oranje Nassau tijdens het 25 jarig jubileum van de Vereniging ”Oud Lisse” in 2016.

Frits is in 1932 in Ned. Indië (Batavia) geboren en heeft daar zijn jeugd doorgebracht. Zijn vader, die beroepsofficier bij de KNIL was, werd in 1942 door de Japanners geëxecuteerd.  Hij is na de oorlog in 1947 met zijn moeder en zus naar Nederland teruggegaan. Frits is zijn leven lang verknocht geweest aan zijn jeugdervaringen in Ned. Indië. In Nederland werd Frits ingenieur door zijn studie aan de TU in Delft en werd daarna bouwkundig architect.

De dreigende sloop van de mooie bollenvilla’s Merenburgh, Magnolia en Buitendorp tegenover zijn huis Somalo was de aanleiding voor de oprichting van de Vereniging “Oud Lisse” in januari 1991.  Frits Treffers werd als medeoprichter bestuurslid van de Vereniging “Oud Lisse”. De villa Merenburgh werd eind 1991 helaas onverwacht gesloopt terwijl de bezwaarprocedure nog liep.

Station Lisse

Daarna heeft Frits zich als architect intensief ingezet voor het behoud van het oude monumentale station Lisse uit 1905, dat ook met sloop bedreigd werd. Na diverse gesprekken met NS werd er uiteindelijk overeenstemming bereikt. Daartoe werd, naast de Vereniging Oud Lisse, de Stichting Oud Lisse opgericht voor de restauratie en onderhoud van monumentale panden zoals het station. Frits speelde hierin een leidende rol. De Stichting Oud Lisse kwam met de NS overeen het stationscomplex tegen een gering bedrag te huren met als verplichting dat het pand op eigen kosten gerenoveerd en onderhouden zou worden.

Rijksmonument

Het prachtige resultaat was, dat met medewerking van de gemeente Lisse, het pand zelfs werd aangewezen als Rijksmonument! Om de restauratie te bekostigen werd de benedenverdieping van het station door de Stichting Oud Lisse verhuurd aan restaurant “De Verloren Koffer”, van John Nederstigt.

Daarnaast heeft Frits de leiding gehad van de werkgroep Bouwkundige Zaken, die in 1996 alle monumentwaardige panden in Lisse geïnventariseerd heeft. Het resultaat was het prachtige, uitgebreid beschreven boek “Registratie Waardevolle Panden in Lisse”.  Groepswandelingen door het dorp met Frits waren door zijn enthousiaste en flamboyante betoog een waar feestje. Frits was ook actief betrokken bij de totstandkoming van de gemeentelijke monumentenlijst in 2008. Hij werkte ook mee aan de uitgave van het boek “Wandel- en fietsroutes langs Monumenten in Lisse” uit 2010. Kortom Frits is voor heel Lisse en omgeving van grote betekenis geweest met zijn grote kennis van bouwzaken en monumentale panden.

Met het overlijden van Frits Treffers hebben we afscheid moeten nemen van een zeer gedenkwaardig bestuurslid, die we echter blijvend zullen gedenken en nooit zullen vergeten!

Foto: Een samengestelde foto van Frits Treffers met het station op de achtergrond
Foto’s: Frits Treffers van Arie in ’t Veld en het station van de Vereniging “Oud Lisse”

Rembrandt en het bruggetje van Six

Rembrandt van Rijn bezocht regelmatig Jan Six op zijn landgoed Elsbroek. Daar tekenede hij waarschijnlijk “Het bruggetje van Six”.

Sporen van vroege (LisserNieuws)                                                          

5 november 2019

Door Nico Groen

 

Het jaar 2019 is uitgeroepen tot het Rembrandtjaar omdat het zijn 350ste sterfjaar is. Door de vele activiteiten en promotie is u dat ongetwijfeld niet ontgaan. De vraag kwam of Lisse of Hillegom nog iets te melden  heeft over Rembrandt. Rembrandt was regelmatig op bezoek bij de familie Six op landgoed Elsbroek in Hillegom,  net ten noorden van Lisse. Hij zou daar een bruggetje geschetst hebben.

Landgoed Elsbroek

Tot 1867 bevond zich ten noorden van Lisse het uitgestrekte land­goed Elsbroek. Van 1642 tot 1801 is de naam van de familie Six onlosmakelijk aan deze buitenplaats verbonden geweest. In 1867 is het landgoed van 782 ha in delen verkocht. Het landhuis is in 1870 gesloopt. De eerste van de leden van deze familie was Jan Six (1618-1700), die in zijn vrije tijd, naast het schrijven van gedichten en toneelstukken, ook in schilderen geïnteresseerd was. Hij stond op goede voet met Rembrandt. Op een mooie dag in het jaar 1645, zo gaat het verhaal, logeerde Rembrandt bij zijn vriend Six op landgoed Elsbroek. Rembrandt toog naar buiten om in de landelijke omgeving van Elsbroek het een en ander vast te leggen in zijn schetsboek. Zijn tekenwerk wilde maar niet vlotten omdat het 14 juni was. Zijn geliefde Saskia was namelijk 3 jaar daarvoor op 14 juni 1642 gestorven. Tegen half twaalf kwam Six terug van zijn werk in Haarlem. Rembrandt zat nog steeds achter zijn schetsboek te mijmeren. “En”, vroeg Six, “hebt gij uw schetsboek met eenige mooie schetsen voor schoone schilderijen verrijkt ?”, waarop Rembrandt antwoordde dat hij die ochtend niets had uitgevoerd. “Alle duivels te paard op een houtvlot! Wat zijt ge dan lui geweest! Dat zijn we niet gewend. Maar het is jammer van die mooie dag”, zei Six. Zijn vriend wilde het echter niet opgeven en wilde met hem wedden om vijf gouden dukaten dat hij in een half uur tijd nog een mooie schets kon maken. Die weddenschap is door Rembrandt nog juist op tijd gewonnen en heeft ons de ets, bekend als ‘Het bruggetje van Six’ opgeleverd. Het betreffende bruggetje zou over de Elsbroekervaart, de vaart langs de tegenwoordige Singel, gelegen hebben. Het torenspitsje aan de horizon is dan de Hillegomse St. Maartenskerk. Rembrandt stond dan met zijn rug naar Lisse, toen hij het bruggetje tekende.

Uit de Volksalmanak van ‘Het Nut’ in 1883

 Bovengenoemd verhaal is ons overgeleverd door van Loenen’s ‘Beschrijving en kleine Kroniek van de Gemeente Hillegom’,   in 1916 verscheen. Van Loenen dankte het verhaal op zijn beurt aan Ds. W.P. Wolters, die het wat uitgebrei­der publiceerde in de Volksalmanak van ’Het Nut’ in 1883. “Of het op historie berust is niet uit te maken”, zo lezen we aan het einde van het verhaal, al zal Rembrandt ongetwijfeld als goede vriend van Six, vaak diens buitenplaats te Hillegom bezocht hebben.

Bovenstaande beschrijving komt uit een artikel van Rob Pex uit het allereerste Nieuwsblad van de VOL in 2002.

Foto: Het bruggetje van Six, getekend door Rembrandt in 1645.

Foto uit het eerste Nieuwsblad van Oud Lisse uit 2002.

Eerste Oranjekoerier werd 75 jaar geleden gemaakt.

In de herfst van 1944 wordt de behoefte aan informatie van de geallieerden over het front  steeds groter in Lisse. Besloten werd iedere dag een illegaal krantje op christelijke grondslag te stencillen bij met de naam Oranjekoerier. Nummer 1 kwam op 24 oktober uit.

Sporen van vroeger (LisserNieuw)                                                           

22 oktober 2019

door Nico Groen

   

In de herfst van 1944 zijn vele Lissers in het ongewisse over het verloop van de oorlog. Zijn de geallieerden aan de winnende hand of lijden ze gevoelige verliezen en raken zij steeds meer terrein kwijt? Die onzekerheid was een goede reden om een illegaal blad te maken: de Oranjekoerier.

In de herfst van 1944 wordt de behoefte aan informatie van de geallieerden over het front  steeds groter, omdat in Lisse veel radio’s zijn geconfisqueerd door de Duitsers of omdat men niet meer durfde te luisteren naar Radio Oranje. Bovendien valt de stroom op diverse plaatsen in Lisse geregeld uit. Daarom komen in de Schoolstraat ten huize van de familie Montagne enkele Lissers bij elkaar om na te denken over een illegaal krantje. De initiatiefnemers zijn Jan Montagne jr., Wietse Montagne, Marius Montagne, Leo van Rooyen en Max Vermeer, zoon van de bakker. Marius Montagne is later directeur van bollenveiling HBG geworden. Onlangs vierde hij zijn honderdste verjaardag.

Illegale krant

Besloten werd iedere dag een illegaal krantje op christelijke grondslag te stencillen bij met de naam Oranjekoerier. In de woning op zolder aan de Schoolstraat was een radio aanwezig, die Radio Oranje uit Londen kon ontvangen. Daar werd iedere avond om 20.00 uur naar de dagelijkse uitzending met nieuws van het front geluisterd. Tijdens de uitzending maakte Marius aantekeningen in steno. Na de uitzending werd het geheel, uitgewerkt en getypt door Marius en Wietse, direct weggebracht naar bakker Vermeer, daar gestencild en vervolgens rondgebracht bij de bezorgers. Na enige tijd was de oplage maar liefst 1500 exemplaren. Tot na de bevrijding werd er iedere dag, behalve op zondag, zo’n illegaal krantje van 1/2, 1 of 2 pagina’s gemaakt.

Het eerste nummer van de Oranjekoerier van 24 oktober 1944 begint als volgt:

“Nr      1                                                                     24 october 1944

BIJ HET EERSTE NUMMER

Moge de drastisch gerantsoeneerde, of de hier en daar reeds geheel stop gezette gas- en electriciteitsvoorziening ons reeds zwaar hebben getroffen in onze voedselbereiding, verlichting en verwarming, niet minder rampspoedig is het feit, dat hierdoor ons enig contact met de vrije wereld onze radio ten deele of zelfs geheel wordt uitgeschakeld.

Snel en betrouwbaar te blijven worden ingelicht in de wellicht beslissende phase, waarin de oorlog thans is gekomen zal den meesten van ons even zwaar wegen, als een gevulde maag en een des avonds verlichte en verwarmende woning.

Welnu, aan deze behoefte, snelle en betrouwbare voorlichting en berichtgeving, wil ons blad, dat hiermede zijn intrede doet, voldoen. Het zal iederen dag verschijnen. De oplage is voorlopig klein voor die gebieden, waar de electriciteitsvoorziening (lees: het luisteren naar de radio) nog min of meer beperkt doorgaat. Zoodra ook deze daar geheel wordt stop gezet, zal de oplage in de bedoelde gebieden onmiddellijk worden vergroot. Ten slotte doen wij nog een dringend beroep op U, om dit blad na inzage zoo snel mogelijk aan een Uwer vertrouwden door te geven; u vergroot hier mede onze oplaag in aanzienlijke mate”.

Foto: De eerste pagina van de eerste Oranjekoerier van 24 oktober 1944.
Foto: Delpher.nl

Oudste archeologische vondst in Lisse.

Het oudst gevonden voorwerp in Lisse is een vuurstenen beitel, in bezit van Museum De Zwarte Tulp. Het komt uit de periode van 3500 -2500 jaar voor Christus.

Sporen van vroeger  (Lisser Nieuws)                                                          

24 september 2019

door Nico Groen

10.000 jaar voor Chr. ontstond het landschap met zijn strandwallen (de oude duinen) en  strandvlaktes. Wat is er allemaal aan archeologisch materiaal in Lisse gevonden? Dat staat in het boek ‘Het Verleden van de Velden’ over archeologische vondsten en opgravingen in de Duin- en Bollenstreek van archeoloog Jeroen van Zoolingen uit in Noordwijkerhout.

Het oudst gevonden voorwerp in Lisse is een vuurstenen beitel, in bezit van Museum De Zwarte Tulp. In het boek staat: “Zo’n 200 meter ten noordoosten van ’t Huys Dever, tussen de Vennesloot en de Eerste Poellaan, werd in 1960 een stenen beitel gevonden. Hoewel dit soort beitels zeker niet van lokale makelij was, komt het type vaker voor op vindplaatsen uit de Vlaardingencultuur. De mensen van de Vlaardingencultuur leefden van 3500 tot 2500 (de Nieuwe Steentijd) vóór het begin van onze jaartelling. Het waren eerst voornamelijk jagers en verzamelaars van eten, zoals bessen en dieren. Later gingen zij over op een primitieve vorm van landbouw, waarbij zij in nederzettingen woonden. De naam Vlaardingencultuur is ontleend aan de eerste vondsten in Nederland. Bij Vlaardingen werd een nederzetting met vele vondsten uit die tijd opgegraven. De vondst bij Dever is dan ook met enige zekerheid tot de Vlaardingencultuur te rekenen. De voorzichtigheid komt doordat er verder geen sporen of scherven in de nabijheid gevonden zijn. Wellicht zijn die niet herkend of simpelweg nog niet waargenomen, maar het is ook goed mogelijk dat het om een geïsoleerde beitel gaat, die bijvoorbeeld bewust als offer is achtergelaten door mensen, die heel ergens anders woonden”.

Tentoonstelling

In het Archeologisch Museum Haarlem op de Grote Markt is nu de tentoonstelling ‘Het Verleden van de Velden’ over de archeologie van de Duin- en Bollenstreek te zien. Deze tentoonstelling is nog tot 6 oktober 2019 te bezoeken. De openingstijden zijn van woensdag tot en met zondag en de toegang is gratis. De tentoonstelling is gebaseerd op het gelijknamige boek van archeoloog Jeroen van Zoolingen. De tentoonstelling neemt het ontstaan van de bloembollencultuur in Haarlem als startpunt en duikt verder in de archeologische geschiedenis van de Duin- en Bollenstreek. In de tentoonstelling zijn uit iedere periode bijzondere voorwerpen te zien, zoals werktuigen en sieraden uit de bronstijd uit Katwijk en Hillegom, sieraden en aardewerk uit Romeins Valkenburg en middeleeuws paardentuig uit Teylingen. Kom kijken en verwonder u over het rijke, archeologische verleden van de velden! Deze herfst komt de tentoonstelling ook naar Lisse. In het museum De Zwarte Tulp zijn dan ook alle ins en outs van deze expositie te zien.

Website  van de VOL

Deze column van Sporen van Vroeger en alle voorgaande columns staan op de website van de Vereniging Oud Lisse (www:oudlisse.nl) onder het hoofdstuk Publicaties. Door op het vergrootglas te klikken kan men een zoekterm intypen. Dan verschijnen alle artikelen waar die term in voorkomt. Op de website van Oud Lisse staan meer dan 500 artikelen over de cultuurhistorie van Lisse. De meer dan 100 columns van Sporen van Vroeger over Lisse zijn ook te vinden op de website van LisserNieuws.

Foto: Het boek ‘Het Verleden van de Velden’ van Jeroen van Zoolingen uit 2017

Open monumentendag met Salvatori

Salvatori doet mee met de open Monumentendag. De geschiedenis van het gebouw aan de Wagenstraat wordt beschreven.

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                               

10 september 2019

door Nico Groen

Op 14 september is het weer Open Monumentendag. Dan zetten deelnemers weer hun gebouwen open voor elke geïnteresseerde bezoeker. Naast de gebruikelijke  deelnemers zijn er dit jaar ook weer een aantal nieuwe eigenaren van  panden die hun poorten open  zetten. Een daarvan is Salvatori, Wagenstraat 33.

Dit verenigingsgebouw hoort bij de Samenwerkingsgemeente (SWG gemeente) waarvan een kerkgebouw aan de Veldhorststraat staat. Salvatori is vaak opengesteld voor onder andere buurtbewoners en als eetcafé. De reden dat de beheerders mee willen doen, is dat zij ook aan andere Lissers willen laten zien wat er allemaal in Salvatori te doen is. Zij timmeren daarmee graag aan de weg. Het gebouw uit 1927 oogt niet zo imposant. Alleen de voorkant zonder verdieping is te zien.  Het heeft een plat dak.  Omdat het gebouw achtereenvolgens voor verschillende doeleinden is gebruikt werd de binnenkant  diverse keren veranderd.

Groene Kruisvereniging op Wagenstraat 33

Dokter D. Blok nam in 1903 het initiatief om in Lisse een Groene Kruisvereniging (openbaar consultatiebureau) op te richten, samen met onder anderen dokter M. de Graaf en dokter F. Haase. Een belangrijke doelstelling van de vereniging was het voor­komen van ziekten door het opsporen hiervan en het bevorderen van de algemene gezondheid van de bevolking door ‘Reinheid en ontsmetting’. 

De ruimtes, die werden gebruikt waren al spoedig te klein. Mejuffrouw C. Scheepmaker, die het magazijn beheerde, gebruikte zelfs een hooizolder om ligstoelen en ledikanten te bergen. Dat was lastig omdat men er in het donker niet goed bij kon. Na veel vijven en zessen kwam er een nieuw

stenen gebouw aan de Wagenstraat 33. Dat werd in 1927 gerealiseerd. Voor de klanten van het consultatiebureau was er een entree aan de zijkant. Aan de voorkant waren in het midden twee deuren met daarachter een brede gang, Deze twee deuren zijn een stukje naar rechts verplaatst. Er is nu geen raam meer naast aan die kant.

Eind jaren vijftig voldeed het kruisgebouw niet meer aan de wensen van het Groene Kruis. Daarom werd er voor het Groene Kruis een nieuw gebouw gerealiseerd op de hoek van de Wilhelminastraat met de Nassaustraat. Dat staat er nog steeds.

Kerken

De Gereformeerde kerk (bij de Klister) had behoefte aan uitbreiding van het verenigingswerk. Daarom werd in 1960 het kruisgebouw overgenomen van het Groene Kruis. Het gebouw ging toen Salvatori heten, wat ‘Redder’ betekent. Daar werd voornamelijk het jeugdwerk ondergebracht. Daarnaast was de Christelijke bibliotheek er gevestigd. Ook het koor Excelsior heeft er jarenlang geoefend. In de jaren tachtig ontstond er behoefte om het verenigingswerk dichter bij de kerk onder te brengen. Daarom werd in 1982  de Klister rondom de Gereformeerde kerk gerealiseerd en werd Salvatori verkocht aan een van de voorlopers van wat nu de Samenwerkingsgemeente (SWG gemeente) is.

Het wordt nu dus gebruikt als buurhuis en als verenigingshuis.

Foto. In 1960 kocht de Gereformeerde kerk Salvatori van het Groene Kruis. Het werd toen helemaal opgeknapt. Foto: Gereformeerde kerk