Berichten

Groenbeleid en Kapvergunning gevraagd voor een gezonde waardevolle boom in de Zwanendreef.

Nieuwsflits

Nieuwsblad 23 nummer 1 2024

In het vorige Nieuwsblad werd bericht over een kapvergunning voor een boom in de Zwanendreef waar bezwaren tegen waren ingediend. Wanneer een bezwaarschrift tijdig ingediend wordt volgt er een bijeenkomst van de Commissie Bezwaarschriften en Klachten. Het college van B&W reageert naar deze commissie met een verweerschrift. In deze zaak komt het college in het verweerschrift tot de conclusie de bezwaarschriften gegrond te verklaren en is zij voornemens de aanvraag omgevingsvergunning alsnog te weigeren. Op 12 maart was voor deze zaak de hoorzitting van de Commissie Bezwaren en Klachten. De advisering van de commissie kan enkele weken duren. Het oordeel van die advisering is het voorbehoud dat het college nog maakt, afwachten dus. Lissers maken zich druk om groen. Dat bleek onlangs ook weer toen aan de Greveling wel een heel royaal stuk betegeld werd. Waarom geen boom geplant of bloembak geplaatst vroeg men zich af. Lisse zegt trots te zijn als het groene hart van de Bollenstreek. Een uitdaging voor het beleid van de gemeente. Op 21 maart start weer de actie tegelwippen, ook in Lisse. Wanneer tegels worden vervangen door gras, bloemperken, bomen en geveltuinen, wordt Nederland meer klimaatbestendig, behaaglijker voor insecten en dieren, koeler op warme dagen én veel mooier! Laten we er allemaal voor gaan!

Verleende kapvergunning van een waardevolle haagbeuk

Haagbeuken in de Zwanendreef

De Vereniging Oud Lisse heeft o.a. tot doel monumenten te beschermen. Naast monumentale gebouwen vallen daar ook landschap en monumentale bomen onder.
Tegenwoordig worden monumentale bomen ‘waardevolle bomen’ genoemd. Deze mogen niet worden gekapt, tenzij ze ziek zijn of een gevaar vormen voor de omgeving. Op 31 oktober 2023 is een omgevingsvergunning verleend voor het kappen van een waardevolle haagbeuk in
de Zwanendreef bij Agathapark 2 en 4. Hiertegen kan binnen 6 weken een bezwaarschrift worden ingediend. Deze boom is ook onderdeel van de structuurbomen van de bomenrijen in de Zwanendreef. Volgens de gemeente Lisse zelf is de boom gezond en vormt geen gevaar voor de omgeving. De bewoners van Agathapark 2 en 4 hebben geklaagd dat zij last hebben van te veel schaduw in de tuin. Onlangs zijn er daar zonnepanelen aangelegd! Er staan ter plaatse 3 haagbeuken dichter bij elkaar dan elders in de Zwanendreef. Daarom zou de middelste boom gekapt mogen worden. De kruinen van deze bomen zouden last van elkaar hebben. Volgens de ‘Werkgroep Landschap, Groen en Bomen’ van de Vereniging Oud Lisse is dat nog lang niet zo. Er is dus geen geldige  reden om haagbeuk te kappen. Een zienswijze zou kunnen worden ingediend met als resultaat dat de boom niet gekapt mag worden.

De werkgroep is echter met de gemeente in overleg om geen zienswijze in te dienen indien elders in Zwanendreef 3 nieuwe forse haagbeuken worden geplant om de bestaande bomenrij te verbeteren. Daar zijn in het verleden namelijk gaten ontstaan door het kappen van haagbeuken ter plaatse.

De 3 haagbeuken raken elkaar nog lang niet

Veldhorststraat, je raakt er niet over uitgepraat

In verband met het feit, dat de Veldhorststraat 100 jaar geleden is gerealiseerd heeft Ben Ragas, bewoner, zijn herinneringen aan de Veldhorststraat opgeschreven.

door Ben Ragas

Nieuwsblad Jaargang 21 nummer 3, 2022

Naar aanleiding van het lezenswaardige artikel over de Veldhorststraat in de vorige uitgave van het VOL Nieuwsblad wil ik graag nog wat herinneringen delen.
“Toen was geluk nog heel gewoon!”

Kent U het nog: “haartjes nat, nog even op totdat vader zei: vooruit naar bed dan kregen wij een kruik mee.” De sfeer, die door dit liedje wordt opgeroepen dekt volledig de tijd, dat ik woonde in de Veldhorststraat. Mijn naam is Ben Ragas en ik ben geboren in de Veldhorststraat op nummer 39 in 1939. In 1957 verhuisden wij naar de Heereweg, dus mijn hele jeugd heb ik gewoond in de Veldhorststraat. Wat was dat een geweldige straat om op te groeien met zoveel gezinnen en zoveel kinderen. Ook nu vind ik het de aantrekkelijkste straat van Lisse met zijn woningen in zoveel verschillende stijlen en zoveel groen. De Veldhorststraat liep naar het westen uiteindelijk over in de Stationsweg, toen een éénbaansweg met een slootje aan de rechterzijde, waar we kikkervisjes, donderkoppies, vingen. Die gingen in een jampotje, totdat de donderkoppies evolueerden tot heel kleine kikkertjes, die dan weer in de sloot werden gegooid. De huidige Berkhoutlaan heette vroeger ook Stationsweg, maar dat was een straat met een volkomen ander karakter dan onze straat. In de volksmond werd deze straat De Peus genoemd en omdat daar veel kinderen woonden die een hekel aan
ons hadden, waren we bang om door die straat te lopen. Daar stonden kleine lage huisjes zonder voortuintjes en zonder riolering. De wc loosde op een slootje achter het huis. De Veldhorststraat eindigde bij het huis De Veldhorst van de familie Van der Meij. Achter het huis stond nog een bollenschuur. Daar lag ook één van de vele bollensloten waarop wij altijd schaatsten.  In mijn herinnering lijkt het wel of wij ieder jaar in de winter daar konden schaatsen. Vlak voor het toenmalige huis ‘Panorama’ (tegenover het huis van huisarts dokter Holl) was een klein perkje, waar in het begin van 1945, zo gaat het verhaal, de bekende bollenman Fons Belle en Kees Plug, de alom gewaardeerde Hobaho-directeur, samen keken naar de armada van Britse bommenwerpers, die op weg waren om Duitsland te bombarderen. “Ongelooflijk! Wat ontzettend veel vliegtuigen”
zei Plug. Het antwoord van Belle kwam direct: “Nog steeds niet genoeg Kees. Er moeten er zoveel komen, dat de vogels moeten gaan lopen.” In ‘Panorama’ woonde de familie Kwaad, waarvan twee kinderen altijd met ons meespeelden: Herman en Gerda. En aan de overkant dat doktershuis, waar Arnold en Sake woonden. Arnold was van onze leeftijd. Ik herinner me nog dat de familie Holl een huishoudster had, Mien, die altijd tegenzessen met een harde snerpende stem “Sake, Sake” riep. Onder elkaar moesten we daar altijd erg om lachen en soms, o schande!, deden wij haar na. Achter ‘Panorama’ woonden de heer en mevrouw Schouten. Zij waren eigenaar van de huizen nr. 39 t/m nr. 49. De heer Schouten was vroeger drogist geweest en had zijn winkel in de Kanaalstraat
aan de heer Dreijer verkocht. Iedere maand moesten wij fl. 50,– huur naar de heer Schouten brengen. Naast Schouten woonde de familie Van der Lee. De heer Van der Lee was de eerste tuinarchitect van de Keukenhof. Hij had twee zoons, die ook altijd met ons meespeelden, evenals de kinderen van hun buren, de familie Nieuwenhuis, van wie Ed mijn vaste maatje was. Nog steeds zijn wij heel bevriend. Tegenover ons woonde de familie Berk. Hij was directeur van de Boerenbond en in het bezit van een auto. Zij hadden ook telefoon: zeer zeldzaam toentertijd. Als mijn moeder gebeld werd door een familielid uit Gelderland, waar zij vandaan kwam, liep er één van de familie Berk naar de overkant om mijn moeder te waarschuwen. Meneer Berk had de ontzettend leuke gewoonte wanneer het gesneeuwd had in de winter met een groot touw leuke gewoonte wanneer het gesneeuwd had in de winter met een groot touw onze sleetjes aan zijn auto te binden en dan trok hij ons liggend op onze sleetjes via de Von Bönninghausenlaan weer terug naar de Veldhorststraat. Zoals Sake Holl al betoogde in het prachtige kwartaaltijdschrift van de VOL, een multinational zou er jaloers op zijn, werd in de oorlog hun huis gevorderd door de Duitsers voor de officieren en de huizen nr. 41-49 voor Duitse soldaten. Zij waren verantwoordelijk voor de installatie in het Keukenhofbos, waar de V1 werd afgeschoten. Wij wisten als kinderen al als zij weer een V1 afschoten: we hoorden dan een soort lange fluittoon. Het werd pas gevaarlijk als je die toon niet hoorde: dan stortte de raket neer. Wij doken dan altijd in de kelderkast of onder de tafel. In mijn herinnering is het maar één keer gebeurd dat de V1 echt direct na het afschieten explodeerde. Overigens herinnerde Ed van der Lee mij eraan dat wij, naast elkaar de Von Bönninghausenlaan inlopend, werden beschoten door een Engels jachtvliegtuig. Meteen achter een muurtje duikend zochten wij dekking. Wij waren overigens op weg naar een tante van Ed, die kinderloos was. In 1944 werd er bij die tante aangebeld: er stond een mevrouw voor de deur met een baby in de armen. Toen mevrouw Nieuwenhuis de deur opende, werd die baby in haar armen geduwd met de vraag: “Wilt u heel goed voor hem zorgen?” Dat hebben zij natuurlijk gedaan. Die baby is als jongeman orthodoxjoods geworden en verhuisd naar Israël.  Wij woonden op nr. 39 en zoals gezegd woonden Duitse soldaten op nr. 41 naast ons. We hadden het niet zo best getroffen want op nr. 37 woonde de familie Tiben, volgens mij geen SS’er maar een zeer felle NSB’er. (Zie over Tiben ‘Wat toch een tijd’ van Ed Olivier p. 68-70. Volgens Olivier was Tiben een Rijksduitser.) Mijn broer Jos werd in maat 1945 geboren. Een probleem was wel dat toen de elektriciteit was afgesloten, maar niet bij die Duitsers en niet bij Tiben. Toen kwam Tiben aanbellen en deed mijn moeder het aanbod ervoor te zorgen dat bij ons thuis wel elektriciteit beschikbaar was. Mijn moeder schold hem de deur uit. Ik had mijn moeder nog nooit zo tekeer zien gaan en vond dat heel erg. Later begreep ik het natuurlijk. Die buurman Tiben is door het verzet geliquideerd en zijn lichaam hadden ze in de Ringvaart laten zakken. Op de zondagmorgen daarna was er plotseling veel rumoer in de kerk: een aantal mannen verliet plotseling de H. Mis omdat zij werden gewaarschuwd. Het lichaam van Tiben was komen bovendrijven in de Ringvaart. Gelukkig lukte het om dat weer te laten verdwijnen. Joke Vermeer schrijft over Tiben dat zijn vrouw hem verraden zou hebben, omdat Tiben de Lissese ondergrondse wilde aanpakken en elimineren. Of het zo gegaan is, is mij niet bekend. Misschien is er nog iemand die de juiste toedracht weet en kan doorgeven. Tegenover ons was een protestantse kerk met woning van dominee Ponstein. Als er weer een razzia was kon mijn vader onderduiken bij de dominee aan de overkant. In onze straat kwamen uitersten bij elkaar: neem bijv. de familie Buschman met vijf kinderen. Zij bestonden het om nog een joods jongetje in huis te nemen. Moeder Buschman moest dat allemaal draaiende houden. Vooral in de hongerwinter was dat een vreselijk moeilijke bedoening. En dochter Martha was degene, die deel uitmaakte van onze groep. Gelukkig was de heer Buschman – Aug. voor de oudere Lissers – slager van beroep, dus het lukte hem af en toe wat extra’s mee naar huis te nemen. Zij hadden zelf een kindje dat vlak na de oorlog overleed, Guusje. Dat maakte zo’n indruk op mij. Tegenover de familie Buschman woonde een felle NSB’er. Toen men hoorde dat hij van plan was om de familie Buschman te verraden, konden zij dat nog maar net voorkomen door dat jongetje snel ergens anders onder te brengen. Twee huizen vanaf de woning van die NSB’er woonde de heer Wesselo, die in de oorlog is omgekomen in concentratiekamp Neuengamme. Of Tiben daarmee te maken had, is mij niet bekend. Tiben moet geweten hebben dat mijn vader onderdook bij dominee Ponstein aan de overkant van de straat. De familie Tissing woonde ook bij ons in de straat. De heer Tissing heeft een prachtige 8-mm-film gemaakt over de bevrijdingsfeesten van Lisse. De film begint met opnamen in “onze” straat, waarin heel veel kinderen uit de straat zich zullen herkennen. Wij woonden samen met vader, moeder en vier kinderen op nr. 39. Mijn broertje Jos werd geboren in maart 1945. Er waren vier slaapkamers, twee grote en twee kleine: vader en moeder sliepen in een grote, evenals de twee, later drie, jongens. Mijn zusje sliep in een klein slaapkamertje en het vierde kamertje werd gebruikt als opslag, want een zolder was niet aanwezig. Een badkamer trouwens ook niet.

Mijn vader was hoofd van de RK Dominicus Savioschool, een muloschool die tijdens de oorlog bij de lagere St. Josephschool was ingetrokken. Zijn collega’s en hijzelf probeerden hun lessen zo goed mogelijk over te brengen in een moeilijke situatie. Die situatie was vooral moeilijk in de hongerwinter van 1944/1945. In die periode waren veel leerlingen af en toe op voedseljacht en dus afwezig. Mijn vader hoorde dan die verhalen en ook wanneer het water bij de gezinnen echt aan de lippen stond. Hij heeft mij na de oorlog diverse malen verteld, dat hij dan ging praten met de heer L. J. Persoon, die een slagerij had aan de Heereweg. Persoon was de grootvader van de directieleden van de huidige Vleeswarenfabriek Persoon aan de Grachtweg. Deze mijnheer Persoon heeft vele malen hulp geboden aan de families waarover mijn vader het met hem had gehad. In 1944 werd meneer Ligtvoet als leerkracht door mijn vader aangenomen. Met zijn vrouw, die zwanger was, zou hij in een huis op de Heereweg komen te wonen. Zij kwamen zelf uit Tilburg of omgeving. Hoewel hun een woning was beloofd door de gemeente bleek na aankomst dat er geen huis beschikbaar was. Mijn vader zag geen andere oplossing dan hen in huis te nemen. Daar werd na enige maanden hun eerste kindje geboren, dat helaas stierf kort na de bevalling. Doordat er nu twee mannen in huis waren, konden zij samen in de hongerwinter hout en levensmiddelen vergaren. Zij hadden met een paar mensen, De Vos van de drukkerij Graficus, Voorn, de slager op het Vierkant, en Berbee van de Achterweg, de volgende vismethode bedacht. Zo’n 100 meter van waar het einde van een bollensloot lag, zetten zij de sloot af met een net. Vervolgens werd met stokken vanaf het einde der sloot in het water geslagen tot aan het net. Dat werd vervolgens opgehaald en de gevangen vis werd tussen hen verdeeld. Ik kan me nog herinneren dat mijn vader door een snoek in zijn hand werd gebeten, toen hij deze klaarmaakte voor de maaltijd. Nooit geweten dat een sterke vis als een snoek zolang buiten water nog in leven bleef. In die oorlogsjaren was er gas noch elektriciteit. Daarom kookte mijn moeder – om de dag met mevrouw Ligtvoet – in het schuurtje op een zg. duveltje, een hout gestookt kacheltje dat ook veel rook veroorzaakte. Hout werd overal vandaan gehaald, vooral uit het bos van de Keukenhof. Dat werd enigermate gereguleerd door de boswachter en, omdat deze mijn vader kende, kregen hij en de heer Ligtvoet een grote boom toegewezen om die te kappen en het hout mee naar huis te nemen. Mijn anderhalf jaar jongere broertje Ger
ging vaak langs bij de officieren die in het huis van dokter Holl waren ingekwartierd. Zij vonden het wel leuk zo’n klein kereltje. Toen de Duitsers zich terugtrokken aan het eind van de oorlog namen ze mijn broertje mee in de auto. Mijn vader heeft hem aan het eind van de Veldhorststraat eruit gehaald. Misschien hadden ze hem er aan het eind van Lisse wel uitgezet. Ik heb de oorlogstijd niet beleefd als een rottijd. Het vreselijkste van de oorlog vond ik het kaalscheren van meisjes die zich met de Duitsers hadden ingelaten. Ik had nachtmerries van de manier waarop dat werd gedaan. Dat arme kind
in het middelpunt en dan al die gillende en joelende mensen eromheen en dan werden de haren afgeknipt. Ik vond dat walgelijk.

Aan het einde der Veldhorststraat was een grote muur, die de achtertuin van het verwaarloosde, grote landhuis Rosendaal omgaf. Dat landgoed lag aan de Heereweg met twee zuilen, waarop
een leeuwenstandbeeld, en een verwaarloosde tuin. De tuin aan de Veldhorststraat had een hoge muur waarop aan de bovenkant scherven waren ingemetseld. Maar daar stonden wel fruitbomen
en in de herfst, als het fruit rijp was, klommen wij over die muur – één jongtje met handen in elkaar en de ander dat als opzetje gebruikend – en plukten appels en peren maar…. meestal werd dat gezien door de bewoner, die ons dan achterna kwam. Ik weet nog dat Arnold Holl zichzelf behoorlijk verwondde aan die scherven, terwijl hij probeerde over die muur te komen. Wat die straat vooral bijzonder maakte was dat daar veel kinderen van onze leeftijd woonden. Als je naar buiten ging waren er altijd speelkameraadjes. Met een paar van die kinderen heb ik nog steeds contact. Wij beleefden daar een heel fijne jeugd!

 

Veldhorststraat 100 jaar

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                           

21 juni 2022

 door Nico Groen

In het eerste kwartaalblad van de Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”  staat een uitgebreid artikel met veel foto’s over de Veldhorststraat. Deze straat is 100 jaar geleden, in 1922 dus, aangelegd ter ontlasting van de huidige Berkhoutlaan, toen Stationsweg. Dit kwartaalblad is, zoals elk kwartaalblad, te koop voor 5 euro per stuk tijdens de inloop op dinsdagmorgen. De bladen zijn gratis voor leden.

De enige doorgang van het dorp naar het station was de Stationsweg, in de volksmond ook de Steeg genoemd. De weg liep vanaf de Heereweg bij de Kanaalstraat tot aan het station. Van de Von Bönninghausenlaan was 100 jaar geleden nog geen sprake. De Veldhorststraat werd met een bocht om de tuinen van landgoed Rosendaal geprojecteerd richting villa Veldhorst. Rechts op de foto is tussen het bladerdek van de nog jonge bomen villa Veldhorst te zien. Deze bollenvilla is in opdracht van bloembollenteler Gerrit van der Mey omstreeks 1915 gebouwd op het perceel waar ook hun bedrijf gevestigd was. Het adres was toen nog Stationsweg 158. De naam Veldhorst is ontleend aan Gerrit Veldhorst. Hij was herbergier in de “Witte Zwaan” en ook eigenaar van diverse landerijen in Lisse, waaronder het hele gebied van de Veldhorststraat. Naar hem is de nieuw aangelegde straat en de villa genoemd.

In 1922 werden de eerste huizen gebouwd in de net aangelegde Veldhorststraat. Op de foto ziet u deze eerste huizen. Zij zijn gebouwd door bouwbedrijf Gebr. Moolenaar. Het zijn de huizen links van de straat vanuit de Westerdreef gezien. De eerste paar huizen werden gebouwd en verkocht en dan was er weer geld voor de volgende huizen, zo kreeg langzaam maar zeker de Veldhorststraat zijn bewoners.

Blikvangers

Het huis “In de bocht”, het kerkgebouw van de christelijk gereformeerden kerk en huize Panorama waren in het begin gezichtsbepalend voor deze nieuwe straat. Maar later, vanaf 1940, gold dat ook voor nr. 50 van huisarts Holl op de punt waar de Stationsweg en de Veldhorststraat samen kwamen. Dat was een prachtige entree als je Lisse binnen kwam.

Het huis “In de bocht”, is gebouwd in 1923 door Leen Tol sr. voor directeur Bert van der Nat van bollenbedrijf H. de Graaff & Zn.

Door ds. Simon van der Molen werd in 1927 de eerste steen gelegd voor de nieuw te bouwen christelijk gereformeerde kerk, sinds 2001 opgegaan in de SamenWerkingsGemeente. De christelijk gereformeerde kerk was toen uit haar jasje gegroeid in de Kanaalstraat. De kerk werd gebouwd door de firma Gebr. Moolenaar. Huize Panorama heeft het moeten ontgelden en werd gesloopt. Dit huis op nr. 51 tegenover de kerk deed haar naam eer aan, want wat een prachtig uitzicht hebben die mensen gehad over de bollenvelden tot aan het Keukenhofbos. Van het panorama is niet veel meer over. Verder dan de geluidswal van de Randweg kun je niet kijken. Er is een mooi huis voor in de plaats gekomen, dat als adres Von Bönninghausenlaan 41 kreeg.

De eerst gebouwde huizen aan de zuidkant van de Veldhorststraat.
Foto: Uit het Nieuwsblad nr 1-2022 van de VOL

 

 

100 jaar Veldhorststraat: mijn geboortehuis

In het kader van 100 jaar Veldhorststraat komen er wat verhalen los. Dit is het verhaal over de familie Holl, wonende op nummer 50. Een verhaal dat ook teruggrijpt naar de oorlogstijd die we in de meimaand gedenken.

door Sake Holl

Nieuwsblad jaargang 21 nummer 2, 2022

Op 30-03-1945(Goede Vrijdag) hangt er een wolkje boven de Veldhorststraat. Lisse wordt opgeschrikt door geweldige knallen. Citaat uit het dagboek van Anneke Ruys uit VOLnieuwsblad Nr. 1, 2020: “Eind maart blazen de Duitsers de V1-lanceerinstallatie in het bos op en sneuvelen in het huis aan de Heereweg vijf ruiten. Het glas-in-lood in de tussendeuren is door de luchtdruk verwrongen”. Als de schokgolf bij Ruys al zoveel schade gaf dan moet bij de punt van de Veldhorststraat ook schade zijn geweest. In het rode cirkeltjes boven zien we een glimp van waar die V1 lanceerinrichting zou hebben gestaan. Op de luchtfoto kun je niet zien of de lanceerinstallatie er nog is. De slagschaduw van het oplopend gedeelte stopt abrupt, dat zou een aanwijzing kunnen zijn.

Na enige tijd verkering te hebben gehad, besloten mijn ouders te gaan trouwen en een vaste woonplaats te kiezen, waar mijn vader, H. A. Holl (1906), als huisarts werkzaam kon zijn. Eind 1937 was het zo ver. De huisartsen-praktijk van dokter M. de Graaf te Lisse werd overgenomen. Voorlopig konden zij op huis Rosendaal wonen, want de oude dokter zou zijn zoon, die in het buitenland boormeester was bij een voorloper van de Shell, gaan opzoeken. Maar na verloop van tijd vond mijn moeder dat er wel heel veel aan het huis moest gebeuren om er comfortabel te blijven wonen, want als het sneeuwde dan lag er een laag op de zolders. Als enige dochter kreeg zij haar vader, Sake Antonides (1874), zo ver om voor de familie een geschikt huis te bouwen en zijn schoonzoon moest het maar regelen. Op het land van bollenkweker G. van der Mey en zn., werden in de jaren twintig de huizen van de Veldhorststraat gebouwd en tien jaar daarna die van de Von Bönninghausenlaan, met het haakse bredere stuk straat als eerste aanzet tot een omleidingsweg, om de Heereweg te ontlasten. Bij deze twee straten bleven reststukken grond over. Mijn vader zou op het ene stuk bieden en notaris Van Pelt op het andere. Toen de notaris de uitslag had ontvangen, wilde hij niet over de telefoon vertellen. Hij zou de kandidaat wel langs sturen, want de telefoon had oren. Het resultaat was, er zou op de hoek van de Stationsweg en Veldhorststraat worden gebouwd. In 1939 wordt broer Arnold op Rosendaal geboren en kan er ook met de nieuwbouw worden gestart. Kolenboer Slottje heeft na de winter de hoek met zand opgehoogd dat was overgebleven bij het omspuiten van land op De Wolff. Aan de overbuurman, Hein Marseille, wordt gevraagd om het huis te bouwen, maar hij vond de architect te lastig, dus wordt het een andere aannemer. Grootvader Antonides is gedurende de bouw slechts een keer wezen kijken; hij vond het maar een glazen keet worden. Liever liep hij een eindje door over het smalle klinkerweggetje met links een meidoornhaag en aan de andere zijde een slootkantje met een paar rotte bomen, om even verderop op de hoek met de Loosterweg naar het roodbonte vee te kijken. Het volgende jaar, januari, is het huis bewoond. Mei 1940, vader Holl staat vroeg op, het is een zonnige dag en kijkt naar buiten en denkt bij zichzelf: ‘wat hebben we een mooie vliegtuigen’. Hij zou het een van de volgende dagen nog gewaar worden, boven het huis ontploft een verkeerd afgestelde luchtdoelgranaat. In het huis valt er stucwerk van de schoorsteen en op het dak sneuvelen diverse gebakken leien. De invasie van Duitsland is begonnen. In het najaar van 1944 wordt het huis en ook dat van buren door de Wehrmacht gevorderd, en het huis moet binnen vierentwintig uur leeg worden opgeleverd om militairen van de raketlanceerplaats in het Keukenhofbos onder te brengen. Hoe krijg je het zo vlug leeg en waar laat je de huisraad? De inboedel werd versleept en opgeslagen bij de buren, het gebouw van de Christelijk Gereformeerde Kerk. Buren en ook bewoners van de Stationsweg hebben bij dit karwei geholpen en het is allemaal goed gegaan. Daarna kwamen het huishouden en de praktijk en buren terecht in het huis van burgemeester Van Rijckevorsel. Deze was voor zijn eigen veiligheid ondergedoken in het klooster. Aan het eind van de oorlog kan het huis in de Veldhorststraat weer zonder noemenswaardige schade door de familie worden betrokken. De eerste jaren na de oorlog is er een gebrek aan brandstoffen, de (luxe) centrale verwarming kan niet worden gestookt. In de woonkamer staat een salamanderkacheltje en daar kan je leuk beukennootjes op poffen.

De winter van 1947 is streng en om bevriezing van de waterleiding te voorkomen, wordt deze regelmatig voor de nacht afgetapt. Op de badkamer staat dan een wasketel met water. Tot mijn verbazing lag er een keer een laag ijs op, die mijn vader met zijn elleboog kapot stootte. Van de kou kan ik mij niets herinneren en het zal ook wel bij een kattenwasje en tandenpoetsen zijn gebleven. Trouwens, je werd toen als kind warm gekleed en je kreeg ook een extra hemd aan. Mozes kriebel, een ‘wolletje’ noemden ze dat. De omleidingsweg en de uitbreiding van Lisse aan de westzijde gingen niet door, want de bollen leverden de nodige vreemde valuta op, na de oorlog. Voor de ontwikkeling van een betere bollenteelt werden er voor het personeel van de tuinbouwschool en die van het laboratorium voor de bloembollenteelt acht huizen in de braak liggende hoek van de Von Bönninghausenlaan gebouwd.

INBRENG VAN JOKE VERMEER

Op de foto zie je mijn oma en opa Moolenaar (aannemer die de kerk en pastorie heeft gebouwd) en mijn opa Vermeer, ouderling van de Chr. Geref. Kerk. Het aannemersbedrijf Moolenaar heeft de oude huizen, de kerk en de pastorie van de Veldhorststraat gebouwd. Er werden een paar huizen gebouwd, verkocht en dan was er weer geld voor de volgende huizen.
Wat ik weet is dat er in de oorlog onderduikers in de kerk zaten, toendertijd geregeld door ds. Ponstein. Tegenover de kerk woonde een fanatieke SS’er. Zijn naam is wel bekend. Toen hij plannen had voor een actie tegen de ondergrondse heeft zijn vrouw hem verraden. Bij mijn grootouders (de bakkerij Vermeer) was ondergedoken een gedeserteerde Duitser (Hein).
Hij heeft ook nog ergens op de Julianastraat ondergedoken gezeten. Hein heeft zijn Duitse uniform aangetrokken en die SS’er onder voorwendsel van
een bespreking opgehaald, hem bij het kanaal doodgeschoten en op een plank met een steen eraan in het kanaal gegooid. Helaas kwam hij boven drijven en zijn er volgens mij drie mannen als vergelding opgepakt. Op Veldhorststraat 19 (echtpaar Mijnders) was een Joodse man ondergedoken en beide mannen ruilden soms van woonruimte, de een bij de bakkerij de ander op de Veldhorststraat. Beide mannen, de gedeserteerde Hein en de Joodse man hebben de oorlog overleefd

Redactie:

Zijn er mensen die nog wat kunnen aanvullen op het verhaal van Hein de ondergedoken Duitse soldaat, de SS’er of de Joodse man? Dan vernemen wij dat natuurlijk graag. Alle informatie over deze nare tijd is welkom. Het komt altijd van pas als wetenswaardigheden in volgende artikelen.

In de Bocht, het geboortehuis van Sake Holl

 

Bij de voorplaat: Veldhorststraat.

In 1922, honderd jaar geleden, werden de eerste huizen in de Veldhorststraat gebouwd. Op de foto ziet u het eerste blok huizen.

Redactie

Nieuwsblad jaargang 21 nummer 1, 2022

In 1922 werden de eerste huizen gebouwd in de net aangelegde Veldhorststraat. Op de voorplaat ziet u het eerste huizenblok. In het midden zien we tussen het bladerdek van de nog jonge bomen villa Veldhorst doorschemeren. Het huis is in opdracht van bloembollenteler Gerrit van der Mey omstreeks 1915 gebouwd, op het perceel waar ook hun bedrijf gevestigd was. Het adres was toen nog Stationsweg 158. De naam Veldhorst is ontleend aan Gerrrit Veldhorst. Hij was herbergier in de “Witte Zwaan” en ook eigenaar van diverse landerijen in Lisse. Naar hem is het huis van de
familie Van der Mey genoemd en later ook de Veldhorststraat die nu 100 jaar bestaat.

Veldhorststraat

De Kapelstraat, vroeger Kapelsteeg of het Slop, was voorheen een smalle steeg. Zijn naam ontleent hij aan de Kapelleweijde waarover of waarlangs deze steeg indertijd is aangelegd als een voetpad van de Gracht naar de Kanaalstraat. De straat wordt voor het eerst genoemd in 1845.

Arie Raaphorst bewerkt Arie de Koning

Nieuwsblad jaargang 21 nummer 1, 2022

De Kapelstraat, vroeger beter bekend als het Slop, was voorheen een smalle steeg van circa 2½ meter breedte. Zijn naam ontleent hij zeer zeker aan de Kapelleweijde waarover of waarlangs deze steeg indertijd is aangelegd als een voetpad van de Gracht naar de Broekweg, de huidige Kanaalstraat. De Kapelsteeg werd in of omstreeks het jaar 1864 bestraat. In vroeger jaren schijnt men deze smalle gang ook al gebruikt te hebben voor rij- en voertuigen want in het jaar 1845 werd het rijden met paard en wagen, op verzoek van de aangelande eigenaren door Burgemeester en Assessoren van Lisse verboden. In het jaar 1910 is de Kapelsteeg zodanig verbreed dat het een straat werd van zeven meter breedte. Deze verbreding vond zijn oorzaak in het feit dat de heer Martinus Johan Guldemond eigenaar was geworden van villa en de bloembollenschuur van de geliquideerde firma Maathuis en Van Alphen, op de hoek van de Heereweg en Eerste Poellaan. Naar aanleiding daarvan wilde hij zijn bezittingen aan de noordwestzijde van de Kapelsteeg en langs de Grachtweg verkopen. Dientengevolge bood hij de gemeente Lisse te koop aan: een strook grond ter breedte van 4½ meter gerekend uit het hart van de Kapelsteeg voor een eventuele verbreding van deze steeg. In verband met het steeds drukker wordende verkeer naar de Haven, die slechts langs één straat, namelijk de Grachtweg te bereiken was voor rij- en voertuigen, besloot de Raad om met de heer Guldemond te onderhandelen en te trachten een strook grond aan te kopen van voldoende breedte om een verkeersweg te verkrijgen, die in een lang bestaande behoefte zou voorzien. Na verschillende onderhandelingen besloot de Raad in zijn vergadering van 28 mei 1910 om van de heer Guldemond aan te kopen een strook grond ter breedte van 5½ meter gerekend uit het hart van de Kapelsteeg voor de somma van fl. 4790,- Met deze gelegenheid heeft men ook getracht de Kapelsteeg aan de zuidoostzijde te verbreden, maar de eisen van de aan die zijde gelegen eigenaren, namelijk de heren gebr. Maltha en Cornelis van Parijs waren zo hoog dat daar ter plaatse een verbreding in afzienbare tijd niet mogelijk zou zijn. Men heeft toen aan de zuidoostzijde van de Kapelsteeg een bouwverbod ingesteld waardoor bij eventuele verbouwing de rooilijn zodanig moet worden terug gebracht dat deze komt op 4½ meter uit het hart van de oorspronkelijke Kapelsteeg. Voor de verbreding van de Kapelsteeg moest het woonhuis van de heer Guldemond worden gesloopt, alsmede een stenen bloembollenschuur en de stenen muur die het erf van de heer Guldemond langs de oorspronkelijke steeg afsloot. Het nog overige terrein werd verkocht voor bouwterrein, hetgeen binnen zeer korte tijd was bebouwd. Met de verbreding van de Kapelsteeg is een verbetering aangebracht die tot in lengte van dagen zal worden toegejuicht. Van een slop en een steeg werd het een keurige straat.

Op 6 september 1898 werd Wilhelmina gekroond. Overal werd feest gevierd. Verkleedpartijen zoals deze bonte stoet zag je overal in den lande. Ook in Lisse trok de toneelvereniging door het dorp. Hier trekt de stoet door het Slopje nu Kapelstraat. We kijken hier naar de Kanaalstraat. De winkel met het zonnescherm is van manufacturenmagazijn ‘De Vlijt

 

De Steeg, nu Stationsweg en Berkhoutlaan

De enige doorgang van het dorp naar het station was de Stationsweg, in de volksmond ook “De Steeg” genoemd.  

door Arie de Koning

Nieuwsblad jaargang 21 nummer 1, 2022

Zonder Steeg was de Veldhorst er niet geweest, dus horen ze er wel bij!

De Stationsweg heeft in het jaar 1910 deze naam gekregen, want voorheen noemde men deze straat tot het einde van het bebouwde gedeelte de Steeg en verder Delfweg. De oorspronkelijke naam is dan ook de Delfweg, waarschijnlijk genoemd naar het delven van turf vroeger daar ter plaatse. Tot het einde van het bebouwde gedeelte is deze weg bestraat omstreeks 1880. In het jaar 1905 werd vanaf het bebouwde gedeelte tot het station der H.IJ.S.M. een paardenspoor van klinkerbestrating aangelegd van 80 cm breedte. Dat schoot niet veel op en in het jaar 1909 besloot de Raad om de Stationsweg over zijn gehele lengte te bestraten. Bijzonder was dat dit werk niet werd aanbesteed maar door de Gemeente Lisse zelf uitgevoerd. Met de uitvoering daarvan werd in het voorjaar van 1910 begonnen en was in de zomer van 1911 gereed. Omdat het verkeer van en naar het station in de afgelopen jaren enorm was toegenomen en de Stationsweg aan beide zijden met hout was beplant, dus vooral in voor en najaar moeilijk te begaan was, was deze bestrating een grote verbetering.

Het gemeente bestuur, met zijn bestemmingsplan, zag al lang uit naar een andere, betere en mooiere verbindingsweg van de Stationsweg met de Heereweg in de plaats van het zeer smalle en met minder mooie arbeidershuizen volgepropte gedeelte, wat men al van ouds de Steeg noemde. Dus besloot de Raad dan ook in verband met de publieke verkoping van het Huis Rosendaal in het jaar 1913 om op twee in het uitbreidingsplan geprojecteerde en vanaf de Heereweg in noordoostelijke richting lopende straten, te weten aan beide kanten van het terrein van het Huis Roozendaal, een zodanig bouwverbod op te leggen, dat daar ter plaatse bij een eventuele bebouwing van dit terrein, moeten twee straten worden aangelegd ter breedte van 12 meter die een zodanige richting hebben dat deze later eventueel met de Stationsweg in verbinding kunnen worden gebracht.

Met de bouw van de villa van de heer Leen Tol aan de noordoostzijde van de Stationsweg op het land van de firma G. van der Mey, is ook reeds rekening gehouden met bovengenoemde verbindingsweg. Aan de zuidwestzijde van de Stationsweg, strekkende langs de tuin Berkhout, bevond zich een ordeloze houtwal met hoog opgaand geboomte . Deze houtwal werd in het jaar 1905 gerooid en in de plaats daarvan werd een haag geplant

 

 

Bronvermelding
Arie Raaphorst Hzn. Boek No.172 A breed Bibliotheek C.H.V Oud Lisse
Aanvulling: Naast Delfweg en Stationsweg zijn ook Veenderweg en Halfwegsteeg namen die genoemd worden in het rechtelijk archief van Lisse en nu dus ook Berkhoutlaan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bij de hartpagina: 100 jaar Veldhorststraat

Dit  jaar is het 100 jaar geleden dat de eerste woningen in de Veldhorststraat zijn gebouwd. Deze luchtopname is van 1927.

Redactie

Nieuwsblad jaargang 21 nummer 1, 2022

Op deze foto gaat ze al weer een paar jaartjes mee. Deze vogelvluchtopname is in het voorjaar van 1927 geschoten. De bollenvelden staan nog net niet helemaal in bloei. Er is nog geen spoor te zien van de christelijk gereformeerde kerk. De bouw van de kerk op de punt begon datzelfde jaar nog. Het stuk land is gekocht van Gerrit van der Mey van villa Veldhorst. Achter de villa zien we de bijbehorende bollenschuur. De burgemeesterswoning ‘In de bocht’ is bijna klaar voor oplevering. Het had weinig gescheeld of daar had de eerder genoemde kerk gestaan, maar die grond was net even te duur. Wie goed kijkt ziet toch een kerk op de hartpagina. De gereformeerde kerk ‘Klisterkerk’ maar hier nog zonder toren en een stuk kleiner. Helemaal links boven zie je de bollenschuur van Beelen in de Nieuwstraat. De dakspanten van de in aanbouw zijnde huizen Julianastraat 176 t/m 182 zijn duidelijk te zien. Op de gevel staat 1927, het jaar dat de huizen zijn opgeleverd en het jaar van deze foto. Op de Heereweg zie je nog net één huisje behorende bij het rijtje huizen bij het zgn. “Poortje van Kleef “. Wel goed kijken hoor, ze waren heel klein, een paar maanden later werden ze gesloopt. De schuur van Guldemond langszij de Heereweg met aan de overkant het grote bollenbedrijf van firma H. de Graaff & zn. die een graaf als embleem hadden op de gevel. Op de foto was hun kantoor nog via het ‘Klisterlaantje’ naast huize Cornoelje (later Maria) te bereiken. Het land van Blokhuis lag tegenover huize Irene waar de familie Blokhuis woonde. Op de plek van dat huis kwam later de ingang van de Nassaustraat. Bij de Bloksloot bond je je schaatsen onder en kon je langs de Keukenhof onder de spoorbrug door naar de Leidsevaart en nog veel verder de wijde wereld in. Het bovenste gedeelte van de hartpagina zit vol verhalen! Naast Kroon is het huis van melkboer Koot waar koningin Juliana een lekker bakkie kwam drinken. Scheepmaker parkeerde zijn auto’s op het veldje waar later de incassobank kwam. En kijk daar staat een echte muziektent op het grasveldje vlakbij het Lisser Automobiel Bedrijf. De Blinkerd, Berkhoutwijk, plan de Graaff en Blokhuis waar benne de bollen gebleven? In de tuin van landgoed Rosendaal stonden fruitbomen, de appeltjes en peertjes vonden gretig aftrek bij kinderen uit de buurt, ja, ook de kinderen van de Veldhorststraat!

 

 

VELDHORSTSTRAAT 100 JAAR

De VOL feliciteert de bewoners met het eeuwfeest van de Veldhorststraat

In 1913 is het plan voor de straat van start gegaan, eerst niet meer dan een idee om de Stationsweg te ontlasten.  Honderd jaar geleden werden de eerste huizen gebouwd door bouwbedrijf Gebr. Moolenaar. Het eerste blokje huizen links van de straat; vanuit het dorp komend. De landerijen waren van de familie Veldhorst.

door Deen Boogerd

Nieuwsblad jaargang 21 nummer 1, 2022

In 1913 is het plan voor de straat van start gegaan, eerst niet meer dan een idee om de Stationsweg te ontlasten. De enige doorgang van het dorp naar het station was de Stationsweg, in de volksmond ook “De Steeg” genoemd. De weg liep vanaf de Heereweg bij het postkantoor tot aan het station. Van de Von Bönninghausenlaan was nog lang geen sprake. De Veldhorststraat werd met een diepe bocht om de tuinen van landgoed Rosendaal geprojecteerd richting villa Veldhorst.

Ruim 12 jaar was de situatie zoals hierboven vermeld, in 1940 was het huis van dokter Holl klaar en kreeg de punt een heel ander gezicht

Honderd jaar geleden werden de eerste huizen gebouwd door bouwbedrijf Gebr. Moolenaar het blokje huizen links aan de straat; van het dorp komend. De eerste paar huizen werden gebouwd en verkocht en dan was er weer geld voor de volgende huizen, zo kreeg langzaam maar zeker de Veldhorststraat zijn bewoners. Uitschieters: het huis “In de bocht”, het kerkgebouw van de Christelijk Gereformeerd gemeente en huize Panorama waren in het begin zeer gezichtsbepalend voor deze nieuwe straat. Maar later natuurlijk ook nr. 50 van huisarts Holl op de punt waar de Stationsweg en de Veldhorststraat samen kwamen. Dat was een prachtige entree als je over de drempel Lisse binnen kwam. De andere entree zien we bij “zoek de tien verschillen”.

Zomer 1927. De nog prille straat vanaf de Heereweg met een doorkijkje naar de bollenschuur van Gerrit van der Mey bij zijn villa Veldhorst

Op de foto hiernaast zien we villa “In de bocht”, gebouwd door Leen van Tol, voor directeur Bert van der Nat van H. de Graaff & Zn. Rechts daarvan in de verte de bollenschuur van G. van der Mey & Zn. Links is het huis van Tissing, het kleine gebouwtje naast de drukkerij  van Reeuwijk was een fotoatelier.

De Gebr. Moolenaar hebben flink hun best gedaan bij het tot stand komen van de Veldhorststraat, maar dit was wel hun grootste project.
De vier geweldige houten spanten zijn op hun plek gezet, na negen maanden stevig door timmeren werd de kerk in gebruik genomen. foto 1928

Er werd heel wat afgebouwd in de beginjaren van de Veldhorststraat. Zo werd er door ds. Simon van der Molen de eerste steen gelegd voor de nieuw te bouwen Christelijk Gereformeerde kerk. Die gemeente was uit haar jasje gegroeid en moest wat groter gaan wonen. Het oude kerkje werd garage Eigenbrood aan de Kanaalstraat. Er werden gigantische spanten aangeleverd bij de haven op een schuit van Van Parijs en door het dorp vervoerd op een mallejan van de firma Van Rossen. Dat vervoer was al een bezienswaardigheid op zich. In amper 9 maanden tijd verrees de kerk en op 14 september 1928 werd de kerk in gebruik genomen. Huisarts Holl, die de praktijk van dokter De Graaf overnam en een tijdje in huize Rosendaal trok, had ook bouwplannen en kocht uiteindelijk het nog braakliggend stukje grond op de driesprong. Dat gaf een heel ander beeld bij deze entree.

Op de hartpagina zijn de bouwers nog druk bezig met het bouwen van de ‘bloemenhuizen’. Deze kregen de namen Scilla, Dahlia, Crocus, Tulipa, Narcis en Hyacint, zo een beetje alles wat er op de landerijen van Gerrit van der Mey groeide kwam hier nu uit de grond. Deze bloemetjes verwelken niet, die staan voor eeuwig. Alleen huize Panorama heeft het moeten ontgelden. Nummer 51 deed haar naam eer aan want wat een prachtig uitzicht hebben die mensen gehad over de bollenvelden tot aan het Keukenhofbos. Van het panorama is niet veel meer over, verder dan de geluidswal van de Randweg kun je niet kijken. Er is een mooi huis voor in de plaats gekomen, helaas is het nu nr. 41 Von Bönninghausenlaan geworden. Zou de Prins Bernhardboom nog wel bij de Veldhorststraat horen? Deze linde werd in 1939 geplant ter ere van het huwelijk van prinses Juliana met prins Bernhard.

Huize Veldhorst, de naamgever van deze mooie straat, staat tegenwoordig genoteerd als Von Bönninghausenlaan 56 en stond vroeger nog aan de Stationsweg. In een volgend nummer komen we erop terug en zoomen we in op gebeurtenissen in en rond de oorlogstijd want er gebeurde daar nogal wat.

Veldhorststraat in 1927

Bij de hartfoto

100 jaar Veldhorststraat. Op deze foto gaat ze al weer een paar jaartjes mee. Deze vogelvluchtopname is in het voorjaar van 1927 geschoten. De bollenvelden staan nog net niet helemaal in bloei. Er is nog geen spoor te zien van de christelijk gereformeerde kerk. De bouw van de kerk op de punt begon datzelfde jaar nog. Het stuk land is gekocht van Gerrit van der Mey van villa Veldhorst. Achter de villa zien we de bijbehorende bollenschuur. De burgemeesterswoning ‘In de bocht’ is bijna klaar voor oplevering. Het had weinig gescheeld of daar had de eerder genoemde kerk gestaan, maar die grond was net even te duur. Wie goed kijkt ziet toch een kerk op de hartpagina. De gereformeerde kerk ‘Klisterkerk’ maar hier nog zonder toren en een stuk kleiner. Helemaal links boven zie je de bollenschuur van Beelen in de Nieuwstraat. De dakspanten van de in aanbouw zijnde huizen Julianastraat 176 t/m 182 zijn duidelijk te zien. Op de gevel staat 1927, het jaar dat de huizen zijn opgeleverd en het jaar van deze foto. Op de Heereweg zie je nog net één huisje behorende bij het rijtje huizen bij het zgn. “Poortje van Kleef “. Wel goed kijken hoor, ze waren heel klein, een paar maanden later werden ze gesloopt. De schuur van Guldemond langszij de Heereweg met aan de overkant het grote bollenbedrijf van firma H. de Graaff & zn. die een graaf als embleem hadden op de gevel. Op de foto was hun kantoor nog via het ‘Klisterlaantje’ naast huize Cornoelje (later Maria) te bereiken. Het land van Blokhuis lag tegenover huize Irene waar de familie Blokhuis woonde. Op de plek van dat huis kwam later de ingang van de Nassaustraat. Bij de Bloksloot bond je je schaatsen onder en kon je langs de Keukenhof onder de spoorbrug door naar de Leidsevaart en nog veel verder de wijde wereld in. Het bovenste gedeelte van de hartpagina zit vol verhalen! Naast Kroon is het huis van melkboer Koot waar koningin Juliana een lekker bakkie kwam drinken. Scheepmaker parkeerde zijn auto’s op het veldje waar later de incassobank kwam. En kijk daar staat een echte muziektent op het grasveldje vlakbij het Lisser Automobiel Bedrijf. De Blinkerd, Berkhoutwijk, plan de Graaff en Blokhuis waar benne de bollen gebleven? In de tuin van landgoed Rosendaal stonden fruitbomen, de appeltjes en peertjes vonden gretig aftrek bij kinderen uit de buurt, ja, ook de kinderen van de Veldhorststraat!

Voorplaat

Bij de Voorplaat

In 1922 werden de eerste huizen gebouwd in de net aangelegde Veldhorststraat. Op de voorplaat ziet u het eerste huizenblok. In het midden zien we tussen het bladerdek van de nog jonge bomen villa Veldhorst doorschemeren. Het huis is in opdracht van bloembollenteler Gerrit van der Mey omstreeks 1915 gebouwd, op het perceel waar ook hun bedrijf gevestigd was. Het adres was toen nog Stationsweg 158. De naam Veldhorst is ontleend aan Gerrrit Veldhorst. Hij was herbergier in de “Witte Zwaan” en ook eigenaar van diverse landerijen in Lisse. Naar hem is het huis van de familie Van der Mey genoemd en later ook de Veldhorststraat die nu 100 jaar bestaat

 

Ansichtkaart ca. 1920 met de Stationsweg en Huize Veldhorst. Hier kwam later de aansluiting met de Veldhorststraat