Berichten

De Kapelsteeg werd in 1910 ‘eene straat’

De Kapelsteeg of het Slop was indertijd een voetpad en ontleent zijn naam vrijwel zeker aan de Kapellewei. De steeg werd omstreeks 1864 bestraat. Er mogen geen paard en wagens door de steeg. In 1910 is de Kapelsteeg verbreed tot 7 meter.

door Arie in’t Veld

Nieuwsblad Jaargang 4 nummer 3, juli 2005

De Kapelstraat, beter bekend onder de naam van Het Slop, was voorheen een smalle steeg van circa 2½ meter breedte. Zijn naam ontleent hij zeer zeker van de Kapellewei, waarover of waarlangs deze steeg indertijd is aangelegd als een voetpad van de Gracht naar de Broekweg.*
De Kapelsteeg werd in of omstreeks het jaar 1864 bestraat. In vroeger jaren schijnt men deze smalle gang ook al gebruikt te hebben voor rij- en voertuigen, want in het jaar 1845 werd het rijden met paard en wagen, op verzoek van de aangelande eigenaren, door Burgemeester en Assesoren van Lisse verboden.
In het jaar 1910 is de Kapelsteeg zoodanig verbreed dat het eene straat werd van 7 meters breedte. Deze verbreeding vond zijn oorzaak in het feit dat de heer M.J.Guldenmond eigenaar was geworden van de villa en de bloembollenschuur van de geliquideerde firma Maathuis & van Alphen, op de hoek van de Heerenweg en de 1e Poellaan. Naar aanleiding daarvan wilde hij zijne bezittingen aan de noordwestzijde van de kapelsteeg en langs de Grachtweg verkoopen.
Dientengevolge bood hij de gemeente Lisse te koop aan eene strook grond ter breedte van 4½ meter, gerekend uit het hart van de Kapelsteeg, voor eene eventueele verbreeding dezer steeg.
In verband met het steeds drukker wordende verkeer naar de haven, die slechts langs ééne straat, namelijk de Grachtweg, te bereiken was voor rij- en voertuigen, besloot de Raaad om met de heer Guldenmond te onderhandelen, en te trachten eene strook grond aan te koopen van voldoende breedte om eene verkeersweg te verkrijgen, die in eene lang bestaande behoefte zou voorzien.
Na verschillende onderhandelingen besloot de raad, in zijn vergadering van 28 mei 1910, om van de heer Guldenmond aan te koopeneene strook grond ter breedte van 51/2 meter, gerekend uit het hart van de kapelsteeg, voor de som van f. 4.790,-
Met deze gelegenheid heeft men ook getracht de Kapelsteeg aan de Zuidoostzijde te verbreeden, maar de eischen die aan die zijde gelegen eigenaren, namelijk de heeren Gebr. Malta en C. van Parijs, waren zoo hoog dat daar ter plaatse eene verbreeding in afzienbare tijd niet mogelijk is.
Men heeft echter toen aan de zuidoostzijde van de kapelsteeg een bouwverbod gelegd waardoor bij eventueele verbouwing, de rooilijn zoodanig moet worden teruggebracht, dat deze komt op 4 1/2 meter uit het hart van de oorspronkelijke Kapelsteeg.
Voor de verbreeding van meergenoemde Kapelsteeg moest het woonhuis van de heer Guldenmond worden gesloopt, alsmede eene steenen bollenschuur en de steenen muur die het erf van de heer Guldenmond langs de oorspronkelijke steeg afsloot.
Het nog overige terrein werd verkocht voor bouwterrein, hetgeen binnen zeer korte tijd was bebouwd. Met de verbreeding van de kapelsteeg is een verbetering aangebracht, die tot in lengte der dagen zal worden toegejuicht.
De eerste versie van dit verhaal in Boek I van de Aantekeningen van Raaphorst vermeldt ook nog:
Het terrein op den hoek van de Gracht kocht de heer P. Verzijde die daar een goud- en zilverwinkel bouwde en later in de Kapelsteeg nog twee woonhuizen waarvan een winkelhuis. De twee overige gedeelten werden verkocht aan de heeren Th. Van der Wiel, kleermaker en de heer J.Overduin, vleeschhouwer. Eerstgenoemde bouwde daar een winkelhuis en laatstgenoemde een naar de eischen des tijds ingerichte slachterij en vleeschhouwerij.
* De Kanaalstraat heette in die tijd Broekweg.

Copyright © 2005 Vereniging Oud Lisse

Lisse had al in 1566 een bomenverordening

door R.J. Pex

Nieuwsblad Jaargang 3 nummer 4, oktober 2004

 

‘SCHOUT EN KROOSHEEMRADEN VERKLAREN DE WILLIGE BOOMEN VAN HUYSE DEVER EEN CIERAAD LANGS DEN HEEREWEG’.

Sinds kort heeft Lisse haar bomenverordening. In het verleden waren het de keuren van Rijnland die alles regelden. Wat komen we in het Register op de keuren en ordonnantien van het Hoog-Heemraadschap van Rijnland (Leiden 1823) zoal tegen?

Allereerst worden in de keuren regels gesteld omtrent het planten van bomen op slootkaden. Aan de Zon- of Zuid-Zijde van schouwbare kaden mochten bijvoorbeeld geen bomen geplant worden. Vermoedelijk was deze regel gesteld, aangezien deze bomen anders hun schaduwen zouden werpen op de kaden en dat kon een belemmering vormen bij het schouwen hiervan door Rijnland. Bij zo’n schouw werd onder meer gekeken of de slootkanten wel goed onderhouden werden door de eigenaren. Voor de bomen aan de noordzijde gold slechts dat deze tot zekere hoogte gesnoeid moesten worden.
Ook nabij enige Wind-Watermolens mochten geen bomen geplant worden, waarschijnlijk om een vrije vlucht te garanderen van de wieken.
Wat gold voor de sloten ging ook op voor de wegen binnen het beheersgebied van Rijnland. Langs de wegen – vooral openbare wegen – mochten natuurlijk niet zomaar bomen geplant worden zonder toestemming van het Hoogheemraadschap. Voor de Straatweg tusschen den Haag en Haarlem , tegenwoordig de Rijksstraatweg, Heereweg of ook wel de Hoofdstraat (in Sassenheim) genoemd, gold zelfs een aparte keur, die in 1807 in het leven was geroepen. Het verbood het kappen of planten van bomen waarbij de grond nader geroert werd dan op 20 duim (ongeveer 50 cm) afstand van de kantlage der Straet, dus vanaf de randen van de straat. Trok men zich hier niets van aan, dan was een boete van 25 pond het gevolg. Moest de weg toch worden opgebroken, dan diende men zich te adresseren bij het Departementaal Bestuur van Holland, die (in 1807) als eigenaar en beheerder van de weg optrad. Langs de Heereweg liepen voetpaden, waarlangs in de bermen nogal wat Ruigte, dus onkruid, voorkwam. We lezen: De Ruigte langs de voetpaden zal, vanwege het Departementaal Bestuur, mogen worden geblood (verwijderd), voor zoo verre zulks aan het Plantsoen aldaar, niet schadelijk zij, teneinde op den weg tot dekking te kunnen worden gebruikt. Kennelijk werd dus deze ruigte als wegbedekking gebruikt. Deze nieuwe keur die alleen voor de Heereweg gold, is waarschijnlijk in het leven geroepen, daar in 1807 deze weg werd bestraat.

Minder strukelen
In één van de dingboeken van Lisse die de periode 1681-1699 beslaat en die zich bevindt in het Algemeen Rijksarchief, Rechterlijk Archief Lisse lezen we op fol. 54 de volgende tekst:
Wij Mr. Adriaan van Gorcum, Schout, Claas Maartense van der Poel, Adriaan Aalbertse van den Bos, Willem Adriaanse Steenvoorden, ende Pancras Dammisse Sandvliet, kroosheemraden in Lisse, verklaren ter requisitie van den hoogedelen welgeboren heere Wilhelm de Waal van Vronesteijn, heere van Dever etc. dat de willige boomen bij sijn hoogEd. doen stellen aan’t Voetpad van den heereweg voor den huyse ende Landerijen van dever in den voorsz. ambagte van Lisse in plaatse ende op de Royinge van de palen die de aangelandens aan de Zuydoostzijde van den heereweg tot bewaringe van’t voetpad genootsaakt sijn te houden, na ons oordeel, tot niemands verhinderinge, maar in tegendeel tot Cieraad, ende meerder gemak als palen verstrekken, insonderheijt voor de gene die de weg bij avond moeten passeren, alsoo deselve ’t pad des te beter kunnen royen (begrenzen) ende minder strukelen ende dat de weg ende passage door deselve geensints belemmert of beslijkt word, sijnde aldaar soo ruym ende droog als doorgaans elders tusschen Lisse ende Sassenheim. Aldus gedaen in’t Regthuys van Lisse op den negenden octob. xvi c ’t Negentig….
Ondertekend door bovengenoemden met hun namen.

Voetgangers beschermen
De wilgen werden dus geplaatst langs de oostkant van de Heereweg, aan de Dever-zijde. Ze kwamen in de plaats van palen die daar waren geplaatst om voetgangers te beschermen voor het verkeer. Reeds in 1566 lezen we over de afpaling van een voetpad langs de Heereweg voor eventuele passanten, in het bijzonder de schoolkinderen. Kennelijk gebeurde het echter regelmatig dat sommige nachtelijke passanten de palen niet opmerkten en er dus struikelpartijen plaatsvonden. (Waarschijnlijk waren de palen dus niet zeer hoog). Geen wonder dan ook dat, als de Heer van Dever, Willem de Waal van Vronesteyn, de palen vervangt door wilgen, zowel schout als kroosheemraden er geen enkel bezwaar tegen uiten. In bovengenoemde verklaring kan men dat lezen. Volgens hen strekken de wilgen zelfs tot Cieraad van de weg!
Natuurlijk waren er weer mensen die dachten dat de Heereweg bevuild zou worden door de bladeren van de bomen, maar bovengenoemde personen verklaren dat de Heereweg hier even schoon is als doorgaans elders tusschen Lisse ende Sassenheim. Bovendien belemmeren de bomen de passage ook niet, want de Heereweg is ruym genoeg.
De bomen hebben er uiteindelijk zo’n 74 jaar gestaan. Toen zijn ze tenslotte door de toenmalige Heer van Dever verwijderd en werden er nieuwe geplant: Dirk Jan Ignatius Heereman is op zijn verzoek toegestaan en geconsenteerd dat hij Suppliant alle de Boomen staande langs de Heereweg aant voetpad van de Eerste Poellaan aff tot aen de Brugge van Wassergeest toe (de Staalbrug) mag uytroyen (kappen), de grond omdelven en andere Boomen planten (…). Actum 22 december 1764″.

Bronnen: Bibliotheek Oud Archief Rijnland (keuren), K.J.B. Keuning, Geschiedenis van de wegen tussen Rijn en IJ (Haarlem 2000)

Tekening van Schoemaker

 

Dankzij schilderes Anneloes Groot: ORANJEBUURT BEWAARD IN AQUAREL

In het kantoor van woningbouwvereniging Trias hangen 5 aquarellen van Anneloes Groot, gemaakt tijdens de sloopt van de huizen in de Julianastraat en de Irenestraat.

 door Smakman, S.

NIEUWSBLAD Jaargang 3 nummer 1, januari 2004

Hoewel de Oranjebuurt in een adembenemend tempo aan een volledige gedaanteverandering bezig is, zal de berinnering aan de karakteristieke arbeidersbuurt niet verloren gaan. In het kantoor van woningbouwver­eniging Trias aan de Nassaustraat hangen vijf aquarellen waarop de Haagse kunstenares Anneloes Groot de Julianastraat en de Irenestraat tijdens de sloop heeft vereeuwigd.

De klus was aan de kunstenares wel besteed: voor het gemeente-archiefvan Den Haag heeft ze al veel aquarellen en schetsen gemaakt van huizen die verdwijnen, van nieuwe tramtunnels en overheidsgebouwen. Ze heeft een passie voor dingen die verdwijnen en dingen die daarvoor in de plaats komen. Zo is ze nu bezig met de Visafslag in Scheveningen, die overbodig is geworden omdat het visserschip van tegenwoordig vaak een complete fabriek herbergt.

De Haagse is een schilderes van de oude stempel, zegt ze: „Ik ben een van de weinige kunstenaars buitenschilders in Nederland. Ik kan niet van een fotootje schilderen. Ik moet in mijn omgeving zitten, mezelf betrokken voe­len. Een worden met watje maakt. Ik schilder het liefst vanuit de dakgoot.”

Prachtige huisjes

Van de Oranjebuurt was ze erg gecharmeerd. „Het is een echte wijk voor bollenarbeiders: eengezinswoning, klein tuintje. Ik ben altijd heel erg betrokken bij dit soort sociale woonwijken. Prachtige oude huisjes uit de jaren twintig van de vorige eeuw.” Bovendien spreekt het idee haar aan: sociale woningbouw maakt mensen minder afhankelijk van huisbazen en subsidies omdat de huren betaalbaar zijn. Maar nu de oude huizen verdwij­nen is ze bang dat de bewoners afhankelijk worden gemaakt van huursubsi­dies. „Mensen werken hard om vrij te blijven, maar nieuwe woningen wor­den altijd groter en duurder. Dat maakt ze afhankelijk van subsidies. Heel het land drijft erop.”

 

Irenestraat in een aquarel van Anneloes Groot bewaard.

 

Koningstraat door Anneloes Groot

Villa Somalo 1914

Eendenbuurt

Post

NIEUWSBLAD Jaargang 2 nummer 3, juli 2003

Eendenbuurt

Het gedeelte van de Heereweg dat ligt tussen Uitvaartverzorging Van der Putten en de Nassaustraat/Keukenhofdreef werd vroeger de Eendenbuurt genoemd. In de herenhuizen die daar stonden woonden de zogenoemde bollenreizigers die hun werkgebied in Amerika had­den. Vanuit Amerika namen deze handelsreizigers schoenen mee in de kleur geel. Deze werden dan ook in Lisse gedragen. Spoedig werd het aangeduide stukje van de Heereweg omgedoopt in de ‘Eendenbuurt’.

T. van Wieringen – e-mail

Eendenbuurt 2

De Eendenbuurt in Lisse waren de huizen tegenover de Nieuwstraat vanaf Van der Putten richting dorp tot aan de huizen tegenover de Julianastraat. Deze buurt heette zo, omdat er in de jaren twintig van de vorige eeuw bollenreizigers woonden. Zij gingen op reis naar Amerika en kwamen met zeer moderne schoenen terug. Deze schoe­nen waren licht geel, wat sterk aan eendenpoten deed denken. Deze buurt werd snel de Eendenbuurt gedoopt.

Corrie Grimme – e-mail

DE KAPELSTRAAT EEN EEUW GELEDEN

Een viertal foto’s van de inhuldiging van Wilhelmina uit 1898 zijn de VOL onder ogen gekomen. 2 Foto’s van de optocht in landelijk paadje, de latere Kapelstraat, zijn te zien.

door Rob Pex

NIEUWSBLAD Jaargang 1 nummer 4, oktober 2002

Via de heer Dick de Vroomen (van manege De Puntenburg, die kortgeleden helaas plotseling kwam te overlijden) en Erik Vergunst (de ansichtkaartenverzamelaar over wie een artikel in  dit nummer is opgenomen) kwam ons interessant fotomateriaal onder ogen.

Het gaat om een viertal foto’s die zijn genomen tijdens de inhuldiging van koningin Wilhelmina op 20 september 1898. In Lisse was het volop feest op die dag. Een deel van de bevolking had zich zelfs in oude klederdracht gestoken. Op de bijgaande foto’s is dat (enigszins) te zien. Het meest bijzondere is echter dat de straat of (juister) de steeg die we op de foto’s kunnen zien, de latere Kapelstraat blijkt te zijn! Links zien we een woning die deel uitmaakte van een rijtje huizen langs de Broekweg (later Kanaalstraat), gebouwd in 1881 op grond die toebehoorde aan JJ. Guldemond. Hier hebben onder meer Willem Blank, Folkert de Jonge, Jacobus van der Laan en A. Tibboel gewoond. De woning rechts was in 1898 nog maar een jaar oud. Hier woonde de familie Schrama. Vanaf 1904 was hier de winkel van Mynders gevestigd. Van het meest rechtse huis is onbekend waartoe het heeft gediend.

De Kapelstraat in 1889 tijdens de inhuldiging van koningin Wilhelmina