Berichten

Keukenhof 75 jaar, maar de contouren bestaan al langer

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                             

19 maart 2024

 Door Nico Groen

Op 1 maart 1949 was er een ‘peilingsvergadering’ onder bloembollentelers of er interesse was voor een buitententoonstelling. Op 13 augustus 1949 passeerde de officiële stichtingsacte van de ‘nationale bloemententoonstelling Keukenhof’ voor notaris Houtzagers in Sassenheim. Kort daarop konden de eerste werkzaamheden op ‘Zandvliet’ beginnen.

 In 1645 was sinjeur Jeronymus Coyman eigenaar van boerderij Sandvliet of Zandvliet, dat toen al lang bestond. Deze boerderij was waarschijnlijk vernoemd naar de Zandsloot er naast.

In 1665 is door hem een fraai buitenhuis gebouwd. De naam Zandvliet werd overgenomen door het buitenhuis. Het huis lag ongeveer op de plek waar nu het Driehuizenpark is. In de loop der tijd breidde buitenplaats Zandvliet zich steeds meer uit. Zandvliet was sinds 1760 in bezit gekomen van Jacob Adriaan baron Du Tour via een erfenis van zijn vrouw. Hij was een man met veel liefhebberijen en allure. Hij was voorzitter van de Staten Generaal in Den Haag en advocaat bij het Hof van Holland. Hij had een fraaie tuin en zijn verzameling planten en bomen, zijn dierenverzameling en zijn menagerie waren iets zeer bijzonders. In 1772, na gesteggel en ruiling van gronden met buitenplaats Keukenhof, heeft Du Tour alle grond ten noorden van de Stationsweg in bezit en kan hij aan zijn grote wens beginnen.

Engelse tuin in 1772

Nog datzelfde jaar begint Du Tour met de aanleg van een Engelse landschapstuin. Deze werd gerealiseerd in de ‘Wildernisse’. De tuin werd achter zijn Franse stijltuinen op het terrein van de latere tentoonstelling gerealiseerd. Slingerende lanen, hoogteverschillen, gebogen vijvers en losse boomgroepen waren de kenmerken van een Engelse Tuin. De belangrijkste contouren van het tentoonstellingsterrein zijn dus al in 1772 ontstaan en zijn nog steeds goed herkenbaar.

Toen baron Du Tour in 1780 overleed was zijn echtgenote Anna Catharina Rumph ontroostbaar en enig eigenaar geworden. Zij kwam oorspronkelijk uit Den Haag. Zij besloot weer naar den Haag te vertrekken. Zij verkocht de buitenplaats in diverse stukken. Zo werden bijvoorbeeld de boerderij en de weilanden ten oosten van de Heereweg aan de pachter van de boerderij verkocht. De latere eigenaar van Keukenhof Simon Petrus Joosten kocht de Engelse tuin in 1802. Het buitenhuis zelf werd ook verkocht en in 1809 gesloopt. De tuinen er omheen veranderden in bollenvelden.

Anna verhuisde in 1781 naar Den Haag, waar ze een buitenplaatsje kocht aan de Bezuidenhoutseweg, vlak bij de huidige Utrechtse Baan, met een tuin die mogelijk nog befaamder was dan de vermaarde tuin in Lisse. Hier was namelijk de beroemde Hortus Medicus gevestigd. Het was een kruidentuin met vele geneeskrachtige bloemen en planten. Het buitenplaatsje noemde zij ‘Klein Zandvliet’. Op deze plek is in 1925 een scholengemeenschap gesticht met de naam ‘Zandvliet’.

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het dikke boek ‘Keukenhof’ van AM Hulkenberg uit 1975 en het boek ’Van villa Zandvliet tot Zandvliet studiehuis’ uit 2000 van CJ van der Leer (Den Haag).

Foto: Een gedeelte van een schilderij van GJJ de Spinny uit 1762 voorstellende het gezin van baron du Tour.
Foto: Wikimedia Commons

 

Lisse 825 jaar in dahlia’s verbeeld

Nieuwsblad 22 nummer 3  2023

Nieuwsflits
Een groep van 70 vrijwilligers heeft een megaklus verricht door het maken van een prachtig mozaïek op het Vierkant ter ere van het 825 jaar bestaan van Lisse. 25 augustus werd het onthuld door Jeffrey Wassenaar. Vanaf 21 augustus werd hieraan heel hard gewerkt, vertelde Carla Kieft-Schrama in haar toelichting op het mozaïek. Het reuzenmozaïek was 30 meter breed en 3 meter hoog en vertoonde veel historische gebouwen. Het past wel in een traditie van eerder gemaakte grote mozaïeken met werken van Rembrandt en Escher, die echter in het voorjaar in het kader van het mozaïekenfestival gemaakt waren. Dat het mozaïek in dit jublieumjaar de geschiedenis van Lisse als onderwerp heeft, zal niemand verbazen. Allerlei highlights uit het verleden van Lisse waren terug te vinden op het paneel dat in 30 deelontwerpen was vervaardigd. Dit grote en unieke kunstwerk in dahlia’s was door John en Jeffrey Wassenaar ontworpen in de kleuren geel, donkerrood en oranje. De organisatie van de totstandkoming van dit mozaïek, bestaande uit de Stichting Bloemenmozaïek Lisse, Stichting Dahliamozaïeken
Bollenstreek, Stichting Lisse 825 jaar en Simon van Dijk van Vereniging Oud Lisse, kan trots zijn op dit bereikte resultaat.

Lisse 825 jaar in dahlia’s verbeeld

Hartpagina: Tentoonstelling Keukenhof heeft de VOL een aantal foto’s beschikbaar gesteld voor publicatie.

Tentoonstelling Keukenhof heeft de VOL een aantal foto’s beschikbaar gesteld voor publicatie.

Redactie

Jaargang 20 nummer 2, 2021

Lisse kende meerdere heldere beken in het verleden, maar deze is ongekend mooi. Die “schöne blaue Donau” is lang niet zo “schön und blau” als deze blauwe rivier in de Keukenhof. Hopelijk kabbelen volgend jaar de blauwe druifjes weer langs narcissen, hyacinten en tulpen en mogen mensenogen daar weer volop van genieten. Net als dat andere veelkleurige lint van praalwagens dat door de Bollenstreek rijdt, langs mensen van allerlei kleur uit vele landen. De lente vieren, is toch een mooier feest als iedereen weer komt mee genieten! Stel je voor, je versiert je huis met slingers en je slaat van alles in om het gezellig te maken. Als het dan zover is mag je niemand ontvangen. Al je werk is voor niets geweest. Dan praat je over iets kleins maar hier zit zoveel arbeid in de grond, zoveel organisatie, het is haast niet te beschrijven en dat voor een tweede keer. Wij van VOL wensen de KEUKENHOF voor komend jaar een VOL Keukenhof toe. We hopen ook dat de mensen straks niet voor niets op het corso staan te wachten.

We wachten met z’n allen tot het corsoweer door de streek mag trekken.Jos van Driel beeldde dat zo mooi uit in één vanzijn reclameuitingen. Dat gevoel, het turen in de verte voorbij de mensenmassa of je alwat aan ziet komen. Flarden muziek van Canite Tuba hoorde je al maar je zag nog niets. Reclamevliegtuigjes waren al ver vooruit. Politie op de motor en te paard zorgde dat mensenachter de denkbeeldige lijn bleven. Het kon dan niet lang meer duren!”De spanning stijgt”

 

Galerie de Zwarte Tulp

Nieuwsflitsen

Jaargang 19 nummer 1, 2020

Op maandag 16 december 2019 werd door burgemeester Lies Spruit in het monumentale pand ‘De Zon’ (Kanaalstraat 33) officieel de Galerie de Zwarte Tulp geopend. Hierin worden 80 kleurrijke reuzentulpenbollen van 185 cm hoog gemaakt door diverse kunstenaars.

Opening tentoonstelling grote bollen. Foto Jan van Rooijen

In de hele Bollenstreek zullen de bollen geplaatst worden om zo toeristen langs de mooiste plekken in de streek te leiden. Dit initiatief werd genomen door de stichting Gildemeesters Bollenstreek opgericht in 2018, die zich inzet om de Bollenstreek jaarrond aantrekkelijk te maken. De eerste 10 bollen zijn inmiddels gereed en te bewonderen in de galerie. Vanaf nu worden de bollen door kunstenaars in het galerie-atelier tot kunstwerk veredeld. Ook de kunstenaars Iet Langeveld en Wout Ruigrok van De Oude School, hebben 4 reuzentulpenbollen prachtig beschilderd. Naast de reuzenbollen is er ook een breed aanbod van (bol-)bloemenkunst. Jan van Vliet, voorzitter van de Gildemeesters Bollenstreek bedankte in zijn openingswoorden de vele vrijwilligers die deze ruimte hebben omgetoverd tot deze galerie. De heer Harry van der Mark bedankte hij voor het beschikbaar stellen van de ruimte, zelfs de elektrarekening hoefde niet betaald te worden. Hij dankte ook de Gildemeesters die dit project financieel ondersteunen. Deze bollen zouden in 2020 in het bloemencorso meerijden, maar dat ging niet door, omdat het corso
door de corona crisis gecanceld is. Burgemeester Spruit was bereid gevonden de officiële opening te verrichten en was verheugd dat deze zwarte hoek er weer toonbaar uit komt te zien. Na de opening ontving de burgemeester uit handen de heer Van Vliet een glazen zwarte tulp. Onder de aanwezigen waren o.a. Herman Hollander voorzitter van Museum de Zwarte Tulp en ook secretaris van de Gildemeesters Bollenstreek, oud wethouder Adri de Roon. nu secretaris van Museum de Zwarte Tulp, Eric Prince, Ben Ragas, Truus en Frans van der Veld, de heer en mevrouw Van der Mark etc. De galerie zal regelmatig open zijn. De galerie zal worden gerund door vrijwilligers. De opbrengst komt ten goede aan de activiteiten van de gildemeesters en Museum de Zwarte Tulp.

Bollen bij de Zon’
Foto; Aad Wannet

Oudste archeologische vondst in Lisse.

Het oudst gevonden voorwerp in Lisse is een vuurstenen beitel, in bezit van Museum De Zwarte Tulp. Het komt uit de periode van 3500 -2500 jaar voor Christus.

Sporen van vroeger  (Lisser Nieuws)                                                          

24 september 2019

door Nico Groen

10.000 jaar voor Chr. ontstond het landschap met zijn strandwallen (de oude duinen) en  strandvlaktes. Wat is er allemaal aan archeologisch materiaal in Lisse gevonden? Dat staat in het boek ‘Het Verleden van de Velden’ over archeologische vondsten en opgravingen in de Duin- en Bollenstreek van archeoloog Jeroen van Zoolingen uit in Noordwijkerhout.

Het oudst gevonden voorwerp in Lisse is een vuurstenen beitel, in bezit van Museum De Zwarte Tulp. In het boek staat: “Zo’n 200 meter ten noordoosten van ’t Huys Dever, tussen de Vennesloot en de Eerste Poellaan, werd in 1960 een stenen beitel gevonden. Hoewel dit soort beitels zeker niet van lokale makelij was, komt het type vaker voor op vindplaatsen uit de Vlaardingencultuur. De mensen van de Vlaardingencultuur leefden van 3500 tot 2500 (de Nieuwe Steentijd) vóór het begin van onze jaartelling. Het waren eerst voornamelijk jagers en verzamelaars van eten, zoals bessen en dieren. Later gingen zij over op een primitieve vorm van landbouw, waarbij zij in nederzettingen woonden. De naam Vlaardingencultuur is ontleend aan de eerste vondsten in Nederland. Bij Vlaardingen werd een nederzetting met vele vondsten uit die tijd opgegraven. De vondst bij Dever is dan ook met enige zekerheid tot de Vlaardingencultuur te rekenen. De voorzichtigheid komt doordat er verder geen sporen of scherven in de nabijheid gevonden zijn. Wellicht zijn die niet herkend of simpelweg nog niet waargenomen, maar het is ook goed mogelijk dat het om een geïsoleerde beitel gaat, die bijvoorbeeld bewust als offer is achtergelaten door mensen, die heel ergens anders woonden”.

Tentoonstelling

In het Archeologisch Museum Haarlem op de Grote Markt is nu de tentoonstelling ‘Het Verleden van de Velden’ over de archeologie van de Duin- en Bollenstreek te zien. Deze tentoonstelling is nog tot 6 oktober 2019 te bezoeken. De openingstijden zijn van woensdag tot en met zondag en de toegang is gratis. De tentoonstelling is gebaseerd op het gelijknamige boek van archeoloog Jeroen van Zoolingen. De tentoonstelling neemt het ontstaan van de bloembollencultuur in Haarlem als startpunt en duikt verder in de archeologische geschiedenis van de Duin- en Bollenstreek. In de tentoonstelling zijn uit iedere periode bijzondere voorwerpen te zien, zoals werktuigen en sieraden uit de bronstijd uit Katwijk en Hillegom, sieraden en aardewerk uit Romeins Valkenburg en middeleeuws paardentuig uit Teylingen. Kom kijken en verwonder u over het rijke, archeologische verleden van de velden! Deze herfst komt de tentoonstelling ook naar Lisse. In het museum De Zwarte Tulp zijn dan ook alle ins en outs van deze expositie te zien.

Website  van de VOL

Deze column van Sporen van Vroeger en alle voorgaande columns staan op de website van de Vereniging Oud Lisse (www:oudlisse.nl) onder het hoofdstuk Publicaties. Door op het vergrootglas te klikken kan men een zoekterm intypen. Dan verschijnen alle artikelen waar die term in voorkomt. Op de website van Oud Lisse staan meer dan 500 artikelen over de cultuurhistorie van Lisse. De meer dan 100 columns van Sporen van Vroeger over Lisse zijn ook te vinden op de website van LisserNieuws.

Foto: Het boek ‘Het Verleden van de Velden’ van Jeroen van Zoolingen uit 2017

Hernieuwde focus op dahliateelt in de Bollenstreek

Nieuwsblad Jaargang 18 nummer 3, oktober 2019

Nieuwsflitsen

Dit jaar is het telen van dahlia’s weer sterk gepromoot door een dahliaexpositie bij CNB, een dahliatuin, mozaïeken, een corsowagen en een dahlia’s rondom kasteel Keukenhof.

Dit najaar is in de Bollenstreek het telen en kweken van dahlia’s weer sterk gepromoot. O.a. is er door de CNB van 19 t/m 23 augustus 2019 in hun showkas een vijfdaagse prachtige dahliaexpositie samengesteld
(CNB Dahliadagen) met veel verschillende soorten en kleuren dahlia’s. Daarnaast werd op woensdag 21 augustus 2019 in de kasteeltuin op het Landgoed Keukenhof het Holland Dahlia Event geopend (21
t/m 23 augustus 2019), gevolgd door vele andere dahliamanifestaties in de regio, zoals mozaïeken in Hillegom en Lisse. Ook is er wekenlang een volle dahliashowtuin ingericht bij De Tulperij aan de Oude Herenweg 16b in Voorhout met 620 diverse dahliasoorten van 22 inzenders. De openingshandeling van het Holland Dahlia Event werd verricht door de twee kleindochters van René Schrama, voorzitter van het Holland Dahlia Event, waarbij een praalwagen van het Bloemencorso, “Rise of the Phoenix”, werd getoond, i.p.v. met bloembollen nu schitterend overdekt met dahlia’s. Dit was tevens de start van de Keukenhof Dahlia Dagen, waarbij veel prachtig aangelegde dahliatuinen werden geëxposeerd. René Schrama gaf bij de opening aan dat het doel van het Holland Dahlia Event is om de dahlia’s bij de consument te promoten en een platform te bieden voor kwekers en handel. Veel bollenkwekers in de Bollenstreek zijn dit najaar al begonnen met het kweken van dahlia’s in hun bollenvelden. Keukenhof-directeur Bart Siemerink gaf aan dat Keukenhof zich altijd heeft beziggehouden met bollen die in het voorjaar zorgen voor een kleurige tuin. Maar sinds het contact vorig jaar met Holland Dahlia Event
en René Schrama ontsproot het idee om zich ook tot de consument te richten met dahlia’s, die juist in het najaar zo mooi bloeien. Dat leidde ertoe dat mensen op het Landgoed Keukenhof konden zien wat dahlia’s zijn en wat je ermee kunt doen. In de kasteeltuin konden 150 soorten dahlia’s worden bewonderd, alsmede een kleurrijke presentatie van snijdahlia’s bij de Hofboerderij.

Bij de voorplaat: wandtapijt van Jacob (Jaap) Bouhuys (1902-1983)

Dit prachtige wandtapijt van Jacob Bouwhuys werd ontworpen voor kalkzandsteenfabriek van Herwaarden in 1954. Het is nu in het bezit van Museum De Zwarte Tulp. 

Redactie

Nieuwsblad Jaargang 18 nummer 2 juli 2019

Dit prachtige wandtapijt werd ontworpen door Jacob (Jaap) Bouhuys (1902-1983). Het kleed werd in 1954 door het personeel van kalkzandsteenfabriek van Herwaarden (eerder Arnoud) aangeboden aan de directie ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de fabriek. Het stelt Mercurius voor, de god van de handel. Mercurius is herkenbaar aan zijn gevleugelde helm en zijn met slangen omkronkelde, eveneens gevleugelde staf. Hij kijkt vanuit de duinen naar de fabriek met de karakteristieke schoorstenen. Voor de fabriek zien we de fraaie bollenvelden. Een prachtig beeld van het door mensen veranderde landschap. Het interieur van het directiekantoor en dit wandkleed kwamen naar Museum de Zwarte Tulp. In 2005 werd het kleed gerestaureerd. Het kunstwerk is nu niet opgenomen in de expositie, maar op een later tijdstip zal het zeker weer te bewonderen zijn.

Een wandkleed van Jacob (Jaap) Bouhuys (1902-1983)

Archeologische vondsten en opgravingen.

Volgens Jeroen van Zoolingen mogen we aannemen dat de eerste mensen in de Bollenstreek  arriveerden in de Nieuwe Steentijd tussen 3500 en 2500 voor Chr. Er is een tentoonstelling in Haarlem over zijn boek over archeologische vondsten in de Duin- en Bollenstreek.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

 21 mei 2019

door Nico Groen                     

In vorige columns is beschreven hoe de Bollenstreek en met name Lisse ontstaan is. Vanaf 10000 jaar voor Chr. ontstond het landschap met zijn strandwallen (de oude duinen) en de strandvlaktes. Maar hoe zit het met de mensen? Wanneer kwamen de eerste mensen naar de Bollenstreek?

Dat is een vraag, die niet zo makkelijk te beantwoorden is. Om iets te kunnen zeggen over de mensen, die hier ooit waren, ben je afhankelijk van archeologische vondsten. Als iemand daarover iets kan zeggen is het Jeroen van Zoolingen wel.

Jeroen van Zoolingen is geboren in 1981 in Leiden. Hij studeerde Archeologie en Prehistorie aan de Universiteit van Leiden. Hij is nu werkzaam als archeoloog in West Nederland. Omdat Jeroen opgroeide in de Bollenstreek was hij al voor zijn studie geïnteresseerd in de archeologie van de Bollenstreek en is dat altijd gebleven. Alle archeologische vondsten in de Duin- en Bollenstreek heeft hij op een rijtje gezet en per periode beschreven. Dit heeft in 2017 geresulteerd in een boekwerk van 150 pagina’s met vele foto’s van de gevonden objecten en bijzondere opgravingen. Het boek heet ‘Het verleden van de velden: de archeologie van de Duin- en Bollenstreek’. Op 16 mei 2017 hield Jeroen van Zoolingen een lezing voor de Vereniging Oud Lisse  over dit onderwerp.

Eerste mensen zo’n 3000 jaar voor chr.

Volgens Jeroen van Zoolingen mogen we aannemen dat de eerste mensen in de Bollenstreek  arriveerden in de Nieuwe Steentijd tussen 3500 en 2500 voor Chr. Zij hielden zich in eerste instantie in leven door jacht en visserij. Om die reden trokken ze naar de voedselrijke kuststree . Zij richtten hun jachtkampen in op iets hogere en dus drogere strandwallen. Kenmerkend voor die tijd in het Nederland gebied is dat er zich verschillende bestaanswijzen ontwikkelden. De streekbewoners, met hun leefwijze van jagen en verzamelen, kwamen geleidelijk in aanraking met de landbouw, die  vanuit het zuiden oprukte. Dit proces veranderde uiteindelijk ook in de Bollenstreek de manier van leven.

Tentoonstelling in Haarlem

Nu is er de tentoonstelling ‘Het verleden van de velden’ in het Archeologisch Museum Haarlem op de Grote Markt in Haarlem. Deze tentoonstelling, die werd geopend op 26 april jl, is tot 6 oktober 2019 te bezoeken. De openingstijden zijn van woensdag tot en met zondag en de toegang is gratis. De tentoonstelling is gebaseerd op het gelijknamige boek van archeoloog Jeroen van Zoolingen. Het boek is in de museumwinkel en bij de boekhandel te koop. De tentoonstelling neemt het ontstaan van de bloembollencultuur in Haarlem als startpunt en duikt verder in de archeologische geschiedenis van de Duin- en Bollenstreek. In de tentoonstelling zijn uit iedere periode bijzondere voorwerpen te zien, zoals de oudste vondst uit de streek, een vuurstenen beitel gevonden in Lisse, geleend van Museum De Zwarte Tulp. Maar ook werktuigen en sieraden uit de bronstijd uit Katwijk en Hillegom, sieraden en aardewerk uit Romeins Valkenburg en middeleeuws paardentuig uit Teylingen. Kom kijken en verwonder u over het rijke, archeologische verleden van de velden!

 

“HOLLAND’S GLORIE” 1949 LISSE: Lissese middenstandsshow werd groot succes

De middenstandsbeurs ‘Hollands Glorie’ was in 1949 de eerste na de oorlog. De problemen rond de organisatie komen aan de orde.

Door Arie in ‘t Veld

Nieuwsblad Jaargang 17 nummer 2 Lente 2018

De in 1949 gehouden middenstandsbeurs “Holland’s Glorie” was de eerste grote naoorlogse beurs op dit gebied, maar kreeg bij de introductie niet direct de aanhang die men verwachtte. Met name de gemeente liet het in eerste instantie afweten en weigerde subsidie te verlenen. In de raadsvergadering van februari 1949 die maar liefst 32 agendapunten had en tot ’s nachts half een duurde, kwam de beurs ter sprake.

De man met de verfspuit is Nick Bemelman en ook weer niet, het is een “billboard Bemelman”. Vader Jan Bemelman schilderde ook nog in zijn vrije tijd. Aan de wand zie je een paar van zijn nageschilderde werken van grote meesters hangen.

Het Comité voor de Tentoonstelling van Handel, Industrie en Ambacht had het gemeentebestuur verzocht bij een eventueel nadelig saldo de vermakelijkheidsbelasting die men van de entrees verschuldigd is terug te ontvangen tot een maximum van de betaalde belasting. De correspondent van Ons Weekblad meldt vervolgens dat raadslid Randsdorp hier wel iets over wilde zeggen. “Hij begint met wat geschiedenis. Voor de oorlog waren er in Lisse drie middenstandsverenigingen, namelijk de Hanze; de Christelijke Middenstandsvereniging en de Koninklijke. Deze drie hadden in “Lisse Vooruit” een comité van actie. Na de oorlog is alleen de Hanze weer aan het werk gegaan. Ook toen is weer een comité “Lisse Vooruit” opgericht in samenwerking met Hanzeleden.

Sport en roken was toen nog een prima combinatie.

Dit comité zou voor eventuele acties zorgen. De heren hebben hun mandaat nooit teruggegeven maar zijn buiten “Lisse Vooruit” om, op eigen houtje een nieuwe actie begonnen, en wel die aangekondigde tentoonstelling. Die actie is op zich goed aldus Randsdorp maar de kleine man wordt uitgesloten doordat een waarborgsom van ƒ 250,- wordt gevraagd. De traditie wordt vertrapt. Er wordt geen rekening gehouden met het bestaande organisatorische verband. En daarom wilde Randsdorp de gevraagde subsidie niet verlenen. Raadslid Blitterswijk wil er ook niet aan, zo vertelt Ons Weekblad verder. Honderd gulden zou in zijn ogen als waarborgsom wel voldoende zijn geweest.

Mr. W. H. J. M. Lambooy pleitbezorger

Kantoorboekhandel met het snufje onder de tekstverwerkers en calculators: iets groter dan zakformaat en niet te tillen.
Mijnders

Burgemeester Lambooy verbaasde zich vervolgens over die eis van ƒ 250,- waarborgsom voor elke deelnemer. Dat was hem niet bekend. Ook de hr. Van Leeuwen had daar niets van gehoord, hij had nog wel zijn licht opgestoken bij een der kopstukken van het tentoonstellingscomité. Deze had hem bovendien verzekerd dat het conflict met de Hanze al was opgelost. Echter: “Geen kwestie van” zei Randsdorp, waarop Van Leeuwen (volgens de krant) uit z’n slof schoot en heftig verklaarde niet voor leugenaar gezet te willen worden. De burgemeester vond echter dat al dat gekrakeel de raad niet behoefde te interesseren. Hier geldt alleen wie kan er mee doen en hoe. De burgemeester stelt voor om als suggestie van de raad aan het comité voor te stellen dat de kleinere ondernemers zich kunnen combineren en per ƒ 250,- een stem zullen krijgen.

Mijnders van de “Kijkgrijp” had zijn artikelen prachtig uitgestald. Alle standhouders hadden er echt wat moois van gemaakt.

De burgemeester kreeg echter nauwelijks bijval vanuit de gemeenteraad. De hr. Randsdorp blijft er op hameren dat het georganiseerd overleg in de hoek getrapt is. De heren wensen dat niet en moet nu de raad aan zoiets meewerken? Maar de reclame op zichzelf zei Randsdorp wel goed te vinden. De raadsleden Koning en Van Kesteren vallen Randsdorp bij. Vervolgens golft het debat over en weer maar veel steun voor zijn voorstel kan de burgemeester niet vinden. Heel nuchter vraagt raadslid Romein terloops wat bij een tekort het eerst aan de beurt komt: het Garantiefonds of de teruggave van de vermakelijkheidsbelasting. Garantieefonds natuurlijk zegt de burgemeester daar op. Maar, zo meent de hr. De Koning dat zal waarschijnlijk niet de bedoeling zijn.

Foto Koning maakte alle foto’s

Volgens Ons Weekblad probeert de burgemeester nog eens de leden van de raad over te halen het voorstel goed te keuren met het beding dat eerst het Garantiefonds zal moeten worden aangesproken en dat de kleinere deelnemers per ƒ 250,- een stem zullen hebben. Maar neen, de raad laat zich niet overhalen. De hr. Blitterswijk dringt erop aan dat het voorstel wordt teruggenomen voor nader beraad. Dat gebeurt tenslotte, maar pas nadat de burgemeester met stemverheffing heeft gezegd dat hij het jammer vindt dat aan die flinke initiatiefnemers de steun waarop zij recht hebben wordt onthouden. In de volgende raadsvergadering bleek dat er meer duidelijkheid was geschapen. De burgemeester verwoordde het alzo: “De club van actieve winkeliers en de Katholieke Middenstandsvereniging hebben overeenstemming bereikt. Van de Hanze zullen twee leden in het werkcomité zitting nemen.” De raad had vervolgens geen bedenkingen tegen het verlenen van een garantiesubsidie.

Aan de slag met “HOLLAND’S GLORIE” 1949 LISSE

De machinerie draaide als een tierelier en op vrijdagmiddag 13 maart werd de tentoonstelling geopend. Burgemeester Lambooy sprak zijn bewondering uit voor wat er tot stand was gebracht. Van tekeningen tot de werkelijke uitvoering. “Naarmate uw plannen vorm kregen werd ik door uw enthousiasme gegrepen. Vooral toen ook nog bleek dat de Lissese middenstand snel en fel reageerde op de publicaties door gretig de mogelijkheid tot inschrijven aan te grijpen.” De burgemeester constateerde tevens dat in het voortraject al spoedig bleek dat het gedachte tentoonstellingsoppervlak te gering was en men tot aanmerkelijke uitbreiding diende over te gaan. “Zodat u thans 4000 vierkante meter ter beschikking heeft, hetgeen u maanden geleden alleen maar in uw schoonste luchtkastelen durfde dromen. Een prachtig initiatief van de middenstand uit een plaats van 11.000 inwoners, ontstaan door samenbundeling van krachten.” De hr. W. Tissing, voorzitter van de “Vereniging Actieve winkeliers” richtte zich in een kort woord tot beide voorgaande sprekers die van meet af aan veel belangstelling voor het project aan de dag hadden gelegd. “En dank ook aan de directie van Hobaho voor de belangeloze medewerking en dank aan de gemeente voor de ondervonden steun, mede in de vorm van de gegeven garantie.” Vervolgens kregen de genodigden een rondwandeling door wat de krant het Zaken station van Lisse noemde. De correspondent constateerde dat er kennelijk nauwelijks genoeg ruimte was om elke standhouder onder te brengen en op alle gebied er snufjes aanwezig waren om het publiek ervan te overtuigen dat men niet naar de stad hoeft te gaan om inkopen te doen. “En dat alles is zodanig uitgestald dat u de lust bekruipt om te kopen wat al zo lang op het verlanglijstje staat. Van de mooiste auto, wasmachine of radio tot de kleinste artikelen als uit de textielbranche kan men hier terecht. En krijgt men tijdens de rondwandeling trek dan is er ruimschoots gelegenheid om wat te gebruiken. De banketbakkers en consumptiebedrijven plus de Theetuin zorgen met hun beste producten voor de maag,” aldus Ons Weekblad waarvan de redactie het ondoenlijk vond om alle 63 deelnemers te benoemen. “Komt zelf. Het is de moeite waard!”

Publiekstrekker en voor herhaling vatbaar!

En het publiek kwam. In groten getale. Een dikke week later (25 maart 1949) meldde Ons Weekblad dat al 20.000 bezoekers waren geteld. Uiteindelijk werden dat er zo rond de 25.000. En men kwam van heinde en verre. “De bussen zitten vooral tegen de avond tjokvol met bezoekers. Na het uitstappen hoeven ze niet te zoeken waar de tentoonstelling is, want de lichtlijn wijst de weg. De enorme ingang met het schitterende licht ornament en de gekleurde fonteinen vormen een indrukwekkende entree.” De krant tekende ook op dat de standhouders dik tevreden waren. “We hebben met sommigen een praatje gemaakt en de uitkomst daarvan is: tevredenheid. Niet alleen enthousiast over het aantal bezoekers dat boven alle verwachtingen is, maar ook over de relaties welke konden worden aangeknoopt.” Een der thuisblijvers zei eerlijk, “Ik kan mij de haren wel uit het hoofd trekken dat ik niet meegedaan heb.” Wij zouden zeggen een volgend keer beter. Reeds nu bereikten het Comité Actieve Winkeliers van verschillende grote firma’s het verzoek een volgend keer vooral mee te mogen doen. Dat belooft wat voor een volgend keer!” Aldus Ons Weekblad.■

Bron

Dank aan Truus Hagen voor het fotoalbum met alle stands

De gebruikte foto’s zijn allemaal gemaakt door Foto Koning

Met deze foto krijg je een aardig beeld van wat er zo’n 70 jaren geleden rond reed, deze auto’s waren ook eens modern.

Anton L. Koster - Blauwe hyacinten - Gemeentemuseum Den Haag

Nog een maand naar schilder Koster in museum De Zwarte Tulp

Anton L. Koster nog te zien tot 29 april 2018. Deze wisseltentoonstelling heet officieel ‘Naar de bollen. Anton L. Koster, schilder van bollenvelden’.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

27 maart 2018 

door Nico Groen 

In het Museum De Zwarte Tulp zijn schilderijen over de bloembollenvelden van Anton L. Koster nog te zien tot 29 april 2018. U heeft dus nog een maand de tijd om te genieten van deze expositie. Deze wisseltentoonstelling heet officieel ‘Naar de bollen. Anton L. Koster, schilder van bollenvelden’.

Wie was Anton L. Koster?

Anton L. Koster was een kunstschilder, die in 1858 in Terneuzen werd geboren. Hij is overleden in Haarlem in 1937. Vanaf 1880 volgde Koster de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, waar Breitner, Verster en Isaac Israëls studiegenoten waren. Hij werd daar gevormd door Mesdag. Daar maakte hij naam door stadstekeningen van het oude Den Haag te maken. Koster woonde na zijn huwelijk in 1890 in Haarlem, later in Heemstede.  Dicht bij het centrum van Haarlem, dat toen nog een stuk kleiner was dan de huidige stad, waren vele bollenvelden. Koster was zeer onder de indruk hiervan Hij was vóór 1890 al kunstschilder, maar vanaf die tijd legde hij zich toe op het schilderen van bloemen van bollen en bollenvelden. Het werd zijn specialiteit. Er zijn meer dan 150 schilderijen over bollenvelden van zijn hand bekend. Ieder voorjaar ging Koster met zijn schildersspullen op pad om schetsen van bloeiende bollen en bollenvelden te maken. Later werkte hij  deze schetsen uit tot grotere schilderijen. Bollenkwekers kochten de werken van Koster als relatiegeschenk voor hun klanten, waardoor de schilderijen en krijttekeningen verspreid raakten over de gehele wereld, van Rusland tot de Verenigde Staten.

Anton L. Koster - Blauwe hyacinten - Gemeentemuseum Den Haag

Foto: Museum De Zwarte Tulp is te vinden op ’t Vierkant in Lisse met als adres Heereweg 219.