Berichten

Hart voor historie (9): Mariakerk, ‘Dit unieke bouwwerk is van grote architectonische waarde’

Wilma van Velzen 

De Lisser 2007 LOKAAL; Hart voor historie

22 augustus 1952. De Mariakerk wordt ingewijd door de bisschop van Haarlem, monsigneurJ. Huibers (Foto: archief – Paardekoper)

LISSE – De Mariakerk aan de Nassaustraat is het meesterwerk van de Lissese architect Aad Paarde-koper. Met name in de eerste helft van de twintig­ste eeuw drukte deze be­vlogen bouwkunstenaar zijn stempel op het dorp. Van zijn ontwerp zijn ook de woningen van Volksbe­lang in de Koningstraat, het voormalige CNB-ge-| bouw in de Tulpenstraat | (toen HBG geheten), de j Dominicus Savio School en de St. Willibrordschool.

De Mariakerk is niet alleen in architectonisch opzicht opmer­kelijk, ditzelfde geldt haar roemrijke geschiedenis. De eerste plannen voor ‘het stich­ten van een derden Rooms Ka­tholieke Kerk met scholen’ da­teren van 12 maart 1950. De bouwkosten werden op 350.000 gulden begroot, een voor die tijd enorm bedrag. Parochianen uit Lisse en Lisserbroek droegen flink bij. Op 21 augustus 1950 werd kapelaan Staadegaard uit Amsterdam door het bisdom Haarlem aan­gesteld als ‘bouwpastoor’, de heren Barnhoorn uit Lisse en Paardekoper uit Oegstgeest als architect (onder supervisie van de broers Van der Laan).

Kruiswegstatie

lDe bouwwerkzaamheden ver­liepen voorspoedig. Op 29 december 1951 kon de eerste steen worden gelegd, gemaakt door de bekende beeldhouwer Niels Steenbergen uit Teteringen. In april 1952 werd de vlag in top gehesen. Na afronding van de bouwwerkzaamheden schafte men de kruiswegstatie aan. Ene Toorop was hiervan de maker, en deze waren af­komstig uit de Lourdeskerk in Scheveningen. De klok kwam van de bekende klokkengieter Petit. De Mariakerk werd op 22 augustus 1952 op plechtige en feestelijke ingewijd door de bisschop van Haarlem, monsigneur J. Huibers. Geen klei­nigheid; naar verluid begonnen de plechtigheden om 07.30 uur en duurden ze voort tot na het middaguur. Vervolgens werd kapelaan Staadegaard benoemd als pas­toor en kreeg hij kapelaan Bijnsdorp uit Weesp als assis­tent toegewezen. Gezamenlijk hebben zij de eerste schreden voor de parochie van het Onbe­vlekt Hart van Maria gezet, waarop parochianen uit Lisse en Lisserbroek waren aange­wezen. Vele jaren was de Mari­akerk het kloppend hart van hun geloof. Des te groter was daarom de klap toen de ze hoorden dat hun kerk slachtof­fer was geworden van de he­dendaagse ontkerkelijking. De grote terugloop van het aantal kerkgangers en een chronisch tekort aan priesters lagen hier ten grondslag. Op 17 maart 2007 viel het doek definitief en werd de Mariakerk  uit ere­dienst onttrokken. Op gepaste wijze werd daarbij het heilige sacrament volgens traditioneel gebruik in processie overge­bracht naar de St. Agathakerk.

Herbestemming

Thans buigt een werkgroep zich over een passende herbe­stemming van het kerkgebouw. Een uitvaartcentrum is geop­perd, maar financieel bleek dit niet haalbaar. Onder auspiciën van het bisdom wordt de zoek­tocht voortgezet. Frits Treffers pleit ervoor alles op alles te zetten om de Mariakerk voor het nageslacht te behouden. ‘Men beseft niet, wat een uniek bouwwerk het dorp hiermee in handen heeft. Het is van zeer grote architectonische waarde; het paradepaardje uit het oeu­vre van Paardekoper. Hier is overduidelijk een perfectionist aan het werk geweest, die open stond voor moderne construc­ties en schitterende details.’

Frits Treffers, medeoprichter van Vereniging Oud Lisse (VOL), schrijft tien weken lang deze column

Zo’n dertig jaar geleden leerde ik architect Aad Paardekooper kennen op zijn kantoor in Voorhout. Hij vertelde mij, dat hij aan de overkant woonde, in een door hem gerenoveerde boerderij. Ik werd uitgeno­digd om een paar door hem ontworpen gebouwen sa­men te gaan bekijken. En dat waren er heel wat. Hier­van viel in het bijzonder de kwaliteit en diversiteit op. Vooral de. Mariakerk heeft een enorme indruk op mij gemaakt. Ook de niet ver daarvan gelegen Dominicus Savio School is weer zo een bijzonder gebouw. Je her­kent zijn stijl in deze en de andere. Ik kon merken, dat hij een principieel en des­kundig persoon was. Ie­mand die erg betrokken was bij al zijn projecten. Paardekooper heeft ook een grote inbreng gehad in de registratie van de waarde­volle panden in Lisse. Zijn vakbekwame oud-medewer­kers, de heren Maes en Mosseveld, verzetten veel werk om de registratie uit te werken. Uit verhalen van de zoon van Paardekooper, die een boek over hem schrijft, vernam ik, dat hij in Lisse vooral met de heer Barn­hoorn lange tijd samenwerk­te. Nadat hij in 1936 naar de TH in Delft was gegaan, kon Paardekoper pas in 1948 zijn studie afronden, omdat hij in 1943 in bezet Nederland weigerde een Ariërverklaring te tekenen. Paardekoper is vooral beïn­vloed door hoogleraar Grandpré Molière, een goed katholiek, zoals ook hij was.

Frits Treffers

Hart voor historie (8): Landgoed Keukenhof, “Zware toer om het te redden”

Wilma van Velzen 

De Lisser 2007 LOKAAL; Hart voor historie

Kasteel Keukenhof op het landgoed dat zeventien rijksmonumenten telt. (Foto: Hugo Bartels)

LISSE – Het meest waardevolle cultuurhistorische erf­goed in de gemeente is Landgoed Keukenhof. Nog altijd een prachtige buitenplaats, met zeventien rijksmonu­menten, een bos en landerijen. Ooit het Keukenduyn geheten leverde het als houtvestersgebied wild en hout voor de huishouding van Jacoba van Beieren. Thans is het eigendom van Stichting Kasteel Keukenhof.

Huys Keukenhof werd in 1641 in opdracht van commandeur Adriaen Maertensz Block ge­bouwd. Pas na 1856 werd het van torens voorzien. Minder bekend is waarom de laatste ei­genaar, graaf Jan Carel Elias van Lynden, Landgoed Keu­kenhof na zijn dood op 6 au­gustus 2003 naliet aan Stich­ting Kasteel Keukenhof. Stichtingsvoorzitter Herman Hollander weet hierover alles te vertellen: ‘Hij presenteerde zich bij leven als een mens met morele verplichtingen ten op­zichte van zijn medemens. Ve­len heeft hij tijdens zijn leven belangeloos terzijde gestaan.’

Rentmeester

Hollander kijkt terug op een nauwe band met graaf Van Lynden, die 90 jaar oud werd. Immers, de familie Hollander woonde op het landgoed. Grootvader was rentmeester. ‘Mijn vader, Egbert Hollander, volgde hem op. Toen hij ge­zondheidsklachten kreeg, sprong ik regelmatig belangeloos bij. De administratie doen en het onderhouden van con­tacten met de pachters. Gaan­deweg hield dit steeds meer in. Uiteindelijk ben ik mijn vader opgevolgd, de derde generatie als rentmeester.’ Naarmate de graaf ouder werd, vroeg hij zich regelmatig af wat te doen met zijn bezittingen. Dat in het Brabantse St. Michelsgestel was bestemd voor zijn pete­kind. Dat in Oostenrijk ging naar het echtpaar dat hem de laatste tien jaar van zijn leven heeft verzorgd. Voor zijn bezit in Lisse kon hij geen ideale be­stemming vinden, totdat Hol­lander hem voorstelde of hij voelde voor een stichting, waarvan de graaf dan voorzit­ter werd. Van Lynden liep warm voor dit idee, maar zijn voorgenomen functie werd niet geaccepteerd door de belastingdienst. Toch zette hij het idee voor een stichting door, maar dan met Hollander als voorzitter en Dick de Vroomen en Robert van der Mark als bestuursleden. De Vroomen kende hij als pachter van de derde generatie en de grootvader van Van der Mark was huisleverancier van levensmiddelen. Echter, de stich­ting zou slapende zijn, zolang Van Lynden nog leefde. In sep­tember 2002 werd Stichting Kasteel Keukenhof officieel opgericht. Na het overlijden van de graaf bleek alles testa­mentair zoals verwacht.

Successierechten

Omdat de stichting is gerang­schikt onder de Natuurschoonwet van 1928, wordt deze ge­zien als goededoelenstichting. ‘Dit is voordelig ten opzichte van de successierechten. Dat moet wel, want we zijn gestart op een nulpunt. Het wordt nog een zware toer om het land­goed te redden. Alle rijksmo­numenten zijn aan restauratie toe. Ignus Maes werd toege­voegd wegens diens grote er­varing met de restauratie van de Agathakerk. Dick de Vroo­men overleed plotseling. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Jack. Met Keukenhof hebben we inmiddels een marktconfor­me pachtovereenkomst bereikt. Samen met de overige pachtopbrengsten vormen deze ons enige vaste inkomsten. Deze zijn echter onvoldoende kos­tendekkend voor instandhou­ding. De hoop is nu gevestigd op het Masterplan.’

Frits Treffers, medeoprichter van Vereniging Oud Lisse (VOL), schrijft tien weken lang deze column

 

Hart voor historie (7): Kanaalstraat 22 en 22a, Van boerderij met koeien via melkhandel naar restaurants

Wilma van Velzen 

De Lisser 2007 LOKAAL; Hart voor historie

Grootmoeder Hulsbosch op de melkkar. Op de achtergrond is te zien de wagenschuur, die in de nabije toekomst uit het Lisser straatbeeld verdwijnt. (Foto: familiearchief – Theo Hulsbosch

LISSE – Beeldbepalend dorpsgezicht in het centrum is de combinatie van de adressen Kanaalstraat 22 en 22a. De karakteristieke boerderij ter hoogte van de Wagenstraat was vele jaren het woonhuis annex be­drijfspand van melkboer Hulsbosch. Thans zijn hier­in de restaurants Vrouw Holle en La Fontana geves­tigd. Ondanks meerdere grote verbouwingen zijn beide restauranthouders erin geslaagd de authentie­ke sfeer te behouden.

Samen met zijn compagnon Mickey Yazide runt Eric Braspenning het Italiaans restau­rant La Fontana. Hij weet zich nog goed het moment te herin­neren dat zij de winterboerderij in gebruik wilden nemen: ‘Aan­vankelijk zou een ander bedrijf zich op deze locatie vestigen. Met de verbouwingswerkzaam­heden was al begonnen, maar die zijn uiteindelijk niet doorge­gaan. Vervolgens was het aan ons de voormalige koeienstal met woongedeelte tot restaurant om te turnen.’

Boerderijsfeer

‘Besloten werd de authentieke boerderij sfeer te behouden. Dit heeft ons veel waardering opge­leverd. De uitvoering werd in 1991 zelfs beloond met de ere­penning van de Vereniging Oud Lisse.’ De boerderij is nog steeds in bezit van de familie Hulsbosch, die bijna een eeuw op deze locatie woonachtig was. Theo Hulsbosch is een van de vijf kinderen die deel uit maken van de derde generatie, die er is opgegroeid. Hoe oud de boerderij precies is, weet hij niet. De Vereniging Oud Lisse achterhaalde in de gemeentelij­ke archieven wel, dat ene Van der Vlugt het pand in 1812 kocht van weduwe Van Klave­ren. Volgens Hulsbosch was er ooit een timmerbedrijf gevestigd. ‘Mijn overgrootvader had een boerderij op de plaats van het oude postkantoor; waar nu De Madelief wordt gebouwd. Zijn zoon vestigde zich in de Kanaalstraat, het gedeelte dat vroeger Broek Steeg werd ge­noemd.’

Het complex omvat onder meer een zomer- en wintergedeelte, hooiberg, karnruimte en wagenschuur. De koeienstal bevond zich in de winterboerderij, dat aan de voorzijde een woonhuis kende. Tot 1984 woonden hier twee tantes van Hulsbosch. Zelf woonde hij met zijn ouders en de rest van de familie in de zomerboerderij, waar thans Vrouw Holle in is gevestigd. De melkwinkel bevond zich hier ook; de toegang was rechts aan de zijkant. Een paar oude melkbussen zijn nog stille ge­tuigen. In de karnruimte aan de voorzijde, met rieten dak, duw­de een paard de karnstok voort. Het achtergedeelte, met hooi­berg, wagenschuur en opstallen, is onlangs verkocht aan Bouw­bedrijf Castien, dat hiervoor bouwplannen heeft.

Verandering

‘Ten tijde van mijn grootvader was de boerderij een melkveebedrijf. Hierin kwam verande­ring, toen mijn vader, Jaap Hulsbosch, in het kader van saneringswetgeving, een keuze moest maken: veebedrijf of melkhandel. Het feit dat er steeds minder grasland in de di­recte nabijheid voorhanden was om de koeien te laten grazen, gaf de doorslag om verder te gaan als melkhandel. Tot 1970 heeft mijn vader – aanvankelijk met paard en wagen, later met een elektrische melkwagen – menig Lisser in de wijk van melk en melkproducten voor­zien. Zeven dagen in de week, dus ook op zondag, gebeurde het dat iemand achterom nog even wat melk kwam halen.

Frits Treffers, medeoprichter van Vereniging Oud Lisse (VOL), schrijft tien weken lang deze column

Bij het binnenkomen van de voormalige boerderij Hulsebosch ziet de bezoeker aan de linkerzijde de waarde­ringspenning van de Vereni­ging Oud Lisse hangen. Veelal wordt deze eenmaal per jaar uitgereikt. Het bij­zondere ervan is, dat de fa­milie Griekspoor er in totaal drie heeft gekregen: een voor de voormalige boerderij, een voor de voormalige bakkerij Vaneveld en een voor Heereweg 291, Een aantal jaren geleden stond ik voor dat to­taal verwaarloosde woonhuis. Het had niet veel langer moeten duren of het zou vanzelf in elkaar zijn gezakt. Een poosje daarna ontdekte ik allerlei activiteiten in en rondom het huis, zoals timmerwerkzaamheden. Toen ik op een gegeven moment aanbelde, deed een jonge bewoonster open. Zij vertelde mij, dat haar man een kleinzoon was van de heer Griekspoor, die het pand begin 1900 had gekocht. Mevrouw Griekspoor liet mij huis zien. Er was al heel wat werk verricht. Het betrof een ingrijpende renovatie, die de totale vernieuwing van de betimmering van de serre omvatte evenals de vervanging van daken en slechte balken, en herstel van het glas-in-lood. Men ontdekte bij de renovatie beschilderingen op het plafond en de muren. Nu staat daar een prachtig woonhuis, gered van de ondergang.

Frits Treffers

Hart voor historie (6): : Grachtweg 1a ‘Ze hadden onderduikers op de zolder van hun kaaspakhuis’

Wilma van Velzen 

De Lisser 2007 LOKAAL; Hart voor historie

De Grachtweg in 1885, gezien vanuit het oosten. Links Grachtweg la. (Foto: archief VOL)

LISSE – Grachtweg la is te typeren als een pand dat er dankzij particulier initiatief nog staat. De huidige be­woners, Erik Plantenberg en zijn gezin, zijn erin ge­slaagd het voormalige kaaspakhuis van bouwval te red­den. De geschiedenis van Grachtweg la gaat terug tot de zestiende eeuw. Het pand is waarschijnlijk rond 1743 gebouwd door ene Warbout Jurriaanse Vreeburg, ter vervanging van een tot woonhuis omgebouwde schuur.

Plantenberg vertelt, dat zijn woning veel bewoners heeft gekend: ‘Een van hen was Pieter Hendrik Koppenschaar, die hier met zijn gezin leefde. In de gemeentelijke archieven heeft de Lisser historicus Rob Pex kunnen achterhalen, dat deze man in 1838 door burgemeester en wethouders werd aangesteld als bode, aanplakker en omroeper. Een fragmentje van een affiche uit die periode heb ik tussen de balken aangetroffen. Mogelijk was dit door Koppenschaar in een kier ge­stopt om de tocht te weren. Ui­teraard heb ik het bewaard.’

Kaasstellingen

Rond 1907 komt het pand in bezit van Cornelis Langeveld. Deze richt het woonhuis in als kaaspakhuis. Plantenberg weet nog goed dat, toen hij het pand in 1986 kocht, de kaasstellingen nog aanwezig waren. ‘In het souterrain, waar onze keuken een plekje heeft gevonden, werden de kazen geschraapt. Daarachter bevond zich een geïsoleerde ruimte voor het koel houden van de boter. Het naastgelegen pand, waarin thans makelaar Chantal Lefeber is gevestigd, bood ruimte aan een kaaswinkel. Tot het eind van de negentiende eeuw werd het kaasbedrijf voortge­zet door Jaap en Theo Lange­veld, de jongere generatie. Dit waren overigens twee heldhaf­tige heren. In de oorlog hadden ze onderduikers op de zolder van hun kaaspakhuis. Nota bene direct onder de neus van de Duitsers, die zich een hoofdkwartier hadden ver­schaft in de tegenover gelegen oude pastorie!’

Maar Grachtweg la kent meer geheimen. Voor het creëren van meer ruimte besloot Plan­tenberg, nadat hij het bestaan­de gedeelte had gerestaureerd, in dezelfde bouwstijl achter he woonhuis een deel bij te bou­wen van oude bouwmaterialen, die hijzelf bijeen had geschar­reld. Bij het graven, dat eraan voorafging, stuitte hij op de oude beerput. Hierin trof de huidige eigenaar diverse pijpen en scherven van aardewerk en glas aan. Archeologisch onder­zoek wees later uit, dat het me­rendeel van de vondsten af­komstig was uit de vijftiende en zestiende eeuw.

Sluikbegraving 

korte tijd daarna deed Planten­berg opnieuw een vondst, maar deze was luguber. Hij stuitte op een skelet. Als voormalig fysiotherapeut herkende hij hierin menselijke resten. Nader onderzoek wees uit, dat het hier een zogenaamde sluikbegraving betrof van nog voor de Wet op de lijkbezorging. In de zestiende eeuw was het niet ongebruikelijk dat mensen die geen geld hadden op eigen erf werden begraven. Een kerkelij­ke begraving was dan te duur. Evengoed kan het een zelf­moord of een niet-christen be­treffen, omdat deze doden niet mochten worden begraven in ‘gewijde’ grond. Hoewel Plan­tenberg het graag had gewild, hebben onderzoekers het ware verhaal achter de sluikbegraving niet kunnen achterhalen.

Frits Treffers, medeoprichter van Vereniging Oud Lisse (VOL), schrijft tien weken lang deze column

In Bennebroek woont een zoon van mevrouw Driehuizen (van het voormalige bol­lenbedrijf Gebr. Driehuizen), naast een van de medewerkers van mijn vroegere ingenieurs­bureau, de heer Brinkhof. Die zoon vroeg ons via de heer Brinkhof of zijn moeder nog eens haar vroegere woning Somalo mocht bezoeken. Er werd een afspraak gemaakt; samen met haar zoon en schoondochter kwam zij op bezoek. Wij gingen in de ser­re zitten. Mevrouw Driehui­zen keek eens rond en zei: ‘Dat hebben jullie mooi opge­knapt.’ Vervolgens vroeg zij of ze de tuin in mocht lopen. Onze gast liep door naar ach­teren, in de richting van de oude garage. Ik vroeg haar, wat zij zocht. ‘Daar ligt mijn hond begraven’, vertelde zij. Tijdens de rondleiding door ons huis vertelde mevrouw Driehuizen in onze slaapka­mer, dat zij hier lange tijd op bed had gelegen, toen zij eens ziek was. Een aantal jaren la­ter maakt mijn vrouw Ria met de hulp de slaapkamer eens grondig schoon. Zij liet de tafelspiegel vallen. Deze brak in stukken. Even later liet zij een handspiegel vallen. Een vriendin zei tegen haar: ‘Dat kan een doodsbericht beteke­nen.’ Enkele dagen later kwam mijn vrouw een leer­ling van haar tegen, die vroeg of zij ook naar de begrafenis van mevrouw Driehuizen zou gaan. Zij was een paar dagen daarvoor overleden, op de dag van de gebroken spiegels.

Frits Treffers

Hart voor historie (5): Heereweg 127. Voormalige bakkerij Vaneveld mogelijk nog ouder dan 1750

Wilma van Velzen 

De Lisser 2007 LOKAAL; Hart voor historie

Lang vervlogen tijden. Zicht op de voormalige bakkerij van Vaneveld. (Foto: archief VOL)

LISSE – Heereweg 127 past zo in het verhaal van Hans en Grietje. Klein maar fijn, zeker voor liefhebbers van cultuur. Thans is het in gebruik als woning, voorheen was de winkel van bakker Vaneveld erin gevestigd. Het pandje zou dateren uit 1750. Echter, de aannemer die op dit moment het dak renoveert, heeft aanwijzingen gevonden die erop duiden dat het nog ouder moet zijn.

Oude documenten laten zien, dat Heereweg 127 in 1912 eigendom was van de heer Van der Zaal. Deze verkocht het aan ene heer Nieuwenhuis, die het op 5 de­cember 1925 voor vijfjaar ver­huurde aan bakker Jacobus Van­eveld, voor dertien gulden en vijftig cent per week. Voor de bouw van een heteluchtoven vroeg hij in die periode een hinderwervergunning aan. Die werd in januari 1926 verleend, onder de conditie dat de oven zou wor­den voorzien van een schoor­steen van minimaal 11,5 meter hoog. Dan zou dr. De Graaf, die in het naastgelegen pand Villa Roosendaal woonde, geen last van rook ondervinden.

Elektromotor

Als het huurcontract in 1930 af­loopt, koopt Vaneveld het pand en de bijbehorende schuur. De bakkerij floreerde. Jaren later deed het machinale tijdperk sterk zijn intrede, getuige een vergun­ningaanvraag (in 1947) voor het plaatsen van een deeg/kneedmachine, die wordt aangedreven door een elektromotor. In 1990 verkoopt de familie Vaneveld het pand aan de heren Mens en Dielemans, die er een meubelstof-leerderij van maken. Vier jaar la­ter koopt Kees Griekspoor het. Er bestaat een verhaal over een schilderij, dat tijdens een kerken-veiling werd aangetroffen en was geschilderd door een familielid van bakker Vaneveld. Hierover raakte medeoprichter van de VOL Frits Treffers in gesprek met F. van Hoven, die hem la­chend vertelde dat Johanna, de zus van bakker Vaneveld, hem nog het leven had gered. Als kleine jongen had hij een man uitgescholden voor ‘pindachinees’. Deze kwam achter hem aan en in volle vaart is Van Ho­ven toen de bakkerij in gestoven, waar Johanna zich over hem ont­fermde.

Inmiddels wordt Heereweg 172 door de huidige eigenaars in fa­sen gerestaureerd. Griekspoor neemt eerst de benedenverdie­ping onder handen. Hij vertelt: ‘De originele plavuizen hebben we laten liggen. Jouwens, de oude buurman, slager Bauer, heeft ons een keer bezocht. Hij

wist nog precies te vertellen, waar de bedstee heeft gestaan en dat op een van de wit uitgeslagen plavuizen altijd een po stond. Aan een klein raam aan de bui­tenzijde te zien, kregen we het vermoeden dat er ook een kelder moest zijn. Inmiddels is deze in gebruik. ‘Thans wordt het dak gerestaureerd; naar een zo origi­neel mogelijke staat, compleet met zinken dakgoot en regen­pijp, en pannen volgens het oude model. Hiermee is een behoor­lijk kapitaal gemoeid, maar het is het waard.’

Waardering

De aanbouw, waarin de keuken is gesitueerd, dateert uit 1930. De tweede aanbouw kwam pas in 1990 gereed. Na de dakrestau­ratie komt volgens Griekspoor het houtwerk aan de beurt. Dit kent veel details. Zelfs de stang voor het raam is nog aanwezig, waartegen in vroeger dagen de bakkersfiets met de grote mand werd gezet. De Vereniging Oud Lisse (VOL) heeft veel waarde­ring voor de eigenaars van het monumentale pandje, die ervoor zorgden dat het nog steeds in zo’n goede conditie verkeert. Het deed het bestuur besluiten op 12 april 2005 de eerste erepenning aan het gebouwtje toe te kennen. Enkele maanden later kregen ei­genaars Kees Griekspoor en Eric Braspenning het officieel uitge­reikt tijdens de jaarlijkse Open Monumentendag.

Frits Treffers, medeoprichter van Vereniging Oud Lisse (VOL), schrijft tien weken lang deze column

Toen ik in het oude pandje van de voormalige broodwinkel Vaneveld was, ging mijn herinnering terug naar zo’n vijftig jaar geleden, toen ik Ria Zaat, mijn huidige vrouw, voor het eerst ontmoette. Ik leerde haar via een medestu­dent in Delft kennen. Het klikte direct. Zij had een Bri­gitte Bardot-jurk aan en die stond haar werkelijk prachtig. Ria is de dochter van een van de twee broers, die eigenaar waren van een indertijd in Den Haag bekend brood- en banketbedrijf, Het Scheepje. Dat bedrijf leverde aan diver­se instanties, zoals bijvoor­beeld kloosters, maar ook aan filialen. Een van die winkels beheerde Ria’s moeder. Al gauw werd onze relatie seri­eus en ik kwam vaak in de al­tijd gezellige en drukke zaak. Op weg naar het woonhuis pikte ik dan geregeld een van de overheerlijke vruchten­koekjes mee.

Een aantal jaren geleden had Ria in ons huis Somalo een reünie van de zesde klas van de lagere school. Een van haar vriendinnen kwam direct naar haar toe. Ik moet je van mijn man vertellen, dat hij zijn leven dankt aan jouw va­der. Hij kreeg met zijn vader in de hongerwinter brood van Het Scheepje. Men zat dan aan lange tafels in de bakke­rij . Dit was voor Ria natuur­lijk heel bijzonder. Ook thuis had zij meegemaakt, dat veel ondervoede mensen in een kamer brood aten.

Frits Treffers

Hart voor historie (4); ‘Nagenoeg de hele Lisser adel hebben wij als klant gehad’

Wilma van Velzen 

Burgers en buitenlui op het ijs voor Grachtweg 43, omstreeks 1900. Foto; dr Blok- Vol archief

De Lisser 2007 LOKAAL; Hart voor historie

LISSE – Grachtweg 43 is een opmerkelijk pand met een rijke historie. Daterend uit 1754 is het een van de weini­ge uit een roemruchte periode die in Lisse zijn behou­den. Dit is grotendeels te danken aan de grote vakken­nis en kwaliteitsgerichtheid van de huidige eigenaar, Ton Tibboel van Tibboel Exclusieve Interieurs. Hij in­vesteerde maximaal in de restauratiewerkzaamheden.

Tibboel is er trots op dat zijn statige winkelpand in voortref­felijke conditie verkeert. ‘Hoe­wel ons bedrijf al vanaf 1784 bestaat, zijn we hier sinds 1909 gevestigd’, vertelt hij. ‘Volgens de verhalen van mijn grootva­der, Aart Tibboel, heeft het pand daarvoor dienst gedaan als dokterswoning. Op oude foto’s zie je aan de voorzijde, naast de ingang, nog de poort waardoor de dokter met zijn koets vertrok.’ Thans is alleen het voorhuis nog authentiek. Twee ramen zijn helemaal origineel en be­vatten zelfs nog het eerste glas. Eerder waren er kleine verbou­wingen, maar die in de zeven­tiger jaren – uitgevoerd door bouwbedrijf Horsman – waren het meest rigoureus. ‘De hele benedenverdieping is toen ver­vangen, maar de sfeer van het pand is behouden.

Ik herinner mij goed, dat twee oude heren van monumentenzorg dagen bezig waren met het aanbren­gen van knipvoegen en het bruin kleuren van de stenen gelijk aan die van het boven-huis. Bij de restauratie van het dak zijn nog oude loodzegels aangetroffen met het jaartal 1754 erin. De kwaliteit van het lood was zo goed dat dit op­nieuw is gebruikt.’

Zadelmakerij

Tibboel Exclusieve Interieurs is van oorsprong een zadelma­kerij. Een van de voorvaderen van Tibboel was reizend zadel­maker. Tot de zestiger jaren is het bedrijf als zodanig in stand gebleven. Hiervoor had de fir­ma tevens het pand Haven 2 in gebruik. Dit was ooit de oude loods van het vervoersbedrijf Van Gent & Loos, waarin de paarden werden verwisseldvoor het goederen vervoer tussen Haarlem en Leiden. ‘Het onderhoud van de rijtuigen en koetsen bracht veel technieken met zich mee. Niet alleen het werk aan tuigen, maar bijvoor­beeld ook het capitonneren of­wel het herstellen en vernieu­wen van de kappen. Nagenoeg de hele Lisser adel hebben wij als klant gehad, van de Van Rijckevorsel’s tot de Van Lim­burg Stierum’s en de Van Palland’s tot de Van Lijnden’s.’ Va­der van Tibboel deed de zaak op vrij jonge leeftijd aan zoon Ton over. Vele jaren was senior een gewaardeerd wethouder in de gemeente. Treffend voor die tijd is het markiezenverhaal. ‘Behalve dat wij deze leverden aan nage­noeg alle bollenvilla’s, hadden we ze ook in onderhoud. Elk najaar haalden we ze op voor opslag aan de Haven om ze in het voorjaar weer op te hangen. Thans leveren we opnieuw markiezen, maar nu van een onderhoudsvrij aluminium.’ De toekomst Grachtweg 43 ziet er veelbelovend uit; het familie­bedrijf wordt voorgezet. Martijn heeft zich als rechterhand van zijn vader de kneepjes van het vak eigen gemaakt.

Frits Treffers, medeoprichter van Vereniging Oud Lisse (VOL), schrijft tien weken lang deze column

Ongeveer 26 jaar geleden werden door de firma Tibboel in ons huis Somalo werkzaamheden verricht, Een van de stoffeerders ver­telde tijdens het ophangen van de gordijnen, dat dit ja­ren geleden ook al eens was gedaan voor de eerste be­woonster, mevrouw Driehuizen. Het verhaal gaat, dat -terwijl de gordijnen werden opgehangen – zij even de deur uit moest en zei: ‘Heren, denk eraan, hier mag niet worden gerookt!’ De hulp in de keuken hoorde dit en zo­dra mevrouw Driehuizen was vertrokken, bracht zij de stoffeerders twee appels on­der het mom van: ‘Vertel dit alstublieft niet aan mevrouw.’ Op oude foto’s van circa 1905 is te zien, dat vanuit het pand van Tibboel werd uitge­keken op de haven, die lang geleden is gedempt. Hieraan was ook de bollenveiling Hobaho gelegen. Dit doet thans dienst als parkeer­plaats.

Hoewel de haven in het vroe­gere Batavia in Nederlands-Indië een heel andere dimen­sie heeft, schiet mij een ontsnappingsverhaal te bin­nen. Vaag kan ik mij de heer Van der Veen herinneren, die mijn moeder in huis had ver­stopt. De Japanse bezetter was op zoek naar hem en twee andere jonge mannen. Zij besloten via de haven te vluchten, waar nog een aan­tal zeilboten lag. Onder lei­ding van sportzeiler Cor van der Star ontsnapte het trio via de Javazee richting Zuid-Afrika. Na een gevaarlijke reis landden ze op het eiland Rodriges. De mannen zorg­den er na de oorlog voor dat mijn moeder werd onderscheiden.

Hart voor historie (3); Huidige eigenaars herstellen Huis Rutsbo in oude luister


Wilma van Velzen 

De Lisser 2007 LOKAAL; Hart voor historie

Huis Rutsbo (links) op een ansichtkaart, toen nog aan de Rijksweg. (Foto: Vereniging Oud Lisse)

LISSE – Huis Rutsbo (Heereweg 28) kent een rijke his­torie. Alleen de naam al is bijzonder. Deze is afkomstig uit het Zweeds en betekent: het huis van Rut. Ook anno 2007 betreft het een statige witte villa, waarvan het ont­werp – gelijk aan de naastgelegen bollenschuur en Villa Somaio – afkomstig is van de tekentafel van de Lisser architect Leen Tol. De opdracht werd verstrekt door een van de gebroeders Driehuizen, die het voor zijn vrouw liet bouwen.

De eerste steen van Huis Rutsbo werd op 4 februari 1925 gelegd door de 7-jarige zoon A.L.F. Driehuizen. Van­daag is het een stille getuige van de geschiedenis van het pand. Huis Rutsbo is strakker van ontwerp dan Villa Somaio en de oude bollenschuur. Het oogt daardoor statiger. Een­maal binnen kijkt de bezoeker zijn ogen uit. In de hal is het oorspronkelijke tegelwerk nog aanwezig, alsmede de boog­vormige accenten, die zo ty­perend zijn voor Tol. Boven­dien komt het vele houtwerk, zoals een prachtige lambrise-ring en een gedraaide trap, sterk naar voren. De mooie lichtval is afkomstig van gro­te glas-in-loodramen, waar­van de middelste een beelte­nis bevat van een jongeman, die hangt aan de poten van een vliegende adelaar. De glazenier heeft zijn handtekening onder de beeltenis gezet: W. Mengelberg. Dit is een telg van de beroemde kunstenaars­familie uit Utrecht. Ook de tweede en derde verdieping zijn een lust voor het oog. Het huis heeft aan twee zijden een serre met glas-in-loodramen. De overloop is verrijkt met een onverwacht ingebouwd bankje en de zolder telt vele speelse hoekjes.

Stichting

Tot en met 1970 woonde ie­mand van de familie Driehui­zen in Huis Rutsbo. In 1971 kwam hierin verandering. Het pand werd aangekocht door Stichting Bollenstreek voor Dagverblijven en Tehuizen, die eerder Villa Somalo had aankocht. Ook de nieuwe aan­winst werd in gebruik geno­men als gezinsvervangend tehuis voor mensen met een verstandelijk handicap. Maar ditmaal hoefden de bewoners zich niet aan te passen, zoals bij Villa Somalo; Huis Rutsbo werd aangepast aan de leef­omstandigheden van de bewo­ners. Privacy werd steeds be­langrijker en Huis Rutsbo vervulde in dat opzicht een voortrekkersrol in de zorgvolle geschiedenis van de stich­ting. De behoefte aan meer ruimte leidde in de periode tot 1979 tot aan- en verbouw, waarbij goed werd gelet op het karak­ter van Huis Rutsbo. Aan de achterzijde realiseerde men een uitbreiding met meerlaagse witte gebouwen. Getracht werd de symmetrie te behou­den. Onder de bezielde lei­ding van Kees van der Zwet, die was aangesteld als hoofd, woonde een groep hier tot voor kort met plezier. Ruim een jaar geleden ging Huis Rutsbo in andere handen over. De huidige eigenaars laten de statige villa volledig restaureren. Zij zijn op de zolderverdieping begonnen en thans op de begane grond aangeland. Er zijn echter nog heel wat werkuren en zakken geld no­dig om het in oude luister te herstellen.

Frits Treffers, medeoprichter van Vereniging Oud Lisse (VOL), schrijft tien weken lang deze column

Schuin tegenover Rutsbo  tegenover staat het gedenkmonument 1940-1945. Daarbij ligt een gedenkplaat, waarop de ge­vallenen in Indië, bij ge­vechten tegen Indonesische opstandelingen, worden her­dacht. Bij het zien hiervan gaan mijn gedachten altijd wel even terug naar mijn va­der, die als jonge kapitein bij het KNIL zijn leven liet op Tarakan bij Borneo, in het toenmalige Nederlands-Indië. Mijn moeder was toen 29 jaar en had kort daarvoor mijn jongste zusje door ziekte verloren. Tijdens de bezetting door de Japanners in de periode 1942-1945 is zij in het verzet gegaan. Pas tegen het einde van de oor­log werd ze gearresteerd. Later is mijn moeder met het Indische verzetskruis on­derscheiden.

In 1947 gingen wij voor­goed naar Nederland terug. We kwamen bij opa en oma Treffers in Bilthoven te wo­nen. Nadat ik mijn eindexa­men HBS had gehaald, wil­de opa, die ook KNIL-officier was geweest, weten of ik militair wilde worden. Ik zei: “Nee, na al­les wat er is gebeurd, zal dat niet mijn beroep worden. Ik wil gaan bouwen”. En zo is dat ook gegaan; ik heb veel in Nederland gebouwd. Zo kreeg ik de eervolle op­dracht om de grootste am­bassade van Nederland te bouwen, waardoor Indië toch nog een keet op mijn pad kwam. Immers dit bouwwerk betrof de Nederlandse ambassade in Djakarta.

Hart voor historie (2): Bollenschuur Gebr. Driehuizen dankzij bouwplan behouden

Wilma van Velzen 

De Lisser 2007 LOKAAL; Hart voor historie

Heereweg 30, de volledig te restaureren bollenschuur van Gebr. Driehuizen. (Foto ‘s: pr)

LISSE – Op het gebied tussen Huize Rutsbo en Villa Somalo, bevindt zich de bollenschuur van Gebr. Driehuizen, die dateert uit 1930. Het 77 jaar oude ge­bouw (Heereweg 30) is verder van de weg gelegen, omdat de bouw van latere datering is dan de vijf panden die aanvankelijk nabij de vroegere Rijksweg waren gesitueerd. Al­weer heel wat jaren gele­den zijn deze gesloopt.

Architect Leen Tol uit Lisse kreeg, evenals voor Rutsbo en Somalo, van de gebroeders Drie­huizen opdracht met een ont­werp te komen. Zijn stijl is goed terug te vinden in de bollenschuur, met name in de details van het op een vesting lijkende gebouw. Zo zijn de afgeronde hoeken van de buitenmuren het meest typerend, maar herkennen kenners in het het tegelmozaïek  van de vloer en het boogwerk in de hal eveneens de hand van Tol.

Lange tijd maakte deze bollenschuur deel uit van de bloembollenhander  Gebr. Driehuizen, zelfs toen de families Driehuizen al lang en breed naar Bennebroek waren verhuisd. Pas in de jaren tachtig diende zich een nieuwe eigenaar aan, de Lisser antiek­handelaar Chris van Damme. Frits Treffers, medeoprichter van de Vereniging Oude Lisse (VOL) kende deze markante fi­guur persoonlijk. Volgens hem had Van Damme een uitstekende neus voor het vergaren van het prachtige antiek.

Kapconstructie

‘De drie verdiepingen tellende bollenschuur bood een prima op­slagplaats voor al die spullen’, aldus Treffers. ‘Dat was maar goed ook, want van bijzondere verzamelobjecten kon Van Dam­me geen afstand doen. Hij koes­terde ze als museumstukken. Al­les was opgeslagen in grote ruimten, die zich langs de wan­den bevonden. Het midden van het gebouw was leeg. Door een enorme glazen kapconstructie werden zo alle verdiepingen voorzien van daglicht.’ Na het overlijden van Van Dam­me herhaalde zich volgens Tref­fers de geschiedenis. ‘Het ooit zo florerende bollenbedrijf van Gebr. Driehuizen werd niet voortgezet en dat gebeurde ook met die antiekhandel. De bollen­schuur kwam opnieuw leeg te staan, totdat projectontwikkelaar Hillgate Properties de touwtjes in handen nam. Het te ontwikke­len gebied is naar de gebroeders Driehuizen genoemd: Driehuizenpark. De bouwplannen om­vatten 58 woningen en 21 appar­tementen. Die laatste worden in de monumentale bollenschuur gesitueerd. Dit gaat gepaard met een grootse restauratie. Het mooie is, dat de historische bol­lenschuur behouden wordt.’

 

Frits Treffers, medeoprichter van Vereniging Oud Lisse (VOL), schrijft tien weken lang deze column

Tijdens mijn jarenlange ervaring als directeur/eigenaar van een ingenieursbureau, kreeg ik re­gelmatig te maken met oude gebouwen. Ik zag dat de ambacht vaak tot bijzondere resultaten heeft geleid. Het is allemaal heel anders dan nieuw­bouw. Ook de detaillering van ramen, deuren, daklijsten en ornamenten heeft vaak een bijzondere sfeer. Het is niet goedkoop om een oud pand te restaure­ren. Echter, als het een­maal klaar is, kun je er daadwerkelijk van genie­ten. Dat geldt niet alleen voor ouderen. Zo ontdek­ten wij bij de oprichting van de Vereniging Oud Lisse, dat veel jongeren lid wilden worden, die be­langstelling hadden voor oude panden. Sinds enkele jaren worden oudere industrie gebouwen, waaronder bollenschuren beter beschermd.

Frits Treffers