Berichten

 Coöperatieve bollenveiling 100 jaar

Deze maand wordt gevierd dat de coöperatieve bloembollenveiling (nu CNB) 100 jaar bestaat. De geschiedenis wordt weergegeven.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)                                     

2 januari 2019

door Nico Groen

Deze maand wordt gevierd dat de coöperatieve bloembollenveiling (nu CNB) 100 jaar bestaat. Ter gelegenheid hiervan wordt er op 8 en 9 januari 2019 een speciale bloemen-show en een expositie over het verleden in het hoofdkantoor van de CNB Lisse,  Heereweg 347 gehouden. De tentoonstelling is mede opgesteld door vrijwilligers van de Vereniging Oud Lisse.

 Veiling West-Friesland

Op 16 januari  1919 was de officiële oprichting van Bloembollenveilingsvereeniging West-Friesland door de KAVB-afdelingen Andijk, Bovenkarspel en Enkhuizen. De eerste bollen werden die zomer verkocht in de uitspanning  ‘Het Roode Hert’ in Bovenkarspel. De start van de coöperatieve bollenveiling was dus 100 jaar geleden. Omdat het een coöperatie was, hadden de leden het voor het zeggen en dat is nog steeds zo. Bij andere destijds gebruikelijke verkoopmethoden waren er nogal eens misstanden: vandaar de oprichting. Het ging zo goed dat men in 1925 een eigen veilingzaal met opslagruimte voor de bollen bouwde. In de loop der jaren werd er steeds meer uitgebreid voor de steeds maar toenemende aanvoer en voor bewaarruimten van de bollen.

HBG

De Coöperatieve veilingsvereeniging voor Bloembollenkweekers werd in 1924 opgericht door afdeling Lisse van het Hollandsch Bloembollenkweekersgenootschap (HBG). De HBG was in Haarlem opgericht in 1895 om de kwekersbelangen beter te kunnen behartigen. De veiling heette later ook gewoon HBG.

De coöperatie kocht van Gerrit van Parijs & Zn. een stuk grond aan de Grachtweg.  Daar werd in 1925 een veilingloods en veilingzaal met kantoorruimte gebouwd. De bollen konden worden aan- en afgevoerd over de weg of via het water van de Gracht.

Op deze plek woedde op 18 juni 1954 een grote brand, die het kantoor van de HBG in de as legde. Het kantoor was niet te redden en moest worden gesloopt. Onder architectuur van de bekende Lissesse architect Paardekooper werden in datzelfde jaar een nieuw kantoorgebouw en veilingzaal gerealiseerd.

fusie tussen Bovenkarspel en Lisse

In 1975 volgde de fusie tussen coöperatieve veilingen West-Friesland in Bovenkarspel en de HBG in Lisse. De naam van de fusiecoöperatie werd Coöperatie Nederlandse Bloembollencentrale (CNB).

Toen in 2006 de CNB verhuisde, besloot het gemeentebestuur de grond te kopen. Men vond dat het markante hoofdgebouw niet gesloopt mocht worden, maar een passende bestemming moest krijgen. Dit is dus uiteindelijk, na een zorgvuldige verbouwing, een theater met bioscoop geworden: FloraLis. Hierdoor blijft dit cultuurhistorische pand behouden. Het is nu een gemeentelijk monument.

Bovenstaande gegevens komen hoofdzakelijk uit een uitgebreid artikel van Arie in ’t Veld uit het Nieuwsblad van de VOL van april 2006.

Lees hier dit artikel.

 

Oude foto van de HBG

Deze maand wordt gevierd dat de coöperatieve bloembollenveiling (nu CNB) 100 jaar bestaat. De geschiedenis wordt weergegeven.

Hal 1 van de Hobaho wordt gesloopt

Hal 1 wordt gesloopt ten behoeve van woningen. In 1922 is een oude hangar uit Duitsland gebruikt.
Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

22 mei 2018

Nico Groen

Op het moment van schrijven van deze column is de sloper druk bezig aan de binnenkant van de laatste Hobaho-hal aan de Havendwarsstraat om alle materialen te verwijderen. Dit schiet al lekker op en eerdaags wordt de hele hal afgebroken om plaats te maken voor nieuwbouw. Hiermee heeft deze hal net geen 100 jaar gehaald. De hal werd namelijk in 1922 neergezet door de toenmalige directie Homan, Bader en Hogewoning. Het woord hobaho is van hun namen afgeleid.
Deze laatste hal werd het eerst neergezet (vandaar Hal 1). In 1948 volgde Hal 2, de hal waar later vele tentoonstellingen en rommelmarkten werden gehouden. Hier staat nu het nieuwe appartementengebouw van STEK ‘De Veilingmeester’, dat op 26 juni officieel wordt geopend met onder andere een kleine tentoonstelling van vroegere Hobaho-spulletjes. In de entreehal moet een vitrinekast komen met wat relikwieën van de HoBaHo (o.a. van de VOL).

Terug naar het begin
Homan, Bader en Hogewoning traden al als ‘groene veiling directie’ op. Zij veilden de te velde staande gewassen. Van het veilen van bollen zelf was in de Bollenstreek nog geen sprake (wel in Noord-Holland). Het trio bracht daar verandering in. Daartoe richtten zij de N.V. Hollands Bloembollenhuis op.

De eerste droge veilingen (van bollen) vonden in 1921 plaats in ‘De Witte Zwaan’ aan het Vierkant. De grote aanvoer heeft het trio dat eerste jaar wel verrast. Het was maar goed dat 1921 een mooie droge zomer had, zodat men de bollen zonder waterschade in de buitenlucht kon opslaan. De drie veilingdirecteuren dachten aan de ruimte van het etablissement voldoende te hebben, maar er werden zoveel bollen aangevoerd dat deze in de open lucht moesten worden opgeslagen.

Een vliegtuighangar als veilinggebouw
Het was duidelijk dat deze gok geen tweede keer mocht worden genomen. In die zomer werd het besluit genomen om grond aan te kopen aan de Haven in Lisse. Toen moest er natuurlijk nog een gebouw komen. In Duitsland vond men een vliegtuighangar van voldoende grootte. Door de lage koers van de Duitse mark in de eerste jaren na de Eerste Wereldoorlog was dit gebouw een koopje. Het moest echter wel allemaal naar Lisse worden vervoerd. Dat gebeurde per speciale trein met 35 volle wagons. De hangar werd aan de Haven weer opgebouwd. De voor- en achterkant werd nieuw opgebouwd. De bekende architect Leen Tol tekende hiervoor. Het werd een hal van 48 meter breed en 87 meter lang. Deze was dus bijna 4200 vierkante meter groot, waarin aan de kant van de Haven kantoren werden gerealiseerd.

‘Heeren kom bij
Bovenstaande gegevens over de beginjaren van het bollen veilen en de veilinggebouwen zijn ontleend aan het boek ‘Heeren kom bij’, uitgegeven door de Hobaho in 1996 bij het 75-jarig bestaan van de veiling.

Voor de aan- en afvoer van de bollen per boot was er in de hal een sloot in het gebouw, met verbinding naar de Haven aan de Grachtweg. Foto uit het boek ‘Heeren kom bij’ van de Hobaho.

 

MIJNZAAL EN VOORGEVEL CNB BEHOUDEN BIJ KOMST FLORALIS

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)                                            21 oktober 2014

door Nico Groen

Binnenkort wordt Floralis geopend. Op deze plek woedde op 18 juni 1954 een grote brand, die het kantoor van de Coöperatieve veiling HBG (de voorloper van CNB) in as legde. Het kantoor was niet te redden en moest worden gesloopt. Onder architectuur van de bekende Lisser architect Paardekooper werd in datzelfde jaar een nieuw kantoor/veilingzaal gerealiseerd. Dit bouwwerk is nu dus verbouwd tot theater en bioscoop. Hierdoor blijft dit cultuurhistorisch pand behouden.
Hoe kwam het Hollands Bloembollen Genootschap in dit gedeelte van Lisse terecht? Het HBG werd in 1895 opgericht met als doel de rechten van de bollenkwekers te behartigen. Omdat de verkoop tussen kwekers en handelaren veel problemen gaf, besloot de afdeling Lisse, net als veel andere afdelingen, zelf de verkopen te organiseren. In 1907 werden de eerste droge bollenveilingen gehouden. De bollen werden aangevoerd en verkocht in het gebouw van de R.K. Volksbond aan de Schoolstraat. Dit gebouw werd later het Trefpunt en nog weer later De Gewoonste Zaak.
De aanvoer en de omzet groeiden in de loop der jaren gestaag. De organisatie, de opslag en verwerkingshoeveelheden werden te groot. Daarom werd de Coöperatieve veiling HBG van de afdeling Lisse opgericht op 27 november 1924. De coöperatie kocht van Gerrit van Parijs & Zn. een stuk grond, de Kapelleweide. Daar aan de Grachtweg werd in 1925 een veilingloods met kantoorruimte gebouwd. Het geheel had een breedte van 60 m. De bollen konden worden aan- en afgevoerd over de weg of via het water van de Gracht. Dit kantoorgebouw is dus in 1954 door brand vernield.
Het huidige kantoor is in 1954 op dezelfde plek gebouwd door architect ir. A. (Aad) H. J. Paardekooper (1918–1991) in de Delftse en Bossche stijl. Paardekooper hanteerde een herkenbare stijl door het gebruik van natuurlijke materialen (baksteen) en de toepassing van reliëfs. Deze stijl is ook te herkennen aan het ook behouden voormalige directeurskantoor op de hoek van de Lisbloemstraat en de Tulpenstraat. Het HBG kantoor is in 1976 grondig verbouwd na de fusie van de veilingen HBG in Lisse en West-Friesland (Bovenkarspel) tot één veilingcoöperatie (CNB). De bovenvoorgevel van de veilingzaal (mijnzaal) bleef toen gelukkig zoveel mogelijk in oorspronkelijke staat. De ramen op de begane grond werden toen veel groter gemaakt. Toen in 2006 de CNB verhuisde, besloot het gemeentebestuur de grond te kopen. Men vond dat het markante hoofdgebouw niet gesloopt mocht worden, maar een passende bestemming moest krijgen. Dit is dus uiteindelijk, na een zorgvuldige verbouwing, een theater met bioscoop geworden: Floralis.

HBG vóór 1954

Oude ansichtkaart met links het kantoor, dat nu Floralis is geworden.

Lisbloemstraat 26 _ Voormalig kantoor HBG (CNB)

 

De vraag is of dit gebouw een gemeentelijk monument is. Het vroegere directeurskantoor is in de Bossche stijl ontworpen met veel reliefs in muren. 

Kadaster: ? Bouwjaar: 1954, verbouwing tot woning 2016. Architect: A. Paardekooper. 

Bij de sloop van de CNB hallen werden 2 panden bespaard. Het hoofdgebouw, dat nu Floralis (of is het Flora Lis?) heet, is bij iedere Lisser wel bekend. Minder bekend is het gebouw op de hoek van de Tulpenstraat en de Lisbloemstraat. Dit gebouw was het vroegere directeurskantoor van de  HBG, later CNB. Floralis en dit directeurskantoor werden in 1954 gebouwd, nadat een brand het hele complex van de HBG verwoestte.

Wat aanspreekt aan dit ontwerp van Aad Paardekooper (1918-1991) is de afmeting, de details, de stoere uitstraling, een gebouw met een ziel en het gezellige ontwerp.

Melssen, de eigenaar, over de verbouwing: “Er moesten 2 gevels aan de kant van de hallen worden opgemetseld. We hebben ‘à la Paardekooper’  gemetseld. We hebben nieuwe stalen kozijnen gezocht met rond gebogen profielen om in de togen te passen. De glas-in-lood ‘gevel’ is totaal gerestaureerd door  nieuw lood en isolatieglas in de profielen te laten zetten in Frankrijk. Een nieuw geïsoleerd dak ligt er op met dakpannen, die op de originele pannen lijken. Ik heb zelf ook een paar elementen ontworpen, die aansloten bij de visie van Paardekooper. Zoals ruitprofielen in het metselwerk boven de nieuwe voordeur. Rondom zijn zinken goten en afvoeren geplaatst. Bovendien heb ik 4 gelaagde ruiten van de originele haldeuren weten te bewaren en deze in de nieuwe haldeuren teruggeplaatst. Qua indeling heb ik het hele gebouw een open karakter gegeven. Overal ervaar je nog steeds het authentieke ontwerp. Met name boven is de open nok een fraai gegeven met originele balken partijen. Ook is de smeedijzeren trapleuning intact gebleven. Bewust heb ik  voor het oude industriële draadglas gekozen”.

Al met al is het een gebouw gebleven en geworden waar Lisse trotst op kan zijn en dat de erepenning, die in 2016 door de VOL werd uiitgereikt, meer dan waard is.

Grachtweg 69 – CNB kantoor, nu Floralis

Het CNB kantoor is omgebouwd tot Floralis

 

Einde van veilinghallen CNB

De gebouwen van de CNB  zijn gesloopt. De geschiedenis worden besproken.

NIEUWSBLAD Jaargang 12 nummer 4, oktober 2013

Nieuwsflits

De slopers hebben meer en meer vat gekregen op de voormalige veilinghallen van CNB. Ter plekke zal een fors aantal woningen verrijzen. Wat niet gesloopt wordt is het midden gebouw op de Grachtweg, waarin het handelscentrum en de veilingzaal van het bedrijf waren gevestigd. Dit gebouw wordt gerenoveerd en zal vanaf ongeveer september 2014 de toekomst in gaan als Floralis. Een cultureel centrum plus een bioscoopzaal. CNB zelf marcheert inmiddels al een jaar of zes voort op een nieuwe locatie aan de Heereweg, naast de voormalige tuinbouwschool. In 1906 besloot het Hollandsch Bloembollenkweekers Genootschap (een kwekersgenootschap opgericht in 1895) zelf droge bloembollenveilingen te gaan organiseren. Oorspronkelijk huurde men daar ruimtes voor. Zo werd ruimte gehuurd in de Schoolstraat, o.a. in het gebouw van de Volksbond (nu De Gewoonste Zaak). Het bleek zo’n groot succes dat besloten werd een eigen gebouw neer te zetten. Van de fi rma Gerrit van Parijs & Zn werd een terrein -de zogenaamde Kapellewei- in eigendom verkregen. In 1925 verrees een veilingloods met kantoorruimte (met een front van 60 m.).
gaat HBG, met ups maar ook met downs met name in de crisisjaren en de oorlogsperiode, voor de wind. Een laatste bouwactiviteit die onder HBG-vlag werd uitgevoerd was de realisatie in 1976 van een modern Handelscentrum aan de Grachtweg in Lisse. Juist: straks Floralis. In 1976 fuseerde de HBG met veiling West-Friesland en werd de naam Coöperatieve Nederlandse Bloembollencentrale (CNB). De activiteiten van de CNB verschoven in de loop der jaren van veilen naar bemiddeling in de verkoop van bloembollen. In december 2005 draaide de veilingklok voor het laatst voor de verkoop van bollen. Het veilen vindt niet meer plaats, maar de bemiddeling in de verkoop van bloembollen wel. En CNB is daarin marktleider die de activiteiten voert vanuit het nieuwe gebouw aan de Heereweg. De oude vestiging werd verkocht aan de gemeente Lisse die in samenspraak met project ontwikkelaars het ene bouwplan na het andere er op los liet. Het duurde echter een aantal jaren voordat dit echt van de grond kon komen, waarbij het voormalige handelscentrum en de veilingzaal worden behouden. Vanaf nu kunnen we de verdere ontwikkelingen op het terrein waar een stuk (bollen)geschiedenis werd geschreven, op de voet volgen.

 

 

DE ENEVERENDE GESCHIEDENIS VAN CNB IN LISSE: VAN VEILEN TOT BEMIDDELEN

De hele geschiedenis vanaf 1918 van CNB, eerder HBG genaamd, wordt beschreven. Van Bovenkarspel via de Witte Zwaan in Lisse naar de gebouwen aan de Grachtweg.

door Arie in ’t Veld

Nieuwsblad Jaargang 5 nummer 2 april 2006

 

Dankzij de ‘loze beloftes’ der notarissen

De bloembollenveiling en bemiddelingsbureau CNB met vestigingen in Lisse en Bovenkarspel staat voor een nieuw hoofdstuk in zijn geschiedenis. De Coöperatieve Nederlandse Bloembollencentrale verlaat de Grachtweg en bouwt een nieuw pand aan de Heereweg. Op grond met een geschiedenis. Dat geldt in feite ook voor de grond die CNB aan de Grachtweg achterlaat.

Het begon allemaal op een koude februari-avond in 1918 toen secretaris Jan Buishand van de afdeling Andijk van de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur een brief op de post deed waarin aan zusterafdeling Bovenkarspel het voorstel werd gedaan om ”gezaamelijk ene of meerdere veilingen te houden”. Indirecte aanleidingen vormden de ”loze beloften der notarissen”. Die werden zo genoemd nadat in 1914 duidelijk was geworden, dat een prompte betaling van de kooppenningen niet gegarandeerd kon worden. Bovendien werd men in die overtuiging gesterkt door de misstanden die toen heersten in de groentehandel. De brief van Jan Buishand resulteerde op 16 januar 1919 in de officiële oprichting van Bloembollenveilingsvereniging West-Friesland door de KAVB-afdelingen Andijk, Bovenkarspel en Enkhuizen. In de zomer van 1919 werd de daad bij het woord gevoegd en vonden de eerste veilingen plaats. Omdat West-Friesland nog geen eigen gebouw had, werden de veilingen gehouden op de kolfbanen (een soort kegelen) van de diverse café ’s in Bovenkarspel, waarbij een speciale plaats werd ingenomen door restaurant ”Het Roode Hert”.

Het kantoorpand van de CNB toen nog HBG geheten, aan de Grachtweg in Lisse in 1932. Ruimte genoeg voor de aan- en afvoer van bollen en een fraai perkje met jonge boomaanplant voor de deur.

 

Eigen stijl
Het stekje, dat op die koude februari-avond door Jan Buishand werd geplant, bleek aan te slaan en de Westfriezen hadden hun veiling veilig. Een veiling met een eigen stijl, hetgeen onder meer tot uiting kwam in het feit, dat de leden het bestuur kozen. Het bestuur koos vervolgens een voorzitter die met de dagelijkse leiding van de coöperatie belast werd en derhalve een directiefunctie bekleedde. De algemene vergadering had dus over veel zaken het laatste woord en hoewel dat niet altijd en onder alle omstandigheden een voordeel zou blijken te zijn, democratisch was het wel. In 1925 kreeg West-Friesland de beschikking over een eigen veilingzaal die direct gelegen was achter restaurant ”Het Roode Hert”, alsmede een eerste aanvoerhal. Na de bouw van een tweede hal volgde in 1951 de oplevering van een nieuw kantoor. In 1963 maakte de nog steeds groeiende veilingaanvoer de bouw van weer een nieuwe hal noodzakelijk. Achter het bestaande complex verrees een enorme hal van 4400 vierkante meter die tevens onderdak zou bieden aan de jaarlijks terugkerende Westfriese Flora. Die is na de affaire met de uitbraak van legionella inmiddels omgedoopt tot Holland Flowers Festival en vindt nu plaats in het complex van The Greenery in Zwaagdijk.

HBG
Voor het HBG (Hollands Bloembollen Genootschap) in Lisse werd op 13 juni 1906 de basis gelegd toen in de bestuursvergadering van de afdeling Lisse van het Hollandsch Bloembollenkweekers Genootschap (een organisatie die in 1895 werd opgericht om de rechten van kwekers te behartigen) besloten werd niet langer gebruik te maken van de diensten van ”veilingdirecteuren van groene veilingen”, maar als kwekersvereniging zelf…. ”eene gelegenheid te scheppen, waarin de voor verkoop in voorraad zijnde bloembollen van de kweekers kunnen worden aangevoerd en door deskundigen in publieke veiling te koop gepresenteerd kunnen worden, zodat de prijswaarde van dat ogenblik wordt verkregen. Ook mogen de risico’s voor de kweekers voor eventuele wanbetaling bij verkoop door hen uit de hand, niet uit het oog verloren worden”… Op 8 augustus van datzelfde jaar werd op het terrein van het etablissement ”De Witte Zwaan” aan het Vierkant in Lisse in de open lucht de eerste droge bloembollenveiling gehouden onder directie van de heren Rotbard en Reydon. Later in dat seizoen volgden nog drie veilingen en dat beviel de initiatiefnemers kennelijk zo goed, dat op 2 augustus 1907 door het afdelingsbestuur een reglement werd behandeld en goedgekeurd ”regelende de door of vanwege de afdeling Lisse van het HBG te houden droge bloembollenveilingen”. In de jaren nadat het HBG de eerste veilingen organiseerde, ontstonden ook in andere dorpen in de Bollenstreek veilingkringen, zoals in Roelofarendsveen, Beverwijk, Hillegom, Sassenheim, Warmonderhek, Piet Gijzenbrug (Noordwijkerhout) en Wassenaar-Voorschoten. Dat gebeurde ook daar naar aanleiding van de ”loze beloften der notarissen”.

Gewoonste Zaak
Het ontbreken van financiële middelen om loodsen en eigen fust aan te schaffen – de methode van afrekenen met de klanten stond niet toe, dat er winst gemaakt werd of reserves gebouwd werden – deed de een na de andere veilingkring de das om. ”Lisse” had die ruimte wel in de vorm van het gebouw van de R.K. Volksbond aan de Schoolstraat (later het Trefpunt en thans De Gewoonste Zaak) en later een tweetal vaste gebouwen op het aanpalende terrein van de Christelijke Schoolvereniging aan de Schoolstraat en nu ‘De Akker’ geheten. Dat stelde de veiling in staat met succes het hoofd te bieden aan het in 1921 opgerichte Hollands Bloembollenhuis (Hobaho). Een particulier initiatief van de heren Homan, Bader en Hogewoning met tot doel het houden van leverbare veilingen van bloembollen in ”De Witte Zwaan”.

Coöperatie
In 1924 hadden omzet en aanvoer bij HBG zo’n aanzienlijke omvang aangenomen, dat men deze helemaal niet meer vond passen in het kader van de kwekerskringen. Besloten werd toen de activiteiten onder te brengen in een aparte coöperatieve vereniging, waarvan de oprichtingsakte op 27 november 1924 voor notaris A. van Pelt te Lisse werd verleden.Het werd de Coöperatieve Veilingvereeniging voor Bloembollenkweekers van het  “Hollands Bloembollenkweekersgenootschap”. Van de firma Gerrit van Parijs & Zn werd een terrein – de zogenaamde Kapellewei – in eigendom verkregen. Daar verrees in het jaar na de oprichting een veilingloods annex kantoorruimte met een frontbreedte van 60 meter. Dat de kwekers van toen -de eerste leden waren met name afkomstig van de Lisserdijk en de Rooversbroekpolder – het nog niet zo slecht gezien hadden, blijkt wel uit de omzetcijfers. Bedroeg de omzet bij de oprichting in 1924 het lieve sommetje van f. 625.000,-; in 1927 was de omzet reeds verdubbeld en werd besloten een tweede houten veilingloods te bouwen. Op 24 september 1929 werd zelfs de drie miljoen gulden gepasseerd. Reden genoeg om de vlag met dit magische getal erop geschreven in top te hijsen. Kort daarna stortte de wereldeconomie in en kwam een einde aan de stormachtige groei van de veiling. Niettemin slaagde HBG erin de recessie te overleven, want in 1937 werd op ingetogen wijze het 12,5 jarig bestaan gevierd. Die opleving bleek overigens van korte duur te zijn .In 1939 brak de Tweede Wereldoorlog uit en dat had onder meer tot gevolg, dat de veilinggebouwen gevorderd werden voor de inkwartiering van de paarden van het Nederlandse leger en later van de Duitse bezetter. In de daaropvolgende vijf jaar stond het veilen op een bijzonder laag pitje en beperkte het zich hoofdzakelijk groenten en allerlei andere artikelen De gezamenlijke omzet van de bij de Bond van Bloembollenveilingen aangesloten veilingen schommelde in die donkere jaren tussen de 1 en 3 miljoen gulden en ook in het eerste bevrijdingsjaar -1946- spreken de cijfers boekdelen: een gezamenlijke omzet van 4,8 miljoen gulden en er werd voor 24 miljoen gulden aan bloembollen doorgedraaid’!

Intrede der In-en verkoopbureaus
Met het herrijzen uit de puinhopen van de Tweede Wereldoorlog kroop ook het bedrijfsleven uit het diepe dal omhoog. Zo ook de HBG. En een nieuw fenomeen kreeg de kans zich te ontwikkelen. De in- en verkoop van bloembollen via bemiddelaars werd namelijk geïntroduceerd. Deze verkoopmethode houdt in, dat de bollen niet voor de veilingklok verschenen, maar los van het oogsttijdstip via tussenkomst van de veiling(vertegenwoordigers) rechtstreeks van de kweker aan de handelaar/exporteur werden verkocht. Daarmee werd ingespeeld op de wensen van kwekerij en handel die hun risico’s wensten te spreiden en niet langer afhankelijk wilden zijn van het veilingseizoen met al z’n prijsschommelingen. De overeenkomst werd in het vervolg vastgelegd op een koopbriefje en voor de verdere (financiële) afwikkeling werd zorggedragen door de veiling. Wat HBG betreft kwam het systeem in 1936 als een eenmanszaakje van de grond. In het Kerstnummer van het door HBG uitgegeven Kweekersblad van 22 december 1938 is een officiële aankondiging te vinden van de oprichting van een ”In- en Verkoopbureau voor de betere soorten”. Dat ging kennelijk niet helemaal van harte want het bestuur liet weten daarmee …”noodgedwongen gevolg te geven aan de aandrang van enigen aanvoerders die meenen dat den handel in nieuwigheden daarmee beter gediend zou zijn dan via den vrijen handel”. …
Het enthousiasme droop er dus niet bepaald vanaf, maar het bureau voorzag kennelijk toch in een behoefte want tien jaar later – in het seizoen 1948/49 -volgde er een grote reorganisatie en werd de basis gelegd voor de In- en Verkoopbureaus zoals die vandaag de dag functioneren. Wat het HBG (nu dus CNB) betreft kan worden gesteld dat op dit moment een aanzienlijk deel van de omzet door dit bureau wordt gegenereerd. En het is vooral aan dit verkoopkanaal te danken geweest, dat de veilingen zo’n belangrijke positie zijn gaan innemen als schakel tussen kwekerij en handel. De Lissese coöperatieve veiling HBG mocht zich althans in een constante groei verheugen, om in het jaar van de fusie een voorlopig hoogtepunt te behalen met een omzet van 140 miljoen gulden.
Een laatste bouwactiviteit die onder HBG-vlag werd uitgevoerd voordat de veiling in 1976 door de fusie met West-Friesland opging in de Coöperatieve Nederlandse Bloembollencentrale (CNB), was de realisatie in dat jaar van een modern Handelscentrum aan de Grachtweg in Lisse.

Heden
De start van de Coöperatieve Nederlandse Bloembollencentrale werd gevormd door een periode die duidelijk maakte, dat het coöperatieve karakter van beide fusiepartners wezenlijk verschilde. West-Friesland was een echte kwekersveiling met een sterke ledenbinding, HBG een veiling die meer het bemiddelend optreden tussen koper en verkoper voor ogen stond. Er waren talloze besprekingen nodig om op dezelfde lijn te komen, maar de doelstellingen die de fusiepartners voor ogen hadden, werden gehaald. In de jaren die volgden bereikte de omzet regelmatig nieuwe recordhoogten. Vandaag de dag zijn de cijfers minder rooskleurig, hetgeen mede is toe te schrijven aan de economische ontwikkelingen en het feit dat er op dit moment wereldwijd kennelijk minder aandacht is voor bloembollen en er ook minder voor wordt betaald. Desalniettemin is het omzetcijfer toch nog respectabel en heeft men er alle hoop op dat de markt weer zal aantrekken en de situatie verbetert. Om zelf het nodige aan die situatie te verbeteren hebben de bemiddelaars reorganisaties en kostenbesparingen ingang gezet. Een van de gevolgen daarvan is dat de veiling, de basisactiviteit waarmee het indertijd allemaal is begonnen, inmiddels is afgestoten. Er zullen geen bloembollen meer via de veilingklok worden geveild en daarmee is een uniek fenomeen (op de hele wereld waren er maar twee bloembollenveilingen) naar de geschiedenisboeken verwezen. Daarmee is echter nog geen einde gekomen aan de veranderingen. Nadat vorig jaar Hobaho het domein aan de Haven heeft verlaten en zich aan de overkant daarvan vestigde heeft ook CNB sinds kort voor het laatst bloembollen geveild en maakt zich op om te verkassen. Inmiddels is gestart me de nieuwbouw op het voormalige laboratoriumterrein. Na de ingebruikname daarvan breekt de tijd aan voor geheel nieuwe ontwikkelingen in het centrum van Lisse. De tijd zal leren in hoeverre men in staat is en de wil heeft om voor het nageslacht iets van de geschiedenis te bewaren.

 

De eerste HoBaHohal was een Duitse hangar

De eerste Hobahohal was oorspronkelijk een Duitse hangaar. Deze is in 1922 gebouwd. Hij was 4200 m groot, waarvan 500 m sloot. Het front is ontworpen door Leen Tol. In 1924 was het kantoor, een veilingzaal en een afmijnklok klaar.

door Arie in ’t Veld

Nieuwsblad Jaargang 3 nummer 3, juli 2004

De hallen van bloembollenbemiddelaar en bloembollenveiling Hobaho aan de Haven zijn weer ter sprake. Dat was zo bij de bouw van de eerste hal in 1922 en dat is thans zo, nu meer en meer het moment nadert dat die hal zal verdwijnen en er ruimte komt voor nieuwe ontwikkelingen. Hal 3 en 4 (de voormalige glazen hallen) hebben al plaatsgemaakt voor de nieuwbouw van Trias en hal 1 en 2 zullen waarschijnlijk binnen enkele jaren volgen.
Toen ongeveer een eeuw geleden in West-Friesland de eerste bloembollenveiling werd opgericht opereerden de heren Homan, Bader en Hogewoning als ‘groene veiling directie’. Zij veilden de te velde staande gewassen. Van het veilen van bloembollen (droge veilingen) was in de bollenstreek nog geen sprake. Het trio bracht daar verandering in, want zijn richtten de N.V. Hollandsch Bloembollenhuis op.

Succes van initiatief onderschat
De eerste veilingen vonden in 1921 plaats in ‘De Witte Zwaan’ aan het Vierkant. In die lange, hete zomer van 1921 hadden ze alle geluk van de wereld, want ze hadden de reactie op hun initiatief onderschat. De drie veilingdirecteuren dachten aan de ruimte van het etablissement voldoende te hebben, maar er werden zoveel bollen aangevoerd dat deze in de open lucht moesten worden opgeslagen.


500 vierkante meter sloot
De zaken werden vervolgens groot aangepakt. Op de Kapellewei aan de Haven lieten ze een hal van 4200 vierkante meter bouwen, waarvan 500 vierkante meter sloot, zodat de bollen per schip binnengevaren kon worden. Het gebouw (een voormalige hangar) werd in Duitsland op de kop getikt en per speciale trein naar Lisse gebracht.
Daar stond ‘ie dan. Een hal van 48 meter breed en 87 meter lang en een front dat werd ontworpen door de Lissese architect Leen Tol. Van heinde en verre kwam men het bouwsel bekijken en velen verbaasden zich in hoge mate. In 1924 was het bestaan van de veiling verzekerd. In de hal werd een kantoor en een veilingzaal met afmijntoestel (veilingklok) gebouwd. De “hangar” had zijn plaats in de bollenwereld en in Lisse ingenomen en heeft jarenlang zijn diensten bewezen. Ook voor de gehele Lissese gemeenschap, die de hal nu al mist.

Copyright © 2005 Vereniging Oud Lisse

Dec bollen konden per boot worden aan- en afgevoerd