Berichten

ERNST HEINRICH KRELAGE (1869-1956) en zijn betekenis voor Lisse

Maarten Timmer heeft een lezing op 20 februari 2018 voor de VOL gehouden over Ernst H. Krelage. Kelage was een vooraanstaand persoon in de bloembollenbranche rond 1900. Maarten Timmer schreef een dik boek over Ernst Krelage. een samenvatting staat in het Nieuwsblad 2019 nr 1. Als u op onderstaande link klikt , kunt u de hele lezing bekijken’.

Krelage oudlisse site

 

Maarten Timmer

Van jongs af aan is Maarten Timmer bekend met de bollenteelt. Na zijn studie werkte hij als onderzoeker bij het Laboratorium voor Bloembollenonderzoek. Sinds zijn pensionering is hij intensief bezig met historisch onderzoek naar de tuinbouw, in het bijzonder naar de bloembollenteelt. Daar publiceert hij ook over. Zo verscheen over Ernst Heinrich Krelage (1869-1956) een werk in 2 delen. Krelage was een bekende Haarlemmer en een van de grondleggers van de moderne bloembollensector in Nederland. Op 20-02-2018 hield Maarten Timmer bij de VOL een lezing getiteld ‘ERNST HEINRICH KRELAGE EN ZIJN BETEKENIS VOOR LISSE’. Er waren intensieve contacten met Lisse, dat zich eerst bescheiden presenteerde als ‘bij Haarlem’, maar zich later afficheerde als ‘Centre of the Bulb-district’. Timmer heeft zijn lezing speciaal voor Oud Lisse verwerkt tot een uitgebreid geïllustreerd verhaal. Dit bijzonder boeiende relaas is in zijn geheel te lezen op de website van Oud Lisse: oudlisse.nl. In dit Nieuwsblad enkele wederwaardigheden hieruit. Natuurlijk is het gehele verhaal ter inzage beschikbaar op de thuisbasis van Oud Lisse. Dus kom een keer op dinsdagochtend langs, lees het interessante verhaal van Maarten Timmer en kijk er eens rond. In de bibliotheek staan aan aantal fraaie publicaties. Ook bijzondere voorwerpen uit Lisse en uit de bollenteelt zijn er te zien.

 Coöperatieve bollenveiling 100 jaar

Deze maand wordt gevierd dat de coöperatieve bloembollenveiling (nu CNB) 100 jaar bestaat. De geschiedenis wordt weergegeven.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)                                     

2 januari 2019

door Nico Groen

Deze maand wordt gevierd dat de coöperatieve bloembollenveiling (nu CNB) 100 jaar bestaat. Ter gelegenheid hiervan wordt er op 8 en 9 januari 2019 een speciale bloemen-show en een expositie over het verleden in het hoofdkantoor van de CNB Lisse,  Heereweg 347 gehouden. De tentoonstelling is mede opgesteld door vrijwilligers van de Vereniging Oud Lisse.

 Veiling West-Friesland

Op 16 januari  1919 was de officiële oprichting van Bloembollenveilingsvereeniging West-Friesland door de KAVB-afdelingen Andijk, Bovenkarspel en Enkhuizen. De eerste bollen werden die zomer verkocht in de uitspanning  ‘Het Roode Hert’ in Bovenkarspel. De start van de coöperatieve bollenveiling was dus 100 jaar geleden. Omdat het een coöperatie was, hadden de leden het voor het zeggen en dat is nog steeds zo. Bij andere destijds gebruikelijke verkoopmethoden waren er nogal eens misstanden: vandaar de oprichting. Het ging zo goed dat men in 1925 een eigen veilingzaal met opslagruimte voor de bollen bouwde. In de loop der jaren werd er steeds meer uitgebreid voor de steeds maar toenemende aanvoer en voor bewaarruimten van de bollen.

HBG

De Coöperatieve veilingsvereeniging voor Bloembollenkweekers werd in 1924 opgericht door afdeling Lisse van het Hollandsch Bloembollenkweekersgenootschap (HBG). De HBG was in Haarlem opgericht in 1895 om de kwekersbelangen beter te kunnen behartigen. De veiling heette later ook gewoon HBG.

De coöperatie kocht van Gerrit van Parijs & Zn. een stuk grond aan de Grachtweg.  Daar werd in 1925 een veilingloods en veilingzaal met kantoorruimte gebouwd. De bollen konden worden aan- en afgevoerd over de weg of via het water van de Gracht.

Op deze plek woedde op 18 juni 1954 een grote brand, die het kantoor van de HBG in de as legde. Het kantoor was niet te redden en moest worden gesloopt. Onder architectuur van de bekende Lissesse architect Paardekooper werden in datzelfde jaar een nieuw kantoorgebouw en veilingzaal gerealiseerd.

fusie tussen Bovenkarspel en Lisse

In 1975 volgde de fusie tussen coöperatieve veilingen West-Friesland in Bovenkarspel en de HBG in Lisse. De naam van de fusiecoöperatie werd Coöperatie Nederlandse Bloembollencentrale (CNB).

Toen in 2006 de CNB verhuisde, besloot het gemeentebestuur de grond te kopen. Men vond dat het markante hoofdgebouw niet gesloopt mocht worden, maar een passende bestemming moest krijgen. Dit is dus uiteindelijk, na een zorgvuldige verbouwing, een theater met bioscoop geworden: FloraLis. Hierdoor blijft dit cultuurhistorische pand behouden. Het is nu een gemeentelijk monument.

Bovenstaande gegevens komen hoofdzakelijk uit een uitgebreid artikel van Arie in ’t Veld uit het Nieuwsblad van de VOL van april 2006.

Lees hier dit artikel.

 

Oude foto van de HBG

Deze maand wordt gevierd dat de coöperatieve bloembollenveiling (nu CNB) 100 jaar bestaat. De geschiedenis wordt weergegeven.

De Watervrienden bestaan 50 jaar

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

4 december 2018

door Nico Groen

In 1968 werd zwemvereniging ’De Watervrienden Lisse’ opgericht. Precies 50 jaar geleden dus. In september 1968 werd de eerste officiële ledenvergadering gehouden en het bestuur gekozen. Dat werden Jan Weerman als voorzitter en Ada van Kampen, Theo Reeuwijk, Jo van Hilten, Mara Dorrestijn, Jacques Dierix, Bram Dreef en Ron Dreef als overige bestuursleden. Het zwembad De Lis was bij de oprichting nog niet eens in gebruik. Dat opende pas in augustus 1969.

 Het gaat De Watervrienden voor de wind

Het belangrijkste doel van de vereniging is het behalen van zwemdiploma’s. Het ging goed met zwemvereniging De Watervrienden Lisse. In april 1971 waren er al bijna duizend leden. Er werden zwemwedstrijden gehouden. De vereniging organiseerde een waterfeest op het Comomeer. Ook werd er deelgenomen aan watersportevenementen op de Bosbaan in Amsterdam, de Zeemijl in Rockanje, een evenement in IJmuiden en een sportdag voor de jeugd in Haarlem. De zwemfeesten op het Comomeer werden een jaarlijkse traditie. Bijvoorbeeld in 1973 werd met behulp van de Heemsteedse Reddingsbrigade en de afdeling Lisse van de EHBO een groots zwemfeest op touw gezet met onder andere demonstraties waterskiën en zwemwedstrijden over 1.000 en 500 meter.

In de jaren zeventig werd acht keer achter elkaar het kampioenschap van het gewest Zuid-Holland veroverd. Van de 35 zwemnummers die moesten worden afgewerkt, werden die in 1979 21 keer door de Watervrienden gewonnen. Dat jaar werd de wedstrijdploeg onder leiding van trainer Theo van Diest in Tilburg voor de tweede maal Kampioen van Nederland.

Het jaar daarop werd de ploeg weer kampioen. De Watervrienden mochten toen de wisselbeker houden. Vele jaren werd door de wedstrijdzwemmers met 2 ploegen meegedaan aan de jaarlijkse Bondskampioenschappen. De zwemmers van de Watervrienden kwamen altijd met heel veel medailles thuis.

 Olympiër Hans Kroes

Hans Kroes is ongetwijfeld landelijk het bekendste lid van de Watervrienden geweest. Hij nam namelijk met de zwemploeg in 1988 deel aan de Olympische Spelen in Seoul. De jeugdige Lisser was eerst lid van De Watervrienden, maar trainde larer bij de kring van de Heemsteedse Polo Club onder leiding van Wim Geurtsen. Keihard trainde de zwemmer om naar Seoul te kunnen. Heel vaak lag hij ’s morgens om een uur of vijf al in de Lis. Twintig uur in de week. Dan was ook trainer Theo van Diest daar al druk bezig.

Boek ‘Lisse in de jaren tachtig’

Bovenstaande komt voor een deel uit het pas uitgekomen boek ‘Lisse in de jaren tachtig’ geschreven door Arie in ’t Veld. Dit boek is verkrijgbaar bij de plaatselijke boekhandel. Het is een vervolg op ‘Lisse in de jaren vijftig’, ‘Lisse in de jaren zestig’ en ‘Lisse in de jaren zeventig’. Deze uitgaven zijn voor deze column ook geraadpleegd. ‘Lisse in de jaren zeventig’ is ook nog verkrijgbaar.

 

De wedstrijdzwemmers zijn altijd heel succesvol geweest. Foto: Website Watervrienden Lisse

Het pand van de Coöp is een gemeentelijk monument

Het pand van de honderdjarige  COOP op de hoek van de Kanaalstraat en Kapelstraat is gebouwd in 1929. Het gebouw wordt beschreven.

Sporen van vroeger   (Lisser Nieuws)                                              

20 november 2018

door Nico Groen

In een vorige column van Sporen van Vroeger ging het over de oprichting op 27 september 1918 van de Coöperatieve Verbruiksvereniging “Onderling Belang door Steun verkregen”. Dit jaar dus 100 jaar geleden. Men begon in een klein winkeltje (waar nu Roobol zit) aan de Kapelstraat. Later werd dit uitgebreid  met een groot pand van 1200 m2  op de hoek van de Kapelstraat met de Kanaalstraat, waar nu opticien Bril Jan’t is gevestigd (Kapelstraat 2).

Dit laatste pand is gebouwd in 1929. De winkel met bovengelegen woonhuis is een gaaf voorbeeld van de architectuur uit die tijd. Architect C.W. Barnhoorn uit Lisse ontwierp dit pand in de stijl van de Amsterdamse School. Naast het winkelpand stond in de Kapelstraat oorspronkelijk de woning van de bedrijfsleider. Dit pand is in 1969 gesloopt. Daar wordt nu gebouwd om er bovenwoningen te realiseren.

Het hoekpand heeft een rechthoekige plattegrond en bestaat uit twee bouwlagen onder een samengesteld schilddak. Dat is een daktype dat wordt gevormd door twee driehoekige dakvlakken aan de korte kant en twee trapeziumvormige dakvlakken aan de lange kant van het gebouw. De muren van het noordelijk gedeelte (aan de Kanaalstraat) zijn iets hoger opgemetseld, waardoor de vensteropeningen in het hogere muurvlak op de 1e verdieping groter zijn. Het dak is hier ook hoger. Dat is ook de reden, dat het een samengesteld schilddak wordt genoemd. Het zijn eigenlijk twee daken.
De gevels zijn opgebouwd uit rode baksteen in kettingverband. De vensteropeningen op de begane grond worden omlijst door bakstenen pilaren voorzien van decoratief metselwerk. Deze zijn aan de bovenkant afgesloten door natuurstenen ornamenten. Een horizontale doorlopende, ronde latei boven de vensteropeningen verbindt het geheel met elkaar.

Er waren 3 winkels in het pand

Rechts in de kopgevel aan de Kanaalstraat is de toegang tot de bovenwoning (Kanaalstraat 56). In de afgeschuinde hoek bevindt zich de entree met een deuromlijsting van betonnen blokken. Vroeger was er aan de kant van de Kapelstraat een portiek met 2 haaks op elkaar staande deuren. Op de foto is het portiek te zien. Links was de deur naar conservenafdeling en rechts naar de kruidenierswinkel. Er waren  oorspronkelijk dus 3 winkels in het pand. Aan de kant van de Kanaalstraat verkocht men manufacturen. In 1959 is het portiek vervangen door een raam en werd het geheel één kruidenierszaak. De verkoop van manufacturen verhuisde toen naar Kapelstraat 6, waar nu Roobol zit. In 2006 stopte de Coöp met de verkoop van alles.

Nieuwe website van de VOL 

Bovenstaande gegevens komen voor een deel van de nieuwe website van de VOL: www:oudlisse.nl. Bij aanklikken van het hoofdstuk Monumenten  vindt u bij de gemeentelijke monumenten o.a uitleg over Kanaalstraat 56. Op de website staat bij het hoofdstuk Nieuws ook een uitnodiging voor een lezing voor vanavond, 20 november om 20.00 uur over archeologisch onderzoek in de Bollenstreek, met nadruk op Lisse.

Het pand uit 1929, daarachter het huis van de beheerder met daarachter het eerste winkeltje. Foto: OudLisse.nl

Winkelcoöperatie 100 jaar geleden opgericht

Sporen van vroeger  (Lisser Nieuws)                                                           

6 november  2018

door Nico Groen

Op 27 september 1918 werd officieel de Coöperatieve Verbruiksvereniging “Onderling Belang door Steun verkregen” opgericht. Dit jaar dus 100 jaar geleden. Het was net voor de afloop van de Eerste Wereldoorlog. Er was armoede, honger en weinig  beschikbaar voor de eerste levensbehoeften. Er werden die jaren heel veel coöperaties in het leven geroepen om gezamenlijke voordelen te behalen. Het was een katholieke coöperatie. Men begon in een klein winkeltje (waar nu Roobol staat) aan de Kapelstraat. Later werd dit uitgebreid tot totaal 1200 m2  met een groot pand op de hoek van de Kapelstraat met de Kanaalstraat, waar nu opticien Bril Jan’t is gevestigd. Dit gebouw is in 1929 gerealiseerd in de stijl van de Amsterdamse School. C.W. Barnhoorn was de architect. Het is nu een gemeentelijk monument.

Voor arbeidersgezinnen

Zo’n verbruikscoöperatie was vooral bedoeld voor arbeidersgezinnen. Voor een paar gulden konden katholieke arbeiders lid worden. Dat bedrag hoefde niet in één keer te worden betaald. Door in termijnen te betalen kon ieder arbeidersgezin lid worden. Omdat het een coöperatie was werd de winst als dividend uitbetaald. De winkel bewaarde alle bonnetjes. Aan het einde van het jaar kregen de leden over het totaal van de bonnetjes een paar procent dividend.

De grote bloeiperiode van de Coöp, zoals de coöperatieve vereniging genoemd werd, lag in de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw. In die tijd leefde het coöperatief denken nog volop en waren de zuilen ook nog volop aanwezig in het dagelijks leven. Zo was er aan de Heereweg ook een protestante verbruikerscoöperatie, die ‘Ons Belang’ heette.

De RK Coöp begon met een kruidenierswinkel. Al gauw werd dit uitgebreid met een  manufacturenhandel. Daarna kwam er een bakkerij, een steenkolenhandel en een meubelhandel bij. In de hoogtijdagen telde de Coöp (Onderling Belang) 1900 leden. Vrijwel alle katholieke arbeiders in Lisse waren lid.

In de jaren zestig hechtte men  meer aan individualisme en de verzuiling werd  minder. De winkels van Onderling Belang gingen onvoldoende met hun tijd mee. De gebouwen waren daar ook niet echt geschikt voor. Er waren steeds minder leden, ook door het overlijden van trouwe leden. De meubelzaak en de cooking-winkel hielden het het langst vol. In 2006 sloten de winkels echter hun deuren.

Subsidie van voorheen de Coöp

Daarmee was het echter niet afgelopen. Als steunfonds werd de ‘Stichting voorheen Coöp Onderling Belang’ opgericht. Dit werd gedaan om in de geest van de oprichters in 1918 voor de Lissese gemeenschap iets te betekenen. De netto huuropbrengsten komen in het steunfonds terecht. Dit geld is beschikbaar als subsidie voor doelen met algemeen belang voor Lisse, zoals bijvoorbeeld het Oranje-Comité en het Comité Open Monumentendag. De VOL kreeg voor het maken van het boek ‘Wandel en Fietsroutes langs bomen in Lisse’ ook subsidie. Dit boek is nog steeds verkrijgbaar bij de VOL.

 

Het voormalig pand van de Coöp is een gemeentelijk monument. Foto: BeeldbankLisse.nl

 

 

Het Patronaatsgebouw is 100 jaar oud

Het patronaatsgebouw is in 1918 gebouwd in opdracht van de St. Agathaparochie.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

31 juli 2018

 Nico Groen

Het patronaatsgebouw is in 1918 gebouwd in opdracht van de St. Agathaparochie. Precies 100 jaar geleden dus. Een goede gelegenheid om het gebouw en zijn voorgeschiedenis op Bondstraat 13 te beschrijven. Heden ten dage is dansschool ‘Welkom’ er gevestigd.

Ned. R.K. Volksbond

De afdeling Lisse van de Ned. R.K. Volksbond werd in 1901 opgericht. Het was een organisatie die tot doel had de leefomstandigheden van de katholieke arbeiders te verbeteren. In 1903 werd deze Bond gehuisvest in de noodkerk, die toen niet meer in gebruik was als kerk. Deze kerk stond op de plek waar nu het Franciscushuis staat. De noodkerk moest in 1909 plaats maken voor het Piusgesticht. De Bond moest dus verhuizen. De Agathaparochie had voor dat doel een stuk grond aangekocht van de weduwe J. Vreeburg. Daarheen werd de noodkerk verplaatst. Het verplaatsen van het gebouw werd opgedragen aan de aannemer van het Piusgesticht, de heer A. Beugelsdijk uit Lisse. Hij besloot om het gebouw niet te slopen en te herbouwen maar het bouwwerk te verrollen. Dat duurde maar liefst 4 weken, want het was een groot gebouw van 33 meter lang en 13 meter breed. Het bouwwerk had erg te lijden onder deze verhuizing. Er moest veel hersteld worden, maar de Bond hield haar onderkomen.

In 1918 werd de noodkerk al gesloopt en op deze plaats werd het huidige Patronaatsgebouw, de nieuwe thuishaven voor de Volksbond, gerealiseerd. Precies 100 jaar geleden dus.

Er werd rond die tijd ook een straat aangelegd van de Heereweg naar de pas gerealiseerde Schoolstraat. Die straat werd naar de gebruiker van het nieuwe gebouw vernoemd: de Bondstraat.

Gemeentelijk monument

Het Patronaatsgebouw met 2 verdiepingen en een plat dak werd ontworpen door C.W. Barnhoorn. Hij was toen nog student. In de top van de voorgevel zit een aangesmeerde gevelsteen met het woord ‘PATRONAAT’. Deze gevelsteen is omlijst met rode strengpersstenen. Strengpersstenen zijn harde geperste stenen. Ze zijn harder dan gewone bakstenen en hebben scherpe randen. Ze zijn erg strak, glad en weinig poreus. Daarom nemen deze stenen minder water op dan gewone bakstenen. Ook verwering en vuil krijgen niet veel kans.

De voorgevel heeft bij de dakrand siermetselwerk in een bloktandmotief. Op de top staat een stenen kruis. De zijgevels zijn in dezelfde stijl uitgevoerd.

Achter het pand staat een grote aanbouw van één verdieping met een pannendak.

Gemeentelijk bezit sinds 1973

Het Patronaat bleef tot april 1973 eigendom van de  parochie. Toen werd de gemeente voor 200.000 gulden eigenaar van het gebouw. In dat jaar vestigde dansschool Castelein zich in het Patronaatsgebouw. Ook Radio Boterbloem vond er jarenlang onderdak. Toen Castelein stopte, werd de dansschool overgenomen door Peter en Rachell van der Veek. Zij leiden dansschool ‘Welkom’ al weer ruim 20 jaar in dit gemeentelijk monument.

Een oude foto van het ‘Patronaat’. Foto: Beeldbank Lisse.nl

 

 

 

KONIJNEN- EN PLUIMVEESPORT VERENIGING 100 JAAR

De bloemenstreekshow in de HoBaHo hallen werd altijd druk bezocht. De geschiedenis wordt besproken.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

27 februari 2018

door Nico Groen 

Welke Lisser heeft in zijn jeugd of met zijn kinderen in de glazen hal van de HoBaHo niet naar konijnen, cavia’s, hoenders, duiven, siervogels en watervogels staan gapen. Later was deze Bloemenstreekshow in Hal 2, waar nu het nieuwe appartementengebouw ‘De Veilingmeester’ staat. Sinds Hal 2 niet meer mocht worden gebruikt, is de tentoonstelling naar Bloembollenbedrijf de Ree Holland BV  in Lisserbroek verhuisd.
Op 6 januari 1918 is de ‘Kleindieren Sportvereniging KPV Lisse’ opgericht. Dat is dus 100 jaar geleden. Een eerbiedwaardige leeftijd voor zo’n soort vereniging. Een mooi moment om de geschiedenis te beschrijven. Vanaf het begin was de heer F.W. Daudey voorzitter. Dat bleef hij heel lang, namelijk tot 1950. In het begin waren voornamelijk mensen lid, die in hun achtertuin enkele kippen of konijnen hielden voor de eieren en voor de slacht. De sierlijkheid en de kleur van de dieren kwam op de tweede plaats. Toch bleek er behoefte te zijn aan tentoonstellingen om de dieren met elkaar te kunnen vergelijken. Later werden kleur en uiterlijk belangrijker.Vanaf 1923 werd jaarlijks een tentoonstelling gehouden.
In de oorlog zijn de tentoonstellingen gewoon doorgegaan, behalve in 1945. In 1943 mocht vanwege het 25-jarig bestaan van de vereniging de nationale tentoonstelling in Lisse worden georganiseerd. Dit was de 21ste tentoonstelling. In het Haarlems Dagblad van 18 januari 1944 staat een uitgebreid verslag van deze geslaagde nationale tentoonstelling in de hallen van de HBG, de latere CNB. Met ruim 1600 inzendingen was het aantal inzendingen veel groter dan de jaren daarvoor. De meeste prijzen werden gewonnen door de voorzitter W.F. Daudey, toen woonachtig in Hillegom. Hij kreeg ook de wisselbeker voor het hoogst aantal punten van de hele tentoonstelling. Toen heette de vereniging ‘Konijnen- en Pluimveesport Vereniging (KPV) Lisse en omstreken.
De burgemeester van Lisse jhr. mr. F. van Rijckevorsel bracht hulde aan de vereniging en aan W.F. Daudey vanwege zijn 25-jarig jubileum als voorzitter. Vermeldenswaardig is dat de heer J.C. de Haan, gemeentesecretaris en oorlogsslachtoffer, beschermheer van de vereniging was. In de Engel is een straat naar hem vernoemd.
Van vóór 1945 is verder weinig bekend. Het archief is namelijk in de oorlog verloren geraakt. Dit komt volgens de site van de KPV doordat muizen het archief hebben opgevreten. Het was veilig voor de bezetter opgeborgen op een zolder aan de Achterweg.
Het 75-jarig jubileum in 1993 was groots opgezet in hotel de Nachtegaal met dank aan de directie. Het feest was onvergetelijk, evenals de problemen om een en ander financieel rond te krijgen. Voor de financiering van dit festijn zijn ongeveer 1200 bedrijven benaderd en werd een loterij georganiseerd.
Hans Dol was van 1950 tot 1975 voorzitter. Zijn hobby was het houden van kippen en hoenders. Onder zijn leiding is het een echte hoendervereniging geworden.  Hans Dol was postbode in Lisse en had daardoor met veel mensen contact. Mede hierdoor werd hij ook wel de kippendokter van Lisse genoemd. In 1975 is het voorzitterschap overgenomen door Jan van Leeuwen uit Sassenheim. In 1988 is Leen Hogervorst voorzitter geworden en in 2004 heeft Co Korsuize het stokje van hem overgenomen. In die 100 jaar heeft de vereniging dus maar 5 voorzitters gehad.

Bij de jubileumtentoonstelling is vorige week, 22 en 23 februari, groots uitgepakt bij Tuincentrum TuineXtra in Noordwijk.

De laatste Bollenstreekshow was in 2012, daarna heette de tentoonstelling de Clubshow. Foto: KPV

 

LISSE , HET GROENSTE DORP VAN NEDERLAND

De historische organisaties hadden er een groot aandeel in. De jury vond dat de monumentale gebouwen en het groen er om heen er goed verzorgd uit zagen.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

7 november 2017

door Nico Groen 

Lisse deed mee met de Nationale Groen Competitie 2017, Entente Florale. De jaarlijkse wedstrijd waarbij de groenste stad en het groenste dorp worden uitgekozen. Bij de kleine gemeentes won Lisse, maar ons dorp eindigde bijna gelijk met nummer twee. Niet alleen het aanwezige groen is beoordeeld, ook het gemeentelijk beleid en de invloed van organisaties en burgers waren van belang. Volgens de jury was de enthousiaste participatie van organisaties en burgers in Lisse van doorslaggevende betekenis bij de uiteindelijke uitslag.

Zeven historische organisaties
Naast de logische groene organisaties werden ook een zevental historische organisaties in Lisse door de jury geroemd om hun enthousiaste en relevante inbreng. De fietstocht die de jury bij de beoordeling van het Lisser groen maakte, startte bij Dever met de Tuin Der Zinnen. Ook het overige goed onderhouden groen rondom de donjon, zoals de oprijlaan, gaf het geheel een historische uitstraling. Binnen de donjon werd aan de jury onder andere uitleg over de ontstaansgeschiedenis van de bollenteelt gegeven.

Onderweg werd onder andere de Zemelpoldermolen door de jury aangedaan. De molen is na de brand in 1999 herbouwd na acties van onder andere de Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”. Zij zorgde er ook voor dat het een gemeentelijk monument werd. De vereniging was betrokken bij de ontwikkeling van het nieuwe Beleidsplan Bomen van de Gemeente Lisse in 2016, eveneens  is zij vertegenwoordigd in de bomenadviesgroep om waardevolle bomen zoveel mogelijk binnen de gemeente te beschermen.
In de gemeentelijke brochure, aangeboden aan de jury van de Groencompetitie, staat dat gemeente Lisse zich in wil zetten voor herstel van regionale groene, ecologische verbindingen met onder andere beukenhagen. Uitbreiding en behoud van bestaande beukenhagen vinden regionale organisaties als de Agrarische Natuur- en Landschapsvereniging Geestgrond (ANLVG) en het Cultuurhistorisch Genootschap Duin- en Bollenstreek (Het CHG is het regionale platform voor alle historische organisaties in de Duin- en Bollenstreek) heel belangrijk. De  vele oorspronkelijke beukenhagen tussen de bollenvelden zijn namelijk grotendeels verdwenen.
In de brochure worden ook de wandel- en fietsroutes langs monumenten, bomen en bruggen geroemd. Van deze routes zijn door de VOL 3 boeken in full couleur gemaakt. Deze boeken zijn nog steeds verkrijgbaar tijdens de inloop op dinsdagmorgen in de Vergulde Zwaan aan de 1e Havendwarsstraat. In de brochure wordt ook de Lissese Monumentencommissie genoemd.

De lunch was in Museum de Zwarte Tulp, waar men de historie van de Bollenstreek kan bekijken. Na een bezoek aan de cultuurhistorisch belangrijke begraafplaats Duinhof beëindigde  men de fietstocht op landgoed Keukenhof met zijn vele rijksmonumenten en zijn historisch belangrijke park.
Al met al hebben de historische organisaties een belangrijk aandeel gehad in het behalen van de eerste plaats in deze Groencompetitie. De jury vond dat de monumentale gebouwen en het groen er om heen er goed verzorgd uit zagen.

Een oude beukenhaag met de skyline van Lisse Foto uit het boek Wandel- en fietsroutes langs bomen in Lisse

DE LISSESCHE IJSCLUB BESTAAT 125 JAAR

In 1891 werd de ijsclub opgericht op initiatief van dokter A.C. Ewijk. Het wel en wee na die tijd komt aan de orde.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

28 juni 2016

door Nico Groen

Tot 1895 was hij ook de eerste voorzitter. Toen werd hij opgevolgd door G. Blokhuis. Sinds die tijd is het een club met veel actieve leden. Het onderhoud van banen en clubgebouwen wordt allemaal door deze leden uitgevoerd. Op dit moment zijn er 2200 leden met Eric Wagner als voorzitter. In 1926 kreeg de ijsclub een officiële naam, namelijk Lissesche IJsclub.
Bij de oprichting was het doel van de vereniging uiteraard het maken en onderhouden van ijsbanen. Belangrijker was eigenlijk nog het inzetten van daggelders, waar in de winter geen werk voor was. Gelukkig vroor het dat eerste jaar al dat het kraakte. Door de tien aangestelde daggelders werden dat jaar ijsbanen aangelegd op de Gracht, de Ringvaart, de Rijnsloot en het Mallegat. Er waren dat jaar veel sneeuwstormen, hetgeen veel werk met zich mee bracht.
In 1922 werd op de vijver van Keukenhof een hardrijderij gehouden ten behoeve van behoeftige ingezetenen van Lisse. Dat gebruik van de vijver in Keukenhof ging niet zonder problemen. De graaf J.E.C van Lynden had namelijk als voorwaarde gesteld, dat alleen leden gebruik van de vijver mochten maken. Dit viel niet in goede aarde bij andere mensen, die geen lid waren. Omdat er op de vijver zand werd gestrooid, moest deze ijsbaan worden bewaakt.
In de beginjaren werden er, net als in 1891, op een aantal sloten en plassen ijsbanen gemaakt. Het nadeel was, dat het lang kon duren voordat het ijs dik genoeg was om een baan te maken. Daarom kreeg de ijsclub in 1929 een heuse ijsbaan en wel aan de Grachtweg. Omdat er weinig vorst was, werd deze ijsbaan pas voor het eerst in 1932 gebruikt. In 1948 moest men daar weg. De ijsclub kreeg toen de beschikking over een ijsbaan aan de Oranjelaan. Deze ijsbaan moest men in 1970 weer verlaten, omdat er daar toen nieuwbouw voor het Fioretticollege was gepland. De nieuwe ijsbaan kwam bij de Frans Halsstraat te liggen, juist aan de andere kant van de slaperdijk ten hoogte van de Rembrandtschool. De uitbreiding van de Poelpolder stond echter niet stil. Na de sloop van de slaperdijk werd op de plaats van de ijsbaan een nieuwe school gepland, nl de Waterval. De ijsclub moest dus weer verhuizen.
In 1987 werd een nieuwe ijsbaan met een clubgebouw gerealiseerd aan de Randmeerstraat. Daar zit men nog steeds.
De vereniging is financieel gezond. Dit komt voornamelijk door de hoge mate van zelfwerkzaamheid van voornamelijk 13 bestuursleden. Het onderhoud van ijsbaan en clubgebouw wordt zelf gedaan. Recent heeft men nog in eigen beheer een tweede opslag voor materiaal gemaakt. Vorig jaar werden 10 nieuwe lichtmasten met kabels gerealiseerd. Door alles zelf te plaatsen en aan te sluiten bleef ook dit project betaalbaar. Al met al een levendige vereniging met naast het schaatsen veel activiteiten, zoals bijvoorbeeld het steken van een corsowagen.
Bovenstaande is ontleend aan een uitgebreid artikel uit het laatst uitgekomen Nieuwsblad, het kwartaalblad van de Vereniging Oud Lisse. Dit artikel is geschreven door Arie in ’t Veld ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan van de IJsclub.
Alle leden van de Vereniging Oud Lisse krijgen dit blad gratis. Dit blad is ook te koop zolang de voorraad strekt tijdens de wekelijke inloop op dinsdagmorgen.

Het Nieuwsblad van het tweede kwartaal 2016

HEEMTUIN 25 JAAR IN HUIDIGE VORM

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)                                    30 juni 2015

door Nico Groen

Heemtuin Lisse in zijn huidige vorm bestaat dit jaar 25 jaar. Een goede reden om stil te staan bij de geschiedenis van het stukje grond.
De Heemtuin Lisse ligt op een historische plek. Aan de zuidkant is de Zemelpoldermolen te vinden, waar het ‘Ommetje van de Poelpolder’ begint. Aan de oostkant ligt de heemtuin  tegen de Rijn- of Ringsloot van de Poelpolder aan. Aan de zijde van de ingang van de heemtuin ligt het laatste stukje weiland binnen de bebouwde kom van Lisse.
Oorspronkelijk hoorde de grond waar de heemtuin is aangelegd bij de monumentale boerderij Zwanendrift uit 1872 aan de Laan van Rijckevorsel. De grond bestaat uit veen en in de winter kon het behoorlijk nat zijn.  Er hebben vanaf ongeveer 1950  tot 1965 een paar woonboten in de Ringvaart gelegen. Toen werd het een ruig, niet onderhouden stuk grond.

Op 8 februari 1971 vroeg het bestuur van de KMTP afd. Lisse e.o., nu Groei&Bloei afd. Bollenstreek geheten, de gemeente Lisse een stuk grond beschikbaar te stellen voor de aanleg van een heemtuin. Onder diverse bepalingen werd de grond achter de molen beschikbaar gesteld. Bijna een jaar later (begin 1972) ging de eerste spa de grond in en werd gestart met de aanleg van de heemtuin. Een vijver en plekken met diverse grondsoorten en hoogteverschillen werden gerealiseerd.

Via, via kwam men aan zaden en planten. In de heemtuin werden vervolgens weer planten gekweekt en zaden gewonnen. Zo ontstond de zaadkwekerij. De heer en mevrouw Koning hebben hiervan het leeuwendeel voor hun rekening genomen. Tegen de tijd dat de zaden rijp en geoogst waren was er niet veel vloerruimte in huize Koning over.
Helaas was er veel ongewenst bezoek met vernielingen, vuilstort en een crossbaan tot gevolg.
Subsidie voor een noodzakelijk afsluithek was er in die tijd niet. Het enthousiasme daalde tot het nulpunt. Alleen het hoognodige onderhoud, zoals paden open knippen werd nog af en toe uitgevoerd.
Zo beleefde de heemtuin een geschiedenis van ups en downs, maar die eerste spaden in de
grond van 40 jaar geleden waren wel de basis voor de huidige heemtuin.

In 1990 trok Marianne Stelder-Houben de stoute schoenen aan en ging na overleg met de KMTP afd. Lisse e.o. en de gemeente Lisse aan de slag om de heemtuin nieuw leven in te blazen. De gemeente en de KMTP stelden financiële middelen beschikbaar voor o.a. het opschonen van het terrein, afvoer van afval en een hekwerk om het terrein ter bescherming.

Vanaf datzelfde jaar heeft Marianne Stelder met een aantal gemotiveerde vrijwilligers de heemtuin ontwikkeld tot de heemtuin zoals deze nu is met vele wilde planten en een infohuisje. Ook enkele imkers hebben er een plek gevonden. Een heemtuin moet zeker niet alleen een hobby zijn van enkele mensen maar veel meer een tuin voor educatieve doeleinden. Speerpunt van de heemtuin is anderen, zoals de jeugd, kennis te laten maken met de natuur. Dat is de vrijwilligers uitstekend gelukt.
Zaterdagmiddag  4 juli wordt het vijfentwintig jarig bestaan gevierd in de heemtuin met allerlei activiteiten.

Een doorkijkje vanuit de heemtuin naar de molen: Foto Nico Groen