Berichten

Hockeyclub Hisalis 50 jaar

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                           

11 oktober 2022

 door Nico Groen                       

HC Hisalis is een bloeiende hockeysportvereniging met vijftig jaar clubgeschiedenis. De vereniging richt zich vooral op inwoners uit Hillegom, Lisse, Lisserbroek, Sassenheim, Voorhout en De Zilk. Hisalis heeft op dit moment ruim 700 leden en veel vrijwilligers. Het motto is ‘samen met elkaar, voor elkaar’.

Op 24 mei 1972, vijftig jaar geleden, vond de oprichtingsvergadering plaats, waarbij 30 personen aanwezig waren. De toen pas 16-jarige Paul van Kerkum was vanaf het begin actief en hem komt de eer toe de naam HISALIS te hebben bedacht. De hockeyvereniging was bestemd voor met name enthousiaste hockeyers woonachtig in HIllegon, SAssenheim en LISse. Er werd besloten dat het clubshirt de rode kleur moest hebben. Daar bijna alle andere hockeyverenigingen een zwarte of donkerblauwe rok of broek hadden en wit veel te besmettelijk was, werd gekozen voor een bruine kleur rok en broek, waarbij de rode polo (naar een rode tulp) en bruine broek (de aarde) als symbool voor de Bollenstreek staan.

Locatie

Vanaf het begin heeft HC Hisalis zijn wedstrijden gespeeld aan de Ter Spekkelaan. Als clubhuis mocht gebruik worden gemaakt van de kantine van Sportclub Lisse. Toen deze voetbalvereniging eind 70-er jaren werd samengevoegd met Lisser Boys tot FC Lisse werden zowel HC Hisalis als Flags, de honkbal en softbalvereniging, de vaste gebruikers van het oude clubhuis van Sportclub Lisse. Nadat Flags een eigen onderdak had gekregen vlak bij haar eigen wedstrijdterrein, werd onder de bezielende leiding van de Veteranen B in het begin van de 80-er jaren, het oude Sportclub Lisse clubhuis gerenoveerd en vergroot. De vereniging groeide gestaag en in 1987 werd het kunstgrasveld aangelegd.

De crisisjaren
In de negentiger jaren verzeilde HC Hisalis in een serieuze crisis. Het ledental daalde van 250 tot onder de 200 leden. Het clubhuis stond op instorten en er was door de vele lekkages gevaar voor kortsluiting. De bereidwilligheid van de leden om iets te doen voor de vereniging was tot een absoluut minimum gedaald en er was jaarlijks een flink structureel negatief financieel resultaat.

In 1998 kwam de ommekeer door onder andere een geranium- en een amaryllisverkoopactie te houden. Behalve de broodnodige financiën brachten deze acties ook weer de bereidheid van verschillende leden en hun ouders op om iets voor de vereniging te gaan doen.

Zo vormden enkele ouders samen een professionele sponsorcommissie. Voorzitter Adri de Roon wist te bereiken dat de gemeente een welwillend oor had voor de wens van de vereniging voor de bouw van een nieuw clubhuis. Dit werd in 2001 gerealiseerd.   Ondertussen groeide het aantal leden onstuimig. Daarom werden in 2006/2007 een nieuw kunstgrasveld en aan hewt clubhuis een aanbouw van 200 m2 met twee verdiepingen gerealiseerd.

Sportief gezien gaat het de vereniging ook voor de wind met professionele teams, veel jeugd, hockey-clinics aan lagere en middelbare scholen en een afdeling, waarbij mensen met een verstandelijke beperking op hun niveau kunnen hockeyen met deelgenoten. Voor meer  over de historie van Hisalis kan men terecht op de website van de vereniging.

Foto: Het rode shirt moet een tulp voorstellen.
Foto: website Hisalis.nl

Foto: Het rode shirt moet een tulp voorstellen.

Foto: website Hisalis.nl

Foto: Het rode shirt moet een tulp voorstellen.

Foto: website Hisalis.nl

 

Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”

Info@oudlisse.nl

 

Harddraverijvereniging 150 jaar

Sporen van vroeger (LisserNieuws

27 september 2022

door Nico Groen

De kortebaan wordt algemeen beschouwd als de bakermat van de drafsport in Nederland. Het begon al eeuwen geleden met onderlinge wedstrijden en weddenschappen van boeren en andere paardenbezitters. In het begin werd paard tegen paard gereden. Naarmate er meer deelnemers kwamen, werd het een afvalrace zoals we die nu ook nog kennen. In Lisse werd in 1872 voor het eerst gedraafd.

In het nieuwste Nieuwsblad van de Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse” staat een verhaal van Tom Rooijakkers over 150 jaar HDV. Tom was voorzitter van 2011 tot en met 2021. In deze ‘Sporen van vroeger’ nemen we een klein gedeelte over van het uitgebreide artikel. Het Nieuwsblad is gratis voor leden van de VOL. Niet-leden betalen 5 euro.

De eerste race was in 1872

Op 9 oktober 1872 kwamen in de “Witte Zwaan” aan ’t Vierkant deelnemers en notabelen bij elkaar om daarna met elkaar de eerste kortebaandraverij te beleven. Een kortebaan op de Heereweg ongeveer op de plek waar deze ook heden ten dage wordt verreden. De belangstelling beperkte zich niet alleen tot dit gezelschap. Jong en oud, arm en rijk begaven zich naar de baan om het evenement te aanschouwen. De draverij begon met de startzin ‘Klaarmaken op uw plaatsen, een, twee, drie af..’. Een startzin die staat als een huis en nog steeds is te horen. Vertier was in die tijd nog vrij zeldzaam. Het leven bestond uit werken en nog eens werken om te overleven, de kerk en de zorg voor het gezin. Vrije tijd was zeer schaars. Het evenement was mede daarom zeer succesvol. Al eind negentiende eeuw werd gesproken over het versterken van het draverij-evenement door gelijktijdig ook de kermis en een ringrijderij te organiseren. De draverij, hoe succesvol ook, werd nog niet jaarlijks verreden. Dat kwam pas na de officiële oprichting van de vereniging in 1902.

Bij Vreeburg van 1902 tot 1975

Over de Heereweg reed een tram. De draverij werd dan ook als zeer hinderlijk ervaren door de Noord-Zuid Hollandsche Stoomtramweg Maatschappij. In 1902 werd een alternatief gevonden, een particulier terrein. Datt was het terrein van de gebroeders Vreeburg. Het gebied waar nu o.a. Dirk is gevestigd en de achtergelegen woonwijk. In 1924 ging ook de kermis naar het Vreeburg-terrein en zo ontstond één grote feestlocatie.

Het comité, dat ooit het initiatief had genomen om de draverij te organiseren, besloot om er een vereniging van te maken. Op 7 augustus 1902 was de “Harddraverijvereniging Lisse & Omstreken” een feit. Vanaf dat moment was de draverij een jaarlijks terugkerend festijn en kon men ook lid worden. Alles ging toen nog heel simpel. Letterlijk stond de financiële verslaglegging achter op een sigarenkistje.

In 1975 verhuisde de kermis naar het centrum en  kwam ook de draverij terug op de Heereweg op de plek waar het ook nu nog wordt georganiseerd. Eindelijk op verharding!

Foto: een poster uit 1913 van de Harddraverijvereniging Lisse & Omstreken

F

Heemtuin Lisse 50 jaar

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                                                       

5 juli 2022

door Nico Groen

“Vanaf 15 januari 1972 zal een begin gemaakt worden met de werkzaamheden aan de heemtuin. Iedereen is vanaf deze datum van harte welkom op het perceel achter de molen aan de Eerste Poellaan. We werken voorlopig iedere zaterdagmiddag vanaf 14.00 uur”. 50 Jaar geleden startten de werkzaamheden dus in Heemtuin Lisse.

Op 8 februari 1971 vroeg het bestuur van de KMTP/Groei&Bloei afd. Lisse e.o. de gemeente Lisse een stuk grond beschikbaar te stellen voor de aanleg van een heemtuin. Een stuk grond nabij de zemelpoldermolen werd onder diverse bepalingen beschikbaar gesteld. De Heemtuin Lisse ligt op een bijzondere historische plek. De Rijnsloot naast de heemtuin en de daarachter liggende dijk zijn aangelegd voor het droogmaken van de Poelpolder in 1622. De bovenlaag van de heemtuin bestond van oorsprong uit een paar meter veen met daaronder zand. Vóór de aanleg van het Heempad, dat langs de heemtuin loopt,  hoorde de grond bij boerderij Zwanendrift. Aan de rand van de heemtuin bij de Rijnsloot zijn oude kloostermoppen gevonden, die kunnen duiden op het vroegere bestaan van een oude burcht aldaar. Rob Pex heeft bij de Zemelpoldermolen scherven van Middeleeuws aardewerk gevonden (o.a. een randfragment van een kogelpot). Ook ligt er op zolder op Dever in één van de vitrines aan complete kan uit omstreeks 1300 die is gevonden bij de Rijnsloot nabij de 1ste Poellaan. Het is dus al een oud cultuurhistorisch gebied.

In 1972 gaat de eerste spa de grond in en wordt gestart met de aanleg van de heemtuin. Men ging heel enthousiast aan de slag om allerlei biotopen te creëren door diverse grondsoorten en hoogteverschillenen aan te brengen. Zo werd er bijvoorbeeld lössgrond uit Limburg gehaald. Ook werd er een vijver gerealiseerd. Deze aanleg is nog steeds de basis voor de huidige heemtuin.

Vrij snel kwam de klad in de heemtuin. Veel planten en andere dingen werden door de jeugd vernield. Er was zelfs een crossbaantje ontstaan en er werd veel vuilnis gestort. De animo bij de vrijwilligers verdween daardoor en er bleven er steeds minder over.

Een nieuwe start in 1990

Dat bleef zo doormodderen tot Marianne Stelder de regie overnam. In 1990 trok zij de stoute laarzen aan en ging na overleg met Groei&Bloei en de gemeente Lisse aan de slag om de heemtuin nieuw leven in te blazen. De gemeente stelde financiële middelen beschikbaar voor het opschonen van het terrein, afvoer van rommel en het uitvoeren van diverse grondwerkzaamheden. Ook werd een hekwerk ter bescherming om de heemtuin geplaatst. Daarnaast stelde Groei&Bloei jaarlijks financiële middelen beschikbaar voor het onderhoud van de heemtuin. Vanaf 1990 heeft Marianne Stelder met een aantal gemotiveerde vrijwilligers de heemtuin ontwikkeld tot de heemtuin zoals deze nu is. Ook enkele imkers hebben voor het houden van bijen op de heemtuin een plek gevonden. Speerpunt van de heemtuin is nu anderen kennis te laten maken met de natuur. Er zijn van april tot november open zondagen voor jong en oud. Na een moeizame start is de heemtuin uiteindelijk uitgegroeid tot een mooie gevarieerde tuin, waarin verschillende soorten wilde planten en dieren aanwezig zijn.

De Heemtuin Lisse met nieuw infohuisje met zonnepanelen
Foto: Nico Groen

Foto:  De Heemtuin Lisse met nieuw infohuisje met zonnepanelen

 

Foto: Nico Groen

Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”

Corso al 75 jaar springlevend

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                           

24 mei 2022

Door Nico Groen

 Het jaar 1947 kan gezien worden als het begin van het corso voor de Bloembollenstreek. Daarvoor had ieder dorp wel een soort corso, wat we nu een kindercorso zouden noemen. Grotere wagens deden toen nog niet mee. Maar in 1947 ontwierp Willem Warmenhoven, een bollenteler uit Hillegom, een heuse praalwagen. Deze wagen werd gerealiseerd.

Warmenhoven maakte eerst een tekening, die een walvis moest voorstellen. Hij maakte dit aan de hand van een krantenfoto van een walvis. Dit krantenartikel ging over de rentree van de  walvisvangst, die na de oorlog weer begonnen was door het fabrieksschip De Willem Barendsz. Hij legde het ontwerp voor aan de Hillegomse Harddraverijvereniging. Dat viel in goede aarde. De wagen met de walvis mocht meerijden in de optocht met Koninginnedag.

Één praalwagen in 1946

Onder leiding van Warmenhoven werd aan deze praalwagen gewerkt. Dat viel nog niet mee, want er was natuurlijk geen enkele ervaring. De Hillegomse timmerman Arie Graper bouwde het houten geraamte op een met hout verlengde vrachtwagen. Op dit geraamte werd betondraad aangebracht en daar ging weer gaas overheen. Vervolgens gingen plakken mos van 40 bij 50 cm over het gaas. Toen was de weggewerkte vrachtauto klaar om de hyacintentrossen vast te zetten. Dat was nog niet zo eenvoudig, want naalden waren er nog niet. Smid Sam Korbee  nam dun ijzerdraad en knipte deze in stukjes van zo’n 20 cm. Toen kon het steken beginnen met voornamelijk tinten blauw. In de bek hing een soort tralienetwerk van geregen witte losse hyacintenbloemetjes.

Het publiek tijdens de optocht was dolenthousiast, evenals de organisatie. Deze besloot om met de walvis door te rijden naar Amsterdam, waar het ook een groot succes was. Alleen voor de chauffeur was het minder leuk. Hij had bijna geen uitzicht en was voortdurend bang een aanrijding te veroorzaken.

“Door schade en schande word je wijs”

De burgemeesters van Hillegom, Lisse en Sassenheim besloten op aandringen van Willem Warmenhoven om er een streekgebeuren van te maken en dat gebeurde in 1948. De deelnemers moesten het allemaal zelf uitzoeken en hun fantasie gebruiken. Niemand had ervaring. Deelname was mogelijk voor alle soorten motorrijtuigen. Ze moesten wel versierd worden. In diverse bollenschuren en loodsen werd de opbouw voor auto’s en vrachtwagens in elkaar geflanst. Het corso van ongeveer 2 km startte op de Pastoorslaan in Hillegom. De 4 kraanwagens hadden een drukke dag, want er waren nogal wat uitvallers door motorpech, constructiefouten, te brede wagens en onwel geworden chauffeurs, die in een veel te krappe behuizing reden. Er viel dus nog veel te leren, maar de organisatie ging vol goede moed verder: “door schade en schande word je wijs”. In 1949 reed de stoet van het sportpark in Lisse naar Hillegom, vervolgens naar Sassenheim en weer terug naar het sportpark.

In 1951 werd Jos van Driel aangenomen als ontwerper van de praalwagens. Dat was een hele verbetering met een thema per jaar. Dat hield hij vol tot en met 1980. Zijn zoon Kees, die al een paar jaar zijn vader hielp met ontwerpen, nam toen officieel het stokje over.

Bovenstaande informatie is ontleend aan het boek ‘Corso Bollenstreek’ uit 1986 van Herman van Amsterdam.

Foto:  Een gedeelte van de walvis uit 1946
Foto: uit het boek ‘Corso Bollenstreek’ uit 1986

Opening van de Kwakel bij Dever

Jaargang 19 nummer 2, 2020

Nieuwsflitsen

Het wandelroutenetwerk in Lisse is uitgebreid met een route vanaf de Zemelpoldermolen naar de hoek Achterweg/Prof. Van Slogterenweg. Door de aangelegde Kwakelbrug die vanaf de Vennestraat toegang geeft tot het
terrein van ’t Huys Dever, kan men nu de route vervolgen via de oprijlaan van Dever naar de Prof. Van Slogterenweg via het fietspad van de Heereweg. Ter info, ons VOL-lid Nico Groen, die ook actief is in het wandelnetwerk Bollenstreek, was de initiator van de bouw van deze Kwakelbrug! De Kwakelbrug werd op woensdag 24 juni officieel geopend door wethouder Kees van der Zwet en Ignus Maes, voorzitter Vrienden van ’t Huys Dever. Van der Zwet sprak zijn waardering uit voor de vrijwilligers van het wandelnetwerk Bollenstreek en ’t Huys Dever. Ze dragen bij aan de toegankelijkheid van het erfgoed in de Bollenstreek en in Lisse. Door de Kwakel brug wordt ’t Huys Dever opgenomen in het wandelnetwerk Bollenstreek en ontstaat er een nieuw ommetje voor de inwoners van Lisse. Dit project is tot stand gekomen met bijdragen van de provincie ZuidHolland, de regio Holland Rijnland en de gemeente Lisse. Langs de route is op het terrein van Dever een mooi infobord gerealiseerd over de geschiedenis van ’t Huys Dever en het wandelroutenetwerk Bollenstreek waar Ignus Maes een korte toelichting op gaf.

bruggetjes werden dus kwakels genoemd. Deze bij Dever is wel stevig!!!

Het woord Kwakel is verwant met wankel in de zin van onvast. Wiebelige

HOBAHO 100 jaar

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                                             

11 mei 2021

door Nico Groen

Dit voorjaar is het 100 jaar geleden dat de N.V. Hollands Bloembollenhuis, later HOBAHO genoemd, werd opgericht door de heren HOman, BAder en HOgewoning. Na succesvol samengewerkt te hebben, besloten zij in 1921 bollenveilingen te gaan organiseren. Later werd ook een bemiddelingsbureau, een testcentrum en een bollenbewaarcentrum opgericht.

De oprichters dachten in 1921 aan de ruimten van hotel De Witte Zwaan aan ’t Vierkant genoeg te hebben om de aanvoer voor hun veiling onder te brengen. Dat was ernstig onderschat. Er kwamen zoveel bollen, dat het grootste gedeelte buiten moest staan. Zij pakten het jaar daarop de zaken meteen groot aan. Aan de Haven in Lisse lieten zij een hal neerzetten van 4200 vierkante meter, waarvan 500 m2 sloot, zodat de aanvoer per schip binnengevaren kon worden. Het was een complete hangar uit Duitsland. In 1924 werd in de hangar een ontvangstruimte, een kantoor en een veilingzaal met 250 stoelen en een elektrisch afmijntoestel (veilingklok) gebouwd. In 1928 was de hangar te klein voor het steeds maar toenemend aantal bollen. Er werd toen een nieuwe hal van 2.000 m2 direct achter de hangar aangebouwd. In de loop van de jaren werden er nog drie hallen aan de oostkant bijgebouwd. Ook land en andere panden werden aangekocht, zodat het totale complex 4.36 ha besloeg. In 1925 werd gestart met een eigen weekblad, ‘de Hobaho’, later ‘Vakwerk’. In eerste instantie werd dit gedrukt bij drukkerij Imperator, daarna (1975) in eigen beheer bij Hobaho zelf in een aangekocht pand aan de overkant, aan de 1e Havendwarsstraat 4. Daar is nu o.a. de Vereniging Oud Lisse gehuisvest. In de loop der jaren werden de hallen voor talloze evenementen voor de Lissese bewoners gebruikt.

Witte Zwaan

De eerste veiling werd dus gehouden in hotel De Witte Zwaan, dat rond 1970 is gesloopt. De witte zwaan vormt sinds die tijd het beeldmerk (logo) van de veiling ter herinnering aan de plek waar het begon. Zo waren er twee witte zwanen op het dak aan de voorkant van het gebouw bij de Haven. Ook op alle manden was een witte zwaan geschilderd. Dit ook ter onderscheid van de manden van andere manden.

Hallen niet meer nodig

Door veranderende omstandigheden werd in 2003 de veilingklok opgeheven en waren de hallen niet meer nodig voor de bollenaanvoer. Daarom nam Hobaho zijn intrek in een groot pand aan de overkant aan de Grachtweg. In 2018 werd de mogelijkheid geboden naar de Prof. Van Slogterenweg te verhuizen. De zwanen waren bewaard gebleven en staan nu pontificaal te pronken voor de hoofdingang van het nieuwe pand, waar ook het Testcentrum is gevestigd.

Het gebied van de voormalige veilinghallen is inmiddels ontwikkeld tot een nieuw stukje van het Centrum van Lisse: het Havenkwartier, dat in 2019 een feit werd. Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan een artikel over Hobaho van Arie in ’t Veld in het eerste nummer van 2021 van het Nieuwsblad van de VOL.

Foto: Op de veilingdagen was het een drukte van belang in Lisse.
Foto uit het Nieuwsblad de VOL

 

Overhandiging vaandel “Trouw moet Blijken”

Jos van Bourgondiën,

maandag 15 februari 2021

Op 15 februari 2021is in de Vergulde Zwaan door Martin Meulemans en Marco Kleijhorst, vertegenwoordigers van muziekvereniging Da Capo het vaandel van de voormalige Lissese harmonievereniging “Trouw moet Blijken” overhandigd aan Eric Prince, Annette Heus in het bijzijn van Chris Balkenende en Jos van Bourgondiën, vertegenwoordigers van de Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”. Het spreekt vanzelf dat dit vaandel een prominente plek krijgt in de Vergulde Zwaan.

 

 

 

1

 

50 jaar ‘Groen&Bloei’ in Lisse

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

 22 december 2020

door Nico Groen

‘Groei&Bloei, afdeling Bollensteek’ werd 50 jaar geleden opgericht. Toen heette de vereniging nog niet zo. De naam was toen ‘De Koninklijke Maatschappij voor Tuinbouw en Plantkunde, afdeling Lisse’ Afgekort tot KMTP Lisse. Het was een van de vele afdelingen van deze landelijke vereniging. De afdeling werd opgericht door mevrouw Grimme van Bloemisterij Grimme aan de Heereweg. Voorzitter werd Wim Grimme, die nu al 50 jaar bestuurslid is, waarvan al die tijd voorzitter of vicevoorzitter.

Weliswaar waren er al afdelingen in Bennebroek, Rijnsburg en Noordwijk, maar mevrouw Grimme vond dat Lisse een eigen afdeling verdiende. In korte tijd werden de vereiste 100 handtekeningen voor de oprichting van een eigen afdeling verzameld en men ging enthousiast aan de gang. In het begin waren er voornamelijk lezingen met diapresentatie over plantensoorten en ecologisch natuurbeheer, zoals bijvoorbeeld in bermen langs de snelwegen. Later kwamen daar tuinen en natuurgebieden bij.

De mogelijkheid deed zich voor om van de gemeente grond aan de Rijnsloot bij de zemelmolen te gebruiken om een Heemtuin te maken. Men ging in 1971 heel enthousiast aan de slag om allerlei biotopen te creëren en een vijver te realiseren. Zo werd er bijvoorbeeld lössgrond uit Limburg gehaald. Martin Koning en zijn vrouw kweekten wilde planten in de Engel, waarvan het zaad werd gebruikt in de Heemtuin of werd verkocht.

Vrij snel kwam de klad in de heemtuin. Veel planten en andere dingen werden door de jeugd vernield. Er was zelfs een crossbaantje ontstaan. De animo bij de vrijwilligers verdween daardoor. Dat bleef zo doormodderen tot Marjan Stelder 30 jaar geleden de regie overnam. Als eerste werd een groot hek gemaakt vanwege de vernielingen. De Heemtuin kwam toen op eigen benen te staan en floreert sinds die tijd erg goed. Groei&Bloei is er nog steeds zijdelings bij betrokken.

Tuinkeuringen

In 2004 kwamen tuinkeuringswedstrijden in beeld. De tuinkeuring werd als eerste in Noordwijkerhout georganiseerd. Later volgden Lisse, Sassenheim en Hillegom. De prijsuitreikingsavonden met presentaties van de gewonnen tuinen waren iedere keer een groot succes met volle zalen. Dit was goed voor het ledenaantal en de bekendheid van Groei&Bloei. Het kostte veel mankracht om in 4 plaatsen 3 keer per jaar te keuren en foto’s te nemen. De vereniging heeft de tuinkeuringen tot 2012 volgehouden. Toen volgden algauw de opentuindagen in Noordwijkerhoud.

Andere activiteiten, die in de loop van de tijd zijn opgestart en nog steeds lopen zijn de bloemenworkshops, een bloemschikwedstrijd, de bloemschikcursussen en de tuinclub.

Als lid van Groei&Bloei betaal je contributie en krijg je het blad Groei&Bloei gratis thuisgestuurd. Er zijn in de loop van de jaren veel bladen op het gebied van groen en tuinen bijgekomen. Deze zijn vaak wat goedkoper dan het lidmaatschap van de vereniging. Daardoor liep het ledental de laatste 10 jaar landelijk sterk achteruit. Zo ook in de Bollenstreek. De afdelingen in Rijnsburg, Bennebroek en Noordwijk werden opgeheven. Lisse heeft de leden overgenomen en heet sinds die tijd Groei&Bloei afd. Bollenstreek. Voor meer info kunt u terecht op de website van de vereniging: Bollenstreek.groei.nl.

Foto: De kerstworkshops trekken altijd veel deelnemers.
Foto Groei&Bloei

 

Foto: De kerstworkshops trekken altijd veel deelnemers

Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”

 50-jarig jubileum The Flags

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                               

8 december 2020

door Nico Groen

Voetbalvereniging SIZO uit Hillegom had een afdeling met honkballers die op de voetbalvelden speelde. Op een  gegeven moment mochten zij niet meer op de voetbalvelden spelen vanwege de schade die dat veroorzaakten. In 1970 was in Lisse een softbalvereniging opgericht. De honkballers uit Hillegom trokken in bij de softballers in Lisse. Vanaf die tijd heet de vereniging officieel ‘De honk- en softbalvereniging  The Flags’. Dat in nu 50 jaar geleden.

 

Yvonne Burga en haar man Loek Dijkman van Topa Verpakkingen BV, indertijd aan de Grevelingstraat gevestigd, hebben The Flags opgericht. Yvonne kwam uit Heemstede en speelde in Bloemendaal softbal in de hoogste afdeling. Toen zij in Lisse kwam wonen, miste zij het softballen. Dat vond haar man zo erg, dat hij kordaat The Flags in Lisse oprichtte. Hij was ook de eerste voorzitter. Yvonne heeft de naam verzonnen. De oude naam voor Lisse was Lis. Lis is ook een plant uit de irisfamilie. In Amerika heet die plant flag. De vereniging is daarnaar vernoemd. Dus Lisse op zijn Amerikaans. Een iris staat ook in het logo van de club.

 

Het eerste jaar werd met 1 damesteam gestart. Loek Dijkman keek altijd vooruit en wilde meer. Hij wilde al snel een  eigen veld met verlichting hebben en na de komst van de honkballers uit Hillegom kwam dat veld met die verlichting al gauw.

Door de komst van de honkballers uit Hillegom groeide de vereniging als kool. Ook veel honkballers uit Haarlen kwamen in Lisse spelen. Op een gegeven moment was The Flags  een van de grootste vereniging van Nederland. Halverwege de jaren negentig speelde het eerste herensoftbalteam zelfs hoofdklasse. Zij bleven 19 jaar lang op hoog niveau spelen. In 1985 (vanwege de aanleg van de randweg) verhuisde de club naar een ander terrein, daar waar zij nu nog spelen met tegenwoordig een kleine maar goede accommodatie. De velden liggen tussen de Van Lyndenweg en de atletiekvereniging De Spartaan aan de Spekkelaan.

 

Aantrekkelijke sport voor de jeugd

The Flags is de enige honk- en softbalvereniging in de Duin- en Bollenstreek en heeft daardoor een regionaal ledenbestand. Het is een echte vriendenvereniging waar gezelligheid vooropstaat en menig lid al heel lang meeloopt. De honkbalwedstrijden zijn  in het weekend, maar de softbalwedstrijden en trainingen zijn in de avonduren.

Eén van de zorgen van het bestuur is de aanwas van jonge leden. Het is niet zo vanzelfsprekend dat jongeren gaan honk- of softballen. En dat terwijl het een hele leuke teamsport is om te doen. Volgens Nico Assendelft, al heel lang vrijwilliger daar, doet de vereniging er alles aan om jongeren erbij te betrekken. Zo is er contact met het Fioretticollege en lagere scholen. Vanuit de scholen zou georganiseerd kunnen worden dat de leerlingen eens kunnen proeven aan honkbal of softbal.

Informatie over deze zomersporten is de vinden op de website KNBSB van de Koninklijke  Nederlandse Baseball en Softbal Bond en op de website van The Flags in Lisse.

Dat The Flags 50 jaar bestaan willen zij weten.
Foto: Nico Assendelft

Foto: Dat The Flags 50 jaar bestaan willen zij weten.

Foto: Nico Assendelft

Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”

EERSTE II STEDENTOCHT

Leest u het goed? Er staat geen elf-maar tweestedentocht! Al in 1888 werd op de Leidsetrekvaart tussen Haarlem en Leiden een tweestedentocht van 29 km gereden.

door Huub Snoep

Nieuwsblad Jaargang 19 nummer 4, 2020

laas Pander won goud, hij was de latere trainer/coach van Jaap Eden

Al in 1888 werd op de Leidse trekvaart tussen Haarlem en Leiden de kiem gelegd voor het huidige marathonschaatsen. Op de 29ste februari van dat schrikkeljaar verscheen een advertentie in het Haarlems Dagblad, waarin de IJsclub voor Haarlem en Omstreken een ’Internationale Afstandsrit op schaatsen voor amateurs’ over 29 kilometer aankondigde. Klaas Pander werd de bejubelde winnaar, voor Pim Mulier.  Februari 1888 was een koude maand. Voor de derde maal die winter brak de vorst door en werden de houten schaatsen ondergebonden. “De baan
aan den Overveenschen weg wordt weder druk bezocht”, schreef het Haarlems Dagblad op maandag 27 februari 1888. Het hernieuwd invallen van de vorst was een buitenkansje voor de ijsverenigingen. In 1882 was de Nederlandse Schaats Bond (NSB) opgericht, maar slechts in 1885 en 1887 was het gelukt een enkele wedstrijd te organiseren. Geen wonder dat in 1888 direct werd gereageerd. De Amsterdamse IJsclub schreef voor 25 februari een ’Internationaal kampioenschap van Amsterdam’ uit. Drie dagen ater konden de hardrijders in Haarlem
aan de slag. Het Haarlems Dagblad schreef: “Wel woei er een scherpe koude wind, maar het deerde den velen rijders en voetgangers niet, die gekomen waren om den wedstrijd tusschen eenige hardrijders-liefhebbers bij te wonen,
welke beschenen door een vroolijk winterzonnetje en onder de opgewektetonen der muziek plaats had.” Helemaal vlekkeloos verliep de dag niet, getuige: “Een dame had het ongeluk met een der rijders, toen zij de baan wilde oversteken, in botsing te komen, waardoor zij bewusteloos nederviel en in de restauratie-tent werd gedragen, waar zij gelukkig kon worden bijgebracht.”

Afstandsrit

IJscub Haarlem

estimuleerd door het succes van de langebaanwedstrijd op de ijsbaan aan de Overveenscheweg op 28 februari, vooral vanwege de winst van de eigen Klaas Pander, schreef de IJsclub Haarlem voor donderdag 1 maart 1888
een afstandsrit uit tussen Haarlem en Leiden, een afstand van ongeveer 30 kilometer. Een anoniem lid van de IJsclub loofde een gouden, zilveren en bronzen medaille uit. Later zou Pim Mulier, de grote stimulator van veel sporten in Nederland en vooral van de schaatssport, onthullen dat jonkheer Ch. van der Poll de gulle gever was. Om de deelnemers gelijke kansen te geven bepaalde het wedstrijdreglement dat de rijders niet tegelijk, maar “met tusschenpoozen van 5 minuten zouden afrijden van de Prins Hendrikbrug op de Leidschevaart te Haarlem”. Daarna was de route als volgt: “Leidschevaart tot aan de waterleiding, alwaar, wegens de wakken, omgereden, afgebonden, of met schaatsen over den weg moet worden gegaan (’klunen’ dus, maar dat woord was toen in Holland nog niet bekend); geheel ter keuze van de rijder. Vervolgens Leidschevaart tot station Piet Gijzenbrug en vandaar de Leidschevaart tot de Marepoort in Leiden. Iedere deelnemer zal den weg alleen moeten afleggen. Het is verboden gebruik te maken van kunstmatige middelen van vervoer. Overtreding wordt bestraft met diskwalificatie”, besloot het reglement dreigend. Opvallend was het na elkaar van start gaan, een systeem dat op natuurijs voor het eerst pas weer werd toegepast bij de ’proloog’ van de Driedaagse van Ankeveen in 1986.

Enthousiast
Verschillende kranten toonden zich enthousiast over de langeafstandsrit tussen Haarlem en Leiden. “Men ziet
dat de grote afstand en de hindernissen waarmee de rijders te worstelen hebben, de wedstrijd nieuw en tevens zeer
belangwekkend maken”, schreef De Nederlandse Sport. Dat de schaatssport in die jaren een nog wat elitaire sport was, bewees het jurycorps dat bestond uit de jonkheren Quarles van Ufford, Teding van Berhout (’president’ van de IJsclub Haarlem) en Repelaer van Spijkenisse. Zij  bleken voor hun taak berekend. “Men werd overal gecontroleerd”, scheef Pim Mulier, zelf één der deelnemers, “ofschoon smokkelen niet wel mogelijk was, tenzij men zich met een zeer
goede harddraver een eind weegs de vaart langs had willen laten rijden.” De dertien deelnemers (allen Hollanders, de Friezen hielden zich toen nog vooral met de kortebaan bezig) vertrokken onder grote belangstelling tussen 10 en 11 uur. Toen 17 minuten over 12 H.A. Kampman als laatste arriveerde, bleek de snelste tijd gemaakt te zijn door de als voorlaatste gestarte Klaas Pander, die twee dagen eerder op de Haarlemse ijsbaan ook al de wedstrijd over één mijl had gewonnen. Op het op vele plaatsen slechte ijs noteerde hij een tijd van 1 uur 6 minuten en 15 seconden. Liefst drie van de voor hem gestarte tegenstanders had de latere leermeester van Jaap Eden onderweg ingehaald.
Als tweede eindigde Pim Mulier, op 3 minuten en 15 seconden, derde werd A. Jansen (1 uur 10 minuten). Volgens De Nederlandse Sport waren Pander en Mulier de enigen die bij het ’klunen’ de schaatsen uittrokken: “De heeren Pander en Mulier, die ook met succes vroeger aan hardlooperijen hebben deelgenomen, hebben op de plaatsen waar zij moesten afbinden, in iedere hand een schaats genomen en den afstand, die zij over land moesten nemen, als hardlopers afgelegd.”

Geen vervolg
Jammer genoeg is de IJsclub Haarlem niet in staat geweest de wedstrijd een vervolg te geven. Plannen waren er wel. Een jaar later stond de wedstrijd zelfs als ’Internationale Wedstrijd voor Amateurs’ op de kalender, maar een reeks slappe winters voorkwam dat de trekvaart tussen Haarlem en Leiden voldoende dichtvroor. Ook Pim Mulier bleef er naar streven om naast reguliere wedstrijden over 500, 1500, 5000 en 10.000 meter vooral ook afstandswedstrijden te organiseren. “Een afstandsrit, door den Bond uitgeschreven, en goed gecontroleerd, zal zeker succes hebben”, schreef de Haarlemmer in 1894. Op 21 december 1890 had hij de 11 Friese steden op één dag per schaats bezocht en in 1909 gaf hij als secretaris van de door hem opgerichte Nederlandsche Bond voor Lichamelijke Opvoeding de aanzet voor de eerste Elfstedentocht. Als alternatief voor de tocht van Haarlem naar Leiden noemde Mulier de wedstrijdtocht Amsterdam-Leiden-Woerden of Utrecht, of van Leeuwarden naar Groningen en terug.

Haarlem-Leiden is na 1 maart 1888
nog slechts eenmaal gehouden. Zondag 27 december 1981 organiseerden het Haarlems Dagblad en de IJsclub Haarlem gezamenlijk de tweede editie, tussen Heemstede en Voorhout. Dit maal als een toertocht. Deze schaatsprestatietocht over de Leidsevaart trok1760 deelnemers.

In deze bundel voor de liefhebber staan 43 verhalen uit de rijke Nederlandse schaatshistorie. Van de oorsprong van het georganiseerde schaatsen aan het eind van de negentiende eeuw tot de introductie van de klapschaats ruim 100 jaar later.
zie verder op: www.facebook.com/huub.snoep