Berichten

Harddraverijvereniging 150 jaar

Sporen van vroeger (LisserNieuws

27 september 2022

door Nico Groen

De kortebaan wordt algemeen beschouwd als de bakermat van de drafsport in Nederland. Het begon al eeuwen geleden met onderlinge wedstrijden en weddenschappen van boeren en andere paardenbezitters. In het begin werd paard tegen paard gereden. Naarmate er meer deelnemers kwamen, werd het een afvalrace zoals we die nu ook nog kennen. In Lisse werd in 1872 voor het eerst gedraafd.

In het nieuwste Nieuwsblad van de Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse” staat een verhaal van Tom Rooijakkers over 150 jaar HDV. Tom was voorzitter van 2011 tot en met 2021. In deze ‘Sporen van vroeger’ nemen we een klein gedeelte over van het uitgebreide artikel. Het Nieuwsblad is gratis voor leden van de VOL. Niet-leden betalen 5 euro.

De eerste race was in 1872

Op 9 oktober 1872 kwamen in de “Witte Zwaan” aan ’t Vierkant deelnemers en notabelen bij elkaar om daarna met elkaar de eerste kortebaandraverij te beleven. Een kortebaan op de Heereweg ongeveer op de plek waar deze ook heden ten dage wordt verreden. De belangstelling beperkte zich niet alleen tot dit gezelschap. Jong en oud, arm en rijk begaven zich naar de baan om het evenement te aanschouwen. De draverij begon met de startzin ‘Klaarmaken op uw plaatsen, een, twee, drie af..’. Een startzin die staat als een huis en nog steeds is te horen. Vertier was in die tijd nog vrij zeldzaam. Het leven bestond uit werken en nog eens werken om te overleven, de kerk en de zorg voor het gezin. Vrije tijd was zeer schaars. Het evenement was mede daarom zeer succesvol. Al eind negentiende eeuw werd gesproken over het versterken van het draverij-evenement door gelijktijdig ook de kermis en een ringrijderij te organiseren. De draverij, hoe succesvol ook, werd nog niet jaarlijks verreden. Dat kwam pas na de officiële oprichting van de vereniging in 1902.

Bij Vreeburg van 1902 tot 1975

Over de Heereweg reed een tram. De draverij werd dan ook als zeer hinderlijk ervaren door de Noord-Zuid Hollandsche Stoomtramweg Maatschappij. In 1902 werd een alternatief gevonden, een particulier terrein. Datt was het terrein van de gebroeders Vreeburg. Het gebied waar nu o.a. Dirk is gevestigd en de achtergelegen woonwijk. In 1924 ging ook de kermis naar het Vreeburg-terrein en zo ontstond één grote feestlocatie.

Het comité, dat ooit het initiatief had genomen om de draverij te organiseren, besloot om er een vereniging van te maken. Op 7 augustus 1902 was de “Harddraverijvereniging Lisse & Omstreken” een feit. Vanaf dat moment was de draverij een jaarlijks terugkerend festijn en kon men ook lid worden. Alles ging toen nog heel simpel. Letterlijk stond de financiële verslaglegging achter op een sigarenkistje.

In 1975 verhuisde de kermis naar het centrum en  kwam ook de draverij terug op de Heereweg op de plek waar het ook nu nog wordt georganiseerd. Eindelijk op verharding!

Foto: een poster uit 1913 van de Harddraverijvereniging Lisse & Omstreken

F

Harddraverijvereniging Lisse en Omstreken

De geschiedenis van 150 jaar HDV wordt beschreven.

Door Tom Rooijakkers, voorzitter Harddraverijvereniging Lisse & Omstreken 2011-2021

Nieuwsblad Jaargang 21 nummer 3, 2022

De kortebaan wordt algemeen beschouwd als de bakermat van de drafsport in Nederland. Het begon al eeuwen geleden met onderlinge wedstrijden en weddenschappen van boeren en andere paardenbezitters. In het begin werd paard tegen paard gereden en vaak nog zonder zadel en rechtuit over 300 meter. Naarmate er meer deelnemers kwamen, werd het een afvalrace zoals we die nu ook nog kennen. De oudste nu nog bestaande kortebaandraverij is die van Santpoort. Daar wordt al sinds 1752 ‘gekortebaand’. In Lisse begon het in 1872.

1872-1902
Op 9 oktober 1872 kwamen in de “Witte Zwaan” aan ’t Vierkant deelnemers en notabelen bij elkaar om daarna met elkaar de eerste kortebaandraverij te beleven. Een kortebaan op de Heereweg ongeveer op de plek waar deze ook heden ten dage wordt verreden. De belangstelling beperkte zich niet alleen tot dit gezelschap. Jong en oud, arm en rijk begaven zich naar de baan om het evenement te aanschouwen. De draverij begon met de startzin ‘Klaarmaken op uw plaatsen, een, twee, drie af..’. Een startzin die staat als een huis en nog steeds is te horen. Vertier was in die tijd nog vrij zeldzaam. Het leven bestond uit werken en nog eens werken om te overleven, de kerk en de zorg voor het gezin. Vrije tijd was zeer schaars. Het evenement was me de daarom zeer succesvol. Al eind negentiende eeuw werd gesproken over het versterken van het draverij- evenement door gelijktijdig ook de kermis en een ringrijderij te organiseren. Al vanaf de middeleeuwen waren er kermissen. De regie over de kermissen lag in handen van gemeentefunctionarissen. De middeleeuwer kende niet zoveel soorten van vermaak als wij nu. Voor die mensen moet de kermis een geweldig opwindende gebeurtenis zijn geweest. De kermis was een kans om van alles te zien, te leren en te kopen. Of om nieuwtjes met vrienden en familie uit te wisselen en nieuwe mensen te ontmoeten. Ook kon je er lekker eten, drinken en eens lekker gek doen. Bovendien was de ogen van de gelovige mens echter steeds grover, gezien het gokken en de alcohol. Er vielen veel kermissen af in die tijd. De draverij, hoe succesvol ook, werd nog niet jaarlijks verreden. Dat kwam pas na de officiële oprichting van de vereniging in 1902.

1902-1952
Over de Heereweg reed een tram. De draverij werd dan ook als zeer hinderlijk ervaren door de Noord-Zuid Hollandsche Stoomtramweg Maatschappij. In 1902 werd een alternatief particulier terrein gevonden. Het terrein van de gebroeders Vreeburg. Het gebied waar nu o.a. Dirk is gevestigd en de achtergelegen woonwijk. Het was ook
het moment om het comité, dat ooit het initiatief had genomen om de draverij te organiseren, om te vormen tot een vereniging. Op 7 augustus 1902 was de “Harddraverijvereniging Lisse & Omstreken” een feit. Vanaf dat moment was de draverij een jaarlijks terugkerend festijn en kon men ook lid worden. Alles ging toen nog heel simplistisch. Letterlijk stond de financiële verslaglegging achter op een sigarenkistje Het prijzengeld was zeer fors. De eerste prijs  was in 1905 f 250,- (overeenkomend met nu rond de € 8.000). Het is niet zo dat de kortebaan alleen maar voorspoed kende. Vooral wedden stond in een kwaad daglicht. In 1911 werd in de Tweede Kamer bij de behandeling van de wet tegen zedeloosheid een amendement aangenomen dat alle weddenschappen bij courses verbood. De Duitse bezetters legaliseerden het wedden weer. Maar direct na de bevrijding in 1945 werd wedden weer verboden. In 1949 mocht wedden weer, zij het dat het spel aan strenge regels onderworpen werd. Door concurrentie van de toto en later de lotto en de casino’s,
liep de belangstelling voor het wedden op paarden fors terug. De beste paarden en pikeurs gingen hierdoor naar het buitenland. Maar
Lisse zette met succes door, er bleef namelijk veel belangstelling vanuit fokkers en pikeurs. Ook de kermis stond onder druk en er zijn
meerdere pogingen ondernomen om de kermis uit Lisse te weren. De burgemeesters uit die tijd waren gelukkig, net als nu, voor het behouden van de kermis. Kermis bood de broodnodige ontspanning. In 1924 ging ook de kermis naar het Vreeburg-terrein en zo ontstond een grote feestlocatie. Opvallend is dat de belangstelling voor de draverij in Lisse in die tijd enorm groot is geweest. Eind jaren ‘40 kwamen zo’n 4500 bezoekers naar de draverij, soms zelfs wel 6000
en dat is weinig verschillend van het hedendaagse aantal. In dat jaar had de vereniging ook al 849 leden. De groei zat erin! Ook de kermis
onderging een metamorfose van kijken, kopen en wedden naar meer beleven. De rupsbaan, het reuzenrad en de botsautootjes deden hun
intrede. Ook nu nog publiektrekkers!

1952-1972

Ringsteken was ook een onderdeel waar de Harddraverijvereniging werk van maakte

Het 50-jarig bestaan van de vereniging viel tegelijk met het 50-jarig gebruik van het Vreeburg-terrein. Ook het bestuur werd gehuldigd en ontving een serenade van Canite Tuba bij de Witte Zwaan op het Vierkant. Als jubileumactiviteit werd een groot concours hippique georganiseerd. Overeenkomend met mijn jeugdherinneringen, was de feestelijke periode in Lisse vooral vaak nat. Vele strobalen moesten ervoor zorgen dat het kletsnatte kermisterrein toch een beetje begaanbaar bleef. Ik zie mijzelf nog als kind voor de ramen staan waar de regen tegenaan kletterde en hoorde mijn moeder zeggen dat naar de kermis gaan geen optie was. In de stromende regen fietste ze dan naar het kermisterrein en haalde snel een aantal zuurstokken. Toch een beetje feest!

Hoewel niet voor te stellen belandde de vereniging in begin jaren ’60 in een dip. Het ledenaantal liep terug naar ruim 500 en ook de
belangstelling voor de draverij liep terug. Tijd voor actie dus!
In 1966 werden er naast de kinderactiviteiten een viswedstrijd, een wielerronde, koekslaan, ringsteken en een behendigheidswedstrijd
voor automobilisten georganiseerd. Die groei zou heel gestaag doorgaan. In 1968 ontstond de ‘maandagavond-spelletjesavond’ en organiseerde de vereniging in totaal zo’n 30 evenementen. In 1968 werd ook het eerste programmaboekje van de vereniging uitgebracht. Het programmaboekje, heel Lisse kijkt er jaarlijks naar uit. De feestelijke periode werd afgesloten met een groots vuurwerk op het kermisterrein.

1972-1997
In 1972 verhuisde de kermis vanaf het Vreeburgterrein naar het parkeerterrein van de Keukenhof oftewel van nat naar nat. Dat zou gelukkig niet lang duren. Een lang gekoesterde wens ging in 1975 in vervulling toen de kermis verhuisde naar het centrum. Eindelijk op verharding! De tijd van de strobalen werd afgesloten. In 1972 werd het 100-jarig bestaan van de vereniging gevierd. Het toenmalige bestuur, zin in een feest, besloot het jubileum niet langer te koppelen aan de oprichtingsdatum maar aan de eerst verreden kortebaan in 1872. In 1975 kwam ook de draverij terug op de Heereweg op de plek waar het ook nu wordt georganiseerd. Het jubileum kende geen extra festiviteiten buiten de kermisweek. Wel werden extra festiviteiten voorzien in samenwerking met het ministerie van defensie. Een tentoonstelling en een concert van de Koninklijke Militaire kapel. Gelukkig begon ook het ledental weer wat te klimmen naar ruim 600. Die groei zette gestaag door en in 1978 werd het 1000ste lid in de boeken bijgeschreven. Door de gestage groei van evenementen werd het noodzakelijk ook intern meer te organiseren. Commissies werden gevormd met eigen verantwoordelijkheden, zoals o.a. een technische commissie en een maandagavondcommissie. Eind jaren 70 werden er al rond de 60 evenementen georganiseerd. In 1984 werd het 1500ste lid bijgeschreven. De vereniging groeide zo hard dat verjonging en aanvulling in het bestuur noodzakelijk was. In 1987 werden maar liefst 4 nieuwe bestuursleden benoemd.
Nog steeds allemaal mannen.

1997-2022
Laagdrempeligheid vormt altijd een belangrijk aandachtspunt bij het besturen van onze vereniging. Een lage contributie en een lage deelnameprijs voor de evenementen. Leden hebben gratis toegang tot de draverij niet-leden betalen slechts € 3,-. En dat voor een hele middag topsport en topvermaak. De draverij zit in de genen van de Lissenaren. Onder de vele bezoekers komen ook families voor die een reünie organiseren in onze feestweek met de draverij als hoogtepunt. Reünies met familieleden uit Australië en Amerika. Hoe leuk is dat! Dat we ondanks deze beperkte financiële inkomsten toch een goed florerende vereniging zijn hebben we te danken aan o.a. de tomeloze inzet van onze vrijwilligers, de sponsors en natuurlijk de opbrengst van de kermisverpachting. In 1997 werd het 125-jarig jubileum groots gevierd. Er waren extra activiteiten gedurende het hele jaar. Met o.a. een schaatsbaan op het Vierkant, een mega klaverjasavond met 600 deelnemers in de Hobahohallen en een muzikale brunch in de Keukenhof. In het begin van de 21ste eeuw werd ook het eerste vrouwelijke bestuurslid verwelkomd. In 2005 werd de actie gestart 2005=2500. De actie had tot doel om het 2500ste lid en we tikten de 2700 aan. Heden ten dage schommelt het rond de 2500. Een behoorlijk stabiel getal. Lid word je en blijf je je hele leven. Langzaam sloop het digitale tijdperk de vereniging binnen. Dat had vele voordelen. Lidmaatschapsgelden hoefden niet meer contant te worden opgehaald en het inschrijven en betalen voor de evenementen gebeurt nu vrijwel geheel online. Sociale media worden gebruikt om onze activiteiten onder de aandacht te brengen. Ook
hier een combinatie van traditie en vernieuwing: ons programmaboekje! Het visitekaartje van onze vereniging. Heel Lisse kijkt ernaar uit, niet weg te denken uit de brievenbussen eind augustus. Door de coronamaatregelen hebben we in 2020 en 2021 een paar onzekere en organisatorisch moeilijke jaren achter de rug. In 2020 kon onze traditionele kortebaandraverij niet in Lisse worden verreden. Gelukkig konden we uitwijken naar Duindigt. Dit tot groot genoegen van pikeurs en eigenaren. De oorspronkelijk bedachte jubileum activiteiten ter viering van ons 150-jarig bestaan hebben
we moeten aanpassen als gevolg van de lang durende coronamaatregelen. Toch hebben we twee succesvolle jubileumweekenden, met vele activiteiten, kunnen organiseren. We kregen de beschikking over een uitgebreide historische collectie van fotonegatieven uit de archieven van foto Mieloo. Een aantal oudbestuursleden heeft zich jaren ingezet om onze uitgebreide historische documentatie en foto’s en fotonegatieven, te digitaliseren. 150 jaar historische informatie is daarmee geborgd voor de toekomstige generaties. Een fototentoonstelling wordt dit jubileumjaar gepresenteerd. Onze kortebaandraverij is sinds begin dit jaar officieel geregistreerd als immaterieel cultureel erfgoed. Een belangrijke waarborg, maar geen garantie! Nationaal moeten er wel voldoende eigenaren en fokkers blijven om goede en voldoende kortebaanpaarden te hebben. De kermis is in Lisse nog steeds ongekend populair. Toch staat het fenomeen kermis onder druk. Een kermisattractie moet steeds sneller en spectaculairder zijn om aan de verwachtingen van het publiek te voldoen. Het vraagt om miljoenen investeringen. Een moeilijke opgave voor de kermisexploitanten. Onze vereniging is onverminderd populair. Een blijvende enthousiaste inzet van toekomstige generaties is noodzakelijk om van 150 jaar 200 jaar of veel meer te maken. En een hoog ledenaantal kun je alleen behouden als je constant blijft werken aan de combinatie traditie en vernieuwing. Daar heb ik alle vertrouwen in als ik zie hoe de huidige jonge generatie zich sterk maakt voor de organisatie van onze draverij en feestweek.

Bron

Als bron voor de historische informatie is o.a. gebruikt het boek “Op uw plaatsen” een jubileumuitgave uit 1996 ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan van de Harddraverijvereniging Lisse & Omstreken.

BIJ DE VOORPLAAT: HEEMTUIN

Een mooie foto van de Heemtuin, die dit jaar 50 jaar bestaat.

Redactie

Nieuwsblad Jaargang 21 nummer 3, 2022

Op verzoek van de Koninklijke Maatschappij Tuinbouw en Plantkunde afdeling Lisse (thans: Groei&Bloei afd. Bollenstreek), stelde de gemeente Lisse op 17 juni 1971 een perceel grond ter beschikking nabij de Zemelpoldermolen, om er een heemtuin op aan te leggen. Op 15 januari 1972 werd daadwerkelijk een begin gemaakt met de aanleg. De eerste jaren werden met succes vele soorten wilde planten gezaaid en aangeplant. Door verschillende oorzaken raakte de heemtuin na een aantal jaren in verval. De succesvolle zadenkwekerij die uit de heemtuin voortkwam en waarvoor zelfs een stuk grond aan de Achterweg werd gehuurd, werd in 1978 verkocht. De zaden vormden het startmateriaal voor ‘de Cruydt-Hoeck’, een nog altijd succesvolle kwekerij voor wilde bloemenzaden. In 1990 kreeg de heemtuin op dezelfde plek, maar met een ander ontwerp, een nieuwe start. De heemtuin werd in opzet meer naar buiten gericht, meer gericht op bezoekers. Natuur-educatieve activiteiten gingen tot het vaste programma behoren. Natuurlessen aan schoolgroepen en andere bezoekers, demonstraties door de imkers, rondleidingen en natuurspeurtochten maakten dat de heemtuin een vaste plaats in de Lisser gemeenschap heeft verworven wanneer het om natuurbeleving gaat.

Heemtuin met zemelpoldermolen
foto Hans Hoes

Heemtuin al 50 jaar een feest voor bloemetjes en beestjes

De Heemtuin bestaat 50 jaar.

Nieuwsflits

Nieuwsblad Jaargang 21 nummer 3, 2022

Het perceel waarop de huidige heemtuin is gelegen, kent een lange geschiedenis. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de venige toplaag afgegraven om tot brandstof te dienen. Daarbij kwam het skelet, inclusief gewei, van een edelhert bloot te liggen. Het bleek er 2000 jaar gelegen te hebben en werd aan het Natuur Historisch Museum (nu: Naturalis) te Leiden geschonken. Op verzoek van de Koninklijke Maatschappij Tuinbouw en Plantkunde afdeling Lisse (thans: Groei&Bloei afd. Bollenstreek), stelde de gemeente Lisse op 17 juni 1971 een perceel grond ter beschikking nabij de Zemelpoldermolen, om er een heemtuin op aan te leggen. Op 15 januari 1972 werd daadwerkelijk een begin gemaakt met de aanleg. De eerste jaren waren succesvol en er werden vele soorten wilde planten gezaaid en aangeplant. Door verschillende oorzaken raakte de heemtuin na een aantal jaren in verval. De succesvolle zadenkwekerij de heemtuin voortkwam en waarvoor zelfs een stuk grond aan de Achterweg werd gehuurd, werd in 1978 verkocht. De zaden vormden het startmateriaal voor ‘de Cruydt-Hoeck’, een nog altijd succesvolle kwekerij voor wilde bloemenzaden. In 1990 kreeg de heemtuin op dezelfde plek, maar met een ander ontwerp, een nieuwe start. Het is nog steeds een plaats waar vrijwilligers en bezoekers de wilde planten van nabij kunnen beleven.

Heemtuin Lisse 50 jaar

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                                                       

5 juli 2022

door Nico Groen

“Vanaf 15 januari 1972 zal een begin gemaakt worden met de werkzaamheden aan de heemtuin. Iedereen is vanaf deze datum van harte welkom op het perceel achter de molen aan de Eerste Poellaan. We werken voorlopig iedere zaterdagmiddag vanaf 14.00 uur”. 50 Jaar geleden startten de werkzaamheden dus in Heemtuin Lisse.

Op 8 februari 1971 vroeg het bestuur van de KMTP/Groei&Bloei afd. Lisse e.o. de gemeente Lisse een stuk grond beschikbaar te stellen voor de aanleg van een heemtuin. Een stuk grond nabij de zemelpoldermolen werd onder diverse bepalingen beschikbaar gesteld. De Heemtuin Lisse ligt op een bijzondere historische plek. De Rijnsloot naast de heemtuin en de daarachter liggende dijk zijn aangelegd voor het droogmaken van de Poelpolder in 1622. De bovenlaag van de heemtuin bestond van oorsprong uit een paar meter veen met daaronder zand. Vóór de aanleg van het Heempad, dat langs de heemtuin loopt,  hoorde de grond bij boerderij Zwanendrift. Aan de rand van de heemtuin bij de Rijnsloot zijn oude kloostermoppen gevonden, die kunnen duiden op het vroegere bestaan van een oude burcht aldaar. Rob Pex heeft bij de Zemelpoldermolen scherven van Middeleeuws aardewerk gevonden (o.a. een randfragment van een kogelpot). Ook ligt er op zolder op Dever in één van de vitrines aan complete kan uit omstreeks 1300 die is gevonden bij de Rijnsloot nabij de 1ste Poellaan. Het is dus al een oud cultuurhistorisch gebied.

In 1972 gaat de eerste spa de grond in en wordt gestart met de aanleg van de heemtuin. Men ging heel enthousiast aan de slag om allerlei biotopen te creëren door diverse grondsoorten en hoogteverschillenen aan te brengen. Zo werd er bijvoorbeeld lössgrond uit Limburg gehaald. Ook werd er een vijver gerealiseerd. Deze aanleg is nog steeds de basis voor de huidige heemtuin.

Vrij snel kwam de klad in de heemtuin. Veel planten en andere dingen werden door de jeugd vernield. Er was zelfs een crossbaantje ontstaan en er werd veel vuilnis gestort. De animo bij de vrijwilligers verdween daardoor en er bleven er steeds minder over.

Een nieuwe start in 1990

Dat bleef zo doormodderen tot Marianne Stelder de regie overnam. In 1990 trok zij de stoute laarzen aan en ging na overleg met Groei&Bloei en de gemeente Lisse aan de slag om de heemtuin nieuw leven in te blazen. De gemeente stelde financiële middelen beschikbaar voor het opschonen van het terrein, afvoer van rommel en het uitvoeren van diverse grondwerkzaamheden. Ook werd een hekwerk ter bescherming om de heemtuin geplaatst. Daarnaast stelde Groei&Bloei jaarlijks financiële middelen beschikbaar voor het onderhoud van de heemtuin. Vanaf 1990 heeft Marianne Stelder met een aantal gemotiveerde vrijwilligers de heemtuin ontwikkeld tot de heemtuin zoals deze nu is. Ook enkele imkers hebben voor het houden van bijen op de heemtuin een plek gevonden. Speerpunt van de heemtuin is nu anderen kennis te laten maken met de natuur. Er zijn van april tot november open zondagen voor jong en oud. Na een moeizame start is de heemtuin uiteindelijk uitgegroeid tot een mooie gevarieerde tuin, waarin verschillende soorten wilde planten en dieren aanwezig zijn.

Foto:  De Heemtuin Lisse met nieuw infohuisje met zonnepanelen

 

Foto: Nico Groen

Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”

Bij de hartpagina: corso

De hartpagina vertelt ons over het corso van 1950. De Witte Zwaan was geheel in stijl uitgedost om Jacoba van Beieren en Frank van Borselen te verwelkomen.

Redactie

Nieuwsblad jaargang 21 nummer 2, 2022

De hartpagina vertelt ons over het corso van 1950. De Witte Zwaan was geheel in stijl uitgedost om Jacoba van Beieren en Frank van Borselen te verwelkomen. Zij reden op de kop van een bonte stoet middeleeuwers om op 23 maart 1950 de eerste editie van de voorjaarsbloemententoonstelling in “DE KEUKENHOF” te openen. De middeleeuwse poorten bij ’t Vierkant en ter hoogte van Huize Irene waar nu de Nassaustraat begint waren daar speciaal voor gebouwd. Al deze prachtige versierselen, waaronder ook de molen op ’t Vierkant, bleven de hele Keukenhofperiode staan. Dus ook tijdens het bloemencorso van dat jaar. De praalwagens en de met bloemen versierde luxe auto’s reden de route toen nog in de ochtend en in de middag. De allereerste echte praalwagen werd in 1947 ontworpen door Willem Warmenhoven, een Hillegomse bollenkweker. Deze wagen, voorstellende een walvis, werd “geadopteerd” door de Hillegomse Harddraverij Vereniging en reed mee in hun plaatselijke kindercorso. Dat is de aanzet geweest voor een groter corso in de Bollenstreek. Nog steeds worden er praalwagens “geadopteerd” door diverse verenigingen en dat is maar goed ook. Zo’n praalwagen steken is een gigantisch project waar heel wat uren in gaan zitten om het allemaal op tijd klaar te krijgen voor de grote bloemenparade. Maar kijk nog eens goed naar die grote plaat. Herkent u nog mensen die daar in 1950 bij stonden? Zie ik nu dat bakker Cor Vermeer hier naar buiten staat te kijken? Misschien dat hij die dag was ingehuurd bij de “Witte Zwaan” om oud Hollandsche poffertjes te bakken. Kijk eens naar de mode die zo kenmerkend is voor die tijd.

 

 

150 jaar harddravrijvereniging

De kortebaandraverij is recent opgenomen in de lijst van immaterieel erfgoed. Vanwege het jubileumjaar 2022 is het bestuur druk met het organiseren van twee extra feestweekenden.

Nieuwsflits

Nieuwsblad jaargang 21 nummer 2, 2022

Op de uitgestelde ledenavond van de Harddraverij Vereniging stonden drie punten centraal die de avond een speciaal tintje gaven. Immaterieel erfgoed De kortebaandraverij is recent opgenomen in de lijst van immaterieel erfgoed. Samen met burgemeester Lies Spruit tekende Tom Rooijakkers het certificaat voor bijschrijving op de lijst van immaterieel erfgoed. Dit certificaat was al ondertekend door de directeur van de stichting KIEN (Kenniscentrum
Immaterieel Erfgoed Nederland).

Afscheid
Monique ten Holter, die vorig jaar het stokje overdroeg aan René Slobbe, werd tijdens de ledenavond bedankt en tot erelid verklaard. Afscheid werd genomen van Tom Rooijakkers, sinds 1979 verbonden aan de HDV. In 2010 nam hij interim de voorzittershamer van Ad van Zelst over om in 2011 als volwaardig voorzitter de HDV met verve te leiden. De nieuwe voorzitter Henk van Dongen had de eer om nieuwe bestuursleden te installeren: Arno Biesheuvel, Kevin Beck, Frank Peereboom en Denise van de Vlugt.

Jubileumjaar 2022
Vanwege het jubileumjaar 2022 is het bestuur druk met het organiseren van twee extra feestweekenden. Op 14/15 mei was het tijd voor sport en spel. Op verschillende plaatsen in het dorp waren evenementen en de grootste stormbaan van Europa werd bij de Spartaan opgezet. Op 11/12 juni is het tijd voor gezelligheid met het hele gezin: een fietstocht, een foodtruckevent en meer. Flyers met het hele programma worden huis- aan-huis verspreid. Een speciale ‘HDV 150 jaar’-vlag is gemaakt. Alle leden mochten er een meenemen. Twee grote vlaggen gingen naar de trouwste vlaggers en vrijwilligers.

Genieten van het 75-jarige boemencorso van de Bollenstreek

Sinds 2019 mocht het Bloemencorso Bollenstreek op 23 april weer rijden. Ook werd bekend dat het Bloemencorso sinds 16 december 2021 op de UNESCO-lijst van Immaterieel Erfgoed staat. Het was prachtig om al die uitgedoste wagens weer te zien rijden.

Nieuwsflits

Nieuwsblad jaargang 21 nummer 2, 2022

Sinds 2019 mocht het Bloemencorso Bollenstreek op 23 april weer rijden. Ook werd bekend dat het Bloemencorso sinds 16 december 2021 op de UNESCO-lijst van Immaterieel Erfgoed staat. Het was prachtig om al die uitgedoste wagens weer te zien rijden. De gemeente Lisse is extra trots want hun wagen, De mythe van de Witte Zwaan, won in de categorie Gemeenten. Het was bijzonder druk langs de zonnige route die het Corso van Noordwijk naar Haarlem, 75 jaar na de eerste editie, aflegde. De stoet bestond uit 55 wagens, waaronder 16 grote praalwagens, begeleid door muziekverenigingen. Vooraf werden de winnaars bekend gemaakt. Bij de praalwagens won ‘Als een vis in het water’ van Corsogroep KAVB Hillegom-Haarlem en omstreken. Zij wonnen ook in de categorie Zelfbouwers. Lisse won dus met ‘De mythe van de Witte Zwaan’, gestoken door Scouting Shawano’s. In de categorie Overig won ‘Komt in bloei’ van de Provincie Noord-Holland van stekersgroep muziekvereniging St. Cecilia. Bij de luxewagens ging de eerste prijs naar That’s lease, Fiat Ducato met caravan, Versluis en Van Velzen. Op de praalwagens waren ruim 1,5 miljoen hyacinten, tulpen en narcissen verwerkt, waarvoor 1500 vrijwilligers zich dagenlang had.

 

 

Bij de voorplaat: 150 jaar harddraverij

De harddraverijvereniging bestaat 150 jaar. Dit wordt gevierd met allerlei festiviteiten.

Redactie

Nieuwsblad jaargang 21 nummer 2, 2022

De vlag mag uit! Wel 150 jaar Harddraverijvereniging in Lisse. De harddraverij is zelfs opgenomen in de Unesco lijst voor Immaterieel Erfgoed. Op de smalle strook grond van Vreeburg, tussen de Heereweg en de bollenvelden, is vele jaren het parcours uitgezet voor de jaarlijkse harddraverij. Op het land van Vreeburg achter ’t Vierkant was vroeger ook de kermis. Eind september vaste prik! Als de bollenhandel voorbij was en de zaken afgerond, was er tijd voor ontspanning, dan ging de Bollenstreek even uit zijn bol. Ook in Lisse ging de druk even van de ketel. Vuurwerk, kermis, poffertjes, oliebollen, gerookte paling, kaneelstokken, suikerspin en een gokje bij de harddraverij een jaarlijks terugkerend festijn en dat al 150 jaren lang. Vereniging Oud Lisse is nog lang niet zo oud maar wij als jonkies feliciteren de Harddraverijvereniging van harte VOL-uit en wensen de vereniging nog heel veel mooie jaren toe. Lisse kijkt er naar uit.

150 jaar harddraverij

 

Corso al 75 jaar springlevend

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                           

24 mei 2022

Door Nico Groen

 Het jaar 1947 kan gezien worden als het begin van het corso voor de Bloembollenstreek. Daarvoor had ieder dorp wel een soort corso, wat we nu een kindercorso zouden noemen. Grotere wagens deden toen nog niet mee. Maar in 1947 ontwierp Willem Warmenhoven, een bollenteler uit Hillegom, een heuse praalwagen. Deze wagen werd gerealiseerd.

Warmenhoven maakte eerst een tekening, die een walvis moest voorstellen. Hij maakte dit aan de hand van een krantenfoto van een walvis. Dit krantenartikel ging over de rentree van de  walvisvangst, die na de oorlog weer begonnen was door het fabrieksschip De Willem Barendsz. Hij legde het ontwerp voor aan de Hillegomse Harddraverijvereniging. Dat viel in goede aarde. De wagen met de walvis mocht meerijden in de optocht met Koninginnedag.

Één praalwagen in 1946

Onder leiding van Warmenhoven werd aan deze praalwagen gewerkt. Dat viel nog niet mee, want er was natuurlijk geen enkele ervaring. De Hillegomse timmerman Arie Graper bouwde het houten geraamte op een met hout verlengde vrachtwagen. Op dit geraamte werd betondraad aangebracht en daar ging weer gaas overheen. Vervolgens gingen plakken mos van 40 bij 50 cm over het gaas. Toen was de weggewerkte vrachtauto klaar om de hyacintentrossen vast te zetten. Dat was nog niet zo eenvoudig, want naalden waren er nog niet. Smid Sam Korbee  nam dun ijzerdraad en knipte deze in stukjes van zo’n 20 cm. Toen kon het steken beginnen met voornamelijk tinten blauw. In de bek hing een soort tralienetwerk van geregen witte losse hyacintenbloemetjes.

Het publiek tijdens de optocht was dolenthousiast, evenals de organisatie. Deze besloot om met de walvis door te rijden naar Amsterdam, waar het ook een groot succes was. Alleen voor de chauffeur was het minder leuk. Hij had bijna geen uitzicht en was voortdurend bang een aanrijding te veroorzaken.

“Door schade en schande word je wijs”

De burgemeesters van Hillegom, Lisse en Sassenheim besloten op aandringen van Willem Warmenhoven om er een streekgebeuren van te maken en dat gebeurde in 1948. De deelnemers moesten het allemaal zelf uitzoeken en hun fantasie gebruiken. Niemand had ervaring. Deelname was mogelijk voor alle soorten motorrijtuigen. Ze moesten wel versierd worden. In diverse bollenschuren en loodsen werd de opbouw voor auto’s en vrachtwagens in elkaar geflanst. Het corso van ongeveer 2 km startte op de Pastoorslaan in Hillegom. De 4 kraanwagens hadden een drukke dag, want er waren nogal wat uitvallers door motorpech, constructiefouten, te brede wagens en onwel geworden chauffeurs, die in een veel te krappe behuizing reden. Er viel dus nog veel te leren, maar de organisatie ging vol goede moed verder: “door schade en schande word je wijs”. In 1949 reed de stoet van het sportpark in Lisse naar Hillegom, vervolgens naar Sassenheim en weer terug naar het sportpark.

In 1951 werd Jos van Driel aangenomen als ontwerper van de praalwagens. Dat was een hele verbetering met een thema per jaar. Dat hield hij vol tot en met 1980. Zijn zoon Kees, die al een paar jaar zijn vader hielp met ontwerpen, nam toen officieel het stokje over.

Bovenstaande informatie is ontleend aan het boek ‘Corso Bollenstreek’ uit 1986 van Herman van Amsterdam.

Foto:  Een gedeelte van de walvis uit 1946
Foto: uit het boek ‘Corso Bollenstreek’ uit 1986