Berichten

Bij de voorplaat: 150 jaar harddraverij

De harddraverijvereniging bestaat 150 jaar. Dit wordt gevierd met allerlei festiviteiten.

Redactie

Nieuwsblad jaargang 21 nummer 2, 2022

De vlag mag uit! Wel 150 jaar Harddraverijvereniging in Lisse. De harddraverij is zelfs opgenomen in de Unesco lijst voor Immaterieel Erfgoed. Op de smalle strook grond van Vreeburg, tussen de Heereweg en de bollenvelden, is vele jaren het parcours uitgezet voor de jaarlijkse harddraverij. Op het land van Vreeburg achter ’t Vierkant was vroeger ook de kermis. Eind september vaste prik! Als de bollenhandel voorbij was en de zaken afgerond, was er tijd voor ontspanning, dan ging de Bollenstreek even uit zijn bol. Ook in Lisse ging de druk even van de ketel. Vuurwerk, kermis, poffertjes, oliebollen, gerookte paling, kaneelstokken, suikerspin en een gokje bij de harddraverij een jaarlijks terugkerend festijn en dat al 150 jaren lang. Vereniging Oud Lisse is nog lang niet zo oud maar wij als jonkies feliciteren de Harddraverijvereniging van harte VOL-uit en wensen de vereniging nog heel veel mooie jaren toe. Lisse kijkt er naar uit.

150 jaar harddraverij

 

Corso al 75 jaar springlevend

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                           

24 mei 2022

Door Nico Groen

 Het jaar 1947 kan gezien worden als het begin van het corso voor de Bloembollenstreek. Daarvoor had ieder dorp wel een soort corso, wat we nu een kindercorso zouden noemen. Grotere wagens deden toen nog niet mee. Maar in 1947 ontwierp Willem Warmenhoven, een bollenteler uit Hillegom, een heuse praalwagen. Deze wagen werd gerealiseerd.

Warmenhoven maakte eerst een tekening, die een walvis moest voorstellen. Hij maakte dit aan de hand van een krantenfoto van een walvis. Dit krantenartikel ging over de rentree van de  walvisvangst, die na de oorlog weer begonnen was door het fabrieksschip De Willem Barendsz. Hij legde het ontwerp voor aan de Hillegomse Harddraverijvereniging. Dat viel in goede aarde. De wagen met de walvis mocht meerijden in de optocht met Koninginnedag.

Één praalwagen in 1946

Onder leiding van Warmenhoven werd aan deze praalwagen gewerkt. Dat viel nog niet mee, want er was natuurlijk geen enkele ervaring. De Hillegomse timmerman Arie Graper bouwde het houten geraamte op een met hout verlengde vrachtwagen. Op dit geraamte werd betondraad aangebracht en daar ging weer gaas overheen. Vervolgens gingen plakken mos van 40 bij 50 cm over het gaas. Toen was de weggewerkte vrachtauto klaar om de hyacintentrossen vast te zetten. Dat was nog niet zo eenvoudig, want naalden waren er nog niet. Smid Sam Korbee  nam dun ijzerdraad en knipte deze in stukjes van zo’n 20 cm. Toen kon het steken beginnen met voornamelijk tinten blauw. In de bek hing een soort tralienetwerk van geregen witte losse hyacintenbloemetjes.

Het publiek tijdens de optocht was dolenthousiast, evenals de organisatie. Deze besloot om met de walvis door te rijden naar Amsterdam, waar het ook een groot succes was. Alleen voor de chauffeur was het minder leuk. Hij had bijna geen uitzicht en was voortdurend bang een aanrijding te veroorzaken.

“Door schade en schande word je wijs”

De burgemeesters van Hillegom, Lisse en Sassenheim besloten op aandringen van Willem Warmenhoven om er een streekgebeuren van te maken en dat gebeurde in 1948. De deelnemers moesten het allemaal zelf uitzoeken en hun fantasie gebruiken. Niemand had ervaring. Deelname was mogelijk voor alle soorten motorrijtuigen. Ze moesten wel versierd worden. In diverse bollenschuren en loodsen werd de opbouw voor auto’s en vrachtwagens in elkaar geflanst. Het corso van ongeveer 2 km startte op de Pastoorslaan in Hillegom. De 4 kraanwagens hadden een drukke dag, want er waren nogal wat uitvallers door motorpech, constructiefouten, te brede wagens en onwel geworden chauffeurs, die in een veel te krappe behuizing reden. Er viel dus nog veel te leren, maar de organisatie ging vol goede moed verder: “door schade en schande word je wijs”. In 1949 reed de stoet van het sportpark in Lisse naar Hillegom, vervolgens naar Sassenheim en weer terug naar het sportpark.

In 1951 werd Jos van Driel aangenomen als ontwerper van de praalwagens. Dat was een hele verbetering met een thema per jaar. Dat hield hij vol tot en met 1980. Zijn zoon Kees, die al een paar jaar zijn vader hielp met ontwerpen, nam toen officieel het stokje over.

Bovenstaande informatie is ontleend aan het boek ‘Corso Bollenstreek’ uit 1986 van Herman van Amsterdam.

Foto:  Een gedeelte van de walvis uit 1946
Foto: uit het boek ‘Corso Bollenstreek’ uit 1986

Blowmencorso op lijst van Unesco van immaterieel erfgoed

Alle corso’s in Nederland, dus ook het bloembollencorso, zijn in decemer 2021 bijgeschreven op de Unescolijst van immaterieel erfgoed der mensheid.

Nieuwsflits

Nieuwsblad jaargang 21 nummer 1, 2022

Op 16 december 2021 werd bekend gemaakt dat Unesco de Nederlandse corsocultuur een plek geeft op de Unescolijst van Immaterieel Erfgoed der mensheid. Dat liet minister Ingrid van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap die dag weten in een online bijeenkomst van vertegenwoordigers van de corsocultuur en de valkerij, dat ook een plekje op de lijst krijgt. De corsocultuur is voorgedragen namens 21 bloemen- en fruitcorso’s in Nederland, waaronder Rijnsburg en de Bollenstreek. Een corso is veel meer dan een optocht, zeggen zij, want het bouwen van de corsowagens is intensief. Alles wat daar bij komt kijken is een sociaal en creatief proces waar de gehele gemeenschap, jong en oud, man en vrouw, een groot deel van het jaar druk mee bezig is. Ook kinderen en
jongeren zijn daarbij intensief betrokken zodat deze cultuur overgedragen kan worden naar de volgende generatie. Vooral ook de grote bijdrage van de corsocultuur aan de sociale cohesie is belangrijk. Het Bloemencorso van de Bollenstreek werd begin december 2021 ook al bijgeschreven in de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland. Deze
erkenningen leveren geen subsidie op, maar kunnen wel worden aangevoerd als het belang en behoud van de cultuur aan de orde is.

Foto:  Een gedeelte van de walvis uit 1946
Foto: uit het boek ‘Corso Bollenstreek’ uit 1986

Nederlandse corsocultuur krijgt plek op de Erfgoedlijst van Unesco

Harddraverij Vereniging 150 jaar

Dit jaar viert de HDV op verschillende locaties en tijdstippen het 150-jarig bestaan.

Nieuwsflits

Nieuwsblad jaargang 21 nummer 1, 2022

Dit jaar viert de HDV Lisse feest op meerdere locaties. Als je zo oud bent mag je wel een feestje geven. ’t Huys Dever gaat hierbij ook een rol spelen. In en om het slot zullen de middeleeuwen herleefd worden. Uit de eeuwenoude oven zullen weer heerlijke producten komen, terwijl er boven het openhaardvuur allerlei lekkere hapjes worden bereid. Buiten laat de smid zien bloemen in vervlogen tijden het ijzer smeedde. Bij de pottenbakster mag je zelf ook wat maken. Het kruidenvrouwtje heeft voor elk kwaaltje wel een kruid. Gaan er nog ridders op elkaar in rijden? Zien we die dag zwaardvechtend voetvolk? Of schieten we wat pijlen in de roos? Gaan we kegelen met kanonskogels?Hoefijzers werpen of tonknuppelen? Paardje rijden misschien? Samen met HDV 150 maken we er bij Dever een paar mooie dagen van met voor elk wat wils. Zet 11 en 12 juni alvast maar in de agenda.

Wordt vervolgd

Foto: een poster uit 1913 van de Harddraverijvereniging Lisse & Omstreken

Opening van de Kwakel bij Dever

Jaargang 19 nummer 2, 2020

Nieuwsflitsen

Het wandelroutenetwerk in Lisse is uitgebreid met een route vanaf de Zemelpoldermolen naar de hoek Achterweg/Prof. Van Slogterenweg. Door de aangelegde Kwakelbrug die vanaf de Vennestraat toegang geeft tot het
terrein van ’t Huys Dever, kan men nu de route vervolgen via de oprijlaan van Dever naar de Prof. Van Slogterenweg via het fietspad van de Heereweg. Ter info, ons VOL-lid Nico Groen, die ook actief is in het wandelnetwerk Bollenstreek, was de initiator van de bouw van deze Kwakelbrug! De Kwakelbrug werd op woensdag 24 juni officieel geopend door wethouder Kees van der Zwet en Ignus Maes, voorzitter Vrienden van ’t Huys Dever. Van der Zwet sprak zijn waardering uit voor de vrijwilligers van het wandelnetwerk Bollenstreek en ’t Huys Dever. Ze dragen bij aan de toegankelijkheid van het erfgoed in de Bollenstreek en in Lisse. Door de Kwakel brug wordt ’t Huys Dever opgenomen in het wandelnetwerk Bollenstreek en ontstaat er een nieuw ommetje voor de inwoners van Lisse. Dit project is tot stand gekomen met bijdragen van de provincie ZuidHolland, de regio Holland Rijnland en de gemeente Lisse. Langs de route is op het terrein van Dever een mooi infobord gerealiseerd over de geschiedenis van ’t Huys Dever en het wandelroutenetwerk Bollenstreek waar Ignus Maes een korte toelichting op gaf.

bruggetjes werden dus kwakels genoemd. Deze bij Dever is wel stevig!!!

Het woord Kwakel is verwant met wankel in de zin van onvast. Wiebelige

HOBAHO 100 jaar

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                                             

11 mei 2021

door Nico Groen

Dit voorjaar is het 100 jaar geleden dat de N.V. Hollands Bloembollenhuis, later HOBAHO genoemd, werd opgericht door de heren HOman, BAder en HOgewoning. Na succesvol samengewerkt te hebben, besloten zij in 1921 bollenveilingen te gaan organiseren. Later werd ook een bemiddelingsbureau, een testcentrum en een bollenbewaarcentrum opgericht.

De oprichters dachten in 1921 aan de ruimten van hotel De Witte Zwaan aan ’t Vierkant genoeg te hebben om de aanvoer voor hun veiling onder te brengen. Dat was ernstig onderschat. Er kwamen zoveel bollen, dat het grootste gedeelte buiten moest staan. Zij pakten het jaar daarop de zaken meteen groot aan. Aan de Haven in Lisse lieten zij een hal neerzetten van 4200 vierkante meter, waarvan 500 m2 sloot, zodat de aanvoer per schip binnengevaren kon worden. Het was een complete hangar uit Duitsland. In 1924 werd in de hangar een ontvangstruimte, een kantoor en een veilingzaal met 250 stoelen en een elektrisch afmijntoestel (veilingklok) gebouwd. In 1928 was de hangar te klein voor het steeds maar toenemend aantal bollen. Er werd toen een nieuwe hal van 2.000 m2 direct achter de hangar aangebouwd. In de loop van de jaren werden er nog drie hallen aan de oostkant bijgebouwd. Ook land en andere panden werden aangekocht, zodat het totale complex 4.36 ha besloeg. In 1925 werd gestart met een eigen weekblad, ‘de Hobaho’, later ‘Vakwerk’. In eerste instantie werd dit gedrukt bij drukkerij Imperator, daarna (1975) in eigen beheer bij Hobaho zelf in een aangekocht pand aan de overkant, aan de 1e Havendwarsstraat 4. Daar is nu o.a. de Vereniging Oud Lisse gehuisvest. In de loop der jaren werden de hallen voor talloze evenementen voor de Lissese bewoners gebruikt.

Witte Zwaan

De eerste veiling werd dus gehouden in hotel De Witte Zwaan, dat rond 1970 is gesloopt. De witte zwaan vormt sinds die tijd het beeldmerk (logo) van de veiling ter herinnering aan de plek waar het begon. Zo waren er twee witte zwanen op het dak aan de voorkant van het gebouw bij de Haven. Ook op alle manden was een witte zwaan geschilderd. Dit ook ter onderscheid van de manden van andere manden.

Hallen niet meer nodig

Door veranderende omstandigheden werd in 2003 de veilingklok opgeheven en waren de hallen niet meer nodig voor de bollenaanvoer. Daarom nam Hobaho zijn intrek in een groot pand aan de overkant aan de Grachtweg. In 2018 werd de mogelijkheid geboden naar de Prof. Van Slogterenweg te verhuizen. De zwanen waren bewaard gebleven en staan nu pontificaal te pronken voor de hoofdingang van het nieuwe pand, waar ook het Testcentrum is gevestigd.

Het gebied van de voormalige veilinghallen is inmiddels ontwikkeld tot een nieuw stukje van het Centrum van Lisse: het Havenkwartier, dat in 2019 een feit werd. Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan een artikel over Hobaho van Arie in ’t Veld in het eerste nummer van 2021 van het Nieuwsblad van de VOL.

Foto: Op de veilingdagen was het een drukte van belang in Lisse.
Foto uit het Nieuwsblad de VOL

 

Overhandiging vaandel “Trouw moet Blijken”

Jos van Bourgondiën,

maandag 15 februari 2021

Op 15 februari 2021is in de Vergulde Zwaan door Martin Meulemans en Marco Kleijhorst, vertegenwoordigers van muziekvereniging Da Capo het vaandel van de voormalige Lissese harmonievereniging “Trouw moet Blijken” overhandigd aan Eric Prince, Annette Heus in het bijzijn van Chris Balkenende en Jos van Bourgondiën, vertegenwoordigers van de Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”. Het spreekt vanzelf dat dit vaandel een prominente plek krijgt in de Vergulde Zwaan.

 

 

 

1

 

50 jaar ‘Groen&Bloei’ in Lisse

Sporen van vroeger (LisserNieuws)

 22 december 2020

door Nico Groen

‘Groei&Bloei, afdeling Bollensteek’ werd 50 jaar geleden opgericht. Toen heette de vereniging nog niet zo. De naam was toen ‘De Koninklijke Maatschappij voor Tuinbouw en Plantkunde, afdeling Lisse’ Afgekort tot KMTP Lisse. Het was een van de vele afdelingen van deze landelijke vereniging. De afdeling werd opgericht door mevrouw Grimme van Bloemisterij Grimme aan de Heereweg. Voorzitter werd Wim Grimme, die nu al 50 jaar bestuurslid is, waarvan al die tijd voorzitter of vicevoorzitter.

Weliswaar waren er al afdelingen in Bennebroek, Rijnsburg en Noordwijk, maar mevrouw Grimme vond dat Lisse een eigen afdeling verdiende. In korte tijd werden de vereiste 100 handtekeningen voor de oprichting van een eigen afdeling verzameld en men ging enthousiast aan de gang. In het begin waren er voornamelijk lezingen met diapresentatie over plantensoorten en ecologisch natuurbeheer, zoals bijvoorbeeld in bermen langs de snelwegen. Later kwamen daar tuinen en natuurgebieden bij.

De mogelijkheid deed zich voor om van de gemeente grond aan de Rijnsloot bij de zemelmolen te gebruiken om een Heemtuin te maken. Men ging in 1971 heel enthousiast aan de slag om allerlei biotopen te creëren en een vijver te realiseren. Zo werd er bijvoorbeeld lössgrond uit Limburg gehaald. Martin Koning en zijn vrouw kweekten wilde planten in de Engel, waarvan het zaad werd gebruikt in de Heemtuin of werd verkocht.

Vrij snel kwam de klad in de heemtuin. Veel planten en andere dingen werden door de jeugd vernield. Er was zelfs een crossbaantje ontstaan. De animo bij de vrijwilligers verdween daardoor. Dat bleef zo doormodderen tot Marjan Stelder 30 jaar geleden de regie overnam. Als eerste werd een groot hek gemaakt vanwege de vernielingen. De Heemtuin kwam toen op eigen benen te staan en floreert sinds die tijd erg goed. Groei&Bloei is er nog steeds zijdelings bij betrokken.

Tuinkeuringen

In 2004 kwamen tuinkeuringswedstrijden in beeld. De tuinkeuring werd als eerste in Noordwijkerhout georganiseerd. Later volgden Lisse, Sassenheim en Hillegom. De prijsuitreikingsavonden met presentaties van de gewonnen tuinen waren iedere keer een groot succes met volle zalen. Dit was goed voor het ledenaantal en de bekendheid van Groei&Bloei. Het kostte veel mankracht om in 4 plaatsen 3 keer per jaar te keuren en foto’s te nemen. De vereniging heeft de tuinkeuringen tot 2012 volgehouden. Toen volgden algauw de opentuindagen in Noordwijkerhoud.

Andere activiteiten, die in de loop van de tijd zijn opgestart en nog steeds lopen zijn de bloemenworkshops, een bloemschikwedstrijd, de bloemschikcursussen en de tuinclub.

Als lid van Groei&Bloei betaal je contributie en krijg je het blad Groei&Bloei gratis thuisgestuurd. Er zijn in de loop van de jaren veel bladen op het gebied van groen en tuinen bijgekomen. Deze zijn vaak wat goedkoper dan het lidmaatschap van de vereniging. Daardoor liep het ledental de laatste 10 jaar landelijk sterk achteruit. Zo ook in de Bollenstreek. De afdelingen in Rijnsburg, Bennebroek en Noordwijk werden opgeheven. Lisse heeft de leden overgenomen en heet sinds die tijd Groei&Bloei afd. Bollenstreek. Voor meer info kunt u terecht op de website van de vereniging: Bollenstreek.groei.nl.

Foto: De kerstworkshops trekken altijd veel deelnemers.
Foto Groei&Bloei

 

Foto: De kerstworkshops trekken altijd veel deelnemers

Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”

 50-jarig jubileum The Flags

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                               

8 december 2020

door Nico Groen

Voetbalvereniging SIZO uit Hillegom had een afdeling met honkballers die op de voetbalvelden speelde. Op een  gegeven moment mochten zij niet meer op de voetbalvelden spelen vanwege de schade die dat veroorzaakten. In 1970 was in Lisse een softbalvereniging opgericht. De honkballers uit Hillegom trokken in bij de softballers in Lisse. Vanaf die tijd heet de vereniging officieel ‘De honk- en softbalvereniging  The Flags’. Dat in nu 50 jaar geleden.

 

Yvonne Burga en haar man Loek Dijkman van Topa Verpakkingen BV, indertijd aan de Grevelingstraat gevestigd, hebben The Flags opgericht. Yvonne kwam uit Heemstede en speelde in Bloemendaal softbal in de hoogste afdeling. Toen zij in Lisse kwam wonen, miste zij het softballen. Dat vond haar man zo erg, dat hij kordaat The Flags in Lisse oprichtte. Hij was ook de eerste voorzitter. Yvonne heeft de naam verzonnen. De oude naam voor Lisse was Lis. Lis is ook een plant uit de irisfamilie. In Amerika heet die plant flag. De vereniging is daarnaar vernoemd. Dus Lisse op zijn Amerikaans. Een iris staat ook in het logo van de club.

 

Het eerste jaar werd met 1 damesteam gestart. Loek Dijkman keek altijd vooruit en wilde meer. Hij wilde al snel een  eigen veld met verlichting hebben en na de komst van de honkballers uit Hillegom kwam dat veld met die verlichting al gauw.

Door de komst van de honkballers uit Hillegom groeide de vereniging als kool. Ook veel honkballers uit Haarlen kwamen in Lisse spelen. Op een gegeven moment was The Flags  een van de grootste vereniging van Nederland. Halverwege de jaren negentig speelde het eerste herensoftbalteam zelfs hoofdklasse. Zij bleven 19 jaar lang op hoog niveau spelen. In 1985 (vanwege de aanleg van de randweg) verhuisde de club naar een ander terrein, daar waar zij nu nog spelen met tegenwoordig een kleine maar goede accommodatie. De velden liggen tussen de Van Lyndenweg en de atletiekvereniging De Spartaan aan de Spekkelaan.

 

Aantrekkelijke sport voor de jeugd

The Flags is de enige honk- en softbalvereniging in de Duin- en Bollenstreek en heeft daardoor een regionaal ledenbestand. Het is een echte vriendenvereniging waar gezelligheid vooropstaat en menig lid al heel lang meeloopt. De honkbalwedstrijden zijn  in het weekend, maar de softbalwedstrijden en trainingen zijn in de avonduren.

Eén van de zorgen van het bestuur is de aanwas van jonge leden. Het is niet zo vanzelfsprekend dat jongeren gaan honk- of softballen. En dat terwijl het een hele leuke teamsport is om te doen. Volgens Nico Assendelft, al heel lang vrijwilliger daar, doet de vereniging er alles aan om jongeren erbij te betrekken. Zo is er contact met het Fioretticollege en lagere scholen. Vanuit de scholen zou georganiseerd kunnen worden dat de leerlingen eens kunnen proeven aan honkbal of softbal.

Informatie over deze zomersporten is de vinden op de website KNBSB van de Koninklijke  Nederlandse Baseball en Softbal Bond en op de website van The Flags in Lisse.

Dat The Flags 50 jaar bestaan willen zij weten.
Foto: Nico Assendelft

Foto: Dat The Flags 50 jaar bestaan willen zij weten.

Foto: Nico Assendelft

Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse”

EERSTE II STEDENTOCHT

Leest u het goed? Er staat geen elf-maar tweestedentocht! Al in 1888 werd op de Leidsetrekvaart tussen Haarlem en Leiden een tweestedentocht van 29 km gereden.

door Huub Snoep

Nieuwsblad Jaargang 19 nummer 4, 2020

laas Pander won goud, hij was de latere trainer/coach van Jaap Eden

Al in 1888 werd op de Leidse trekvaart tussen Haarlem en Leiden de kiem gelegd voor het huidige marathonschaatsen. Op de 29ste februari van dat schrikkeljaar verscheen een advertentie in het Haarlems Dagblad, waarin de IJsclub voor Haarlem en Omstreken een ’Internationale Afstandsrit op schaatsen voor amateurs’ over 29 kilometer aankondigde. Klaas Pander werd de bejubelde winnaar, voor Pim Mulier.  Februari 1888 was een koude maand. Voor de derde maal die winter brak de vorst door en werden de houten schaatsen ondergebonden. “De baan
aan den Overveenschen weg wordt weder druk bezocht”, schreef het Haarlems Dagblad op maandag 27 februari 1888. Het hernieuwd invallen van de vorst was een buitenkansje voor de ijsverenigingen. In 1882 was de Nederlandse Schaats Bond (NSB) opgericht, maar slechts in 1885 en 1887 was het gelukt een enkele wedstrijd te organiseren. Geen wonder dat in 1888 direct werd gereageerd. De Amsterdamse IJsclub schreef voor 25 februari een ’Internationaal kampioenschap van Amsterdam’ uit. Drie dagen ater konden de hardrijders in Haarlem
aan de slag. Het Haarlems Dagblad schreef: “Wel woei er een scherpe koude wind, maar het deerde den velen rijders en voetgangers niet, die gekomen waren om den wedstrijd tusschen eenige hardrijders-liefhebbers bij te wonen,
welke beschenen door een vroolijk winterzonnetje en onder de opgewektetonen der muziek plaats had.” Helemaal vlekkeloos verliep de dag niet, getuige: “Een dame had het ongeluk met een der rijders, toen zij de baan wilde oversteken, in botsing te komen, waardoor zij bewusteloos nederviel en in de restauratie-tent werd gedragen, waar zij gelukkig kon worden bijgebracht.”

Afstandsrit

IJscub Haarlem

estimuleerd door het succes van de langebaanwedstrijd op de ijsbaan aan de Overveenscheweg op 28 februari, vooral vanwege de winst van de eigen Klaas Pander, schreef de IJsclub Haarlem voor donderdag 1 maart 1888
een afstandsrit uit tussen Haarlem en Leiden, een afstand van ongeveer 30 kilometer. Een anoniem lid van de IJsclub loofde een gouden, zilveren en bronzen medaille uit. Later zou Pim Mulier, de grote stimulator van veel sporten in Nederland en vooral van de schaatssport, onthullen dat jonkheer Ch. van der Poll de gulle gever was. Om de deelnemers gelijke kansen te geven bepaalde het wedstrijdreglement dat de rijders niet tegelijk, maar “met tusschenpoozen van 5 minuten zouden afrijden van de Prins Hendrikbrug op de Leidschevaart te Haarlem”. Daarna was de route als volgt: “Leidschevaart tot aan de waterleiding, alwaar, wegens de wakken, omgereden, afgebonden, of met schaatsen over den weg moet worden gegaan (’klunen’ dus, maar dat woord was toen in Holland nog niet bekend); geheel ter keuze van de rijder. Vervolgens Leidschevaart tot station Piet Gijzenbrug en vandaar de Leidschevaart tot de Marepoort in Leiden. Iedere deelnemer zal den weg alleen moeten afleggen. Het is verboden gebruik te maken van kunstmatige middelen van vervoer. Overtreding wordt bestraft met diskwalificatie”, besloot het reglement dreigend. Opvallend was het na elkaar van start gaan, een systeem dat op natuurijs voor het eerst pas weer werd toegepast bij de ’proloog’ van de Driedaagse van Ankeveen in 1986.

Enthousiast
Verschillende kranten toonden zich enthousiast over de langeafstandsrit tussen Haarlem en Leiden. “Men ziet
dat de grote afstand en de hindernissen waarmee de rijders te worstelen hebben, de wedstrijd nieuw en tevens zeer
belangwekkend maken”, schreef De Nederlandse Sport. Dat de schaatssport in die jaren een nog wat elitaire sport was, bewees het jurycorps dat bestond uit de jonkheren Quarles van Ufford, Teding van Berhout (’president’ van de IJsclub Haarlem) en Repelaer van Spijkenisse. Zij  bleken voor hun taak berekend. “Men werd overal gecontroleerd”, scheef Pim Mulier, zelf één der deelnemers, “ofschoon smokkelen niet wel mogelijk was, tenzij men zich met een zeer
goede harddraver een eind weegs de vaart langs had willen laten rijden.” De dertien deelnemers (allen Hollanders, de Friezen hielden zich toen nog vooral met de kortebaan bezig) vertrokken onder grote belangstelling tussen 10 en 11 uur. Toen 17 minuten over 12 H.A. Kampman als laatste arriveerde, bleek de snelste tijd gemaakt te zijn door de als voorlaatste gestarte Klaas Pander, die twee dagen eerder op de Haarlemse ijsbaan ook al de wedstrijd over één mijl had gewonnen. Op het op vele plaatsen slechte ijs noteerde hij een tijd van 1 uur 6 minuten en 15 seconden. Liefst drie van de voor hem gestarte tegenstanders had de latere leermeester van Jaap Eden onderweg ingehaald.
Als tweede eindigde Pim Mulier, op 3 minuten en 15 seconden, derde werd A. Jansen (1 uur 10 minuten). Volgens De Nederlandse Sport waren Pander en Mulier de enigen die bij het ’klunen’ de schaatsen uittrokken: “De heeren Pander en Mulier, die ook met succes vroeger aan hardlooperijen hebben deelgenomen, hebben op de plaatsen waar zij moesten afbinden, in iedere hand een schaats genomen en den afstand, die zij over land moesten nemen, als hardlopers afgelegd.”

Geen vervolg
Jammer genoeg is de IJsclub Haarlem niet in staat geweest de wedstrijd een vervolg te geven. Plannen waren er wel. Een jaar later stond de wedstrijd zelfs als ’Internationale Wedstrijd voor Amateurs’ op de kalender, maar een reeks slappe winters voorkwam dat de trekvaart tussen Haarlem en Leiden voldoende dichtvroor. Ook Pim Mulier bleef er naar streven om naast reguliere wedstrijden over 500, 1500, 5000 en 10.000 meter vooral ook afstandswedstrijden te organiseren. “Een afstandsrit, door den Bond uitgeschreven, en goed gecontroleerd, zal zeker succes hebben”, schreef de Haarlemmer in 1894. Op 21 december 1890 had hij de 11 Friese steden op één dag per schaats bezocht en in 1909 gaf hij als secretaris van de door hem opgerichte Nederlandsche Bond voor Lichamelijke Opvoeding de aanzet voor de eerste Elfstedentocht. Als alternatief voor de tocht van Haarlem naar Leiden noemde Mulier de wedstrijdtocht Amsterdam-Leiden-Woerden of Utrecht, of van Leeuwarden naar Groningen en terug.

Haarlem-Leiden is na 1 maart 1888
nog slechts eenmaal gehouden. Zondag 27 december 1981 organiseerden het Haarlems Dagblad en de IJsclub Haarlem gezamenlijk de tweede editie, tussen Heemstede en Voorhout. Dit maal als een toertocht. Deze schaatsprestatietocht over de Leidsevaart trok1760 deelnemers.

In deze bundel voor de liefhebber staan 43 verhalen uit de rijke Nederlandse schaatshistorie. Van de oorsprong van het georganiseerde schaatsen aan het eind van de negentiende eeuw tot de introductie van de klapschaats ruim 100 jaar later.
zie verder op: www.facebook.com/huub.snoep