Berichten

VAANDEL VAN RK MIDDENSTANDSVERENIGING SINT JOZEF

In 2011 kwam de Vereniging Oud Lisse in het bezit van het vaandel van de RK. Middenstandsvereniging St. Jozef. Na een intensieve restauratie hangt het vaandel nu bij de vereniging in de Vergulde Zwaan. 1ste Havendwarsstraat 4 Lisse.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)                                            1 juni 2014

door Koos van der Zwet

In de doelstelling van de Vereniging Oud Lisse wordt onder andere het behoud van het culturele erfgoed in de gemeente genoemd.
Het begrip cultureel erfgoed is breed, het laat zien waar we vandaan komen en scherpt aldus de blik op de toekomst.
Naast onroerende zaken, zoals gebouwen en landschappen, zijn er de onroerende culturele zaken. Daaronder vallen klederdrachten, kunstwerken zoals schilderijen en beeldhouwwerken en nog veel meer.
In deze column gaat het om onroerend cultureel erfgoed.
Tot de jaren zestig paste het in de rooms-Katholieke traditie dat men zich aansloot bij een katholieke organisatie. Nederland was verzuild, ook andere gezindten hadden hun eigen organisaties.
Een RK arbeider werd lid van een RK Vakbond, met de Katholieke Arbeiders Beweging (KAB) als de grote bond, zoals nu de Federatie Nederlandse Vakbeweging. Middenstanders sloten zich aan bij een RK Middendstandsvereniging.
Iedere RK vereniging, corporatie of bond had een eigen beschermheilige.
De landarbeiders bij Sint Deusdedit en voor de metaalbewerkers was Sint Eloy de beschermheilige
In Lisse werd in maart 1912 de RK Middenstandsvereniging Sint Jozef opgericht. De ondertitel van de vereniging was De Hanze.
Sint Jozef werd gezien als een kleine zelfstandige, een middenstander ergo de beschermheilige voor de middenstanders.
Veel verenigingen werden vanuit de parochie opgericht. In Lisse was dat lange tijd alleen de Agathaparochie. Vanuit de parochie werd voor iedere vereniging een geestelijk adviseur aangewezen, die had nogal wat invloed op het beleid van de vereniging had.
Het gaf ook de sterke binding met de kerk aan.
Deze binding kwam tot uiting in de vaandels die door vele verenigingen werden gebruikt. De meeste vaandels stonden in de kerk. In de Agathakerk stonden ze tegen pilaren aan. Bij processies werden de vaandels meegedragen. In Zuid-Nederland zichtbaar buiten de kerk. In Noord-Nederland vooral binnen de kerk.Na de jaren zestig zijn vele vaandels uit de kerk verdwenen. De vraag is: Waar zijn ze gebleven?
In 2011 kwam de Vereniging Oud Lisse in het bezit van het vaandel van de RK. Middenstandsvereniging St. Jozef. Na een intensieve restauratie hangt het vaandel nu bij de vereniging in de Vergulde Zwaan. 1ste Havendwarsstraat 4 Lisse.
De restauratie is uitgevoerd door mevrouw Corrie Swinkels, een groot deskundige op het gebied van borduren en andere textiele vormgevingen.
Over het vaandel is niet veel meer bekend dan wat we uit het opschrift kunnen halen.
Er zijn meer vaandels geweest, niet alleen van RK verenigingen maar ook van anderen, zoals muziekverenigingen.
Deze vaandels behoren tot het culturele erfgoed, ze geven aan hoe men in het verleden was georganiseerd in verenigingen. In het leven van de mens waren verenigingen zeer belangrijk.
Bedenk er was geen televisie, alleen radio, films waren meestal zwart-wit, er was geen computer met internet.
De Vereniging Oud Lisse is benieuwd of er nog vaandels zijn. Het is bekend dat bij een aantal verenigingen de vaandels nog in goede staat zijn en goed bewaard worden, waarvoor alle lof.

Het vaandel

Bondstraat 13 – ‘Patronaatsgebouw’

Het pand werd voorheen gebruikt door de RK Volksbond. Nu is Dansschool ‘Welkom’ er gevestigd.

Kadaster: D-6186. Bouwjaar 1918. Architect: C.W. Barnhoorn.

Dit is het voormalige patronaatsgebouw van de St. Agathaparochie. Het ontwerp uit 1918 is van de hand van C.W. Barnhorn. Hij was toen nog student. In de top bevindt zich een aangesmeerde gevelsteen met: ‘PATRONAAT’, omrand door rode strengperssteen. De voorgevel wordt afgesloten met een topgevel van siermetselwerk in bloktandmotief, bekroond met stenen kruis. De zijgevels zijn in gelijke stijl uitgevoerd.

De voorkant van het patronaatsgebouw

ERNST HEINRICH KRELAGE (1869-1956) en zijn betekenis voor Lisse

Maarten Timmer heeft een lezing op 20 februari 2018 voor de VOL gehouden over Ernst H. Krelage. Kelage was een vooraanstaand persoon in de bloembollenbranche rond 1900. Maarten Timmer schreef een dik boek over Ernst Krelage. een samenvatting staat in het Nieuwsblad 2019 nr 1. Als u op onderstaande link klikt , kunt u de hele lezing bekijken’.

Krelage oudlisse site

 

Maarten Timmer

Van jongs af aan is Maarten Timmer bekend met de bollenteelt. Na zijn studie werkte hij als onderzoeker bij het Laboratorium voor Bloembollenonderzoek. Sinds zijn pensionering is hij intensief bezig met historisch onderzoek naar de tuinbouw, in het bijzonder naar de bloembollenteelt. Daar publiceert hij ook over. Zo verscheen over Ernst Heinrich Krelage (1869-1956) een werk in 2 delen. Krelage was een bekende Haarlemmer en een van de grondleggers van de moderne bloembollensector in Nederland. Op 20-02-2018 hield Maarten Timmer bij de VOL een lezing getiteld ‘ERNST HEINRICH KRELAGE EN ZIJN BETEKENIS VOOR LISSE’. Er waren intensieve contacten met Lisse, dat zich eerst bescheiden presenteerde als ‘bij Haarlem’, maar zich later afficheerde als ‘Centre of the Bulb-district’. Timmer heeft zijn lezing speciaal voor Oud Lisse verwerkt tot een uitgebreid geïllustreerd verhaal. Dit bijzonder boeiende relaas is in zijn geheel te lezen op de website van Oud Lisse: oudlisse.nl. In dit Nieuwsblad enkele wederwaardigheden hieruit. Natuurlijk is het gehele verhaal ter inzage beschikbaar op de thuisbasis van Oud Lisse. Dus kom een keer op dinsdagochtend langs, lees het interessante verhaal van Maarten Timmer en kijk er eens rond. In de bibliotheek staan aan aantal fraaie publicaties. Ook bijzondere voorwerpen uit Lisse en uit de bollenteelt zijn er te zien.

De oprichting van Vereniging Oud Lisse en activiteiten in de eerste jaren

De high liths van de afgelopen 25 jaar worden weergegeven.

door Frits Treffers en Wim Bosch

Dit artikel staat gedeeltelijk op de Nieuwsbrief Jaargang 16 nummer 1 winter 2017

1. Inleiding

Hieronder schrijven we een aantal punten neer die wij nooit vergeten zullen uit de eerste jaren van onze Ver. Oud Lisse. De indeling is als volgt:

  1. Het ontstaan van de Vereniging Oud Lisse
  2. Projecten
    1. Oude bollenvilla’s trachten te beschermen tegen sloop.
    2. Voorgenomen sloop van het monumentale NS station voorkomen.
    3. Behoud van het Driehuizen bollenschuurcomplex door herbestemming
    4. Strijd om behoud van het oudste pand van Lisse, Heereweg 191
    5. De sloop van villa Rozenheim
    6. Sloop villa “Wildlust” Heereweg 14 bij hotel- restaurant “De Nachtegaal”.
    7. Herbouw afgebrande Zemelpoldermolen.
    8. De ondergang van het Bollenlaboratorium in 2004
    9. Hofje van Six blijft bestaan.

a. Het ontstaan van de Vereniging Oud Lisse

Het is alweer meer dan 25 jaar geleden dat de vereniging eigenlijk door toeval is opgericht. Het gebeurde dat de overbuurman van Frits Treffers , Matthieu den Boer op een avond een praatje met hem begon en zijn zorg uitsprak over de geruchten die de ronde deden over de sloop van de mooie villa’s tegenover het huis “Somalo” van Frits Treffers Heereweg 28 (Heereweg Noord) .
Hij stelde toen voor om samen met Frits een vereniging op te zetten om waardevolle panden tegen sloop te beschermen.
Onze gedachte was om nieuwbouw op het achterliggende gebied van de villa’s toe te staan met behoud van de villa’s en oude bomen.

De vereniging werd opgericht en bestond uit 6 bestuursleden:
1. Matthieu den Boer (voorzitter)
2. Els Weening (secretaris)
3. Chris Paardekooper (penningmeester)
4. Ir. Frits Treffers (bouwzaken)
5. Loe Buijze (publiciteit)
6. Ir.Wim Bosch (ruimtelijke ordening)
De openingsvergadering werd op 15 december 1990 gehouden in de Gewoonste Zaak.

b. Projecten1. Oude bollenvilla’s trachten te beschermen tegen sloop.

24-02-1991 Bewuste vernieling om toewijzing als monument en eventuele bezetting van het pand te voorkomen. Zo stond Merenburgh er nog een paar maanden bij.

Het eerste project was het redden tegen sloop van de villa’s: Merenburgh (nr 25), Magnolia (nr 27) , en Buitendorp (29) gelegen aan de Heereweg Noord. Na diverse pogingen via juridische procedures en ondanks de grote aandacht in de pers, is het uiteindelijk helaas toch niet gelukt en is de villa Merenburgh in 1991 toch onverwacht gesloopt en is er na de sloop van ook de andere villa’s uiteindelijk nieuwbouw neergezet. De beeldbepalende bomen werden wel gespaard.

Merenburgh met protestborden tegen het beleid van Harry Smith, alias “Harry de Sloper” toen Weth. ruimtelijke-ordening. Mede door deze sloop is VOL juist in de steigers gezet.

2. Voorgenomen sloop van het monumentale NS station voorkomen.

Het tweede project was het oude NS station te beschermen tegen de voorgenomen sloop van NS. Ook daarvoor werden diverse gesprekken gevoerd, in dit geval met de Nederlandse Spoorwegen.

Uiteindelijk is daar  overeenstemming bereikt. Maar dat vroeg wel om zeer creatieve oplossingen. Door de Vereniging Oud Lisse werd speciaal voor dit doel in 1994 een beheersstichting opgericht, de Stichting Oud Lisse, die zorg kon dragen voor de restauratie en het onderhoud van het station. Stichting Oud Lisse kwam met de NS overeen om het stationscomplex voor een gering bedrag van NS te huren, met de verplichting het pand op eigen kosten te renoveren en te onderhouden.

Station Lisse monument

Als resultaat van het grote renovatie project van het station, waar in het bijzonder Frits Treffers heel veel aan bijgedragen heeft, werd met medewerking van de Gemeente Lisse het pand aangewezen tot Rijksmonument.

Het restauratieproces

Door Stichting Oud Lisse werd een totale renovatie van het oude NS station toegepast, hoofdzakelijk op de begane grond. De bovenbouw werd bij de restauratie voorzien van nieuwe verwarming, maar werd verder zo gelaten. De firma Necon, het oude bureau van Frits Treffers, heeft de noodzakelijke reparatie adviezen gegeven.

Station in ±1905. Detail ingekleurde ansicht . Dit monument is door de inzet van de oprichters van VOL behouden gebleven.

Om inkomsten te verwerven voor de renovatie en onderhoud van het station werd met de gemeente Lgelaten. De firma Necon, het oude bureau van Frits Treffers, heeft de noodzakelijke reparatie adviezen gegeven.isse in 1995 overeenstemming bereikt om het geheel een horecabestemming te geven. De beneden verdieping van het station werd verhuurd aan het restaurant De Verloren Koffer. met behoud van de karakteristieke elementen aan het exterieur en in het interieur. John Nederstigt, de eigenaar van de Verloren Koffer, werd de eerste restauranthouder.

Er was een probleem om een gastoevoer aan te leggen voor het restaurant. Die zou volgens de leverancier onder het spoor moeten worden aangelegd, hetgeen extra kosten met zich mee zou brengen. Via het plaatsen van een gastank naast het parkeerterrein werd dit opgelost.

Geschiedenis station

Het oude stations complex was in opdracht van de toenmalige Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij gebouwd aan het traject Leiden-Haarlem. Het bij de spoorwegovergang staande stationsgebouw is gebouwd naar een ontwerp van de architect D.A.N. Margadant, die elders in het land vergelijkbare stationsgebouwen in een aan de Art Nouveau verwante stijl heeft gebouwd en van ca.1870 tot 1909 bij de H.IJ.S.M. als architect en opzichter werkzaam was. Kenmerkend voor het station in Lisse is de ver doorgevoerde asymmetrie en het afwisselende materiaalgebruik (baksteen, natuursteen en houtwerk).

De lijn Haarlem-Leiden werd in 1842 aangelegd. Landgoedeigenaren kregen het voor elkaar om de lijn op een (voor hun) zo gunstig mogelijke plek aan te leggen. De toenmalige eigenaar van het landgoed Venenburg, ten noorden van Lisse, had bij de HIJSM zelfs een eigen stopplaats bedongen. Het zou vervolgens nog tot 1896 duren voordat de HIJSM eindelijk van deze stopplaats verlost was. Er was dus geen halteplaats vlak bij het dorp. Maar in 1891 werd een halte Delfweg aangelegd bij het Halfweg. De naam werd in 1896 gewijzigd in Lisse (code LIS). Pas in 1904-1905 verrees het stationsgebouw iets ten zuiden van de halte Delfweg.

In het jaar 1904 vindt een rigoureuze aanpassing van de situatie op dit gedeelte van het terrein rond de spoorbaan plaats. Van douarière Van Pallandt-Steengracht van Oostcapelle worden door de Spoorwegen gronden verkregen voor de bouw van een station. Er volgt een omlegging van wegen en sloten. Dit verklaart ook het wat merkwaardige traject van de Stationsweg met de bochten vlak voor de spoorwegovergang.

Het gebouw is voorzien van wachtruimtes der eerste, tweede en derde klasse, een plaatskaartenkantoor met loketten en een bovenwoning voor de stationschef. Het aardige is dat er ook nog heel specifieke details te zien zijn die verwijzen naar de bloembollencultuur. Op de bogen in de hal zijn afbeeldingen te zien van narcissen en tulpen. In een bijgebouwtje was vroeger het toilet. In 1905 werd het station in gebruik genomen. Het oude station Delfweg kreeg weer haar oorspronkelijke bestemming van baanwachterswoning.

Einde spoorwegfunctie

In september 1944 ( de grote spoorwegstaking in de 2e wereldoorlog) werd de halteplaats gesloten. De wachtkamer 3e klasse deed in die tijd nog dienst als noodwoning. Na de oorlog werd de halteplaats uit de dienstregeling geschrapt. Door de grote afstand tussen Lisse en het station werd er te weinig gebruik van gemaakt door reizigers. In 1970 was het ook gedaan met de stopplaats voor het goederenvervoer. Vanaf de jaren 50 van de vorige eeuw stopten er in het voorjaar nog treinen voor bezoekers van de Keukenhof. De stopplaats ‘Lisse-Keukenhof’ was gedurende het bollenseizoen druk bezocht. Het noodperron van station Lisse is voor het laatst (90-er jaren) gebruikt door Lovers Rail om reizigers voor de Keukenhof af te zetten.

Einde bemoeienis met station

Omdat de NS het stationsgebouw wilde verkopen en John Nederstigt en de Stichting Oud Lisse niet ingingen op de aangeboden verkoopprijs van €400.000, heeft op 23 mei 2008 de Stichting Kasteel Keukenhof het station Lisse voor €350.000 gekocht van NS.
Na deze aankoop van het station van NS bleek dat de Stichting Kasteel Keukenhof eigen plannen had met het station. Mede gezien ook het feit dat de Stichting Oud Lisse haar doelstelling (renovatie en onderhoud van het station) had bereikt, heeft de Stichting Oud Lisse besloten de onderhuur aan het restaurant en haar verplichting tot onderhoud van het pand per 1 januari 2011 over te dragen aan de nieuwe eigenaar Stichting Kasteel Keukenhof. In het pand is nu restaurant “het Tussenstation” gevestigd. Gelukkig zijn in het interieur de specifieke details, zoals de tulpen en narcissen in de stenen bogen, nog steeds te bewonderen.

3. Behoud van het Driehuizen bollenschuurcomplex door herbestemming

Het bollenbedrijf was nog volop in bedrijf

Het bollenschuur complex van Driehuizen dat aan de Heereweg Noord staat tussen de villa’s Rutsbo en Somalo is door toedoen van de Ver. Oud Lisse een Rijksmonument geworden. Oorspronkelijk was het de bollenkwekerij het ‘Hollandse Bloembollen Huis’, bestaande uit een BOLLENSCHUUR met aangebouwd KANTOOR. Het ensemble is gebouwd in 1922, in opdracht van de firma Gebr. Driehuizen, naar een ontwerp van de in de bollenstreek bekende architect Leen Tol uit Lisse. Het complex is gebouwd in een stijl die verwant is aan de architectuur van de Nieuwe Haagse School, een strakke variant van de Amsterdamse School. De grote schuur is van het type bollenschuur met vide. Van dit type komen nog enkele in de Bollenstreek voor, maar deze hebben niet meer hun oorspronkelijke functie. Dit kwekerijcomplex is sinds 1981 niet meer als zodanig in gebruik.

Het heeft sindsdien gefungeerd als onderkomen voor antiekhandel van Damme. Projectontwikkelaar Hillgate Properties en Bouwbedrijf Huib Bakker maakten in 2008/2009 in de schuur 27 twee-, drie- en vierkamerwoningen, waarbij de karakteristieke kenmerken van het gebouw behouden bleven. De gigantische bollenschuur is een Rijksmonument. Het was dus van belang dat de oorspronkelijke uitstraling zoveel mogelijk intact zou blijven, terwijl de bollenschuur toch moest worden aangepast aan de moderne wooneisen. Daarom vond nauw overleg plaats met de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM). Het schitterend atrium, waar de woningen omheen liggen, is natuurlijk bewaard gebleven. De appartementen konden via een starters subsidie worden gekocht. Het voorste gedeelte van het complex is het voormalige kantoorgedeelte. Ook dit werd omgevormd tot woning. Hier is nog  een glas-in-lood ingevulde lichtkoepel, een vloer met decoratieve betegeling en er zijn nog deels met originele tegels beklede wanden. In april 2013 kreeg het kantoorgedeelte van het complex de erepenning van Vereniging Oud Lisse toegekend. Rondom het complex is nieuwbouw gerealiseerd.

(hierbij illustratie glas-in-lood, tegel, oude ontwerptekening van tol)

4. Strijd om behoud van het oudste pand van Lisse, Heereweg 191

Archeologisch onderzoek 2014. Bij het archeologisch onderzoek na de sloop vond men sporen van prehistorische akkers op dit perceel.

Een andere zaak was het z.g. witte pand op de Heereweg. Onze vereniging heeft in 1999 het vorige college van B&W (in casu wethouder F.W.H.P. Prins destijds verantwoordelijk voor het Monumentenbeleid) er van overtuigd het pand toen beschermwaardigheid te bieden door het op de gemeentelijke monumentenlijst te plaatsen. Het college heeft de beschermwaardigheid van het pand echter weer opgeheven t.b.v. nieuwbouw, door het pand in december 2003 weer van de gemeentelijke monumentenlijst af te voeren, gebruik makend van een zeer summier uitgevoerde verkenning door een ingehuurde bouwhistoricus. Een aanbod voor een gratis en grondig bouwhistorisch onderzoek door onze vereniging werd botweg geweigerd. Dit pand, de oudste woning van Lisse uit de 17e eeuw, is indertijd opgenomen in het Monumenten Inventarisatie Project (MiP). Het was geen Rijksmonument, maar het was wel een zeer bijzonder pand met oude tongewelven uit de 17e eeuw en inwendig voorzien van diverse oude 18e -eeuwse tegels . Zie schilderij van Carl Daudeij hieronder. De Vereniging Oud Lisse en de Bond Heemschut hebben helaas zonder resultaat diverse juridische procedures ondernomen om te trachten dit object te beschermen tegen een geplande sloop. Nu staan daar nieuwe gebouwen gebouwd in een enigszins “oude klassieke stijl”.

5. De sloop van villa Rozenheim

Rond 1995 stonden er twintig panden in Lisse op de nominatie voor de selectie voor aanwijzing als jong rijksmonument. Door de gemeente werden zij geplaatst op de “concept-Indicatieve Lijst”. Deze lijst was de neerslag van een eerste (landelijke) inventarisatie van panden uit de periode 1850 – 1940 die mogelijk in aanmerking zouden komen voor bescherming als jong monument. Van dit initiatief is niet veel terecht gekomen. De definitieve selectie bleef uit en wie de (mogelijke) monumentenstatus hinderlijk vond voor zijn bezit, had zo alle kans om tot sloop over te gaan. Ook villa Rozenheim stond op de lijst en trof dit lot. Het pand werd na enkele jaren leegstand en verloedering plotseling en onverwacht rond de jaarwisseling van 1996/1997gesloopt.
Villa Rozenheim (Heereweg 276) werd in 1881 gebouwd. In 1887 wordt een nieuwe bollenschuur van 3 verdiepingen gebouwd. In 1906 wordt het geheel gekocht door Frederik Franciscus Bernardus de Meulder van het sinds 1898 bestaande bollenexportbedrijf Fred. De Meulder. Oude catalogi van de firma vermelden als adressering Fred. de Meulder Rozenheim nurseries Lisse. Na zijn overlijden blijft het pand tot 1976 in eigendom van zijn weduwe A.W.A. de Meulder-Takkenberg. Na de sloop van de villa verrees op deze plek het ”glazen huis” van architect Wiel Arets.

6. Sloop villa “Wildlust” Heereweg 14 bij hotel- restaurant “De Nachtegaal”

 

T.b.v. de aanleg van een rotonde op de hoek Zwarte Laan/Heereweg/Meer en Duin, wilde de provincie ZH de villa “Wildlust” slopen. Het was een karakteristiek pand en de plek had een heel oude historie (zie hieronder). Hoewel dit pand, zowel door de Monumentencommissie en ook door de VOL bouwkundige werkgroep als Gemeentelijk monument werd gewaardeerd, wilde het College zich om politieke redenen helaas bij de provincie niet inzetten voor het behoud van deze historische villa en werd de villa in 2008 niet in de lijst Gemeentelijke monumenten opgenomen.
De eigenares mevr. De Regt (toen 86 jaar) wilde in 2007 niet weg en daarom is de provincie een onteigeningsprocedure gestart. In eerste instantie werd geprobeerd dit pand op de lijst van beschermde gemeentelijke monumenten te zetten, maar Provincie en ook Gemeente Lisse wilden niet meewerken en ook is uiteindelijk de eigenares met de aanwijzingsprocedure tot Gemeentelijk monument gestopt.

In maart 2009 werd de villa met instemming van de Gemeente Lisse door de Provincie ZH gesloopt i.v.m. de aanleg van de rotonde, ondanks de herhaalde inzet van de Ver. Oud Lisse voor het behoud van dit monumentale pand. Ook het Cuypers genootschap werd door de Gemeente niet ontvankelijk verklaard in haar bezwaar (geen belanghebbende).Deze riet­gedekte Bollenvilla “Wildlust”, gebouwd omstreeks 1923, was gaaf en representatief voor de regio­nale geschiedenis van de bloembollenteelt en karakteristiek vanwege de situ­ering (gelegen aan doorgangsweg en omgeven door tuin met bomen en achter­land).

De provincie had in het kader van het Monumenten Selectie Project ten behoeve van aanwijzing als rijksmonu­ment, de villa bij gebrek aan voldoende waarden niet geselecteerd.
De Provinciale Adviescommissie Monumenten had eerder in 2004 in het kader van de aanleg van de onderhavige rotonde, het cultuurhistorisch belang van de villa met tuin getoetst aan de hand van de toetsings- en selectiecriteria voor aanwijzing als provinciaal monument. Geconcludeerd werd dat het niet aan deze criteria voldeed.

Oorspronkelijk waren er achtereenvolgend 3 verschillende huizen die de naam Wildlust droegen. De gesloopte villa was het derde huis met die naam.

In de 18e eeuw bestond Wildlust nog niet. Toen stond daar een boerderijachtig pand

De buitenplaats “Wildlust” was rond 1800 gebouwd en is op 2 augustus 1814 gekocht door “de Heer Casparus Henricus Wolff , chirurgijn en apothecar” te Lisse. (zie ‘t Roemwaard Lisse door A.M. Hulkenberg , blz. 61). Op 30 jan. 1819 koopt de heer Jacob Coenraad Temminck, een verdienstelijk dierkundige en later directeur van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie te Leiden, van de eigenaar Casparus Henricus Wolff, de buitenplaats Wildlust voor 1000 Gulden.

De heer Temminck trouwt met de dochter van Marinus Smissaert, die in die tijd eigenaar was van Veenenburg. De heer Temminck overlijdt op 30 januari 1859 op 79 jarige leeftijd, en zijn weduwe blijft op Wildlust wonen tot haar dood in 1865. Haar tweede zoon Marinus Temminck, naar wie de boerderij Oud-Zandvliet later “Marinus” werd genoemd, verhuurt Wildlust aan Baron Snouckaert van Schauburg.

Marinus Temminck heeft het oude Wildlust gesloopt en vervangen door het landhuis Wildlust. Omstreeks 1890 verkoopt Marinus Temminck, het landhuis Wildlust aan de Graaf van Lynden (Meneer Jan), gehuwd met Gravin van Palland die later Keukenhof erft . Zij wonen er tot 1923, dan gaan ze naar Keukenhof. Cornelis Marinus Grullemans woont sinds 1900 tegenover Wildlust op de Heereweg 19, met bollenland erachter. In 1905 huurt Grullemans grote stukken land van de Graaf en in 1923 koopt de heer Grullemans het landhuis Wildlust en breekt het verwaarloosde huis tot de grond toe af. Hij maakt bollenland van het vroegere landgoed Wildlust.

Zijn zoon Karel (Cees) trouwde met Annie Speelman op 12 Mei 1925. Vader Grul laat op de hoek van het land van Grullemans een huis bouwen voor het stel: “Villa Wildlust”.

7. Herbouw afgebrande Zemelpoldermolen
1ste Poellaan 65 - Poldermolen van de Zemelpolder

De zemelpoldermolen na de herbouw

Op 4 november 1999 werd door jongeren de Zemelpoldermolen in brand gestoken. Zie foto’s hieronder.

Met de melding van de vermoedelijke namen van deze vandalen heeft de Gemeente Lisse helaas niets gedaan.
Deze molen was oorspronkelijk een Rijksmonument. Een werkgroep o.l.v. buurtbewoner Hans Kok en Piet Balkenende heeft er samen met de Ver.Oud Lisse voor gezorgd dat de molen weer helemaal werd hersteld. De gemeente Lisse heeft een groot deel van deze kosten op zich genomen. Via allerlei inzamelacties heeft de werkgroep een substantieel deel aan de kosten kunnen bijdragen. Toch kreeg de molen door de vele vernieuwingen die in de molen zijn uitgevoerd niet meer de Rijksmonumenten status. De molen is wel een gemeentelijk monument.

8 Uitreiking van de penning

Naast het pogen om waardevolle panden van de sloop te redden werd ook ingezet op het waarderen
van initiatieven om waardevolle panden te behouden en verantwoord de restaureren. Het is een goed gebruik jaarlijks een pand te waarderen met een penning. Eerst hadden we penningen van de vereniging Hendrick de Keyser, de bekende Amsterdamse stadsarchitect , o.a. van de Westerkerk. Sinds 1992 reikt “Oud Lisse” penningen uit en zijn diverse panden door de vereniging geëerd.

De VOL erepenningen worden inmiddels al jaren gemaakt door Frans en Truus van der Veld.

Hoe kwam nu zo’n uitreiking tot stand. In de krant van april 1994 staat een artikel met in de kop Kanaalstraat 117, een sieraad in Lisse. De vereniging heeft dan net afspraken gemaakt voor de restauratie van het station. Dat is niet het enige aandachtspunt. Om de krant de citeren: “Uiteraard kijken de leden regelmatig rond in het dorp. Hun aandacht werd getroffen door een fraai gerestaureerd pand aan de Kanaalstraat 117”. Dat het pand opviel was niet verwonderlijk. Renate de Zwart, haar toenmalige partner en familie hebben maar liefst anderhalf jaar geklust. Een initiatief om met de penning van de vereniging te waarderen. Het pand dateert uit 1902. Bij de verkoop werd gesteld “verkeert nog in de oorspronkelijke staat”. Of dat als aanbeveling bedoeld was blijft de vraag, maar de kopers zagen een uitdagende klus voor zich. Helemaal oorspronkelijk was het huis ook niet, het oorspronkelijke aanzicht was niet helemaal terug te halen. De voorgevel bleef de oude indeling behouden.

Renate de Zwart, hoeveel stenen nog te gaan?

Wanneer je nu naar de woning kijkt heb je geen idee wat een gigantisch project het indertijd was om die voorgevel dat oorspronkelijke uiterlijk te laten behouden. De hele gevel werd eerst afgebroken. De oorspronkelijke stenen werden afgebikt waarna de voorgevel weer opgemetseld kon worden. In de afbraakperiode werd een briefje bezorgd met de vraag: “In de gevel van dit huis is een tegel geplaatst met de tekst ‘de eerste steen is gelegd door Marijtje van Houten….als u geen prijs stelt op de steen zou ik hem graag hebben omdat Marijtje van Houten mijn moeder was ”.

Renate de Zwart op de steiger tegen Kanaalstraat 117

Spijtig voor de dochter, maar de steen zit nog in de gevel. De dochter van Marijtje heeft een briefje gehad dat de steen netjes opgeknapt zou worden. In de hoop dat ze er nog vaak langs zou lopen en de steen dan zou kunnen zien. Dat kunnen we nu nog steeds. De steen zit naast de voordeur. Die gevel was maar een deel van de enorme restauratieklus die heel veel vrije uren en vakantiedagen heeft gekost. Het huis ziet ver perfect uit en is een voorbeeld van een pand dat gelukkig door enthousiaste mensen behouden is gebleven en op die manier onze plaatselijke geschiedenis levend houdt. En heerlijk wonen midden in het dorp. Op onze jaarvergadering zal opnieuw een initiatief voor een stijlvolle restauratie beloond worden met een penning!

8. De ondergang van het Bollenlaboratorium in 2004

Zie artikel van Guus Maas Geesteranus in die periode secretaris van de Vereniging Oud Lisse.

9. Hofje van Six blijft bestaan

Het hofje in oude tijden

Er is vanaf 2001 al heel wat te doen geweest over het Hofje van Six, genoemd naar de in 1741 door Jonkheer Pieter Six aan de diaconie geschonken fundatie voor de armen.

De panden van het “Hofje van Six”, inclusief het oorspronkelijk bij het hofje behorende sigarenmagazijn “Juliaantje” (Kanaalstraat 44), waren in 2001 aangewezen als gemeentelijk monument. Tegen dit besluit heeft de diaconie zich toen niet verweerd en ook geen beroep ingediend.
Wel heeft de eigenaar van Kanaalstraat 44 zich toen verweerd waarop de rechtbank in 2003 uitsprak dat de monumenten aanwijzingsprocedure door de gemeente niet correct was uitgevoerd , waardoor het pand op verzoek van de projectontwikkelaar in 2006 gesloopt werd en door een hoog pand (winkel met een appartement erboven) werd vervangen. De sloop van de resterende woningen van het hofje om de nieuwbouwplannen van de diaconie te realiseren dreigde toen ook.

 

De Vereniging Oud Lisse protesteerde en Mien Dol, die nog de enige bewoonster is van een van de 5 resterende hofjeswoningen van het Hofje van Six, (Kanaalstraat 34), verzamelde 500 protest handtekeningen! Maar de rechter bepaalde in 2010 dat het hofje door de bouw van het hoge pand er naast, niet meer monumentwaardig was en gesloopt mocht worden. De gemeente Lisse moest toen alsnog een sloopvergunning voor de hofjeswoningen afgeven aan de diaconie. De onderhandelingen van de diaconie met de gegadigden voor het hofje met de sloopvergunning verliepen echter moeizaam doordat door de economische crisis de een na de andere projectontwikkelaar afhaakte. Omdat de biedingen steeds lager werden hakte de diaconie de knoop in 2016 door om de bestaande hofjes woningen met het verkoopbedrag van Mien Dols pand grondig op te knappen omdat er genoeg belangstelling is voor de 4 hofjeswoningen. Mien Dol kon haar geluk niet op: “Ik ben de gelukkigste vrouw van Lisse” . Ook al zou ze na haar aanhoudende strijd tegen de sloop van het hofje niet meer in haar pand mogen wonen, dan nog is ze voor Lisse heel blij dat het karakteristieke Hofje van Six nu blijft behouden. Daar heeft Mien samen met de Ver. Oud Lisse jaren voor geknokt!

Terug naar info Over de VOL

125-jarige Lissesche IJsclub werkt in stilte

De Lissesche IJsclub heeft in Lisse diverse ijsbanen gehad, nadat in het begin op diverse sloten baantjes waren gemaakt. De geschiedenis wordt beschreven. De financiële situatie is steeds goed geweest, vooral door de vele werkzaamheden door de vrijwilligers.

door Arie in ‘t Veld

Nieuwsblad Jaargang 15 nummer 2, april 2016

De Lissesche IJsclub bestaat 125 jaar. Een memorabel jubileum, maar het bestuur van de vereniging heeft geen feest op de rol staan. Want het zal niet meer zo hard gaan vriezen dat de baan voor de schaatsliefhebbers kan worden opengesteld. Dat openstellen van de baan is op zichzelf trouwens al een feest. De vereniging kwam onlangs in de publiciteit dankzij het feit dat deze werd gehuldigd als groep vrijwilligers van het jaar, doch daarna is het weer redelijk stil geworden. Het was wachten op de langverwachte vorst en bijbehorende ijspret. Volgend seizoen misschien? Met voorzitter Eric Wagner kijken we terug op de geschiedenis van vereniging die nu zo’n 2200 leden omvat.
Op 13 januari 1891 kwamen 22 inwoners van Lisse in De Witte Zwaan bijeen om met elkaar te spreken over de wenselijkheid van het oprichten van een ijsclub. Het initiatief hiertoe werd genomen door dokter A.C. van Ewijk die ook de eerste voorzitter werd. Door het comité van oprichting van een ijsclub werd als doel gesteld het maken van en onderhouden van geschikte banen op het ijs en daarvoor het benodigde werkvolk nemen. In het bijzonder Lissese daggelders die in de winter zonder werk zouden zitten. Er was in het eerste jaar al gelijk veel werk te doen, want het vroor dat het kraakte. Door de tien daggelders die waren aangesteld werden banen aangelegd op de Gracht, de Ringvaart, Ringsloot en het Mallegat bij De Engel. In dat eerste jaar had men ook veel last van sneeuwstormen, hetgeen veel extra werk betekende. Bezems, een ijsbijl (voor het hakken van bijten) en borden met de tekst “Gevaarlijk ijs” werden ingezet. In 1895 werd voorzitter Ewijk opgevolgd door G. Blokhuis en na hem volgde in 1903 de heer J.W. Lefeber hem op. In 1921 nodigde het bestuur alle Lissers uit om lid te worden. Ook was er de mededeling dat Graaf J.E.C. van Lynden de vijver van Zandvliet (Keukenhof) wilde afstaan voor het schaatsen, maar uitsluitend aan de leden en introducees. Dat viel niet overal in goede aarde, hetgeen het bestuur ertoe noodzaakte om rond de vijver te posten om vernieling van het bos tegen te gaan en te voorkomen dat onverlaten zand op de vijver zouden gooien.
In 1922 werd op die vijver een hardrijderij voor behoeftige ingezetenen gehouden. Maar liefst 84 liefhebbers lieten zich inschrijven voor een wedstrijd “om spek en bonen” en vele andere prijzen. Bij de eerste ritten vielen 42 deelnemers af die ieder twee pond spek, een tarwebrood en een pond reuzel mee naar huis kregen. De eerste prijs was voor A.H. Schrama die voor zichzelf fl. 7,50 verdiende en voor de weduwe Rothweiler een paar schoenen, een ontbijtkoek, twee moltondekens, vijf pond erwten, twee pond spek en 15 pond tarwe. Na de wedstrijden kregen alle deelnemers bovendien nog een paar sigaren mee.
Wagner noemt enkele hoogtepunten uit het 125-jarige bestaan. “In december 1926 werd de officiële naam Lissesche IJsclub. Na vele jaren op de slootjes gerommeld te hebben kreeg de vereniging in 1929 een landijsbaan aan de Grachtweg. Pas drie jaar later was er ijs om daar op te schaatsen. In 1948 verhuisde de club naar de Oranjelaan waar men een grote baan in een driehoek kreeg. Een van de leden was wijlen Egbert van ’t Oever die in Zwolle Kampioen van Nederland werd en daarna nog vele malen van zich deed spreken. Evenals de Lissese bloembollenreiziger wijlen Dick de Vroomen die al jaren lang de Nederlandse schaatsploeg begeleidde bij internationale wedstrijden alsook Van ’t Oever die in latere jaren optrad als coach en trainer van Jong Oranje en later van de kernploeg. Intussen stormde het nieuwe Fioretti College op en moest in 1970 de baan worden prijsgegeven. De vereniging was daarmee de landijsbaan kwijt en na vele pogingen kwam de nieuwe baan op het land van Jan Langeveld aan de Rooversbroekdijk. Jaren moest men wachten op ijs, maar er was genoeg te doen, want in april 1973 werd het clubhuis door een storm verwoest. Op 31 januari 1976 was de opening van de baan in de Poelpolder een feit, maar de woningbouw daar rukte op. In 1978 ontving de gemeente Lisse de Zilveren Schaats van de KNSB Zuid Holland dankzij de prestaties van de leden van de vereniging. Op 2 januari 1987 ging ook de baan de Poelpolder vanwege de woningbouw voorgoed dicht. Op weg dus naar een nieuwe fase. In 1987 werd een nieuwe baan aan de Randmeerstraat in gebruik genomen, inclusief een clubgebouw dat in eigen beheer werd gebouwd en recent nog is uitgebreid met een tweede materiaal-opslag.
En nu verhuizen we niet meer,” aldus de voorzitter die tevens memoreert dat bij het 100-jarige bestaan in 1991 de Koninklijke Erepenning werd toegekend. Daarna brak (buiten de ijswinters) een ogenschijnlijk rustige tijd aan maar bij de uitreiking van de vrijwilligersprijs werd bekend dat de vereniging geenszins stil zit.

Onder invloed van het Nederlandse klimaat (nooit zeker of er tijdens de winter wel geschaatst kan worden) heeft de vereniging zich in de afgelopen jaren hoe langer hoe meer ontwikkeld tot een multifunctionele, facilitaire organisatie die zijn accommodatie openstelt voor andere verenigingen en organisaties. Met name het huidige bestuur heeft in deze ontwikkeling een groot aandeel gehad. Verenigingen, die bij de Lissesche IJsclub gastvrij onderdak vinden zijn o.a.: Motor Club Lisse, “The Ordinary Company” Voetbal Lisse, een grote jeugd-trainingsgroep vanuit de Salemkerk, Pluimen Kleinvee Vereniging P.K.V. Lisse e.o., Handboog-schietvereniging ”Attilla”, Muziekvereniging “Da Capo” Lisse (buiten training voor het Wereld Muziekfestival Kerkrade). Recentelijk was de grote muzikale buurtbarbecue t.g.v. “50-jaar-Poelpolder” een denderend feest op het ijsclubterrein, waarbij het bestuur tot diep in de nacht ondersteuning aan de organisatie verleende. De vereniging kent een gezonde financiële situatie die is gebaseerd op de hoge mate van zelfwerkzaamheid van het bestuur. Afgelopen zomer werd de gehele licht-installatie vernieuwd. Er werden 10 nieuwe lichtmasten geplaatst en alle grondkabels werden vervangen. Door slim inkopen en door alles zelf te plaatsen en aan te sluiten bleef dit project betaalbaar. Verdere bronnen van inkomsten zijn o.a. het jaarlijks steken van een corsowagen (inmiddels diverse prijzen gewonnen) en het organiseren van een spelavond (pistoolschieten) tijdens de feestweek van de Harddraverijvereniging. Het bestuur van de ijsclub bestaat uit 13 personen omdat men veel handen nodig heeft als er ijs mocht komen. En daar wachten we nu dus op”, aldus Wagner.

 

GEBOORTE VAN EEN FENOMEEN, DE TOUR DE LISSE

De ren- en tourvereniging De Bollenstreek is in 1951 opgericht.In 1956 werd de eerste Tour de Lisse gehouden.

door Arie de Koning

Nieuwsblad Jaargang 14 nummer 2, april 2015

Een tak van sport welke zich mocht verheugen op enthousiaste en massale belangstelling van de bevolking van Lisse toen en nu is wel de wielersport. Niet voor niets heeft Lisse een prachtige accommodatie compleet met circuit voor een bijna 65-jarige vereniging De Ren- en Toervereniging De Bollenstreek welke werd opgericht in 1951 door een groepje Lissers. De vereniging was en is bedoeld ter ontspanning of als sport, toerfietsen of wielrennen en werd en wordt gedragen door een grote groep vrijwilligers. Al in de jaren dertig van de vorige eeuw werd het fietsen als sport beoefend in de Bollenstreek, zoals men in de Leidsche Couranten uit die jaren kan lezen, veelal georganiseerd door vriendengroepjes welke de sport beoefenden, wilde wedstrijden dus. Zo ook in Lisse waar volgens de krant, tijdens de Lissese Najaarsfeesten, wedstrijden werden verreden in verschillende leeftijd categorieën. Het aantal deelnemers bedroeg meer dan 200 renners en rennertjes. De oudste deelnemer, geplaatst in groep 8, was maar liefst 59-jaar oud. Onder gejuich van het publiek welke zich en masse langs het parcours had opgesteld werden de wedstrijden verreden en vooral wanneer een renner van Lisse in zicht kwam, leek het of er een wereldkampioen werd ingehaald, zo leefde het enthousiaste publiek mee.

In zwarte outfit Cor en Ben van der Aart op de houten wielerbaan in Heemstede. 1936

Zo reden er de gebroeders Van der Aart, waarvan met name Ben succesvol was. Later is Ben zich gaan toeleggen op baanwedstrijden en behaalde heel wat successen. Hij bracht het zelfs zover dat hij werd opgenomen in de Nederlandse Olympische Baanploeg welke naar de Spelen van Berlijn zou gaan. Helaas voor Ben was er maar weinig budget en omdat een aantal vriendjes van bonzen voorrang kregen kon Ben niet mee. Zo kon het gebeuren dat Ben niet de Duitse schilder met het snorretje en de grote mond kon ontmoeten, maar die andere schilder, zijn vader, die vond dat Ben ook maar eens moest komen helpen bij zijn schildersbedrijf. Ben stopte met wielrennen na deze teleurstelling, maar werd later bestuurslid bij de Lissese R.T.V. Het bloed kruipt…….. De bezetting maakte een einde aan veel sporten en activiteiten. De RTV kon niet meer trainen in de duinen en er waren al leden waarvan de fiets was gevorderd dus verstandige mensen demonteerden hun “Fahrrad” en verstopten deze tot betere tijden zodat niet een dikke moffenkont zich op jouw zadel zou zetten en fluitend zum Heimat zou fahren. Na de bezetting werden de fietsen weer in elkaar gezet of men kocht een goedkoop tweede handsje en het wielrennen werd weer als een van de eerste sporten beoefend in Lisse. Voorlopig bleef het bij onderlinge wedstrijdjes. Om bij een wielervereniging te kunnen rijden, moest men in de stad zijn, De Kampioen of Excelsior in Haarlem of Swift in Leiden, wat een aantal Bollenstrekers deed. Zo ontstond er een steeds grotere groep van renners welke elkaar allemaal kenden en op diverse locaties onderlinge wilde wedstrijden hielden in oa Noordwijkerhout, Hillegom en vooral in de Haarlemmermeer, daar zat je niemand in de weg. Tijdritten werden geklokt met een keukenwekker. Renners uit die tijd waren oa Jan van Eijk uit Hillegom, Marinus Zoet , Jan Kapteijn en Nico Stroet uit Lisse en een aantal uit Noordwijkerhout en Beinsdorp. In het najaar van 1951, tijdens de Zilker Feesten kreeg de groep renners gelegenheid zich te laten zien aan het publiek. De Oranje Vereniging van de Zilk organiseerde voor het eerst in haar bestaan een Wieler Spektakel waaraan zo’n beetje alle toen actieve renners deelnamen. Deze geïmproviseerde wedstrijd werd glansrijk gewonnen door Jan Duivenvoorden uit Noordwijkerhout, ook een jongen uit de vriendenploeg. Het bleef nog lang onrustig in de Zilk, dit was nog nooit vertoond in het kleine dorpje, fantastisch. Het enthousiasme van de Bollenstrekers maakte dat enige jongens serieus begonnen na te denken over het oprichten van een eigen echte wielerclub. Hoe dat moest wist eigenlijk niemand. Er kwam best een boel bij kijken, vergunningen, bestuur, statuten, reglementen enz. Nu woonde er aan de Leidse Vaart in het Buurtschap Halfweg in Lisse een zekere mijnheer Van Graven, die daar bekend stond als iemand die nogal gemakkelijk zaken oploste voor de gemeenschap en een vlotte babbel had. Jan Kapteijn en Marius Zoet woonden ook op Halfweg en bij hen groeide het plan dat mijnheer Van Graven misschien weleens een goede voorzitter zou kunnen zijn voor een op te richten Wieler Vereniging. Ze verzamelden al hun moed en stapten samen op mijnheer Van Graven af die hun verhaal aanhoorde en direct toestemde. Dat ging lekker, maar er moesten nog meer bestuursleden gevonden worden. Niet ver van Halfweg woonde aan de Stationsweg de boswachter Alenburg wiens zoon ook wel eens mee fietste en ook deze zag wel iets in het plan. De derde welke gestrikt werd was de Hillegomse schilder Lou van Braam waarna in Noordwijkerhout de rijwielhersteller Chris Meijland beloofde mee te doen. In Sassenheim vond men Herman Slingerland en de hr. Van Biezen en in Lisse vonden ze schilder Ben van der Aart bereid. Zo was er in zeer korte tijd een zevenmans bestuur uit de grond gestampt, dat aan het werk kon. Ten huize van mijnheer Van Graven werden er een aantal vergaderingen gehouden waarna werd overgegaan tot oprichting van Ren en Tourvereniging De Bollenstreek op 27 november 1951. De renners welke bij een stadse vereniging reden kwamen weer terug en werden lid van de Bollenstreek. Zij brachten wat nieuw geleerde technieken mee en zo groeide de vereniging als kool. Nu moesten er van het bestuur uit wedstrijden worden georganiseerd en men besloot Lisse als parcourplaats te gebruiken op een route welke al diverse malen was gebruikt in de wilde periode.

Tour de Lisse 1958 met de ploeg van ploegleider Herman Slingerland uiterst rechts op de druk bevolkte Spekkelaan.

Het was het rondje Essenlaan, Loosterweg, Spekkelaan en Achterweg een parcours van exact 4 km, Prima geschikt voor clubwedstrijden. Verkleden deed men in die eerste periode in de bekende “Leeuwenkuil” in het Reigersbos, een clubhuis zat er nog niet in. Tussen de eikenboompjes en de zandkuil in het prachtige Reigersbos was het ‘Home’ van de jonge R.T.V. Meestal stond daar ook “de Knieter” strategisch opgesteld met zijn bekende karretje vol ulevellen, repen, limonades en nog veel meer lekkere dingen. Eigenlijk heette de man Van Werkhoven, maar dat wist niemand. Helaas verbood de gemeente Lisse het wielrennen op de openbare weg wegens klachten van aan- en inwoners. Dat was een bittere pil, maar de RTV week uit naar de Haarlemmermeer, waar op de lange kaarsrechte wegen ruimte te over was en het parcours ineens 10 km lang was. Uiteraard werd ook hier illegaal gereden. Volgens Piet de Koning (84) lid vanaf 1952, oud-renner, oud bestuurslid, erelid, onderscheiden met de Orde van Oranje Nassau voor zijn verdiensten voor de R.T.V, was het omkleden op het parcours Haarlemmermeer een hele verbetering. Dat kon namelijk in een schuur achter café van Dijk op de Lisserdijk in de Lisserbroek, Je keek weliswaar zo naar buiten, het tochtte altijd en de banken bestonden uit bollen- en bierkisten met planken daarover maar je had wel een dak boven het hoofd. Volgens De Koning vond renner Siem van der Pol na afloop van de wedstrijd zijn zakje brood terug, half opgevreten door de ratten. Maar ach wat gaf dat, “ die beessies motte toch ook leve” was Siems commentaar. Verkeer in de Haarlemmermeer was er weinig, zo weinig zelfs dat de renners op volle snelheid vanuit de IJweg links de Venneperweg op reden richting Beinsdorp, zonder dat er verkeersregelaars aan te pas kwamen. Volgens Piet de Koning school het gevaar in de berm van de weg. Wat te denken van de z.g. Arbeiderskoe, de geit, welke in Haarlemmermeer nogal veel in de bermkant van de weg werd vast gepind. Een paar keer per dag werd zij “verpind” om aan vers gras te kunnen komen. Zo kwam het voor dat zo’n beest aan een veel te lang touw stond en gewoon de weg op kon, wat nogal eens gebeurde. Als wielrenner ben je dan kansloos en na de duikeling was je wedstrijd verknald. Vergaderingen werden in de beginjaren gehouden in de Witte Zwaan, café de Taveerne en het gebouw van de Duivenvereniging van Lisse in de Kanaalstraat. Gaandeweg werden de clubprestaties steeds beter en er meldden zich ook een aantal “betere renners” aan. Zo’n betere renner was Egbert van ’t Oever, van huis uit een schaatser welke het wielrennen eigenlijk als een training voor het schaatsen zag. Hij kon geweldig rijden. Piet de Koning verhaalt dat Egbert eens op een zondagmorgen startte voor de 60 kilometers van het rondje Haarlemmermeer. Enkele minuten na hem zou het peloton starten, welke de achtervolging zou inzetten en Egbert weer terug halen. Ze hebben hem wel terug gezien, maar dat was in het kleedhok achter Café Faas in de Lisserbroek. Het gehele rennersveld had in die 60 kilometer geen kans gezien Egbert van ’t Oever terug te halen, sterker nog, hij was uitgelopen op het peloton. Uit de gehele Bollenstreek kwamen de aanmeldingen als lid, de naam De Bollenstreek eer aan doende. Enkele namen uit die beginperiode waren: Jan Faas, Dick Rooyakkers, Kees Meeuwissen, Kees Kerkvliet, Metto Damo, Thijs Bruine, Gerard Duwêl, Gerard van Schravendijk, Kees Kapteijn, Gerard Saase, Kees Elsgeest, Willem Knoppert, Piet en Henk van der Zwet, Harry Willemse, Aaij van der Plas, Arie van Wetten, Siem van der Poll en vele anderen. De vereniging groeide en bloeide. Altijd waren er leden die hun schouders ergens onder zetten al hadden zij wel eens tegenwerking van een verdeeld bestuur. Zo wilde Jan van Kesteren, slagerszoon uit Lisse, in navolging van andere regio’s een meerdaagse jeugdronde organiseren en legde dit voor aan het bestuur. Een aantal bestuursleden was faliekant tegen, dus ging Jan zelf aan de slag.

Prijsuitreiking in Café De Taveerne in de Wagendwarsstraat uit 1958 van een jeugdwedstrijd. Hierop o.a. burgemeester de Graaf, met zijn eeuwige vlinderdas, bijgestaan door Jan van Kesteren. Winnaar van 1958 was Gerard Caspers uit Lisse.

In korte tijd stampte hij de organisatie van een zesdaagse “Tour de Lisse” uit de grond. Dit was in de eerste week van augustus 1957. Veel leden waren bereid om te assisteren bij het evenement. De organisatie was een enorme klus, er moest bijvoorbeeld toestemming worden gevraagd aan de gemeente Lisse en de burgemeester, de K.V.P er Theo de Graaf, voelde er eigenlijk helemaal niks voor. Het was puur geluk dat de burgemeester juist op dat moment een grote buitenlandse reis maakte. Jan van Kesteren had hierop gewacht en de loco burgemeester, een wielerliefhebber gaf prompt zijn toestemming. Daarnaast werden door de verloofde van Jan, Annie, 50 broekjes en shirtjes in elkaar geknutseld. Verder was nodig, EHBO, Politie, ploegleiders, kaartverkopers, juryleden, begeleiding op de weg en noem verder maar op. In den lande kende men al een Tour de Frats, Tour de V.N. een Muggenronde en meer van dat soort jeugdwedstrijden in etappe vorm en nu kwam er dus een heuse Tour de Lisse. Vijf Jeugdteams gingen die zomeravond van start in de Spekkelaan en langs de kant stonden ruim 1600 betalende toeschouwers om hun favorieten aan te moedigen. Niemand had dit succes verwacht. De teams waren samengesteld uit rennertjes van de scholen van Lisse en er zou verreden worden gedurende zes avonden. Alle etappes waren druk bezocht, alleen de ploegentijdrit mislukte omdat de chronometer van de jury het liet afweten. Deze rit werd de week daarop alsnog over gereden. Nico Castien uit Lisse werd de triomfantelijke winnaar van deze eerste Tour de Lisse en zijn beloning was een fototoestel. Zijn ploeg, de Lissese Willibrordusschool, won het ploegenklassement. Ploegleider Piet de Koning was zo trots als de bekende pauw op zijn ploeg. De Hervormde School van Lisse werd tweede. Niemand twijfelde aan een vervolg in de komende jaren. Lisse was een week lang uit zijn dak gegaan. Het volgende jaar waren wat praktische veranderingen aan gebracht. De deelnemende ploegen werden nu gesponsord door een bedrijf en hadden een firmanaam op het shirt, ook dat bracht de broodnodige gelden binnen, en het aantal ploegen werd verhoogd naar acht en de deelnemers per ploeg verminderd tot zes. Ook voor de tijdmetingen was een verbetering aangebracht. Iemand had het lumineuze idee geopperd om te klokken met duivenklokken en dat bleek een daverend succes. Dan was er nog het juryplatform. Regelmatig kwam het voor dat grappenmakers een kistje onder het plankier weghaalden waardoor de hele zooi in elkaar stortte en de juryleden zich enkel van een nat pak konden afhouden door een grote sprong te maken en zo niet in de achterliggende sloot te belanden. Dat was nog eens lachen.

Jury in de nieuwe demontabele tent: Kees de Groot, Ko Mangelaar, Piet Langelaan, Jan van Kesteren en Piet de Koning

Ben van Steijn maakte daarom een prachtige demontabele jurytent, een pronkstuk welke jaren zijn dienst heeft bewezen, zelfs op het circuit van Zandvoort. Voor de vereniging was de Tour de Lisse een geweldig opleidingsinstituut en ieder had zijn vaste taak. Bij voorbeeld de Speaker, Vic van Denzen, zal een ieder zich nog kunnen herinneren. Volgens Erelid Piet de Koning zijn er honderden anekdotes te vertellen over de Tour de Lisse en hij begint direct te verhalen dat bij de start van een Tour de burgemeester vele malen tracht het startpistool te laten knallen, maar deze weigert halsstarrig. Ten einde raad wenkte de burgervader een agent van politie en vroeg hem om zijn pistool. Deze werkte gelukkig wel en zo kon de Tour toch nog beginnen. Of wat te denken van het zoveelste rennertje dat in de bocht bij Van Dijk hoek Essenlaan Achterweg, de sloot inreed en bij het naar boven krabbelen ineens bedenkt dat zijn bril nog in de sloot lag. Nooit meer gevonden, maar een spontane collecte onder de toeschouwers bracht genoeg op voor wel twee brillen. Dat toch weer wel. Maar lachen man. Een ander jochie dacht dat wat doping hem zou helpen en stapte een Lissese drogisterij binnen en vroeg de winkel juffrouw om één pakje doping, alstublieft. De juffrouw fronste haar voorhoofd en dacht even na. Zij gaf hem een pakje Dextro en ’t joch was dik tevreden, dit was precies wat hij bedoelde. Het was al bij de eerste Tour de Lisse dat een deelnemertje het parcours wel erg lang vond en winst dacht te behalen door binnendoor te steken via het zg Laantje van De Wit. Helaas stond er aan het eind van dat laantje een controleur. Iets nieuws was dat er vanaf de vijftiende Tour gestart werd vanuit diverse omliggende gemeenten in de Bollenstreek. Niet voor de wedstrijd maar een soort toertocht. Bij aankomst bij het parcours in Lisse werd er eerst een pauze gehouden waarna het wedstrijdgedeelte begon. Ook werd er wel gestart in de Poelpolder en de Engel. Starter was steeds een bekende zoals oa Joop Zoetemelk. In 1981 werd de vijfentwintigste aflevering van de Tour verreden en dit maal werd er op het Vierkant gestart en gefinisht. Het was het rondje Heereweg, Westerdreef en de Achterweg. Het werd een schitterende zilveren Tour de Lisse en werd gewonnen door Robert Langkamp uit Lisse. Geloof het of niet, het was tevens de laatste. Het jaar daarop kwamen er bij lange na geen voldoende inschrijvingen binnen en de hele zaak werd afgeblazen. Zo eindigde een waar fenomeen.

Bronnen: ‘Veertig Jaar Fietsen in de Bollenstreek’, Piet de Koning en Toos de Groot 1991 ‘Bart op de Fiets’ , W. van Heemskerk pseudoniem van mw. W. Stanco 1971
Piet de Koning, Beinsdorp, Erelid R.T.V ‘de Bollenstreek

Tot slot nog een vermelding van alle winnaars van de Tour de Lisse op een rij:

Restauratie van 100 jaar oude vaandel van de Lisser RK Middenstands Vereniging St. Jozef “De Hanze”

Corrie Swinkels-Verwer presenteerde het vaandel tijdens een lezing over de geschiedenis van borduren en handwerken.

Nieuwsflits

NIEUWSBLAD Jaargang 11 nummer 2, april 2011

Op 14 februari 2011 ontving de Vereniging Oud Lisse van de Broederscongregatie “Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten” in Voorhout het schitterende ca. 100 jaar oud vaandel, dat heeft toebehoord aan de RK Middenstandsvereniging St Jozef, “De Hanze” te Lisse (zie ons Nieuwsblad Jrg. 10 nr. 2 (April 2011)) Na de inspectie van het vaandel werd besloten om het te laten restaureren.
Heel bijzonder is het, dat mevr. Corrie Swinkels-Verwer ons aanbood om deze restauratie voor de vereniging gratis te doen, waarvoor wij haar bijzonder dankbaar zijn! Corrie is restaurateur van oud textiel en was ook werkzaam voor het Rijksmuseum.
Nadat ze een jaar met deze complexe restauratie van het vaandel bezig is geweest, presenteerde zij het gerestaureerde vaandel dinsdagavond 20 maart in het Cultuur Historisch Centrum “De Vergulde Zwaan”.
Het was een bijzonder boeiende avond met ca. 50 belangstellenden. Ook hebben onze vrijwilligers (o.l.v. Chris Balkenende samen met anderen) de inrichting van de zaal keurig verzorgd. Corrie had heel veel bijzondere textielstukken en merklappen meegenomen en na de uitstalling van haar textiel stukken in de zaal leek het wel een museum!

Broeder Dalmatius (92 jaar!) van de broederscongregatie (“jongeman” zoals Koos van der Zwet hem aankondigde, want hij is nog heel vitaal), hield voorafgaand aan de presentatie van Corrie een inleiding. Hij vertelde hoe het vaandel indertijd bij hun terecht was gekomen in Voorhout (naam van de gever uit Lisse kon niet meer achterhaald worden) en over de achtergrond van de broederscongregatie in Voorhout.
Daarna hield Corrie een inleiding over de geschiedenis van borduren en handwerken, aan de hand van vele in de zaal uitgestalde voorbeelden, ook uit Lisse. O.a. de omvangrijke collectie oud textiel, merklappen en andere voorbeelden uit het handwerkonderwijs die ze van mevr. Cock Nieuwenhuis had ontvangen.
Na de pauze legde ze in detail m.b.v. een diapresentatie uit hoe de restauratie van het vaandel verlopen was, waarna onder veel applaus het gerestaureerde vaandel werd onthuld, dat een aanwinst is voor onze vereniging.
Kortom het was een fantastische avond! Broeder Dalmatius nodigde de Vereniging Oud Lisse uit om in kleine groepen (max.8-10) een of meerdere afspraken te maken voor een bezoek aan het prachtige museum van de broederscongregatie in Voorhout. Komen we op terug!

 

Oproep Op het vaandel van de “De Hanze” afdeling Lisse staat dat de afdeling in maart 1912 is opgericht. Precies 100 jaar geleden! Helaas is er over het vaandel en over de middenstandsvereniging bij ons niet veel bekend. Mocht u meer weten van de geschiedenis van het vaandel of van de vereniging dan horen we dat graag van u.
Vroeger werd er vaak gebruik gemaakt van een vaandel. In Lisse moeten veel meer vaandels gebruikt zijn. Misschien heeft u daar ook informatie over. We houden ons aanbevolen

De afdeling Lisse van de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur 150 jaar.

De afdeling Lisse van de Algemene Vereniging Bloembollencultuur werd in 1879 opgericht. De Lissese afdeling organiseerde onder andere tentoonstellingen. De tentoonstellingen werden gehouden in de Witte Zwaan. Deze afdeling bestaat nu 150 jaar. De wetenswaardigheden van de afgelopen 150 jaar worden besproken. In museum de Zwarte Tulp is een tentoonstelling hierover met de titel ‘Van windhandel tot wereldhandel’.

door Arie in ‘t Veld

NIEUWSBLAD Jaargang 9 nummer 1, januari 2010

In 2010 viert de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur het 150-jarige bestaan. Een belangrijke vereniging voor de kwekers van bloembollen en knollen en dus ook van belang voor de Lissese kwekers. In de geschiedenis van Lisse neemt de bollencultuur namelijk een belangrijke plaats in. Met name de laatste tweehonderd jaar. Veel ondernemers handelden voor de voet op, frank en vrij en naar eigen inzicht, maar op een gegeven moment ontstond de behoefte om zich te bundelen. Een vereniging op te richten. Dat werd dus de toen nog niet Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur en de Lissese afdeling daarvan zag op 13 maart 1879 het licht.

Afdelingen.

De oprichting vond plaats in een tijd waarin de zaken er een beetje anders aan toegingen dan vandaag de dag. We laten maar in het midden of dat inderdaad de goede oude tijd was, maar bedenkingen zijn er wat dat betreft hier en daar wel. Dat neemt niet weg, dat initiatieven ooit eens moeten worden genomen en dat gebeurde in 1860 onder meer voor de toekomst van het bloembollenvak. In dat jaar werd de Algemene Vereniging van Bloembollencultuur opgericht. Een vereniging die tot doel had het bollenvak meer naar buiten te laten komen en uiteraard allerhande zaken te regelen binnen het vak. Het verging de organisatoren echter niet zoals ze hadden verwacht. De belangstelling voor de vereniging bleef vrij lauw en het ledenbestand was niet bepaald om over naar huis te schrijven. In een ledenvergadering in het jaar 1878 werd besloten, de verenigingen op te splitsen in afdelingen en zie…..; met de komst van de afdelingen groeide het totale ledenbestand van de vereniging zienderogen en dat zette zich gedurende vele jaren voort.

Lisse

Op 13 maart 1879 werd dus de afdeling Lisse bij de vereniging ingeschreven. Een afdeling die in latere jaren zeer geducht in de weer zou zijn en tot vele zaken het initiatief zou nemen. Een afdeling ook, die meteen zeer duidelijk bijdroeg in de groei van het totale ledenaantal van de vereniging, want van de 24 eerste leden van de afdeling waren tot dat moment slechts twee mensen al lid van de moedervereniging. Een hele aanwinst dus. Onder leiding van voorzitter C. Blokhuis werden de eerste stappen op het verenigingspad gezet. Een naam waarmee men overigens nog vele jaren werd geconfronteerd, want toen de driejarige voorzittersperiode eenmaal voorbij was nam de heer G. Blokhuis de hamer over. Dit hamertje wisselen duurde tot 1896. In dat jaar verkoos de vergadering de heer A. Guldemond als voorzitter en deze bleef het voorzitterschap tot 1912 bekleden. Overigens is de naam Blokhuis daarmee niet opzij gezet, want nog heden ten dage is deze naam in Lisse zeer bekend. Denk maar aan het winkelcentrum met dezelfde naam.

Activiteiten

Graven in de geschiedenis van de afdeling, is graven in een eeuw waarin zich op alle mogelijke terreinen heel wat heeft afgespeeld en waarvan het weergeven ettelijke pagina’s zou vergen. Veel geschiedenis werd ook in Lisse geschreven, omdat vele activiteiten in het hart van de bollenstreek werden geboren en verder ontwikkeld. Naast de steun die men die moederorganisatie verleende bij haar activiteiten, zoals het Scheidsgerecht, de bloemenkeuringen en opnaamstellingen, de proeftuin en de diverse tentoonstellingen, wist men in Lisse ook van wanten en zo organiseerde men ook zelf tentoonstellingen. De tentoonstelling die in 1929 in de (houten) HBG hallen werd gehouden vanwege het 50-jarig bestaan van de afdeling, spande wel de kroon. Niet alleen omdat men een enorme berg werk verzette om alles zo mooi en groots mogelijk te doen zijn, maar ook voor wat betreft de enorme tegenslagen die men kreeg te incasseren. Het vroor in die bewuste februarimaand namelijk dat het kraakte (het gemeentehuis in Leiden brandde af en veranderde door het bevroren bluswater in een schitterend ijspaleis). De pakweg 20 graden vorst konden niet worden verwerkt door de nog experimentele oliestook c.v. en de tentoonstelling ging door de kou ten onder. Zelfs de voor 4000 gulden gehuurde palmbomen gingen eraan. Dat het publiek het liet afweten was iets dat zich duidelijk laat raden als we thans zien dat vele evenementen niet door kunnen gaan omdat men (zelfs met de huidige moderne middelen) er niet door kan. Een jubileum dus om maar gauw te vergeten. Voor u lichten we nog het volgende uit de annalen van de afdeling; “Meermalen hield deze afdeling welgeslaagde tentoonstellingen, die getuigenis afl egden van de volmaaktheid, welke het vervroegen, vooral der Hyachinthen, te Lisse had bereikt. De eersten dezer tentoonstellingen werden gehouden in 1881 en 1882, de volgende in 1886 en de derde in 1892.” Omtrent deze laatste tentoonstelling lezen wij in het Weekblad voor Bloembollencultuur: “Het feest is schitterend geweest; nooit werden hier schoonere bloemen gezien. Nooit ook mocht een tentoonstelling te Lisse zich in zulk een succes verheugen. Het lokaal van “De Witte Zwaan” was in een waar lustoord veranderd en reeds bij het binnentreden was de aanblik grootsch. Ofschoon tulpen schaarsch waren en Narcissen en Crocussen geheel ontbraken, werd men voor dit gemis schadeloos gesteld door de grote massa Hyachinthen welke in onberispelijke exemplaren voorhanden waren. De voorzitter der afdeeling, de heer P. Joh. Weijenbergh, hield bij de opening der tentoonstelling eene rede, waarin hij de geschiedenis van Lisse, voor zoover de bloementeelt betreft, verhaalde. De spreker herinnerde eraan, dat reeds in het begin der 19e eeuw vanuit Lisse handel werd gedreven met het buitenland. Reeds in 1813 waren, tijdens den slag bij Leipzig, twee bloemisten namelijk de heren Affourtit van Lisse en Kruijff van Sassenheim in die stad ingesloten geworden, waardoor zij in hunnen handel zeer waren bemoeilijkt…” In 1840 onderging de teelt eenige uitbreiding. Zij werd toen door een achttiental personen beoefend die tezamen evenwel niet meer teelden dan ongeveer anderhalf bunder (hectare) Hyacinthen en wat Tulpen en Crocussen naar verhouding. In 1841 werd voor het eerst een stuk weiland van 1000 roeden voor de cultuur ingestoken en ofschoon zulks later ook nog af en toe geschiedde, bleef het een zeldzaamheid tot aan het jaar 1865. Toen begon men de bloembollenteelt niet meer als een bijzaakje te beschouwen, maar zochten sommigen daarin het hoofdbestaan. Eerst in 1880 evenwel ging de teelt met reuzenschreden vooruit. Ettelijke bunders weiland werden jaar op jaar voor de cultuur geschikt gemaakt, zoodat in het jaar 1892, volgens de meededeling van den heer Weijenbergh, niet minder dan 40 bunders weiland voor de teelt werden gereed gemaakt. En wat een cijfers die Weijenbergh meegaf: “Er waren in dat jaar ongeveer 250 bunders land voor de Hyacinthenteelt in gebruik en er werd jaarlijks ruim f. 120.000 aan arbeidsloon uitgegeven. Het is welbekend, dat de ontwikkeling van Lisse sedert niet heeft stilgestaan, en de geschiedenis  der afdeling is van die geregelde ontwikkeling een afspiegeling. In 1898 nam zij het initiatief tot de oprichting van een ziekenfonds voor werklieden. In 1901 werkte zij krachtig mede tot de totstandkoming der districtstelefoon, waarvan Lisse het middelpunt werd. In 1903 droeg zij het hare bij tot bespoediging van den bouw van het nieuwe station en gebruikte zij haren invloed, om dit aan de belangen van het bloembollenvak te doen beantwoorden. In 1907 richtte zij een tuinbouw wintercursus op en krachtige pogingen werden door de afdeeling in het werk gesteld om de vestiging eener voor de bloembollenstreek op te richten tuinbouw winterschool voor de gemeente Lisse te verzekeren.”

Onderwijs

De afdeling bewoog zich ook op het gebied van het onderwijs en wel door middel van het organiseren van cursussen in de bloembollenteelt. Een belangrijke steun werd ook verleend aan het onderzoek dat de toenmalige Dr. van Slogteren verrichtte. Onderzoek dat zich steeds verder uitstrekte en uiteindelijk leidde tot de stichting van het Laboratorium voor Bloembollen Onderzoek, dat een wereldwijde naam heeft opgebouwd als onderzoekinstituut. De afdeling manifesteerde zich ook fl ink op het gebied van tentoonstellingen en veroverde vele prijzen. Vooral de tentoonstellingen met de vervroegde hyacinten waren befaamd en vele bezoekers keken in De Witte Zwaan de ogen uit het hoofd. Men zond ook in naar de Floriade van 1972 en behaalde een ereprijs met lof van de jury en een drietal eerste prijzen en ook in Keulen timmerde de afdeling geducht aan de weg. Als laatste voorbeeld noemen we het mede dankzij de bemoeienissen van de afdeling ontstaan van de Nationale Bloembollenmarkt in Lisse, die elke 3e zaterdag van de maand oktober wordt gehouden en waarvoor een groeiende belangstelling bestaat. Ook sociale problemen werden in de afdeling aangesneden, doch konden niet altijd succesvol worden afgewerkt.

Door onderwijs probeerde men de werkomstandigheden te verbeteren.

Reeds in 1892 stelde de 29-jarige J. Pynacker voor een pensioenfonds in het leven te roepen voor de werklieden. Na veel voorbereidend werk bleek dit echter geen haalbare kaart. Omstreeks die tijd had men in Lisse ook nog de handen vol aan een andere zaak, namelijk het streven in Amerika om de 30 procent invoerrechten op bloembollen in dat land weg te nemen. Er werd door de afdeling een advocaat in de arm genomen op een basis van zo ongeveer no cure – no pay. Het heeft een hele poos geduurd voordat die man centen zag.

Namen

Vele namen worden in de wereld van de Lissese bloembollencultuur vermeld en zeer velen hebben zich op onschatbare wijze verdienstelijk gemaakt voor dit vak. Een naam om nooit meer te vergeten is die van Nicolaas Dames. (zie onze vorige artikelen). De man die nooit luisterde naar wat anderen aan meningen trachten op te werpen, doch zijn eigen proefondervindelijke gang ging en vriend en vijand versteld deed zijn met zijn resultaten van de vroege en late hyacintenbroei. Aan het front van het huidige laboratorium dat nu PPO Bloembollen en bomen heet, staat nog immer een borstbeeld ter nagedachtenis aan deze vakman, met als onderschrift “Voor kunde en Gemeenschapszin”. Een spreuk waaronder eveneens de (schaarse) medailles namens Nicolaas Dames Fonds worden uitgereikt, aan lieden die zich op de een of andere wijze bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt voor het bloembollenvak. Een andere naam die niet ongenoemd mag blijven is die van D.W. Lefeber. De “winner” zoals dat heet, van de darwin hybride Apeldoorn. Een rode tulpensoort. Zijn broer kon er trouwens ook wat van, want nog heden ten dage is de hyacint Pink Pearl zeer bekend. Een soort die maar liefst zo’n dikke tachtig jaar geleden al in de Beurszaal te Haarlem werd genoteerd. Lisse was en is het hart van bollenland en vele activiteiten werden en worden hier ontwikkeld. Activiteiten die in de gehele wereld eer en roem oogsten. En laat dat vooral zo blijven.

EXCELSIOR 100 JAAR

De geschiedenis van 100 jaar Excelsior wordt weergegeven. Na oprichting in 1909 was het eerste concert in 1911 .

door Liesbeth Brouwer

Nieuwsblad Jaargang 8 nummer 4, oktober 2009

 

Op 29 oktober 1909 werd in Lisse een koor opgericht. Het kreeg de naam Excelsior, wat steeds hoger betekent. De oprichters, in die tijd zoals gebruikelijk allemaal mannen, hebben niet kunnen bevroeden dat ze daarmee de start gaven voor een bijzondere geschiedenis. De oprichters hadden een gereformeerde achtergrond. In Lisse bestond sinds 1905 al een koor op hervormde grondslag, namelijk het koor Looft den Heer. Het paste in het tijdsbeeld om voor de verschillende protestante richtingen een apart koor te hebben. Later ontstond er wel samenwerking tussen beide koren en, hoewel de samenwerking soms wat moeizaam verliep, kwam het toch meerdere keren tot gezamenlijke uitvoeringen. Dat laatste kan niet meer omdat Looft den Heer in 2004 opgeheven is.

1915: concours in Lisse, dirigent C.Herrewijn (zittend precies in het midden)

Gelukkig is Excelsior na 100 jaar nog een springlevend koor. Men is nu druk bezig met het instuderen van het jubileumconcert van 30 oktober dat in de Agathakerk wordt gegeven.
Een concert in de R.K. Agathakerk zou in de begintijd van Excelsior natuurlijk onmogelijk zijn geweest, waaruit meteen blijkt dat ook het koor met de tijd meegaat. In de jaren 60 kreeg het koor een algemener kleuring. Er zijn nu leden van allerlei gezindten. In de statuten is natuurlijk wel verankerd dat het koor gestoeld is op de bijbel.

 

Het koor was dus in 1909 opgericht en kon al in 1911 de eerste uitvoering geven. Daarin werd Psalm 8 voor vier stemmen (sopranen, alten, tenoren en bassen) ten gehore gebracht. Bij het jubileumconcert zal deze Psalm 8 ook weer vierstemmig klinken, maar wel in een moderner jasje.

Er is vrij veel over het koor bewaard gebleven. Bestuursverslagen, statuten, maar ook uitvoeringsboekjes en affiches zijn er. Maar van het 50 jarige bestaan van het koor is niets terug te vinden. Werd er geen aandacht aan besteed, is men het gewoon vergeten? Wie zal het zeggen. Er is veel mondelinge geschiedenis. Hele families zijn al van moeder op dochter en van vader op zoon lid van het koor. In de verslagen wordt regelmatig gewag gemaakt van de ontvangst van een ondertrouwkaart. Menig koorlid vond een partner op het koor. Zeker in de beginperiode was het wekelijkse oefenen voor het koor het enige uitje dat er was. In de geschiedenis van het koor zie je ook bepaalde achternamen steeds terugkeren. We zullen daaruit 2 voorbeelden noemen: Daudeij en de Kooker. Adrie Vijfhuizen-de Kooker bijvoorbeeld is al 65 jaar lid van het grote koor. Daarvoor was zij al lid van het kinderkoor en zij was ook een tijd begeleidster van het kinderkoor.

Het jeugd- en kinderkoor werd in 1928 opgericht. Eenmaal enthousiast koorlid was de stap naar het grote koor makkelijk te zetten. Van de huidige 75 leden van het grote koor hebben er maar liefst 27 op het jeugd- of kinderkoor gezeten.

1949: 40-jarig jubileum, concert in de HBG-hal in Lisse met dirigent Th.Westerdaal (staand bij de lezenaar)

Helaas bestaat het kinderkoor niet meer. In de loop der tijd kwamen er steeds meer activiteiten voor de jeugd en liep het aantal jeugdleden te veel terug. In 1994 is besloten het jeugdkoor op te heffen.
Toch kunnen we dit jaar weer van dit koor genieten. Ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van Excelsior zijn er oproepen gedaan aan oud leden om zich te melden. Het oudst aangemelde jeugdlid is nu al boven de 80. Zij was zelfs bij de oprichting van het kinder- en jeugdkoor! Er hebben zich vanuit het hele land oud-jeugdleden gemeld. Zo kwamen er aanmeldingen uit Dieren, uit Bolsward, uit Leersum en Almere en uit onze Bollenstreekregio natuurlijk. Met de bedoeling om op het jubileumconcert als oud jeugdleden een muzikaal intermezzo te verzorgen met stukken die eertijds op het repertoire van het kinderkoor stonden.
Voor de oorlog was dat o.a. repertoire van Catharina van Renes. Misschien kent u nog wel Het Lentelied. Wanneer het niet meer bekend is dan kan men op het jubileumconcert zijn geheugen weer opfrissen, want dan zal dit stuk ook weer klinken. Het jeugdrepertoire was natuurlijk ook aan mode onderhevig en zo werden er in de jaren 60 diverse stukken uit musicals ingestudeerd. Bij de uitvoeringen was er soms ondersteuning van het grote koor. Ook uit dat repertoire zal weer wat klinken.

Zowel het grote koor als het kinder- en jeugdkoor hebben heel veel uitvoeringen gegeven. Sinds 1928 was er jaarlijks wel een uitvoering. Die uitvoeringen waren indertijd in de HBG-hallen en ook wel in de HoBaHohallen. Begeleiding kreeg het koor dan van een orgel of een piano, maar ook werd wel gebruik gemaakt van een kleine orkestbezetting, bijvoorbeeld van het symfonie orkest van Amsterdam. Dikwijls werden concerten gegeven met ondersteuning van andere koren, zoals van het residentie mannenkoor uit Den Haag.
Later volgden concerten in de Agathakerk. Het koor is heel bekend om de uitvoeringen van de Crucifi xion. Maar ook de Deutsche Messe en delen van de Jahreszeiten stonden op het repertoire. Tijdens het jubileumconcert zal een compilatie hiervan te horen zijn.

2006: Uitvoering van The Crucifi xion in de Agathakerk, Lisse, met dirigent Aldert Fuldner

Een concertuitvoering is voor een koor een dure zaak. Dirigent en locatie moeten betaald worden. Gelukkig heeft het koor een eigen, zeer oude, vleugel (uit 1825). Normaal begeleidt de dirigent het koor tijdens het instuderen op dit instrument. Maar voor het jubileumconcert is er speciale ondersteuning van een pianist. Er wordt voor het concert een speciaal concertorgel gehuurd. Voor de repetities maakt men nu gebruik van de kerkzaal in de gereformeerde kerk. Daarvoor werd Rehoboth gebruikt en van 1966 tot 2000 werd gerepeteerd in Salvatori. Gelukkig heeft het koor voor het jubileumconcert financiële ondersteuning gekregen van een aantal sponsors en kon ook gebruik gemaakt worden van het Schipholfonds.

Wat voor het koor, naast een dankbare taak, ook een prettige manier is om de kosten iets te drukken is optreden in verzorgingshuizen. Dit wordt gefinancierd door het fonds 1818, een fonds dat financiële ondersteuning geeft aan initiatieven op het gebied van zorg, welzijn en dergelijke. Bij zo’n gelegenheid worden voor de pauze geestelijke stukken ten gehore gebracht en volgt na de pauze een populair programma. Het koor treedt ook op in het LUMC en verzorgt jaarlijks een gehandicaptendienst in de Pelgrimkerk in Haarlem.

Vroeger deed het koor ook mee aan concoursen. In de periode van dirigent Th. Westerdaal waren dergelijke concoursen heel gebruikelijk.
Excelsior deed dat niet onverdienstelijk. Begonnen werd in een lagere klasse, maar al gauw deed men mee aan de ereklasse en behaalde nog 1e prijzen ook! Dat was de tijd waarin het ledental de 100 bereikte.
Zo’n ledental is er heden ten dage niet meer. Maar gelukkig is het dieptepunt uit begin jaren 60, toen nog maar 35 leden over waren en opheffing dreigde, voorbij. De 75 leden die het koor nu telt maken een ruime keuze mogelijk uit koorrepertoire. Er is nog altijd vraag naar de Crucifixion, dus wie weet wordt dat ooit weer ten gehore gebracht. Een uitvoering van passiemuziek van J.H. Maunder (Cantate olivet to calvary) behoort tot de wensen van het koor. Een uitbreiding naar 80 koorleden, met vooral mannenstemmen, zou dan wenselijk zijn.

Behalve een te laag ledental waren er wel meer dieptepunten voor het koor. Het overlijden van dirigent Westerdaal staat een aantal koorleden nog in het geheugen gegrift. Het koor was al druk aan het studeren voor een feestelijk concert, waar meerdere koren aan mee zouden doen. Het zou gegeven worden om te vieren dat dirigent Westerdaal 50 jaar organist/dirigent was. Toen kwam het bericht dat Westerdaal op 66-jarige leeftijd was overleden.

De oorlogsperiode was voor het koor ook een negatieve tijd. De Duitsers wilden bij de repertoirekeuze een vinger in de pap hebben. Dat wilden de koorleden niet en dus ging het koor min of meer slapend verder. Uitvoeringen werden niet gegeven, gerepeteerd werd er nog wel. Maar omdat de dirigent niet in Lisse woonde moest hij, in verband met de spertijd, in Lisse blijven overnachten. Na de oorlog werd een speciaal concert georganiseerd, samen met het koor Looft den Heer.
Excelsior beleefde na deze beroerde tijd weer een bloeiperiode.

1984: 75- jarig jubileum. Foto gemaakt in Salvatori, Lisse met dirigent Pieter de Jong (zittend in het midden, tussen de dames)

Om tot een repertoirekeuze te komen heeft het koor een muziekcommissie. Veel koorleden vervullen binnen het koor ook een vrijwilligersfunctie. Dat varieert van het verzorgen van de corsages en bloemstukken tijdens een concert tot het deelnemen aan een commissie, bijvoorbeeld de kledingcommissie. Want naast een mooie klank wil het oog ook wat.
Oorspronkelijk werd er gebruik gemaakt van speciale koorkleding. Droegen de dames bijvoorbeeld een wijnrode lange rok met een crèmekleurig jasje of, zoals bij het jubileumconcert bij het 90-jarig bestaan, een zwarte lange rok met afwisselend een fel blauw jasje en een gebloemde cape.
Zo om de 7 jaar werd andere koorkleding gekozen. Na 2006 is het idee van koorkleding losgelaten en nu dragen de dames een zwarte lange broek of rok. Met allemaal een blouse in dezelfde kleur, bijvoorbeeld wit bij het jubileumconcert of rood tijdens een kerstconcert. De heren hebben het makkelijker. Zwart is het kostuum met wit overhemd variërend met verschillende kleuren strikjes en pochetjes, waarbij de kleur dan weer overeenkomt met de sjaals die de dames dragen.

Voor het jubileumconcert wordt nog hard gewerkt. Onder leiding van de eerste vrouwelijke dirigent, Marja Goudzwaard, die sinds januari 2007 de scepter zwaait bij het koor. Zij is ook dirigent bij de Noordzeezangers uit Katwijk. Wat weer prettig is omdat enkele mannenstemmen uit dit koor voor versterking zullen zorgen bij het jubileumconcert. Begin oktober is er een speciale studiedag. Voor het gelegenheidskoor van oud jeugdleden zijn er in oktober 2 repetitiedagen gepland. Het jubileumconcert is gratis te bezoeken. Het koor geeft een feestje en trakteert. Maar mogelijk is er wel een gelegenheid om het jarige koor een financieel presentje cadeau te doen. Er worden Cd-opnamen gemaakt en een jubileumboek zal verschijnen.
Misschien een leuk sinterklaascadeautje?

Mocht u eind oktober verhinderd zijn dan is er nog de gebruikelijke volkskerstzang op 18 december. Dan organiseert het Ademacomité een samenzang met ondersteuning van Excelsior en het koor van de Agathakerk.

Lisse mag zich verheugen op een eerbiedwaardige, maar levendige eeuweling.
Dat er nog maar zeer vele harmonieuze, klankrijke jaren voor Excelsior mogen volgen.

2009: Het huidige bestuur en dirigent Marja Goudzwaard-Malipaard (tweede van links)

 

Uit Nieuwsblad januari 2010

Excelsior
Gijs Overvliet reageerde op het verhaal over het 100 jarig bestaan van Excelsion. In 2004/2005 schreef hij het jubileumboek “100 jaar Crescendo in Sassenheim”, overigens samen met Aukjen Nauta uit Lisse. Hierin schrijft hij over de samenwerking van Crescendo met Excelsior in de periode dat Excelsior 40 jaar bestond. Naar aanleiding van dat 40jarig bestaan ontstaat er een unieke samenwerking tussen de koren waar dirigent J. Theo Westendaal leiding aan geeft en het, zoals het toen heette, Chr. Fanfare Corps Crescendo. In die tijd zijn er nog maaar weinig bewerkingen voor koor en blaasorkest, dus er wordt wel wat gevergd van de organisatie om de programmering rond te krijgen.
Op 20 mei 1950 is er dan het grote concertoptreden in de Hobaho te Lisse.
Daar is de foto van die in het vorige nieuwsblad staat.
De heer Overvliet herkent nog diverse muzikanten:
geheel rechts Ab Helmus (op bariton; broer van Piet Helmus die jarenlang in Lisse woonde en oom van de Lissese organist en muziekleraar A. Helmus) voor hem Rens van Duijn (sopraansax, hij is de vader van Wim van Duijn, in de jaren 70 directeur van de Muziekschool en dirigent van het Symfonieorkest). Geheel links vooraan Rinus Moolenaar (1e piston), 3de schuin naast hem Gerrit Vos (2de piston.
Het wordt zo’n groot succes dat besloten wordt om het concert te herhalen in de plaatsen van alle deelnemende verenigingen. Een heel georganiseer in een tijd zonder E-mail!
Overigens het boek “100 jaar Crescendo in Sassenheim” is nog te koop.

 

Boek ter gelegenheid van 100 jaar Excelsior

 

Een eeuw sociale woningbouw in Lisse.

door Arie in ’t Veld

Woningbouwvereniging Trias viert jubileum

Nieuwsblad Jaargang 6 nummer 2, april 2007

Dit jaar viert de woningbouwvereniging Trias het honderdjarige bestaan. Trias zelf bestaat nog slechts enkele jaren als het gevolg van een fusie tussen twee woningbouwverenigingen uit Lisse en een uit Voorhout. En van die drie verenigingen zou dit jaar de woningbouwvereniging Volksbelang uit Lisse het eeuwfeest vieren. Honderd jaar sociale woningbouw in Lisse. Trias zal dit jubileum op gepaste wijze vieren.

Kijkend in de geschiedenisboeken van de vereniging wordt duidelijk dat Volksbelang werd opgericht in een tijd waarin het gros van de Lissese inwoners het bepaald niet breed had. Het was de tijd van lage weeklonen (minder dan tien gulden per week) en heel lange werkdagen. Van ’s morgens zes tot ’s avonds zeven uur en op zaterdag kon men ook nog eens een keertje aan de bak tot in de middag.
Huizen waren er in Lisse uiteraard wel maar niet al te veel en als we dan de kapitale villa’s langs de Heereweg maar even wegdenken, was het allemaal nog zeer eenvoudig ook. Dat allereenvoudigste was goed genoeg voor met name de bloemistknechts waaruit zo ongeveer heel werkend Lisse bestond, maar het bleek een hele klus om een dergelijke woning in bezit te krijgen. Bekend is, dat menigeen in een schuur de nacht doorbracht of er zelfs totaal woonde. Het kon dan ook niet uitblijven dat in de rijen van de plaatselijke afdeling van de Volksbond eens nadrukkelijk over dit onderwerp werd gesproken en ziedaar, men boekte resultaten. Onder leiding van de geestelijk leider van de Volksbond en de heer H. v.d. Lans werd een oprichtingsvergadering gehouden en meldden zich gelijk al 26 mensen als lid van de nieuwe vereniging die Volksbelang ging heten. Een vereniging die weliswaar op Rooms-Katholieke leest was geschoeid, doch steeds voor alle gezindten bereikbaar is gebleken, wat het sociale karakter van deze vereniging weergeeft. Welnu, de vereniging was er in 1907, maar men had nog geen enkel huis om uit te delen. Zelfs nog geen plekje grond en geen enkele steen om de eerste arbeiderswoning te gaan bouwen. Er werd, voordat het uiteindelijk zover was, nog heel wat vergaderd. Na zo’ n dikke vijftig bestuursvergaderingen was het dan eindelijk zover: De woningbouwvereniging Volksbelang kreeg de kans om een aantal huizen voor haar wachtende leden te gaan bouwen. Wel was het toen inmiddels al 1914, dus zeven jaar na de oprichting en met gezwinde spoed ging men er tegenaan. 25 Woningen werden gebouwd in de Julianastraat, te weten de nummers 102 tot en met 124 en 103 tot en met 125. Woningen die in het kader van de grote vernieuwing van de Oranjebuurt inmiddels zijn gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw.

Huur per week f. 1,85

Voor de eerste 25 huizen van de vereniging kwamen ook de eerste 25 leden in aanmerking en dat gaf weinig moeilijkheden bij het verdelen. De oorspronkelijke huur bedroeg f. 1,85 per week die iets later werd verhoogd naar f. 2,10 per week. De huurpenningen werden wekelijks geïnd door de bestuursleden, die zo ongeveer alle voorkomende baantjes voor hun rekening namen. Een ander saillant detail uit die beginjaren is dat men de activiteiten startte op grond die voor twee kwartjes per vierkante meter van de hand ging. Dat is nu wel een beetje anders.

Groei

De woningbouwvereniging had spoedig de smaak te pakken en het voorbereiden en het bouwen van een tweede complex woningen liet niet meer zo lang op zich wachten. De groei kwam er in en in de jaren voorafgaande aan de tweede wereldbrand telde het woningbezit van de vereniging 140 huizen in een tijd dat er aan woningen geen gebrek meer was, maar wel aan geld om daar in te kunnen wonen en leven. De explosie in de woningbouw door en voor Volksbelang kwam echter in de na-oorlogse jaren.
Eerst werd de Koningstraat en omgeving gebouwd en vervolgens richtte men de blikken naar Meer en Duin zoals men de wijk toen noemde, maar die nu Meerzicht heet. De zeeheldenbuurt dus. Dat was in het begin van de zestiger jaren.
Daarna gebeurde er iets in Lisse dat veel stof deed opwaaien en heel wat discussies losmaakte: Volksbelang ging namelijk in de Poelpolder zo’n 550 flats bouwen en dat stapelen van die konijnenhokken wilde er bij de Lissers niet in. Dat dacht men tenminste, want binnen de kortste keren waren alle flats bewoond. En tot volle tevredenheid van de bewoners. Daarna volgde de wijk Meerenburgh waar de tweeduizendste woning van de vereniging een feit werd en na die tijd is er in Lisse nog heel veel meer aan de hand geweest op woningbouwgebied. In De Blinkerd, in het oude centrum, in de Poelpolder zuid en op wat losse plaatsen en natuurlijk recent in Vorstenhove zoals de Oranjebuurt inmiddels heet.

Gezinsbelang

Een andere speler op de markt van de sociale woningbouw kwam later dan Volksbelang aan de bak, maar was zeker zo actief. Dat was de woningbouwvereniging Het Gezinsbelang. Nadat Volksbelang uit de startblokken was gegaan bleek dat op een plekje grond buiten Lisse-dorp ook behoefte aan woonruimte was. In De Engel dus, op de grens van Lisse en Sassenheim en met van ouds af aan het stempel van: “Er tussen hangen”. Op 8 maart 1935 kwam daaraan wat de woningbouw betreft een einde. In het verenigingsgebouw De Beekbrug kwamen namelijk mensen uit De Engel bij elkaar om te horen wat de mogelijkheden zouden zijn voor het oprichten van een woningbouwvereniging. Het plan bleek goed aan te slaan, want het was die avond bijzonder druk in het verenigingsgebouw en de oprichting van “Het Gezinsbelang”‘ werd een feit.

De drang om zelf wat meer aan het bouwen van huizen te gaan doen kwam vooral doordat er op dat terrein in het gebied tussen Lisse en Sassenheim eigenlijk totaal niets gebeurde. Er werd weliswaar af en toe een huisje gebouwd, maar dat was bij lange na niet voldoende om het aantal woningzoekenden te huisvesten. En voor de Engelbewoners (Engelaars zeggen ze zelf…) restte er niet veel anders dan te verhuizen naar elders. Met pijn in het hart, want men vertrok niet graag uit de hechte woongemeenschap en als het maar enigszins mogelijk was, keerde men zo snel mogelijk weer naar de bakermat terug. Een goede basis voor een nieuwe woningbouwvereniging dus, die al snel na de oprichting de eerste bouwplannen ontwikkelde. Dat had tot gevolg dat reeds in 1937, dus twee jaar na de oprichting, de eerste huizen aan het Engelplein en de Nic. Damesstraat in gebruik genomen werden. 37 Stuks in totaal en dat was alvast een fors begin. Maar daar bleef het niet bij. Een volgende bouwstroom kwam op gang en ditmaal betrof het 32 huizen in het verlengde van de Nic. Damesstraat. Daarna moest men vijf jaar alle plannen in de kast leggen vanwege de oorlog, maar nauwelijks was die voorbij of in De Engel ging men er wat woningbouw betreft weer flink tegenaan. De J.C. de Haanstraat ontstond en er werd gebouwd op het Engelplein. Daarna volgde er nog 73 huizen en…. : plots bleek de koek voor wat de bouw in dit gebied betreft helemaal op te zijn. Het provinciebestuur nam namelijk de beslissing dat er in De Engel niet meer gebouwd mocht worden. Geheel tegen de zin van de oudere bestuursleden in, meldde de jeugd uit dat bestuur zich vervolgens bij burgemeester de Graaf om te praten over de bouwmogelijkheden in Lisse dorp. Ondanks de eerdere bestuurlijke tegenwerpingen werden de plannen doorgezet en werd de eerste steen gelegd voor huizen in de Evertszenstraat en de Van Speykstraat. Het Gezinsbelang was vanaf dat moment niet langer meer puur de woningbouwvereniging die zich alleen in De Engel druk bezig hield, maar was temidden van Lisse en de Lissers gekomen. En de Poelpolder werd ontsloten. Een groot gebied diende volgebouwd te worden en Het Gezinsbelang hielp daarin daadwerkelijk mee. De bouw van 44 woningen aan de Zwaluwstraat-Reigerstraat-Ooievaarstraat en Sperwerstraat werd gerealiseerd. Huizen die lang opvielen, maar dan helaas in negatieve zin, want het bleken huizen te zijn die ‘vraten’ aan de geldkist van de vereniging. Er werd vervolgens gebouwd rond het winkelcentrum Poelmarkt en in de componistenbuurt. Daarna werd het tijd om de oversteek naar Meerenburgh te maken. Voor Het Gezinsbelang betekende dat bouwen aan het Zuiderkruis en de Voerman en daarmee was de koek in dit gebied voor de vereniging op. Dat betekende echter geenszins dat Het Gezinsbelang stilletjes aan de kant ging zitten toekijken hoe de zaken zich verder zouden ontwikkelen. In De Engel werd een aanzienlijk deel van het oude huizenbestand gerenoveerd en dat ging op bijzonder degelijke wijze. Het Gezinsbelang bleek ook de aangewezen vereniging om Vreewijk, ofwel het ‘Peujepark’, onder handen te gaan nemen en ook in deze straat zowel als in Klein Vreewijk, verrezen aantrekkelijke huizen. Aan de Heereweg verrezen appartementen, alsook in Kanaalstraat tegenover de winkelgalerij De Heul en ook in de Blinkerd kreeg Het Gezinsbelang ruimte om te bouwen. Intussen werd tevens een prima eigen kantoor aan de Catharijnelaan gebouwd en wijdde het bestuur zich aan het bouwen in de Poelpolder zuid II nadat eerst het project Ter Beek was gerealiseerd. Daarmee was men dan (tegen alle verwachtingen in) toch weer terug vlakbij de bakermat van de vereniging in De Engel.

Op 17 februari 2000 werd een fusie tussen de drie woningbouwverenigingen (eentje uit Voorhout dus) een feit en ontstond Trias Woondiensten. De vereniging heeft nu een bezit van rond de 3400 woningen waarvan 659 in Voorhout. Een van de grootste projecten van de laatste tijd is ongetwijfeld de renovatie van de Oranjebuurt” in Lisse die gelijk werd omgedoopt in “Vorstenhove”. In de komende tijd wordt in Lisse het nodige op stapel gezet, zoals het bouwen in het plan ‘Geestwater’ in de Poelpolder. De vereniging wil daar van de ongeveer 300 te bouwen woningen 65 woningen in de sociale sector en 30 starterswoningen realiseren. Verder wordt bestudeerd of op de plek van het voormalige kantoor aan de Nassaustraat 20 sociale woningen en 20 koopwoningen gerealiseerd kunnen worden. Daarnaast zal van een aantal complexen worden bekeken of ze in de huidige markt nog aantrekkelijk genoeg zijn voor het doel waarvoor die woningen zijn gebouwd. Want dat het werk van verenigingen als Trias, ofwel het bouwen van woningen in de sociale sector, is nog bij lange na niet vervuld!