Berichten

Open monumentendag met Salvatori

Salvatori doet mee met de open Monumentendag. De geschiedenis van het gebouw aan de Wagenstraat wordt beschreven.

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)                                               

10 september 2019

door Nico Groen

Op 14 september is het weer Open Monumentendag. Dan zetten deelnemers weer hun gebouwen open voor elke geïnteresseerde bezoeker. Naast de gebruikelijke  deelnemers zijn er dit jaar ook weer een aantal nieuwe eigenaren van  panden die hun poorten open  zetten. Een daarvan is Salvatori, Wagenstraat 33.

Dit verenigingsgebouw hoort bij de Samenwerkingsgemeente (SWG gemeente) waarvan een kerkgebouw aan de Veldhorststraat staat. Salvatori is vaak opengesteld voor onder andere buurtbewoners en als eetcafé. De reden dat de beheerders mee willen doen, is dat zij ook aan andere Lissers willen laten zien wat er allemaal in Salvatori te doen is. Zij timmeren daarmee graag aan de weg. Het gebouw uit 1927 oogt niet zo imposant. Alleen de voorkant zonder verdieping is te zien.  Het heeft een plat dak.  Omdat het gebouw achtereenvolgens voor verschillende doeleinden is gebruikt werd de binnenkant  diverse keren veranderd.

Groene Kruisvereniging op Wagenstraat 33

Dokter D. Blok nam in 1903 het initiatief om in Lisse een Groene Kruisvereniging (openbaar consultatiebureau) op te richten, samen met onder anderen dokter M. de Graaf en dokter F. Haase. Een belangrijke doelstelling van de vereniging was het voor­komen van ziekten door het opsporen hiervan en het bevorderen van de algemene gezondheid van de bevolking door ‘Reinheid en ontsmetting’. 

De ruimtes, die werden gebruikt waren al spoedig te klein. Mejuffrouw C. Scheepmaker, die het magazijn beheerde, gebruikte zelfs een hooizolder om ligstoelen en ledikanten te bergen. Dat was lastig omdat men er in het donker niet goed bij kon. Na veel vijven en zessen kwam er een nieuw

stenen gebouw aan de Wagenstraat 33. Dat werd in 1927 gerealiseerd. Voor de klanten van het consultatiebureau was er een entree aan de zijkant. Aan de voorkant waren in het midden twee deuren met daarachter een brede gang, Deze twee deuren zijn een stukje naar rechts verplaatst. Er is nu geen raam meer naast aan die kant.

Eind jaren vijftig voldeed het kruisgebouw niet meer aan de wensen van het Groene Kruis. Daarom werd er voor het Groene Kruis een nieuw gebouw gerealiseerd op de hoek van de Wilhelminastraat met de Nassaustraat. Dat staat er nog steeds.

Kerken

De Gereformeerde kerk (bij de Klister) had behoefte aan uitbreiding van het verenigingswerk. Daarom werd in 1960 het kruisgebouw overgenomen van het Groene Kruis. Het gebouw ging toen Salvatori heten, wat ‘Redder’ betekent. Daar werd voornamelijk het jeugdwerk ondergebracht. Daarnaast was de Christelijke bibliotheek er gevestigd. Ook het koor Excelsior heeft er jarenlang geoefend. In de jaren tachtig ontstond er behoefte om het verenigingswerk dichter bij de kerk onder te brengen. Daarom werd in 1982  de Klister rondom de Gereformeerde kerk gerealiseerd en werd Salvatori verkocht aan een van de voorlopers van wat nu de Samenwerkingsgemeente (SWG gemeente) is.

Het wordt nu dus gebruikt als buurhuis en als verenigingshuis.

Foto. In 1960 kocht de Gereformeerde kerk Salvatori van het Groene Kruis. Het werd toen helemaal opgeknapt. Foto: Gereformeerde kerk

 

Adviseurs van CHVOL in de nieuwe HLT Erfgoedcommissie

Nieuwsblad Jaargang 18 nummer 3, oktober 2019

Nieuwsflitsen

Zoals in het vorige Nieuwsblad nr. 2 onder Nieuwsflitsen is aangegeven, wil de Ver. Oud Lisse in het kader van burgerparticipatie graag als lokale vereniging meedenken in zaken van het monumentenbeleid. Daarvoor is juistecinformatie noodzakelijk, zo nodig aangevuld met tekeningen, foto’s en kaarten. Die gegevens kregen we meestal niet. Die officiële stukken worden ook niet zomaar gedeeld in het kader van privacy. Na een goed gesprek op 8 augustus 2019 met wethouder Jeanet van der Laan over het functioneren van de Ver. Oud Lisse in de Erfgoedcommissie, is daar een oplossing voor gevonden. Als oplossing van dit probleem is er een brief verstuurd vanuit de organisatie HLTsamen (de ambtelijke werkorganisatie van de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen) aan alle HLT Historische Verenigingen, met de oproep een adviseur namens deze verenigingen aan te stellen, want die kan dan als deelnemer van de Erfgoedcommissie wel deze stukken krijgen. Na de voorbereidende vergadering van de HLT Erfgoedcommissie op 29 augustus 2019, hebben Eric Prince en Wim Bosch de eerste officiële HLT Erfgoed commissie vergadering bijgewoond in Voorhout op 5 september 2019. De vergadering werd geleid door John Bakker uit Voorhout, die de voorzitter van de HLT Erfgoedcommissie is geworden.
Hij heeft deze vergaderingen uitstekend geleid! De nieuwe HLT Erfgoedcommissie bestaat nu uit 7 personen waarvan 3 uit de Erfgoedcommissie Lisse kwamen (Leo Dubbelaar, Anton de Gruyl en Toine Jütte van Dorp, Stad en Land, die tevens welstandgedelegeerde is). Er vond in deze Erfgoedcommissie vergaderingen een discussie plaats over de aanstelling van adviseurs van de historische verenigingen.
Tijdens de tweede HLT Erfgoedcommissie vergadering op 10 oktober 2019 werden de adviseurs van de historische verenigingen of stichtingen officieel aangesteld, door ondertekening van de integriteits- en geheimhoudingsverklaring, waarna vertrouwelijke stukken kunnen worden ingezien. De Stichting Oud Hillegom heeft geen adviseur aangesteld. De Historische Kring Voorhout (HKV) heeft Kees den Elzen als adviseur aangesteld met tevens een plaatsvervanger. Stichting Oud Sassenheim heeft Alfred Pop, voorzitter van Stichting Oud Sassenheim, als adviseur aangesteld met Aad van der Geest als tweede persoon. Matthieu Fannee werd als adviseur benoemd namens de Historische Vereniging Warmond, met 2 plaatsvervangers, gezien de grote kans op afwezigheid van hun werkzame leden. Onze Ver. Oud Lisse had2 adviseurs voorgedragen, Eric Prince en Wim Bosch, waarmee wethouder Jeanet van der Laan instemde. Zij werden op 10 oktober 2019 ook officieel aangesteld.

 Coöperatieve bollenveiling 100 jaar

Deze maand wordt gevierd dat de coöperatieve bloembollenveiling (nu CNB) 100 jaar bestaat. De geschiedenis wordt weergegeven.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)                                     

2 januari 2019

door Nico Groen

Deze maand wordt gevierd dat de coöperatieve bloembollenveiling (nu CNB) 100 jaar bestaat. Ter gelegenheid hiervan wordt er op 8 en 9 januari 2019 een speciale bloemen-show en een expositie over het verleden in het hoofdkantoor van de CNB Lisse,  Heereweg 347 gehouden. De tentoonstelling is mede opgesteld door vrijwilligers van de Vereniging Oud Lisse.

 Veiling West-Friesland

Op 16 januari  1919 was de officiële oprichting van Bloembollenveilingsvereeniging West-Friesland door de KAVB-afdelingen Andijk, Bovenkarspel en Enkhuizen. De eerste bollen werden die zomer verkocht in de uitspanning  ‘Het Roode Hert’ in Bovenkarspel. De start van de coöperatieve bollenveiling was dus 100 jaar geleden. Omdat het een coöperatie was, hadden de leden het voor het zeggen en dat is nog steeds zo. Bij andere destijds gebruikelijke verkoopmethoden waren er nogal eens misstanden: vandaar de oprichting. Het ging zo goed dat men in 1925 een eigen veilingzaal met opslagruimte voor de bollen bouwde. In de loop der jaren werd er steeds meer uitgebreid voor de steeds maar toenemende aanvoer en voor bewaarruimten van de bollen.

HBG

De Coöperatieve veilingsvereeniging voor Bloembollenkweekers werd in 1924 opgericht door afdeling Lisse van het Hollandsch Bloembollenkweekersgenootschap (HBG). De HBG was in Haarlem opgericht in 1895 om de kwekersbelangen beter te kunnen behartigen. De veiling heette later ook gewoon HBG.

De coöperatie kocht van Gerrit van Parijs & Zn. een stuk grond aan de Grachtweg.  Daar werd in 1925 een veilingloods en veilingzaal met kantoorruimte gebouwd. De bollen konden worden aan- en afgevoerd over de weg of via het water van de Gracht.

Op deze plek woedde op 18 juni 1954 een grote brand, die het kantoor van de HBG in de as legde. Het kantoor was niet te redden en moest worden gesloopt. Onder architectuur van de bekende Lissesse architect Paardekooper werden in datzelfde jaar een nieuw kantoorgebouw en veilingzaal gerealiseerd.

fusie tussen Bovenkarspel en Lisse

In 1975 volgde de fusie tussen coöperatieve veilingen West-Friesland in Bovenkarspel en de HBG in Lisse. De naam van de fusiecoöperatie werd Coöperatie Nederlandse Bloembollencentrale (CNB).

Toen in 2006 de CNB verhuisde, besloot het gemeentebestuur de grond te kopen. Men vond dat het markante hoofdgebouw niet gesloopt mocht worden, maar een passende bestemming moest krijgen. Dit is dus uiteindelijk, na een zorgvuldige verbouwing, een theater met bioscoop geworden: FloraLis. Hierdoor blijft dit cultuurhistorische pand behouden. Het is nu een gemeentelijk monument.

Bovenstaande gegevens komen hoofdzakelijk uit een uitgebreid artikel van Arie in ’t Veld uit het Nieuwsblad van de VOL van april 2006.

Lees hier dit artikel.

 

Oude foto van de HBG

Deze maand wordt gevierd dat de coöperatieve bloembollenveiling (nu CNB) 100 jaar bestaat. De geschiedenis wordt weergegeven.

De Watervrienden bestaan 50 jaar

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

4 december 2018

door Nico Groen

In 1968 werd zwemvereniging ’De Watervrienden Lisse’ opgericht. Precies 50 jaar geleden dus. In september 1968 werd de eerste officiële ledenvergadering gehouden en het bestuur gekozen. Dat werden Jan Weerman als voorzitter en Ada van Kampen, Theo Reeuwijk, Jo van Hilten, Mara Dorrestijn, Jacques Dierix, Bram Dreef en Ron Dreef als overige bestuursleden. Het zwembad De Lis was bij de oprichting nog niet eens in gebruik. Dat opende pas in augustus 1969.

 Het gaat De Watervrienden voor de wind

Het belangrijkste doel van de vereniging is het behalen van zwemdiploma’s. Het ging goed met zwemvereniging De Watervrienden Lisse. In april 1971 waren er al bijna duizend leden. Er werden zwemwedstrijden gehouden. De vereniging organiseerde een waterfeest op het Comomeer. Ook werd er deelgenomen aan watersportevenementen op de Bosbaan in Amsterdam, de Zeemijl in Rockanje, een evenement in IJmuiden en een sportdag voor de jeugd in Haarlem. De zwemfeesten op het Comomeer werden een jaarlijkse traditie. Bijvoorbeeld in 1973 werd met behulp van de Heemsteedse Reddingsbrigade en de afdeling Lisse van de EHBO een groots zwemfeest op touw gezet met onder andere demonstraties waterskiën en zwemwedstrijden over 1.000 en 500 meter.

In de jaren zeventig werd acht keer achter elkaar het kampioenschap van het gewest Zuid-Holland veroverd. Van de 35 zwemnummers die moesten worden afgewerkt, werden die in 1979 21 keer door de Watervrienden gewonnen. Dat jaar werd de wedstrijdploeg onder leiding van trainer Theo van Diest in Tilburg voor de tweede maal Kampioen van Nederland.

Het jaar daarop werd de ploeg weer kampioen. De Watervrienden mochten toen de wisselbeker houden. Vele jaren werd door de wedstrijdzwemmers met 2 ploegen meegedaan aan de jaarlijkse Bondskampioenschappen. De zwemmers van de Watervrienden kwamen altijd met heel veel medailles thuis.

 Olympiër Hans Kroes

Hans Kroes is ongetwijfeld landelijk het bekendste lid van de Watervrienden geweest. Hij nam namelijk met de zwemploeg in 1988 deel aan de Olympische Spelen in Seoul. De jeugdige Lisser was eerst lid van De Watervrienden, maar trainde larer bij de kring van de Heemsteedse Polo Club onder leiding van Wim Geurtsen. Keihard trainde de zwemmer om naar Seoul te kunnen. Heel vaak lag hij ’s morgens om een uur of vijf al in de Lis. Twintig uur in de week. Dan was ook trainer Theo van Diest daar al druk bezig.

Boek ‘Lisse in de jaren tachtig’

Bovenstaande komt voor een deel uit het pas uitgekomen boek ‘Lisse in de jaren tachtig’ geschreven door Arie in ’t Veld. Dit boek is verkrijgbaar bij de plaatselijke boekhandel. Het is een vervolg op ‘Lisse in de jaren vijftig’, ‘Lisse in de jaren zestig’ en ‘Lisse in de jaren zeventig’. Deze uitgaven zijn voor deze column ook geraadpleegd. ‘Lisse in de jaren zeventig’ is ook nog verkrijgbaar.

 

De wedstrijdzwemmers zijn altijd heel succesvol geweest. Foto: Website Watervrienden Lisse

Het pand van de Coöp is een gemeentelijk monument

Het pand van de honderdjarige  COOP op de hoek van de Kanaalstraat en Kapelstraat is gebouwd in 1929. Het gebouw wordt beschreven.

Sporen van vroeger   (Lisser Nieuws)                                              

20 november 2018

door Nico Groen

In een vorige column van Sporen van Vroeger ging het over de oprichting op 27 september 1918 van de Coöperatieve Verbruiksvereniging “Onderling Belang door Steun verkregen”. Dit jaar dus 100 jaar geleden. Men begon in een klein winkeltje (waar nu Roobol zit) aan de Kapelstraat. Later werd dit uitgebreid  met een groot pand van 1200 m2  op de hoek van de Kapelstraat met de Kanaalstraat, waar nu opticien Bril Jan’t is gevestigd (Kapelstraat 2).

Dit laatste pand is gebouwd in 1929. De winkel met bovengelegen woonhuis is een gaaf voorbeeld van de architectuur uit die tijd. Architect C.W. Barnhoorn uit Lisse ontwierp dit pand in de stijl van de Amsterdamse School. Naast het winkelpand stond in de Kapelstraat oorspronkelijk de woning van de bedrijfsleider. Dit pand is in 1969 gesloopt. Daar wordt nu gebouwd om er bovenwoningen te realiseren.

Het hoekpand heeft een rechthoekige plattegrond en bestaat uit twee bouwlagen onder een samengesteld schilddak. Dat is een daktype dat wordt gevormd door twee driehoekige dakvlakken aan de korte kant en twee trapeziumvormige dakvlakken aan de lange kant van het gebouw. De muren van het noordelijk gedeelte (aan de Kanaalstraat) zijn iets hoger opgemetseld, waardoor de vensteropeningen in het hogere muurvlak op de 1e verdieping groter zijn. Het dak is hier ook hoger. Dat is ook de reden, dat het een samengesteld schilddak wordt genoemd. Het zijn eigenlijk twee daken.
De gevels zijn opgebouwd uit rode baksteen in kettingverband. De vensteropeningen op de begane grond worden omlijst door bakstenen pilaren voorzien van decoratief metselwerk. Deze zijn aan de bovenkant afgesloten door natuurstenen ornamenten. Een horizontale doorlopende, ronde latei boven de vensteropeningen verbindt het geheel met elkaar.

Er waren 3 winkels in het pand

Rechts in de kopgevel aan de Kanaalstraat is de toegang tot de bovenwoning (Kanaalstraat 56). In de afgeschuinde hoek bevindt zich de entree met een deuromlijsting van betonnen blokken. Vroeger was er aan de kant van de Kapelstraat een portiek met 2 haaks op elkaar staande deuren. Op de foto is het portiek te zien. Links was de deur naar conservenafdeling en rechts naar de kruidenierswinkel. Er waren  oorspronkelijk dus 3 winkels in het pand. Aan de kant van de Kanaalstraat verkocht men manufacturen. In 1959 is het portiek vervangen door een raam en werd het geheel één kruidenierszaak. De verkoop van manufacturen verhuisde toen naar Kapelstraat 6, waar nu Roobol zit. In 2006 stopte de Coöp met de verkoop van alles.

Nieuwe website van de VOL 

Bovenstaande gegevens komen voor een deel van de nieuwe website van de VOL: www:oudlisse.nl. Bij aanklikken van het hoofdstuk Monumenten  vindt u bij de gemeentelijke monumenten o.a uitleg over Kanaalstraat 56. Op de website staat bij het hoofdstuk Nieuws ook een uitnodiging voor een lezing voor vanavond, 20 november om 20.00 uur over archeologisch onderzoek in de Bollenstreek, met nadruk op Lisse.

Het pand uit 1929, daarachter het huis van de beheerder met daarachter het eerste winkeltje. Foto: OudLisse.nl

Winkelcoöperatie 100 jaar geleden opgericht

Sporen van vroeger  (Lisser Nieuws)                                                           

6 november  2018

door Nico Groen

Op 27 september 1918 werd officieel de Coöperatieve Verbruiksvereniging “Onderling Belang door Steun verkregen” opgericht. Dit jaar dus 100 jaar geleden. Het was net voor de afloop van de Eerste Wereldoorlog. Er was armoede, honger en weinig  beschikbaar voor de eerste levensbehoeften. Er werden die jaren heel veel coöperaties in het leven geroepen om gezamenlijke voordelen te behalen. Het was een katholieke coöperatie. Men begon in een klein winkeltje (waar nu Roobol staat) aan de Kapelstraat. Later werd dit uitgebreid tot totaal 1200 m2  met een groot pand op de hoek van de Kapelstraat met de Kanaalstraat, waar nu opticien Bril Jan’t is gevestigd. Dit gebouw is in 1929 gerealiseerd in de stijl van de Amsterdamse School. C.W. Barnhoorn was de architect. Het is nu een gemeentelijk monument.

Voor arbeidersgezinnen

Zo’n verbruikscoöperatie was vooral bedoeld voor arbeidersgezinnen. Voor een paar gulden konden katholieke arbeiders lid worden. Dat bedrag hoefde niet in één keer te worden betaald. Door in termijnen te betalen kon ieder arbeidersgezin lid worden. Omdat het een coöperatie was werd de winst als dividend uitbetaald. De winkel bewaarde alle bonnetjes. Aan het einde van het jaar kregen de leden over het totaal van de bonnetjes een paar procent dividend.

De grote bloeiperiode van de Coöp, zoals de coöperatieve vereniging genoemd werd, lag in de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw. In die tijd leefde het coöperatief denken nog volop en waren de zuilen ook nog volop aanwezig in het dagelijks leven. Zo was er aan de Heereweg ook een protestante verbruikerscoöperatie, die ‘Ons Belang’ heette.

De RK Coöp begon met een kruidenierswinkel. Al gauw werd dit uitgebreid met een  manufacturenhandel. Daarna kwam er een bakkerij, een steenkolenhandel en een meubelhandel bij. In de hoogtijdagen telde de Coöp (Onderling Belang) 1900 leden. Vrijwel alle katholieke arbeiders in Lisse waren lid.

In de jaren zestig hechtte men  meer aan individualisme en de verzuiling werd  minder. De winkels van Onderling Belang gingen onvoldoende met hun tijd mee. De gebouwen waren daar ook niet echt geschikt voor. Er waren steeds minder leden, ook door het overlijden van trouwe leden. De meubelzaak en de cooking-winkel hielden het het langst vol. In 2006 sloten de winkels echter hun deuren.

Subsidie van voorheen de Coöp

Daarmee was het echter niet afgelopen. Als steunfonds werd de ‘Stichting voorheen Coöp Onderling Belang’ opgericht. Dit werd gedaan om in de geest van de oprichters in 1918 voor de Lissese gemeenschap iets te betekenen. De netto huuropbrengsten komen in het steunfonds terecht. Dit geld is beschikbaar als subsidie voor doelen met algemeen belang voor Lisse, zoals bijvoorbeeld het Oranje-Comité en het Comité Open Monumentendag. De VOL kreeg voor het maken van het boek ‘Wandel en Fietsroutes langs bomen in Lisse’ ook subsidie. Dit boek is nog steeds verkrijgbaar bij de VOL.

 

Het voormalig pand van de Coöp is een gemeentelijk monument. Foto: BeeldbankLisse.nl

 

 

Het Patronaatsgebouw is 100 jaar oud

Het patronaatsgebouw is in 1918 gebouwd in opdracht van de St. Agathaparochie.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

31 juli 2018

 Nico Groen

Het patronaatsgebouw is in 1918 gebouwd in opdracht van de St. Agathaparochie. Precies 100 jaar geleden dus. Een goede gelegenheid om het gebouw en zijn voorgeschiedenis op Bondstraat 13 te beschrijven. Heden ten dage is dansschool ‘Welkom’ er gevestigd.

Ned. R.K. Volksbond

De afdeling Lisse van de Ned. R.K. Volksbond werd in 1901 opgericht. Het was een organisatie die tot doel had de leefomstandigheden van de katholieke arbeiders te verbeteren. In 1903 werd deze Bond gehuisvest in de noodkerk, die toen niet meer in gebruik was als kerk. Deze kerk stond op de plek waar nu het Franciscushuis staat. De noodkerk moest in 1909 plaats maken voor het Piusgesticht. De Bond moest dus verhuizen. De Agathaparochie had voor dat doel een stuk grond aangekocht van de weduwe J. Vreeburg. Daarheen werd de noodkerk verplaatst. Het verplaatsen van het gebouw werd opgedragen aan de aannemer van het Piusgesticht, de heer A. Beugelsdijk uit Lisse. Hij besloot om het gebouw niet te slopen en te herbouwen maar het bouwwerk te verrollen. Dat duurde maar liefst 4 weken, want het was een groot gebouw van 33 meter lang en 13 meter breed. Het bouwwerk had erg te lijden onder deze verhuizing. Er moest veel hersteld worden, maar de Bond hield haar onderkomen.

In 1918 werd de noodkerk al gesloopt en op deze plaats werd het huidige Patronaatsgebouw, de nieuwe thuishaven voor de Volksbond, gerealiseerd. Precies 100 jaar geleden dus.

Er werd rond die tijd ook een straat aangelegd van de Heereweg naar de pas gerealiseerde Schoolstraat. Die straat werd naar de gebruiker van het nieuwe gebouw vernoemd: de Bondstraat.

Gemeentelijk monument

Het Patronaatsgebouw met 2 verdiepingen en een plat dak werd ontworpen door C.W. Barnhoorn. Hij was toen nog student. In de top van de voorgevel zit een aangesmeerde gevelsteen met het woord ‘PATRONAAT’. Deze gevelsteen is omlijst met rode strengpersstenen. Strengpersstenen zijn harde geperste stenen. Ze zijn harder dan gewone bakstenen en hebben scherpe randen. Ze zijn erg strak, glad en weinig poreus. Daarom nemen deze stenen minder water op dan gewone bakstenen. Ook verwering en vuil krijgen niet veel kans.

De voorgevel heeft bij de dakrand siermetselwerk in een bloktandmotief. Op de top staat een stenen kruis. De zijgevels zijn in dezelfde stijl uitgevoerd.

Achter het pand staat een grote aanbouw van één verdieping met een pannendak.

Gemeentelijk bezit sinds 1973

Het Patronaat bleef tot april 1973 eigendom van de  parochie. Toen werd de gemeente voor 200.000 gulden eigenaar van het gebouw. In dat jaar vestigde dansschool Castelein zich in het Patronaatsgebouw. Ook Radio Boterbloem vond er jarenlang onderdak. Toen Castelein stopte, werd de dansschool overgenomen door Peter en Rachell van der Veek. Zij leiden dansschool ‘Welkom’ al weer ruim 20 jaar in dit gemeentelijk monument.

Een oude foto van het ‘Patronaat’. Foto: Beeldbank Lisse.nl

 

 

 

SINT ISIDORUS, De bloemistknechts-vereeniging (deel I)

In 1904 werd de onderafdeling Bloemistknechts St. Isidorus opgericht. Zij kwamen op voor de slechte omstandigheden van de bloemistknechten.

door Arie in’t Veld

Nieuwsblad Jaargang 17 nummer 1 Winter 2018

Het touwtrekken rond allerlei arbeidsvoorwaarden is in de huidige tijd schering en inslag. Dat is dus niet altijd zo geweest. In vroeger jaren was de ‘patroon’ de baas en had je als werknemer maar mooi te pikken wat die baas vond en zei. Ook wat betreft het loon, de arbeidsomstandigheden en noem maar op. Natuurlijk was er wel eens een opstandig figuur, maar daarmee werd korte metten gemaakt. Die belandde namelijk in negen van de tien gevallen op de keien en was dan financieel gezien onmiddellijk ridder te voet, want geld was schaars. Gewoon je mond houden dus en doen wat er gezegd wordt en tenslotte na een lange week en ellenlange dagen werken, de hand ophouden om het ‘welverdiende’ loon in ontvangst te nemen. Dat is nu dus een stuk anders, met onmiddellijk de vraag of het ook echt allemaal beter is. In sommige opzichten wel, maar veel geleerden zijn van mening dat de huidige systemen ook niet bepaald ‘je van het’ zijn en dat er dus nog heel wat te sleutelen valt….

Bloemisten

Met de blote handen bollen rooien, op het land achter de Achterweg. Foto: A. in ’t Veld

De mensen die op het land werkten hadden het vroeger niet al te rijk. Vaak zelfs arm en de enige rijkdom bestond meestal uit een grote kinderschare, waardoor de (financiële) problemen echter alleen maar groter werden. Tot zoon of dochter ,werkensgereed’ was, want dan kon hij of zij meehelpen om de huishoudportemonnee iets te versterken, zij het dat dit een centenkwestie was. Letterlijk dan. En zoals ook elders in den lande, deed zich in de Bollenstreek meer en meer de noodzaak gevoelen om een organisatie in het leven te roepen die zou waken over de belangen van de leden. De bloemistknechts in dit geval en dan doelen we (sprekend over de Bollenstreek) dus op de arbeiders die in de bollen werkten. Wel: die staken de koppen bij elkaar. Op 12 december 1904 werd de eerste vergadering van de onderafdeling Bloemistknechts St. Isidorus opgericht, waarbij 48 mensen aanwezig waren die zich als lid lieten inschrijven. Het voorlopig bestuur werd gevormd door B. van Tongeren secr., H. Salman en J. van Velzen als Commissarissen. Uiteraard was een der eerste onderwerpen die besproken moesten worden de hoogte van de contributie. De rekenmeesters kwamen uit op een cent per week, maar daar was niet iedereen het mee
eens, want een volle cent was een heel bedrag… Het draaide echter toch op dat bedrag uit en die contributie moest op de laatste zondag van iedere maand na de H. Mis worden afgedragen. Uit de notulenboeken van de afdeling valt heel wat weer te geven. Teveel zelfs, want de heren scribenten namen bepaald geen blad voor de mond als iemand om een bepaalde kwalijke reden op de hak moest worden genomen. Dat werd uitgemeten in de boeken vastgelegd. Voor het nageslacht dus en dat geslacht zit nu tegen sierlijke krulletters aan te kijken en ziet een taal die nauwelijks leesbaar is.
Uit genoemde notulenboeken haalden we enige feiten, zonder op dezelfde toer te gaan als de secretarissen. Onze bedoeling is het alleen om een beetje aan te geven dat wat vandaag de dag ,gewoon’ is, dat vroeger helemaal niet was en dat er heel wat bollen zijn gerooid en gepeld (om maar eens wat te noemen) voordat er wat geregeld was. Tijdens de eerste bestuursvergadering kwam al gelijk een gevoelig liggend onderwerp ter sprake. Men wilde namelijk een circulaire doen uitgaan waarin het bestuur zich uitsprak tegen de vrouwenarbeid in de zomer (tulpenpellen). Dit, om de zedelijkheid zoo veel mogelijk te beschermen…. Wat we daar nu precies van moeten denken weten we niet, doch naar alle waarschijnlijkheid was men beducht voor de kans dat de dames en heren zich met andere zaken zouden gaan bezighouden dan het pellen van bloembollen. In Hillegom was dat al eerder onderkend, want zo’n circulaire was daar al verspreid. De afdeling ging zich ook begeven op het pad van de voorlichting en instructie. Zo werden er diverse prijsvragen uitgeschreven, met tot doel om de kennis van zaken der leden te toetsen en op te vijzelen. In 1905 was er een prijsvraag met de vraag welke soort grond de beste is om met voordeel hyacinten te telen en waarom? Een vraag die vandaag de dag anders zou kunnen luiden namelijk: is er nog genoeg grond om hyacinten te telen. Maar dat was toen dus nog (lang) niet ter sprake. De deelnemers aan de prijsvraag moesten overigens wel lid van de bond zijn en (wat nog belangrijker was) de contributie moest zijn voldaan tot op de laatste cent.

In 1900 werd de leerplicht voor 6- tot 12-jarigen ingevoerd, dus als je 12 werd ging je werken voor de kost.
Foto:  A. in ’t Veld

In 1906 kwam er nog een ,aardig’ onderwerp ter sprake. Toen nam het bestuur van de bond het onderwerp ,Jongeling’s arbeid onder de loupe. Men kwam tot de conclusie dat ,,Mest kruien, karre met een kar, rietdragen en dergelijkes man’s werk was en dat Jongelingsarbeid pas werd toegestaan als de jongelieden de leeftijd van twaalf jaar hadden bereikt. En bovendien werd de vinger aan de pols gehouden wat de lengte van de arbeidsdag betrof, want die wilde men beperkt zien van 06.00 tot 19.00 uur, met als aantekening dat men ervan afzag om een en ander via een CAO te laten regelen. Tijdens diezelfde bestuursvergadering bleek weer eens dat Lissers best eigenzinnig waren (en zijn..?) want men wilde niet meewerken aan het ziekenfonds. Niet omdat men zo’n fonds verafschuwde, maar Lisse had een eigen, beter, ondersteuningsfonds. In datzelfde jaar kwamen de werktijden overigens nog een keertje aan de orde, maar toen voor de volwassen arbeiders. Die werktijden lagen namelijk van het opkomen tot het ondergaan van de zon. Aan die regel was niets onduidelijks en het werd zo gehouden. Totdat men wat later tot andere inzichten kwam… We naderen bijna de bollentijd. Op de velden en in de schuren is het een drukte van jewelste. Mannen, vrouwen en kinderen steken de handen uit de mouwen om te trachten de nieuwe oogst bloembollen goed en snel weg te werken. Losse krachten dus die het kleine getal van de vaste werkers in de bloemisterij aanvulden. Eerder constateerden we dat het rond de eeuwwisseling bepaald geen botertje tot de boom was wat betreft de arbeidsomstandigheden van de bloemistknechts. De land-(en schuur)arbeiders dus. Maar de Bond St. Isidorus werd alsmaar sterker en kreeg zoetjesaan voet aan de grond bij de heren patroons, die overigens heel lang erg onwelwillend waren. In 1905 verslikte men zich bijvoorbeeld in de brutale vraag van bondszijde om de arbeiders van een gulden opslag te voorzien. Een vraag waarvan je als rechtgeaarde bollen-ondernemer natuurlijk prompt een brok in de keel kreeg, want zoiets was nog nooit vertoond. De ,brutaliteit’ had echter succes, zij het gedeeltelijk. Beide partijen brachten iets in en dat betekende dus dat men op de helft van de eis tot elkaar kwam. Twee kwartjes opslag per man per week. Voorwaar een kapitaal en het ledental van de afdeling verdubbelde op slag tot 80 stuks.

Korter werken

In 1907 zal menige werkgever zich waarschijnlijk ook te pletter geschrokken zijn van het allernieuwste voornemen van de bond. Men wilde namelijk in het vervolg op zaterdag om 4 uur stoppen met werken. Ongelofelijk. De dag was dan nog lang niet afgelopen en de arbeiders wilden desondanks al vroeg naar de huiselijke haard… Onbegrijpelijk natuurlijk (voor de patroon). Het was indertijd overigens een goede gewoonte dat instellingen, verengingen en organisaties zich lieten begeleiden door een geestelijk adviseur, in casu meneer pastoor. Dat was ook bij St. Isidorus het geval, maar de adviezen werden niet altijd gevolgd. De adviseur liet namelijk blijken fel gekant te zijn tegen enigerlei actie om op zaterdag korter te gaan werken, maar de leden lapten dat advies aan hun laars. En ze waren daarmee ook nog niet aan het einde van hun Latijn, want nog in datzelfde jaar liet de Kamer van Arbeid het voorstel los om zich te gaan inzetten voor een werkdag van 06.00 tot 19.00 uur. De Lissers vlogen daar als een man op af en wilden dat steunen, waarbij het voorstel om op zaterdag korter te gaan werken nog even werd weggeschoven. Toen echter puntje bij paaltje kwam stond Lisse in het actie voeren alleen. “Dat zijn de gevolgen van Uwe actie,” aldus de Geestelijk adviseur die prompt van een der leden te horen kreeg dat de actie goed genoeg was, maar de gelegenheid wellicht niet.

Weerstandsfonds

Kinderen moesten ook een centje bijverdienen voor het gezin . Rechts de schuur van Veldhuyzen van Zanten tegenover de 3e Poellaan links Heereweg 477 het rijtje huizen rechts vanaf 479 richting Tulipana. Heel vaag zien we de grote Poelmolen in de achtergrond. Foto:  A. in ’t Veld

In 1906, het tweede jaar van de bond werd besloten om aan het hoofdbestuur te verzoeken 1 cent per lid per week af te staan voor de aanvang van een weerstandsfonds, maar de voorzitter weigerde het te verdedigen. In Haarlem in datzelfde jaar tussen april en september ging men voor het voortbestaan van de afdeling vrezen. De geestelijke adviseur redde de zaak. Overigens werd in dat jaar ook besproken om de werkdag te verkorten en niet om 5 uur, maar om 6 uur te beginnen. Maar de patroons kwamen niet naar de vergadering, op een enkeling na. Intussen had voorzitter Bezu te kennen gegeven het bijltje erbij neer te willen leggen. Er kwam dus een bestuursverkiezing. Drie bestuursleden moesten worden gekozen in de plaats van de heren P. van Bezu als voorzitter, J. Tulen 2e secr. en J. v.d. Voort  Penningmeester. Of herkozen natuurlijk. Edoch; de voorzitter maakte bekend zich niet herkiesbaar te stellen. “Om een reden die hem zeer ter harte ging maar echter niet aan de leden bekend werd gemaakt.” Met weinigen woorden, betuigde de voorzitter hoe het hem tegen den borst stuitte, om afscheid te nemen van de Vereeniging St. Isidorus en hij sprak de wens uit, dat de vereniging steeds in groei en bloei mocht toenemen, en weer spoedig in ‘t bezit mocht komen van een voorzitter die hem als voorzitter zou overtreffen. De heren W. Wijsman en P. Warmerdam probeerden nog uit alle macht om de voorzitter van zijn voornemen af te brengen, maar deze bleef onwrikbaar bij zijn genomen besluit. Daar nu het uur van vertrek gekomen was, wilde de voorzitter maar overgaan tot het verkiezen van een nieuwe President, maar de Geestelijk Adviseur stak daar een stokje voor omdat de leden niet de gelegenheid hadden gehad om kandidaten te zoeken. Dat werd dus een klus voor de volgende vergadering.

De heer J. Tulen maakte ook nog bekend een gesprek gehad te hebben met een bestuurslid van ‘Patrimonium’. In dat gesprek had deze erop aangedrongen dat er door St. Isidorus dit jaar geijverd zou worden om een actie te voeren tot verhoging van loon, een voorstel ingediend en verworpen tot zoverre St. Isidorus”dit voorstel wilde handhaven dat dit dan door Patermonium zou worden gesteund. Er kwamen evenwel bezwaren ter tafel omdat zulke voorstellen niet uitgewerkt konden worden om ze vervolgens bij een nieuwe voorzitter op het bordje te deponeren. Die zaak ging dus ook op de lange baan. Als de mensen die zo’n honderd jaar geleden zo druk in de weer waren voor de vakbeweging nog eens een kijkje in 2018 konden nemen, zouden ze waarschijnlijk van verbazing achterover slaan. Want in hun tijd werden arbeiders die lid van de Bond van Landarbeiders werden in Lisse door de werkgevers voor de keus gesteld: of bedanken als lid of de laan uit. Ze bedankten niet en kregen inderdaad ontslag. Enkele medeleden legden even het bijltje erbij neer. Een staking dus. Voor die dagen een ongekend stout stukje, dat echter weinig of geen effect sorteerde. Het was algemeen bekend dat de bloemistknechts in vroeger jaren een ellendig en vreugdeloos bestaan leidden. Rond 1870 (dus nog voor St. Isidorus) was de ,,arme tuindersknecht” spreekwoordelijk. In Haarlem en omgeving verdienden ze vijf harde guldens in de week, al moet hier direct aan toegevoegd worden dat men in die tijd met een gulden belangrijk meer deed dan je je nu kunt voorstellen…
Toch dachten de patroons nog over een loonsverlaging, maar de in die tijd zeer bekende kwekerij Zocher & Co stak daar een stokje voor. In 1893 werd het NAS (Nationaal Arbeiders Secretariaat) opgericht en de propagandisten vonden – hoe kon dat anders! -een gretig gehoor bij de arbeiders in de Bollenstreek wanneer ze wezen op de misstanden en het onrecht. Maar….het NAS was een organisatie van de “rooien” en daar durfden in die tijd maar heel weinig arbeiders lid van te worden. Dat stond zo ongeveer gelijk met van het geloof vallen… Ook de geestelijke leiders kozen niet duidelijk partij. Over het algemeen was men van mening dat de patriarchale verhoudingen moesten blijven bestaan. Arbeiders en patroons moesten niet tegenover elkaar komen te staan, zo zei men, maar men vergat erbij te vertellen hoe beide groepen dan wel naast elkaar konden komen, omdat er een grote kloof tussen beiden gaapte. In de sociale strijd kwam onmiddellijk het politieke element naar voren. Nadat de socialisten de stoot hadden gegeven met het NAS, begon al ras de ontwikkeling van een ,,driezuilige” vakbeweging: modern, katholiek en protestant-christelijk. En er is ooit geopperd dat het stichten van de neutrale vereniging Flora te Hillegom het werk was van… enkele werkgevers!!! Men wilde met deze vereniging een tegenwicht in de De bloemistknechts-vereeniging ,,St. Isidorus”. Het touwtrekken rond allerlei arbeidsvoorwaarden is in de huidige tijd schering en inslag. Dat is dus niet altijd zo geweest. ▶

 

Koppensnellen bij “de Wolf”. In de lente was het minder slecht voor de bloemisten knecht. Foto:  A. in ’t Veld

Sint Isidorus van Madrid

Kennismaking

Sint Isidore

Ja we moeten toch even kennis maken met deze door Paus Gregorius XV op 12 maart in 1622 Heilig verklaarde boerenknecht. Zijn naamdag is 15 mei, zijn geboortejaar was 1070 en hij stierf in 1130. Isidorus van Madrid, ook wel de Boer of de Boerenknecht genoemd. In het Nederlands taalgebied wordt hij ook wel Isodorus genoemd zoals onder het houten beeld bij de intro op pagina 19 staat vermeld. Al die bijnamen waren om het verschil te maken met de andere St. Isidorus die van Sevilla en al 5 eeuwen eerder leefde. Deze wordt afgebeeld met een boek en ganzenveer en wordt ook wel Isodoor de schrijver genoemd. “Onze” Isidorus was een eenvoudige boerenknecht en altijd met een landbouwwerktuig afgebeeld. Hij was getrouwd met Maria de la Cabeza († 1200; feest 8 september), even eenvoudig en vroom als hijzelf, en later eveneens heilig verklaard. Haar hoofd wordt vereerd in het klooster van Santa Maria de Rio Jarma; vandaar dat zij daar bekend staat onder de naam ‘Maria de la Cabeza’ (is Maria ‘van het Hoofd’).

Waarom heilig verklaard?

Zijn heiligheid sprak zo tot de verbeelding van zijn tijdgenoten dat er over hem allerlei wonderlijke verhalen de ronde deden. Zijn baas wilde er nu wel eens het zijne van weten en ging op onderzoek uit. Hij had gehoord dat Isidorus zijn werk verwaarloosde omdat hij veel te veel tijd besteedde aan zijn gebeden. Inderdaad trof hij hem biddend in een kerkje aan. Maar tegelijkertijd zag hij tot zijn stomme verwondering dat twee engelen in zijn plaats het land aan het ploegen waren achter een span blinkend witte paarden. Isidorus voerde de vogels zoveel graan dat hij uitgelachen werd door de andere boerenknechten. Door al die verspilling zou hij met lege zakken bij de molenaar aankomen. Maar het tegenover gestelde zou blijken want bij aankomst waren de zakken van Isidorus veel beter gevuld dan die van andere knechten. Hij was eens uitgenodigd
bij een boerenmaaltijd. Maar omdat hij er te laat aan kwam, werd er wat voor hem achter gehouden. Isidorus nam echter zoveel arme lieden mee, dat er voor elk maar een klein hapje zou overschieten. Toch stond Isidorus erop om te delen met de armen en wonder boven wonder raakte het eten niet op. Zijn verering nam een grote vlucht sinds koning Filips III van Spanje op ‘voorspraak’ van Isidorus genas van een zeer ernstige ziekte. Hij is patroonheilige van de stad Madrid; ook van de boeren en de tuinders. Bij grote droogte roept men zijn voorspraak in om regen.

Patroon voor de Bloemistknechts Vereeniging

Begrijpelijk dat deze Heilige man werd gekozen om op de vaandels en vlaggen te prijken van de Boerenknechts beweging. ■

Klik hier voor het volgende deel

Bronvermelding

Een mix van wetenswaardigheden uit Wikipedia en Heiligen.net

ERNST HEINRICH KRELAGE (1869-1956) en zijn betekenis voor Lisse

Maarten Timmer heeft een lezing op 20 februari 2018 voor de VOL gehouden over Ernst H. Krelage. Kelage was een vooraanstaand persoon in de bloembollenbranche rond 1900. Maarten Timmer schreef een dik boek over Ernst Krelage. een samenvatting staat in het Nieuwsblad 2019 nr 1. Als u op onderstaande link klikt , kunt u de hele lezing bekijken’.

Krelage oudlisse site

 

Maarten Timmer

Van jongs af aan is Maarten Timmer bekend met de bollenteelt. Na zijn studie werkte hij als onderzoeker bij het Laboratorium voor Bloembollenonderzoek. Sinds zijn pensionering is hij intensief bezig met historisch onderzoek naar de tuinbouw, in het bijzonder naar de bloembollenteelt. Daar publiceert hij ook over. Zo verscheen over Ernst Heinrich Krelage (1869-1956) een werk in 2 delen. Krelage was een bekende Haarlemmer en een van de grondleggers van de moderne bloembollensector in Nederland. Op 20-02-2018 hield Maarten Timmer bij de VOL een lezing getiteld ‘ERNST HEINRICH KRELAGE EN ZIJN BETEKENIS VOOR LISSE’. Er waren intensieve contacten met Lisse, dat zich eerst bescheiden presenteerde als ‘bij Haarlem’, maar zich later afficheerde als ‘Centre of the Bulb-district’. Timmer heeft zijn lezing speciaal voor Oud Lisse verwerkt tot een uitgebreid geïllustreerd verhaal. Dit bijzonder boeiende relaas is in zijn geheel te lezen op de website van Oud Lisse: oudlisse.nl. In dit Nieuwsblad enkele wederwaardigheden hieruit. Natuurlijk is het gehele verhaal ter inzage beschikbaar op de thuisbasis van Oud Lisse. Dus kom een keer op dinsdagochtend langs, lees het interessante verhaal van Maarten Timmer en kijk er eens rond. In de bibliotheek staan aan aantal fraaie publicaties. Ook bijzondere voorwerpen uit Lisse en uit de bollenteelt zijn er te zien.

Even stilstaan bij Leo van der Zon

In memoriam Leo van der Zon

De voorzitter van het Corso van de Bloembollenstreek is plotseling overleden. Het was een bevlogen man voor de gemeenschap van de Bollenstreek

Nieuwsflitsen

Nieuwsblad Jaargang 17 nummer 1 Winter 2018

Op maandag 29 januari kwam het bericht dat Leo van der Zon plotseling en voor iedereen onverwacht op 59-jarige leeftijd is overleden. Kort daarvoor was hij opgenomen in het LUMC Leiden vanwege een aanval van acute malaria vermoedelijk eerder in januari opgelopen bij een bezoek aan Oeganda, waar hij voor zijn werk als directeur van bloemenveredelingsbedrijf Floritec naartoe was. Hij was voor velen een zeer bekende persoonlijkheid vanwege zijn activiteiten in de bloemensector, met name in de Bollenstreek. Hij was onder andere voorzitter van het Bloemencorso van de Bollenstreek en van de Omroep van de Bollenstreek (BO) maar vervulde ook nog talloze andere functies. Hij bezat veel bestuurlijke kwaliteiten. Hij heeft als voormalige voorzitter van de Openbare Bibliotheek in Voorhout in 2005- 2007 actief meegewerkt aan de fusie van de plaatselijke bibliotheken tot één Openbare Bibliotheek Bollenstreek. Ook was hij zeer sportief en jarenlang voorzitter van de judovereniging. Leo van der Zon heeft ook een lange politieke carrière achter de rug. Hij was van 2006 tot 2014 wethouder voor de VVD in Teylingen. Hij heeft in april 2015 voor de Ver. Oud Lisse een zeer interessante lezing gehouden over de historie van het Bloemencorso. Naar aanleiding hiervan waren we als Vereniging Oud Lisse druk bezig om op zijn initiatief historische foto’s te verzamelen van oude bloemencorso’s. De bedoeling was/is om een groot corso-archief aan te leggen met alle aan de corsoroute liggende gemeenten. Zijn plan was om bij het 75-jarig jubileum van het voorjaarsbloemen Corso een boek uit te geven. Ook een expositie met film en fotomateriaal over al de jaren bloemencorso zat in de koker. Leo van der Zon zou op 3 februari 60 jaar zijn geworden en hij was van plan dat met een groot feest te vieren met al zijn vrienden en relaties, waarvoor hij de uitnodigingen al verstuurd had. In plaats van dit feest moest nu door zijn onverwacht overlijden afscheid van hem genomen worden. Hij laat een dochter achter.