Berichten

125-jarige Lissesche IJsclub werkt in stilte

De Lissesche IJsclub heeft in Lisse diverse ijsbanen gehad, nadat in het begin op diverse sloten baantjes waren gemaakt. De geschiedenis wordt beschreven. De financiële situatie is steeds goed geweest, vooral door de vele werkzaamheden door de vrijwilligers.

Door Arie in  ’t Veld

Jaargang 15 nummer 2, april 2016

Winterweer hadden we niet dit jaar.
Om toch in wintersfeer te komen 2 foto’s van ijspret op de Keukenhofvijver. vMevr. De Vroomen-van Graven (geb. 1899) leert haar dochter Magda (geb. 1921) schaatsen.
Foto’s waarschijnlijk rond 1930.
Coll. mevr. Puck de Vroomen- Beelen.

De Lissesche IJsclub bestaat 125 jaar. Een memorabel jubileum, maar het bestuur van de vereniging heeft geen feest op de rol staan. Want het zal niet meer zo hard gaan vriezen dat de baan voor de schaatsliefhebbers kan worden opengesteld. Dat openstellen van de baan is op zichzelf trouwens al een feest. De vereniging kwam onlangs in de publiciteit dankzij het feit dat deze werd gehuldigd als groep vrijwilligers van het jaar, doch daarna is het weer redelijk stil geworden. Het was wachten op de langverwachte vorst en bijbehorende ijspret. Volgend seizoen misschien? Met voorzitter Eric Wagner kijken we terug op de geschiedenis van vereniging die nu zo’n 2200  leden omvat.
Op 13 januari 1891 kwamen 22 inwoners van Lisse in De Witte Zwaan bijeen om met elkaar te spreken over de wenselijkheid van het oprichten van een ijsclub. Het initiatief hiertoe werd genomen door dokter A.C. van Ewijk die ook de eerste voorzitter werd. Door het comité van oprichting van een ijsclub werd als doel gesteld het maken van en onderhouden van geschikte banen op het ijs en daarvoor het benodigde werkvolk nemen. In het bijzonder Lissese daggelders die in de winter zonder werk zouden zitten. Er was in het eerste jaar al gelijk veel werk te doen, want het vroor dat het kraakte. Door de tien daggelders die waren aangesteld werden banen aangelegd op de Gracht, de Ringvaart, Ringsloot en het Mallegat bij De Engel. In dat eerste jaar had men ook veel last van sneeuwstormen, hetgeen veel extra werk betekende. Bezems, een ijsbijl (voor het hakken van bijten) en borden met de tekst “Gevaarlijk ijs” werden ingezet. In 1895 werd voorzitter Ewijk opgevolgd door G. Blokhuis en na hem volgde in 1903 de heer J.W. Lefeber hem op. In 1921 nodigde het bestuur alle Lissers uit om lid te worden. Ook was er de mededeling dat Graaf J.E.C. van Lynden de vijver van Zandvliet (Keukenhof) wilde afstaan voor het schaatsen, maar uitsluitend aan de leden en introducees. Dat viel niet overal in goede aarde, hetgeen het bestuur ertoe noodzaakte om rond de vijver te posten om vernieling van het bos tegen te gaan en te voorkomen dat onverlaten zand op de vijver zouden gooien. In 1922 werd op die vijver een hardrijderij voor behoeftige ingezetenen gehouden. Maar liefst 84 liefhebbers lieten zich inschrijven voor een wedstrijd “om spek en bonen” en vele andere prijzen. Bij de eerste ritten vielen 42 deelnemers af die ieder twee pond spek, een tarwebrood en een pond reuzel mee naar huis kregen. De eerste prijs was voor A.H. Schrama die voor zichzelf fl. 7,50 verdiende en voor de weduwe Rothweiler een paar schoenen, een ontbijtkoek, twee moltondekens, vijf pond erwten, twee pond spek en 15 pond tarwe.

Na de wedstrijden kregen alle deelnemers bovendiennog een paar sigaren mee. Wagner noemt enkele hoogtepunten uit het 125-jarige bestaan. “In december 1926 werd de officiële naam Lissesche IJsclub. Na vele jaren op de slootjes gerommeld te hebben kreeg de vereniging in 1929 een landijsbaan aan de Grachtweg. Pas drie jaar later was er ijs om daar op te schaatsen. In 1948 verhuisde de club naar de Oranjelaan waar men een grote baan in een driehoek kreeg. Een van de leden was wijlen Egbert van ’t Oever die in Zwolle Kampioen van Nederland werd en daarna nog vele malen van zich deed spreken. Evenals de Lissese bloembollenreiziger wijlen Dick de Vroomen die al jaren lang de Nederlandse schaatsploeg begeleidde bij internationale wedstrijden alsook Van ’t Oever die in latere jaren optrad als coach en trainer van Jong Oranje en later van de kernploeg. Intussen stormde het nieuwe Fioretti College op en moest in 1970 de baan worden prijsgegeven. De vereniging was daarmee de landijsbaan kwijt en na vele pogingen kwam de nieuwe baan op het land van Jan Langeveld aan de Rooversbroekdijk. Jaren moest men wachten op ijs, maar er was genoeg te doen, want in april 1973 werd het clubhuis door een storm verwoest. Op 31 januari 1976 was de opening van de baan in de Poelpolder een feit, maar de woningbouw daar rukte op. In 1978 ontving de gemeente Lisse de Zilveren Schaats van de KNSB Zuid Holland dankzij de prestaties van de leden van de vereniging. Op 2 januari 1987 ging ook de baan de Poelpolder vanwege de woningbouw voorgoed dicht. Op weg dus naar een nieuwe fase. In 1987 werd een nieuwe baan aan de Randmeerstraat in gebruik genomen, inclusief een clubgebouw dat in eigen beheer werd gebouwd en recent nog is uitgebreid met een tweede materiaal-opslag. En nu verhuizen we niet meer,” aldus de voorzitter die tevens memoreert dat bij het 100-jarige bestaan in 1991 de Koninklijke Erepenning werd toegekend.
Daarna brak (buiten de ijswinters) een ogenschijnlijk rustige tijd aan maar bij de uitreiking van de vrijwilligersprijs werd bekend dat de vereniging geenszins stil zit. Onder invloed van het Nederlandse klimaat (nooit zeker of er tijdens de winter wel geschaatst kan worden) heeft de vereniging zich in de afgelopen jaren hoe langer hoe meer ontwikkeld tot een multifunctionele, facilitaire organisatie die zijn accommodatie openstelt voor andere verenigingen en organisaties. Met name het huidige bestuur heeft in deze ontwikkeling een groot aandeel gehad. Verenigingen, die bij de Lissesche IJsclub gastvrij onderdak vinden zijn o.a.: Motor Club Lisse, “The Ordinary Company”
Voetbal Lisse, een grote jeugd-trainingsgroep vanuit de Salemkerk, Pluimen Kleinvee Vereniging P.K.V. Lisse e.o., Handboog-schietvereniging ”Attilla”, Muziekvereniging “Da Capo” Lisse (buiten training voor het Wereld Muziekfestival Kerkrade). Recentelijk was de grote muzikale buurtbarbecue t.g.v. “50-jaar-Poelpolder” een denderend feest op het ijsclubterrein, waarbij het bestuur tot diep in de nacht ondersteuning aan de organisatie verleende. De vereniging kent een gezonde financiële situatie die is gebaseerd op de hoge mate van zelfwerkzaamheid van het bestuur. Afgelopen zomer werd de gehele licht-installatie vernieuwd. Er werden 10 nieuwe lichtmasten geplaatst en alle grondkabels werden vervangen. Door slim inkopen en door alles zelf te plaatsen en aan te sluiten bleef dit project betaalbaar. Verdere bronnen van inkomsten zijn o.a. het jaarlijks steken van een corsowagen (inmiddels diverse prijzen gewonnen) en het organiseren van een spelavond (pistoolschieten) tijdens de feestweek van de Harddraverijvereniging. Het bestuur van de ijsclub bestaat uit 13 personen omdat men veel handen nodig heeft als er ijs mocht komen. En daar wachten we nu dus op”, aldus Wagner.

De vijver van Keukenhof was een geliefde plek om te schaatsen

 

40 jaar Tour de Lisse

Dit jaar wordt de 40ste Tour de Lisse. Cees Langeveld schrijft een boek over Tour de Lisse.

Nieuwsflits

Nieuwsblad Jaargang 14 nummer 3, juli 2015

Winnaars Tour de Lisse 2014 (39e editie)

Dit jaar wordt de 40e Tour de Lis gereden. In ons vorige Nieuwsblad stond een artikel over het fenomeen Tour de Lisse. Dat verhaal eindigde met de 25e tour. Maar de tour is in 2001 herrezen. Dat was dus nummer 26 en vanaf dat moment was het ieder jaar raak. Van maandag 22 t/m zaterdag 27 juni wordt de 40e editie van de ‘Tour de Lisse’ gereden. Cees Langeveld is bezig met het schrijven over deze 40e Tour de Lis. De 40e tour wordt daarin ook verwerkt en dan gaat de kopij naar de drukker. Het eerste exemplaar van het boek zal dan tijdens de feestweek van de harddraverijfeesten, op de wielerwedstrijd van zondag 27 september, uitgereikt worden.

HEEMTUIN 25 JAAR IN HUIDIGE VORM

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)                                   

30 juni 2015

door Nico Groen

Heemtuin Lisse in zijn huidige vorm bestaat dit jaar 25 jaar. Een goede reden om stil te staan bij de geschiedenis van het stukje grond.
De Heemtuin Lisse ligt op een historische plek. Aan de zuidkant is de Zemelpoldermolen te vinden, waar het ‘Ommetje van de Poelpolder’ begint. Aan de oostkant ligt de heemtuin  tegen de Rijn- of Ringsloot van de Poelpolder aan. Aan de zijde van de ingang van de heemtuin ligt het laatste stukje weiland binnen de bebouwde kom van Lisse.
Oorspronkelijk hoorde de grond waar de heemtuin is aangelegd bij de monumentale boerderij Zwanendrift uit 1872 aan de Laan van Rijckevorsel. De grond bestaat uit veen en in de winter kon het behoorlijk nat zijn.  Er hebben vanaf ongeveer 1950  tot 1965 een paar woonboten in de Ringvaart gelegen. Toen werd het een ruig, niet onderhouden stuk grond.

Op 8 februari 1971 vroeg het bestuur van de KMTP afd. Lisse e.o., nu Groei&Bloei afd. Bollenstreek geheten, de gemeente Lisse een stuk grond beschikbaar te stellen voor de aanleg van een heemtuin. Onder diverse bepalingen werd de grond achter de molen beschikbaar gesteld. Bijna een jaar later (begin 1972) ging de eerste spa de grond in en werd gestart met de aanleg van de heemtuin. Een vijver en plekken met diverse grondsoorten en hoogteverschillen werden gerealiseerd.

Via, via kwam men aan zaden en planten. In de heemtuin werden vervolgens weer planten gekweekt en zaden gewonnen. Zo ontstond de zaadkwekerij. De heer en mevrouw Koning hebben hiervan het leeuwendeel voor hun rekening genomen. Tegen de tijd dat de zaden rijp en geoogst waren was er niet veel vloerruimte in huize Koning over.
Helaas was er veel ongewenst bezoek met vernielingen, vuilstort en een crossbaan tot gevolg.
Subsidie voor een noodzakelijk afsluithek was er in die tijd niet. Het enthousiasme daalde tot het nulpunt. Alleen het hoognodige onderhoud, zoals paden open knippen werd nog af en toe uitgevoerd.
Zo beleefde de heemtuin een geschiedenis van ups en downs, maar die eerste spaden in de
grond van 40 jaar geleden waren wel de basis voor de huidige heemtuin.

In 1990 trok Marianne Stelder-Houben de stoute schoenen aan en ging na overleg met de KMTP afd. Lisse e.o. en de gemeente Lisse aan de slag om de heemtuin nieuw leven in te blazen. De gemeente en de KMTP stelden financiële middelen beschikbaar voor o.a. het opschonen van het terrein, afvoer van afval en een hekwerk om het terrein ter bescherming.

Vanaf datzelfde jaar heeft Marianne Stelder met een aantal gemotiveerde vrijwilligers de heemtuin ontwikkeld tot de heemtuin zoals deze nu is met vele wilde planten en een infohuisje. Ook enkele imkers hebben er een plek gevonden. Een heemtuin moet zeker niet alleen een hobby zijn van enkele mensen maar veel meer een tuin voor educatieve doeleinden. Speerpunt van de heemtuin is anderen, zoals de jeugd, kennis te laten maken met de natuur. Dat is de vrijwilligers uitstekend gelukt.
Zaterdagmiddag  4 juli wordt het vijfentwintig jarig bestaan gevierd in de heemtuin met allerlei activiteiten.

Een doorkijkje vanuit de heemtuin naar de molen: Foto Nico Groen

GEBOORTE VAN EEN FENOMEEN, DE TOUR DE LISSE

De ren- en tourvereniging De Bollenstreek is in 1951 opgericht.In 1956 werd de eerste Tour de Lisse gehouden.

door Arie de Koning

Nieuwsblad Jaargang 14 nummer 2, april 2015

Een tak van sport welke zich mocht verheugen op enthousiaste en massale belangstelling van de bevolking van Lisse toen en nu is wel de wielersport. Niet voor niets heeft Lisse een prachtige accommodatie compleet met circuit voor een bijna 65-jarige vereniging De Ren- en Toervereniging De Bollenstreek welke werd opgericht in 1951 door een groepje Lissers. De vereniging was en is bedoeld ter ontspanning of als sport, toerfietsen of wielrennen en werd en wordt gedragen door een grote groep vrijwilligers. Al in de jaren dertig van de vorige eeuw werd het fietsen als sport beoefend in de Bollenstreek, zoals men in de Leidsche Couranten uit die jaren kan lezen, veelal georganiseerd door vriendengroepjes welke de sport beoefenden, wilde wedstrijden dus. Zo ook in Lisse waar volgens de krant, tijdens de Lissese Najaarsfeesten, wedstrijden werden verreden in verschillende leeftijd categorieën. Het aantal deelnemers bedroeg meer dan 200 renners en rennertjes. De oudste deelnemer, geplaatst in groep 8, was maar liefst 59-jaar oud. Onder gejuich van het publiek welke zich en masse langs het parcours had opgesteld werden de wedstrijden verreden en vooral wanneer een renner van Lisse in zicht kwam, leek het of er een wereldkampioen werd ingehaald, zo leefde het enthousiaste publiek mee.

In zwarte outfit Cor en Ben van der Aart op de houten wielerbaan in Heemstede. 1936

Zo reden er de gebroeders Van der Aart, waarvan met name Ben succesvol was. Later is Ben zich gaan toeleggen op baanwedstrijden en behaalde heel wat successen. Hij bracht het zelfs zover dat hij werd opgenomen in de Nederlandse Olympische Baanploeg welke naar de Spelen van Berlijn zou gaan. Helaas voor Ben was er maar weinig budget en omdat een aantal vriendjes van bonzen voorrang kregen kon Ben niet mee. Zo kon het gebeuren dat Ben niet de Duitse schilder met het snorretje en de grote mond kon ontmoeten, maar die andere schilder, zijn vader, die vond dat Ben ook maar eens moest komen helpen bij zijn schildersbedrijf. Ben stopte met wielrennen na deze teleurstelling, maar werd later bestuurslid bij de Lissese R.T.V. Het bloed kruipt…….. De bezetting maakte een einde aan veel sporten en activiteiten. De RTV kon niet meer trainen in de duinen en er waren al leden waarvan de fiets was gevorderd dus verstandige mensen demonteerden hun “Fahrrad” en verstopten deze tot betere tijden zodat niet een dikke moffenkont zich op jouw zadel zou zetten en fluitend zum Heimat zou fahren. Na de bezetting werden de fietsen weer in elkaar gezet of men kocht een goedkoop tweede handsje en het wielrennen werd weer als een van de eerste sporten beoefend in Lisse. Voorlopig bleef het bij onderlinge wedstrijdjes. Om bij een wielervereniging te kunnen rijden, moest men in de stad zijn, De Kampioen of Excelsior in Haarlem of Swift in Leiden, wat een aantal Bollenstrekers deed. Zo ontstond er een steeds grotere groep van renners welke elkaar allemaal kenden en op diverse locaties onderlinge wilde wedstrijden hielden in oa Noordwijkerhout, Hillegom en vooral in de Haarlemmermeer, daar zat je niemand in de weg. Tijdritten werden geklokt met een keukenwekker. Renners uit die tijd waren oa Jan van Eijk uit Hillegom, Marinus Zoet , Jan Kapteijn en Nico Stroet uit Lisse en een aantal uit Noordwijkerhout en Beinsdorp. In het najaar van 1951, tijdens de Zilker Feesten kreeg de groep renners gelegenheid zich te laten zien aan het publiek. De Oranje Vereniging van de Zilk organiseerde voor het eerst in haar bestaan een Wieler Spektakel waaraan zo’n beetje alle toen actieve renners deelnamen. Deze geïmproviseerde wedstrijd werd glansrijk gewonnen door Jan Duivenvoorden uit Noordwijkerhout, ook een jongen uit de vriendenploeg. Het bleef nog lang onrustig in de Zilk, dit was nog nooit vertoond in het kleine dorpje, fantastisch. Het enthousiasme van de Bollenstrekers maakte dat enige jongens serieus begonnen na te denken over het oprichten van een eigen echte wielerclub. Hoe dat moest wist eigenlijk niemand. Er kwam best een boel bij kijken, vergunningen, bestuur, statuten, reglementen enz. Nu woonde er aan de Leidse Vaart in het Buurtschap Halfweg in Lisse een zekere mijnheer Van Graven, die daar bekend stond als iemand die nogal gemakkelijk zaken oploste voor de gemeenschap en een vlotte babbel had. Jan Kapteijn en Marius Zoet woonden ook op Halfweg en bij hen groeide het plan dat mijnheer Van Graven misschien weleens een goede voorzitter zou kunnen zijn voor een op te richten Wieler Vereniging. Ze verzamelden al hun moed en stapten samen op mijnheer Van Graven af die hun verhaal aanhoorde en direct toestemde. Dat ging lekker, maar er moesten nog meer bestuursleden gevonden worden. Niet ver van Halfweg woonde aan de Stationsweg de boswachter Alenburg wiens zoon ook wel eens mee fietste en ook deze zag wel iets in het plan. De derde welke gestrikt werd was de Hillegomse schilder Lou van Braam waarna in Noordwijkerhout de rijwielhersteller Chris Meijland beloofde mee te doen. In Sassenheim vond men Herman Slingerland en de hr. Van Biezen en in Lisse vonden ze schilder Ben van der Aart bereid. Zo was er in zeer korte tijd een zevenmans bestuur uit de grond gestampt, dat aan het werk kon. Ten huize van mijnheer Van Graven werden er een aantal vergaderingen gehouden waarna werd overgegaan tot oprichting van Ren en Tourvereniging De Bollenstreek op 27 november 1951. De renners welke bij een stadse vereniging reden kwamen weer terug en werden lid van de Bollenstreek. Zij brachten wat nieuw geleerde technieken mee en zo groeide de vereniging als kool. Nu moesten er van het bestuur uit wedstrijden worden georganiseerd en men besloot Lisse als parcourplaats te gebruiken op een route welke al diverse malen was gebruikt in de wilde periode.

Tour de Lisse 1958 met de ploeg van ploegleider Herman Slingerland uiterst rechts op de druk bevolkte Spekkelaan.

Het was het rondje Essenlaan, Loosterweg, Spekkelaan en Achterweg een parcours van exact 4 km, Prima geschikt voor clubwedstrijden. Verkleden deed men in die eerste periode in de bekende “Leeuwenkuil” in het Reigersbos, een clubhuis zat er nog niet in. Tussen de eikenboompjes en de zandkuil in het prachtige Reigersbos was het ‘Home’ van de jonge R.T.V. Meestal stond daar ook “de Knieter” strategisch opgesteld met zijn bekende karretje vol ulevellen, repen, limonades en nog veel meer lekkere dingen. Eigenlijk heette de man Van Werkhoven, maar dat wist niemand. Helaas verbood de gemeente Lisse het wielrennen op de openbare weg wegens klachten van aan- en inwoners. Dat was een bittere pil, maar de RTV week uit naar de Haarlemmermeer, waar op de lange kaarsrechte wegen ruimte te over was en het parcours ineens 10 km lang was. Uiteraard werd ook hier illegaal gereden. Volgens Piet de Koning (84) lid vanaf 1952, oud-renner, oud bestuurslid, erelid, onderscheiden met de Orde van Oranje Nassau voor zijn verdiensten voor de R.T.V, was het omkleden op het parcours Haarlemmermeer een hele verbetering. Dat kon namelijk in een schuur achter café van Dijk op de Lisserdijk in de Lisserbroek, Je keek weliswaar zo naar buiten, het tochtte altijd en de banken bestonden uit bollen- en bierkisten met planken daarover maar je had wel een dak boven het hoofd. Volgens De Koning vond renner Siem van der Pol na afloop van de wedstrijd zijn zakje brood terug, half opgevreten door de ratten. Maar ach wat gaf dat, “ die beessies motte toch ook leve” was Siems commentaar. Verkeer in de Haarlemmermeer was er weinig, zo weinig zelfs dat de renners op volle snelheid vanuit de IJweg links de Venneperweg op reden richting Beinsdorp, zonder dat er verkeersregelaars aan te pas kwamen. Volgens Piet de Koning school het gevaar in de berm van de weg. Wat te denken van de z.g. Arbeiderskoe, de geit, welke in Haarlemmermeer nogal veel in de bermkant van de weg werd vast gepind. Een paar keer per dag werd zij “verpind” om aan vers gras te kunnen komen. Zo kwam het voor dat zo’n beest aan een veel te lang touw stond en gewoon de weg op kon, wat nogal eens gebeurde. Als wielrenner ben je dan kansloos en na de duikeling was je wedstrijd verknald. Vergaderingen werden in de beginjaren gehouden in de Witte Zwaan, café de Taveerne en het gebouw van de Duivenvereniging van Lisse in de Kanaalstraat. Gaandeweg werden de clubprestaties steeds beter en er meldden zich ook een aantal “betere renners” aan. Zo’n betere renner was Egbert van ’t Oever, van huis uit een schaatser welke het wielrennen eigenlijk als een training voor het schaatsen zag. Hij kon geweldig rijden. Piet de Koning verhaalt dat Egbert eens op een zondagmorgen startte voor de 60 kilometers van het rondje Haarlemmermeer. Enkele minuten na hem zou het peloton starten, welke de achtervolging zou inzetten en Egbert weer terug halen. Ze hebben hem wel terug gezien, maar dat was in het kleedhok achter Café Faas in de Lisserbroek. Het gehele rennersveld had in die 60 kilometer geen kans gezien Egbert van ’t Oever terug te halen, sterker nog, hij was uitgelopen op het peloton. Uit de gehele Bollenstreek kwamen de aanmeldingen als lid, de naam De Bollenstreek eer aan doende. Enkele namen uit die beginperiode waren: Jan Faas, Dick Rooyakkers, Kees Meeuwissen, Kees Kerkvliet, Metto Damo, Thijs Bruine, Gerard Duwêl, Gerard van Schravendijk, Kees Kapteijn, Gerard Saase, Kees Elsgeest, Willem Knoppert, Piet en Henk van der Zwet, Harry Willemse, Aaij van der Plas, Arie van Wetten, Siem van der Poll en vele anderen. De vereniging groeide en bloeide. Altijd waren er leden die hun schouders ergens onder zetten al hadden zij wel eens tegenwerking van een verdeeld bestuur. Zo wilde Jan van Kesteren, slagerszoon uit Lisse, in navolging van andere regio’s een meerdaagse jeugdronde organiseren en legde dit voor aan het bestuur. Een aantal bestuursleden was faliekant tegen, dus ging Jan zelf aan de slag.

Prijsuitreiking in Café De Taveerne in de Wagendwarsstraat uit 1958 van een jeugdwedstrijd. Hierop o.a. burgemeester de Graaf, met zijn eeuwige vlinderdas, bijgestaan door Jan van Kesteren. Winnaar van 1958 was Gerard Caspers uit Lisse.

In korte tijd stampte hij de organisatie van een zesdaagse “Tour de Lisse” uit de grond. Dit was in de eerste week van augustus 1957. Veel leden waren bereid om te assisteren bij het evenement. De organisatie was een enorme klus, er moest bijvoorbeeld toestemming worden gevraagd aan de gemeente Lisse en de burgemeester, de K.V.P er Theo de Graaf, voelde er eigenlijk helemaal niks voor. Het was puur geluk dat de burgemeester juist op dat moment een grote buitenlandse reis maakte. Jan van Kesteren had hierop gewacht en de loco burgemeester, een wielerliefhebber gaf prompt  zijn toestemming. Daarnaast werden door de verloofde van Jan, Annie, 50 broekjes en shirtjes in elkaar geknutseld. Verder was nodig, EHBO, Politie, ploegleiders, kaartverkopers, juryleden, begeleiding op de weg en noem verder maar op. In den lande kende men al een Tour de Frats, Tour de V.N. een Muggenronde en meer van dat soort jeugdwedstrijden in etappe vorm en nu kwam er dus een heuse Tour de Lisse. Vijf Jeugdteams gingen die zomeravond van start in de Spekkelaan en langs de kant stonden ruim 1600 betalende toeschouwers om hun favorieten aan te moedigen. Niemand had dit succes verwacht. De teams waren samengesteld uit rennertjes van de scholen van Lisse en er zou verreden worden gedurende zes avonden. Alle etappes waren druk bezocht, alleen de ploegentijdrit mislukte omdat de chronometer van de jury het liet afweten. Deze rit werd de week daarop alsnog over gereden. Nico Castien uit Lisse werd de triomfantelijke winnaar van deze eerste Tour de Lisse en zijn beloning was een fototoestel. Zijn ploeg, de Lissese Willibrordusschool, won het ploegenklassement. Ploegleider Piet de Koning was zo trots als de bekende pauw op zijn ploeg. De Hervormde School van Lisse werd tweede. Niemand twijfelde aan een vervolg in de komende jaren. Lisse was een week lang uit zijn dak gegaan. Het volgende jaar waren wat praktische veranderingen aan gebracht. De deelnemende ploegen werden nu gesponsord door een bedrijf en hadden een firmanaam op het shirt, ook dat bracht de broodnodige gelden binnen, en het aantal ploegen werd verhoogd naar acht en de deelnemers per ploeg verminderd tot zes. Ook voor de tijdmetingen was een verbetering aangebracht. Iemand had het lumineuze idee geopperd om te klokken met duivenklokken en dat bleek een daverend succes. Dan was er nog het juryplatform. Regelmatig kwam het voor dat grappenmakers een kistje onder het plankier weghaalden waardoor de hele zooi in elkaar stortte en de juryleden zich enkel van een nat pak konden afhouden door een grote sprong te maken en zo niet in de achterliggende sloot te belanden. Dat was nog eens lachen.

Jury in de nieuwe demontabele tent: Kees de Groot, Ko Mangelaar, Piet Langelaan, Jan van Kesteren en Piet de Koning

Ben van Steijn maakte daarom een prachtige demontabele jurytent, een pronkstuk welke jaren zijn dienst heeft bewezen, zelfs op het circuit van Zandvoort. Voor de vereniging was de Tour de Lisse een geweldig opleidingsinstituut en ieder had zijn vaste taak. Bij voorbeeld de Speaker, Vic van Denzen, zal een ieder zich nog kunnen herinneren. Volgens Erelid Piet de Koning zijn er honderden anekdotes te vertellen over de Tour de Lisse en hij begint direct te verhalen dat bij de start van een Tour de burgemeester vele malen tracht het startpistool te laten knallen, maar deze weigert halsstarrig. Ten einde raad wenkte de burgervader een agent van politie en vroeg hem om zijn pistool. Deze werkte gelukkig wel en zo kon de Tour toch nog beginnen. Of wat te denken van het zoveelste rennertje dat in de bocht bij Van Dijk hoek Essenlaan Achterweg, de sloot inreed en bij het naar boven krabbelen ineens bedenkt dat zijn bril nog in de sloot lag. Nooit meer gevonden, maar een spontane collecte onder de toeschouwers bracht genoeg op voor wel twee brillen. Dat toch weer wel. Maar lachen man. Een ander jochie dacht dat wat doping hem zou helpen en stapte een Lissese drogisterij binnen en vroeg de winkel juffrouw om één pakje doping, alstublieft. De juffrouw fronste haar voorhoofd en dacht even na. Zij gaf hem een pakje Dextro en ’t joch was dik tevreden, dit was precies wat hij bedoelde. Het was al bij de eerste Tour de Lisse dat een deelnemertje het parcours wel erg lang vond en winst dacht te behalen door binnendoor te steken via het zg Laantje van De Wit. Helaas stond er aan het eind van dat laantje een controleur. Iets nieuws was dat er vanaf de vijftiende Tour gestart werd vanuit diverse omliggende gemeenten in de Bollenstreek. Niet voor de wedstrijd maar een soort toertocht. Bij aankomst bij het parcours in Lisse werd er eerst een pauze gehouden waarna het wedstrijdgedeelte begon. Ook werd er wel gestart in de Poelpolder en de Engel. Starter was steeds een bekende zoals oa Joop Zoetemelk. In 1981 werd de vijfentwintigste aflevering van de Tour verreden en dit maal werd er op het Vierkant gestart en gefinisht. Het was het rondje Heereweg, Westerdreef en de Achterweg. Het werd een schitterende zilveren Tour de Lisse en werd gewonnen door Robert Langkamp uit Lisse. Geloof het of niet, het was tevens de laatste. Het jaar daarop kwamen er bij lange na geen voldoende inschrijvingen binnen en de hele zaak werd afgeblazen. Zo eindigde een waar fenomeen.

Bronnen:

‘Veertig Jaar Fietsen in de Bollenstreek’, Piet de Koning en Toos de Groot 1991

‘Bart op de Fiets’ , W. van Heemskerk pseudoniem van mw. W. Stanco 1971

Piet de Koning, Beinsdorp, Erelid R.T.V ‘de Bollenstreek

Tot slot nog een vermelding van alle winnaars van de Tour de Lisse op een rij

ZANGVERENIGING EXCELSIOR STOPT NA 105 JAAR

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)                                               

16 december 2014

door Nico Groen
Op 19 december is de laatste uitvoering van Excelsior. De kerstcantate ‘The Promise’ wordt dan uitgevoerd in de kerk van de Samenwerkings Gemeente (SWG) in de Veldhorststraat. De zangvereniging stopt door vergrijzing en het sterk teruglopen van het aantal leden. Het was een emotioneel besluit: er zijn koorleden, die al meer dan 50 jaar lid zijn.
Zonder meester C. Herrewijn van de in 1905 gebouwde school De Akker zou er geen Christelijke zangvereniging zijn opgericht. Hij was de oprichter, de eerste voorzitter en ook de eerste dirigent van het gemengde koor. Op de eerste verenigingsavond in een van de lokalen van De Akker gaven zich 20 dames en 15 heren. De oprichting was op 29 oktober 1909. Uit de 3 voorgestelde namen werd “Excelsior” gekozen, wat ‘steeds hoger’ betekent. Men mocht een lokaal van de school gebruiken om repetities te houden. Vuur, licht en zitplaatsen mochten worden gebruikt. Het schoolbestuur had echter een grote vinger in de pap, onder andere in het te zingen repertoire.
Theo Westerdaal was 38 jaar lang, vanaf 1926 tot 1964, een zeer inspirerende dirigent. Gedurende die hele periode werden er, naast de jaarlijkse uitvoering, in den lande vele concoursen gehouden. Men reisde met het hele koor (meer dan 100 leden) stad en land af om daar aan mee te kunnen doen. Vóór of na het concours ging het hele gezelschap wat leuks doen. Het was voor veel leden het enige uitje. Zo zijn er veel concoursen in Huizen en Vaassen geweest. In 1928 was er ook één in Lisse met veel deelnemende koren. Er werden door Excelsior heel veel eerste en tweede prijzen behaald. Af en toe kreeg men op één dag maar liefst 3 eerste prijzen. In 1935 was de prijzenkast te klein en moest een grotere worden gekocht voor de vele medailles, spelden en decoraties.
Het jaar 1949 was wel het hoogtepunt van de vereniging. Het bestond toen 40 jaar. Er werd een jubileumconcert gehouden in de hallen van de HBG, de voorloper van CNB. Er werden 1500 stoelen besteld. Naast Excelsior deden nog 4 koren, 4 kinderkoren en fanfarekorps Crescendo uit Sassenheim mee.
Van de recente geschiedenis valt te melden, dat de uitvoeringen tot grote hoogte stegen onder leiding van Pieter de Jong. Hij was van 1964 tot 2000 dirigent van het koor. Verder was de jubileumuitvoering in 2009 onder leiding van dirigent Marja Goudzwaard van uitmuntende klasse.
Bovenstaande komt allemaal uit het jubileumboek ‘Honderd jaar het hoogste lied’ van de ‘Christelijk Gemengde Zangvereniging Excelsior’. Dit boek is gemaakt in 2009 door Dirk Floorijp e.a. ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de vereniging. Doordat het in de vorm van een soort dagboek per jaar wordt weergegeven, is goed het verloop en de veranderingen op het gebied van geloof, vrijetijdsbesteding, verhouding tussen mannen en vrouwen en andere sociale onderwerpen te volgen. Ter gelegenheid van dit 100-jarig bestaan stond er ook een artikel in het Nieuwsblad van de Vereniging Oud Lisse. Dit kunt u nalezen op onze website.

Boek ter gelegenheid van 100 jaar Excelsior. Het jubileumboek uit 2009 is te leen in de bibliotheek van Lisse.

VAANDEL VAN RK MIDDENSTANDSVERENIGING SINT JOZEF

In 2011 kwam de Vereniging Oud Lisse in het bezit van het vaandel van de RK. Middenstandsvereniging St. Jozef. Na een intensieve restauratie hangt het vaandel nu bij de vereniging in de Vergulde Zwaan. 1ste Havendwarsstraat 4 Lisse.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)                                           
1 juni 2014

door Koos van der Zwet

In de doelstelling van de Vereniging Oud Lisse wordt onder andere het behoud van het culturele erfgoed in de gemeente genoemd.
Het begrip cultureel erfgoed is breed, het laat zien waar we vandaan komen en scherpt aldus de blik op de toekomst.
Naast onroerende zaken, zoals gebouwen en landschappen, zijn er de onroerende culturele zaken. Daaronder vallen klederdrachten, kunstwerken zoals schilderijen en beeldhouwwerken en nog veel meer.
In deze column gaat het om onroerend cultureel erfgoed.
Tot de jaren zestig paste het in de rooms-Katholieke traditie dat men zich aansloot bij een katholieke organisatie. Nederland was verzuild, ook andere gezindten hadden hun eigen organisaties.
Een RK arbeider werd lid van een RK Vakbond, met de Katholieke Arbeiders Beweging (KAB) als de grote bond, zoals nu de Federatie Nederlandse Vakbeweging. Middenstanders sloten zich aan bij een RK Middendstandsvereniging.
Iedere RK vereniging, corporatie of bond had een eigen beschermheilige.
De landarbeiders bij Sint Deusdedit en voor de metaalbewerkers was Sint Eloy de beschermheilige
In Lisse werd in maart 1912 de RK Middenstandsvereniging Sint Jozef opgericht. De ondertitel van de vereniging was De Hanze.
Sint Jozef werd gezien als een kleine zelfstandige, een middenstander ergo de beschermheilige voor de middenstanders.
Veel verenigingen werden vanuit de parochie opgericht. In Lisse was dat lange tijd alleen de Agathaparochie. Vanuit de parochie werd voor iedere vereniging een geestelijk adviseur aangewezen, die had nogal wat invloed op het beleid van de vereniging had.
Het gaf ook de sterke binding met de kerk aan.
Deze binding kwam tot uiting in de vaandels die door vele verenigingen werden gebruikt. De meeste vaandels stonden in de kerk. In de Agathakerk stonden ze tegen pilaren aan. Bij processies werden de vaandels meegedragen. In Zuid-Nederland zichtbaar buiten de kerk. In Noord-Nederland vooral binnen de kerk.Na de jaren zestig zijn vele vaandels uit de kerk verdwenen. De vraag is: Waar zijn ze gebleven?
In 2011 kwam de Vereniging Oud Lisse in het bezit van het vaandel van de RK. Middenstandsvereniging St. Jozef. Na een intensieve restauratie hangt het vaandel nu bij de vereniging in de Vergulde Zwaan. 1ste Havendwarsstraat 4 Lisse.
De restauratie is uitgevoerd door mevrouw Corrie Swinkels, een groot deskundige op het gebied van borduren en andere textiele vormgevingen.
Over het vaandel is niet veel meer bekend dan wat we uit het opschrift kunnen halen.
Er zijn meer vaandels geweest, niet alleen van RK verenigingen maar ook van anderen, zoals muziekverenigingen.
Deze vaandels behoren tot het culturele erfgoed, ze geven aan hoe men in het verleden was georganiseerd in verenigingen. In het leven van de mens waren verenigingen zeer belangrijk.
Bedenk er was geen televisie, alleen radio, films waren meestal zwart-wit, er was geen computer met internet.
De Vereniging Oud Lisse is benieuwd of er nog vaandels zijn. Het is bekend dat bij een aantal verenigingen de vaandels nog in goede staat zijn en goed bewaard worden, waarvoor alle lof.

Het vaandel

Sjacheraar met mazzel

Arie en Maria van der Leede hadden het arm. Toch kocht hij een lot van ‘De joodse Invalide’. Dit is een instelling opgericht in 1911 door rabbijn Meijer de Hond. Hij won uiteindelijk een huis en geld.

door Deen Boogerd

NIEUWSBLAD Jaargang 13 nummer 1, januari 2014

Stukje Lissese historie met een Joods tintje. Wintertijd 1931, pa en ma met negen kinders. Uitkerinkje van de staat, de diaconie schoof soms wat centjes toe. Armoe troef en niet anders!

Arie en Mina van der Leede waren rijk gezegend met negen kinderen. Rietje produ­ceerde alleen nog volle luiers terwijl Jan en twee jongere broers al voor wat kostgeld zorgden. Vader Arie was ‘astmalijder’, dat had hij als landstormer tijdens de mobilisate (1914-1918) opgelopen. Om die reden kregen ze een kleine uitkering vanwege de motie-Staalman uit 1920 met wat Diaconale hulp en het Burgerlijk Armbestuur erbij konden ze net aan het hoofd boven water houden. Arie was ook een sjacheraar ondanks zijn handicap deed hij klusjes voor Jan en alleman. Heel ‘Lis’ wist wel wie Arie was en dat hij zeker geen luilak was. Dagelijks werd de krant van de achterbuur over de schutting aangereikt zo waren ze niet verstoken van het nieuws en andere wetenswaardigheden. Zo viel Arie’s oog eens op een advertentie van “DE JOODSCHE INVALIDE” *) , die benefiet concerten en grote loterijen organiseerde om hun stichting te bekostigen. Twaalf huizen en auto’s werden er dit jaar verloot, ‘stel je voor als je zo’n huis zou winnen…..’, dacht Arie. Hij zette het gemijmer maar snel uit zijn kop, zo’n lot kost toch een rijksdaalder en die heb ik niet! Als je voor een dub­beltje geboren bent……ach, zo is ’t maar net!

De telegraaf van zaterdag 22-021931 meldt dat de loten voor Zeeuwse trekking op zijn.

Wat dagen later deed Arie wat klusjes waar hij stiekem weg een lekker centje mee verdiende. ‘Genoeg om zo’n lot te kopen’ zei de bengel in zijn hoofd en het engeltje vroeg nog ‘hoeveel brood kun je voor dat geld kopen?’. De Bengel won, voor Arie het wist stond hij bij de Ford Dealer tussen de mooie auto’s. Buurman de compagnon van Cammenga stond net het chroom van een Roadster Model A te poetsen die hij die middag naar binnen had gereden. ‘Hallo, Arie, jij komt zeker deze mooie Ford bij me kopen’, ‘nou nee’, zei Arie, ‘maar als jij me zo’n lot van de Joodse Invalide ver­koopt is er kans dat ik een auto ga winnen van jullie concurrent Essex’. ‘Nou Aar je bent niks te vroeg er zijn er nog twee en zelf neem ik er ook één, welke wil jij, lot 339 of 340?’ Met zijn lot en een hoop schuldgevoel liep hij de schitterende show­room uit het hoekje om naar zijn doffe bestaan op Stationsweg 116. Het viel Mina direct op dat er wat loos was, dus biechtte hij het hele verhaal maar op. De stroom van gewetensvragen bleef niet uit met daarna het bijbehorende zwijgen om te laten voelen dat hij dit soort dwaasheid niet nog eens moest flikken. De rest van de week was dus nog minder leuk dan gewoonlijk. Zaterdags meldde de telegraaf dat de lo­ten voor de trekking waar zijn lot bij hoorde waren uitverkocht en dat die trekking maandagavond zou plaats vinden. Nog één weekend chagrijn dus! Hij voelde zich net zo triest als het weer van die dag, grauw, grijs, vochtig, kil en uitzichtloos. Zo’n dag dat astmalijers hun longen uit het lijf hoesten. Na een slapeloze piekernacht was de zondagse een stuk prettiger eindelijk kwam er weer eens een zonnetje tevoorschijn en dat kwam het humeur van Mina ook ten goede, ‘och Aar, gedane zaken nemen geen keer, eerlijk gezegd vind ik het ook wel spannend joh, ouwe stormtroeper van me’. Poehhhh, dat was een pak van z’n hart, die avond dankte hij de ‘allerhoogste’ op zijn blote knietjes, voor zo’n lieve vrouw en dat sliep toch een heel stuk prettiger. Die maandag waren de rare ideeën uit de kop gezet, het nuchtere leven van alledag ging gewoon weer zijn gangetje. Vroeg is het alweer donker als ze aan tafel zuurkool met uierboord zitten te prikken. Het kleine grut ligt al snel weer in de lakenstraat als Mina toch de radio even aan doet om te luisteren naar de uitslag van de loterij maar het duurde allemaal zo lang. ‘Nou, Mientje ik weet niet wat jij doet maar ik duik lekker in m’n nest. ‘Watje gelijk hebt Aar, dit wordt toch drie keer niks, ik duik met je mee’.

Ze lagen al lekker te pitten toen ze wakker schrokken van een hoop lawaai. Het was nota bene Buurman van de Ford dealer. Hij was wel opgebleven om te luiste­ren en wist welk lotnummer Arie had gekocht en wilde hem gaan feliciteren. Alles was al donker bij Van der Leede, ‘Arie wordt wakker man, je hebt de hoofdprijs ouwe mazzelaar’. Nog helemaal versuft komt Arie bij de deur en denkt dat hij nog droomt. ‘Meneer knijpt u zich maar even in uw arm’ zei een stem uit een schim in de fel schijnende koplampen. ‘Lotnummer 339 is het winnende lot en ik heb de eer u en uw vrouw mee te nemen naar de uitreiking’. Een sjieke automobiel deed dienst als taxi, onderweg knepen ze elkaar nog meerdere malen om zeker te zijn dat het echt geen droom was. Heel erg laat kwamen ze op de plaats van bestemming alwaar ze te horen kregen van de directeur zelf dat het echt heel zeker was dat het huis op de Hogeweg in Amsterdam echt van hun was. Beduusd van dit gebeuren en met onvoorstelbaar veel vreugde keerden ze diep in de nacht weer terug naar hun scha­mele huisje, waar hun kinderen stonden te popelen om het hele verhaal te horen. Dit nieuws ging als een lopend vuurtje door het dorp, iedereen gunde het hun van harte. Ze bleven wonen waar ze woonden en verzilverden het gewonnen huis. Dat geld werd zorgvuldig besteed, ondermeer voor wat melkvee en voor een stukje weiland bij de Heul, waar later het hofje en een stuk Prinsessenstraat kwam. De mazzel van een sjacheraar!

*) DE JOODSCHE INVALIDE

De instelling ‘De Joodsche Invalide’ opgericht in 1911 door Meijer de Hond maakte door zijn organisatorische talent een enorme groei door. Toen de tweede wereldoorlog uitbrak was dat heel snel voorbij en op l maart 1943 werden alle bewoners en aanwezig personeel zonder pardon weggevoerd naar de verschrikkelijke concentratie kampen. Waar velen van hen zo niet allen op de meest onmenselijke manier aan hun einde kwamen. Na de oorlog is ‘de Joodse Invalide’ als een phoenix herrezen met een niet stuk te krijgen geloof en inzet kwamalles weer op en dat was hard nodig want er was en is veel leed onder de overlevenden.

Met dank voor geleverd materiaal uit de Collectie Joods Historisch Museum, Amsterdam.

Het hele gezin van der Leede aan de zuurkool met uierboord. Met de klok mee Vader Arie, Aad, Mien, Piet, Jan, Niek, Corrie, Zus (Jannie) Arnout, Rietje en moeder Mina.

De bibliotheken van Lisse (2)

De katholieke bibliotheek was gevestigd aan de Kanaalstraat achter een winkel, die o.a. rozenkransen en wijwaterbakjes verkocht.

Bas Romeyn

NIEUWSBLAD Jaargang 11 nummer 4, oktober 2012

De roomse bibliotheek in Lisse werd in een aparte ruimte, achter een winkel aan de Kanaalstraat, gedreven door de gezusters Rosier. Momenteel is reisbureau Arke er gevestigd. In het winkelgedeelte werden die artikelen verkocht die mede het rijke roomse leven bepaalden: gipsen heiligen beeldjes (al of niet verlicht) ruim bevleugelde engelen, wij waterbakjes, kaarsen, bidprentjes en, niet te vergeten, rozenkransen in alle mogelijke variëteiten. Dit laatste artikel was namelijk behoorlijk in trek. Menig sluw bollenboer had er altijd wel een in zijn broekzak en bij een goede buitenlandse RK -klant, kwam het nog al eens voor dat hij, overmand door versperde neusgaten, flink moest snuiten. Rap trok hij dan een zakdoek uit zijn broekzak en toevallig viel dan kletterend een rozenkrans op de grond. Kijk, zo’n man kon dan in alle rust een mooie order boeken, tegen uiterst winstgevende condities. Tegenwoordig zou zo’n winkel voor export subsidie in aanmerking komen.

De boeken uit de vorige bibliotheek hadden mijn keurige calvinistische opvoeding, bepaald geen schade toegebracht. De leuze “liever Turks dan paaps” stond in vrijwel ieder geuzenboek en het was dan ook niet zonder heftige gevoelens toen ik voor het eerst die roomse ruimte betrad, te meer daar een der zusters over een absoluut te krap truitje beschikte waar twee van de bergen rond Lourdes op welhaast duizelingwekkende wijze hun hellingen lieten zien, alles bespottend wat daar aan celibataire zaken deed herinneren. Maar, als ik dan licht transpirerend dit vagevuur was doorgekomen, dan was ik in Paradisum. Boeken waarvan ik het bestaan niet eens had kunnen dromen: Edward Multon (later las ik tot mijn genoegen dat het een pseudoniem was voor een Nederlands auteur en in die periode het meest gelezen in ons land), met zijn spannende en humoristische serie over een drietal politiemannen, waarvan ik me nog maar twee namen kan herinneren, O’Brien en Lafayette. Hier werd rustig geschreven over wellustige blondines in vrijwel doorzichtige nachtgewaden, die achterna gezeten werden in grote sleeën in New Yorktori. Dat was andere koek!

Ook de Arendsoog en Witte Veder boeken waren volop aanwezig. Als Arendsoog weer eens ging biechten vond ik het toch wel erg jammer dat zo een edel iemand niet protestants was. Ook het grote voorbeeld van de schrijver Noë, Karl May, was er vertegenwoordigd. Alleen de titels deden je al huiveren: “De Llano Estacado Kara – ben- Nemsi, de dood van Winnetou, De schat in het Zilvermeer, Old Shatterhand, die met zijn lasso een sigarettenpeuk uit iemands mond kon trekken. Wat een boeken, wat een avonturen, niet alleen in woestijnen maar ook onder zee met kapitein Nemo, of zelfs op de maan! Monster kanonnen in staalstad, Phileas Fogg, die mijn reserves tegen de Engelsen wat deed smelten. Pau d’Ivoi, wiens “Met een kwartje de wereld rond” ik las en herlas. Ach wat hadden de roomsen, behalve dan op vrijdag een rijk leven! Al heel snel was ik aan het voorportaal gewend. Ik bladerde zelfs wel eens in een missaal. De afbeeldingen van de hel die ik daar zag, zou zelfs de meest zware donderpredikant niet hebben kunnen  ookzinnen. Later zag ik op de schilderijen van Jeroen Bosch de slappe aftreksels. Ik maakte ook af en toe een praatje met een der zusters, onveranderlijk gekleed in hetzelfde truitje. Dit moet het geheim geweest zijn van haar rondborstigheid. ledere avond wast ze natuurlijk dit kledingstuk met als gevolg dat het kleiner en kleiner werd. Het ongetwijfeld spectaculaire einde heb ik helaas niet meer mee mogen maken, want na verloop van tijd had ik deze heerlijke bibliotheek ook uitgelezen. Tevens was mijn kijk op ons roomse volksdeel drastisch gewijzigd. Maar geen nood, Lisse bleek over een derde te beschikken: boekhandel annex bibliotheek “De Volharding” in de Kapelstraat.

(wordt vervolgd)

Reactie van Dirk Florijp op het artikel “De Bibliotheek, deel I” van Bas Romeynn

Een mooi verhaal van Bas Romeijn over de bibliotheken. Vanuit de Pro­testante kerken ben ik een tijd afgevaardigde geweest. Dat de biblio­theek zo’n grote invloed heeft gehad op de jeugd van toen is goed om te horen.

Salvatori in 1993 Foto: Koos Schipper

Bij slager Onos op de Kanaalstraat 84 was de bibliotheek. Een paardenslagerswinkel meteen woonhuis eraan. Onos deed ook de noodslachtingen voor de gemeente en ook voor Sassenheim. Je kon er een kilo vlees bestellen en afhalen in de winkel. Later ging de bibliotheek naar de Wagen­straat in “Salvatori” waar meer ruimte was. Alle boeken werden eerst gekaft, ook kapotte boeken die terug kwamen. Daar was je avonden mee bezig. Ook mocht ik boeken inkopen en bestel­len bij boekhandel Ligtenberg in de Kanaalstraat nr.46, zo’n 10 tot 15 boeken uit de opbrengst van de uitlening.

Erg veel konden we ons niet veroorloven. Deze boeken moesten door een commissie worden be­oordeeld of deze wel geschikt waren voor een Christelijke bibliotheek. Natuurlijk zat er ook een persoonlijke smaak achter bij de aankoop van wat je zelf mooi vond en wat gewild was. De schoolmeester Hartingsveldt die in het bestuur zat heeft heel wat boeken gelezen en gecensureerd, soms een vloek doorgekrast wat niet door de beugel kon maar dan des temeer opviel. Later waren we aangesloten bij de bibliotheekcentrale in Dordrecht en wa­ren er meer mogelijkheden, konden dan een ruilcollectie uitzoeken en een dagje in de auto met Cees Stad naar Dordt.

Geleidelijk werd alles wat losser en vond men dat de lezers een eigen ver­antwoordelijkheid hadden.

Klik hier voor het volgende deel

Wie weet raad: een foto van RODA

Aanvullende info en namen worden gevraagd van een foto van RODA. Veel kinderen, keurig in dezelfde kleding staan er op.

Redactie

NIEUWSBLAD Jaargang 11 nummer 3, juli 2012

Dan dit keer een tweede opgave.

Een foto van RODA. Een grote groep, vooral kinderen, keurig in dezelfde kleding. Ze hebben vast net een demonstratie gegeven. Ook hier willen we graag een volledige opsomming van de namen krijgen. Met natuurlijk nog allerlei aanvullende informatie, anedotes, noem maar op.

We horen van u!

Vereniging Roda

De bibliotheken van Lisse (1)

De eerste bibliotheek op Protestante basis van Lisse was aan de Kanaalstraat naast slagerij Koot. Deze was opgericht in 1947. In 1967 was de bibliotheek gevestigd in Salvatori aan de Wagenstraat.

door Bas Romeyn

NIEUWSBLAD Jaargang 11 nummer 3, juli 2012

Zolang als ik me kan herinneren ben ik verslaafd van lezen geweest. Misschien was het, in die magere tijden net na de oorlog wel een vorm van escapisme, maar het is in ieder geval nooit meer overgegaan. Het eerste boek dat ik van mijn moeder kreeg was “Kabouterland”. Ik heb het nog. Wat vond ik dat geweldig. Vooral dat kleine, eigen huisje in de vorm van een paddenstoel, met raampjes, een deur en een rokende schoorsteen, maakte iets nieuws bij me los. Dit schrijvende kan ik die gevoelens weer herbeleven.

Ook de “Nieuwe Leidsche Courant” hield ik terdege bij. Niet alleen de komische strip, maar ook het wereldnieuws. Buiten Lisse bleek de wereld oneindig groot te zijn. De oorlog in Korea, de val van Dien Bien Phoe, oorlogen en geruchten van oorlogen. Teneinde aan mijn grote leeshonger te kunnen voldoen, werd ik al op zeer jeugdige leeftijd lid van de bibliotheek, gevestigd in de Kanaalstraat, in een voormalig slagerijtje, naast slagerij Koot. (de vleeshaken zaten nog  in de zoldering) en uiteraard op strikt protestantse grondslag. De tegels blonken achter de bruin gekafte boeken helder tegemoet. Daar is mijn grote liefde voor geschiedenis ontloken.

Rijen jongensboeken over de tachtigjarige oorlog, de 30-jarige oorlog (De Leeuw van het Noorden) stonden daar in slagorde opgesteld. Over welhaast elk beleg van een stad, was er wel een roman te vinden en altijd met ruime achtergrondgegevens. Ook de reizen naar de Oost, de verovering van Jakatra door Coen, de fantastische avonturen van mijn grote held Michiel de Ruyter, de slag om de Sont, met “Tjerk Hiddes een friese zeeheld” of “Admiraal Swartenhont, een vergeten zeeheld”. En natuurlijk de nog steeds leesbare boeken van W.G. van der Hulst. Diens “in de Soete Suikerbol” heb ik ontelbare keren gelezen en later voorgelezen. Lekker griezelen met de “puntmuts” en die nare koning uit het Noorderland, die oorlellen inknipte als een conducteur kaartjes in de bus naar Leiden. Maar ook de Zwitserse Robinson maakte veel indruk, vooral die jongen die later een meisje bleek te zijn…In Disneyland is hun “woonboom” te bewonderen. En dan natuurlijk de boeken van Pennings over de Zuid-Afrikaanse Boerenoorlogen. O wat haatte ik de “perfide” Engelsen in die tijd. Oubaas Wessels en Blikoortje, de vrolijke kafferjongen. En schieten dat die boeren konden met hun Mausers! Kapitein Wessels gooide eens een appel hoog in de lucht en knalde met een schot het klokhuis er uit! Als een rooinek ‘s-nachts een sigaret opstak, richtte een boer op de vlam… Duizenden Engelsen zijn gesneuveld. Roken was toen ook al dodelijk! Pas de oprichter van de padvinderij maakte een eind aan de “Boerwar” door het oprichten van concentratiekampen, waar vrouwen en kinderen bij duizenden stierven. Elke grote stad in Nederland had wel een Zuid-Afrikaanse wijk. Deze oorlog tegen ons broedervolk was de oorzaak van de pro-Duitse stemming in ons land tijdens de eerste wereldoorlog.

De gehele vaderlandse geschiedenis kwam daar aan de Kanaalstraat aan bod. Van de middeleeuwen, met die prachtige boeken van Piet Prins ( bleek later Jongeling van het GPV te zijn) over het beleg van de Toutenburg door de heer van Kuinre en waarin die geheimzinnige meereikende monnik de bisschop van Utrecht bleek te zijn, de ontzetter van het beleg. Over trotse ridders, de watergeuzen, over alle Oranjes, die helden bleken te zijn, rechtstreeks nedergedaald uit den Hoge. De komst van de Pruisen. Als je dat woord fluisterend uitsprak, voelde je al dat die niet mis waren. Het christelijk element in die boeken, stoorde geen moment. Maar ja, als je een boek of vier, vijf in de week las, dan kwam het einde wel erg snel in zicht… Dus ging je maar boeken lezen voor hogere leeftijden. Angst voor l krakende takken in het struweel behoefden Piet Prins pseudoniem voor Piet de ouders niet te hebben, maar toch, op jonge leeftijd leerde je toch al hoe grote mensen dachten, wat hen bezighield. Daar kon je toch wel van opkijken. Toen ik de gehele bibliotheek uitgelezen had, kwam ik in existentiële nood. Nadere informatie leerde mij dat er nog een bibliotheek in de Kanaalstraat bleek te bestaan. Maar dat was een Roomse!

Klik hier voor het volgende deel