Berichten

Het oude stoomgemaal wordt totaal vernieuwd

Het voormalig stoomgemaal in de Rooversbroek uit 1898 wordt in ere hersteld. De geschiedenis wordt besproken.

door Sjaak Smakman

Nieuwsblad Jaargang 6 nummer 2, april 2007

Lisse familie investeert fors

Anderhalf jaar geleden, zegt Ruud Roozen, stond hij voor de vraag wat er moest gebeuren met het voormalige stoomgemaal naast zijn huis. Het was lang in gebruik geweest als opslagplaats, maar zelfs als berghok was het door de steeds verder gaande aftakeling niet meer geschikt. Het gebouw stond op instorten. Opknappen of slopen, dat was nu de keuze. Het werd – gelukkig – het eerste.

De Vereniging Oud Lisse was meteen blij met de plannen, vanaf het eerste moment dat Roozen contact opnam. Bij een inventarisatie van monumentale panden was het stoomgemaal eerder over het hoofd gezien. Ten onrechte, want het gemaaltje dateert al uit 1898 en heeft dus een historie die er mag zijn. Het Hoogheemraadschap van Rijnland bouwde het een dikke eeuw geleden om de Rooversbroekpolder droog te houden. Het gemaal was een relatief groot gebouw, omdat het een stoommachine moest herbergen. Het kolenhok naast het hoofdgebouw – waar nu overigens een aanbouw komt – getuigt daar nog van op de oude foto’s.

De stoommachine was zo bewerkelijk dat de machinisten, eerst Lissenaar Cozijn en daarna vader en zoon Koelewijn, het warme eten vaak naast de machine opaten. De vervanging door een dieselmotor in 1924 was een hele verbetering, ook al moest de motor om het uur worden gesmeerd. Voor de familie Koelewijn was het bedienen van het gemaal overigens een bijverdienste, want vader en zoon waren in eerste instantie bollenkwekers. Op de ruim 3,5 hectare die de familie Roozen in 1992 overnam van de familie Koelewijn wordt ook nu nog geteeld.

Pal naast het gemaal stond lange tijd een stenen dienstwoning. In 1961 kwam daar, toen zoon Koelewijn ging trouwen, een houten woning voor in de plaats. Terwijl het gemaal op houten palen was gefundeerd, werd de dienstwoning gewoon op de klei van de dijk neergezet. Na verloop van tijd begonnen de muren zodanig te scheuren dat sloop onvermijdelijk was.

De onderdelen voor de veel lichtere houten woning werden vanaf de Lisserdijk overgevaren naar het gemaal. Ook voor de huidige restauratie en verbouwing van het gemaal is vrijwel al het materiaal overgevaren over de Ringvaart. Waarbij, vertelt Ruuds moeder Mary die helemaal vooraan bij de kassen van de kwekerij aan de Middenweg woont, een keer een kraan in het water is gevallen die er vervolgens met een andere kraan is uitgetakeld.

Ruud woont nog even in de houten woning met zijn vrouw Willeke en zijn dochtertjes Jasmijn (4) en Merel (6). Een geweldige plek, beaamt hij meteen. Direct aan het water, een schitterend uitzicht over de Haarlemmermeerpolder en volop ruimte om het huis. De woning wordt straks gesloopt, zo is overeengekomen met de gemeente Lisse, in ruil voor de medewerking aan de bouwplannen voor het gemaal.

De plaats is heden ten dage dan wel een droom, maar in voorbije jaren was dat anders. Door de afgelegen ligging bleven het gemaal en de twee huizen verstoken van gas, elektriciteit en waterleiding. Het drinkwater kwam uit de regenton en als die leeg was, werd het aan de overkant gehaald met een melkbus en een paar pannen. De warmte kwam van een kolenkachel, het licht van olielampen en gekookt werd er op een butagasstel. In 1965 kreeg de polder elektriciteit en kon grondwater worden opgepompt.

Na een halve eeuw dienst begon de Crossley-dieselmotor van het gemaal gebreken te vertonen en werd gekozen voor een andere oplossing: het overtollige water van de Rooversbroekpolder werd via een duiker afgevoerd naar de lager gelegen Poelpolder en daar de Ringvaart ingepompt via het gemaal bij de molen van Duineveld.

Het gebouw van het oude gemaal zelf bleef, evenals de houten woning, staan. Begin jaren negentig kwam de familie Koelewijn naar de Middenweg. Toen mevrouw Koelewijn weer terug wilden naar het dorp, kwam de houten woning vrij en trokken Ruud en zijn gezin erin. Het in onbruik geraakte gemaal kregen ze er bij. Roozen besloot uiteindelijk Frits Treffers van de Vereniging Oud Lisse te benaderen met de vraag of het complex niet kon worden opgeknapt. Dankzij medewerking van de gemeente Lisse kon afgelopen september begonnen worden met de verbouwing. De restauratie betekent wel flink veranderingen. Aan de buitenkant springen vooral de dakkapellen en de aanbouw aan de zijkant op de plaats van het kolenhok in het oog. Maar de uitbreiding was nodig om voldoende woonruimte te creëren, zegt Ruud. Goedkoop is de restauratie niet geweest: de benodigde baksteen moest zelfs uit Frankrijk komen omdat die een speciale maat heeft die alleen daar nog wordt gebakken.

Maar het leed is nu bijna geleden. Over een paar maanden moet de verbouwing af zijn en heeft Lisse een monumentaal gebouw – al zal het nooit een gemeentelijk monument worden, want Ruud wil niet aan allerlei verplichtingen vast komen te zitten. ‘Deze verbouwing heeft al genoeg gekost’, zegt hij.


Copyright © 2007 Vereniging Oud Lisse

Stoomgemaal aan de Ringvaart

Trekvaart 350 jaar

Het is dit jaar 350 jaar geleden, dat de trekvaart is aangelegd. Het boek ‘Tussen tol en trekvaart, 350 jaar water, het monument en de mensen’ door M. Smitsloo komt in maart uit.

Nieuwsblad Jaargang 6 nummer 2, april 2007

Nieuwsflitsen

Het is dit jaar 350 jaar geleden dat de Trekvaart tussen Haarlem en Leiden gegraven werd. In één jaar tijd! Met de hand! Het jubileum wordt op verschillende wijzen gevierd. Begin maart komt er een boek uit van de hand van Miep Smitsloo-de Graaf getiteld ‘Tussen tol en trekvaart, 350 jaar het water, het monument en de mensen’. Het gaat over de historie en over de mensen die er hun voetsporen hebben achtergelaten.
In mei verschijnt het boek ‘Blauwe ader van de Bollenstreek, 350 jaar Haarlemmertrekvaart – Leidsevaart 1657-2007’ Het is een geschiedenisboek dat is samengesteld in opdracht van het provinciaal Historisch Centrum Zuid-Holland en het Cultuurhistorisch Genootschap Duin- en Bollenstreek. Op 29 en 30 september is er een lootschouw gepland van Haarlem via Warmond naar Leiden met westlanders, hagenaars, sloepen, schuiten en andere lage schepen. In Museum de Zwarte Tulp in Lisse wordt een tentoonstelling georganiseerd over 350 jaar Haarlemmertrekvaart-Leidsevaart. De expositie opent op 11 mei en sluit op 30 september 2007.

Huis Halfweg

DE BRUGGEN VAN LISSE

Alle bruggen in Lisse worden beschreven. Pex pleit voor een naambordje op iedere brug.

door R.J. Pex

Nieuwsblad Jaargang 5 nummer 1, januari 2006

 

Is de Venneslootbrug (1570) de oudste?

In Lisse zijn in het verleden al heel wat bruggen aangelegd. Dat heeft ook wel een reden. Vanaf de tweede helft van de zestiende eeuw zijn namelijk diverse zandsloten gegraven. Via deze sloten of vaarten werd het zand afgevoerd dat afkomstig was van de (wat hoger gelegen) geestgronden, die ten zuiden en noorden (het zogenaamde Oosteinde) van het dorp Lisse waren gelegen.

Momenteel bevinden zich in Lisse minstens een veertiental bruggen. Het zijn:
» In de Heereweg:
De Lisserbrug nabij Hillegom. Komt al voor op de kaart van Rijnland uit 1615. De brug was tegelijk met het graven van de zogenaamde Verhoogervaart aangelegd. Door deze vaart, genoemd naar een zekere Verhoog, werd het zand afgevoerd afkomstig van het Berkhouterduintje dat zich aan de westzijde van het dorp bevond. Ook achter de huizen in het noordelijk deel van Lisse die toen deel uitmaakten van de zogenaamde Vlaamse Buurt, is zand afgevoerd. In 1810 wordt deze brug de Zandvlieterbrug genoemd. Vernoemd dus naar de buitenplaats Zandvliet die zich hier vlakbij bevond.
De Jannetjesbrug. Waarschijnlijk een verbastering van Zandertjesbrug. Deze naam dateert uit 1768 en slaat waarschijnlijk op het zand dat onder deze brug door werd vervoerd naar steden als Amsterdam en dat afkomstig was van het Keukenduin (in de buurt van het latere Reigersbos). Eigenaar van zowel de brug als de vaart die eronder door liep was toen Cornelis Jacob van der Lijn (1730-1799). De brug en de vaart maakten deel uit van de buitenplaats Grotenhof. Later, maar dan is de naam al Jannetjesbrug, zou de brug deel uit gaan maken van het landgoed Wassergeest. (1
De Staalbrug. Deze maakte deel uit van de buitenplaats Wassergeest en bevond zich even ten zuiden van Dever en het huidige tuincentrum Overvecht. Hij was aangelegd in 1594 door Dignum Jansz de Roo, ook weer met het doel om via de sloot die eronder door liep zand af te voeren. Het zand was in dit geval afkomstig van de gronden tussen de Heereweg en Achterweg. De buitenplaats Wassergeest bestond toen nog niet. Deze werd pas gesticht omstreeks 1660 door jhr. Adriaen van der Laen. Deze kocht de afgegraven percelen en legde hier een aantal boomgaarden aan. De zogenaamde Wassergeesterbrug kocht hij aan in 1662. Later is men deze brug de Staalbrug gaan noemen, naar een eigenaar uit de eerste helft van de negentiende eeuw: D.P.J. van der Staal van Piershil. In 1843 is de brug aan het Rijk afgestaan.
De Engelenbrug. Gelegen bij de buurtschap De Engel en reeds aangelegd in 1589, toen het Mallegat gegraven werd. Ook deze brug is in 1843 aan het Rijk afgestaan. Toen was inmiddels ook de brug lager gemaakt. Voorheen waren de meeste bruggen in de Heereweg namelijk vrij hoog gelegen, waardoor met name de postkoetsen van Van Gend & Loos er bijna niet overheen konden rijden. (De koetsen waren tamelijk zwaar beladen).

Engelenbrug 1900

De Engelenbrug

Engelenbrug 1900

De Beekbrug. Iets verderop gelegen nabij de huidige Engelenkerk. Vernoemd naar de Beek die eronder door loopt.
» In de Achterweg:
De brug over de Vennesloot zuidelijk van Ter Specke. Deze brug heeft nooit een naam gehad. Wel vrij vroeg aangelegd, namelijk rond 1570. In dat jaar is de Vennesloot door de Achterweg getrokken tot achter het Huys ter Specke. Vermoedelijk heeft men dit gedaan om meubels en dergelijke aan te kunnen voeren, als de Van der Laens – de eigenaren en bewoners van Ter Specke – zich hier in de zomermaanden vanuit Haarlem kwamen vestigen. Ook deze brug is later verlaagd en wel in 1853.
De brug over het Mallegat nabij buurtschap De Engel. Aangelegd in 1589. Helaas vrij weinig over bekend.
» In de Loosterweg-Noord.
De brug vlakbij de bloemententoonstelling Keukenhof.
» In de Loosterweg-Zuid.
De brug over het Mallegat.
» In de Delfweg.
De brug over de Leidsevaart. De Leidsevaart is gegraven in 1657, doch reeds daarvóór was hier al een waterloop aanwezig. Het kan dus goed zijn dat hier reeds vóór dat jaar al sprake was van een brug. Waarschijnlijk was hij van hout vervaardigd. Ook op de prent van Samuel Ireland uit 1790 van het Huis te Halfweg zien we ter plaatse een eenvoudige houten brug.
» In de Kanaalstraat:
De brug over de Ringvaart. Eerst een draaibrug, later – in de jaren ’70 – vervangen door een ophaalbrug. Aangelegd omstreeks 1848 toen men met het droogmalen van de Haarlemmermeer begon.
» In de Ruishornlaan.
De brug over de Ringsloot van de Poelpolder. Van vrij recente datum. Op kaarten uit de zeventiende en achttiende eeuw niet aanwezig.
» In de Eerste Poellaan.
De Zemelbrug over de Ringsloot van de Poelpolder . Deze is al veel ouder, vermoedelijk van rond 1623, toen men, ten behoeve van de droogmaking van de Lisser Poelpolder, de Ringsloot heeft gegraven. De brug moest zodanig zijn aangelegd, volgens een stuk uit laatstgenoemd jaar, dat men er gemakkelijk met een schuit met koeien of beladen met hooi onderdoor kon varen. Na een overstroming in 1804 werd ook de zwaar beschadigde Zemelbrug hersteld. Doch, te laag! De zandschepen die het zand vervoerden dat afkomstig was van het Reigersbos en het via de Ringsloot en de Haarlemmermeer afvoerden naar Amsterdam, konden nu niet meer onder de brug door komen! Uiteindelijk heeft men de brug wat hoger gemaakt, maar op kosten van de eigenaar van de betreffende zanderij, de al genoemde D.P.J. van der Staal van Piershil.
» In de Tweede Poellaan.
De brug over de Ringsloot van de Poelpolder. Vermoedelijk – evenals de volgende brug – aangelegd rond 1623.
» In de Derde Poellaan.
De brug over de Ringsloot van de Poelpolder.
Opgemerkt dient te worden dat het hier slechts bruggen betreft gelegen in openbare wegen.

Vroeger hadden veel bruggen een naambordje. Tegenwoordig ontbreekt dat veelal en zijn veel bruggen dus “anoniem”. Een idee misschien voor de toekomst?

(1. Over beide buitenplaatsen, dus Grotenhof en Wassergeest, zijn publicaties uitgebracht onder de titels Knappenhof of Grotenhof te Lisse en Wassergeest te Lisse. Nog steeds verkrijgbaar bij Grimbergen Boeken. Daarin kan men ook een en ander vernemen over de Jannetjesbrug maar ook over de volgende twee bruggen

 

STEENGRACHTKANAAL WORDT ECO

NIEUWSBLAD Jaargang 2 nummer 2, april 2003

Nieuwsflitsen

Als het goed is, is de Stichting Duinbehoud begin maart begonnen met de aanleg van een ecologische verbinding tussen landgoed Keukenhof en de Waterleidingduinen. Ecologie is zoals u weet de leer van de betrekkingen tussen organismen en de omgeving waarin zij leven. De verbinding komt langs het Steengrachtkanaal, dat enkele honderden meters ten zuiden van het Lissese station en van Halfweg in noordwestelijke richting loopt, onder de provinciale weg doorgaat en eindigt bij Duinschoten. Over een afstand van 150 meter wordt de beschoeiing verwijderd en vervangen door een schuin aflopende oever. Men hoopt dat hierdoor kleine zoogdieren, zoals libellen, amfibieën en zangvogels naar het gebied terugkeren. (De Weekendkrant)

Gemaal Ringdijk

NIEUWSBLAD Jaargang 1 nummer 1, januari 2002

Nieuwflits

De eigenaresse van het oude Gemaal aan de Ringdijk in Lisse, mevrouw M.C.M. Roozen-van Gerven van de Middenweg in Lisse, heeft de Vereniging benaderd, omdat zij het gebouw graag wil laten restaureren. Deskundigen van de Vereniging hebben de zaak in onderzoek genomen. Het Gemaal werd in 1898 in gebruik genomen. Als krachtbron fungeerde een stoommachine. Die werd in 1924 vervangen door een dieselmotor, een Crossley. Het gemaal functio­neerde tot het jaar 1974.

Deze foto van het Gemaal aan de Ringdijk werd gemaakt in 1915. Gezien de forse rookpluim was de stoommachine in vol bedrijf. De woning ter rechterzijde is afgebroken.