Berichten

Kijk nu eens: De appartementen om de Poelmarkt


In het volgende Nieuwsblad zal iets verteld worden over het complex dat bij deze steen hoort. Met dit fragment erbij zal het niet zo moeilijk raden zijn. Natuurlijk zijn
we weer zeer geïnteresseerd in uw aanvullende verhalen.

Eerst uit de doeken doen waar het vorige kleine stukje Lisse vandaan was geplukt. Dan een nieuw stukje steen plaatsen als  volgend vraagstuk. Het is wel de bedoeling dat u hier op reageert, want dat vinden wij als redactie dan weer leuk.

Door Liesbeth Brouwer

Nieuwsblad 23 nummer 4 2024

Huizenblokken Vivaldi-, Verdi- en Händelstraat rond winkelcentrum De Poelmarkt

Eerste steen

Het plan

Natuurlijk had u gezien dat het om een eerste steen ging. Maar had u door dat het in de Poelpolder was? De steen is in 1974 ingemetseld in een appartementencomplex in de Händelstraat. Het leek passend om in het jaar van 400 jaar Poelpolder voor deze rubriek iets te kiezen uit dat gebied. Voordat de steen gemetseld kon worden Vanaf de 60-er jaren werd in de Poelpolder gewerkt aan woningbouw. Voor de sociale woningbouw waren de Lisser woningbouwverenigingen Volksbelang en Het Gezinsbelang actief. De verdeling van de te bouwen woningen verliep in overleg met de gemeente en het huizenbezit van deze verenigingen nam enorm toe. De gemeente verkocht grond aan een woningbouwvereniging met de plicht sociale huurwoningen te bouwen. Het Gezinsbelang, de woningbouwvereniging die het complex rond de Poelmarkt bouwde, bezat bij de start van het bouwen in de Poel 180 huizen. Daar kwamen er in 1966 door nieuwbouw in de Poel 44 bij en dat aantal bleef gestaag groeien. Vroeger bouwde een woningbouwvereniging alleen voor eigen leden. In 1968 had Het Gezinsbelang een wachtlijst van 160 zoekenden! De nood was hoog. Vanaf 1974 werd de toekenning voor een woning geregeld door de toen ingestelde Centrale Woonruimte Commissie waar beide woningbouwverenigingen zich bij aansloten. Dat daarmee nog geen oplossing voor de woningnood kwam weten we ook nu maar al te goed. De eerste winkelvoorzieningen in de Poel waren noodvoorzieningen in garages. Begin 70-er jaren kregen de plannen voor de Poelmarkt concreet vorm. Het werd een min of meer symmetrisch plan met winkels aan beide zijden van een doorlopende wandel/fietsroute naar de nu nog bestaande brug. Het Gezinsbelang zou aan beide zijden van het winkelcentrum 2 woonblokken van 2 bouwlagen bouwen.

De bouwplannen

De huizenblokken rond winkelcentrum De Poelmarkt

De woningen zullen “huizen voor beginners” worden, aldus de secretaris van Het Gezinsbelang in de beginfase van het plan voor de woonblokken. Later worden de ambities wat bijgesteld. In 1974 meldt het Leids Dagblad dat Het Gezinsbelang bouwt aan 60 woningen. Men wil ook bereiken dat mensen met een grotere huurwoning die dat eigenlijk niet meer nodig hebben, gaan doorstromen. Belangstellenden moeten zich melden bij de Woonruimtecommissie. De huur wordt fl. 175,- per maand voor een woonkamer van 18,3 m2 en 2 slaapkamers van 11,3 m2 en 6,2 m2. Of dat doorstromen gelukt is weten we niet. De 60 woningen werden er overigens 58 en wel 4 eenkamerwoningen, 52 driekamerwoningen en 2 woningen werden wat groter waardoor ze geschikt werden voor gehandicapten. Dat was in die tijd echt een primeur.

Groen
Met het gereedkomen van dit gedeelte was de eerste fase in de bebouwing van de Poelpolder redelijk afgerond. Er was een leuke, afwisselende bebouwing ontstaan met veel groen op een gebied dat voorheen weidegebied was. De groene uitstraling kostte de nodige inspanning wat geen wonder is bij een ondergrond die eeuwen als weidegrond heeft gediend en waar het nodige zand voor wegen- en huizenbouw overheen gegaan is. Maar nu zijn in de Poelpolder leuke laanbeplantingen te zien in de diverse straten en ook bij de woonblokken rond de Poelmarkt is daar een fraai staaltje van aanwezig. Daar staan Hollandse zuiliepen met een kenmerkende, smalle, hoog opgaande groei die mooi passen op deze plek. De destijds gemaakte keuze voor inheemse bomen blijkt steeds waardevoller te zijn voor het ecosysteem in deze tijd van klimaatverandering.

Nog steeds woningtekort

De Hollandse zuiliepen

Woningzoekenden bleven er ook in de jaren ’90. Volgens toegekende provinciale contingenten mocht er worden gebouwd, maar inmiddels was in dit deel van de Poel geen bouwgrond meer beschikbaar. Het Gezinsbelang was een relatief kleine organisatie met een grote onderlinge betrokkenheid. Fred Broersen, met zijn praktijk voor fysiotherapie vlakbij, was bestuurslid. Toen weer eens het probleem van ‘wel mogen bouwen maar geen bouwgrond’ ter sprake kwam, opperde hij het idee van optoppen. Voorzitter Theo van der Lans had zitting in de landelijke koepel huisvesting waar ook dit soort vernieuwende ideeën werden besproken. Het was bovendien in Lisse al vertoond. Op de appartementen van Eikenhorst was ook een extra etage gebouwd. De eerste bewoners daar waren in 1994 tijdelijke gasten van Berkhout dat toen grondig verbouwd werd. Wat bij Eikenhorst kon zou ook bij de appartementen rond de Poelmarkt kunnen stelde Broersen en het bestuur ging akkoord met dit vooruitstrevende idee. Het Gezinsbelang werkte eerder samen met architectenbureau Henri Stol uit Sassenheim, dus daar moest het idee vorm
gaan krijgen.

Optoppen
Eikenhorst leek zo’n fraai voorbeeld, maar technisch was het totaal niet vergelijkbaar. Eikenhorst is gebouwd op zand, in de Poel heb je te maken met een heel andere ondergrond. De technische problemen waren groot en oplossingen duur. De fundering moet natuurlijk voldoende zijn voor het extra gewicht. Een puzzelstuk voor architect Stol. De bestaande houten palen fundering kon maar weinig extra gewicht hebben. Er is daarom gekozen voor houtskeletbouw. Voor Het Gezinsbelang een uitdaging om dit financieel te kunnen realiseren. De eerste verkenningen met een bouwer uit Warmond bleken te resulteren in een aanneemsom die ver boven de begroting van Het Gezinsbelang uitkwam. Bouwbedrijf R.A. van Leeuwen uit Alphen a/d Rijn kon de woningen gelukkig wel realiseren binnen het beschikbare
budget.

De realisatie
Door de vele hobbels werd het project pas in 2000 opgeleverd. Ook begin 2000 waren de woningbouwverenigingen Volksbelang, Het Gezinsbelang en Voorhout gefuseerd tot woningbouwvereniging Trias Woondiensten. Er kwamen 28 houtskeletwoningen boven op het bestaande betonskelet. De eenkamerwoningen werden omgebouwd tot vierkamer maisonettewoningen. De woningen zijn levensloopbestendig en energiezuinig. Mooi is ook dat er in 2 van de 4 trappenhuizen een liftinstallatie kwam. Door koppeling van de blokken met een loopbrug konden alle woningen gebruik maken van de liftvoorziening. Daardoor zijn alle woningen op de galerij geschikt voor mindervaliden. Er is in de bouwperiode door Het Gezinsbelang veel zorg besteed aan de contacten met (toekomstige) bewoners. Het is natuurlijk wel een ongewoon project dat zorgt voor overlast en vragen. Gelukkig is het project door de vindingrijkheid en durf van de bestuurders van destijds en natuurlijk van de creativiteit van architect Stol gerealiseerd en staan en er nu woonblokken die geen saai plat dak hebben, maar heeft het geheel meer allure en een spannende uitstraling gekregen door de ronde dakvormen van de tweede, later gebouwde verdieping.

Met dank aan Fred Broersen en Thomas van ’t Wout voor hun inlichtingen.

De eerste steen

 

 

 

Winkelcentrum Blokhuis 50 jaar

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                           

18 november 2025

 Door Nico Groen

 Woensdag 19 november 1975 was het grote openingsfeest van het nieuwe, moderne winkelcentrum Blokhuis. Het centrum werd gebouwd door W.B. van Braam uit Zaandam voor de prijs van 5,6 miljoen gulden met diverse voorzieningen. Waarom werd het centrum Blokhuis genoemd?

Bij de ontwikkeling heeft de BV Blokhuis onder leiding van directeur C.W. van der Mark nauw contact gehad met het projectbureau Westland/Utrecht waarvan de bekende Lisser drs L.P. Dorenbos ‘grote diensten heeft bewezen’. Het winkelcentrum liep in die tijd vanaf de Kanaalstraat tot het plein met het beeld ‘Windkracht 8’ ofwel ‘Annie voor de wind’. De totale winkeloppervlak was 4000 m2 met een parkeerterrein van 12000 m2. Bovenop het winkelcentrum werden woningen gerealiseerd. De ingang aan de Kanaalstraat naar het terrein van Blokhuis werd gerealiseerd naast de winkel van Tissing. Architect Paardekooper heeft de winkel van Tissing en de fraaie entree naar Blokhuis getekend.

Naast de bouw van het winkelcentrum stonden er ook allerlei andere bouwprojecten op het programma, zoals AH, de bibliotheek schuin tegenover AH en fietsenhandel Rijerkerk.

Waarom Blokhuis?

Het winkelcentrum is vernoemd naar de eigenaren van het perceel waarop het is gerealiseerd: de familie Blokhuis. In 1742 kwam een gedeelte van Lisse in handen van Claas Symonsz de Graaff. Dit betrof een groot gedeelte van de landerijen ten noorden en zuiden van de huidige Nassaustraat. Op een gegeven moment komt Cornelis de Graaff uit een volgende generatie er alleen voor te staan om het grote en bloeiende bollenbedrijf te leiden. Zijn schoonzoon Gijsbert Blokhuis uit Barneveld komt omstreeks 1820 naar Lisse om het bedrijf mede te leiden. Hij ging wonen op de Pruimenhof. Het huis de Pruimenhof lag waar later bloemenzaak Grimme aan de Heereweg was. Eerder woonde daar het dominees echtpaar Van Blommesteijn-De Roos, die naar ’t Vierkant verhuisd was. Tot 1 januari 1840 is Gijsbert als deelgenoot met de firma De Graaff verbonden gebleven samen met zijn jongere zwager Herman de Graaff. Toen gingen beiden hun eigen weg. Gijsbert Blokhuis bleef op de Pruimenhof wonen en verwierf het aangrenzende land ter hoogte van de huidige Nassaustraat en het plan Blokhuis, het huidige winkelcentrum. Zijn land liep vanaf de Heereweg tot voorbij de Koninginnenweg. Zijn zwager Herman stichtte de zaak ‘H. de Graaff en Zonen’ en bleef aan de noordkant van de Nassaustraat. Het pad vanaf de Heereweg naar de landerijen van Blokhuis is nog steeds te zien als het weggetje naar Nassaustaete en de parkeerplaatsen aldaar. Voorbij het weggetje, richting Hillegom, woonde de familie van den Burg, bollenkwekers en stond er een bollenschuur en daarnaast het grote pand van de familie Blokhuis. Naast dit pand werd een huis gebouwd dat de naam ‘Irene’ kreeg. Van de Pruimenhof verhuisde de familie naar huize Irene. Dat huis moest voor de aanleg van de Nassaustraat wijken en werd toen gesloopt. Gijsbert overleed in 1864, zijn zoon Cornelis in 1877. De zoon van Cornelis overleed in 1936 op 78 jarige leeftijd. De familie is jarenlang in het bezit van de landerijen gebleven.

Foto: In het blauw de landerijen van Cornelis Blokhuis in 1880
Foto: LisseTijdReis

 

 

 

BLOKHUIS; De rommeling. (156)

Door Alfons Hulkenberg

Overgenomen uit “Lisse: De Rommeling” uit 1981. Repro-Holland B.V. Alphen aan de Rijn

Cornelis Blokhuis(1815-1877), Wethouder van Lisse

In Lisse is een fraai winkelcentrum en dat heet “Blokhuis”. Wat betekent dat eigen­lijk? Volgens de “dikke Van Dale” is het een kleine sterkte tot versperring van een weg. Dan is die naam dus wel erg toepas­selijk. Dat “sterk” ook wel, al kwam er niet lang geleden een stuk steen naar bene­den, maar die “versperring van een weg” is het helemaal! Geen rijdend verkeer, wandelgebied, waar je dan fijn kunt winke­len. (Als je daar van houdt, natuurlijk). Men heeft dus een goede naam gekozen. Maar er is helemaal niet gekozen. Men heeft gebouwd op ” ’t land van Blokhuis”, een tamelijk kaal, agrarisch terrein, geheel in­gesloten door latere bebouwing, waar vroe­ger de kwekerij was gevestigd der vermaar­de familie Blokhuis. Maar laten we het ver­haal eens helemaal vooraan beginnen.

In het “Familieboek Blokhuis” (1928) lezen we dat de stamreeks begint met Jacob Rijckszoon Bluckhuijs, die in 1662 in het Eemland woonde. Hij heeft een uit­ebreid geslacht Blokhuis nagelaten, alle­maal fatsoenlijke, degelijke mensen, waar­onder we al spoedig schoolmeesters (zéér degelijk dus!), burgemeesters, schouten en hoogleraren aantreffen. Maar hoe komt een Blokhuis nu in Lisse terecht? Omstreeks 1700 woonde reeds in Lisse de bekende familie van tuiniers en handelaren, later vooral ook bloembollenkwekers, De Graaff. Door goeddeels droeve omstandig­heden stond in 1817 de reeds bejaarde Cornelis de Graaff alleen voor de zaak. En er ging daar heel wat om! Zo komt dan zijn oudste schoonzoon, Gijsbert Blokhuis uit Barneveld, naar Lisse. Hij gaat wonen op de Pruimenhof in het “Oosteinde”. Dat zou nu zijn op de hoek van de Heerweg en de Nassaustraat (foto). (Het huis stond op Heereweg 133, red. Website). In 1905 is dit oude huis gesloopt en door moderner wo­ningen vervangen. Men kweekte bij De Graaff bloembollen, heesters en bomen, siergewassen, peulvruchten en geneeskrachtige kruiden.

 

 

Gijsbert Blokhuis (1846-1906). Wethouder van Lisse

Totdat op 1 januari 1840 de firma Cornelis de Graaff & Zonen werd ontbonden en Cornelis en Gerrit Blokhuis, die intussen deelgenoten der firma wa­ren geworden, zelfstandig handel gingen drijven. Een zoon van Gerrit was Gijsbert (1846-1906), die bijzonder ijverig in de firma Blokhuis werkzaam is geweest. Hij was te­vens een lange reeks van jaren wethouder van Lisse en besteedde ook aan dit ambt zijn beste zorgen. Hij stond bekend als iemand met een helder verstand, een ge­moedelijke inborst en een eerlijk karakter. Hij gold ook als gastvrij en weldadig. De Lissese tak Blokhuis heeft behalve deze Gijsbert nog heel wat belangrijke mannen voortgebracht: Cornelis (1815-1877), wet­houder van Lisse, gehuwd met Cornelia van Parijs, Gerrit Blokhuis (1841-1870), burgemeester van Sassenheim, Gerrit (1847-1911), architect, o.a. van het vroe­gere Lissese postkantoor, enz., enz. Dit is alles niet zo verwonderlijk, want in de 18de eeuw was een zekere Gijsbert Blokhuis, een “wiskundenaar”, al burgemeester van Bunschoten. De Firma Blokhuis in Lisse, dat was wat! ledere dag liepen vijf statige heren, vader Cornelis en zijn zoons Kees, Gerrit, Gijs en Marie, vier maal per dag in ganzepas de kwekerij af. De levenswijze was ouderwets en degelijk: geen vloeipapier, maar strooizand; geen gaslicht, maar een blaker, le­dere dag half twaalf werd er “gepeerd”, ook degelijk. De zaken gingen goed. Al zei Mijnheer Blokhuis altijd: “Bij iedere bol moet een half centje bij, maar aan het eind houd je toch nog wat over.” Op de foto zien we nog de hyacinten van de Gebrs. Blokhuis, met aan de overzijde van de Heereweg de woonhuizen en de bollen­schuur. (Daar is nu de Nassaustraat en over dit hyacintenland wordt thans de Keukenhofdreef aangelegd.) Maar, aan al het aard­se komt een einde. De zaak sloot en de fa­milie trok weer weg zoals ze eens gekomen was. De percelen aan de westzijde van de Heereweg, Oomsland, Kotzicht, Verbeid den tijd, de Blinkert en de Symtuin werden verkocht. De stukken land achter de moes­tuin en de boomgaard, achter de huizen en bedrijfsgebouwen, zoals de Mos, de Kleine Venne, Bloemlust, de Wei, het Marke­tuintje, enz., bleven open land, te mid­den latere bebouwingen. Ten slotte werd op een deel der Blokhuis-tuinen het winkelcentrum gebouwd, dat de naam Blokhuis in Lisse doet voortle­ven. En dat centrum breidt zich nu al weer uit. Laten we hopen, dat al die zakenlie­den aldaar er in slagen de geest van Blok­huis altijd levendig te houden: helder van verstand, gemoedelijk van inborst en een eerlijk karakter.

Succes, Blokhuis!

De Pruimenhof

Heereweg 113

 

Bollenvelden van Blokhuis. vanuit het westen. In het midden Heerewg 113

Cornelis Blokhuis ,geboren in 1952

Poelmarkt 50 jaar

Sporen van vroeger (LisserNieuws)                                                             

7 januari 2025

 door Nico Groen

De Poelmarkt en de etagewoningen daaromheen zijn in 1974 opgeleverd. Vorig jaar dus 50 jaar geleden. Op 8 mei 1974 opende burgemeester Berends, door het in gebruikstellen van een neonverlichting, het nieuwe winkelcentrum. Onderstaand verhaal is ontleend aan het boek  ‘Kroniek van Lisse 1970 tot en met 1979’ van Arie in ’t Veld.

Eind zestiger jaren werden veel woningen in de Poelpolder gebouwd. Het gemeentebestuur vond dat de winkels in het centrum van Lisse te ver waren voor de nieuwe bewoners. Daarom werd besloten noodwinkels in garageboxen in de richten. Eind november 1969 werden de winkeltjes geopend in de garages op het binnenterrein van de huizen aan de westkant van de Ruyshornlaan.

De betreffende winkeleigenaren wilden later natuurlijk in de nieuwe Poelmarkt ook een winkel. Men wilde het onmogelijk maken dat een groot winkelbedrijf van elders zich hier zou vestigen. Besloten werd om alle benodigde grond van de gemeente te kopen. De gemeente wilde wel meewerken, maar wel met de eis dat binnen 5 jaar een winkelcentrum gebouwd moest worden, zodat de garageboxen beschikbaar kwamen voor de bewoners.

Opening op 8 mei 1974

In 1973 werd door W.J.E. Tissing, voormalig president van BV Winkelcentrum Poelpolder, de eigenaar van de grond, de eerste van 500 palen voor de bouw van de Poelmarkt geslagen. In het winkelcentrum zouden 16 winkeltjes worden gerealiseerd. Op 8 mei 1974 opende burgemeester Berends door het in gebruikstellen van een neonverlichting het nieuwe winkelcentrum met een bijltje dat 5 jaar eerder ook gebruikt was bij de opening van de noodwinkeltjes. Hij sprak hierbij de legendarische woorden: “Ik wens het eendje uit het Poelpolderembleem een behouden vaart”. Voor degenen die zich afvragen wat dit eendje in het embleem van de Poelmarkt deed: men koos bij het ontwerpen voor een ‘poeleke’ oftewel een eend.

Galerijwoningen

In juni 1973 werd het plan bekend gemaakt dat woningbouwvereniging ‘Het Gezinsbelang’ 60 galerijwoningen zou bouwen rondom het winkelcentrum. Het Gezinsbelang zou aan beide zijden van het winkelcentrum 2 woonblokken van 2 lagen bouwen voor sociale verhuur. Uiteindelijk werden 58 woningen gerealiseerd. Een maand na de opening van de Poelmarkt werd de eerste paal voor de bouw van deze 58 appartementen rondom het winkelcentrum geslagen. Binnen 3 maanden werden deze galerijwoningen gerealiseerd. Aan burgemeester Berends werd de eer gegund om in augustus 1974 de gedenksteen in te metselen. Aan de kant van de Händelstraat en van de Verdistraat werden toen vlak langs de galerijwoningen zuiliepen geplant. Het zijn bomen die een smalle en hoog opgaande groei hebben en mooi passen op die plek. Het zijn nu grote bomen met een monumentale uitstraling. De bewoners hebben er geen last van, want de zuiliepen staan allemaal langs een blinde muur.

In het laatste kwartaalblad van de Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse” staat een artikel van 2 pagina’s over de galerijwoningen rondom de Poelmarkt. Ook staat er bij de foto van de voorkant van het Nieuwsblad informatie over de Poelmarkt.

Foto: De voorkant van het laatste Nieuwsblad van de VOL met een foto van de Poelmarkt
Foto: PR

 

Oud Nieuws: DRIE EEUWEN GRUTTERS IN LISSE op de GRACHTWEG en ’t VIERKANT

In de Grachtweg en op ’t Vierkant waren in het verleden meerder grutters aanwezig.  De grutters vermaalde het graan.

door Dirk Floorijp en Alfons Verstraeten

Nieuwsblad 20 nummer 1, 2021

Uit de archieven komt steeds meer informatie tevoorschijn over hoe de samenleving in ons dorp in het verleden functioneerde. Zaken waar we allang geen weet meer van hebben. Wat is een grutterij, wat zijn grutters?

In een grutterij verwerkte men met name boekweit, wat geen graan is, tot boekweitgort en vervolgens tot boekweitmeel. De zaadkorrels werden in de grutmolen of pelmolen gebroken. Ook haver en gerst werden zo verwerkt. Die pelmolen werd vaak aangedreven door paardenkracht, een rosmolen dus. Koren als rogge en tarwe werd gemalen in een windkorenmolen. In de grutterswinkel, ook grutterij genoemd, werden grutterswaren verkocht: houdbaar en houdbaar gemaakt voedsel. Een grutter, later kwam het woord kruidenier daarvoor in zwang, is dus iemand die grutterswaren verkoopt.

Grutterij in Lisse
Aanvankelijk was de grutterij van Lisse gevestigd aan de Gracht, schuin tegenover de korenmolen. Later vinden we de grutterij terug aan ’t Vierkant. Grutter Andries Verduijn ging daar in de jaren zeventig van de 19de eeuw mee met
de vooruitgang. Hij liet de grutterij toen ombouwen tot een stoomgrutterij. Met deze vooruitgang had men geen paard meer nodig. In het begin van de 20ste eeuw is de grutterij uit Lisse verdwenen. In het pand op ’t Vierkant, Heereweg 230, toen bestaand uit twee panden, begon Albert Heijn, de Zaanse grootgrutter, een filiaal. Zijn naam prijkt nog prominent op de gevel. Hoe de grutterij er heeft uitgezien weten we niet. Er werd meestal met twee man gewerkt, vader met een zoon of een knecht en met een paard. De ambachtsheer had vaak het recht op exploitatie en
verpachtte dat. Van de korenmolen ontving hij het recht van wind: 18 stuijvers. Als we nu op het parkeerterrein bij de Haven staan, merken we niets meer van de grote bedrijvigheid van weleer. Een korenmolen in vol bedrijf ongeveer 20 meter ten oosten van de Molenstraat en een eindje verderop westwaarts de grutterij en daar voorbij de Waag, waar de aangevoerde goederen werden gewogen. Verder de marktschippers op Amsterdam en Leiden en zelfs Rotterdam die hun waren afleverden. Ook tal van hoog opgetaste zeilschepen met vlas van de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden voor de vlasverwerking in de vele vlasovens in Lisse. De oudste vermelding die duidt op het bestaan van een grutterij stamt uit 1666. Jan Aelbertsz Heemskerck (Lisse, 1605 – Lisse, 1667), telg uit een molenaarsfamilie, is zelf ook molenaar en eigenaar van de korenmolen in Lisse. Tevens beschikt hij over een eest: een droogplaats voor het drogen van grutterswaren. Zoon Aelbert Jansz Heemskerck (–Lisse, 1680) wordt genoemd als gebruiker van de grutters eest.

Aan de Grachtweg
Vanaf die datum vinden we in de archieven een hele reeks grutters terug. De grutter was een belangrijk persoon in de gemeenschap. De eerst genoemde grutter Heemskerck was later ook schepen en burgemeester van Lisse. We komen onder de grutters ook functies tegen als vrederechter, schout en kroosheemraad. Interessant zijn de verkopen van de grutterij. Zo vinden we dat in 1707 de grutterij met twee huizen voor de somma van 1645 gulden gekocht is door grutter Adriaan Uitermeer, maar zonder “het swarte paard met de chese en een koperen roskam en krowage ”. Een goed idee van wat er bij de grutterij komt kijken krijgen we bij de verkoop van de grutterij in 1716 aan grutter Van Leeuwen:

4800 gulden wordt getaxeerd en er voor betaald, alsmede:
drie paarden 700:0:0
een wage met tuijgen en beslagen wielen 160:0:0
een kar met zijn tuijg 80:0:0
een chese met de tuijgen 100:0:0
een paardeslee met het tuijg 40:0:0
de grutsteenen, stoelkuijp, sifthark met sijn bakken 400:0:0
de meelstenen, stoelkuijp,
kaarnbuul met sijn toebehoren 300:0:0
ruim honderd zakken 100:0:0
drie gortzakken, een melk en hoekbank 120:0:0
(bedragen werden weergegeven in gulden : stuiver : cent)

Eind 1810 eindigt de reeks grutters die hun werkterrein aan de Gracht hadden. De gruttersknecht Hijndrik Cornelis Pijnacker koopt dan alleen de grutmolen en het bedrijf wordt elders voortgezet. De twee huizen die tot dan toe steeds tezamen met de grutmolen werden verkocht, komen nu in handen van niet-grutters. In het begin van de 19de eeuw is er geen grutterij meer aan de Grachtweg.

De grutterij aan ’t Vierkant
De gruttersactiviteiten verplaatsen zich in het begin van de 19de eeuw van de Grachtweg naar het Vierkant. Wellicht dat in deze periode het vervoer over land belangrijker begon te worden dan het transport over water? Op de plek, nu Heereweg 228 – 230, naast De Vier Seizoenen, worden de gruttersactiviteiten voortgezet. Ook daar wordt weer een reeks grutters in de archieven genoemd. In 1869 vinden we Andries Verduijn als grutter en eigenaar. Hij laat de grutterij in 1873 ombouwen tot een stoomgrutterij. In 1896 is de grutterij in eigendom van vader Andries Verduijn en zijn oudste zoon Frederik Martin Verduijn. Vanaf 1900 is er sprake van een uitdijend familiebedrijf, naast vader Verduijn en zijn oudste zoon werkt er ook zoon Johan Verduijn als grutter. Bovendien zijn er nog twee neven van de zijde van zijn vrouw: Adrianus Carsjens en Wouter Carsjens, beiden ook grutter. In 1896 was aan de Ringvaart al een maalderij met pakhuis gebouwd. Daar stond het bedrijf tot 1951 bekend als graanmaalderij. Daarna blijft het tot de jaren tachtig een groothandel in levensmiddelen. De zaken waren al eerder gesplitst. In 1926 is Johan Verduijn (Lisse, 1879 – Lisse, 1936 ), getrouwd met Gerarda Margaretha van Parijs (Lisse, 1881 – Leiden, 1937 ), de enige eigenaar van de grutterij aan het Vierkant. Hij laat het pand in 1930 slopen om plaats te maken voor het huidige dubbele (winkel)pand. In 1931 vestigt “grootgrutter“ Albert Heijn er zijn 115de filiaal.

SPOREN VAN GRUTTERS IN LISSE

Grutters werden kruideniers en kruideniers gingen over tot zelfbedieningszaken die later supermarkten werden. De
meeste zijn eens als grutterij begonnen sommigen zijn uitgegroeid tot grote winkelketens zelfs multinationals.
Wie weet nog van de “Kijkgrijp” van Mijnders of het “Snoepje van de Week” van de Gruyter. Je keek er naar uit! Zegt de naam Wesselo u nog iets? Of het enorme gebouw van Verduijn aan de Ringvaart waar nu een nieuwe wijk wordt neergezet. Een beetje nostalgie kan geen kwaad!

De graanmaalderij in 1938. Het vrachtschip wordt geladen of gelost.
Foto: Oud Lisse

Gevelsteen “De Rosmolen” Gruttersteeg te Monickendam

 

Het pand van de Coöp is een gemeentelijk monument

Het pand van de honderdjarige  COOP op de hoek van de Kanaalstraat en Kapelstraat is gebouwd in 1929. Het gebouw wordt beschreven.

Sporen van vroeger   (Lisser Nieuws)                                              

20 november 2018

door Nico Groen

In een vorige column van Sporen van Vroeger ging het over de oprichting op 27 september 1918 van de Coöperatieve Verbruiksvereniging “Onderling Belang door Steun verkregen”. Dit jaar dus 100 jaar geleden. Men begon in een klein winkeltje (waar nu Roobol zit) aan de Kapelstraat. Later werd dit uitgebreid  met een groot pand van 1200 m2  op de hoek van de Kapelstraat met de Kanaalstraat, waar nu opticien Bril Jan’t is gevestigd (Kapelstraat 2).

Dit laatste pand is gebouwd in 1929. De winkel met bovengelegen woonhuis is een gaaf voorbeeld van de architectuur uit die tijd. Architect C.W. Barnhoorn uit Lisse ontwierp dit pand in de stijl van de Amsterdamse School. Naast het winkelpand stond in de Kapelstraat oorspronkelijk de woning van de bedrijfsleider. Dit pand is in 1969 gesloopt. Daar wordt nu gebouwd om er bovenwoningen te realiseren.

Het hoekpand heeft een rechthoekige plattegrond en bestaat uit twee bouwlagen onder een samengesteld schilddak. Dat is een daktype dat wordt gevormd door twee driehoekige dakvlakken aan de korte kant en twee trapeziumvormige dakvlakken aan de lange kant van het gebouw. De muren van het noordelijk gedeelte (aan de Kanaalstraat) zijn iets hoger opgemetseld, waardoor de vensteropeningen in het hogere muurvlak op de 1e verdieping groter zijn. Het dak is hier ook hoger. Dat is ook de reden, dat het een samengesteld schilddak wordt genoemd. Het zijn eigenlijk twee daken.
De gevels zijn opgebouwd uit rode baksteen in kettingverband. De vensteropeningen op de begane grond worden omlijst door bakstenen pilaren voorzien van decoratief metselwerk. Deze zijn aan de bovenkant afgesloten door natuurstenen ornamenten. Een horizontale doorlopende, ronde latei boven de vensteropeningen verbindt het geheel met elkaar.

Er waren 3 winkels in het pand

Rechts in de kopgevel aan de Kanaalstraat is de toegang tot de bovenwoning (Kanaalstraat 56). In de afgeschuinde hoek bevindt zich de entree met een deuromlijsting van betonnen blokken. Vroeger was er aan de kant van de Kapelstraat een portiek met 2 haaks op elkaar staande deuren. Op de foto is het portiek te zien. Links was de deur naar conservenafdeling en rechts naar de kruidenierswinkel. Er waren  oorspronkelijk dus 3 winkels in het pand. Aan de kant van de Kanaalstraat verkocht men manufacturen. In 1959 is het portiek vervangen door een raam en werd het geheel één kruidenierszaak. De verkoop van manufacturen verhuisde toen naar Kapelstraat 6, waar nu Roobol zit. In 2006 stopte de Coöp met de verkoop van alles.

Nieuwe website van de VOL 

Bovenstaande gegevens komen voor een deel van de nieuwe website van de VOL: www:oudlisse.nl. Bij aanklikken van het hoofdstuk Monumenten  vindt u bij de gemeentelijke monumenten o.a uitleg over Kanaalstraat 56. Op de website staat bij het hoofdstuk Nieuws ook een uitnodiging voor een lezing voor vanavond, 20 november om 20.00 uur over archeologisch onderzoek in de Bollenstreek, met nadruk op Lisse.

Het pand uit 1929, daarachter het huis van de beheerder met daarachter het eerste winkeltje. Foto: OudLisse.nl

Winkelcoöperatie 100 jaar geleden opgericht

Sporen van vroeger  (Lisser Nieuws)                                                           

6 november  2018

door Nico Groen

Op 27 september 1918 werd officieel de Coöperatieve Verbruiksvereniging “Onderling Belang door Steun verkregen” opgericht. Dit jaar dus 100 jaar geleden. Het was net voor de afloop van de Eerste Wereldoorlog. Er was armoede, honger en weinig  beschikbaar voor de eerste levensbehoeften. Er werden die jaren heel veel coöperaties in het leven geroepen om gezamenlijke voordelen te behalen. Het was een katholieke coöperatie. Men begon in een klein winkeltje (waar nu Roobol staat) aan de Kapelstraat. Later werd dit uitgebreid tot totaal 1200 m2  met een groot pand op de hoek van de Kapelstraat met de Kanaalstraat, waar nu opticien Bril Jan’t is gevestigd. Dit gebouw is in 1929 gerealiseerd in de stijl van de Amsterdamse School. C.W. Barnhoorn was de architect. Het is nu een gemeentelijk monument.

Voor arbeidersgezinnen

Zo’n verbruikscoöperatie was vooral bedoeld voor arbeidersgezinnen. Voor een paar gulden konden katholieke arbeiders lid worden. Dat bedrag hoefde niet in één keer te worden betaald. Door in termijnen te betalen kon ieder arbeidersgezin lid worden. Omdat het een coöperatie was werd de winst als dividend uitbetaald. De winkel bewaarde alle bonnetjes. Aan het einde van het jaar kregen de leden over het totaal van de bonnetjes een paar procent dividend.

De grote bloeiperiode van de Coöp, zoals de coöperatieve vereniging genoemd werd, lag in de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw. In die tijd leefde het coöperatief denken nog volop en waren de zuilen ook nog volop aanwezig in het dagelijks leven. Zo was er aan de Heereweg ook een protestante verbruikerscoöperatie, die ‘Ons Belang’ heette.

De RK Coöp begon met een kruidenierswinkel. Al gauw werd dit uitgebreid met een  manufacturenhandel. Daarna kwam er een bakkerij, een steenkolenhandel en een meubelhandel bij. In de hoogtijdagen telde de Coöp (Onderling Belang) 1900 leden. Vrijwel alle katholieke arbeiders in Lisse waren lid.

In de jaren zestig hechtte men  meer aan individualisme en de verzuiling werd  minder. De winkels van Onderling Belang gingen onvoldoende met hun tijd mee. De gebouwen waren daar ook niet echt geschikt voor. Er waren steeds minder leden, ook door het overlijden van trouwe leden. De meubelzaak en de cooking-winkel hielden het het langst vol. In 2006 sloten de winkels echter hun deuren.

Subsidie van voorheen de Coöp

Daarmee was het echter niet afgelopen. Als steunfonds werd de ‘Stichting voorheen Coöp Onderling Belang’ opgericht. Dit werd gedaan om in de geest van de oprichters in 1918 voor de Lissese gemeenschap iets te betekenen. De netto huuropbrengsten komen in het steunfonds terecht. Dit geld is beschikbaar als subsidie voor doelen met algemeen belang voor Lisse, zoals bijvoorbeeld het Oranje-Comité en het Comité Open Monumentendag. De VOL kreeg voor het maken van het boek ‘Wandel en Fietsroutes langs bomen in Lisse’ ook subsidie. Dit boek is nog steeds verkrijgbaar bij de VOL.

 

Het voormalig pand van de Coöp is een gemeentelijk monument. Foto: BeeldbankLisse.nl

 

 

“HOLLAND’S GLORIE” 1949 LISSE: Lissese middenstandsshow werd groot succes

De middenstandsbeurs ‘Hollands Glorie’ was in 1949 de eerste na de oorlog. De problemen rond de organisatie komen aan de orde.

Door Arie in ‘t Veld

Nieuwsblad Jaargang 17 nummer 2 Lente 2018

De in 1949 gehouden middenstandsbeurs “Holland’s Glorie” was de eerste grote naoorlogse beurs op dit gebied, maar kreeg bij de introductie niet direct de aanhang die men verwachtte. Met name de gemeente liet het in eerste instantie afweten en weigerde subsidie te verlenen. In de raadsvergadering van februari 1949 die maar liefst 32 agendapunten had en tot ’s nachts half een duurde, kwam de beurs ter sprake.

De man met de verfspuit is Nick Bemelman en ook weer niet, het is een “billboard Bemelman”. Vader Jan Bemelman schilderde ook nog in zijn vrije tijd. Aan de wand zie je een paar van zijn nageschilderde werken van grote meesters hangen.

Het Comité voor de Tentoonstelling van Handel, Industrie en Ambacht had het gemeentebestuur verzocht bij een eventueel nadelig saldo de vermakelijkheidsbelasting die men van de entrees verschuldigd is terug te ontvangen tot een maximum van de betaalde belasting. De correspondent van Ons Weekblad meldt vervolgens dat raadslid Randsdorp hier wel iets over wilde zeggen. “Hij begint met wat geschiedenis. Voor de oorlog waren er in Lisse drie middenstandsverenigingen, namelijk de Hanze; de Christelijke Middenstandsvereniging en de Koninklijke. Deze drie hadden in “Lisse Vooruit” een comité van actie. Na de oorlog is alleen de Hanze weer aan het werk gegaan. Ook toen is weer een comité “Lisse Vooruit” opgericht in samenwerking met Hanzeleden.

Sport en roken was toen nog een prima combinatie.

Dit comité zou voor eventuele acties zorgen. De heren hebben hun mandaat nooit teruggegeven maar zijn buiten “Lisse Vooruit” om, op eigen houtje een nieuwe actie begonnen, en wel die aangekondigde tentoonstelling. Die actie is op zich goed aldus Randsdorp maar de kleine man wordt uitgesloten doordat een waarborgsom van ƒ 250,- wordt gevraagd. De traditie wordt vertrapt. Er wordt geen rekening gehouden met het bestaande organisatorische verband. En daarom wilde Randsdorp de gevraagde subsidie niet verlenen. Raadslid Blitterswijk wil er ook niet aan, zo vertelt Ons Weekblad verder. Honderd gulden zou in zijn ogen als waarborgsom wel voldoende zijn geweest.

Mr. W. H. J. M. Lambooy pleitbezorger

Kantoorboekhandel met het snufje onder de tekstverwerkers en calculators: iets groter dan zakformaat en niet te tillen.
Mijnders

Burgemeester Lambooy verbaasde zich vervolgens over die eis van ƒ 250,- waarborgsom voor elke deelnemer. Dat was hem niet bekend. Ook de hr. Van Leeuwen had daar niets van gehoord, hij had nog wel zijn licht opgestoken bij een der kopstukken van het tentoonstellingscomité. Deze had hem bovendien verzekerd dat het conflict met de Hanze al was opgelost. Echter: “Geen kwestie van” zei Randsdorp, waarop Van Leeuwen (volgens de krant) uit z’n slof schoot en heftig verklaarde niet voor leugenaar gezet te willen worden. De burgemeester vond echter dat al dat gekrakeel de raad niet behoefde te interesseren. Hier geldt alleen wie kan er mee doen en hoe. De burgemeester stelt voor om als suggestie van de raad aan het comité voor te stellen dat de kleinere ondernemers zich kunnen combineren en per ƒ 250,- een stem zullen krijgen.

Mijnders van de “Kijkgrijp” had zijn artikelen prachtig uitgestald. Alle standhouders hadden er echt wat moois van gemaakt.

De burgemeester kreeg echter nauwelijks bijval vanuit de gemeenteraad. De hr. Randsdorp blijft er op hameren dat het georganiseerd overleg in de hoek getrapt is. De heren wensen dat niet en moet nu de raad aan zoiets meewerken? Maar de reclame op zichzelf zei Randsdorp wel goed te vinden. De raadsleden Koning en Van Kesteren vallen Randsdorp bij. Vervolgens golft het debat over en weer maar veel steun voor zijn voorstel kan de burgemeester niet vinden. Heel nuchter vraagt raadslid Romein terloops wat bij een tekort het eerst aan de beurt komt: het Garantiefonds of de teruggave van de vermakelijkheidsbelasting. Garantieefonds natuurlijk zegt de burgemeester daar op. Maar, zo meent de hr. De Koning dat zal waarschijnlijk niet de bedoeling zijn.

Foto Koning maakte alle foto’s

Volgens Ons Weekblad probeert de burgemeester nog eens de leden van de raad over te halen het voorstel goed te keuren met het beding dat eerst het Garantiefonds zal moeten worden aangesproken en dat de kleinere deelnemers per ƒ 250,- een stem zullen hebben. Maar neen, de raad laat zich niet overhalen. De hr. Blitterswijk dringt erop aan dat het voorstel wordt teruggenomen voor nader beraad. Dat gebeurt tenslotte, maar pas nadat de burgemeester met stemverheffing heeft gezegd dat hij het jammer vindt dat aan die flinke initiatiefnemers de steun waarop zij recht hebben wordt onthouden. In de volgende raadsvergadering bleek dat er meer duidelijkheid was geschapen. De burgemeester verwoordde het alzo: “De club van actieve winkeliers en de Katholieke Middenstandsvereniging hebben overeenstemming bereikt. Van de Hanze zullen twee leden in het werkcomité zitting nemen.” De raad had vervolgens geen bedenkingen tegen het verlenen van een garantiesubsidie.

Aan de slag met “HOLLAND’S GLORIE” 1949 LISSE

De machinerie draaide als een tierelier en op vrijdagmiddag 13 maart werd de tentoonstelling geopend. Burgemeester Lambooy sprak zijn bewondering uit voor wat er tot stand was gebracht. Van tekeningen tot de werkelijke uitvoering. “Naarmate uw plannen vorm kregen werd ik door uw enthousiasme gegrepen. Vooral toen ook nog bleek dat de Lissese middenstand snel en fel reageerde op de publicaties door gretig de mogelijkheid tot inschrijven aan te grijpen.” De burgemeester constateerde tevens dat in het voortraject al spoedig bleek dat het gedachte tentoonstellingsoppervlak te gering was en men tot aanmerkelijke uitbreiding diende over te gaan. “Zodat u thans 4000 vierkante meter ter beschikking heeft, hetgeen u maanden geleden alleen maar in uw schoonste luchtkastelen durfde dromen. Een prachtig initiatief van de middenstand uit een plaats van 11.000 inwoners, ontstaan door samenbundeling van krachten.” De hr. W. Tissing, voorzitter van de “Vereniging Actieve winkeliers” richtte zich in een kort woord tot beide voorgaande sprekers die van meet af aan veel belangstelling voor het project aan de dag hadden gelegd. “En dank ook aan de directie van Hobaho voor de belangeloze medewerking en dank aan de gemeente voor de ondervonden steun, mede in de vorm van de gegeven garantie.” Vervolgens kregen de genodigden een rondwandeling door wat de krant het Zaken station van Lisse noemde. De correspondent constateerde dat er kennelijk nauwelijks genoeg ruimte was om elke standhouder onder te brengen en op alle gebied er snufjes aanwezig waren om het publiek ervan te overtuigen dat men niet naar de stad hoeft te gaan om inkopen te doen. “En dat alles is zodanig uitgestald dat u de lust bekruipt om te kopen wat al zo lang op het verlanglijstje staat. Van de mooiste auto, wasmachine of radio tot de kleinste artikelen als uit de textielbranche kan men hier terecht. En krijgt men tijdens de rondwandeling trek dan is er ruimschoots gelegenheid om wat te gebruiken. De banketbakkers en consumptiebedrijven plus de Theetuin zorgen met hun beste producten voor de maag,” aldus Ons Weekblad waarvan de redactie het ondoenlijk vond om alle 63 deelnemers te benoemen. “Komt zelf. Het is de moeite waard!”

Publiekstrekker en voor herhaling vatbaar!

En het publiek kwam. In groten getale. Een dikke week later (25 maart 1949) meldde Ons Weekblad dat al 20.000 bezoekers waren geteld. Uiteindelijk werden dat er zo rond de 25.000. En men kwam van heinde en verre. “De bussen zitten vooral tegen de avond tjokvol met bezoekers. Na het uitstappen hoeven ze niet te zoeken waar de tentoonstelling is, want de lichtlijn wijst de weg. De enorme ingang met het schitterende licht ornament en de gekleurde fonteinen vormen een indrukwekkende entree.” De krant tekende ook op dat de standhouders dik tevreden waren. “We hebben met sommigen een praatje gemaakt en de uitkomst daarvan is: tevredenheid. Niet alleen enthousiast over het aantal bezoekers dat boven alle verwachtingen is, maar ook over de relaties welke konden worden aangeknoopt.” Een der thuisblijvers zei eerlijk, “Ik kan mij de haren wel uit het hoofd trekken dat ik niet meegedaan heb.” Wij zouden zeggen een volgend keer beter. Reeds nu bereikten het Comité Actieve Winkeliers van verschillende grote firma’s het verzoek een volgend keer vooral mee te mogen doen. Dat belooft wat voor een volgend keer!” Aldus Ons Weekblad.■

Bron

Dank aan Truus Hagen voor het fotoalbum met alle stands

De gebruikte foto’s zijn allemaal gemaakt door Foto Koning

Met deze foto krijg je een aardig beeld van wat er zo’n 70 jaren geleden rond reed, deze auto’s waren ook eens modern.

ONTWIKKELINGEN ROND PLAN ‘DE ZON’

De chronologische  ontwikkelingen van de plannen rondom magazijn ‘De Zon wordt beschreven.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

13 maart 2018

door Nico Groen 

Magazijn ‘De Zon’ op de hoek van de Kanaalstraat (nr 33) en de Van der Veldstraat (nr 2) was vroeger de winkel van Tissing, later van Herenmode Ruud Slot en daarna van Herenmode Schulte. Het pand staat al enige jaren leeg. Het is een gemeentelijk monument.
In het herfstnummer 2017 van het Nieuwsblad van de Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse” staan de ontwikkelingen rondom dit pand in chronologische volgorde vermeld. Dit staat bij de rubriek Nieuwsflitsen. Hieronder volgt een uitgebreide samenvatting van deze Nieuwsflits.

Door de initiatiefnemer Blokhuis B.V. is op 29 januari 2015 een bestemmingsplanwijziging met bijbehorende omgevingsvergunning voor de bouw van acht nieuwe woonappartementen op deze locatie aangevraagd. Ook de functie van warenhuis verandert hiermee.
Tegen de wijziging is echter door de omwonenden en door Vereniging Oud Lisse beroep aangetekend, waarop de Raad van State op 30 december 2015 heeft gereageerd met de vernietiging van het voorgestelde bestemmingsplan ‘Kanaalstraat 33’ met bijbehorende omgevingsvergunning. Uit het onderzoek van prof. ir. W. Patijn zijn een aantal knelpunten naar voren gekomen. In april 2017 zijn deze toegelicht in de Raadscommissie van Lisse. Een van de punten betreft het feit dat de monumentenstatus door de schaalvergroting aan de achterzijde te weinig wordt gerespecteerd. Ook de schaalverschillen tussen de nieuwbouw op de bestaande laagbouw en de lage bebouwing in de Van der Veldstraat zijn discutabel. Patijn constateerde dat het aantal parkeerplekken onvoldoende was en dat de geplande liftschaft een aantasting van het gemeentelijk monument was.

In het kort samengevat moet het gebouw voldoen aan het straatbeeld, met een subtieler aansluiting op het omliggend stedelijk weefsel, waarbij de monumentale waarde van het gebouw gewaarborgd blijft. In 2017 heeft de heer Patijn gesprekken gevoerd met de initiatiefnemer Blokhuis B.V. en belanghebbenden over het voortzetten en de ontwikkeling van de plannen. De initiatiefnemer wil wel iets doen maar heeft geen haast. Daarom heeft Gemeente Lisse in overleg met Blokhuis B.V zelf in 2017 het Werkboek ’Kanaalstraat 33’ opgesteld m.b.v. eerder gedaan historisch onderzoek door Rob Pex, gepubliceerd in het Nieuwsblad van de VOL, en de gebeurtenissen in de afgelopen jaren. Op 5 oktober 2017 heeft gemeenteambtenaar Maarten Bosman dit  Werkboek ‘Kanaalstraat 33’ besproken met de Monumentencommissie. De heer Bosman vroeg de Monumentencommissie om advies voor de plaatsing van de liftschacht van de nieuwbouw naar het monumentale pand. Ook de locatie van de mogelijke buitenruimte aan de Kanaalstraat bij het appartement op de eerste verdieping kwam aan de orde.
Voor de kwaliteit van woningen is het gewenst om een buitenruimte te maken. Het is echter niet verplicht. De Monumentencommissie  kon zich een liftschacht in het monument wel voorstellen, maar de schacht mag  de gevel in de steeg niet raken. Ook kan de commissie zich voorstellen dat aan de Kanaalstraatzijde van het gebouw een buitenruimte op de eerste verdieping mogelijk is, maar wel op een manier die past bij de architectuur van de gevel. De kracht van het gebouw zit namelijk in de gesloten baksteengevelarchitectuur en is daarmee een mooi voorbeeld van deze bouwstijl uit de vooroorlogse periode.
Het advies van de Monumentencommissie zal worden besproken met de initiatiefnemer Blokhuis B.V. t.b.v. de uitwerking van het plan.
Bovenstaande is een goed voorbeeld van het functioneren van de Vereniging Oud Lisse voor het verdedigen van de belangen van monumentale gebouwen en van omwonenden. Dit kan alleen als er veel mensen lid van de Vereniging zijn.

Het vroegere magazijn ‘De Zon’, de winkel van Tissing, is een gemeentelijk monument. Foto: Nico Groen

Heereweg 211 – voorheen Pastorie Hervormde Kerk

Na de functie als pastorie was het gebouw in gebruik als tandartspraktijk. Anno 2018 kunstwinkel.  Het gebouw staat bekend onder de naam De Oude Pastorie, Grachtweg 2.

Kadaster: D-6208. Bouwjaar: 1876.

De oude pastorie isnu een antiek winkel

 

De Oude Pastorie

Voor DSL beschrijving klik hier: Grachtweg_2