Berichten

DE WINKEL VAN TISSING EN ZIJN VOORGANGERS Deel II: De komst van Tissing, 1905-1938

Tissing begon zijn zaak in een woning aan de Van der Veldstraat, al gauw kon hij een ruimer pand betrekken op de hoek Kanaalstraat/Van der Veldstraat. En daarmee legde hij de basis voor een winkelketen van redelijke omvang die uiteindelijk vijf winkels telde in West-Nederland.

NIEUWSBLAD Jaargang 13 nummer 3, juli 2014
Door R.J. Pex

Inleiding

In het vorige deel zijn we geëindigd bij de familie Hassing die geruime tijd heeft gewoond in een arbeiderswoning die gelegen was op de plek waar later de winkel van Tissing zou komen. Cornelis Hassing heeft er niet alleen gewoond, maar heeft ook het eigendom verworven van deze woning in 1867. Dat bleef zo tot in het jaar 1905, toen zijn erfgenamen het verkochten aan Mattheüs van der Veld.

Afb. 1. De Van der Veldstraat in beeld, ca. 1911-1920. A.M. Hulkenberg, Lisse in oude ansichten (Lisse, derde druk 1987), p. 39

Sloop, 1911

Erg lang is deze Mattheüs van der Veld niet in het bezit gebleven van de negentiende-eeuwse voorganger van de winkel van Tissing; in 1910 verkoopt hij het weer door aan de Gebr. Albertus en Abraham Moolenaar. De gebroeders Moolenaar hadden een aannemersbedrijf aan de Kanaalstraat ter hoogte van de huidige Molenstraat. Het was een goed lopend bedrijf dat dan ook haar sporen nagelaten heeft in het Lisse van rond 1900. Zo hebben de gebroeders omstreeks 1898 een rijtje huizen gebouwd aan de Kanaalstraat, ongeveer tegenover het vroegere aannemersbedrijf (deze hebben later plaats moeten maken voor modernere bebouwing en een weg). Maar waar gebouwd werd, moest ook weleens wat gesloopt worden! Inderdaad is de oude arbeiderswoning uit 1860 na de aankoop door Moolenaar in 1910 geen lang leven meer beschoren geweest: er werd een nieuw pand gebouwd, waarin een zekere Egbert Tissing een winkel in manufacturen begon. Ze opende haar deuren reeds in 1911. Maar wie is nu die Egbert Tissing die hier zomaar opeens lijkt op te duiken?

Egbert Tissing (1875-1947)

Deze volbloed ondernemer was in 1875 geboren in het plaatsje Zijdewind. Later staat hij genoteerd als magazijnbediende en reiziger. In die hoedanigheid heeft hij waarschijnlijk ‘de liefde’ van zijn leven ontmoet: Alijda Carolina Augustina de Liefde, die ook handelreizigster was en bovendien bij hetzelfde bedrijf werkzaam was als Egbert. In 1900 traden ze in het huwelijk. Egbert was toen 25 jaar en zijn kersverse echtgenote zeven jaar ouder. Alijda wilde een eigen onderneming starten. Nu was haar broer, Lodewijk, geen onbekende in Lisse. Hij was namelijk werkzaam als stationschef bij het toen nog nieuwe Lissese station aan het einde van de Stationsweg. Hij wist dat er een dorpsuitbreiding op het punt stond om te worden gerealiseerd aan de Kanaalstraat. Inderdaad werd hier in 1905 de Van der Veldstraat aangelegd. Het echtpaar Tissing-De Liefde, dat inmiddels naar Amsterdam was verhuisd, toog nu naar de Van der Veldstraat in Lisse, waar ze een zaak in manufacturen begonnen. Op 8 maart 1907 werd deze geopend. De winkel liep goed en al na een paar jaar werden er plannen gemaakt om een groter winkelpand te betrekken op de hoek Van der Veldstraat/ Kanaalstraat. En zo kwam hier dus in 1911 Tissing in zicht!

Magazijn ‘De Zon’, 1911-1929

Op talloze ansichten is dit gebouw te zien of op zijn minst het bekende ‘torentje van Tissing’. Het werd, zoals eerder opgemerkt, gebouwd ter plaatse van de arbeiderswoning die timmerman Karel Lindaard hier in 1860 had gebouwd voor, waarschijnlijk, zijn personeel. Daarnaast bevond zich een gelijksoortig gebouw dat in 1911 gevrijwaard bleef van sloop. Voorlopig, want toen Tissing opnieuw wilde gaan uitbreiden in 1938, is deze woning toch onder de slopershamer gekomen. Tissing noemde zijn nieuwe winkel ‘Magazijn De Zon’. Was hij daarin uniek? Niet bepaald, want er verrezen in de periode 1900-1910 nog veel meer manufacturenwinkels in den lande met precies dezelfde naam! De warenhuisketen Vroom&Dreesmann is hiervoor de opdrachtgever geweest. Al deze winkels werden gebouwd in de destijds populaire bouwstijl die Art Nouveau werd genoemd, of – in het Duits – Jugendstil. Een stijl waarin bij voorkeur elementen uit de natuur werden verwerkt. Daardoor kwam uiteindelijk ook het voor de warenhuizen typische zonnetje in beeld. Dit werd al gauw overgenomen door andere winkels in manufacturen, omdat ‘De Zon’ inmiddels symbool stond voor de betere warenhuizen en daar wilde men natuurlijk graag mee vereenzelvigd worden! Waarschijnlijk is dit de reden waarom Egbert Tissing in 1911 besloot zijn nieuwe manufacturenwinkel zo te noemen, ondanks het gegeven dat aan het nieuwe gebouw geen enkel zonnetje te bespeuren viel!

In het eerste decennium van de twintigste eeuw verrezen er meerdere panden met de naam ‘Magazijn De Zon’. Een fraai pand is bijvoorbeeld De Brink 100 in Deventer. De gevel is in 1905 gebouwd in Jugendstil naar een ontwerp van F.M.J. Caron. Hij was samen met J. Kuyt één van de vaste ontwerpers van de warenhuisketen Vroom&Dreesmann. Het (gestyleerde) zonnetje, met daaronder de naam ‘Magazijn De Zon’ is te zien op de zwarte plaat die is aangebracht in het midden van het gebouw boven de toegang Een ander V&D-gebouw die dezelfde naam voerde, vindt men nog altijd in het centrum van Gouda. In 1904 had zich hier een tweetal ondernemers gevestigd met een winkel in manufacturen. Het werd al gauw een fi liaal van V&D, waarna er een nieuw Jugendstilpand verrees onder de architectuur van Piet Buskens. Het kenmerkende zonnetje bevond zich hier in het midden van het gebouw op het hoogste punt (boven de gootlijst): een plek die iets meer voor de hand ligt. Ook in Eindhoven was een fi liaal van V&D gevestigd dat de naam ‘Magazijn De Zon’ droeg. Niet iedereen was gediend van deze ‘nieuwe stijl’ (Art Nouveau). Zo merkte mr. Adriaan Loosjes in het weekblad ‘Buiten’ op over het kersverse gebouw van V&D in Gouda: ‘Is het niet treurig dat men straffeloos voor tientallen jaren een stad op dergelijke manier kan verontreinigen?’ Vanuit dit licht bezien, kan men zich goed voorstellen dat Tissing bij zijn keuze voor een nieuw winkelpand niet een gebouw voor ogen had zoals in de genoemde steden Deventer of Gouda. Dat is het dan ook uiteindelijk niet geworden. Al zijn er bepaalde elementen te herkennen die duidelijk zijn aangebracht met een knipoog naar deze stijl, zoals bijvoorbeeld de geglaasde of geglazuurde stenen ter weerszijden van de grote winkelramen. In vergelijking echter met de genoemde warenhuizen is het in het Lissese geval niet tot een heel uitgesproken Jugendstil gekomen.

1929 voert de winkel van Tissing niet langer meer de oude benaming (Magazijn De Zon), maar is het omgedoopt in Manufacturenhandel Nederland v/h E. Tissing. De reden was het toetreden van de zoon van Egbert, W.J.E. Tissing, in het bedrijf, waardoor het van een eenmanszaak een V.O.F. werd. Egbert Tissing mocht zich toen inmiddels (vanaf 1920) eigenaar noemen van zijn winkel. Daarvoor – van 1911 tot 1920 – heeft hij het dus gehuurd.

Magazijn De Zon in beeld, ca. 1911-1925

Op afb.1 is de Van der Veldstraat in beeld gebracht. De weg werd in 1905 aangelegd. Toen Egbert Tissing voor het eerst naar Lisse kwam, moest hij hier nog over hopen stenen en zand klauteren. Hij vestigde zich, op aanraden van zijn schoonvader, in het hoge pand aan de linkerzijde van de straat. Als deze foto wordt geschoten is dat inmiddels verleden tijd geworden, want het nieuwe pand van Tissing is dan – aan de rechterzijde van de foto – reeds gerealiseerd. We schrijven dan 1911 of iets later. In het achterste gedeelte was het winkeltje van Piet Slobbe gevestigd. De meeste mensen die hier op de foto poseren, kunnen we niet meer thuisbrengen. Alleen dan Egbert Tissing! Volgens Hulkenberg zou dat de vierde man van rechts zijn. Dit is niet juist, indien de man met de bolhoed op afb. 3 met hem te vereenzelvigen is, die op zijn beurt grote gelijkenis vertoont met de negende persoon van rechts (met de fi ets aan zijn hand) op foto afb. 1.

Op de foto van afb. 3 hebben we aan de linkerkant zicht op Magazijn De Zon. De winkelramen zijn fraai vormgegeven in – waarschijnlijk – gietijzer. De stijlen links en rechts daarvan zijn vervaardigd van geglaasde of geglazuurde stenen. De hoofdingang is bescheiden vormgegeven, met daarboven een balkon. Nog hoger bevindt zich de eerste verdieping en daarboven het bekende ‘torentje van Tissing’, maar dat valt in dit geval buiten beeld. Rechts van de winkel bevindt zich een pand dat qua vormgeving iets weg heeft van de arbeiderswoning die zich voorheen bevond ter plaatse van de winkel van Tissing. Het was gebouwd in 1883 door Martinus of Maarten Romijn. In 1926 wordt de manufacturenwinkel van Tissing uitgebreid, zo lezen we in de Kadastrale leggers met betrekking tot dit perceel. Onduidelijk is echter of deze uitbreiding plaatsvond richting het daarnaast gelegen huis van Romijn. Dit pand wordt namelijk pas in 1938 daadwerkelijk gesloopt. In de plaats daarvan verrees het nieuwe winkelpand van Tissing. Iets meer richting de Kapelstraat zien we links het in 1895 gebouwde huis van mandenmaker Aangeenbrug. Ter plaatse van het tuintje is later – in 1926 – de huidige kaaswinkel van Romijn gebouwd. De foto van afb. 4 is genomen vóór 1926, aangezien de kaaswinkel van Romijn nog niet bestaat. Wél zien we nog – achter de kapokbalen – de woning uit 1883. De kapok kwam helemaal uit Nederlands-Indië en werd gebruikt voor het vervaardigen van matrassen. De fraaie gietijzeren winkelramen zijn hier goed zichtbaar, met ter weerszijden de al genoemde stijlen/pilasters. De ansicht van afb. 6 brengt het hele gebouw in beeld. Het heet dan nog Magazijn De Zon’. De kaart heeft waarschijnlijk gediend als reclame, al moet opgemerkt worden dat de oplage bijzonder gering moet zijn geweest, gezien de grote zeldzaamheid van deze kaart. Tenslotte brengt afb. 7 het interieur in beeld. Iets wat waarschijnlijk zelden is gebeurd in de (vroegere) geschiedenis van Tissing. We kijken naar de hoofdingang. Rechts bevinden zich, keurig opgerold en opgeborgen in vakken, allerlei katoenen/linnen stoffen, waarvan kleding kon worden gemaakt. Pas vanaf de jaren dertig is men er ook toe overgegaan confectiekleding te koop aan te bieden. Een bijzondere foto!

Conclusie

We eindigen dit deel in het voor de winkel van Tissing belangrijke jaar 1938. Dan zal het pand van 1911 plaats moeten maken voor een moderner gebouw. Inmiddels had Tissing goede zaken gedaan, hoogstwaarschijnlijk in samenwerking met zijn echtgenote, die ook wel wat handelsbloed door haar lichaam had stromen. Begon hij zijn zaak in een woning aan de Van der Veldstraat, al gauw kon hij een ruimer pand betrekken op de hoek Kanaalstraat/Van der Veldstraat. En daarmee legde hij de basis voor een winkelketen van redelijke omvang die uiteindelijk vijf winkels telde in West-Nederland. In het volgende deel richten we onze aandacht op de periode 1938-heden.

Bronnen

Coll. E. Tissing te Lisse, aangevuld met herinneringen en anekdotes. A.M. Hulkenberg, Lisse in oude ansichten II (Lisse, derde druk 1987). E. Vergunst, Geschiedenis van Lisse in oude ansichten en plattegronden (Schoonhoven, 2007).

Reactie

Reactie op DE WINKEL VAN TISSING EN ZIJN VOORGANGERS Jan Wiebes schrijft: “Wat mij opviel was de beschrijving over de gelijkenis tussen de Heer Egbert Tissing – de vermoedelijke bolhoed persoon – en de negende persoon met fiets, (zie detail foto hierboven). De grote man met fiets is de heer Johannes (Jan) Petrus van der Hulst, geb. 08-04-1880 te Lisse.

Zijn zoon Petrus (Piet) Johannes van der Hulst, geb.04-04-1901 te Lisse, heeft in 1925 het pand gekocht op de hoek Kapelstraat-Grachtweg, en is daar een schoenwinkel begonnen en heeft de werkplaats (het kapel) gebouwd. In 1942 heeft hij de boel van de hand gedaan, en is hij de bekende dierenzaak begonnen in de Van der Veldstraat 15. Zijn jongere zoon Piet van der Hulst geb. 17-06- 1938 te Lisse is onze huidige buurman.

Familie Mijnders in Lisse

In 1636 kwam Johann Meiners vanuit Wardenburg uit Oost-Friesland in Duitsland. Johannes (1872) begon van Mijnders Meubelen. Zijn zoon Johannes Cornelis (1913) begon voor zichzelf met de ‘Eerste Lissese Eiercentrale’. Later werd dit de Kijkgrijp, vervolgens de Cash & Carry. Later werd het bedrijf voortgezet aan de Grachtweg.

door Laura Bemelman

NIEUWSBLAD Jaargang 13 nummer 1, januari 2014

In dit kwartaalblad staat de kwartierstaat van de kruidenier Johannes Cornelis Mijnders. Over deze familie is het nodige geschreven in diverse familieboeken. Een deel van deze informatie is in dit stukje verwerkt. Johann Meiners is de stamvader van de Mijnderstak in de Bollenstreek. Hij komt uit het Hertogdom Oldenburg in Oost-Friesland, waar hij in 1636 in Wardenburg geboren zou zijn.

Gerd, Gerd, Gerd (Gerrit), Gerrit, Gerrit en Gerrit

Via zijn zoon Gerd Meiners (1675) en Gerd Meiners (1714) komen we bij Gerd (Gerrit) Meiners (1751). Deze trouwt in Amsterdam en vestigt zich daar als metselaar. Wanneer hij zich in 1776 laat inschrijven als poorter van Amsterdam wordt zijn naam als Mijnders vermeld. Uit dit gezin worden in Amsterdam tien kinderen geboren, een ervan is Gerrit Mijnders, in 1780. Deze trouwt in Amsterdam met Grietje van Santen uit Hillegom en wordt metselaar net als zijn vader, aanvankelijk in Amsterdam en later in Hillegom. Gerrit Mijnders en zijn vrouw Grietje krijgen elf kinderen, de meeste kinderen zijn in Hillegom geboren. In 1809 komt daar ook hun zoon Gerrit ter wereld.

Gerrit Mijnders, geboren in Hillegom in 1809, klimt op van metselaar naar metselaarsbaas. Hij trouwt in 1838 in Lisse met Elisabeth Margaretha Mudblee uit Amsterdam. Het gezin woont in Lisse en krijgt zes kinderen. Slechts twee kinderen worden volwassen, dochter Elisabeth Geertrui en hun zoon Gerrit.

Gerrit Mijnders in Lisse

Gerrit Mijnders wordt geboren in Lisse in 1840. Van metselaar en timmer-mansknecht groeit hij uit tot aannemer in Lisse. Hij trouwt in 1864 in Lisse met Josina Beyer uit Benthuizen. Gerrit is in 1865 een van de oprichters van de ‘Gereformeerde Gemeente’ in Lisse. Hij is ook de aannemer van de bouw van de kerk, op de plaats waar nu een vestiging van ‘C&A’ is, aan de huidige Kanaalstraat. De grond waarop de kerk gebouwd wordt, is door de kerkgemeente gekocht van Gerrit Segers voor f. 250,-. De bouwkosten van de kerk bedragen f. l .218,- .

Later, in 1904, is Gerrit Mijnders medeondertekenaar van het verzoek aan koning Willem III, om een christelijke school in Lisse te mogen oprichten.

Johannes en Hendrik Mijnders

Gerrit Mijnders en Josina Beyer krijgen acht kinderen. De twee kinderen die in Lisse de meeste bekendheid gekregen hebben zijn Hendrik, geboren in 1877 – zijn zoon stond later aan het hoofd van ‘Mijnders Meubelen’ – en Hendriks’ oudere broer Johannes, geboren in 1872. Samen met zijn broer Hendrik besluit Johannes tot de oprichting van de ‘Eerste Lissese Eiercentrale’. Hij heeft als een van de eerste inwoners van Lisse telefoon, nummer 17, en een auto, een T-Ford. Dan wordt de eiercentrale opgeheven en richten de broers zich op de bloembollenexport.

Comestibles – J. Mijnders — Zaadhandel’ op de gevel, de T-Ford voor de deur en op het portier van de auto staat het telefoonnummer ’17’

Maar als de handel met Engeland rond 1900 minder winstgevend wordt, besluiten Johannes en Hendrik samen een kruideniers- annex zaadhandel te beginnen.

Johannes Mijnders trouwt in 1903 in Lisse met Cornelia Johanna Tromp. Zij krijgen een gezin van negen kinderen, maar twee kinderen overlijden al op jonge leeftijd. Johannes Mijnders is, net als zijn vader, in 1904 benoemd tot lid van de commissie die de oprichting van een christelijke school in Lisse moet realiseren. Er komt Koninklijke toestemming en in 1905 wordt met de bouw van de school begonnen. De schoolvereniging neemt de bouwkosten van f. 24.442,- voor eigen rekening. Om de school over de gracht te kunnen bereiken moet een ophaalbrug gebouwd worden. Ook deze brug wordt voor rekening van de school gebouwd. Al op 20 november 1905 kan de school worden geopend.

Dan komt in 1907 een einde aan de samenwerking tussen de twee broers, als Hendrik besluit een manufacturenwinkel te beginnen op een ander adres op de Kanaalstraat, onder de naam ‘Magazijn De Vlijt’. Vele Lissers zullen zich deze winkel nog goed kunnen herinneren. Johannes zet de eerder genoemde zaak voort, verderop in de Kanaalstraat, daar waar ‘Linker Lisse’ nu zit. Op de gevel prijkt een mooie naam: ‘Comestibles – J. Mijnders – Zaadhandel’.

Johannes Cornelis Mijnders begint voor zichzelf

Bezorger van kruidenierswaren Martien Horsman

De jongste zoon van Johannes Mijnders wordt geboren in 1913 in Lisse. Hij wordt op jonge leeftijd kruidenier zoals zijn vader. Hij begint een nieuwe zaak, samen met zijn zus Jacoba, in een noodwinkel tegenover de steenfabriek, aan de kant van de Watertoren. Totdat het enkeltramspoor vlak voor de winkel verbreed moet worden naar dubbelspoor en de winkel moet wijken. De kruidenierszaak van Johannes Cornelis en zijn zus krijgt dan onderdak in een van de kleine witte huisjes aan de overkant van de Heereweg. Dit huisje wordt ingericht als winkel. Zus Jacoba trouwt met Isaac Boom en samen zetten ze de winkel daar voort. Johannes Cornelis gaat terug naar het dorp, naar de winkel van zijn vader. In de kruidenierszaak op de Kanaalstraat werkt ook Albert Groothedde, die met Jans jongste zus Cornelia getrouwd is. Johannes Cornelis trouwt in 1939 met Christina van Haaften. Zij krijgen zeven kinderen, de oudste zoon is Jan Mijnders, geboren in 1942.

De Kijkgrijp en Cash & Carry in Lisse

Samen met zijn zwager Albert als compagnon, begint Johannes Cornelis rond 1949 de eerste zelfbedieningszaak in Lisse. Onder de veelzeggende naam ‘De Kijkgrijp’, is dit een van de eerste zelfbedieningswinkels in ons land. De zaken gaan goed en het kruideniers duo opent vervolgens een ‘Cash & Carry’ op de hoek van de Grachtweg en de Kapelstraat, in een oude bollenschuur van Parijs. Als Albert Groothedde na vele jaren uit de zaak stapt, komt Johannes Cornelis’ oudste zoon Jan in de zaak. Het oude gebouw op de hoek van de Grachtweg/Kapelstraat wordt gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Kruidenier Johannes Cornelis Mijnders metselt in 1973, samen met zijn zesjarige kleinzoon en naamgenoot, de gedenksteen ‘Ora et Labora’ in, voor de nieuwe ‘Consumentenmarkt De Haven’. Die steen zit er nog steeds.

Bronnen

o.a. familiegegevens uit ‘Mijnders is mijn naam’ van Gerard Galema;

Naamlijst voor den Telefoondienst 1915, regio Lisse;

Burgerlijke Stand akten van Lisse;

Geschiedenisinformatie Christelijke basisschool ‘De Akker’ in Lisse (website);

Interview met de heer Kees Mijnders.

De ‘Cash & Carry’op de hoek van Kapelstraat en Grachtweg

DE BIBLIOTHEKEN VAN LISSE: deel III

Een bibliotheek annex boekenwinkel was gevestigd in de Kapelstraat. Dit was de algemene bibliotheek. Deze bibliotheek stopte toen het echtpaar de Haas met pensioen ging. Romeyn bouwde toen zelf een bibliotheek op.

door Bas Romeyn

NIEUWSBLAD Jaargang 12 nummer 1, januari 2013

Boekhandel annex bibliotheek (of eigenlijk andersom) “De Volharding” was gevestigd in de Kapelstraat. In het pand waar nu de Christelijke Boekhandel zich bevindt. De wat stoffige zaak werd gedreven door het echtpaar de Haas (als ik het goed heb), die op hun beurt de zaak inclusief inboedel overgenomen hadden van C. Moolenaar. Was mijn eerste bibliotheek samengesteld door gereformeerde mannenbroeders, de tweede nog door de Paus zelve met wijwater was ingezegend, de derde en laatste bibliotheek van ons voorzichtig ontluikende dorp kan als “algemeen” gekenschetst worden. Hier was het echte werk te vinden. In de kleine winkel stonden de te verkopen boeken in een fraaie, klassistische eiken kast. Bij het liquideren van de zaak, jaren later, heb ik gaarne van het aanbod gebruik gemaakt om deze over te nemen. Hij heeft zeven jaar in ons eerste huis (Heereweg 87) staan pronken. Achter de toonbank bevond zich in een duister, geheimzinnig labyrint, bestaande uit smalle gangen, de bibliotheek. De basis bestond nog uit boeken van de vorige eigenaar, allemaal van voor de oorlog. Een catalogus bestond niet. Je hoefde alleen maar een genre op te geven waarop je een dikke stapel boeken kreeg. Verwacht werd dat je er direct minimaal één zou nemen. Er was eigenlijk maar één ontsnapping aan dit rigide systeem mogelijk, door te zeggen dat je ze allemaal al kende. Of, van deze methode maakte ik graag gebruik, door ook boeken te kopen en niet alleen te lenen.
Direct al begon ik enthousiast met de onvolprezen en in die tijd mateloos populaire Bob Evers-serie. Wat een fantastische, spannende en vooral humoristische jongensboeken waren dat! Ze waren geschreven door Willy van der Heide (Willem Waterman). In die tijd kwamen er met enige regelmaat nieuwe delen uit. Feest! Betreffende reeks was genoemd naar de Amerikaan Bob Evers. Dit fi guur is eigenlijk nooit zo goed uit de verf gekomen. Het ging om Arie Roos en Jan Prins. Bob gaf wel dat exotische, dat moderne, dat rijke-oom-uit Amerika gevoel aan de boeken mee. Er werd wat afgelachen en geschoten! Vooral de boeken die zich afspeelden op de Kaag (de auteur woonde aldaar) en in Lisse ( met ene Grimbergen!) spraken natuurlijk zeer tot de verbeelding.
Na de Rode Pimpernel, Scaramouche, Captain Blood en nog veel meer historische romans, waarin elegante edellieden, uiteraard voorzien van fl itsende degens en gesteven puntsnorren, smachtende jonkvrouwen het hof maakten, stuitte ik op Thackery Austen en de gezusters Brontë. De facto ook kasteelromans, maar toch op een hoger plan. Dit was literatuur! Er was geen houden meer aan: de onnavolgbare Charles Dickens, met zijn huiveringwekkende ellende en zijn hilarische  humor. Ze trekken weer aan me voorbij: Jings, die lieve kleine Dorrit, Pip, David, mr. Pecksnifft, ach zo kan ik nog wel even doorgaan. De oplichter Tchitchikov van Gogol, het navrante Rood en Zwart van Stendahl, Poe, het vaak herlezen De graaf van Monte Christo, Goethe, Svevo, de subtiele, verslavende Proust. Het wurgende Effi e Briest.. Bij toeval ontdekte ik ook de Vlamingen. Na het eerste boek, ik meen het fi jnzinnige Elias en het gevecht met de Nachtegalen (wat een titel!) was ik verkocht. Wat een sfeer, wat een taalrijkdom. Ze volgden allemaal, inclusief de kaler schrijvende maar briljante Willem Elsschot.
Op een gegeven moment ging het echtpaar de Haas met pensioen en ben ik de vierde bibliotheek van Lisse zelf op gaan bouwen. Een droombibliotheek bestaande uit vele interessegebieden. Deze dijde in de loop der vele jaren zodanig uit dat ik in grote ruimtenood kwam. Er was maar één oplossing: een ander huis! En zo zijn we aan en in het Oude Koningshuys gekomen! Wat boeken al niet teweeg kunnen brengen.

Reactie

Bas Romeyn zette in het laatste deel van “de bibliotheken van Lisse” (jan. 2013) een vraagteken bij de naam van degene die boekhandel annex bibliotheek “De Volharding” leidde. Ruud Nieuwenhuis meldt dat dit de heer Werner Haas was.

 

Restauratie van 100 jaar oude vaandel van de Lisser RK Middenstands Vereniging St. Jozef “De Hanze”

Corrie Swinkels-Verwer presenteerde het vaandel tijdens een lezing over de geschiedenis van borduren en handwerken.

Nieuwsflits

NIEUWSBLAD Jaargang 11 nummer 2, april 2011

Op 14 februari 2011 ontving de Vereniging Oud Lisse van de Broederscongregatie “Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten” in Voorhout het schitterende ca. 100 jaar oud vaandel, dat heeft toebehoord aan de RK Middenstandsvereniging St Jozef, “De Hanze” te Lisse (zie ons Nieuwsblad Jrg. 10 nr. 2 (April 2011)) Na de inspectie van het vaandel werd besloten om het te laten restaureren.
Heel bijzonder is het, dat mevr. Corrie Swinkels-Verwer ons aanbood om deze restauratie voor de vereniging gratis te doen, waarvoor wij haar bijzonder dankbaar zijn! Corrie is restaurateur van oud textiel en was ook werkzaam voor het Rijksmuseum.
Nadat ze een jaar met deze complexe restauratie van het vaandel bezig is geweest, presenteerde zij het gerestaureerde vaandel dinsdagavond 20 maart in het Cultuur Historisch Centrum “De Vergulde Zwaan”.
Het was een bijzonder boeiende avond met ca. 50 belangstellenden. Ook hebben onze vrijwilligers (o.l.v. Chris Balkenende samen met anderen) de inrichting van de zaal keurig verzorgd. Corrie had heel veel bijzondere textielstukken en merklappen meegenomen en na de uitstalling van haar textiel stukken in de zaal leek het wel een museum!

Broeder Dalmatius (92 jaar!) van de broederscongregatie (“jongeman” zoals Koos van der Zwet hem aankondigde, want hij is nog heel vitaal), hield voorafgaand aan de presentatie van Corrie een inleiding. Hij vertelde hoe het vaandel indertijd bij hun terecht was gekomen in Voorhout (naam van de gever uit Lisse kon niet meer achterhaald worden) en over de achtergrond van de broederscongregatie in Voorhout.
Daarna hield Corrie een inleiding over de geschiedenis van borduren en handwerken, aan de hand van vele in de zaal uitgestalde voorbeelden, ook uit Lisse. O.a. de omvangrijke collectie oud textiel, merklappen en andere voorbeelden uit het handwerkonderwijs die ze van mevr. Cock Nieuwenhuis had ontvangen.
Na de pauze legde ze in detail m.b.v. een diapresentatie uit hoe de restauratie van het vaandel verlopen was, waarna onder veel applaus het gerestaureerde vaandel werd onthuld, dat een aanwinst is voor onze vereniging.
Kortom het was een fantastische avond! Broeder Dalmatius nodigde de Vereniging Oud Lisse uit om in kleine groepen (max.8-10) een of meerdere afspraken te maken voor een bezoek aan het prachtige museum van de broederscongregatie in Voorhout. Komen we op terug!

Oproep

Op het vaandel van de “De Hanze” afdeling Lisse staat dat de afdeling in maart 1912 is opgericht. Precies 100 jaar geleden! Helaas is er over het vaandel en over de middenstandsvereniging bij ons niet veel bekend. Mocht u meer weten van de geschiedenis van het vaandel of van de vereniging dan horen we dat graag van u.
Vroeger werd er vaak gebruik gemaakt van een vaandel. In Lisse moeten veel meer vaandels gebruikt zijn. Misschien heeft u daar ook informatie over. We houden ons aanbevolen

broerder Dalmatius en Win Bosch

 

Niets nieuws onder de zon: discussie over de zondagsopenstelling van winkels in Lisse

In 1932 werd gediscuteerd over de vraag of de winkels op zondag opengesteld zouden moeten worden. De gemoederen in de gemeenteraad liepen hoog op. De openstelling op zondag ging niet door.

door Maarten van Bourgondiën

NIEUWSBLAD Jaargang 10 nummer 1, januari 2011

L’histoire se répète: de zondagsopenstelling van winkels is al geruime tijd onderwerp van gesprek en laat ook de Lissese gemeentepoli­tiek niet onberoerd. Dat was 80 jaar geleden niet anders. Zoals straks zal blijken, werd ook in 1932 gediscussieerd over de vraag of de winkels in Lisse op zondag open mochten zijn. Ter illustratie volgen hieronder de notulen van de gemeenteraad van 11 maart en 18 mei 1932 waarin deze kwestie aan de orde wordt gesteld. De notulen spreken voor zich, maar hier en daar heb ik ter verduidelijking tussen vierkante haken extra infor­matie toegevoegd.

De notulen van de gemeenteraad in het Gemeentearchief van Lisse bevat­ten veel meer van dit soort interessante kwesties. Wilt u meehelpen met het speuren naar leuke of interessante verhalen die in het Nieuwsblad geplaatst kunnen worden, dan kunt u zich aanmelden bij de coördinator van de Werkgroep Historie en Genealogie (maartenvanbourgondien@hotmail.com. De werkgroep bestaat slechts uit een paar mensen, dus wij kunnen uw hulp hard gebruiken!

Notulen van de gemeenteraad

11 maart 1932 [1]

De voorzitter kan het standpunt van den Heer Noorlandt zeer waarderen [schrappen van artikelen 3 en 5 der Winkelsluitingswet], doch heeft gehoord dat de belangen bij het open zijn van de winkels en den verkoop van bloemen op Zondagen gedurende de z.g. bloementijd zoo groot zijn, dat zij het voorstel wettigen [voor een later sluitingsuur van de winkels]. De Heer Warmerdam zegt, dat deze streek in den bloementijd van bij­zondere beteekenis is. Wij willen de vreemdelingen van deze streek niet afstooten door hen te ontnemen wat een bezoek veraangenaamt.Bovendien rekenen de Middenstand en de arbeiders voor de instandhouding van hun zaken en gezinnen op extra verdiensten van die dagen. De Heer Tromp zegt, dat de Wet Gods het doen van zaken op Zondagen verbiedt en men van het op die dagen verdiende geld geen Zegen kan ver­wachten. Spreker zou gaarne zien dat voor de artikelen 3 en 5 geen meer­derheid te vinden is. De Heer Kingma merkt op, dat men iets kan gebruiken zonder dat de win­kels open zijn en gaat mee met het betoog van de Heer Tromp.

Hierna brengt de Voorzitter het voorstel van den Heer Noorlandt in stemming.

Voor stemmen de Heeren J. Noorlandt, A. Verduijn jr., J. Kingma, J.P. Segers en G. Tromp.

Tegen stemmen de Heeren A.H. Schrama, P. Romijn, C. Langeveld, A.Th. van Kesteren, C. Schrama, L. Onderwater, J. Pijnacker en P. Warmerdam, zoodat het voorstel van den Heer Noorlandt verworpen is.

Verordening Uitvoering Winkelsluitingswet

Artikel 3

Artikel 2 sub a der Win­kelsluitingswet bepaald, dat het verboden is ge­durende den Zondag een winkel voor het publiek geopend te hebben. Afwijking daarvan wordt voorgesteld voor den z.g. bloementijd.

Artikel 5

Artikel 8 der Winkelsuitingswet verbiedt  , het verkoopen en te koop aanbieden langs wegen en vaarten op

Zondagen. Eveneens als in artikel 3 verdient een uitzondering te worden gemaakt voor den z.g. bloementijd.

Besluit

Artikel 3

In afwijking van het bepaalde in artikel 2 sub a der Wet, wordt toegestaan om een winkel voor het publiek geopend te hebben op de Zondagen, welke vallen in het tijdvak van 21 Maart tot en met 31 Mei.

Artikel 5

In afwijking van het bepaalde in artikel 8 der Wet, wordt toegestaan om af­gesneden bloemen te verkoopen, te koop aan te bieden en daarmede te ven­ten op of aan voor het openbaar verkeer openstaande land- en waterwegen tusschen 8 uur des voormiddags en 8 uur des namiddags op de Zondagen, welke vallen in het tijdvak van 21 Maart tot en met 31 Mei.

18 mei 1932 (2)

Aanpassing Winkelsluitingswet

Het open zijn der winkels op de Zondagen van 21 Maart tot en met 31 Mei wordt beperkt tot de winkels, waar uitsluitend of in hoofdzaak worden verkocht de artikelen in artikel 3 van het aangeboden concept-raadsbesluit genoemd.

Geen der leden geeft een andere wensch te kennen, zoodat de verordening ongewijzigd wordt aangenomen.

Winkels die op Zondag open mogen zijn:

  1. fotoartikelen, prentbriefkaarten
  2. brood, koek, banket, suikerwerk en chocolade
  3. fruit
  4. melk en andere alcohol vrij e dranken
  5. tabaksartikelen
  6. bloemen

[het besluit van 11 maart 1932 is hiermee ingetrokken en vervangen door het besluit van 18 mei].

Noten

Gemeentearchief Lisse, inv. nr. 540.

Uitzondering de bloementijd. Ansichtkaart afkomstig uit de collectie van Jetty Tempelman

Welke winkels waren er in de 2e Wereldoorlog? Reacties en aanvullingen van lezers

Het artikel van Henk Schalk in het Nieuwsblad van juli 2009 en de reacties daarop, heeft weer heel wat reacties opgeleverd.

door Henk Schalk

NIEUWSBLAD  9 nummer 1, januari 2010

Het artikel van Henk Schalk uit het nieuwsblad van juli 2009 en de reacties die daarop volgden blijven heel wat reacties opleveren. Onze fotocollectie is daardoor weer uitgebreid. Reacties blijven natuurlijk zeer welkom.

Mevr. v.d. Veek-Ruigrok schrijft: aargang 8, nr.3 en 4 heb ik met aandacht gelezen. Het ging over winkels
in de Wereldoorlog. Ik ben van 1924 en woonde in de Veldstraat. Daar was op Nr. 2, Piet Slobbe met een snoepwinkeltje. Voor 1 cent kreeg je al 2 stelen drop of zoethout, een kleurbal of witzwart e.d. Op Nr 14 was een groentewinkel, van Oosten en later een kruidenierswinkeltje van Kool. Een broer en een zus. Zij hoorden bij een Protestantse Kerk, zij gaven hun klanten altijd een hand. Ik weet niet zeker wie van de twee er tijdens 1940-1945 in zaten. Op Nr. 1 woonde Daan Been, met melk, kaas, boter en eieren.In de Wagendwarsstraat was op de hoek met de Wagenstraat een Dameskapster, Mevr. Degger, geen winkel. De andere hoek, Martien van Stein, met schoenreparatie. Aan de overkant, Cafe Jos van Riel. In de mobilisatie zaten daar onze soldaten en later de Duitse soldaten. Voor aan in de straat was de winkel van Nieuwenhoven, bloemen en tuinonderhoud van de Notabelen in ons dorp. Bij de boerderij van de Fam. Hulsbos aan de Kanaalstraat verzorgde hij de voortuin en plantte daar
fuchsia`s. Nu is dat Vrouw Holle. Graficus had wel een winkel met kantoorartikelen en je kon daar boeken huren. Ernaast was een snoepwinkel van Arie van Stein, bijgenaamd Kedet, waarom weet ik niet. Naast van Zelst was het Cafe van Kerkvliet, mijn moeder maakte met de feestdagen boerenjongens en dan haalden wij daar 2 maatjes Anizetta en blanke rozijnen bij Wijnberg, die woonde op de Heereweg. Ligtenberg met sigaren was er ook al. De boekhandel van die broer weet ik niet. Dan krijgen we naast de Kooker, Kapsalon van Hagen, dames en heren.
Zoals Hans van Duijnhoven al schreef was het Peet Zwetsloot die op de Kanaalstraat woonde. Aan de andere kant, naast Romijn, was de mandemaker van Aangeenbrug. En bij van Biezen kocht je de Gasmunten voor 11 cent per stuk. Naast Timmermans was een meubelzaak, van der Meer en sigarenwinkel van Antoon Mesman. Nog een sigarenwinkel van Fam. Meskers in de Schoolstraat. Op de Grachtweg een kleine Wasserij van v.d. Hoorn. Daar werden de boorden van de mannen gestreken en gesteven voor de Zondag en met een manchetknoop aan het overhemd gedaan. Arme mannen. Op de Heereweg naast de Witte Zwaan, de sigarenwinkel van Van Turenhout en sportartikelen voor te vissen, naast de schoenwinkel, de volgorde weet ik niet meer, Cafe `t Haantje, ik dacht nog een bakker, Goldberg. Rijwielen van Gé Bruijnen en een manufacturenwinkel van Klaver. Een lange smalle ingang, met opzij twee etalages. Voorbij Jamin was v.d. Tang, Zaadwinkel. Naast Freriks, een brede poort en dan Cafe de Duif en melkhandel Smit, dan het Rottenest. Nu komt Wijnberg en Slager Persoon, Opdam, Melman en sigarenwinkel Meiland. We gaan bij v.d. Mark de hoek om. Aan de rechterkant was Berk, de klompenmaker. Dan de opslagplaats van de Gebr. van Rooyen (mijn ooms). Verderop in een klein tussenpad de dames v. Kesteren met koffie en thee en wat snoepgoed. Aan de overkant petroleumboer Langelaan, die ook wat kruidenierswaren verkocht. Hij had een mooie spreuk op deur of raam. Die krijg ik misschien nog van Riet Opdam, die weet hem nog uit haar hoofd. Van haar en van Greet v. Stijn heb ik ook informatie gekregen. Aan de andere kant van de Heereweg, voorbij Buschman, een oud echtpaar Dames Bruijnen, dat Roomse spullen verkocht zoals beeldjes, rozenkransen en boekjes. En boekhandel van Houberg en kapper Franssen. Zie bijgaande foto en achterkant.

Heerensalon en Damessalon Franssen Foto coll. kleindochter

Achterop de foto staat het volgende geschreven: Deze foto heb ik gekregen van mijn schoonzus. Op de foto staan haar Opa en Oma en haar vader. Zij oonden aan de kant van Buschman, Nr. 237. Fam. Franssen.

Naast Witsenburg was Berkhout-Kroon. Hij had al een Ford en ging daarmee met stoffen en dergelijke naar de klanten. Het eerste stuk van de winkel van v.d.Geest heeft v. Schooten gezeten, met sigaren. Voorbij Goudkade weer een sigarenwinkel van Henk Kortekaas. Naast De Gruyter een Cafe v. Streng. Er was een balustrade voor. Weet niet of die toen nog gebruikt werd. Naast Geerdes melkhandel v. Dijk en dan schoenwinkel v. Stijn en achterom de reparatie. Koos v. Stijn kwam `s maandagsmiddags de schoenen ophalen en dronk bij ons thee en dan kwamen de verhalen over Lisse los. Carels met stoffenwinkel en garen, spelden e.d. Voorbij v.d. Meer al weer een sigarenwinkel van v.d Heijden? Stroet met bloemen. Duivenvoorde met een zaadwinkel. Jo Bruijnen met Radio`s en fietsreparatie. Mijn oudste zus heeft daar gewerkt en mijn moeder kon daar een radio huren, het was een bakbeest, zo groot, af en toe moest je er een klap op geven, anders deed hij het niet. Die ging natuurlijk snel weer terug. Nu iets leuks: Melkslijter Hoogenboom had volgens mij een hondenkar en ging met melk langs de deur. Met een pint van een halve liter, schepte hij de melk uit de bus, maar dat ging zo snel dat de pint niet goed leeg was. Dat was winst voor hem..
Het is nu zondagmiddag 4 uur. Toen ik hier aan begon had ik geen idee hoeveel herinneringen er weer boven zouden komen. Soms was ik er in bed nog mee bezig en kwam er een winkel weer in mijn gedachten. Ook hier en daar mensen gebeld. Afgelopen donderdag, heel onverwachts, toch de spreuk van Langelaan gehoord van Rinus van Zonneveld. Geweldig. Hier komt hij:

LAAT HATERS HATEN.
LAAT NIJDERS NIJDEN.
WAT GOD GEEFT ZAL IK LIJDEN.
KOFFIE, THEE, TABAK, SIGAREN,
KRUIDENIERS EN GRUTTERSWAREN.

Ik hoop dat het helemaal klopt. Ook een compliment voor Henk Schalk, die in Nr. 2 de belevenissen van de oorlog vertelt. Ik was toen 5 jaar ouder dan ij. Nu beleef je het opnieuw. Bij de bominslag op de Broekweg lag mijn Oom Arie v. Rooyen onder een muur, hij kwam er heel goed vanaf. Tijdens de razzia`s moesten mijn broers ook weg kruipen. Op de schuurzolder hadden wij een ruimte gemaakt waar mijn broer inkroop en dan klein gemaakt hout er overheen en de andere broer bij de buren. Ik stop er nu mee en doe het op de post en ik kan weer rustig slapen.

De heer G.J.M. Vreeburg reageerde op de ingezonden brief van “Oud Lisser” Dhr. Hans van Duijnhoven uit Randers (Denemarken). (Nieuwsblad Blz. 33 Nr. 4 Jaargang 8).
Over de Slagerij van Buschman meldt hij het volgende: De Slagerij van Piet Buschman zat aan de “Sassenheimkant” van  Boekhandel Grimbergen. Zijn broer Willem Buschman had een Slagerij in “De Engel”. Deze Willem heeft in de oorlog in een concentratiekamp gezeten. Hij kwam daar levend uit, maar is niet oud geworden. Aug werkte in de Slagerij van Piet Buschman. Op de Heereweg kwam na de Slagerij van Buschman eerst een klein huisje, waar mijn grootvader in heeft gewoond en vervolgens pas de Garage van BRUIJNEN. Dhr. Hans van Duijnhoven wist niet meer precies of de naam nu met een Y of met een I werd geschreven, maar in ieder geval was het BRUIJNEN en NIET
BRUININGS.

Dan reageert Helmi Beijsens-Berg op het nieuwsblad van juli 2009, bovenaan blz. 16. Zij schrijft: van af “De Gruyter.” Fotografi  Geerdes, en dan komt op nummer 173 kapper Gilian, ( later kapper Beijsens, nu kapper Thijsen) de Coöperatieve Boerenleenbank enz. In de toenmalige R.K. Coöperatie, de bakkerij, was A. Beijsens de bakker (vader van Frans de kapper). Velen in Lisse zullen hem nog herinneren.

Klik hier voor het hele verhaal

Welke winkels waren er in de 2e Wereldoorlog volgens Henk Schalk

Alle winkels in Lisse tijdens de oorlog worden besproken. Welke winkels, waar ze stonden, wie de eigenaar was en wat ze verkochten komt aan de orde.

NIEUWSBLAD Jaargang 8 nummer 3, juli 2009

door Henk Schalk

Op de Kanaalstraat van de brug tot de Broekweg niets. Vanaf de Broekweg rechts op de plaats waar nu de Tandtechnieker is, de kruidenierswinkel van de Weduwe Nonhebel, ( super Leids sprekend ), van Dongen de poelier ( er konden twee mensen in de winkel, mits ze niet te dik waren), Groenewegen de hovenier/bloemwinkel, dan van Graas die verkocht tabakswaren, daar tegenover kapper Klein en weer aan de rechterkant de Sparwinkel van Rhijnsburger, later afgebroken omdat daar de Oranjelaan moest komen. Dan de winkel van bakker Schalk, op de hoek van de Beatrixstraat (de straat had een andere naam omdat namen van het Koninklijk Huis verboden waren ), de zaak in motorrijwielen van Maarschalk, daartegenover het café van Dorus Rijkers, hij woog 250 kilo, zijn vrouwtje iets meer dan 50 kilo.

Iets voorbij de Beatrixstraat aan de rechterkant, de groente en fruitzaak van Bertus Scholte, verderop links, waar nu Linker Lisse een winkel heeft, de kruidenierszaak van Jan Mijnders, later één van de eerste zelfbedieningszaken. Rechts op de hoek met de Julianastraat was drogisterij
Johan Mijnders en links op de hoek van de Molenstraat slagerij Mosseveld, een N.S.B.er, die had een automatiek en dat was hyper modern !!

Aan de rechterkant naar ik meen een kapper, Sjaak Schrievers. Op de plek waar nu de C&A is had je de Firma Schouten, destijds verwarmingsartikelen en installatie. Rechts weer een groenteboer, Nederstigt. Aan de linkerkant, vóór de Kapelstraat een winkel in “Fijne Comestibles“, van Wijnbergh. Aan de rechterkant op de hoek met de Meerenhoutstraat, Manufacturenhandel Mijnders “ De Vlijt “.

Dan de kaashandel van Romijn, op de linkerhoek met de Kapelstraat de “ Roomse “ Coöperatie, daar naast rijwielhandel de Kooker en vervolgens Foto Mieloo en van Voorst rookwaren. Daar tegenover Tissing op de hoek met de v.d. Veldstraat en op de andere hoek bakker de Lange, dan rijwielhandel en hersteller Bart Keijzer en drogisterij en opticien Dreijer. Wat verder Timmermans, waar we later onze cassette nog gekocht hebben.

Dan schoenreparatie Zandvliet en op de hoek met de Wagenstraat de wagenmakerij van Rossen. Op de volgende hoek Lascaris met een handel in van alles en nog wat, net als later Sterk en daar naast van Biezen, met zo lang als het er nog was, drop, kaneelstelen en knikkers enz. Vervolgens de groentezaak van Van Pijpen en tenslotte op de hoek met de Heereweg, De Gruyter. Aan de linkerkant vanaf rijwielhandel de Kooker was nog de winkel van Ligtenberg, of dat zou ook later kunnen zijn. Verder de schoenhandel van Van Zelst, dan een handel in religieuze artikelen van Rosier. Dus beelden en beeldjes, kruisen, met of zonder beeld, rozenkransen enz. En die mensen keken altijd zo vróóóóm…. Waar nu groentehandel van Pijpen is had je nog de ATEP. “ Bij de Atep is Uw dubbeltje de koning “, alles kostte daar namelijk een dubbeltje, een kwartje of een gulden volgens een Amerikaans systeem. Eigenaar was de familie Schravendeel. Als laatste de ( hoef ) smederij van Schuts. Tot zover de Kanaalstraat.

Op het Vierkant links vanaf de Ned.Herv. Kerk eerst Hotel Restaurant De Witte Zwaan, schoenhandel Vlag, kapper Fransen, Albert Heijn en Jamin. Aan de rechterkant de Apotheek, dan de boter- en kaashandel Langeveld, daarnaast de winkel van foto Koning ( of was dat later ?? ) en Heda Modehuis op de hoek.

Verder de Heereweg op aan de rechterkant tot de Kanaalstraat, bakkerij Witzenburg, de kruidenierswinkel van de Protestantse Coöperatie, dan van der Geest, ijzerwarenhandel, gereedschap en ook nog wat “ Roomse “ spulletjes, dan Goudkade en vervolgens een winkeltje van de Nederlandse Unie, een politieke organisatie die al rap door de Duitsers verboden werd. En dan komen we weer uit bij Schuts. Op de Heereweg aan de linkerkant tot de Stationsweg (DeSteeg), schoenhandel Jo de Kooker, bakkerij Freriks en dan het buurtje dat het Rottenest genoemd werd en op de hoek kruidenier van der Mark.

Vervolgens op de Heereweg vanaf de Stationsweg het Postkantoor, dan de “ Winkel van Sinkel “ van Daudey, zijn zuster had  een gelijksoortige winkel op de hoek Wagenstraat/Wagendwarsstraat. Boze tongen beweerden dat Daudey altijd zei: “ Wat ik niet heb heeft mijn zuster en wat mijn zuster niet heeft dat heb ik…..”’.

 

 

 

Dan volgt de Ford garage, een boekhandel met bibliotheek van Muyson, vervolgens bakkerij Vaneveld en de Incassobank. We gaan terug naar de Kanaalstraat aan de rechterkant vanaf De Gruyter. Fotografie Geerdes, de Coöperatieve Boerenleenbank, bakkerij Vermeer en bakkerij van Maanen en bij Klein Vreewijk, bakkerij/kruidenier Schakenbos.

 

 

In de Kapelstraat na de R.K. Coöperatie, boekhandel en bibliotheek de Haas, “ De Volharding “, dan schoenmaker Vermeij en op de hoek met de Grachtweg een kapper en op de Grachtweg de fi rma Tibboel. In de Julianastraat een handeltje van Trommel, de postbode, de sigarenwinkel van Koot op de hoek met de Nassaustraat, slagerij van Kesteren, (nu Danmax computers ), dan de groenteboer Horsman op de hoek Julianastraat/ Wilhelminastraat ?, dan van Kesteren, een kruidenierszaak waar de familie bijna alleen Gaspenningen kocht, zo groot als een stuiver en met een inkeping, die je in een muntapparaat moest draaien en dan had je weer voor een tijdje gas.

In de Wilhelminastraat een piepklein winkeltje van Kersbergen, waar alleen melk en eieren verkocht werden, slagerij van der Wekken op de hoek met de Nieuwstraat, Schrama op de hoek Wilhelminastraat/Emmastraat en iets verderop kruidenier en melkboer Knook.

Naschrift redactie
Henk Schalk laat ons delen in persoonlijke herinneringen uit een periode die al lang achter ons ligt. Ouderen onder ons zullen ook in gedachten een zelfde rondje langs de winkels in Lisse gemaakt hebben. Zoals Chris Balkenende al memoreerde hopen we op veel reacties. Zo zijn er niet alleen in het dorp Lisse, in het gedeelte dat Henk Schalk beschrijft, winkels geweest. Ook in het buitengebied van Lisse waren winkels. Wat ook interessant is zijn de winkeltjes en eenmansbedrijfjes die alleen maar een achterom hadden. Een vraag die bij het lezen van de herinneringen van Henk Schalk opkomt is: hoe heetten de straten die vernoemd waren naar een lid van het koningshuis in de oorlogsperiode? Zijn er nog foto’s waarop de ”oorlog”benamingen af te lezen zijn. Zijn er nog foto’s of verhalen van het verwijderen van de foute namen en van het weer ophangen van de Koninklijke naambordjes van deze straten. Graaf in uw herinnering en in uw oude fotoalbums en maak ons deelgenoot van wat u gevonden hebt.

Er zijn in het volgend nieuwsblad nogal wat aanvullingen. Klik hier voor de aanvullingen. In het daarop volgende Nieuwsblad staan nog meer aanvullingen.

‘Ze hadden onderduikers op de zolder van hun kaaspakhuis’

 

DOOR WILMA VAN VELZEN

Deel 6 – Hart voor Historie: Grachtweg 1a
Uit het Witte Weekblad van 22 augustus 2007

De Grachtweg in 1885, gezien vanuit het oosten. Links Grachtweg 1a. (Foto: archief VOL)

LISSE – Grachtweg la is te typeren als een pand dat er dankzij particulier initiatief nog staat. De huidige bewoners, Erik Plantenberg en zijn gezin, zijn erin geslaagd het voormalige kaaspakhuis van bouwval te redden. De geschiedenis van Grachtweg la gaat terug tot de zestiende eeuw. Het pand is waarschijnlijk rond 1743 gebouwd door ene Warbout Jurriaanse Vreeburg, ter vervanging van een tot woonhuis omgebouwde schuur.
Plantenberg vertelt, dat zijn woning veel bewoners heeft gekend: ‘Een van hen was Pieter Hendrik Koppenschaar, die hier met zijn gezin leefde. In de gemeentelijke archieven heeft de Lisser historicus Rob Pex kunnen achterhalen, dat deze man in 1838 door burgemeester en wethouders werd aangesteld als bode, aanplakker en omroeper. Een fragment van een affiche uit die periode heb ik tussen de balken aangetroffen. Mogelijk was dit door Koppenschaar in een kier gestopt om de tocht te weren. Uiteraard heb ik het bewaard.’

Kaasstellingen
Rond 1907 komt het pand in bezit van Cornelis Langeveld. Deze richt het woonhuis in als kaaspakhuis. Plantenberg weet nog goed dat, toen hij het pand in 1986 kocht, de kaasstellingen nog aanwezig waren. ‘In het souterrain, waar onze keuken een plekje heeft gevonden, werden de kazen geschraapt. Daarachter bevond zich een geisoleerde ruimte voor het koel houden van de boter. Het naastgelegen pand, waarin thans makelaar Chantal Lefeber is gevestigd, bood ruimte aan een kaaswinkel. Tot het eind van de negentiende eeuw werd het kaasbedrijf voortgezet door Jaap en Theo Langeveld, de jongere generatie. Dit waren overigens twee heldhaftige heren. In de oorlog hadden ze onderduikers op de zolder van hun kaaspakhuis. Nota bene direct onder de neus van de Duitsers, die zich een hoofdkwartier hadden verschaft in de tegenover gelegen oude pastorie!’
Maar Grachtweg la kent meer geheimen. Voor het creëren van meer ruimte besloot Plantenberg, nadat hij bet bestaande gedeelte had gerestaureerd, in dezelfde bouwstijl achter het woonhuis een deel bij te bouwen van oude bouwmaterialen, die hijzelf bijeen had gescharreld. Bij het graven, dat eraan vooraf ging, stuitte hij op de oude beerput. Hierin trof de huidige eigenaar diverse pijpen en scherven van aardewerk en glas aan. Archeologisch onderzoek wees later uit, dat het merendeel van de vondsten afkomstig was uit de vijftiende en zestiende eeuw.

Sluikbegraving
Korte tijd daarna deed Plantenberg opnieuw een vondst, maar deze was luguber. Hij stuitte op een skelet. Als voormalig fysiotherapeut herkende hij hierin menselijke resten. Nader onderzoek wees uit, dat het hier een zogenaamde sluikbegraving betrof van nog voor de Wet op de lijkbezorging. In de zestiende eeuw was het niet ongebruikelijk dat mensen die geen geld hadden op eigen erf werden begraven. Een kerkelijke begraving was dan te duur. Evengoed kan het een zelfmoord of een niet-christen betreffen, omdat deze doden niet mochten werden begraven in ‘gewijde’ grond. Hoewel Plantenberg het graag had gewild, hebben onderzoekers het ware verhaal achter de sluikbegraving niet kunnen achterhalen.

Copyright © 2007 Vereniging Oud Lisse

Winkel Juliana op Kanaalstraat 44 kan worden gesloopt

Op de zaterdag nadat het besluit  van de voorzieningrechter van kracht was geworden is om 7.00 uur het pand deels gesloopt. De VOL heeft het bezwaarschrift ingetrokken.

NIEUWSBLAD Jaargang 6 nummer 1, januari 2007

Nieuwsflitsen

Uw vereniging en de voorzieningenrechter

Onmiddellijk nadat het college van B & W besloten had om het pand aan de Kanaalstraat 44 niet terug te plaatsen op de gemeentelijke monumentenlijst, heeft uw Vereniging daartegen een bezwaarschrift ingediend en tevens aan de rechtbank in Den Haag (met vele redenen omkleed) verzocht een voorlopige voorziening te treffen, zodat de Vereniging een procedure kon starten terwijl het pand bescherming tegen sloop zou behouden.

Ter terechtzitting voerde secretaris Hans Smulders nog aan dat het besluit van het college gebaseerd was op de angst voor een grote schadeclaim van de zijde van eigenaar F.Meijer. Maar de vraag was of die vrees terecht was, want de heer Meijer kocht het pand begin januari 2006, een tijdstip waarop al meer dan twee weken in het dorp een hernieuwde discussie gaande was over de monumentwaardigheid van het pand. ‘Nam de heer Meijer toen niet bewust het risico dat het pand zou worden teruggeplaatst op de monumentenlijst?’ zo vroeg Smulders de voorzieningenrechter.

Voorzieningenrechter en Kanaalstraat 44

Het verzoek van uw Vereniging aan de voorzieningenrechter in Den Haag, mr. E.R.Eggeraat, is op 12 oktober 2006 afgewezen. De rechter baseerde zich in zijn overwegingen op het feit dat het college op 4 november 2003 besloten had het pand van de gemeentelijke monumentenlijst te schrappen en dat er vervolgens aan de eigenaar een sloopvergunning is verstrekt en in een later stadium een bouwvergunning.

Aangezien er hiertegen geen bezwaren waren ingediend, zijn volgens de voorzieningenrechter zowel de sloopvergunning als de bouwvergunning rechtens onaantastbaar geworden.

De heer F.Meijer, eigenaar van zowel Kanaalstraat 44 als 46, mocht erop vertrouwen dat het onderhavige pand niet te elfder ure een beschermd monument zou worden. Het college mocht dus volgens de rechter aan de belangen van de heer Meijer een doorslaggevend gewicht toekennen en kon dus in alle redelijkheid besluiten het pand niet aan te wijzen als monument.

Bezwaarschrift en Kanaalstraat 44

Op de zaterdag nadat het besluit van de voorzieningenrechter van kracht was geworden en de bescherming van het pand tegen sloop daarmee automatisch was opgeheven, is om zeven uur ’s morgens het pand deels gesloopt. De omwonenden waren daarvan niet tevoren in kennis gesteld. Uw Vereniging heeft enkele dagen later wel het ingediende bezwaarschrift tegen het collegebesluit ingetrokken, omdat het weinig zin heeft nog te strijden voor het plaatsen op de monumentenlijst van een pand dat er niet meer is.

Kanaalstraat 44 en de zomereik.

Uw Vereniging heeft bij het college van B & W ook aandacht gevraagd voor de zomereik in de achtertuin van Kanaalstraat 44 omdat die voorkomt op de lijst van Monumentale Bomen 2005 en als gevolg daarvan bescherming geniet. Onze vraag wa’s of het colege zich ervan verzekerd had dat de boom de bouwactiviteiten ongeschonden zou doorkomen. Het college antwoordde dat zowel in de sloopvergunning als de bouwvergunning hierover het één en ander is opgenomen. Kopieën van de sloop- en bouwvergunning waren bijgevoegd.

Archeologie in Lisse

Archeologie in Lisse 1

Kort nadat er een begin was gemaakte met de sloop van Kanaalstraat 44 heeft uw Vereniging een brief geschreven aan het college van B & W met de vraag of er ter plekke wel archeologisch onderzoek verplicht was gesteld, zoals op andere bouwlocaties in het oude centrum van ons dorp. Het college antwoordde: In het bestemmingsplan Centrum 1986 is geen verplichting opgenomen ten aanzien van het uitvoeren van archeologische onderzoeken. Ook de wetgeving verplicht ons (nog) niet om een dergelijk onderzoek te eisen. (…)  Wij kunnen slechts aan de heer Meijer vragen of hij bereid is een bureau in te schakelen voor een archeologische begeleiding. Die brief is inderdaad geschreven.

Archeologie in Lisse 2

Uw Vereniging heeft hierna het college opnieuw geschreven en er op gewezen dat volgens de Monumentenwet 1988 een eigenaar/ ontwikkelaar zodra hij bij grondwerkzaamheden sporen van archeologische vondsten tegenkomt, verplicht is hiervan melding te maken aan het college van B & W. Dat college dient dan de Rijksdienst voor de Monumentenzorg in te lichten alsmede de provinciaal archeoloog. Uw vereniging verzocht het college in deze handhavend, dus actief ‘op te treden.

Archeologie in Lisse 3

In dezelfde brief wees uw Vereniging het college erop dat in 2007 het Verdrag van Malta in werking zal treden dat handelt over de archeologische monumentenzorg in Europa. Uw Vereniging verzocht het college in dit verband haast te maken met het aanpassen van het twintig jaar oude Bestemmingsplan Centrum 1986, omdat in de nabije toekomst vele gebieden in het centrum van ons dorp ‘op de schop’ gaan.

Archeologie en snoepgoed

De archeologische kroniek is een handig overzicht van archeologische onderzoeken en vondsten die worden gedaan door professionele en vrijwillige archeologen; ook deze aflevering staat weer vol snoepgoed. Voor insiders een onmisbaar document. Maar om de vele, vele miljoenen te verantwoorden die ‘de archeologie’ de B V-Nederland kost is meer nodig. Meer tentoonstellingen, artist’s impressions, films, theaterstukken, boeken, websites, romans, documentaires! Het is aan archeologisch Nederland om hun toko de komende jaren te verkopen aan het grote publiek. Te laten zien dat we in Nederland trots mogen zijn op onze oude cultuurhistorie.’

(Holland, Historisch Tijdschrift van de Historische Vereniging Holland, 38e Jaargang 2006 Special: Archeologische Kroniek)

Kanaalstraat 44 (links) naast Kanaalstraat 34 (rechts) met daartussenin de poort naar het Hofje van Six (Foto: HS)

Kanaalstraat 44 en de raad

De gemeenteraad besliste dat het pand van Kanaalstraat niet weer een gemeentelijk monument wordt.

nieuwsflitsen

NIEUWSBLAD Jaargang 5 nummer 4, oktober 2006

In de raadsvergadering van woensdag 20 september heeft het college van B & W aan de raad gevraagd wat men dacht van het collegevoorstel om het pand aan de Kanaalstraat 44 niet aan te wijzen als gemeentelijk monument. De fracties hadden dit heikele onderwerp goed voorbereid. En zo bleek dat de PvdA, het CDA en de VVD (samen 11 zetels), hoe spijtig ze het ook vonden, het collegevoorstel zouden steunen. Hun belangrijkste argument was dat een overheid betrouwbaar diende te zijn en zij vonden dat de Lissese onbetrouwbaar zou wezen als ze het pand weer als monument aanwees, waar dezelfde overheid (in een andere samenstelling) het pand in 2003 van de monumentenlijst had geschrapt. Nieuw Lisse en de SGP/Christen Unie (samen 5 zetels) wilden het pand op de monumentenlijst plaatsen en vervolgens de rechter laten beslissen over de juistheid daarvan en een eventuele schadeclaim van de eigenaar. D’66 (3 zetels) wilde het pand zonder voorwaarden op de monumentenlijst.

Kanaalstraat 44 en de claim

Het college van B & W had zich laten adviseren door het Haagse advocatenkantoor Houthoff Buruma. Dat wees er op dat de huidige eigenaren, zodra het pand wordt aangewezen als monument, met succes een schadeclaim zullen kunnen indienen. Men baseert dit oordeel op het feit dat

B & W in 2003 het pand van de monumentenlijst hebben gehaald en dat het nu opnieuw op die lijst plaatsen ‘in strijd is met het vertrouwensbeginsel terwijl de rechtmatigheid van een beleidswijziging dat beginsel in de weg kan staan.’ In andere woorden: de gemeente heeft na aanwijzing van het pand tot monument, geen poot om op te staan zodra de eigenaren een schadeclaim gaan indienen.

Kanaalstraat 44 en de VOL

U

w Vereniging Oud Lisse heeft bij verschillende gelegenheden gebruik gemaakt van het inpreekrecht en wel bij monde van voorzitter Wim Bosch. Die betoogde dat het hier niet alleen gaat om het pand Kanaalstraat 44, maar ook om het eeuwenoude Hofje van Six waarvan Kanaalstraat 44 altijd deel heeft uitgemaakt. ‘Als nieuwbouw op deze plek wordt toegestaan,’ zo zei hij, ‘wordt het historische centrum van ons dorp onherstelbaar verwoest.’ Blijkens een handtekeningenactie, zo voegde hij er aan toe, is een groot deel van de Lissenaren tegen afbraak en nieuwbouw. Voorts stipuleerde de voorzitter dat er nogal wat aan te merken valt op het juridische advies van het Haagse advocatenkantoor. Hij vroeg zich daarom af of de rechter een eventuele schadeclaim wel zal toekennen, wat kennelijk door het college van B & W wordt gevreesd. Hij noemde het halen van bakzeil vóórdat de rechter een uitspraak heeft gedaan, bijzonder slap. Hij raadde aan – gelet op het feit dat de Stichting Dorp, Stad en Land het pand Kanaalstraat 44 als zeer monumentwaardig heeft beoordeeld – het pand aan te wijzen als monument en dan de rechter maar zijn licht laten schijnen over de juistheid ervan én over een eventuele schadeclaim. ‘Als u verliest, kan altijd nog de handdoek in de ring gegooid worden,’ zo zei hij.

Kanaalstraat 44 en de bewoners

Bewoners van het Hofje van Six hebben zich gewend tot de Raad van State en de Commissaris van de Koningin in Zuid-Holland in een laatste poging de sloop van het pandje aan de Kanaalstraat 44 te voorkomen. ‘Door de sloop zou het karakter en de samenhang van het pand en het hofje dat er achter ligt, volledig verloren gaan en moeten we tevens vrezen voor de monumentwaardigheid van het Hofje,’ aldus de brief. Een van de bewoonsters, mevrouw Mien Dol, maakte in de raadszaal ook gebruik van het spreekrecht. Zij was kort en krachtig en bad: ‘Heer, wilt U

in ons midden zijn, ons een open hart geven en een helder verstand, zodat er wijze beslissingen genomen kunnen worden. Amen!

Kanaalstraat 44 en acties

Vereniging Oud Lisse is van plan om, als het college de meerderheid van de raad volgt en Kanaalstraat 44 niet verheft tot monument, 1.) daartegen een bezwaarschrift in te dienen en 2.) de voorzieningenrechter in Den Haag te verzoeken het besluit van het college nietig te verklaren.

Kanaalstraat 44 (links) naast Kanaalstraat 34 (rechts) met daartussenin de poort naar het Hofje van Six (Foto: HS)