Berichten

Niets nieuws onder de zon: discussie over de zondagsopenstelling van winkels in Lisse

In 1932 werd gediscuteerd over de vraag of de winkels op zondag opengesteld zouden moeten worden. De gemoederen in de gemeenteraad liepen hoog op. De openstelling op zondag ging niet door.

door Maarten van Bourgondiën

NIEUWSBLAD Jaargang 10 nummer 1, januari 2011

L’histoire se répète: de zondagsopenstelling van winkels is al geruime tijd onderwerp van gesprek en laat ook de Lissese gemeentepoli­tiek niet onberoerd. Dat was 80 jaar geleden niet anders. Zoals straks zal blijken, werd ook in 1932 gediscussieerd over de vraag of de winkels in Lisse op zondag open mochten zijn. Ter illustratie volgen hieronder de notulen van de gemeenteraad van 11 maart en 18 mei 1932 waarin deze kwestie aan de orde wordt gesteld. De notulen spreken voor zich, maar hier en daar heb ik ter verduidelijking tussen vierkante haken extra infor­matie toegevoegd.

De notulen van de gemeenteraad in het Gemeentearchief van Lisse bevat­ten veel meer van dit soort interessante kwesties. Wilt u meehelpen met het speuren naar leuke of interessante verhalen die in het Nieuwsblad geplaatst kunnen worden, dan kunt u zich aanmelden bij de coördinator van de Werkgroep Historie en Genealogie (maartenvanbourgondien@hotmail.com. De werkgroep bestaat slechts uit een paar mensen, dus wij kunnen uw hulp hard gebruiken!

Notulen van de gemeenteraad

11 maart 1932 [1]

De voorzitter kan het standpunt van den Heer Noorlandt zeer waarderen [schrappen van artikelen 3 en 5 der Winkelsluitingswet], doch heeft gehoord dat de belangen bij het open zijn van de winkels en den verkoop van bloemen op Zondagen gedurende de z.g. bloementijd zoo groot zijn, dat zij het voorstel wettigen [voor een later sluitingsuur van de winkels]. De Heer Warmerdam zegt, dat deze streek in den bloementijd van bij­zondere beteekenis is. Wij willen de vreemdelingen van deze streek niet afstooten door hen te ontnemen wat een bezoek veraangenaamt.Bovendien rekenen de Middenstand en de arbeiders voor de instandhouding van hun zaken en gezinnen op extra verdiensten van die dagen. De Heer Tromp zegt, dat de Wet Gods het doen van zaken op Zondagen verbiedt en men van het op die dagen verdiende geld geen Zegen kan ver­wachten. Spreker zou gaarne zien dat voor de artikelen 3 en 5 geen meer­derheid te vinden is. De Heer Kingma merkt op, dat men iets kan gebruiken zonder dat de win­kels open zijn en gaat mee met het betoog van de Heer Tromp.

Hierna brengt de Voorzitter het voorstel van den Heer Noorlandt in stemming.

Voor stemmen de Heeren J. Noorlandt, A. Verduijn jr., J. Kingma, J.P. Segers en G. Tromp.

Tegen stemmen de Heeren A.H. Schrama, P. Romijn, C. Langeveld, A.Th. van Kesteren, C. Schrama, L. Onderwater, J. Pijnacker en P. Warmerdam, zoodat het voorstel van den Heer Noorlandt verworpen is.

Verordening Uitvoering Winkelsluitingswet

Artikel 3

Artikel 2 sub a der Win­kelsluitingswet bepaald, dat het verboden is ge­durende den Zondag een winkel voor het publiek geopend te hebben. Afwijking daarvan wordt voorgesteld voor den z.g. bloementijd.

Artikel 5

Artikel 8 der Winkelsuitingswet verbiedt  , het verkoopen en te koop aanbieden langs wegen en vaarten op

Zondagen. Eveneens als in artikel 3 verdient een uitzondering te worden gemaakt voor den z.g. bloementijd.

Besluit

Artikel 3

In afwijking van het bepaalde in artikel 2 sub a der Wet, wordt toegestaan om een winkel voor het publiek geopend te hebben op de Zondagen, welke vallen in het tijdvak van 21 Maart tot en met 31 Mei.

Artikel 5

In afwijking van het bepaalde in artikel 8 der Wet, wordt toegestaan om af­gesneden bloemen te verkoopen, te koop aan te bieden en daarmede te ven­ten op of aan voor het openbaar verkeer openstaande land- en waterwegen tusschen 8 uur des voormiddags en 8 uur des namiddags op de Zondagen, welke vallen in het tijdvak van 21 Maart tot en met 31 Mei.

18 mei 1932 (2)

Aanpassing Winkelsluitingswet

Het open zijn der winkels op de Zondagen van 21 Maart tot en met 31 Mei wordt beperkt tot de winkels, waar uitsluitend of in hoofdzaak worden verkocht de artikelen in artikel 3 van het aangeboden concept-raadsbesluit genoemd.

Geen der leden geeft een andere wensch te kennen, zoodat de verordening ongewijzigd wordt aangenomen.

Winkels die op Zondag open mogen zijn:

  1. fotoartikelen, prentbriefkaarten
  2. brood, koek, banket, suikerwerk en chocolade
  3. fruit
  4. melk en andere alcohol vrij e dranken
  5. tabaksartikelen
  6. bloemen

[het besluit van 11 maart 1932 is hiermee ingetrokken en vervangen door het besluit van 18 mei].

Noten

Gemeentearchief Lisse, inv. nr. 540.

Uitzondering de bloementijd. Ansichtkaart afkomstig uit de collectie van Jetty Tempelman

Welke winkels waren er in de 2e Wereldoorlog? Reacties en aanvullingen van lezers

Het artikel van Henk Schalk in het Nieuwsblad van juli 2009 en de reacties daarop, heeft weer heel wat reacties opgeleverd.

door Henk Schalk

NIEUWSBLAD  9 nummer 1, januari 2010

Het artikel van Henk Schalk uit het nieuwsblad van juli 2009 en de reacties die daarop volgden blijven heel wat reacties opleveren. Onze fotocollectie is daardoor weer uitgebreid. Reacties blijven natuurlijk zeer welkom.

Mevr. v.d. Veek-Ruigrok schrijft: aargang 8, nr.3 en 4 heb ik met aandacht gelezen. Het ging over winkels
in de Wereldoorlog. Ik ben van 1924 en woonde in de Veldstraat. Daar was op Nr. 2, Piet Slobbe met een snoepwinkeltje. Voor 1 cent kreeg je al 2 stelen drop of zoethout, een kleurbal of witzwart e.d. Op Nr 14 was een groentewinkel, van Oosten en later een kruidenierswinkeltje van Kool. Een broer en een zus. Zij hoorden bij een Protestantse Kerk, zij gaven hun klanten altijd een hand. Ik weet niet zeker wie van de twee er tijdens 1940-1945 in zaten. Op Nr. 1 woonde Daan Been, met melk, kaas, boter en eieren.In de Wagendwarsstraat was op de hoek met de Wagenstraat een Dameskapster, Mevr. Degger, geen winkel. De andere hoek, Martien van Stein, met schoenreparatie. Aan de overkant, Cafe Jos van Riel. In de mobilisatie zaten daar onze soldaten en later de Duitse soldaten. Voor aan in de straat was de winkel van Nieuwenhoven, bloemen en tuinonderhoud van de Notabelen in ons dorp. Bij de boerderij van de Fam. Hulsbos aan de Kanaalstraat verzorgde hij de voortuin en plantte daar
fuchsia`s. Nu is dat Vrouw Holle. Graficus had wel een winkel met kantoorartikelen en je kon daar boeken huren. Ernaast was een snoepwinkel van Arie van Stein, bijgenaamd Kedet, waarom weet ik niet. Naast van Zelst was het Cafe van Kerkvliet, mijn moeder maakte met de feestdagen boerenjongens en dan haalden wij daar 2 maatjes Anizetta en blanke rozijnen bij Wijnberg, die woonde op de Heereweg. Ligtenberg met sigaren was er ook al. De boekhandel van die broer weet ik niet. Dan krijgen we naast de Kooker, Kapsalon van Hagen, dames en heren.
Zoals Hans van Duijnhoven al schreef was het Peet Zwetsloot die op de Kanaalstraat woonde. Aan de andere kant, naast Romijn, was de mandemaker van Aangeenbrug. En bij van Biezen kocht je de Gasmunten voor 11 cent per stuk. Naast Timmermans was een meubelzaak, van der Meer en sigarenwinkel van Antoon Mesman. Nog een sigarenwinkel van Fam. Meskers in de Schoolstraat. Op de Grachtweg een kleine Wasserij van v.d. Hoorn. Daar werden de boorden van de mannen gestreken en gesteven voor de Zondag en met een manchetknoop aan het overhemd gedaan. Arme mannen. Op de Heereweg naast de Witte Zwaan, de sigarenwinkel van Van Turenhout en sportartikelen voor te vissen, naast de schoenwinkel, de volgorde weet ik niet meer, Cafe `t Haantje, ik dacht nog een bakker, Goldberg. Rijwielen van Gé Bruijnen en een manufacturenwinkel van Klaver. Een lange smalle ingang, met opzij twee etalages. Voorbij Jamin was v.d. Tang, Zaadwinkel. Naast Freriks, een brede poort en dan Cafe de Duif en melkhandel Smit, dan het Rottenest. Nu komt Wijnberg en Slager Persoon, Opdam, Melman en sigarenwinkel Meiland. We gaan bij v.d. Mark de hoek om. Aan de rechterkant was Berk, de klompenmaker. Dan de opslagplaats van de Gebr. van Rooyen (mijn ooms). Verderop in een klein tussenpad de dames v. Kesteren met koffie en thee en wat snoepgoed. Aan de overkant petroleumboer Langelaan, die ook wat kruidenierswaren verkocht. Hij had een mooie spreuk op deur of raam. Die krijg ik misschien nog van Riet Opdam, die weet hem nog uit haar hoofd. Van haar en van Greet v. Stijn heb ik ook informatie gekregen. Aan de andere kant van de Heereweg, voorbij Buschman, een oud echtpaar Dames Bruijnen, dat Roomse spullen verkocht zoals beeldjes, rozenkransen en boekjes. En boekhandel van Houberg en kapper Franssen. Zie bijgaande foto en achterkant.

Heerensalon en Damessalon Franssen Foto coll. kleindochter

Achterop de foto staat het volgende geschreven: Deze foto heb ik gekregen van mijn schoonzus. Op de foto staan haar Opa en Oma en haar vader. Zij oonden aan de kant van Buschman, Nr. 237. Fam. Franssen.

Naast Witsenburg was Berkhout-Kroon. Hij had al een Ford en ging daarmee met stoffen en dergelijke naar de klanten. Het eerste stuk van de winkel van v.d.Geest heeft v. Schooten gezeten, met sigaren. Voorbij Goudkade weer een sigarenwinkel van Henk Kortekaas. Naast De Gruyter een Cafe v. Streng. Er was een balustrade voor. Weet niet of die toen nog gebruikt werd. Naast Geerdes melkhandel v. Dijk en dan schoenwinkel v. Stijn en achterom de reparatie. Koos v. Stijn kwam `s maandagsmiddags de schoenen ophalen en dronk bij ons thee en dan kwamen de verhalen over Lisse los. Carels met stoffenwinkel en garen, spelden e.d. Voorbij v.d. Meer al weer een sigarenwinkel van v.d Heijden? Stroet met bloemen. Duivenvoorde met een zaadwinkel. Jo Bruijnen met Radio`s en fietsreparatie. Mijn oudste zus heeft daar gewerkt en mijn moeder kon daar een radio huren, het was een bakbeest, zo groot, af en toe moest je er een klap op geven, anders deed hij het niet. Die ging natuurlijk snel weer terug. Nu iets leuks: Melkslijter Hoogenboom had volgens mij een hondenkar en ging met melk langs de deur. Met een pint van een halve liter, schepte hij de melk uit de bus, maar dat ging zo snel dat de pint niet goed leeg was. Dat was winst voor hem..
Het is nu zondagmiddag 4 uur. Toen ik hier aan begon had ik geen idee hoeveel herinneringen er weer boven zouden komen. Soms was ik er in bed nog mee bezig en kwam er een winkel weer in mijn gedachten. Ook hier en daar mensen gebeld. Afgelopen donderdag, heel onverwachts, toch de spreuk van Langelaan gehoord van Rinus van Zonneveld. Geweldig. Hier komt hij:

LAAT HATERS HATEN.
LAAT NIJDERS NIJDEN.
WAT GOD GEEFT ZAL IK LIJDEN.
KOFFIE, THEE, TABAK, SIGAREN,
KRUIDENIERS EN GRUTTERSWAREN.

Ik hoop dat het helemaal klopt. Ook een compliment voor Henk Schalk, die in Nr. 2 de belevenissen van de oorlog vertelt. Ik was toen 5 jaar ouder dan ij. Nu beleef je het opnieuw. Bij de bominslag op de Broekweg lag mijn Oom Arie v. Rooyen onder een muur, hij kwam er heel goed vanaf. Tijdens de razzia`s moesten mijn broers ook weg kruipen. Op de schuurzolder hadden wij een ruimte gemaakt waar mijn broer inkroop en dan klein gemaakt hout er overheen en de andere broer bij de buren. Ik stop er nu mee en doe het op de post en ik kan weer rustig slapen.

De heer G.J.M. Vreeburg reageerde op de ingezonden brief van “Oud Lisser” Dhr. Hans van Duijnhoven uit Randers (Denemarken). (Nieuwsblad Blz. 33 Nr. 4 Jaargang 8).
Over de Slagerij van Buschman meldt hij het volgende: De Slagerij van Piet Buschman zat aan de “Sassenheimkant” van  Boekhandel Grimbergen. Zijn broer Willem Buschman had een Slagerij in “De Engel”. Deze Willem heeft in de oorlog in een concentratiekamp gezeten. Hij kwam daar levend uit, maar is niet oud geworden. Aug werkte in de Slagerij van Piet Buschman. Op de Heereweg kwam na de Slagerij van Buschman eerst een klein huisje, waar mijn grootvader in heeft gewoond en vervolgens pas de Garage van BRUIJNEN. Dhr. Hans van Duijnhoven wist niet meer precies of de naam nu met een Y of met een I werd geschreven, maar in ieder geval was het BRUIJNEN en NIET
BRUININGS.

Dan reageert Helmi Beijsens-Berg op het nieuwsblad van juli 2009, bovenaan blz. 16. Zij schrijft: van af “De Gruyter.” Fotografi  Geerdes, en dan komt op nummer 173 kapper Gilian, ( later kapper Beijsens, nu kapper Thijsen) de Coöperatieve Boerenleenbank enz. In de toenmalige R.K. Coöperatie, de bakkerij, was A. Beijsens de bakker (vader van Frans de kapper). Velen in Lisse zullen hem nog herinneren.

Klik hier voor het hele verhaal

Welke winkels waren er in de 2e Wereldoorlog volgens Henk Schalk

Alle winkels in Lisse tijdens de oorlog worden besproken. Welke winkels, waar ze stonden, wie de eigenaar was en wat ze verkochten komt aan de orde.

NIEUWSBLAD Jaargang 8 nummer 3, juli 2009

door Henk Schalk

Op de Kanaalstraat van de brug tot de Broekweg niets. Vanaf de Broekweg rechts op de plaats waar nu de Tandtechnieker is, de kruidenierswinkel van de Weduwe Nonhebel, ( super Leids sprekend ), van Dongen de poelier ( er konden twee mensen in de winkel, mits ze niet te dik waren), Groenewegen de hovenier/bloemwinkel, dan van Graas die verkocht tabakswaren, daar tegenover kapper Klein en weer aan de rechterkant de Sparwinkel van Rhijnsburger, later afgebroken omdat daar de Oranjelaan moest komen. Dan de winkel van bakker Schalk, op de hoek van de Beatrixstraat (de straat had een andere naam omdat namen van het Koninklijk Huis verboden waren ), de zaak in motorrijwielen van Maarschalk, daartegenover het café van Dorus Rijkers, hij woog 250 kilo, zijn vrouwtje iets meer dan 50 kilo.

Iets voorbij de Beatrixstraat aan de rechterkant, de groente en fruitzaak van Bertus Scholte, verderop links, waar nu Linker Lisse een winkel heeft, de kruidenierszaak van Jan Mijnders, later één van de eerste zelfbedieningszaken. Rechts op de hoek met de Julianastraat was drogisterij
Johan Mijnders en links op de hoek van de Molenstraat slagerij Mosseveld, een N.S.B.er, die had een automatiek en dat was hyper modern !!

Aan de rechterkant naar ik meen een kapper, Sjaak Schrievers. Op de plek waar nu de C&A is had je de Firma Schouten, destijds verwarmingsartikelen en installatie. Rechts weer een groenteboer, Nederstigt. Aan de linkerkant, vóór de Kapelstraat een winkel in “Fijne Comestibles“, van Wijnbergh. Aan de rechterkant op de hoek met de Meerenhoutstraat, Manufacturenhandel Mijnders “ De Vlijt “.

Dan de kaashandel van Romijn, op de linkerhoek met de Kapelstraat de “ Roomse “ Coöperatie, daar naast rijwielhandel de Kooker en vervolgens Foto Mieloo en van Voorst rookwaren. Daar tegenover Tissing op de hoek met de v.d. Veldstraat en op de andere hoek bakker de Lange, dan rijwielhandel en hersteller Bart Keijzer en drogisterij en opticien Dreijer. Wat verder Timmermans, waar we later onze cassette nog gekocht hebben.

Dan schoenreparatie Zandvliet en op de hoek met de Wagenstraat de wagenmakerij van Rossen. Op de volgende hoek Lascaris met een handel in van alles en nog wat, net als later Sterk en daar naast van Biezen, met zo lang als het er nog was, drop, kaneelstelen en knikkers enz. Vervolgens de groentezaak van Van Pijpen en tenslotte op de hoek met de Heereweg, De Gruyter. Aan de linkerkant vanaf rijwielhandel de Kooker was nog de winkel van Ligtenberg, of dat zou ook later kunnen zijn. Verder de schoenhandel van Van Zelst, dan een handel in religieuze artikelen van Rosier. Dus beelden en beeldjes, kruisen, met of zonder beeld, rozenkransen enz. En die mensen keken altijd zo vróóóóm…. Waar nu groentehandel van Pijpen is had je nog de ATEP. “ Bij de Atep is Uw dubbeltje de koning “, alles kostte daar namelijk een dubbeltje, een kwartje of een gulden volgens een Amerikaans systeem. Eigenaar was de familie Schravendeel. Als laatste de ( hoef ) smederij van Schuts. Tot zover de Kanaalstraat.

Op het Vierkant links vanaf de Ned.Herv. Kerk eerst Hotel Restaurant De Witte Zwaan, schoenhandel Vlag, kapper Fransen, Albert Heijn en Jamin. Aan de rechterkant de Apotheek, dan de boter- en kaashandel Langeveld, daarnaast de winkel van foto Koning ( of was dat later ?? ) en Heda Modehuis op de hoek.

Verder de Heereweg op aan de rechterkant tot de Kanaalstraat, bakkerij Witzenburg, de kruidenierswinkel van de Protestantse Coöperatie, dan van der Geest, ijzerwarenhandel, gereedschap en ook nog wat “ Roomse “ spulletjes, dan Goudkade en vervolgens een winkeltje van de Nederlandse Unie, een politieke organisatie die al rap door de Duitsers verboden werd. En dan komen we weer uit bij Schuts. Op de Heereweg aan de linkerkant tot de Stationsweg (DeSteeg), schoenhandel Jo de Kooker, bakkerij Freriks en dan het buurtje dat het Rottenest genoemd werd en op de hoek kruidenier van der Mark.

Vervolgens op de Heereweg vanaf de Stationsweg het Postkantoor, dan de “ Winkel van Sinkel “ van Daudey, zijn zuster had  een gelijksoortige winkel op de hoek Wagenstraat/Wagendwarsstraat. Boze tongen beweerden dat Daudey altijd zei: “ Wat ik niet heb heeft mijn zuster en wat mijn zuster niet heeft dat heb ik…..”’.

 

 

 

Dan volgt de Ford garage, een boekhandel met bibliotheek van Muyson, vervolgens bakkerij Vaneveld en de Incassobank. We gaan terug naar de Kanaalstraat aan de rechterkant vanaf De Gruyter. Fotografie Geerdes, de Coöperatieve Boerenleenbank, bakkerij Vermeer en bakkerij van Maanen en bij Klein Vreewijk, bakkerij/kruidenier Schakenbos.

 

 

In de Kapelstraat na de R.K. Coöperatie, boekhandel en bibliotheek de Haas, “ De Volharding “, dan schoenmaker Vermeij en op de hoek met de Grachtweg een kapper en op de Grachtweg de fi rma Tibboel. In de Julianastraat een handeltje van Trommel, de postbode, de sigarenwinkel van Koot op de hoek met de Nassaustraat, slagerij van Kesteren, (nu Danmax computers ), dan de groenteboer Horsman op de hoek Julianastraat/ Wilhelminastraat ?, dan van Kesteren, een kruidenierszaak waar de familie bijna alleen Gaspenningen kocht, zo groot als een stuiver en met een inkeping, die je in een muntapparaat moest draaien en dan had je weer voor een tijdje gas.

In de Wilhelminastraat een piepklein winkeltje van Kersbergen, waar alleen melk en eieren verkocht werden, slagerij van der Wekken op de hoek met de Nieuwstraat, Schrama op de hoek Wilhelminastraat/Emmastraat en iets verderop kruidenier en melkboer Knook.

Naschrift redactie
Henk Schalk laat ons delen in persoonlijke herinneringen uit een periode die al lang achter ons ligt. Ouderen onder ons zullen ook in gedachten een zelfde rondje langs de winkels in Lisse gemaakt hebben. Zoals Chris Balkenende al memoreerde hopen we op veel reacties. Zo zijn er niet alleen in het dorp Lisse, in het gedeelte dat Henk Schalk beschrijft, winkels geweest. Ook in het buitengebied van Lisse waren winkels. Wat ook interessant is zijn de winkeltjes en eenmansbedrijfjes die alleen maar een achterom hadden. Een vraag die bij het lezen van de herinneringen van Henk Schalk opkomt is: hoe heetten de straten die vernoemd waren naar een lid van het koningshuis in de oorlogsperiode? Zijn er nog foto’s waarop de ”oorlog”benamingen af te lezen zijn. Zijn er nog foto’s of verhalen van het verwijderen van de foute namen en van het weer ophangen van de Koninklijke naambordjes van deze straten. Graaf in uw herinnering en in uw oude fotoalbums en maak ons deelgenoot van wat u gevonden hebt.

Er zijn in het volgend nieuwsblad nogal wat aanvullingen. Klik hier voor de aanvullingen. In het daarop volgende Nieuwsblad staan nog meer aanvullingen.

Hart voor historie (6): : Grachtweg 1a ‘Ze hadden onderduikers op de zolder van hun kaaspakhuis’

Wilma van Velzen 

De Lisser 2007 LOKAAL; Hart voor historie

De Grachtweg in 1885, gezien vanuit het oosten. Links Grachtweg la. (Foto: archief VOL)

LISSE – Grachtweg la is te typeren als een pand dat er dankzij particulier initiatief nog staat. De huidige be­woners, Erik Plantenberg en zijn gezin, zijn erin ge­slaagd het voormalige kaaspakhuis van bouwval te red­den. De geschiedenis van Grachtweg la gaat terug tot de zestiende eeuw. Het pand is waarschijnlijk rond 1743 gebouwd door ene Warbout Jurriaanse Vreeburg, ter vervanging van een tot woonhuis omgebouwde schuur.

Plantenberg vertelt, dat zijn woning veel bewoners heeft gekend: ‘Een van hen was Pieter Hendrik Koppenschaar, die hier met zijn gezin leefde. In de gemeentelijke archieven heeft de Lisser historicus Rob Pex kunnen achterhalen, dat deze man in 1838 door burgemeester en wethouders werd aangesteld als bode, aanplakker en omroeper. Een fragmentje van een affiche uit die periode heb ik tussen de balken aangetroffen. Mogelijk was dit door Koppenschaar in een kier ge­stopt om de tocht te weren. Ui­teraard heb ik het bewaard.’

Kaasstellingen

Rond 1907 komt het pand in bezit van Cornelis Langeveld. Deze richt het woonhuis in als kaaspakhuis. Plantenberg weet nog goed dat, toen hij het pand in 1986 kocht, de kaasstellingen nog aanwezig waren. ‘In het souterrain, waar onze keuken een plekje heeft gevonden, werden de kazen geschraapt. Daarachter bevond zich een geïsoleerde ruimte voor het koel houden van de boter. Het naastgelegen pand, waarin thans makelaar Chantal Lefeber is gevestigd, bood ruimte aan een kaaswinkel. Tot het eind van de negentiende eeuw werd het kaasbedrijf voortge­zet door Jaap en Theo Lange­veld, de jongere generatie. Dit waren overigens twee heldhaf­tige heren. In de oorlog hadden ze onderduikers op de zolder van hun kaaspakhuis. Nota bene direct onder de neus van de Duitsers, die zich een hoofdkwartier hadden ver­schaft in de tegenover gelegen oude pastorie!’

Maar Grachtweg la kent meer geheimen. Voor het creëren van meer ruimte besloot Plan­tenberg, nadat hij het bestaan­de gedeelte had gerestaureerd, in dezelfde bouwstijl achter he woonhuis een deel bij te bou­wen van oude bouwmaterialen, die hijzelf bijeen had geschar­reld. Bij het graven, dat eraan voorafging, stuitte hij op de oude beerput. Hierin trof de huidige eigenaar diverse pijpen en scherven van aardewerk en glas aan. Archeologisch onder­zoek wees later uit, dat het me­rendeel van de vondsten af­komstig was uit de vijftiende en zestiende eeuw.

Sluikbegraving 

korte tijd daarna deed Planten­berg opnieuw een vondst, maar deze was luguber. Hij stuitte op een skelet. Als voormalig fysiotherapeut herkende hij hierin menselijke resten. Nader onderzoek wees uit, dat het hier een zogenaamde sluikbegraving betrof van nog voor de Wet op de lijkbezorging. In de zestiende eeuw was het niet ongebruikelijk dat mensen die geen geld hadden op eigen erf werden begraven. Een kerkelij­ke begraving was dan te duur. Evengoed kan het een zelf­moord of een niet-christen be­treffen, omdat deze doden niet mochten worden begraven in ‘gewijde’ grond. Hoewel Plan­tenberg het graag had gewild, hebben onderzoekers het ware verhaal achter de sluikbegraving niet kunnen achterhalen.

Frits Treffers, medeoprichter van Vereniging Oud Lisse (VOL), schrijft tien weken lang deze column

In Bennebroek woont een zoon van mevrouw Driehuizen (van het voormalige bol­lenbedrijf Gebr. Driehuizen), naast een van de medewerkers van mijn vroegere ingenieurs­bureau, de heer Brinkhof. Die zoon vroeg ons via de heer Brinkhof of zijn moeder nog eens haar vroegere woning Somalo mocht bezoeken. Er werd een afspraak gemaakt; samen met haar zoon en schoondochter kwam zij op bezoek. Wij gingen in de ser­re zitten. Mevrouw Driehui­zen keek eens rond en zei: ‘Dat hebben jullie mooi opge­knapt.’ Vervolgens vroeg zij of ze de tuin in mocht lopen. Onze gast liep door naar ach­teren, in de richting van de oude garage. Ik vroeg haar, wat zij zocht. ‘Daar ligt mijn hond begraven’, vertelde zij. Tijdens de rondleiding door ons huis vertelde mevrouw Driehuizen in onze slaapka­mer, dat zij hier lange tijd op bed had gelegen, toen zij eens ziek was. Een aantal jaren la­ter maakt mijn vrouw Ria met de hulp de slaapkamer eens grondig schoon. Zij liet de tafelspiegel vallen. Deze brak in stukken. Even later liet zij een handspiegel vallen. Een vriendin zei tegen haar: ‘Dat kan een doodsbericht beteke­nen.’ Enkele dagen later kwam mijn vrouw een leer­ling van haar tegen, die vroeg of zij ook naar de begrafenis van mevrouw Driehuizen zou gaan. Zij was een paar dagen daarvoor overleden, op de dag van de gebroken spiegels.

Frits Treffers

Hart voor historie (5): Heereweg 127. Voormalige bakkerij Vaneveld mogelijk nog ouder dan 1750

Wilma van Velzen 

De Lisser 2007 LOKAAL; Hart voor historie

Lang vervlogen tijden. Zicht op de voormalige bakkerij van Vaneveld. (Foto: archief VOL)

LISSE – Heereweg 127 past zo in het verhaal van Hans en Grietje. Klein maar fijn, zeker voor liefhebbers van cultuur. Thans is het in gebruik als woning, voorheen was de winkel van bakker Vaneveld erin gevestigd. Het pandje zou dateren uit 1750. Echter, de aannemer die op dit moment het dak renoveert, heeft aanwijzingen gevonden die erop duiden dat het nog ouder moet zijn.

Oude documenten laten zien, dat Heereweg 127 in 1912 eigendom was van de heer Van der Zaal. Deze verkocht het aan ene heer Nieuwenhuis, die het op 5 de­cember 1925 voor vijfjaar ver­huurde aan bakker Jacobus Van­eveld, voor dertien gulden en vijftig cent per week. Voor de bouw van een heteluchtoven vroeg hij in die periode een hinderwervergunning aan. Die werd in januari 1926 verleend, onder de conditie dat de oven zou wor­den voorzien van een schoor­steen van minimaal 11,5 meter hoog. Dan zou dr. De Graaf, die in het naastgelegen pand Villa Roosendaal woonde, geen last van rook ondervinden.

Elektromotor

Als het huurcontract in 1930 af­loopt, koopt Vaneveld het pand en de bijbehorende schuur. De bakkerij floreerde. Jaren later deed het machinale tijdperk sterk zijn intrede, getuige een vergun­ningaanvraag (in 1947) voor het plaatsen van een deeg/kneedmachine, die wordt aangedreven door een elektromotor. In 1990 verkoopt de familie Vaneveld het pand aan de heren Mens en Dielemans, die er een meubelstof-leerderij van maken. Vier jaar la­ter koopt Kees Griekspoor het. Er bestaat een verhaal over een schilderij, dat tijdens een kerken-veiling werd aangetroffen en was geschilderd door een familielid van bakker Vaneveld. Hierover raakte medeoprichter van de VOL Frits Treffers in gesprek met F. van Hoven, die hem la­chend vertelde dat Johanna, de zus van bakker Vaneveld, hem nog het leven had gered. Als kleine jongen had hij een man uitgescholden voor ‘pindachinees’. Deze kwam achter hem aan en in volle vaart is Van Ho­ven toen de bakkerij in gestoven, waar Johanna zich over hem ont­fermde.

Inmiddels wordt Heereweg 172 door de huidige eigenaars in fa­sen gerestaureerd. Griekspoor neemt eerst de benedenverdie­ping onder handen. Hij vertelt: ‘De originele plavuizen hebben we laten liggen. Jouwens, de oude buurman, slager Bauer, heeft ons een keer bezocht. Hij

wist nog precies te vertellen, waar de bedstee heeft gestaan en dat op een van de wit uitgeslagen plavuizen altijd een po stond. Aan een klein raam aan de bui­tenzijde te zien, kregen we het vermoeden dat er ook een kelder moest zijn. Inmiddels is deze in gebruik. ‘Thans wordt het dak gerestaureerd; naar een zo origi­neel mogelijke staat, compleet met zinken dakgoot en regen­pijp, en pannen volgens het oude model. Hiermee is een behoor­lijk kapitaal gemoeid, maar het is het waard.’

Waardering

De aanbouw, waarin de keuken is gesitueerd, dateert uit 1930. De tweede aanbouw kwam pas in 1990 gereed. Na de dakrestau­ratie komt volgens Griekspoor het houtwerk aan de beurt. Dit kent veel details. Zelfs de stang voor het raam is nog aanwezig, waartegen in vroeger dagen de bakkersfiets met de grote mand werd gezet. De Vereniging Oud Lisse (VOL) heeft veel waarde­ring voor de eigenaars van het monumentale pandje, die ervoor zorgden dat het nog steeds in zo’n goede conditie verkeert. Het deed het bestuur besluiten op 12 april 2005 de eerste erepenning aan het gebouwtje toe te kennen. Enkele maanden later kregen ei­genaars Kees Griekspoor en Eric Braspenning het officieel uitge­reikt tijdens de jaarlijkse Open Monumentendag.

Frits Treffers, medeoprichter van Vereniging Oud Lisse (VOL), schrijft tien weken lang deze column

Toen ik in het oude pandje van de voormalige broodwinkel Vaneveld was, ging mijn herinnering terug naar zo’n vijftig jaar geleden, toen ik Ria Zaat, mijn huidige vrouw, voor het eerst ontmoette. Ik leerde haar via een medestu­dent in Delft kennen. Het klikte direct. Zij had een Bri­gitte Bardot-jurk aan en die stond haar werkelijk prachtig. Ria is de dochter van een van de twee broers, die eigenaar waren van een indertijd in Den Haag bekend brood- en banketbedrijf, Het Scheepje. Dat bedrijf leverde aan diver­se instanties, zoals bijvoor­beeld kloosters, maar ook aan filialen. Een van die winkels beheerde Ria’s moeder. Al gauw werd onze relatie seri­eus en ik kwam vaak in de al­tijd gezellige en drukke zaak. Op weg naar het woonhuis pikte ik dan geregeld een van de overheerlijke vruchten­koekjes mee.

Een aantal jaren geleden had Ria in ons huis Somalo een reünie van de zesde klas van de lagere school. Een van haar vriendinnen kwam direct naar haar toe. Ik moet je van mijn man vertellen, dat hij zijn leven dankt aan jouw va­der. Hij kreeg met zijn vader in de hongerwinter brood van Het Scheepje. Men zat dan aan lange tafels in de bakke­rij . Dit was voor Ria natuur­lijk heel bijzonder. Ook thuis had zij meegemaakt, dat veel ondervoede mensen in een kamer brood aten.

Frits Treffers

Hart voor historie (4); ‘Nagenoeg de hele Lisser adel hebben wij als klant gehad’

Wilma van Velzen 

Burgers en buitenlui op het ijs voor Grachtweg 43, omstreeks 1900. Foto; dr Blok- Vol archief

De Lisser 2007 LOKAAL; Hart voor historie

LISSE – Grachtweg 43 is een opmerkelijk pand met een rijke historie. Daterend uit 1754 is het een van de weini­ge uit een roemruchte periode die in Lisse zijn behou­den. Dit is grotendeels te danken aan de grote vakken­nis en kwaliteitsgerichtheid van de huidige eigenaar, Ton Tibboel van Tibboel Exclusieve Interieurs. Hij in­vesteerde maximaal in de restauratiewerkzaamheden.

Tibboel is er trots op dat zijn statige winkelpand in voortref­felijke conditie verkeert. ‘Hoe­wel ons bedrijf al vanaf 1784 bestaat, zijn we hier sinds 1909 gevestigd’, vertelt hij. ‘Volgens de verhalen van mijn grootva­der, Aart Tibboel, heeft het pand daarvoor dienst gedaan als dokterswoning. Op oude foto’s zie je aan de voorzijde, naast de ingang, nog de poort waardoor de dokter met zijn koets vertrok.’ Thans is alleen het voorhuis nog authentiek. Twee ramen zijn helemaal origineel en be­vatten zelfs nog het eerste glas. Eerder waren er kleine verbou­wingen, maar die in de zeven­tiger jaren – uitgevoerd door bouwbedrijf Horsman – waren het meest rigoureus. ‘De hele benedenverdieping is toen ver­vangen, maar de sfeer van het pand is behouden.

Ik herinner mij goed, dat twee oude heren van monumentenzorg dagen bezig waren met het aanbren­gen van knipvoegen en het bruin kleuren van de stenen gelijk aan die van het boven-huis. Bij de restauratie van het dak zijn nog oude loodzegels aangetroffen met het jaartal 1754 erin. De kwaliteit van het lood was zo goed dat dit op­nieuw is gebruikt.’

Zadelmakerij

Tibboel Exclusieve Interieurs is van oorsprong een zadelma­kerij. Een van de voorvaderen van Tibboel was reizend zadel­maker. Tot de zestiger jaren is het bedrijf als zodanig in stand gebleven. Hiervoor had de fir­ma tevens het pand Haven 2 in gebruik. Dit was ooit de oude loods van het vervoersbedrijf Van Gent & Loos, waarin de paarden werden verwisseldvoor het goederen vervoer tussen Haarlem en Leiden. ‘Het onderhoud van de rijtuigen en koetsen bracht veel technieken met zich mee. Niet alleen het werk aan tuigen, maar bijvoor­beeld ook het capitonneren of­wel het herstellen en vernieu­wen van de kappen. Nagenoeg de hele Lisser adel hebben wij als klant gehad, van de Van Rijckevorsel’s tot de Van Lim­burg Stierum’s en de Van Palland’s tot de Van Lijnden’s.’ Va­der van Tibboel deed de zaak op vrij jonge leeftijd aan zoon Ton over. Vele jaren was senior een gewaardeerd wethouder in de gemeente. Treffend voor die tijd is het markiezenverhaal. ‘Behalve dat wij deze leverden aan nage­noeg alle bollenvilla’s, hadden we ze ook in onderhoud. Elk najaar haalden we ze op voor opslag aan de Haven om ze in het voorjaar weer op te hangen. Thans leveren we opnieuw markiezen, maar nu van een onderhoudsvrij aluminium.’ De toekomst Grachtweg 43 ziet er veelbelovend uit; het familie­bedrijf wordt voorgezet. Martijn heeft zich als rechterhand van zijn vader de kneepjes van het vak eigen gemaakt.

Frits Treffers, medeoprichter van Vereniging Oud Lisse (VOL), schrijft tien weken lang deze column

Ongeveer 26 jaar geleden werden door de firma Tibboel in ons huis Somalo werkzaamheden verricht, Een van de stoffeerders ver­telde tijdens het ophangen van de gordijnen, dat dit ja­ren geleden ook al eens was gedaan voor de eerste be­woonster, mevrouw Driehuizen. Het verhaal gaat, dat -terwijl de gordijnen werden opgehangen – zij even de deur uit moest en zei: ‘Heren, denk eraan, hier mag niet worden gerookt!’ De hulp in de keuken hoorde dit en zo­dra mevrouw Driehuizen was vertrokken, bracht zij de stoffeerders twee appels on­der het mom van: ‘Vertel dit alstublieft niet aan mevrouw.’ Op oude foto’s van circa 1905 is te zien, dat vanuit het pand van Tibboel werd uitge­keken op de haven, die lang geleden is gedempt. Hieraan was ook de bollenveiling Hobaho gelegen. Dit doet thans dienst als parkeer­plaats.

Hoewel de haven in het vroe­gere Batavia in Nederlands-Indië een heel andere dimen­sie heeft, schiet mij een ontsnappingsverhaal te bin­nen. Vaag kan ik mij de heer Van der Veen herinneren, die mijn moeder in huis had ver­stopt. De Japanse bezetter was op zoek naar hem en twee andere jonge mannen. Zij besloten via de haven te vluchten, waar nog een aan­tal zeilboten lag. Onder lei­ding van sportzeiler Cor van der Star ontsnapte het trio via de Javazee richting Zuid-Afrika. Na een gevaarlijke reis landden ze op het eiland Rodriges. De mannen zorg­den er na de oorlog voor dat mijn moeder werd onderscheiden.

‘Ze hadden onderduikers op de zolder van hun kaaspakhuis’

 

DOOR WILMA VAN VELZEN

Deel 6 – Hart voor Historie: Grachtweg 1a
Uit het Witte Weekblad van 22 augustus 2007

De Grachtweg in 1885, gezien vanuit het oosten. Links Grachtweg 1a. (Foto: archief VOL)

LISSE – Grachtweg la is te typeren als een pand dat er dankzij particulier initiatief nog staat. De huidige bewoners, Erik Plantenberg en zijn gezin, zijn erin geslaagd het voormalige kaaspakhuis van bouwval te redden. De geschiedenis van Grachtweg la gaat terug tot de zestiende eeuw. Het pand is waarschijnlijk rond 1743 gebouwd door ene Warbout Jurriaanse Vreeburg, ter vervanging van een tot woonhuis omgebouwde schuur.
Plantenberg vertelt, dat zijn woning veel bewoners heeft gekend: ‘Een van hen was Pieter Hendrik Koppenschaar, die hier met zijn gezin leefde. In de gemeentelijke archieven heeft de Lisser historicus Rob Pex kunnen achterhalen, dat deze man in 1838 door burgemeester en wethouders werd aangesteld als bode, aanplakker en omroeper. Een fragment van een affiche uit die periode heb ik tussen de balken aangetroffen. Mogelijk was dit door Koppenschaar in een kier gestopt om de tocht te weren. Uiteraard heb ik het bewaard.’

Kaasstellingen
Rond 1907 komt het pand in bezit van Cornelis Langeveld. Deze richt het woonhuis in als kaaspakhuis. Plantenberg weet nog goed dat, toen hij het pand in 1986 kocht, de kaasstellingen nog aanwezig waren. ‘In het souterrain, waar onze keuken een plekje heeft gevonden, werden de kazen geschraapt. Daarachter bevond zich een geisoleerde ruimte voor het koel houden van de boter. Het naastgelegen pand, waarin thans makelaar Chantal Lefeber is gevestigd, bood ruimte aan een kaaswinkel. Tot het eind van de negentiende eeuw werd het kaasbedrijf voortgezet door Jaap en Theo Langeveld, de jongere generatie. Dit waren overigens twee heldhaftige heren. In de oorlog hadden ze onderduikers op de zolder van hun kaaspakhuis. Nota bene direct onder de neus van de Duitsers, die zich een hoofdkwartier hadden verschaft in de tegenover gelegen oude pastorie!’
Maar Grachtweg la kent meer geheimen. Voor het creëren van meer ruimte besloot Plantenberg, nadat hij bet bestaande gedeelte had gerestaureerd, in dezelfde bouwstijl achter het woonhuis een deel bij te bouwen van oude bouwmaterialen, die hijzelf bijeen had gescharreld. Bij het graven, dat eraan vooraf ging, stuitte hij op de oude beerput. Hierin trof de huidige eigenaar diverse pijpen en scherven van aardewerk en glas aan. Archeologisch onderzoek wees later uit, dat het merendeel van de vondsten afkomstig was uit de vijftiende en zestiende eeuw.

Sluikbegraving
Korte tijd daarna deed Plantenberg opnieuw een vondst, maar deze was luguber. Hij stuitte op een skelet. Als voormalig fysiotherapeut herkende hij hierin menselijke resten. Nader onderzoek wees uit, dat het hier een zogenaamde sluikbegraving betrof van nog voor de Wet op de lijkbezorging. In de zestiende eeuw was het niet ongebruikelijk dat mensen die geen geld hadden op eigen erf werden begraven. Een kerkelijke begraving was dan te duur. Evengoed kan het een zelfmoord of een niet-christen betreffen, omdat deze doden niet mochten werden begraven in ‘gewijde’ grond. Hoewel Plantenberg het graag had gewild, hebben onderzoekers het ware verhaal achter de sluikbegraving niet kunnen achterhalen.

Copyright © 2007 Vereniging Oud Lisse

Winkel Juliana op Kanaalstraat 44 kan worden gesloopt

Op de zaterdag nadat het besluit  van de voorzieningrechter van kracht was geworden is om 7.00 uur het pand deels gesloopt. De VOL heeft het bezwaarschrift ingetrokken.

NIEUWSBLAD Jaargang 6 nummer 1, januari 2007

Nieuwsflitsen

Uw vereniging en de voorzieningenrechter

Onmiddellijk nadat het college van B & W besloten had om het pand aan de Kanaalstraat 44 niet terug te plaatsen op de gemeentelijke monumentenlijst, heeft uw Vereniging daartegen een bezwaarschrift ingediend en tevens aan de rechtbank in Den Haag (met vele redenen omkleed) verzocht een voorlopige voorziening te treffen, zodat de Vereniging een procedure kon starten terwijl het pand bescherming tegen sloop zou behouden.

Ter terechtzitting voerde secretaris Hans Smulders nog aan dat het besluit van het college gebaseerd was op de angst voor een grote schadeclaim van de zijde van eigenaar F.Meijer. Maar de vraag was of die vrees terecht was, want de heer Meijer kocht het pand begin januari 2006, een tijdstip waarop al meer dan twee weken in het dorp een hernieuwde discussie gaande was over de monumentwaardigheid van het pand. ‘Nam de heer Meijer toen niet bewust het risico dat het pand zou worden teruggeplaatst op de monumentenlijst?’ zo vroeg Smulders de voorzieningenrechter.

Voorzieningenrechter en Kanaalstraat 44

Het verzoek van uw Vereniging aan de voorzieningenrechter in Den Haag, mr. E.R.Eggeraat, is op 12 oktober 2006 afgewezen. De rechter baseerde zich in zijn overwegingen op het feit dat het college op 4 november 2003 besloten had het pand van de gemeentelijke monumentenlijst te schrappen en dat er vervolgens aan de eigenaar een sloopvergunning is verstrekt en in een later stadium een bouwvergunning.

Aangezien er hiertegen geen bezwaren waren ingediend, zijn volgens de voorzieningenrechter zowel de sloopvergunning als de bouwvergunning rechtens onaantastbaar geworden.

De heer F.Meijer, eigenaar van zowel Kanaalstraat 44 als 46, mocht erop vertrouwen dat het onderhavige pand niet te elfder ure een beschermd monument zou worden. Het college mocht dus volgens de rechter aan de belangen van de heer Meijer een doorslaggevend gewicht toekennen en kon dus in alle redelijkheid besluiten het pand niet aan te wijzen als monument.

Bezwaarschrift en Kanaalstraat 44

Op de zaterdag nadat het besluit van de voorzieningenrechter van kracht was geworden en de bescherming van het pand tegen sloop daarmee automatisch was opgeheven, is om zeven uur ’s morgens het pand deels gesloopt. De omwonenden waren daarvan niet tevoren in kennis gesteld. Uw Vereniging heeft enkele dagen later wel het ingediende bezwaarschrift tegen het collegebesluit ingetrokken, omdat het weinig zin heeft nog te strijden voor het plaatsen op de monumentenlijst van een pand dat er niet meer is.

Kanaalstraat 44 en de zomereik.

Uw Vereniging heeft bij het college van B & W ook aandacht gevraagd voor de zomereik in de achtertuin van Kanaalstraat 44 omdat die voorkomt op de lijst van Monumentale Bomen 2005 en als gevolg daarvan bescherming geniet. Onze vraag wa’s of het colege zich ervan verzekerd had dat de boom de bouwactiviteiten ongeschonden zou doorkomen. Het college antwoordde dat zowel in de sloopvergunning als de bouwvergunning hierover het één en ander is opgenomen. Kopieën van de sloop- en bouwvergunning waren bijgevoegd.

Archeologie in Lisse

Archeologie in Lisse 1

Kort nadat er een begin was gemaakte met de sloop van Kanaalstraat 44 heeft uw Vereniging een brief geschreven aan het college van B & W met de vraag of er ter plekke wel archeologisch onderzoek verplicht was gesteld, zoals op andere bouwlocaties in het oude centrum van ons dorp. Het college antwoordde: In het bestemmingsplan Centrum 1986 is geen verplichting opgenomen ten aanzien van het uitvoeren van archeologische onderzoeken. Ook de wetgeving verplicht ons (nog) niet om een dergelijk onderzoek te eisen. (…)  Wij kunnen slechts aan de heer Meijer vragen of hij bereid is een bureau in te schakelen voor een archeologische begeleiding. Die brief is inderdaad geschreven.

Archeologie in Lisse 2

Uw Vereniging heeft hierna het college opnieuw geschreven en er op gewezen dat volgens de Monumentenwet 1988 een eigenaar/ ontwikkelaar zodra hij bij grondwerkzaamheden sporen van archeologische vondsten tegenkomt, verplicht is hiervan melding te maken aan het college van B & W. Dat college dient dan de Rijksdienst voor de Monumentenzorg in te lichten alsmede de provinciaal archeoloog. Uw vereniging verzocht het college in deze handhavend, dus actief ‘op te treden.

Archeologie in Lisse 3

In dezelfde brief wees uw Vereniging het college erop dat in 2007 het Verdrag van Malta in werking zal treden dat handelt over de archeologische monumentenzorg in Europa. Uw Vereniging verzocht het college in dit verband haast te maken met het aanpassen van het twintig jaar oude Bestemmingsplan Centrum 1986, omdat in de nabije toekomst vele gebieden in het centrum van ons dorp ‘op de schop’ gaan.

Archeologie en snoepgoed

De archeologische kroniek is een handig overzicht van archeologische onderzoeken en vondsten die worden gedaan door professionele en vrijwillige archeologen; ook deze aflevering staat weer vol snoepgoed. Voor insiders een onmisbaar document. Maar om de vele, vele miljoenen te verantwoorden die ‘de archeologie’ de B V-Nederland kost is meer nodig. Meer tentoonstellingen, artist’s impressions, films, theaterstukken, boeken, websites, romans, documentaires! Het is aan archeologisch Nederland om hun toko de komende jaren te verkopen aan het grote publiek. Te laten zien dat we in Nederland trots mogen zijn op onze oude cultuurhistorie.’

(Holland, Historisch Tijdschrift van de Historische Vereniging Holland, 38e Jaargang 2006 Special: Archeologische Kroniek)

Kanaalstraat 44 (links) naast Kanaalstraat 34 (rechts) met daartussenin de poort naar het Hofje van Six (Foto: HS)

Kanaalstraat 44 en de raad

De gemeenteraad besliste dat het pand van Kanaalstraat niet weer een gemeentelijk monument wordt.

nieuwsflitsen

NIEUWSBLAD Jaargang 5 nummer 4, oktober 2006

In de raadsvergadering van woensdag 20 september heeft het college van B & W aan de raad gevraagd wat men dacht van het collegevoorstel om het pand aan de Kanaalstraat 44 niet aan te wijzen als gemeentelijk monument. De fracties hadden dit heikele onderwerp goed voorbereid. En zo bleek dat de PvdA, het CDA en de VVD (samen 11 zetels), hoe spijtig ze het ook vonden, het collegevoorstel zouden steunen. Hun belangrijkste argument was dat een overheid betrouwbaar diende te zijn en zij vonden dat de Lissese onbetrouwbaar zou wezen als ze het pand weer als monument aanwees, waar dezelfde overheid (in een andere samenstelling) het pand in 2003 van de monumentenlijst had geschrapt. Nieuw Lisse en de SGP/Christen Unie (samen 5 zetels) wilden het pand op de monumentenlijst plaatsen en vervolgens de rechter laten beslissen over de juistheid daarvan en een eventuele schadeclaim van de eigenaar. D’66 (3 zetels) wilde het pand zonder voorwaarden op de monumentenlijst.

Kanaalstraat 44 en de claim

Het college van B & W had zich laten adviseren door het Haagse advocatenkantoor Houthoff Buruma. Dat wees er op dat de huidige eigenaren, zodra het pand wordt aangewezen als monument, met succes een schadeclaim zullen kunnen indienen. Men baseert dit oordeel op het feit dat

B & W in 2003 het pand van de monumentenlijst hebben gehaald en dat het nu opnieuw op die lijst plaatsen ‘in strijd is met het vertrouwensbeginsel terwijl de rechtmatigheid van een beleidswijziging dat beginsel in de weg kan staan.’ In andere woorden: de gemeente heeft na aanwijzing van het pand tot monument, geen poot om op te staan zodra de eigenaren een schadeclaim gaan indienen.

Kanaalstraat 44 en de VOL

U

w Vereniging Oud Lisse heeft bij verschillende gelegenheden gebruik gemaakt van het inpreekrecht en wel bij monde van voorzitter Wim Bosch. Die betoogde dat het hier niet alleen gaat om het pand Kanaalstraat 44, maar ook om het eeuwenoude Hofje van Six waarvan Kanaalstraat 44 altijd deel heeft uitgemaakt. ‘Als nieuwbouw op deze plek wordt toegestaan,’ zo zei hij, ‘wordt het historische centrum van ons dorp onherstelbaar verwoest.’ Blijkens een handtekeningenactie, zo voegde hij er aan toe, is een groot deel van de Lissenaren tegen afbraak en nieuwbouw. Voorts stipuleerde de voorzitter dat er nogal wat aan te merken valt op het juridische advies van het Haagse advocatenkantoor. Hij vroeg zich daarom af of de rechter een eventuele schadeclaim wel zal toekennen, wat kennelijk door het college van B & W wordt gevreesd. Hij noemde het halen van bakzeil vóórdat de rechter een uitspraak heeft gedaan, bijzonder slap. Hij raadde aan – gelet op het feit dat de Stichting Dorp, Stad en Land het pand Kanaalstraat 44 als zeer monumentwaardig heeft beoordeeld – het pand aan te wijzen als monument en dan de rechter maar zijn licht laten schijnen over de juistheid ervan én over een eventuele schadeclaim. ‘Als u verliest, kan altijd nog de handdoek in de ring gegooid worden,’ zo zei hij.

Kanaalstraat 44 en de bewoners

Bewoners van het Hofje van Six hebben zich gewend tot de Raad van State en de Commissaris van de Koningin in Zuid-Holland in een laatste poging de sloop van het pandje aan de Kanaalstraat 44 te voorkomen. ‘Door de sloop zou het karakter en de samenhang van het pand en het hofje dat er achter ligt, volledig verloren gaan en moeten we tevens vrezen voor de monumentwaardigheid van het Hofje,’ aldus de brief. Een van de bewoonsters, mevrouw Mien Dol, maakte in de raadszaal ook gebruik van het spreekrecht. Zij was kort en krachtig en bad: ‘Heer, wilt U

in ons midden zijn, ons een open hart geven en een helder verstand, zodat er wijze beslissingen genomen kunnen worden. Amen!

Kanaalstraat 44 en acties

Vereniging Oud Lisse is van plan om, als het college de meerderheid van de raad volgt en Kanaalstraat 44 niet verheft tot monument, 1.) daartegen een bezwaarschrift in te dienen en 2.) de voorzieningenrechter in Den Haag te verzoeken het besluit van het college nietig te verklaren.

Kanaalstraat 44 (links) naast Kanaalstraat 34 (rechts) met daartussenin de poort naar het Hofje van Six (Foto: HS)

Kanaalstraat 44 Juliana

Voor Kanaalstraat 44, sigarenwinkel Juliana, is een redengevende omschrijving gemaakt om de winkel op de gemeentelijke monumentenlijst te krijgen. De conclusie van deze omschrijving wordt gegeven.

NIEUWSBLAD Jaargang 5 nummer 3, juli 2006

Nieuwsflitsen

Nadat het college van B&W in januari 2006 had bekendgemaakt het voornemen te hebben het pand Kanaalstraat 44 wederom op de gemeentelijke monumentenlijst te plaatsen, gaf de gemeente de Stichting Dorp, Stad & Land opdracht een redengevende omschrijving te maken. Die verscheen in april. Uit de Samenvatting en Aanbeveling: ‘Uit historisch onderzoek blijkt dat het pand tot 1926 deel uitmaakte van het naastgelegen hofje van de diaconie van de Nederlands Hervormde Kerk, in de volksmond bekend als ‘het hofje van Six’. De dwarse huizen aan de straatzijde van zowel de Kanaalstraat 44 als van het naastgelegen hofje zijn tegelijkertijd gebouwd en vertonen veel overeenkomsten in architectuur.

Het pand Kanaalstraat 44 is een kenmerkend voorbeeld van een kleinschalig woon-winkelpand van rond de vorige eeuwwisseling, met een vroeg 20ste eeuwse aanpassing. Als winkelpand vervulde het een rol in de sociale

en economische geschiedenis van Lisse. In het interieur zijn in diverse ruimten karakteristieke interieurelementen aanwezig. Door de ligging in

de as van de Van der Veldstraat is het beeldbepalend karakter groter dan voor de Kanaalstraat alleen. Het beeldbepalend karakter van dergelijke historische gevels is ook het uitgangspunt in de gemeentelijke beleidsnota ‘Beeldkwaliteitplan ’t Vierkant en omgeving’. Door de overeenkomst in hoofdvorm is er sprake van een ensemble-werking met het naastgelegen hofje. Er zijn geen vergelijkbare panden in Lisse aanwezig. Daarom er er sprake van zeldzaamheidswaarde.

Geconcludeerd wordt dat Kanaalstraat 44 cultuurhistorische, monumentale en beeldbepalende waarde heeft en op grond van die waarde in aanmerking komt om aangewezen te worden als beschermd gemeentelijk monument. Deze waarde wordt versterkt door het naastgelegen hofje. Echter, ook zonder de aanwezigheid van het hofje heeft Kanaalstraat 44 voldoende kwaliteit om een plaats op de monumentenlijst te krijgen.’

Monumentencommissie (1)

In de vergadering van de Lissese Monumentencommissie van 2 mei 2006 werd het rapport over het pand Kanaalstraat 44 van de Stichting Dorp, Stad en Land, Bouwhistorische Verkenning Kanaalstraat 44,besproken. Dat heeft ertoe geleid dat de gemeenteraad is geadviseerd het pand wederom op de gemeentelijke monumentenlijst te zetten. Op aandringen van commissielid Hildebrand de Boer werd al tijdens de vergadering aan het college van B & W het advies meegegeven. Hij onderbouwde dit met de conclusies van het rapport. Aangezien de heer F. Meijer uit Lisse Kanaalstraat 44 in eigendom kreeg toen de juridische procedure (van het college van B & W om het pand wederom op de monumentenlijst te plaatsen) achter de rug was en bekend gemaakt, acht de commissie Meijers kansen op een eventuele (forse) schadevergoeding minimaal. (Het Witte Weekblad)

Kanaalstraat 44, ernaast het Hofje van Six.