Berichten

De woelige stal

De boeiende historie van een boerderij in hartje Lisse

De Woelige Stal aan de Grachtweg behoorde toe aan de RK kerken tot de reformatie. Toen werd het in beslag genomen en verkocht. In 1636 wordt het verkocht aan Maertensz Block, die later Keukenhof zou bouwen. De bewoners en de geschiedenis vanaf die tijd wordt besproken.

door R.J. Pex

Nieuwsblad jaargang 4 nummer 1, januari 2005

De voormalige boerderij De Woelige Stal, gelegen aan de Grachtweg behoorde toe aan de rooms-katholieke kerk. Ten tijde van de reformatie werd al het roomse grondbezit in beslag genomen en verkocht om met de opbrengst de zogenaamde “kerckendienaren” te ondersteunen in hun voornaamste levensbehoeften.

In 1636 wordt het gedeelte aan de Grachtweg verkocht aan Adriaen Maertensz Block. Block was “commandeur” geweest in de Molukken in dienst van de VOC. Later, in 1641, zou hij de bouwer worden van het huis Keukenhof. Bij bovengenoemde verkoop in 1636 is ter plaatse van de latere Woelige Stal reeds sprake van “seecker woninge, als huys, barch (hooiberg) ende geboomte daerop staende”. Reeds “op den laatsten Novembris 1636” verkoopt Block zijn aandeel in de gronden tussen de Grachtweg en de Broekweg weer door. Jan Janse Werkijn wordt dan de nieuwe eigenaar.

Diverse eigenaren, 1636-1722

Na het overlijden van Werkijn hebben zijn erfgenamen de woning aan de Grachtweg verkocht aan Hubert Quirinse Geel. Hij ging op zijn beurt een grondruil aan met dorpsgenoot Claas Adriaans van der Helder. Geel stond hierbij zijn huis aan de Grachtweg af en in ruil daarvoor verkreeg hij een huis met erf in het Oosteinde van Lisse (dus aan de noordkant van het dorp). Zo was dus Claas van der Helder vanaf 1698 de nieuwe eigenaar geworden van het huis aan de Grachtweg. Niet voor lang overigens, want negen jaar later verwisselt de woning weer van eigenaar en krijgt Jan Clase van Rode het huis in bezit.

Jan Clase

Jan Clase behoort tot een zeer omvangrijke familie die afwisselend Van Rode, De Roo of zelfs Van der Jagt of Ruijs wordt genoemd. Als Katholieke familie worden ze uitgebreid genoemd in het pas uitgebrachte werk over de parochianen van St. Agatha, 1687-1812. Jan Claesz van Rode was een zoon van Claes Jorisz, chirurgijn van beroep, en Crijntje Willemsdr Brelofsbergen. Hij huwde in 1699 met Catharina Cornelisdr Duyndam, maar deze kwam al spoedig te overlijden. Hij hertrouwde in 1706. In 1727 is Jan Clase overleden. Hij overleefde zijn vader slechts zes jaar. Het moet heel gewoon zijn geweest om voortdurend met leven en dood te worden geconfronteerd. De hygiënische omstandigheden waren nu eenmaal niet optimaal en voor vele ziekten bestonden nog geen medicijnen. Zo’n vijftien jaar heeft Van Rode genoten van zijn bezit. In 1722 bracht hij het weer in de verkoop. Als koper trad naar voren Otto Jacobse Kranenburg.

Bakker Kranenburg, 1722-1749

Kranenburg was bakker van beroep. Hij was in 1715 in het huwelijk getreden met Ariaantje Symons Hoogkamer. Daaruit waren zeven kinderen voortgekomen, waarvan er drie vroegtijdig overleden. Kranenburg zat er warmpjes bij. Hij had van zijn vader een en ander aan landerijen geërfd en ook van de kant van zijn vrouw waren bezittingen ingebracht. Zo bezat hij naast het huis aan de Grachtweg een drietal andere huizen. Een van de huizen had een erf met daarop een ovenhuis. Mogelijk zal Kranenburg dus hier zijn broodbakkersbedrijf uitgeoefend hebben. Ten behoeve van zijn dochter, Aagje, had hij in 1730 nog een huis met schuur en erf gekocht in het zogenaamde Oosteinde van Lisse. Aagje is er later een broodbakkerij begonnen en trad dus in de voetsporen van haar vader.

Gestolen zakken met rogge

oktober 3 oktober 1736 heeft Otto Jacobse, als vader en voogt van zijn dochter Aagje, Jan Kluyt voor het gerecht gedaagd. Aagje had bij de korenmolen bij de Gracht zes zakken rogge doen brengen. Nadat deze door de molenaar, Adriaan Luk, waren gemalen werden de zakken klaargezet om te worden opgehaald. Voordat dat kon gebeuren had echter bakker Jan Kluyt er zijn ogen op laten vallen. Toevallig had hij het meel op dat moment hard nodig. Hij sprak dan ook met de molenaar af de zakken ’s nachts bij hem te bezorgen. Dat gebeurde inderdaad, maar er was verraad in het spel. Toen de molenaar diezelfde nacht weer terugkeerde en het erf opreed van zijn molen werd hij gearresteerd door een viertal personen. Luk kreeg een geldboete aan zijn broek en werd verbannen “uyt den Lande van Rijnland”. Bakker Kluyt kwam er beter vanaf. Hij hoefde slechts de waarde van de gestolen rogge te vergoeden aan Aagje Kranenburg, alsook de waarde van “de ses sakken selfs”.

In het krijt bij de schout

Inmiddels bevond Kranenburg zich in financiële problemen. Reeds in 1725 en vervolgens in 1733 en 1734 had hij in totaal zo’n f 6000,- geleend van schout Jacob van Dorp. De schulden stapelden zich daarna steeds meer op, want over het geleende geld moest uiteraard rente betaald worden en de grondbelasting moest hij ook nog zien op te brengen. En die was hoog, want Kranenburg bezat nu eenmaal aardig wat huizen en landerijen. Al gauw stond onze bakker dan ook diep in het krijt bij de schout. Hij slaagde er niet in het hoofd boven water te houden en in 1749 ging hij dan ook over tot de openbare verkoop van een groot deel van zijn bezittingen. Ook het huis aan de Grachtweg werd verkocht: “Een Huys ende Erve aan de Graftweg (…) met de kot ende een Hooibarg daer op staende”. Nieuwe eigenaar werd Jan van der Jagt.
Otto Jacobse Kranenburg overleed in 1773. Kranenburg stierf als een arm man. Hij liet een zeer schamele inboedel na, waarin slechts een paar voorwerpen als “een paar goude hembsknoope” nog lijken te herinneren aan de welstand van weleer. In totaal beslaat de opsomming van zijn bezittingen één enkele pagina. Aan “gereede penningen” is een bedrag van slechts twee stuivers aanwezig…

Bewoners

Inmiddels is niet duidelijk wie er zoal op de plek van de Woelige Stal woonden. Waren de diverse eigenaren van het huis tevens bewoner? We weten het niet. Slechts één enkele maal lezen we de naam van een bewoner, namelijk die van Leendert Pieterse Wassenaer. In 1728 was hij in het huwelijk getreden met Trijntje Jansdr van Rode, zodat we na lange tijd de familie Van Rode toch weer aantreffen aan de Grachtweg. Trijntje heeft Leendert vijf kinderen geschonken, waarvan er waarschijnlijk twee jong zijn overleden. Na haar vroegtijdige dood in 1736 hertrouwde Leendert met Maria Dirksdr van Beijeren. Leendert is in 1774 overleden, zijn tweede vrouw in 1776.

De familie Van der Jagt, 1749-1817

We hebben reeds vernomen dat in 1749 Jan van der Jagt de nieuwe eigenaar was geworden van het huis aan de Grachtweg. Van der Jagt was reeds schout van Voorhout. Later, na het overlijden van de Lissese schout en secretaris Jacob van Dorp in 1746, kreeg hij er ook het schout- en secretarisambt van Lisse bij. Zo was dan Van der Jagt een vermogend man geworden. We zien hem dan ook overal in de omgeving van Lisse, Hillegom en Voorhout en zelfs in Haarlem huizen en gronden aankopen, daar dit immers als een goede geldinvestering werd gezien. Maar waar woonde hij nu in deze periode? Gedurende de laatste levensjaren van de vorige schout van Lisse, Van Dorp, had Van der Jagt bij hem, op diens fraaie buitenplaats Mossenhof (tegenover de kerk aan de Heereweg), ingewoond. Waar hij na de dood van Van Dorp in 1746 heeft verbleven, hebben wij helaas niet kunnen achterhalen. Mogelijk was hij op Mossenhof blijven wonen, dat hij inmiddels zelf aangekocht had. De latere Woelige Stal zal waarschijnlijk verhuurd zijn geweest, maar aan wie is onbekend. Reeds in 1754 maakt hij te Rotterdam zijn testament op. Hij legateert hierin aan zijn jongste broer Maarten zijn bezit aan de Grachtweg. Op 31 december 1762 kwam de Lissese schout en secretaris te overlijden en trad Maarten van der Jagt in het bezit van het bovengenoemde goed. Deze werd na zijn dood in 1787 opgevolgd door Cornelis van der Jagt. Van deze persoon weten we dat hij tevens bewoner is geweest van de latere Woelige Stal. Bovendien wordt hij bij verschillende gelegenheden ook aangeduid als “Bouwman”, dus boer, waardoor we dus kunnen stellen dat het door hem verworven bezit aan de Grachtweg in deze periode de functie had van boerenbedrijf.
In 1817 heeft Van der Jagt zijn boerderij aan de Grachtweg verkocht aan Simon Langeveld. De familie Langeveld zullen we hier tot 1900 aantreffen.

De woelige stal begin 20e eeuw. Groepsfoto genomen vanaf de Grachtweg. Van links naar rechts: Catharina (1904-1943), Johanna en Jacobus Warmerdam (1906-1930). (Coll. J. Langeveld te Lisse.)

Drieëntachtig jaar Langeveld

Simon Langeveld was geboren te Aerdenhout in 1774. Hij huwde met Catharina van der Pol op 17 april 1817 en betrok de boerderij aan de Grachtweg. In het bevolkingsregister over de jaren 1830-1840 staan een zestal kinderen vermeld op huisnummer 159, namelijk Johannes, Jacobus, Petrus Johannes, Maria, Geertruida en Simon. Verderop in de straat richting de korenmolen woonde op nummer 158 Dirk Houwaard, gevolgd door Batha Roelofswaard. Op nummer 156 woonde molenaar Jan Jacobus van Rhijn. Daarnaast woonde metselaar Pieter Veldhoven met gezin, koopman Gerrit Hulsbosch en, ter plaatse van de huidige winkel van Tibboel, vrederechter Gerardus A. Entink, gehuwd met de uit Paramaribo afkomstige Sara Maria Andrika Bedloo. Na het overlijden van Simon nam diens zoon Jacobus het boerenbedrijf aan de Grachtweg over. In 1866 huwde hij Jacoba Duindam, maar het huwelijk was van korte duur. Reeds in 1877 overleed zijn echtgenote. Jacobus zelf stierf in 1888. Eén van zijn dochters, Catharina genaamd, trouwde in 1891 met Gerardus Petrus Warmerdam, geboren te Noordwijkerhout in 1866. Ze zetten samen het boerenbedrijf voort en kregen veertien kinderen. Op 7 december 1900 heeft Gerardus de boerderij van de ervan Jacobus Langeveld gekocht en kwam er aldus een einde aan drieëntachtig jaar Langeveld.
Dezelfde familie Langeveld is overigens ook eigenaar geweest van het zogenaamde “kaaspakhuisje”aan de Grachtweg, tegenwoordig Grachtweg 1a. Maar daarover meer in een afzonderlijke studie.

G.P. Warmerdam sr. en jr., 1900-2001

Het was een groot gezin dat omstreeks 1900 in de latere Woelige Stal woonde. Gerrit Warmerdam sr. had acht zonen en zes dochters. De meisjes sliepen op de zolder boven het eigenlijke woongedeelte aan de Grachtweg, terwijl de jongens boven de stal achter het huis de nacht doorbrachten. De koeien gingen in de maanden april tot en met oktober het land op. Aanvankelijk graasde het vee op de Hoppoel1) , nabij de korenmolen aan de Gracht. De Hoppoel is later verkocht aan de gemeente Lisse. Boer Warmerdam kreeg er land in de Haarlemmermeer voor in de plaats.
’s Avonds werd er muziek gespeeld of geklaverjast met de buren of eigen familie. Mevrouw Langeveld: “Het zat in de traditie van de streek. Als je niet gepandoerd (geklaverjast) had, was het niet goed met je buren”. De jaren gaan voorbij en we bevinden ons inmiddels in 1935. In dat jaar is boer Warmerdam overgegaan tot sloop van de oude boerenwoning. Een deel van het huidige gebouw van Grachtweg 9 is hierbij totstandgekomen.

“Lisse 1932”. Uiterst rechts Gerrit Warmerdam sr. (1866-1947). Links van hem zijn zoon Theodorus Petrus (geboren 1901). Achter het paard een zogenaamde tilbury. (Coll. Mw. Meeuwissen-Warmerdam, Lisse.)

Einde van het boerenbedrijf

Op 20 mei 1943 heeft Gerrit Warmerdam jr. de boerderij overgenomen van zijn vader. Het wordt dan omschreven als: “De boerderij aan de Grachtweg, bestaande uit woonhuis, koetshuis, koestal, paardenstal, varkensstal, houten stal en erf”. Gerrit jr. was geboren te Lisse in 1911 en getrouwd in 1940 met Catharina M.P. van der Stap.
Halverwege de jaren zeventig heeft Gerrit Warmerdam zijn boerenbedrijf beëindigd. In verband met de aanleg van een parkeerplaats heeft de gemeente Lisse in 1980 het overgrote deel van het erf met daaropstaande stallen gekocht en vervolgens gesloopt. Gerrit is tot aan zijn dood (2001) in De Woelige Stal blijven wonen.

Met dank aan: de heer en mevrouw Langeveld te Lisse, mevrouw Meeuwissen-Warmerdam te Lisse.
Geraadpleegde bronnen: Nationaal Archief te ‘s-Gravenhage, Rechterlijk Archief Lisse, Gemeentearchief Lisse, bevolkingsregisters.

1) De Hoppoel was een poeltje dat niet ver van de Gracht gelegen was. Het komt reeds op 17de eeuwse kaarten voor.

 

HET GLAZEN HUIS AAN DE HEEREWEG

Een interview  met eigenaar Hans van Zanten van het glazenhuis of het containerhuis, Heereweg 276. Het gebouw is van architect Wiel Arts. Hij won vele prijzen. Zijn werk staat in het tijdschrift ‘de Architect’ van november 1995. Het kostte weinig moeite een bouwvergunning te krijgen. Rozenheim en schuren waren volgens van Zanten een bouwval.

door Ine Elzinga

Fotografie: Hans Smulders

Nieuwsblad Jaargang 1 nummer 1, januari 2002

Het huis waarover in Lisse het meest gesproken wordt, staat aan de Heereweg 276. Het wordt door de een bewonderend Het Glazen Huis genoemd en door de ander met afschuw Het Containerhuis. Onze verslaggeefster liet zich door eigenaar/bewoner Hans van Zanten uitgebreid informeren over het bijzondere pand en de architect.

Het is een doordeweekse avond. Ik parkeer mijn auto op de Heereweg en loop welgemoed en eigenlijk wel nieuwsgierig naar Het Glazen Huis. Dé nieuwste woning aan de Heereweg, waarvan niet iedere Lissenaar het een aanwinst vindt. Het straalt vriendelijk zachtgroen licht uit door het gemat­teerde glas. “Groen is de kleur van glas,” zal eigenaar bewoner Hans van Zanten mij later vertellen. Het is even zoeken naar de voordeur. Een onop­vallend zwart plekje op schouderhoogte verraadt de aanwezigheid van een bel. Een van de glazen panelen zwaait hartelijk open en ik word enigszins overweldigd door de sobere ruimtelijkheid die ik binnentreed. Hans van Zanten gaat mij voor naar zijn werkkamer.

Op zoek

Twintig jaar lang woonde Hans van Zanten met zijn gezin in de Poelpolder: “Dat huis werd te klein met vier mannetjes, onze zonen.” Het idee om zelf een huis te bouwen groeit: “Ik heb een bouwkundige opleiding en vervul een functie als bouwkundig adviseur. Eerst heb ik zelf geprobeerd een woning te ontwerpen, maar dat werd niets, ik ben geen architect.” Van Zanten gaat op zoek naar een geschikte locatie: “We hebben heel wat kavelsbekeken. Maar de aangeboden kavels in deze streek z ijn vaak klein en er worden door de overheid veel eisen gesteld. Je moet afstand houden van de erfgrens, de auto moet in huis, oftewel een inpandige garage. De materialen van gevels en daken liggen vast, evenals de kleuren. Als je al die eisen uitte­ kent, heb je de contouren van het huis al gereed. Bovendien verdringen door die beperkte ruimte al die woningen elkaar. Er zijn best mooie huizen bij maar ze komen zo slecht tot hun recht.

* Het Glazen Huis zoals het te zien is vanaf de Heereweg. Architect Wiel Arets ontwierp het pand uitgaande van rechthoekige blokken.

Bouwval Rozenheim

Villa Rozenheim staat al jaren leeg en het is Van Zanten duidelijk dat dit pand ooit afgebroken zal worden: “Het was een bouwval, er was in geen jaren onderhoud aan verricht. De fundering was gebroken, het dak lekte op meerdere plaatsen, de wind gierde er doorheen en architectonisch bezien viel er niets aan dat pand te beleven, een pand zonder bestaansrecht. De erachter liggende bollenschuur mocht niet eens betreden worden, die stond letterlijk op instorten. Voor de woning ernaast, in handen van dezelfde eige­naar, gold hetzelfde. Het gehele perceel bestond uit vier delen en had een totaal oppervlak van 4500 vierkante meter. Het bleek onverkoopbaar, de vraagprijs was lastig. Het achterliggende gedeelte had de bestemming tuin, daar kun je dus niet veel mee. Men heeft nog overwogen er appartementen voor senioren te bouwen, maar dat idee is door de gemeente afgewezen. Dat gedeelte heeft overigens nu de bestemming maatschappelijke functie, het­geen nog altijd weinig mogelijkheden biedt. Uiteindelijk heeft aannemers­bedrijf Van der Hulst zich ermee bemoeid. Het terrein is herverkaveld en wij hebben een rechthoekig gedeelte gekocht voor de bouw van onze woning.”

 

Architect Arets

De plek is daarmee bekend, maar er moet een architect worden gezocht. Van Zanten kent door zijn werk veel architecten: “Zakelijk bezien vond ik het niet verstandig om op een van hen een beroep te doen. Mijn vrouw en ik hebben veel rondgereden en panden bekeken die ons aanspraken. De bouw­stijl van architect Wiel Arets sprak ons beiden bijzonder aan en we hebben contact met hem gezocht.”

Er moest een programma van eisen worden opgesteld: “Gedurende een halfjaar hebben we regelmatig met Arets gesproken. Die gesprekken dien­den om elkaar te leren kennen en vragen te beantwoorden zoals: hoe is ons gezin georganiseerd, welke eisen stellen wij aan onze woning. De logistiek bijvoorbeeld, zoals hoe sta je op, ga je allemaal eerst douchen of juist niet, wat gebeurt er verder in huis en waar en wanneer. Die gesprekken gaven de architect een beeld van onze wooneisen. Dat we elkaar goed begrepen werd duidelijk toen Arets ons zijn eerste schets toonde, we waren enthousiast.”

Open verbindingen

Arets heeft de woning ingedeeld, uitgaande van een drietal rechthoekige blokken, zowel op de begane grond als op de eerste verdieping. Beneden betekent dat een ruime entree en links en rechts werkruimte voor zowel de vrouw als de heer des huizes. Er zijn open verbindingen met de erachter lig­gende leefruimte die iets lager ligt en uitzicht biedt op de tuin. De indeling getuigt van ruimtelijkheid en er is overzicht, duidelijkheid. De bewoners hebben te allen tijde de mogelijkheid zich terug te trekken of elkaar op te zoeken. Boven zijn er vier “mannen” kamers op rij met uitzicht op de kas­tanjebomen: “Aanvankelijk waren die aan de andere kant gepland, maar wij vonden het uitzicht op de blinde muur van de aan de zuidkant van ons huis gelegen woning niet erg inspirerend voor de jongens, daarom is het ontwerp toen gespiegeld.” Aan de straatkant is gebruik gemaakt van gematteerd glas, vooral in verband met de privacy: “Bovendien kunnen we ons uitzicht op de achtertuinen van de woningen van het Agathapark niet zo waarderen.” aldus Van Zanten. Het huis blijkt volledig aan de wensen van de bewoners aange­past.

Mengeling van bouwstijlen

Minstens zo belangrijk is het voor Van Zanten dat het huis in zijn omge­ving past. Architect Wiel Arets woont in Zuid Limburg. Hij bezoekt Lisse diverse keren om de situatie ter plekke te bekijken, maar dat lijkt Van

Zanten niet voldoende. Hij maakt een fotocollage van beide zijden van de Heereweg, zodat de architect tijdens het ontwerpproces de locatie concreet voor ogen heeft: “De Heereweg heeft totaal geen homogene oude bebou­wing zoals vaak wordt gezegd. Waarschijnlijk is dat alleen het beeld van mensen die er met een snelheid van vijftig kilometer per uur door rijden. Als je echt kijkt, zie je dat de bebouwing heel gedifferentieerd is.”

* Het Glazen Huis zoals het te zien is vanaf de achterkant. Architect Wiel Arets ontwierp het pand uitgaande van rechthoekige blokken.

Hardop de straat doordenkend, merkt hij op: “Als je vanaf de Lindenlaan naar het zuiden loopt, kom je eerst het oude klooster tegen, vervolgens de moderne architectuur van appartementengebouw de Kloosterhof. Je passeert daarna een aantal niet erg hoge, gewone huizen. Je komt dat afschuwelijke hek tegen die de Rustoordlaan afsluit. Dan een aantal echte herenhuizen, met prachtige bomen ervoor. Het oude politiebureau vind ik persoonlijk niet erg interessant. Daarnaast staat het moderne gebouw van het Arbeidsbureau en dan tot ieders verbazing een boerderij met een weide ervoor. Dat ligt dus ook aan de ‘oude’ Heereweg. Teruglopend aan de overzijde passeer je een aantal moderne villa’s, oudere woningen en ons uitzicht bestaat uit de ach­tertuinen van de woningen van het Agathapark. Verbijsterend. En de bandenzaak daarnaast past ook niet bepaald in het beeld van een homogene his­torische Heereweg.”

Kwetsbaar materiaal

Het ontwerp van de architect voldoet volledig aan de wooneisen van de familie en past uitstekend in de omgeving, meent Van Zanten: “De eerste schets van de architect was meteen raak. Er zijn maar kleine wijzigingen aangebracht zoals genoemde spiegeling waardoor het uitzicht van de ‘man­nen’ verbeterde. Wij wilden een sober gebouw met gebruik van zo weinig mogelijk verschillende materialen en kleuren. De architect wilde spanning aanbrengen door het gebruik van ogenschijnlijk kwetsbaar en fragiel mate­riaal zoals glas in combinatie met een ‘zwaardere’ bovenkant. Dat resulteer­de in beneden glazen panelen, aan de voorzijde gematteerd, aan de achter­zijde transparant, gecombineerd met een blok van gepatineerde zink op de eerste verdieping.”

De nokhoogte van de woning vormt een overgang van de hogere wonin­gen aan de zuidkant naar de lagere aan de noordzijde gelegen huizen. Een aantal details verwijzen naar de hier voorheen gelegen villa Rozenheim: “Het pand heeft aan de straatzijde boven een kleine nis die verwijst naar het balkonnetje van villa Rozenheim. Onze woning is op hetzelfde niveau gebouwd als zijn voorganger. De bebouwing was een villa met bollenschuur en is nu een huis met flinke garage, waarmee het geheel weer in balans is gebracht.”

Behoedzame gemeente

Het kostte niet veel moeite een bouwvergunning te krijgen voor dit opmerkelijke pand: “We hebben gedurende de gehele ontwikkeling van het plan voeling gehouden met de gemeente. Meteen de eerste tekeningen kreeg de toenmalige wethouder van ondermeer ruimtelijke ordening en volkshuis­vesting D. Stapel onder ogen. Het ontwerp was erg nieuw voor Lisse en de gemeente heeft behoedzaam en zorgvuldig gereageerd. Lisse heeft als klei­nere gemeente geen eigen welstandscommissie, maar laat zich adviseren door “Stad en Land”. Een gedelegeerde komt regelmatig langs om een blik te werpen op nieuwe plannen. Dit ontwerp is meegenomen naar de zogehe­ten kleine commissie en vervolgens ook in de grote commissie van “Stad en Land” besproken. Men was unaniem erg enthousiast, een perfect plan. Ook het stedenbouwkundig advies was uiterst positief. Omwonenden hadden geen bezwaren. Er zijn alleen wat problemen geweest bij de bouw van de garage, waarin we ook de bijkeuken hebben. Volgens een nooit eerder opge­merkt artikel in het bestemmingsplan, waarmee de gemeente pas tijdens de beoordeling van de bouwaanvraag op de proppen kwam, mocht deze niet groter zijn dan vijftig vierkante meter. De timing was ongelukkig en heeft veel tijd gekost.”

Over de drempel

Voor Van Zanten is Wiel Arets een hedendaags architect, die kans heeft gezien de millennium overstap te maken: “Ik vind dat de huidige vormge­ving te vaak terugverwijst naar lang vervlogen tijden. Veel ontwerpers heb­ben er moeite mee over de millennium drempel te stappen, vooruit te kij­ken. Natuurlijk zie je altijd een zekere vorm van herhaling. Wanneer in een periode “vierkant” het beeld bepaalt, volgt onherroepelijk daarna de ronde vorm als belangrijk item. Er lijkt nu echter ook sprake te zijn van een reïn­carnatie. Ik zie architecten in hun vormgeving een stap terug doen in plaats van vooruit. Historisch lijkende huizen gebouwd anno 2000 kunnen naar mijn mening echt niet. Architectuur die een gebouw uit vroeger tijden sug­gereert, is volgens mij niet echt. Arets is voor mij een hedendaags architect die vooruitkijkt. In zijn ontwerpen vind je geen verwijzing naar het verle­den.”

Heftige reacties                                                                                                 

De omgeving reageert in eerste instantie tamelijk heftig, maar nu ook de tuin voorlopig is aangelegd, lijkt de rust te zijn weergekeerd. Paula van Zanten: “Wanneer een huis afwijkt van het gemiddelde zijn de reacties vaak extremer, of heel positief, of juist negatief, vooral in het begin. Daarbij zijn de mensen nogal snel met hun conclusies. Men spreekt zijn afkeuring uit zonder zorgvuldig te hebben gekeken. Wanneer mensen de moeite nemen het huis beter te bekijken, zijn de reacties overwegend positief. Enkele dames van Rustoord, die vanuit hun seniorenwoning de bouw van onze woning hebben gevolgd, waren nieuwsgierig en hebben gevraagd of ze eens mochten komen kijken. Ik heb hen op de thee uitgenodigd en ze reageerden heel verrast. Wat een prachtige ruimte, zo licht en zo ruim, ja ook door gematteerd glas schijnt de zon de woning in. Voor mij is ook belangrijk dat het huis heel overzichtelijk is. Voor iedereen is er ruimte om zich terug te trekken, maar ook om elkaar tegen te komen.” Wanneer de gemeente de ver­gunningverlening rond heeft, zal de tuin definitief worden aangelegd naar een ontwerp van Adriaan van Geuze van West 8, een ontwerp wat in samen­spraak met Wiel Arets tot stand is gekomen.

 

Open en sober

Na het ontwerp en de daaropvolgende bouw is het aan de familie de woning in te richten. De woonsfeer die is opgeroepen in het gesprek is tast­baar aanwezig in de leefruimtes. Ik zit hier aan de glazen tafel in de werk­ruimte, met achter mij een grote boekenwand, met boeken dus, zonder prullaria ter versiering. Als ik tijdens het gesprek even voor mij uitkijk, zie ik de kinderen door de glazen wand in het leefgedeelte bezig. Mevrouw laat mij even later de benedenverdieping zien. Open en overzichtelijk, sober ingericht. De schaarse stijlvolle meubelstukken komen daardoor volledig tot hun recht. Midden in de ruimte staat een hoge felgekleurde toren van lego-stenen. Aan de losse stukjes die over de grond verspreid liggen, is te zien dat het bouwwerk nog niet klaar is. De “mannen” hebben hun plek gevon­den. Ik krijg mijn jas aangereikt. De deur gaat open en nog even sta ik met Hans van Zanten voor het huis. Hij heeft gelijk, het uitzicht op achtertuinen aan de overzijde met de recht geschoren hagen is niet echt geweldig.

WIE IS ACRCHITECT WIEL ARETS?

Wiel Arets werd in 1955 in Heerlen geboren. Reeds een jaar na het behalen van het einddiploma aan de Technische Universiteit in Eindhoven, richt hij een eigen architectenbureau “ir Wiel Arets Architect & Associates” op. Zijn werk is niet onopgemerkt gebleven, getuige het grote aantal prijzen dat hij won. Zijn werk staat in het tijd­schrift ‘de Architect’ van november 1995 omschreven als: “Veelal zijn de gebouwen omhuld met abstracte, zwijgende gevels, monumenten van stilte in de overvloed aan beelden die het hedendaagse stadsland­schap aanbiedt. Arets probeert hardnekkig aan een betekenisloze vormwillekeur te ontkomen door het aangaan van intensieve dialogen. Zijn ontwerpen zijn momentopnames in deze dialoog, ze geven geen antwoorden, maar roepen in hun roerloze aanblik vooral vragen op. De gebouwen communiceren stilzwijgend met de gebruikers en met hun omgeving.” Goede voorbeelden van de stijl van Wiel Arets zijn de 100 appartementen en de toren op KMNS-eiland in Amsterdam, het Hoofdkwartier van het AZL Pensioenfonds in Heerlen, het kantoorge­bouw Céramique in Maastricht, het Politiekantoor in Vaals en Apotheek ‘De Waag’ in Breda.

De sloop van Villa Rozenheim

14 juli 1995 Door het provinciale selectieteam is Villa Rozenheim, een pand uit circa 1880, op de concept-Indicatieve Lijst van potentiële Rijksmonumenten geplaatst.

juni 1996 De gemeente Lisse plaatst Villa Rozenheim op de concept-Indicatieve Lijst van potentiële Rijksmonumenten.

20 november 1996 De gemeente Lisse verleent een sloopvergunning voor Villa Rozenheim.

11 december 1996 De gemeente Lisse meldt de sloopvergunning in haar berichten in de plaatselijke pers.

16 december 1996 De Vereniging Oud Lisse tekent bij de gemeente Lisse bezwaar aan tegen het verlenen van de sloopvergunning.

19 december 1996 De Vereniging Oud Lisse verzoekt de Rijksdienst voor de Monumentenzorg Villa Rozenheim voorlopig op de Monumentenlijst te plaatsen.

dinsdag 7 januari 1997 Sloopmachines rond de Villa Rozenheim. De gemeente poogt informatie te krijgen van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg.

woensdag 8 januari 1997 14.30 uur De gemeente ontvangt een fax van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg: de sloop mag niet doorgaan.

woensdag 8 januari 1997 14.30 uur De Villa Rozenheim is voor meer dan de helft gesloopt. De sloop stopzetten heeft geen zin.

14 januari 1997 De Rijksdienst voor de Monumentenzorg bericht de Vereniging Oud Lisse per aangetekend schrijven dat haar verzoek om de Villa Rozenheim aan te wijzen als beschermdmonument is ontvangen. (Dit betekent dat het pand vanaf 14 januari 1997 formeel bescherming geniet tegen sloop.)