Berichten

VEREDELING VAN BOLLEN EN BELLEN (1)

Herman de Graaff, een nazaat van Herman de Graaff van de firma H. De Graaff en zonen vertelt over zijn familie en het bedrijf. Ook over zijn hobby, het veredelen van Fuchsia, vertelt hij graag.

door Liesbeth Brouwer

Nieuwsblad 18-nummer-3-oktober-2019

In het vorige Nieuwsblad vertelde Arie in ’t Veld het verhaal over de firma H. de Graaff en zonen. Daarin lazen we al dat Herman de Graaff in 1908 uit het bedrijf stapte. Dit verhaal gaat over deze Herman tot aan de tijd van zijn kleinzoon Herman Jan. Een verhaal van veredeling van bolgewassen tot veredeling van fuchsia’s (bellenplanten).

Dit is huize Kweeklust, destijds Heereweg 93. Na afbraak
was hier een perk met daarachter het kantoorpand en
bedrijfsgebouw van H. de Graaff en Zonen. Sophie de
Ridder, de vrouw van Herman de Graaff, maakte dit olieverfschilderij. Zij trouwden in 1895. Sophie was een zeer verdienstelijk schilderes

Herman de Graaff (geb.1860) werd als oudste zoon na de dood van zijn vader Adrianus in 1886 verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van de firma H. De Graaff en zonen. Zijn jongere broer Simon (geb. 1861), al sinds 1883 bestuursambtenaar in Nederlands-Indië, stond aan het begin van zijn succesvolle carrière en werd in 1919 minister van Koloniën. Adrianus liet ook vrouw en dochter na. Zijn
weduwe Gerharda van Dingstee was de tweede vrouw van Adrianus. Hij trouwde met haar na het overlijden van zijn eerste vrouw Wilhelmina, de moeder van Herman en Simon. Wilhelmina en Gerharda waren zussen. Op villa Kweeklust woonden in 1886 dus moeder/tante Gerharda, (stief)zoon Herman en dochter/halfzus Wilhelmina Maria (geb.1864). Als roepnaam gebruikte zij haar tweede voornaam. Maria was pianolerares. Zo snappen we hoe de familie in elkaar zat.

Herman trouwt
Op Kweeklust was Herman druk met het op orde houden van de kwekerij die hij na de dood van zijn vader in goede banen moest zien te houden. Het bedrijf gedijt goed, de aanspreektitel voor hem was in die tijd patroon De Graaff. Hij bekleedt net als zijn voorvaders talrijke bestuursfuncties. In 1895 trouwt hij in Den Haag met kunstenares Sophie de Ridder (geb. 1863). Zij is een verdienstelijk schilderes van bloemen en bloemstillevens. (In 1897 exposeert zij in Den Haag ). Zij komt ook op Kweeklust wonen en het wordt er druk want al gauw worden er kinderen geboren. Voor stiefmoeder Gerharda en haar dochter Maria is het tijd om een ander huis te betrekken. Zij gaan op Heereweg 270 wonen, samen met een oudere zus van Gerharda, Lucina. Villa Gerharda wordt gebouwd In 1902 krijgen de dames De Graaff een villa aan de Heereweg aan de zuidkant van Lisse. Het zal niet altijd koek en ei geweest zijn tussen het jonge gezin van Herman en Sophie en de dames De Graaff. Dat illustreert het verhaal over de bezoeken van Simon uit Indië. Eens in de zes jaar had een bestuursambtenaar recht op een half jaar verlof in Nederland. Mogelijk kwam Simon vanwege zijn functie ook wel vaker. Hij verbleef dan afwisselend vele weken bij de beide families. Bij aankomst op station Lisse was het dan een merkwaardige vertoning. De families meden elkaar, stonden ver van elkaar. Degene waar Simon het eerst kwam logeren hield zich afzijdig wanneer de trein arriveerde. De andere familie kon dan Simon begroeten. Wanneer deze familie weer vertrokken was kon de andere familie Simon begroeten en meenemen voor de logeerpartij. Ja, zo krijg je praatjes in de wereld.

Drama op Kweeklust
In 1897 wordt zoon Adriaan Frederik geboren en in 1900 zoon Johan Gerard. In de archieven van Oud Lisse is te vinden dat er zelfs zes kinderen geboren zijn. De kindersterfte was in die periode nog hoog maar het gezin werd wel heel erg getroffen. Het zusje Hubertine Simonette blijft in leven maar in 1904 slaat het noodlot helemaal toe. Op 1 oktober bevalt Sophie van een levenloos kind. Vijf dagen later bezwijkt zij zelf. Herman is ten einde raad, trekt zich terug uit allerlei functies en besluit dat hij ook de zaak niet meer wil en kan leiden. Hij kan niet meer wonen en werken op Kweeklust.

Leiden Witte Singel
Herman en de 3 kinderen wonen waarschijnlijk tijdelijk nog op Heereweg 115 en 82. Herman verkoopt de zaak in 1908 en gaat met zijn zoons in Leiden aan de Witte Singel wonen. Zoon Adriaan heeft dan zijn lagereschooltijd aan de openbare school in Lisse er net opzitten. Hij gaat in Leiden naar de HBS, gaat daarna in Delft studeren en rondt zijn studie in recordtempo af. Hij is 21 jaar oud wanneer hij zich civiel ingenieur mag noemen. Broer Johan krijgt zijn opleiding ook in Leiden. De tijd haalt ook bij Herman de Graaff de scherpe kantjes van het verdriet af. Hij heeft dan wel afscheid genomen van de zaak, maar het kwekersbloed begint na verloop van tijd toch weer te kriebelen. De ontwikkelingen op het gebied van de bloembollenteelt worden gevolgd en hij raakt bevriend met de latere hoogleraar Van Slogteren. Deze doet sinds 1917 onderzoek in Lisse in dienst van het Instituut voor Phytopathologie te Wageningen. Samen met Van Slogteren investeert Herman in een partij narcissen, waarschijnlijk de trompetnarcis King Alfred, uit Engeland. Daar wordt mee verder gekweekt. Herman is weer toe aan een eigen bollenbedrijf.

De Graaff Gerharda
Intussen zijn er in Lisse ook wat veranderingen geweest. Halfzus Maria had Villa Gerharda al ingeruild voor Amsterdam en komt daar in 1919 te overlijden. Haar tante Lucina overleed in 1906. In 1922 overleed tante/stiefmoeder Gerharda. Herman de Graaff besluit naar Lisse terug te gaan en gaat met zijn zoons Adriaan en Johan wonen in villa Gerharda. Begonnen met een eerste partij narcissen, misschien niet eens zo zeer om een nieuw bedrijf op te zetten, is inmiddels een nieuwe firma ontstaan, De Graaff Gerharda, een kweek- en exportbedrijf van bolgewassen waarbij de nadruk toch wel op de narcissen lag. Zoon Adriaan was dan wel zeer succesvol afgestudeerd als civiel ingenieur, maar daarmee ckwam hij zo net na de Eerste Wereldoorlog nogcniet aan een baan in zijn vak. Het bedrijf van zijn vader had bepaald niet zijn belangstelling, maar zicht om iets in zijn vakgebied te bereiken was er niet, dus min of meer noodgedwongen gaat hij in 1925 toch maar aan het werk bij firma De Graaff Gerharda. Ook broer Johan gaat in de zaak. De gezondheid van vader Herman gaat achteruit en in 1927 komt hij te overlijden. Adriaan en Johan zijn nu samen firmant van De Graaff Gerharda. Tot de Tweede Wereldoorlog is het bedrijf redelijk succesvol. Er werd actief veredeld met narcissen. Dat leidde in 1934 tot een fraaie dubbelbloemige narcis, White Lion, die ook nu nog veel aangeplant wordt. Dubbele narcissen waren in die tijd nog vrij zeldzaam. Soms had je wel eens een verloping (mutant) die dubbelbloemig was. Het veredelen was in die tijd overigens ook nog weinig wetenschappelijk. Mendels Wetten van Erfelijkheid waren bekend, maar wat moest men er mee. Het veredelen was veeleer gebaseerd op de intuïtie van de kweker. Wat die dubbele narcissen betreft was de intuïtie prima. De nakomelingen van gekookte (ter voorkoming van ziektes) dubbele narcissen en enkele narcissen leverden verhoudingsgewijs veel dubbelbloemige cultivars op. De meeste bedrijven hadden toentertijd wel een stuk land in gebruik voor hun zaailingen, maar het veredelen was toch min of meer liefhebberij. Export is er vooral naar Engeland. Voor de teelt werd grond gehuurd aan de Achterweg en in de Rooversbroekpolder. Eigen grond hadden ze aan de Broekweg. Die grond wordt in de oorlog onteigend omdat er voor dat gebied plannen waren voor een haven. Een plan dat nooit gerealiseerd is. In de oorlog viel natuurlijk ook de export stil.

Adriaan de Graaff
Adriaan trouwt in 1927 met Jannetje van Wingen en samen wonen ze in Villa Gerharda. Johan woont er ook. In 1934 wordt een zoon geboren die naar grootvader Herman wordt vernoemd. In tegenstelling tot zijn broer Johan wordt Adriaan nooit een echte bollenman. Wel nam hij, net als zijn voorvaderen, zitting in allerlei besturen. Eigenlijk ligt Adriaan’s belangstelling meer bij archeologie en de geschiedenis, met name van buitenplaatsen. In enkele Leidse jaarboekjes vind je artikelen van zijn hand. In 1963 schreef hij “Rosendaal en zijn bewoners (1641 – 1962)” n.a.v. de afbraak van het huis Roosendaal. Met zijn vriend Jaap Renaud was hij dikwijls te vinden bij de ruïne van Dever. Deze Jaap Renaud was de eerste bijzonder hoogleraar kastelenkunde. Het belang en behoud van Dever was voor hen duidelijk en beiden waren zij als een van de eersten actief voor het behoud van de donjon. In 1973 overlijdt Adriaan de Graaff, zijn broer Johan is al in 1967 overleden.

De jonge Herman
Waar vader Adriaan en zijn broer Johan deels in een stadse omgeving opgroeiden werd Herman groot in het dorp Lisse dat in die tijd nog een echte bollengemeente was. Hij ging dan wel naar de HBS in Leiden, maar als scholier en later als student hielp hij wel mee op het land. Ze hadden een goede baasknecht die hem meteen de handige kneepjes van het vak leerde. Hij volgde zelfs een cursus bollenteelt bij de heer Gehrels van de PD (plantenziektekundigedienst). Het zal wel niet met het idee geweest zijn om ooit de zaak over te nemen, maar belangstelling was er zeker. Zijn studiekeuze lag ook wel in die sfeer: biologie.
En dan, ook weer niet zo verwonderlijk in een familie van veredelaars, met een specialisatie genetica. Hij wordt in 1961 leraar op de meisjes HBS in Den Haag. Later werd dat een veel grotere Dalton scholengemeenschap. In 1960 trouwt Herman met Louise van Eerde (Loeky) en vanaf die tijd wonen ze in Villa Gerharda. Feitelijk trekken ze in bij vader Adriaan en oom Johan. Inwonen was vrij normaal in die tijd, het huis was groot genoeg en ze kregen de eerste etage tot hun beschikking.

Een hobby wordt geboren
In het begin van hun huwelijk zullen bolbloemen wel de boventoon gevoerd hebben in Villa Gerharda. Maar die krijgen al snel concurrentie van de fuchsia. In die tijd was de bellenplant, zoals ze toen nog vaak genoemd werd, zeker nog geen algemene plant. Je had in tuinen wel de winterharde tuinfuchsia’s, maar het fenomeen kuipplanten kende men nauwelijks. Dat was iets voor landgoederen en de tijd van de landgoederen met hun fraaie tuinen was in de Bollenstreek, maar eigenlijk in heel Nederland, al wel heel erg lang verleden tijd. Toch waren er een aantal hobbyisten die zo gecharmeerd waren van fuchsia’s dat ze ook in Nederland een vereniging van fuchsialiefhebbers wilden opzetten. Het duurde niet lang of ook Loeky en Herman de Graaff vielen als een blok voor deze charmante plant met zijn vele verschijningsvormen. Dat laatste gegeven was natuurlijk een kolfje naar de hand van de in genetica opgeleide Herman.

klik hier voor het volgende deel

Dit is huize “Villa Gerharda”, aan de Heereweg 315, later ook wel het Fuchsiahuis genoemd, want fuchsia’s groeiden en hingen overal.

Huize Gerharda

De woning van De Wolff is een monument

De monumentale status van de woning wordt besproken. In deze woning zit een gewelfde kaaskelder die duidt op de oude stal, die hier vroeger was. 

Sporen van vroeger  (LisserNieuws)

26 februari 2019

door Nico Groen 

Zoals u ongetwijfeld heeft gelezen heeft de eigenaar van de bollenschuur van boerderij De Wolff het plan de bollenschuur, die aan het woonhuis is gebouwd, te slopen. Dit om een nieuwe woning te bouwen los van het bestaande huis. Daartoe moet het bestemmingsplan ter plaatse gewijzigd worden. Het college van B&W van Lisse heeft daar in principe geen bezwaar tegen. Tegen dit plan zijn zienswijzen ingediend om sloop van de bollenschuur te voorkomen. De vraag is of de staat van de schuur en de cultuurhistorische waarde ervan zodanig zijn, dat ook de bollenschuur een gemeentelijk monument kan worden.

 

De woning met een gevelsteen waarop 1603 staat, is al een gemeentelijk monument. Het was vroeger een woning met aangebouwde stal (boerderij De Wolff). Later is de stal bij de woning getrokken om een groter woonhuis te realiseren. Bij de redengevende omschrijving van het monument door de organisatie Dorp, Stad en Land is te lezen, dat het huis zijn waarde ontleend aan 17e eeuwse elementen met 18e eeuwse aanpassingen in de woning. Volgens de beschrijving zijn deze bijzondere elementen en de ouderdom hiervan van bijzonder hoge architectonisch historische en unieke waarde.

Gewelfde kaaskelder

Het oudste gedeelte is een gewelfde kaaskelder met gemetselde trap en gewelf uit het begin van de 17e eeuw. Dit is een overblijfsel van de oude stal. Ook de plavuizenvloer en een alkoof komen uit die tijd. Het tegelwerk in de keuken stamt uit de 18e eeuw. In de kamers zijn tegelplinten met op de tegels een scala aan kinderspelen en dierfiguren. De woning heeft overal kenmerkende balkenplafonds. De bovenverdieping was vroeger in gebruik als hooizolder. Daar zijn nog oude gebinten en spanten met pen en gat verbinding te zien. Dus zonder spijkers of schroeven.

De voorgevel is aan de lange kant van het huis en is te zien vanaf de Stationsweg. Het geheel bestaat uit één bouwlaag met een hoog en steil dak. Nagenoeg in het midden van de voorgevel is de voordeur met daarboven een bovenlicht met een levensboom. Links daarvan zijn 2 hoge raampjes met nog een deur helemaal aan de zijkant. Zijn dit overblijfselen van de aangebouwde stal?

Sinds kort is duidelijk dat de bollenschuur in 1908 tegen de woning is aangebouwd en niet in de zestiger jaren, zoals beschreven staat bij de beschrijving van de monumentale woning. Met dit rapport is men toen op het verkeerde been gezet en daardoor werd de schuur niet monumentwaardig bevonden. Het Cultuur Historisch Genootschap Duin- en Bollenstreek en de VOL streven alsnog toewijzing tot monument na.

In de door hen ingediende zienswijze om behoud van de bollenschuur staat onder andere dat juist de combinatie van groot cultuurhistorisch belang is: de combinatie van de boerenhoeve (huis en aangebouwde stal) uit de 17e eeuw met de bollenschuur uit 1908 en de veranderingen aan het geheel in de loop van tijd. De lage venige strandvlakte tussen de Van Lyndenweg en het vroegere Berkhouterduin (waar nu ongeveer woonzorgcentrum Berkhout is) was vroeger in gebruik als boerengrond met veeteelt (vandaar de kaaskelder). Later werd het zand vanuit de ondergrond naar boven gehaald. Hierdoor ontstond een voor bollenteelt ideale zandgrond Daarom is toen de bollenschuur gebouwd.

Het hele verhaal van verandering van natuur naar kleinschalige landbouw en vervolgens naar onze befaamde bloembollencultuur is bij de woning met de aangebouwde stal, gecombineerd met de bollenschuur goed zichtbaar te maken en mooi te vertellen.

De voorgevel van de woning met 2 deuren.
Foto: Nico Groen

 

 

Foto: Nico Groen

Zwarte Tulpprijs voor Heereweg 429

Sporen van vroeger  (Lisser Nieuws)

door Nico Groen

18 december 2018

De Zwarte Tulpprijs 2018 is voor de eigenaren van de woning met bollenschuur op Heereweg 429. De restauratie is eindelijk klaar. De bollenschuur is nu bij het woonhuis getrokken. De schuur heeft dus een goede herbestemming gekregen. De oorkonde werd 30 november jl. uitgereikt aan de familie door wethouder Kees van der Zwet.

 Gemeentelijk monument

Het gebouw is ontworpen door de bekende Lisser architect C.W. Barnhoorn. Dit in opdracht van bollenkweker W.V. van Beek. De bollenschuur is aan de achterkant van het woonhuis gebouwd. Het vormt samen één geheel. Het precieze bouwjaar is niet bekend, maar ligt rond 1927. Het heeft 2 bouwlagen onder een plat dak met een schoorsteen aan de achterkant. Er zijn  rode bakstenen gebruikt, behalve voor de onderste lagen. Deze zijn vanaf de fundering opgebouwd uit een betere kwaliteit klinkers met hardere specie en vormen een zg trasraam. Naast het tegengaan van optrekkend vocht, werkt het ook tegen binnendringen van vocht van bijvoorbeeld opspattend regenwater. Verder is de kans kleiner dat zouten uit het optrekkende water voor witte uitslag op de gewone stenen zorgen.

In de voorgevel is siermetselwerk aangebracht in de vorm van vooruitspringende stenen. Dit geeft een speels uiterlijk aan de bovenkant van de voorgevel. De borstwering aan de bovenkant van de andere gevels heeft ook  naar voren uitkragende  stenen met een betonnen gevelafdekking. Te zien is dat Barnhoorn geïnspireerd was door art deco en baksteenexpressionisme. Art deco was een populaire stijlbeweging van 1920 tot 1939 die bij bouwwerken ook tot uiting kwam in de decoraties. Het belangrijkste bij baksteen-expressionisme is, dat het ontwerp niets voor hoeft te stellen. Alleen de vorm is belangrijk.

De ramen en deuren van het woongedeelte zijn van hout met een bovenlicht onder een  horizontale roede. De ramen op de verdieping hebben geen roeden.

Moderne schuur voor die tijd

De schuur heeft geen openslaande ramen voor de ventilatie, maar ventilatieopeningen voor mechanische afvoer van de lucht. Het was namelijk een vooruitstrevend ontwerp met elektrische ventilatie voor het drogen en bewaren van de bollen. De stalen ramen kunnen  wel open voor extra ventilatie. De schuur is dus een goed voorbeeld van het type bollenschuur met mechanische ventilatie.

CHG Duin- en Bollenstreek

De Zwarte Tulpprijs wordt jaarlijks uitgereikt aan de eigenaar van een voorbeeld bollenschuur in de Bollenstreek. Het gebouw moet op een voorbeeldige manier heeft behouden zijn of een andere bestemming hebben gekregenen. De Werkgroep Behoud en Herbestemming Bollenerfgoed van het Cultuur Historisch Genootschap  voor de Duin- en Bollenstreek (CHG) beoordeelt al sinds 2003 initiatieven op dit gebied om deze prijs te kunnen toekennen.. De Werkgroep zet zich al meer dan 20 jaar in voor de bollenschuren en ander waardevol erfgoed van de bloembollencultuur in de Duin- en Bollenstreek.

Bovenstaande gegevens komen van de website van het CHG Duin- en Bollenstreek en van de website van oudlisse.nl bij het hoofdstuk Monunumenten. Klik hier om er naar toe te gaan

De woning heeft een fraai front met een mooie decoratie aan de bovenkant. Foto: Nico Groen

 

Oud Nieuws: BOELHUIS IN DE PASTORIE 1612

Dominee Gilbertus Ophenium stond in Lisse van 1604 tot 1610. De inventarislijst van zijn bezittingen wordt weergegeven.

Door Dirk Flo0rijp

Nieuwsblad Jaargang 17 nummer 3 Zomer 2018

De plek van “de Oude Pastorie” nu Grachtweg 2 werd in 1612 nog tot de Heereweg gerekend.Dominee Egbertus Aemelius die in Lisse predikant was van 1599 tot 1604 was net vertrokken naar zijn nieuwe standplaats in Leiden. De pastorie moest een grondig onderhoud ondergaan om de nieuw beroepen predikant dominee Gilbertus Ophenius, die als kandidaat naar Lisse kwam, te ontvangen. De werkzaamheden kostten een lieve duit waar je toentertijd een woning voor bouwde, voor 225 gulden. Dit alles vond plaats in 1604. We laten de akte even voor zich spreken.

De acte

“Wij ondergetekenden schout ende schepenen des ambachtsheerlicheijts van Lisse doen condt eenen iegelicken ende attesteren bij desen, ter instantie van den eerw: Gilbertus Ophenius onsen kerck dienaer des heijligen evangeliums soo dat wij naer gedaen inspectie vercklaer van t pastorijen huijs tot Lisse voorseijt bevonden hebben seeckere nootwendige reparatie die daer aen van bedertse te doen overmits d zelve een zeer ende groote huijsinge is wesende voor desen tijt nijet wel bequaem voor een dienaar te bewonen, dat daeromme mitten eersten costen een dack opgaende welck dack gansch ende all vergaen is, als van een nijewe wenteltrappe aende camer ende solder over een te maecken, mit een kelderdeur ende eenige reparatie aent achterhuijs mitte bornputh, ende heijninge, mitsgaders ramen op te camer ende beneden oock eenijge deuren op ten solder ofte andersints ende diergelijcke daer aen clevende t welck bij raminge soo den timmerman ende decker gissen estineren ende vercklaeren, al ‘ t samen te zullen costen ter somme van tweehondertvijfenteintig karoli guldens”

Dominee Gilbertus Ophenius

Dominee Gilbertus Ophenius stond in Lisse van 1604 tot 1610. Hij trouwde met Annetghen Pietersdr. en overleed voor 1612. Na zijn overlijden werd er door zijn weduwe met haar borg, tevens haar stiefvader Reijn Wiggertsz. boelhuis gehouden en zien we een honderd gegadigden met hun namen en wat ze kochten uit de boedel van de pastorie en voor welk bedrag. Zodanige meubelen en goederen als worden ingebracht.

Hieronder wat namen en wat zij kochten.

Claer Jacobsz van Oosten, een manshoed voor 3 gulden Pietertje Pouwels, twee oorcussens gemijnd op 6 gulden en 4 stuivers Lisein van der Bles, een comfoir voor 3 gulden Pietertje Pouwels, twee aarden kruiken voor 16 stuivers Oude Jan van Geel, drie kommetjes voor drie stuivers en act penn. Magdalena van Beresteijn, een trechter voor 6 stuivers Grietje Jans, een schuimspaan met een schier snijter voor 12 stuivers Claes Schenaert, een ijzeren hecel Magdalena van Beresteijn, een pannetje en een zandloper voor 13 stuivers Cornelis van Larum, een coperen blacer voor 15 stuivers Jonge Jan Jansz van Geel, een beddepan voor 4 gulden 10 stuivers Magdalena van Beresteijn, een tafel voor 2 gulden en 4 stuivers *Jan Michielsz onzen predikant een pultrien voor 6 stuivers Claes Cornelis velserman, een vleiscuijp voor 18 stuivers Cornelis Henricx tot Catwijck, koperwerk voor 2gulden 4 stuivers.

Bron

NA transportakten nr. 127

Familie Den Heyer die nu haar intrek heeft gedaan in dit pand vraagt naar de vroegste geschiedenis van dit adres. Weet u raad?

De Oude pastorie, Grachtweg 2

 

Het Hofje van Six doet mee met Monumentendag

Het Hofje is gerenoveerd in 2017. De monumentale eik was verrot en is gekapt. De erepenning 2018 was voor het Hofje.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

28 augustus 2018

 door Nico Groen

Op  8 en 9 september 2018 zijn weer de Open Monumentendagen. Ook Lisse doet op zaterdag 8 september mee. Het plaatselijk organisatiecomité heeft maar liefst 22 eigenaren bereid gevonden hun monumentale gebouw open te stellen voor ieder, die daarin geïnteresseerd is. Een van de opengestelde gebouwen is het Hofje van Six, Kanaalstraat 34-42. Er is de laatste jaren al veel over de geschiedenis van het Hofje geschreven, maar nu kunt u het resultaat van de renovatie met eigen ogen zien.

 De eik is omgehakt

Op Open Monumentendag is dus het hernieuwde Hofje te bekijken, inclusief de mooi aangelegde tuin. De oude Amerikaanse eik is vóór de renovatie uit de tuin verwijderd. Diverse mensen vroegen zich af of deze monumentale eik zomaar verwijderd mocht worden. De boom stond immers op de gemeentelijke lijst van monumentale bomen. Bomen hebben echter niet het eeuwige leven. In overleg met een deskundige vanuit de gemeente Lisse en vanuit de Vereniging Oud Lisse werd  echter geconcludeerd dat de boom van binnen helemaal hol en verrot was. Bij het omhakken van de boom bleek dit heel duidelijk. De jaarringen van de boom zijn geteld, dat waren er ruim 110. Omdat de binnenste ringen niet konden worden geteld kan de boom heel goed bij de nieuwbouw van het Hofje in 1883 zijn geplant.

 Erepenning 2018

De Cultuur-Historische Vereniging “Oud Lisse” reikt jaarlijks een erepenning uit als blijk van waardering voor renovatie of behoud van een pand. In het Nieuwsblad van de VOL, een kwartaalblad in full colour, staat altijd de rubriek ‘Nieuwsflitsen’. Dit kwartaalblad is gratis voor leden van de VOL, maar ook op dinsdagmorgen te koop bij de inloop in de Vergulde Zwaan. Een van deze Nieuwsflitsen in het Lentenummer van 2018 ging over de uitreiking van deze erepenning. De inspanningen en het fraaie resultaat van de renovatie van het Hofje van Six sprongen er dit jaar natuurlijk uit. Na de jaarvergadering werd de penning door de heer Cor Dol namens de vereniging overhandigd aan het bestuur van de Diaconie van de Hervormde Gemeente, eigenaar van het Hofje. Cor Dol verzamelt al jaren verhalen en beelden van het Hofje en was natuurlijk een warm pleitbezorger voor behoud hiervan. Dat de Diaconie toch kans heeft gezien om na dreiging van sloop de renovatie alsnog te realiseren was voor VOL een enorme opsteker. De vereniging  heeft zich steeds sterk gemaakt voor behoud van het Hofje.

Boekwerk groot onderhoud 2017

In het Lentenummer van 2018 staat ook een Nieuwsflits over een nieuw boek  dat de renovatie van het Hofje beschrijft. Aan de renovatie van het Hofje hebben heel veel vrijwilligers meegewerkt. Het idee ontstond om al die activiteiten in boekvorm vast te leggen. Conny van der Eijk maakte gedurende het hele renovatietraject foto’s. Laura Bemelman, vrijwilliger bij de VOL, nam op zich het verhaal te maken. Ze interviewde diverse mensen die op een of andere manier betrokken waren bij de renovatie. Het resultaat is een leuk informatief en prettig leesbaar boekwerk met heel veel foto’s. Het verhaal over de renovatie wordt voorafgegaan door een duidelijke beschrijving van de geschiedenis van het Hofje. Dit boek is te verkrijgen bij de Diaconie van de Hervormde Gemeente, zolang de voorraad strekt.

 

De stam van de oude eik was van binnen verrot. Foto: Nico Groen

Heereweg 451 – Villa ‘Gerarda’

Eenvoudige, maar stijlvolle detailering met een erker met afgeschuinde hoeken. Gebouwd voor dhr. Rijsburger.

Kadaster: B-1823. Bouwjaar: 1913.

De woning staat naast de Beek

Voor DSL beschrijving klik hier: Heereweg_451

Heereweg 034 – Villa ‘Rutsbo’

Deze villa behoorde bij het bollenbedrijf van de fa. Driehuizen

Kadaster: C-2868. Bouwjaar: 1925. Architect: Leen Tol sr.

Het huis is vernoemd naar mevrouw Ruth Driehuizen-Heurgren. Mevrouw Driehuizen kwam oorspronkelijk uit Zweden. Het huis is naar haar genoemd. Rutsbo betekent huis van Rut.
Het huis werd gebouwd in 1925 aan wat toen nog de Rijksweg heette. Op de eerste steen staat vermeld dat Alf Driehuizen, 7 jaar oud, de steen gelegd heeft op 4 februari 1925. De kwekersvilla maakte deel uit van het bloembollenbedrijf firma Driehuizen. Tot dit complex behoorden ook villa Somalo en de inmiddels tot appartementencomplex omgebouwde bollenschuur.

Het huis is gebouwd door architect Leen Tol Sr. Het huis ontleent zijn karakter aan het portaal en de beide serres, waardoor een markante symmetrie verkregen is.
In het midden van de voorgevel bevindt zich een portaal dat volgens de klassieke voorschriften is opgebouwd: Dorische zuilen, rustend op hardstenen basement, ondersteunen het fries en het fronton. Op het fries is de naam ‘Rutsbo’ aangebracht. Er zijn nog vele originele glas-in-lood ramen. Het huis werd tot 1976 bewoond door de familie Driehuizen. Daarna werd een stuk aan de villa aangebouwd en werd het geheel een gezinsvervangend tehuis.
Inmiddels zijn de bijgebouwen weer afgebroken en wordt er sinds 2007 weer particulier gewoond.

Rutsbo vanaf de zijkant

Huize Rutsbo

De entree

De daggoot

Voor DSL beschrijving klik hier:Heereweg_34

 

 

Grachtweg 01 – Villa

Deze villa in de bocht van de Grachtweg is een voorbeeld van chaletstijl.

Kadaster: D-3151. Bouwjaar: ca. 1905.

Voor DSL beschrijving klik hier: Grachtweg_1

Hofje van Six gerenoveerd en kreeg de erepenning

De jaarlijkse erepenning voor renovatie of onderhoud van een historisch pand werd in 2018 uitgereikt aan het gerenoveerde Hofje van Six. Over de restauratie is een boek gemaakt.

Nieuwsflitsen

Nieuwsblad Jaargang 17 nummer 2 Lente 2018

2018 Feestelijke drukte bij de heropening

‘Een Huijs ende Erve op den Broekweg’, dat is wat Pieter Six in 1740 in Lisse koopt en daar start het verhaal van het Hofje van Six. Onlangs, op 26 mei, heropende burgemeester Spruit het totaal gerenoveerde hofje, dat nu bestaat uit de adressen Kanaalstraat 34-42. Eigenlijk is het een klein wonder dat het hofje er nog is. In 2010 gaf gemeente Lisse zelfs een sloopvergunning af voor de huisjes die er dan al sinds 1883 staan.
Die eind 19e-eeuwse nieuwbouw en de daaraan voorafgaande afbraak zal ook toen wel ingegeven zijn door de staat van de woningen. De huizen uit 1883 zijn in de loop van de tijd steeds aangepast en verbeterd. Maar voor de 21e eeuw voldoen de huizen totaal niet aan de eisen van de tijd, er is leegstand en opknappen lijkt te duur. Vandaar de oplossing van sloop. Mien Dol, dan nog de enige bewoonster van het hofje, organiseert een protestactie en ook Oud Lisse laat zich in de bezwaren horen. Heel veel Lissers protesteren tegen de sloop. Gelukkig kwam er “hulp” uit een heel andere hoek. De economische crisis was er de oorzaak van dat de beoogde verkoop van grond en huizen stokte. Het behoud van het hofje, zoals veel mensen wensten, kwam toch weer in zicht. Maar was dat haalbaar? De eigenaar van het hofje, de Diaconie van de Hervormde Gemeente Lisse, moest zich beraden over de toekomst. De taak van een Diaconie is om geld dat zij in kas heeft te besteden aan diaconale doeleinden. Een hypotheek aangaan kan niet en een kostbaar renovatietraject is daardoor moeilijk aan te gaan. Gelukkig bracht Aad Dol uitkomst door Kanaalstraat 34 te kopen. Zo ontstonden financiele mogelijkheden om toch te kiezen voor renovatie. In april 2016 wordt dit besluit genomen. Er wordt een gedegen bouwplan gemaakt waarin energiebesparende maatregelen hoog in het vaandel staan. De inzet van vele vrijwilligers is ook een middel om kosten te besparen. Eerst moet er gesloopt en dat “rommel opruimen is echt wel buffelen”. In het voorjaar van 2017 wordt gestart met de opbouw. De monumentale uitstraling van het hofje moet aan de buitenzijde behouden blijven. Binnen is hedendaags wooncomfort gewenst. Vorig jaar september, tijdens Open Monumentendag, kon het publiek al zien dat het een fraai project was. Sinds december 2017 zijn de 4 gerenoveerde hofjeswoningen weer bewoond. Pieter Six’ doel was indertijd ‘vrije bewooning’ voor “oude en behoeftige Ledemaeten van de Gereformeerde Christelijke Religie” . Die doelstelling is natuurlijk achterhaald. De huisjes zijn ongeschikt voor bewoning door ouderen. Er wonen nu jongere huurders. De toewijzing aan huurders verloopt op basis van criteria vanuit de diaconale opdracht en met huren als in de sociale huursector. Maar op een andere manier kan toch gewerkt worden aan de opdracht van Pieter Six omdat de Diaconie met de opbrengst van de huur van de huidige huurders, de ‘bedeelden en behoeftigen’ van onze tijd kan helpen.

Erepenning

Uitreiking penning aan het Diaconie bestuur

Vereniging Oud Lisse reikt jaarlijks een erepenning uit als blijk van waar dering voor renovatie of behoud van een pand. De inspanningen en het fraaie resultaat bij de renovatie van het Hofje van Six sprong er dit jaar natuurlijk uit. Na de jaarvergadering werd de penning door de heer Cor Dol namens “Oud Lisse” overhandigd aan het bestuur van de Diaconie. Cor Dol verzamelt al jaren verhalen en beelden van het hofje en is natuurlijk een warm pleitbezorger voor behoud van het hofje. Dat de Diaconie toch kans heeft gezien om de renovatie alsnog te realiseren was voor “Oud Lisse” ook een enorme opsteker. De Vereniging heeft zich steeds sterk gemaakt voor dit behoud.

Boekwerk Groot Onderhoud 2017

Laura Bemelman even in het zonnetje gezet

Aan de renovatie van het hofje hebben heel veel vrijwilligers meegewerkt. Er is door velen, vaak belangeloos, aan dit project meegewerkt. Het idee ontstond om al die activiteiten in boekvorm vast te leggen. Conny van der Eijk maakte gedurende het hele renovatietraject foto’s. Laura Bemelman nam op zich het verhaal te maken. Ze interviewde diverse mensen die op één of andere manier betrokken waren bij de renovatie. Het resultaat is een leuk informatief en prettig leesbaar boekwerk. De geschiedenis van het hofje komt natuurlijk aan de orde, maar de nadruk ligt vooral op het hele proces van de renovatie en de keuzes die gemaakt werden. De ervaringen en betrokkenheid van de vele harde werkers bij de renovatie kleuren dit boek. Het eerste exemplaar werd op 26 mei bij de heropening van het hofje overhandigd. Alle werkers krijgen een exemplaar als aandenken. Burgemeester Spruit sprak bij de heropening haar waardering uit voor alle werk dat is verzet met een resultaat dat klinkt als een klok. Lisse is een prachtig gerenoveerd hofje rijk en het boek van Laura Bemelman laat zien waartoe enthousiaste vrijwilligers in staat zijn.