’t Roemwaard Lisse: Meerenburgh (37)
Door Alfons Hulkenberg
Overgenomen uit het boek ” ’t Roemwaard Lisse” uit 1998, 2e druk, Grimbergen boeken – Lisse
Meerenburgh was een zeer grote buitenplaats, waarvan het huis zich bevond achter de huidige villa Merenburgh aan de Lisserbrug. Onder de porriehoop zit nog wat steen van de oude fundamenten. De hofstede is gesticht in 1638 door Jhr. Albrecht van Wassenaar, heer van Alkemade, zoon van Jhr. Jan van Duivenvoorde van Warmond en Odilia Valkenaar.1 De eerste kaart van huis en tuinen vertoont nog een eenvoudig beeld,2 maar geleidelijk aan is het steeds groter en imposanter geworden. In 1666 was het in het bezit van Jhr. Gerard van Wassenaar van Alkemade en het had in 1669 de eer de beroemde Constantijn Huygens binnen zijn muren te mogen ontvangen.3 Later woonde hier Jhr. Thomas Walraven van Wassenaar van Alkemade, gehuwd met Margaretha A. baronesse van Lynden. Deze tak van het aloude geslacht Wassenaar was trouw gebleven aan Rome 4 en zo vinden we hier een priester, die – tegen goede betaling – als huiskapelaan werd toegelaten. Sinds 1719 was dit Peter Gratia, later schuilt er de Jezuiet Ignatius Oliva, die uit zijn statie Leiden verbannen was5 en in 1768 is er als kapelaan Lambertus Eyssen. Andries Schoemaker noemt Meerenburg in 1730 “een zeer vermakelijk oord, als hebbende van voren de jacht door de duinen en van achteren de visserij in het meer, tussen beide liggen grazige weilanden.” Hij vermeldt nog dat een “modern huis” is, 100 roeden van de Heereweg.6
Het echtpaar van Wassenaar-Van Lynden werd in zijn bezit opgevolgd door Gerard Anthony baron van Wassenaar van Alkemade (1707-1752), in 1734 te Amsterdam gehuwd met Elisabeth Marie Cromhout, vrouwe van Werve en Nieuwerkerk, die op 16 augustus op Meerenburgh overleed.4 Juist in deze jaren komt Jan de Graaff Meerenburgh bezien. De bedijking van Lisserbroek heeft de bouwman bevrijd van lasten en schaden,
En Meerenburgh van het verslindend nat
Bevrijd, die aan haar einde is omvat
Van ’t broekland,7 wijl deez’ plaats vol fraaiigheden
’t Beminnelijk schoon vertoont in volle leden,
Waarop het volk van Lis zo moedig bromt,8
Zelfs aan de vreemd’ling, die hier ter plaatse komt
En roeme steeds, wijl dat haar schoon’gezichten
Tot diep in ’t oost’, ja zelfs tot Amstels stichten
Ver strekt,9 en is aan ’t achterste gesierd
Met vogelkooi, zo dat gestadig zwiert
’t Gevogelte, ’tgeen door de dichte takken
Uit de hoge lucht komt zacht/es nederzakken.
Men ziet het huis van marmer en ivoor
meest opgebouwd, ’t welk Diana ’s koor
in schoonheid lijkt,10 vertoont door beemd en velden
En ’t woeste nat of meer, wiens ijselijk geweiden
Ons vrezen doet, wanneer de oostenwind,
Door Aeool’s muitgespan 11 als gans gestoord, ontzind,
Ons dreigt, zo’t schijnt, ten eenmaal te vernielen,
Totdat Neptuun met zijn blauwe wielen
En schulpkaros der stroomgedrochtens bek
Beteugelt en betoomt het ganse ommetrek
Der vloeden, zee, of grote waterplassen.12
De wolken die op woord des Zeevoogds altijd passen
Verdwijnen fluks,13 dus wordt ’t een stille ree.
Maar, ik zou Neptuun welhaast volgen op de zee . . .
Eigenaar van Meerenburgh is nu Jacob Hendrik baron van Wassenaar van Alkemade, hoofdingeland van Rijnland (1736-1800). Deze ongehuwde baron verbleef regelmatig op het buiten, maar eigenaresse blijkt zijn zuster te zijn, Elisabeth B.M., die evenals vele katholieke freules haar levenspartner vond in de Zuidelijke Nederlanden, het huidige België. Eerst was dit Louis E.G. prince de Montmorency, vicomte de Roulers, baron de Bellem en na diens dood in 1778 Jean F.Ph. comte d’Asson.4 Zij laat Meerenburgh na aan haar dochter, gehuwd met de Prince de Veaudemont. De ongehuwde oom Jacob Hendrik was nog steeds de bewoner en talrijk zijn in deze jaren de moeilijkheden betreffende de doorvaart door de Zandsloot.14 Baron Du Tour van Zandvliet heeft deze aan de eigenaar van Keukenhof toegestaan,15 maar als Van Wassenaar telkens de uitmonding met een boom afsluit heeft dit weinig zin!
In 1802 kwam voor Meerenburgh het einde. De uitgestrekte buitenplaats werd voor ƒ 23000 verkocht aan de Haarlemse geweermaker Philipp Wilhelm Wagner.16 Het huis werd gesloopt, de landerijen verkaveld. In zeer korte tijd is het ongelooflijke gebeurd; het machtige Meerenburgh is verdwenen!
1 Van de Aa, Aardr. Woordenb.
2 ARA, Kaarten reg. nr. 2284 (1639)
3 S.J. Fockema Andreae, Kastelen.
4 H.G.A. Obreen, Geschiedenis . . . Wassenaar (1903).
5 De Aagtenkerk, blz. 79 en 90.
6 Ms Schoemaker (A’dam en Den Haag). Gemeentearch. Hillegom, div. kaarten, inv.nr. 122 pak 74 e.a.
7 moerasland.
8 zich beroemt.
9 Bij helder weer kon men over het meer de torens van Amsterdam zien.
10 Diana was de kuise godin van de jacht. Zij was vergezeld door zeven schone nymfen.
11 Aeolus, god der winden.
12 Neptunus, god der zeeën, rijdt in een schelpkaros over de baren en weet de muitende Aeolus te bedwingen.
13 De wolken gehoorzamen Neptunus.
14 Arch. van Lynden/Keukenhof.
15 De kleurige Keukenhof, blz. 42 en 43.
16 Zie 14. Leids Jaarb. 1969, blz. 188.




