’t Roemwaard Lisse: Zandvliet (33)

Door Alfons Hulkenberg

Overgenomen uit het boek ” ’t Roemwaard Lisse” uit 1998, 2e druk, Grimbergen boeken – Lisse

“Daar doet zich Zandvliet op, een lustplaats vol vermaak,

Een paradijs op aarde, en aller plaatsen baak.

Hoe fraai vertonen zich de lanen!   Hoe bekoren

Mij haar bomen, daar zich Filomeen laat horen! 1 

In de aangename Mei! Hoe lustig voor ’t gezicht

Vertoont er zich ’t gebloemt’, door Flora zelf gesticht! 2 ,

“Santvliet, een deftige hofstede, gelegen aan de Heereweg onder de banne van Lis. Het gebouw is een modern gebouw, gelijk de bovenstaan­de tekening aantoont; het heeft Engelse schuiframen. De ingang van de Heereweg is een opgeschoren laan met acht regelen bomen en tussen beide met Taxusbomen beplant. De tuin, die deftig is, en ’t bos ligt langs de Heereweg. De ingang der laan is door een hek afgesloten en op desself’s pilaren zijn wapenen geschilderd van de Mamoiselle van Bennebroek, vrouwe van Bennebroek en Warmenhuizen.”3 Aldus de heer Andries Schoemaker in 1730. De “bovenstaande tekening” is echter dermate primitief, dat we toch aan de bekende prent van Rademaker de voorkeur gegeven hebben. De “Engelse schuiframen” ter vervanging van de oud-Hollandse kruiskozijnen waren in 1730 wel hoogst modern; meestal verschijnen ze vijftig jaar later. Toch zijn ook op deze afbeel­ding kruisramen te zien. Waarschijnlijk heeft de wijziging omstreeks 1730 plaats gehad. Het fraaie ingangshek stond ongeveer tegenover Merenburgh. Het linker wapenschild vertoonde het wapen Sohier de Vermandois.4 Het ovale (vrouwelijk) wapen waarschijnlijk het wapen Pauw; aldus de wapens van de ouders van Mademoiselle Adriana Constantia Sohier de Vermandois (1675-1735), “de Mammesel”, vrouwe van Bennebroek en Warmenhuizen. Bennebroek is dichtbij; Warmen­huizen daarentegen zelfs in onze gemotoriseerde tijd op enige afstand. Niet alzo 200 jaar geleden. Toen omstreeks 1770 een sollicitant zich aanmeldde voor het schoutambt van dit Warmenhuizen, vond men het heel gewoon, dat hij te voet naar Zandvliet kwam.5 Hij kon de afstand in twee dagen best afleggen. Het schoutambt was wel belangrijk, maar iemand die daarnaar kwam solliciteren hoefde zich nu ook weer niet te verbeelden, dat hij zich in een koets moest laten rijden. Het huis was gebouwd door de machtige Amsterdammer Jeronimus Coymans (1598-1658). Deze handelde in Indische producten zoals peper en kruidnagelen en in een zeker levend zwart materiaal, dat in onze vaderlandse-geschiedenisboekjes tactvol werd doodgezwegen. Ach­ter het huis en ten dele daaraan vastgebouwd, stond de boerderij Oud-Zandvliet (later Marinus genoemd), de huidige bollenschuur van de firma P. H. Beelen. Hier woonde van omstreeks 1750 tot 1890 de familie Van Graven.7

Zandvliet is beroemd geweest wegens de menagerie, een privé dieren­tuin, die in 1760 door Jacob Adriaan baron du Tour naar hier werd overgebracht.8 Witte fazanten, poelpentanen (parelhoenders), Chinese katten, brandganzen, een lepelaar, kroonvogels, “drie vreemde bees­ten”, en nog veel meer. Jan de Graaff, die van Veenenburg kwam, dichtte geestdriftig:

 

Doch ik keer mij een weinig herwaarts om

Totdat ik aan de illustre zale kom

Van Zandvliet, dus ga ik mij derwaarts spoeden

Tot in haar schoot, omheind met zoete vloeden.

Die schoonste plaats die ik in Holland weet,

Wiens grootheid is met sierlijkheid bekleed;

Zo van een doolhof als van vijvers en rivieren,

’t Ontelbaar tal van lanen, die versieren

Het boomgewas, zo blaadrijk hooggetopt,

Het bos vol wild, de waters opgepropt

Van vis, nu komt ons ’t aangenaamst nog vertonen,

Wanneer men ziet het middelste bewonen

Met rundervee. En ga ik dieper treden,

Zo zie ik daar ’t gevolgelt groot en kleen

Van wild en tam, door moeite en veel kosten

Bijeen vergaard. Onmooglijk dat ik ontvloste

Haar fraaiigheden, al dewijl mijn dwalend oog

Staag vliegt en zweeft door lind- en iepeboog

En gans verward in honderden van dreven,

Dat voor een mens een groot vermaak kan geven.

Verrukkend dal, ‘k verlaat u . . .

Nog beroemder dan door zijn manegerie is Zandvliet achteraf geworden door de aanleg van de “Engelse tuin” in 1772, het huidige tentoonstel­lingsterrein.9 Behalve dit laatste stuk grond was kort na 1800 Zandvliet geheel geveld.

1    Philomele en Prokne, twee gezusters in de Griekse mythologie, die respectievelijk in een nachtegaal en een zwaluw veranderden.

2    Rhynlands Fraaiste Gezichten, 1732.

3   Ms. Schoemaker, Rijksprentenkab. A’dam deel V. ld. Kon. Bibl. ‘s-Gravenhage, handschr. 78C53. De Aagtenkerk blz. 97. Huis Dever blz. 138/39.

4   In het bezit van de heer A. Hoes, Lisse.

5    Rijksarch. Arnhem, Huisarch. Waardenb. en Neerijnen nr. 166.

6   De kleurige Keukenhof, blz. 27.

7    Gemeentearch. Hillegom, diverse tekeningen.

8    Leids Jaarb. 1969 blz. 147 e.v. ld. 1970, blz. 151 e.v.

9   De kleurige Keukenhof, blz. 49 e.v.

Zandvliet of Sandvliet. Ets van A. Rademaker (1675-1753). Uit Rhynlands fraaiste gezichten, 1732