GERIEFHOUTBOSJE BIJ BOERDERIJ LANGEVELD

Ommetje van de Poelpolder:  het geriefbosje van Langeveld wordt beschreven. Het hout werd vroeger gebruikt op de boerderij.

Sporen van vroeger (Lisser Nieuws)

4 oktober 2016

door Nico Groen    

 We vervolgen de cultuurhistorie langs het Ommetje van de Poelpolder, dat bij de Zemelpolder begon. In een vorige column hebben we aandacht besteed aan boerderij Langeveld. We lopen nu verder over de dijk naar het zuiden langs een vrij nieuw huis. Vervolgens komt een bosje midden in de weilanden van de polder in zicht.

Dit is een geriefhoutbosje, dat vroeger bij veel boerderijen stond. ‘Gerief’ betekent ‘te gebruiken’. Dit bosje  bestaat helemaal uit essen (Fraxinus excelsior). Het ligt precies in het verlengde van de Staalsloot, die aan de westkant van de Heereweg richting boerderij Wassergeest loopt. Vroeger werd ieder jaar zo ongeveer een achtste gedeelte van zulke bosjes bij de grond afgekapt. Vandaar dat zo’n bosje ook wel hakhoutbosje werd genoemd. Het hout voor gebruik in en rond de boerderij kwam daar vandaan. Essenhout werd bijvoorbeeld gebruikt voor het maken van gereedschap en het werd gebruikt als brandhout. Ook werden er
palen en hekken als afscheiding rondom de boerderij of de weilanden van gemaakt.
Het hout van de esis lichtgekleurd, taai en sterk. Het werd vooral vanwege zijn elasticiteit gebruikt voor stelen van de bijlen en schoppen.
De duurzaamheid van essenhout bij buitengebruik is echter vrij laag .

Omdat elk jaar een achtste van het bosje werd gekapt, werd het bosje elke 8 jaar ‘ververst’. Dat is nu al jaren niet meer gebeurd. Daarom zijn de uitlopers nu erg groot geworden. Het zijn hele bomen geworden. Hoewel een mooi gezicht, is het bosje nu dus sterk verwaarloosd.

Er is vaak verwarring met pestbosjes of koebosjes. Deze bosjes zijn in het verleden ontstaan op de plek waar de kadavers van de aan de pest of andere ernstige besmettelijke ziekten gestorven vee werd begraven. Zo’n plek werd omringd door een sloot zodat het andere vee er niet mee in aanraking kon komen en besmet raken. In de 18e eeuw heerste er meerdere malen veepest. Soms stierf binnen het jaar 70% van de veestapel. Omdat zo’n pestbosje was omgeven door sloten, groeide er op den duur ruigte en een scala aan bomen, zoals elzen en wilgen.

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan de ‘Digitale Cultuurhistorische Atlas van de Duin- en Bollenstreek’. Deze atlas is geen papieren atlas, maar is te vinden op www.cultuurhistorieduinenbollenstreek.nl. Er is niet gekozen voor een boek of DVD, maar voor een website. Een boek  of DVD biedt een statische momentopname, terwijl een website dynamisch kan blijven. Het is namelijk de bedoeling de atlas steeds meer uit te breiden en te verbeteren. Bovendien kan een website voor een veel groter publiek toegankelijk zijn.

De atlas is tot stand gekomen op initiatief van het CultuurHistorisch Genootschap Duin- en Bollenstreek (CHG), het Landschapsbeheer Zuid Holland en de Agrarische Natuur- en Landschapsvereniging Geestgrond (ANVL Geestgrond). Het CHG is het overlegorgaan van alle plaatselijke historische verenigingen hier in de streek. Ook een werkgroep van de Vereniging Oud Lisse heeft aan het tot stand komen van de atlas een bijdrage geleverd.
In deze atlas zijn heel veel nog herkenbaar aanwezige cultuurhistorische elementen beschreven, die kenmerkend zijn voor de Duin- en Bollenstreek, waaronder het geriefbosje.

Het verwaarloosde essenhakhoutbosje is wel mooi. Foto: Uit het boek ‘Fietsroutes langs bomen in Lisse’ uitgegeven door VOL en nog verkrijgbaar